In 2006 realiseerde de gemeente Puurs in Schoubroek een woonwagenterrein met 8 staanplaatsen voor woonwagenbewoners. Men wilde de woonwagenbewoners van twee verspreide locaties op het grondgebied van de gemeente Puurs samenbrengen naar één locatie. Op het woonwagenterrein Schoubroek werden voor de plaatsing van de woonwagens de nodige infrastructuur en nutsvoorzieningen voorzien.
Het bestuur besloot het woonwagenpark uit te breiden met 4 bijkomende staanplaatsen. Deze zijn momenteel in uitvoering en dienen binnenkort toegewezen te worden.
Het huidige huishoudelijk reglement is hiervoor niet meer up-to-date en dient aangepast te worden. Het goed te keuren reglement werd deels vereenvoudigd wat betreft definities. De omschrijving van terreinbeheerder werd meer gespecifieerd. De maximale opslag voor gasflessen wordt ingeperkt van 299 liter naar 200 liter voor de nieuwe contracten. Gangbare communicatiemiddelen als e-mail werden waar mogelijk toegevoegd. De ingebruikname van de standplaats 30 dagen na toewijzing werd versoepeld. Op deze manier is er meer tijd om een woonwagen te bestellen voor de nieuwe huurders en worden problemen vermeden indien de finale oplevering toch later zou gebeuren dan voorzien.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het huishoudelijk reglement m.b.t. het residentieel woonwagenterrein Schoubroek opnieuw vast te stellen met ingang van 15 september 2026.
De gemeenteraad stelt onderstaand huishoudelijk reglement met betrekking tot het residentieel woonwagenterrein Schoubroek vast:
Artikel 1. Doel
De gemeente Puurs-Sint-Amands richt voor personen met een nomadische cultuur, die legaal in ons land verblijven, in Schoubroek een terrein in voor het sedentair wonen van woonwagenbewoners.
Artikel 2. Definities
In dit reglement hebben de onderstaande begrippen de ernaast vermelde betekenis:
Woonwagenbewoner: een persoon die legaal in België verblijft en die naar traditie woont of woonde in een woonwagen, of waarvan de ouders of grootouders dat deden, met uitzondering van bewoners van campings of gebieden met weekendverblijven.
Residentieel woonwagenterrein: een terrein dat bestemd en ingericht is voor het sedentaire wonen in woonwagens door woonwagenbewoners.
Standplaats: een afgebakende, genummerde ruimte op het woonwagenterrein, die dienstig is voor het plaatsen van een woonwagen.
Woonwagen: een woongelegenheid, gekenmerkt door flexibiliteit en verplaatsbaarheid, bestemd voor permanente en niet-recreatieve bewoning. De woongelegenheid heeft geen funderingen. De woongelegenheid moet na het loskoppelen van de nutsleidingen verplaatsbaar zijn.
Aanbouw: een constructie die bouwtechnisch aansluit op de woonwagen en dient als aanvullend woongedeelte, als terras of berging. De aanbouw kan haar bestemming niet waarmaken zonder de aanwezigheid van de woonwagen. Voor een aanbouw heb je steeds toestemming van de gemeente nodig.
Bijgebouw: een alleenstaande constructie op de standplaats, niet bestemd voor bewoning. Voor een bijgebouw heb je steeds toestemming van de gemeente nodig.
Dienstgebouw: een vaste constructie op de standplaats met sanitaire voorzieningen en nutsvoorzieningen voor de standplaatshouder. Gemeente Puurs-Sint-Amands is hiervan eigenaar.
Gezin: een gezin bestaat uit alle gezinsleden die gedomicilieerd zijn op de standplaats.
Aanvrager: een persoon die voor zichzelf en zijn gezin een aanvraag voor toewijzing van een standplaats heeft ingediend.
Kandidaat standplaatshouder: de persoon wiens aanvraag aanvaard is en ingeschreven is op de wachtlijst voor toewijzing van een standplaats.
Standplaatshouder: de woonwagenbewoner en de gehuwde of wettelijk samenwonende partner, waaraan de gemeente een standplaats heeft toegewezen op het woonwagenterrein. De standplaatshouder moet zich houden aan de regels van het huishoudelijk reglement en betaalt voor de standplaats een maandelijkse huur.
Terreinbeheerders: de personeelsleden die fungeren als contactpersoon en coördinator voor het beheer van het woonwagenterrein. Dit betreft personeelsleden vanuit de interne diensten van gemeente Puurs-Sint-Amands (Leefomgeving, Technische Dienst, Sociale Zorg, Integrale Veiligheid).
Huurprijs: het maandelijkse bedrag dat betaald wordt voor het gebruik van een standplaats met dienstgebouw door de standplaatshouder en zijn gezin. De huurprijs wordt bepaald in de huurovereenkomst.
Artikel 3. Toepassingsgebied
Dit reglement is van toepassing op het residentiële woonwagenterrein Schoubroek van de gemeente Puurs-Sint-Amands.
Dit reglement is niet van toepassing op het tijdelijk verblijf in woonwagens, caravans of mobilhomes op een privaat terrein of in de openbare ruimte.
Artikel 4. Voorwaarden inzake gebruik en beheer van de standplaats
4.1. Algemeen
Wie gebruik maakt van een standplaats op het residentieel woonwagenterrein respecteert de algemene bestuurlijke politieverordening Puurs-Sint-Amands en dit huishoudelijk reglement.
4.2. Rust, openbare orde en veiligheid
De standplaatshouder zorgt ervoor dat de rust, de veiligheid en de gezondheid van de andere bewoners en de buurt niet wordt gestoord. Het gebruik van motoren, radio’s en tv’s mag niet storend zijn. Huisdieren mogen geen overmatige overlast bezorgen aan andere bewoners. Er mogen geen activiteiten worden uitgeoefend die een risico van brand inhouden.
De aanwijzingen gegeven door de terreinbeheerder en de politie over het gebruik van de standplaats en het woonwagenterrein worden strikt nageleefd.
De standplaatshouder is gehouden de gemeente onmiddellijk te verwittigen van alle geweld en rechtsaanmatigingen die een derde zich op de standplaats mocht veroorloven. Indien hij dat nalaat, zal hij persoonlijk aansprakelijk gesteld worden voor de ontstane schade.
De standplaatshouder is verplicht om zijn woonwagen en eventuele andere vergunde of toegelaten mobiele of vaste constructies tegen brand te verzekeren. Bij aanvang van de huurovereenkomst dient een kopie van de polis overhandigd te worden aan de verhuurder. Op verzoek van de afgevaardigde van de gemeente, dient de standplaatshouder de bewijsstukken van de betaling van deze verzekeringspolis kunnen voorleggen.
4.3. Wegen binnen het terrein
De weg Schoubroek aan het woonwagenterrein is een gemeenteweg. Bijgevolg is het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg (wegcode) van toepassing.
De openbare weg met een breedte van 4 meter moet vrij blijven voor evacuatie en de toegang van de hulpdiensten. De onmiddellijke omgeving van de boven- en ondergrondse hydranten in de buurt van het terrein dient te allen tijde te worden vrijgehouden, zodat deze zonder probleem en tijdsverlies kunnen gebruikt worden.
Het is verboden caravans, schroot, autowrakken of andere voorwerpen op de openbare weg te plaatsen.
Op de weg mogen voertuigen slechts stapvoets rijden.
4.4. Gebruik standplaats
Elke standplaats heeft een individueel dienstgebouw waarin naast een berging de nodige nutsaansluitingen evenals de sanitaire voorzieningen voor de standplaatshouder en zijn gezin zijn ondergebracht.
De standplaatshouder verkrijgt het recht om een verplaatsbare woonwagen te plaatsen op een gedeelte van de hem toegekende standplaats.
De begunstigde onderhoudt de standplaats met al haar aanhorigheden, in goede staat en neemt alle mogelijke voorzorgen om schade door vorst, storm of andere natuurelementen te voorkomen. Het is verboden de accommodatie op de standplaats te gebruiken voor andere doeleinden (professioneel, industrieel, commercieel of landbouw) dan waarvoor ze bestemd is.
4.5. Inrichtingen en constructies
Voor de aanleg van verhardingen, de plaatsing van omheiningen en poorten, en inrichtingen zoals het plaatsen van een woonwagen en het bouwen van een aanbouw of bijgebouw moet steeds schriftelijk toestemming gevraagd worden aan de gemeente.
Bovendien zullen bepaalde werken ook moeten voldoen aan de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en het Decreet van de Omgevingsvergunning met zijn uitvoeringsbesluiten. Indien vergunningsplichtig dient een omgevingsvergunning aangevraagd te worden. De standplaatshouder volgt hierbij de richtlijnen van de terreinbeheerder. Enkel het gedeelte van de toegewezen standplaats dat voor plaatsing van inrichtingen is aangegeven, komt in aanmerking voor het plaatsen van een woonwagen, aan- en bijgebouw.
De woonwagen en de aanbouw moeten minstens 2 meter van de linker- en rechtergrenzen van de standplaats af worden geplaatst, tenzij het college van burgemeester en schepenen anders toestaat. Bijgebouwen mogen geen woonfunctie hebben en niet aangehecht zijn aan het dienstgebouw.
Geen enkele inrichting of constructie mag bestaan uit meer dan één bewoonbare bouwlaag. Het college van burgemeester en schepenen kan een maximum vastleggen voor de oppervlakte en de hoogte van de woonwagen en/of de totale bebouwde oppervlakte van een standplaats.
Iedere staanplaats is uniek en goed zichtbaar aangeduid met een huisnummer.
De bestaande grondverhardingen mogen niet gewijzigd worden. Het onverharde gedeelte van de standplaats moet door de standplaatshouder als tuin worden aangelegd en als zodanig onderhouden. Een kiezelverharding of gemakkelijk verwijderbare klinkers mogen enkel worden gelegd na toestemming van de gemeente.
Als de standplaatshouder zonder toestemming constructies plaatst of veranderingen aanbrengt aan de standplaats of aanhorigheden, heeft de gemeente het recht te eisen dat alle wijzigingen geheel of gedeeltelijk worden verwijderd en het gehuurde goed geheel of gedeeltelijk in de oorspronkelijke staat wordt hersteld, zonder dat hieruit kosten voortvloeien voor de gemeente.
Wijzigingen waarvoor schriftelijke toestemming wordt gegeven en die bij het verlaten van de standplaats niet verwijderd of hersteld hoeven te worden, worden uitdrukkelijk genoteerd op de plaatsbeschrijving. De gemeente heeft te allen tijde het recht de standplaats te inspecteren, mits voorafgaande kennisgeving.
De technische uitrustingen van de niet-gemeenschappelijke installaties moeten voldoen aan de normen van goed vakmanschap.
4.6. Nutsvoorzieningen
De aardgas- en elektrische installaties en aansluitingen dienen conform de toepasselijke reglementering te zijn.
De standplaatshouder draagt de kosten van water-, elektriciteits- en desgevallend gasverbruik, het huren van de meters en het ruimen van de septische putten. Indien er één septische put voorzien is voor twee standplaatsen zijn beide standplaatshouders verantwoordelijk voor het ruimen van de septische put.
Voor het overige is het verboden gebruik te maken van de nutsvoorzieningen van een andere standplaats.
De huurder verzorgt het tweejaarlijkse onderhoud van de aardgasketels/desgevallend de warmtepomp in de sanitaire units conform de geldende wetgeving.
4.7. Opslag van brandstoffen voor huishoudelijk gebruik
Als de standplaatsen aangesloten zijn op aardgas, mogen geen tanks voor vloeibare brandstoffen of propaangas gebruikt worden.
Gasflessen voor verwarmings- of kooktoestellen, die buiten de woonwagen staan opgesteld, zijn toegelaten op de standplaats. De gasflessen worden beschermd tegen regen en rechtstreekse zonnestraling en worden steeds beveiligd tegen omvallen. De gezamenlijke inhoud van de gasflessen is maximaal 299 liter per standplaats voor lopende huurcontracten op 14/09/2026. Voor contracten met startdatum vanaf 15/09/2026 mag de gezamenlijke inhoud van de gasflessen maximaal 200 liter per standplaats zijn.
De leidingen voor gas moeten vakkundig geplaatst worden, altijd in goede staat verkeren en veilig zijn. De aansluitingen en de installatie van opslag van brandstoffen moeten veilig en conform de reglementering zijn. De gasinstallatie, indien aanwezig, moet gecontroleerd worden bij ingebruikname van de standplaats en vervolgens telkens opnieuw conform de geldende wetgeving. De controle gebeurt door een erkend keuringsorganisme.
De opslag van andere brandstoffen zoals benzine, diesel of LPG is verboden.
Bodemverontreiniging moet vermeden worden. Eventuele kosten daaraan verbonden zijn ten laste van de standplaatshouder.
Het college van burgemeester en schepenen kan nadere en beperkende richtlijnen uitvaardigen. Bij inbreuk op dit artikel kan het college van burgemeester en schepenen overgaan tot de onmiddellijke ontmanteling van de installatie op kosten van de eigenaar.
4.8. Beplanting en omheining
De omheining en beplanting die door de gemeente aangebracht zijn, mogen niet beschadigd of verwijderd worden. Indien de beplanting beschadigd wordt door het toedoen van de standplaatshouder draagt die de kosten voor herbeplanting.
Op de standplaats mag een beplanting aangebracht worden die geen hinder voor de buren veroorzaakt.
Plaatsen van een eigen omheining wordt aangevraagd bij de gemeente. Hierbij wordt rekening gehouden met de uniformiteit van het terrein, de hoogte en het materiaal van de omheining en met de stedenbouwkundige voorschriften.
De omheining van de standplaats mag uitsluitend bestaan uit levende hagen of een kwalitatieve houten of ‘paal en draad’ afsluiting van maximum 1,8 m hoog.
4.9. Huisdieren
Huisdieren mogen geen hinder en overlast veroorzaken. Ze verstoren de rust op het terrein niet, de reinheid van het terrein blijft gegarandeerd. Ze hebben een aangepaste huisvesting. Ze vormen geen gevaar voor de volksgezondheid en brengen de veiligheid van de bewoners niet in gevaar. Honden mogen niet loslopen buiten de standplaatsen. Het is verboden kleinvee en vee te houden.
4.10. Huisvuil
Huisvuil wordt overeenkomstig de gemeentelijke reglementering opgehaald. Het is toegestaan compostbakken te plaatsen op de standplaats.
Kosten voor het opruimen van sluikstorten en zwerfvuil op een standplaats door de gemeentediensten komen ten laste van de standplaatshouder.
4.11 Opslag
Opslag van allerlei goederen, afval, autowrakken, brandbare of explosieve stoffen is verboden.
4.12. Onderhoud
De standplaatshouder houdt de aan hem toegewezen standplaats en het dienstgebouw in goede, ordelijke en hygiënische staat.
Hij of zij beschermt de aanwezige uitrusting tegen vorst, houdt de aflopen vrij en zorgt dat de toegangsdeur niet kan beschadigd worden door wind of storm.
De goten worden regelmatig nagekeken en geruimd door de standplaatshouder.
De standplaatshouder draagt zorg voor de verwarmingsinstallaties en onderhoudt ze. De gevel van het dienstgebouw dient in goede staat onderhouden te worden en moet steeds vrij blijven.
Bij renovatie-, onderhouds- en herstellingswerken informeert de gemeente de standplaatshouder naar behoren over de aard van de werken, het tijdschema, de te verwachten hinder, de invloed op de standplaatsprijs en de eventuele noodzaak van tijdelijke verhuizing.
4.13. Schade en herstellingen
De standplaatshouder brengt de gemeente of de terreinverantwoordelijke onmiddellijk op de hoogte van elke schade of gebrek aan de infrastructuur van de standplaats, ook als de oorzaak onbekend is.
Grote herstellingen, met uitzondering van de schade veroorzaakt door slijtage, overmacht en gebrek, worden uitgevoerd door de gemeente en worden doorgerekend aan de standplaatshouder.
De standplaatshouder moet de herstellingen en kleine onderhoudswerken uitvoeren, zoals op vergelijkbare wijze bepaald is in de huurwetgeving voor herstellingen en kleine onderhoudswerken die ten laste vallen van de huurders.
Onderhoudswerken en herstellingen aan de gemeentelijke infrastructuur vallen ten laste van de gemeente wanneer ze het gevolg zijn van gewone slijtage, gebrek of overmacht. De gemeente onderhoudt de gemeenschappelijke delen van de infrastructuur.
De standplaatshouder stelt de gemeente in de gelegenheid elk schadegeval te onderzoeken en de nodige werken te laten uitvoeren. Tenzij bij dringende herstellingen brengt de gemeente de betrokken bewoners ten minste drie dagen voor het begin van de werken op de hoogte. De begunstigde treft de nodige maatregelen om de standplaatsen en infrastructuur te vrijwaren voor brand.
Artikel 5. Bedragen
Voor het gebruik van de standplaats betaalt de standplaatshouder een huurwaarborg en een huurprijs. Het bedrag van de huurwaarborg en de huurprijs is bepaald in de huurovereenkomst. De huurprijs wordt jaarlijks geïndexeerd volgens de in de huurovereenkomst voorziene indexeringsclausule.
Artikel 6. Procedure
6.1. Aanvraag kandidaatstelling
Iedere persoon of gezin die een standplaats op het woonwagenterrein wenst in te nemen, met de bedoeling er zijn hoofdverblijf te vestigen, moet een schriftelijke aanvraag indienen bij de gemeente Puurs-Sint-Amands, Dienst Wonen, Forum 6, 2870 Puurs-Sint-Amands. Dit kan aangetekend, per e-mail naar wonen@puursam.be of tegen ontvangstbewijs.
Om aanvaard te worden als kandidaat standplaatshouder, moet de aanvrager beantwoorden aan de definitie van woonwagenbewoner. De aanvrager heeft de leeftijd van 18 jaar bereikt.
De aanvrager vermeldt zijn naam, adres, geboortedatum, rijksregisternummer, telefoonnummer en e-mailadres, en tevens die van alle gezinsleden die op dezelfde standplaats gehuisvest worden.
Bij de aanvraag moeten bovendien volgende documenten worden toegevoegd:
- uittreksel uit het bevolkingsregister met gezinssamenstelling en historiek van adressen;
- uittreksel uit het bevolkingsregister met historiek van adressen van alle personen die op dezelfde standplaats gehuisvest worden;
- de nodige bewijsstukken waaruit blijkt dat de aanvrager behoort tot de doelgroep van woonwagenbewoners.
Elke latere gezinswijziging of wijziging van adres moet uit eigen beweging gemeld worden aan de gemeente. Dit moet gebeuren binnen de zes maanden na de gezins- of adreswijziging. Anders kan de aanvraag ongeldig verklaard worden.
Bij scheiding of einde van het wettelijk samenwonen blijft de aanvraag gelden voor beide partners die op het ogenblik van de aanvraag of de melding van de gezinswijziging wettelijk samenwoonden of gehuwd waren.
De aanvraag kan op schriftelijk verzoek van de kandidaat worden geschrapt.
6.2. Inschrijving wachtlijst
Elke geldige aanvraag wordt chronologisch en gedateerd ingeschreven in een wachtlijst, die wordt bijgehouden bij de dienst Wonen van de gemeente Puurs-Sint-Amands. Bepalend is de datum van poststempel of datum van het ontvangstbewijs of bevestiging van ontvangst van de mail. Enkel aanvragen die voldoen aan de voorwaarden voor een aanvraag worden op de wachtlijst opgenomen.
De aanvrager wordt ervan op de hoogte gesteld of hij al dan niet ingeschreven is op de wachtlijst als kandidaat standplaatshouder.
De inschrijving op de wachtlijst heeft niet automatisch de toewijzing van een standplaats tot gevolg. De inschrijving houdt geen enkele toelating in om een standplaats of een deel van het woonwagenterrein in gebruik te nemen in afwachting van een beslissing van het college van burgemeester en schepenen.
De wachtlijst kan door de gemeente worden geactualiseerd. De gemeente kan de kandidaat standplaatshouders verzoeken hun aanvraag voor een standplaats te vernieuwen. Zij worden aangeschreven op de laatst gekende woonplaats zoals vermeld in het rijksregister, tenzij de aanvrager uitdrukkelijk heeft gevraagd om de briefwisseling naar een ander adres te verzenden. Indien binnen de maand na dat verzoek geen bevestiging van de aanvraag komt, kan de kandidaat van het aanvraagregister worden geschrapt.
6.3. Toewijzing
Een standplaats wordt toegewezen aan een meerderjarige kandidaat standplaatshouder of een ontvoogde kandidaat ingevolge huwelijk of vonnis van de rechtbank.
De standplaatsen worden toegewezen volgens de chronologische inschrijving op het aanvraagregister. Krijgen evenwel voorrang, in volgorde van belangrijkheid:
Bij twee gelijkwaardige kandidaten standplaatshouders wordt rekening gehouden met de datum van inschrijving op de wachtlijst.
De gemeente kan een toewijzing aan een kandidaat niet toestaan als de standplaatstoewijzing aanleiding kan geven tot een ernstige bedreiging voor de fysieke of psychische integriteit van de andere woonwagenbewoners.
Het college van burgemeester en schepenen wijst aan de kandidaat bewoner en zijn gezin een genummerde standplaats op het woonwagenterrein Schoubroek toe.
Het college van burgemeester en schepenen bepaalt ook de ingangsdatum van de huur; bij nieuwe standplaatsen de vermoedelijke ingangsdatum van de huur. De beslissing met betrekking tot de toewijzing wordt verzonden via aangetekende zending aan de kandidaat met vermelding van de huurprijs en desgevallend samen met het inrichtingsplan van het woonwagenterrein en het huishoudelijk reglement voor het woonwagenterrein.
Binnen de 30 dagen na ontvangst van de aangetekende zending bevestigt de kandidaat schriftelijk (brief, mail,…) zijn akkoord met de toewijzing. Indien de kandidaat niet tijdig reageert op de toewijzing wordt dit aanzien als een eerste weigering. Bij een tweede weigering wordt de kandidaat geschrapt van de wachtlijst. Ook het onbestelbaar terugkeren van een aangetekende zending waarin de aanvrager een standplaats toegewezen wordt, wordt gelijkgesteld met een schriftelijke weigering.
6.4. Weigering
De kandidaat kan éénmaal een toegewezen standplaats weigeren. De aanvrager behoudt zijn chronologische plaats op de wachtlijst. Na een tweede weigering van een toegewezen standplaats wordt de kandidaat uit de wachtlijst geschrapt. Geschrapte kandidaten mogen zich opnieuw laten inschrijven op de wachtlijst, maar worden onderaan op de wachtlijst geplaatst.
6.5. Duur
De duur van het gebruik van de standplaats is vastgelegd in de huurovereenkomst.
6.6. Ingebruikname standplaats
De standplaats mag maar in gebruik genomen worden nadat voldaan is aan de formaliteiten voor ingebruikname:
De gemeente en de standplaatshouder maken en ondertekenen een plaatsbeschrijving van de standplaats en haar sanitaire voorzieningen. De kosten voor de intredende plaatsbeschrijving worden gedragen door de partijen, ieder voor de helft. De overname van elektriciteit, aardgas (indien aanwezig) en water gebeurt aan de hand van de beschikbare overnamedocumenten, die door beide partijen in 2 exemplaren ingevuld en ondertekend worden. De meterstanden van elektriciteit, aardgas (indien aanwezig) en water worden eveneens opgenomen in de plaatsbeschrijving. De plaatsbeschrijving wordt gedagtekend door alle partijen voor akkoord ondertekend. Elke partij ontvangt een origineel exemplaar van de plaatsbeschrijving. De standplaatshouder ontvangt in afspraak met de terreinbeheerder de sleutels van het dienstgebouw.
De standplaats moet in gebruik genomen worden binnen 30 dagen na het overhandigen van de sleutels, tenzij anders overeengekomen met het college van burgemeester en schepenen of in uitzonderlijke omstandigheden. Bij het niet in gebruik nemen binnen de vooropgestelde termijn vervalt de toewijzing en kan de huurovereenkomst ontbonden worden, tenzij anders beslist is door het college van burgemeester en schepenen of in uitzonderlijke situaties.
De standplaatshouder en zijn gezin aan wie het college van burgemeester en schepenen de standplaats toegewezen heeft, moeten zich op de bevolkingsdienst van de gemeente laten inschrijven in het bevolkingsregister binnen de acht dagen na bewoning van de standplaats. Wijzigingen in de gezinssamenstelling moeten schriftelijk worden meegedeeld aan het college van burgemeester en schepenen of de terreinbeheerder.
6.7. Opzeg standplaats
De standplaatshouder kan een einde maken aan de standplaatstoewijzing volgens de modaliteiten van de huurovereenkomst. Alvorens de huurovereenkomst een einde neemt, dient een uittredende plaatsbeschrijving opgemaakt te worden. Iedere partij draagt hiervoor de helft van de kosten.
Bij de beëindiging van de huur dient:
Zolang de standplaatshouder nalaat deze bepalingen na te leven, zal de maandelijkse huurprijs verschuldigd blijven.
De kosten van eventuele vastgestelde schade, opruim van afval en achtergebleven constructies en achterstallige huur zal in mindering worden gebracht van de waarborg en het eventuele verschuldigde saldo zal worden verhaald op de standplaatshouder.
Artikel 7. Controle
7.1. Vaststellingen
Vaststellingen op het terrein kunnen te allen tijde gebeuren door de terreinbeheerders, door de politiediensten en/of brandweer.
7.2. Inspectie standplaats
De door de gemeente afgevaardigde persoon of de terreinbeheerder heeft het recht de standplaats te betreden met het oog op de inspectie van het terrein en het sanitair, mits de standplaatshouder vooraf op de hoogte wordt gebracht.
De standplaatshouder moet de terreinbeheerders in staat stellen op de afgesproken datum en uur de standplaats te inspecteren.
Bij het vermoeden van langdurige afwezigheid kan de terreinbeheerder, na meerdere pogingen tot contact met de standplaatshouder, de staat van het dienstgebouw controleren zonder voorafgaande toestemming van de standplaatshouder.
Artikel 8. Sancties
Voor zover wetten, besluiten, decreten, algemene en provinciale reglementen of verordeningen geen andere straffen opleggen, kunnen inbreuken op artikelen van dit huishoudelijk reglement bestraft worden met gemeentelijke administratieve sancties, zoals bepaald in de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, voor zover er geen bemiddeling mogelijk is of deze faalt.
Wanneer een inbreuk wordt vastgesteld op één van de vorige artikelen, zal de overtreder een aangetekend schrijven ontvangen waarin hij wordt aangemaand om deze zaken in orde te brengen en om het huishoudelijk reglement na te leven. Dit aangetekend schrijven bevat een maximale termijn om zich in regel te stellen.
Indien bij de controle na afloop van de vooropgestelde termijn wordt vastgesteld dat de overtreder de zaken niet in orde heeft gebracht, start een periode van maximaal 3 maanden waarin de terreinbeheerder door middel van bemiddeling zal trachten het probleem op te lossen.
Dit kan onder meer een geldboete en/of intrekking of schorsing van de toewijzing tot ingebruikname van de standplaats door het college van burgemeester en schepenen tot gevolg hebben. Dit wordt via aangetekende zending meegedeeld. Het terrein dient binnen de opgegeven termijn verlaten te worden. Zo nodig worden de woonwagens, voertuigen en constructies verwijderd op kosten en risico van de overtreders.
Onverminderd de strafbepalingen kan de gemeente van ambtswege optreden wanneer dit reglement overtreden wordt. Zij kan de noodzakelijke maatregelen laten uitvoeren op kosten en risico van de overtreder die heeft verzuimd op te treden, op basis van het toepasselijk retributiereglement.
Artikel 9. Opheffingsbepalingen
Het huishoudelijk reglement residentieel woonwagenterrein Schoubroek, goedgekeurd door de gemeenteraad van Puurs-Sint-Amands van 22 februari 2021, wordt opgeheven met ingang van 15 september 2026.
Artikel 10. Goedkeuring en inwerkingtreding
Dit huishoudelijk reglement werd goedgekeurd op de gemeenteraad van 7 september 2026 en treedt in werking op 15 september 2026. De werking van dit reglement wordt geëvalueerd indien de nood zich voordoet.
Dit huishoudelijk reglement wordt bekendgemaakt via de gemeentelijke website.