Terug
Gepubliceerd op 16/09/2026

2026_VB_00094 - Aanpassing Rechtspositieregeling - Goedkeuring

Vast bureau
di 15/09/2026 - 20:00 De Pit
Datum beslissing: di 15/09/2026 - 20:10
Goedgekeurd
Dit besluit handelt over een Rechtspositieregeling (RPR).

Samenstelling

Aanwezig

Yvo Van Damme, Lid; Willem Geeroms, Lid; Hilde Van der Poorten, Lid; Els De Smedt, Lid; Anne De Ron, Lid; Sophie Van Praet, Lid; Raf De Blaiser, Lid; Ellen De Vos, Algemeen directeur; Koen Van den Heuvel, Voorzitter

Secretaris

Ellen De Vos, Algemeen directeur

Voorzitter

Koen Van den Heuvel, Voorzitter
2026_VB_00094 - Aanpassing Rechtspositieregeling - Goedkeuring 2026_VB_00094 - Aanpassing Rechtspositieregeling - Goedkeuring

Motivering

Feiten, context en argumentatie

Na een proefproject werd het werknemersstatuut voor onthaalouders in de gezinsopvang in 2023 definitief verankerd in de Vlaamse regelgeving en opgenomen in het Subsidiebesluit van 2013. Het sui generis statuut dooft geleidelijk uit en vanaf 1 juli 2026 kunnen nieuwe onthaalouders enkel nog onder het werknemersstatuut starten. Onthaalouders gezinsopvang die onder het sui generis statuut werken, kunnen in het sui generis statuut blijven.

Het Vast Bureau besliste op 14 april 2026 om in te stappen in het werknemersstatuut voor onthaalouders en hiermee te starten vanaf 1 januari 2027. 

Hierdoor dienen bepalingen rond de onthaalouders in het werknemersstatuut in de rechtspositieregeling opgenomen te worden. De bepalingen, in de rechtspositieregeling ingevoegd onder Hoofdstuk 5 art. 68/5 tot en met 68/11, werden overgenomen uit het in Comité C onderhandelde en ondertekende protocol nr. 2026/1 rond het sectoraal akkoord over tewerkstelling van onthaalouders werknemers in de gezinsopvang en de buitenschoolse opvang bij Vlaamse lokale besturen. 

Er werden geen afwijkende of bijkomende keuzes gemaakt ten opzichte van het protocol nr. 2026/1 waardoor er niet onderhandeld dient te worden in het HOCBOC. 

Toepasselijke regelgeving

  • Besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 2023 tot vaststelling van de minimale voorwaarden van de rechtspositieregeling van het personeel van lokale en provinciale besturen
  • Het protocol nr. 2026/1 rond het sectoraal akkoord over tewerkstelling van onthaalouders werknemers in de gezinsopvang en de buitenschoolse opvang bij Vlaamse lokale besturen
  • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de subsidies en de eraan gekoppelde voorwaarden voor de realisatie van specifieke dienstverlening door gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters, gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 26 mei 2023

Regelgeving bevoegdheid

Artikel 84-86 van het decreet lokaal bestuur
Het vast bureau is bevoegd op basis van artikel 84-86 van het decreet lokaal bestuur.

Besluit

Het vast bureau beslist:

Artikel 1

De volgende bepalingen worden ingevoegd in de rechtspositieregeling voor het gemeente- en OCMW personeel van Puurs-Sint-Amands vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit:

Hoofdstuk 5. onthaalouders

Art. 68/5.

Na een proefproject werd het werknemersstatuut voor onthaalouders in de gezinsopvang in 2023 definitief verankerd in de Vlaamse regelgeving en opgenomen in het Subsidiebesluit van 2013. Het sui generis statuut dooft geleidelijk uit en vanaf 1 juli 2026 kunnen nieuwe onthaalouders enkel nog onder het werknemersstatuut starten. Onthaalouders gezinsopvang die onder het sui generis statuut werken, kunnen in het sui generis statuut blijven.

Voor onthaalouders die enkel schoolgaande kinderen opvangen eindigt de mogelijkheid om dit in het sui generis statuut te doen. Deze opvangvorm wordt gezien als buitenschoolse opvang die onder het BOA-decreet georganiseerd wordt. De onthaalouders die enkel schoolgaande kinderen opvangen, moeten vanaf 1 september 2026 overstappen naar het werknemersstatuut.

Voor alle zaken die hieronder niet specifiek geregeld zijn, gelden de andere bepalingen van de lokale rechtspositieregeling. 

Afdeling 1. Toepassingsgebied 

Art. 68/6.

Dit hoofdstuk is van toepassing op:

  • onthaalouders gezinsopvang
  • onthaalouders die enkel schoolgaande kinderen opvangen 

Afdeling 2. algemene bepalingen 

Art. 68/7.

De onthaalouder in het statuut van huisarbeid worden tewerkgesteld middels een arbeidsovereenkomst.  

Afdeling 3. arbeidsduur 

Art. 68/8.

In afwijking op de toepasselijke wekelijkse arbeidsduur voor voltijdse tewerkstelling worden onthaalouders in het statuut van huisarbeid tewerkgesteld in een voltijdse werkweek van 50 uur te presteren over 5 dagen De artikelen 119 1 tot en met 119 12 van de Wet op de Arbeidsovereenkomsten van 3 juli 1978 zijn van toepassing De onthaalouder in het statuut van huisarbeider presteert geen overuren.

Deeltijdse tewerkstelling is mogelijk op basis van een overeenkomst met minder arbeidsuren of door minder dagen te werken.  

Afdeling 4. verloning en onkostenvergoeding 

Art. 68/9.

Naast de toelagen en vergoedingen uit de rechtspositieregeling, bestaat het loonpakket van een onthaalouder in het werknemersstatuut uit:

  • een belastbaar maandloon, met minstens het startloon van 13 250 euro (gelijk aan de salarisschaal op E1 met 0 jaar anciënniteit) 
  • onthaalouders in het werknemersstatuut bouwen anciënniteit op volgens de lokale rechtspositieregeling; 
  • een onkostenvergoeding bestaande uit (bedragen aan 100%):
    1. vaste component: 7,45 euro voor elke geplande werkdag (ook voor de maand gewaarborgd loon, niet voor vakantiedagen),
    2. variabele component: 2,09 euro voor elke opvangprestatie, met een maximum van één prestatie per dag per kind

De salarisschaal van de onthaalouder in het werknemersstatuut is identiek aan de functionele loopbaan E1-E3.

Het loon en de onkostenvergoeding worden gekoppeld aan de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex en ze worden tegen 100% gekoppeld aan het spilindexctijfer 138,01. 

Afdeling 5. werving en selectie en omschakelen naar het werknemersstatuut 

Art. 68/10.

Net als voor andere functies moet het principe van de gelijke toegang tot het openbaar ambt worden gegarandeerd.  

Afdeling 6. inwerkingtreding 

Art. 68/11.

De bepalingen uit dit hoofdstuk treden op 1 januari 2027 in werking.

Artikel 2

De aanpassing van de rechtspositieregeling wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de raad voor maatschappelijk welzijn.