Na een proefproject werd het werknemersstatuut voor onthaalouders in de gezinsopvang in 2023 definitief verankerd in de Vlaamse regelgeving en opgenomen in het Subsidiebesluit van 2013. Het sui generis statuut dooft geleidelijk uit en vanaf 1 juli 2026 kunnen nieuwe onthaalouders enkel nog onder het werknemersstatuut starten. Onthaalouders gezinsopvang die onder het sui generis statuut werken, kunnen in het sui generis statuut blijven.
Het Vast Bureau besliste op 14 april 2026 om in te stappen in het werknemersstatuut voor onthaalouders en hiermee te starten vanaf 1 januari 2027.
Hierdoor dienen bepalingen rond de onthaalouders in het werknemersstatuut in de rechtspositieregeling opgenomen te worden. De bepalingen, in de rechtspositieregeling ingevoegd onder Hoofdstuk 5 art. 68/5 tot en met 68/11, werden overgenomen uit het in Comité C onderhandelde en ondertekende protocol nr. 2026/1 rond het sectoraal akkoord over tewerkstelling van onthaalouders werknemers in de gezinsopvang en de buitenschoolse opvang bij Vlaamse lokale besturen.
Er werden geen afwijkende of bijkomende keuzes gemaakt ten opzicht van het protocol nr. 2026/1 waardoor er niet onderhandeld dient te worden in het HOCBOC.
Gezien de rechtspositieregeling zowel voor het gemeente- als OCMW-personeel is wordt ook aan de gemeenteraad gevraagd de hiernavermelde aanpassing rechtspositieregeling vast te stellen.
De volgende bepalingen worden ingevoegd in de rechtspositieregeling voor het gemeente- en OCMW personeel van Puurs-Sint-Amands vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit:
Hoofdstuk 5. onthaalouders
Art. 68/5.
Na een proefproject werd het werknemersstatuut voor onthaalouders in de gezinsopvang in 2023 definitief verankerd in de Vlaamse regelgeving en opgenomen in het Subsidiebesluit van 2013. Het sui generis statuut dooft geleidelijk uit en vanaf 1 juli 2026 kunnen nieuwe onthaalouders enkel nog onder het werknemersstatuut starten. Onthaalouders gezinsopvang die onder het sui generis statuut werken, kunnen in het sui generis statuut blijven.
Voor onthaalouders die enkel schoolgaande kinderen opvangen eindigt de mogelijkheid om dit in het sui generis statuut te doen. Deze opvangvorm wordt gezien als buitenschoolse opvang die onder het BOA-decreet georganiseerd wordt. De onthaalouders die enkel schoolgaande kinderen opvangen, moeten vanaf 1 september 2026 overstappen naar het werknemersstatuut.
Voor alle zaken die hieronder niet specifiek geregeld zijn, gelden de andere bepalingen van de lokale rechtspositieregeling.
Afdeling 1. Toepassingsgebied
Art. 68/6.
Dit hoofdstuk is van toepassing op:
Afdeling 2. algemene bepalingen
Art. 68/7.
De onthaalouder in het statuut van huisarbeid worden tewerkgesteld middels een arbeidsovereenkomst.
Afdeling 3. arbeidsduur
Art. 68/8.
In afwijking op de toepasselijke wekelijkse arbeidsduur voor voltijdse tewerkstelling worden onthaalouders in het statuut van huisarbeid tewerkgesteld in een voltijdse werkweek van 50 uur te presteren over 5 dagen De artikelen 119 1 tot en met 119 12 van de Wet op de Arbeidsovereenkomsten van 3 juli 1978 zijn van toepassing De onthaalouder in het statuut van huisarbeider presteert geen overuren.
Deeltijdse tewerkstelling is mogelijk op basis van een overeenkomst met minder arbeidsuren of door minder dagen te werken.
Afdeling 4. verloning en onkostenvergoeding
Art. 68/9.
Naast de toelagen en vergoedingen uit de rechtspositieregeling, bestaat het loonpakket van een onthaalouder in het werknemersstatuut uit:
De salarisschaal van de onthaalouder in het werknemersstatuut is identiek aan de functionele loopbaan E1-E3.
Het loon en de onkostenvergoeding worden gekoppeld aan de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex en ze worden tegen 100% gekoppeld aan het spilindexctijfer 138,01.
Afdeling 5. werving en selectie en omschakelen naar het werknemersstatuut
Art. 68/10.
Net als voor andere functies moet het principe van de gelijke toegang tot het openbaar ambt worden gegarandeerd.
Afdeling 6. inwerkingtreding
Art. 68/11.
De bepalingen uit dit hoofdstuk treden op 1 januari 2027 in werking.