Terug
Gepubliceerd op 02/04/2021

Besluit  Gemeenteraad

ma 29/03/2021 - 20:00

Algemene Bestuurlijke Politieverordening Klein-Brabant - Goedkeuring aanpassing

Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Hilde Van der Poorten, Alex Goethals, Ann-Marie Morel, Ronny Tourné, Raf De Blaiser, Peter Van Hoeymissen, Eddy Ceurstemont, Bart De Schutter, Peter Lemmens, Inge Faes, Jan Van Camp, Anne De Ron, Patrick Pauwels, Guido Cools, Lavinia De Maeyer, Sonja Van nimmen, Heiko Van Muylder, Willem Geeroms, Jef De Rop, Luk Ceurvelt, Sophie Van Praet, Els Knoops, Peggy Seeuws, Dany Saey, Raoul Paridaens
Verontschuldigd: Els De Smedt, Steven Prinsen
Aanleiding

De gemeenteraad van Puurs-Sint-Amands is bevoegd het vaststellen van de Algemene Bestuurlijke Politieverordening.

De Algemene Bestuurlijke Politieverordening Klein-Brabant, afgekort  “ABP Klein-Brabant” genoemd, wordt jaarlijks bijgestuurd.

Voor 2021 is een actualisatie van een aantal artikels noodzakelijk, meer bepaald  in het kader van de overdracht van het recyclagepark aan Ivarem is er een wijziging aan de artikels 36, 70, 94 en 101.De artikels 64 bis tem 64sexies worden opgeheven. De artikels 101bis en 101 dienen te worden ingevoegd.

Bijkomend wordt het woord ‘containerpark’  gewijzigd in ‘recyclagepark’ in alle artikels waarin dit woord voorkomt.

Juridische grond

Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving is van toepassing: 

Bevoegdheidsgrond 

  • Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40 en 41;

Toepasselijke regelgeving

  • Nieuwe Gemeentewet artikel 119, 119bis, 135§2 NGW.
  • Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
  • De omzendbrief van 22 juli 2014 waarbij uitleg verschaft wordt bij de nieuwe regelgeving aangaande de gemeentelijke administratieve sancties.
  • Het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen”, in het bijzonder te verwijzen naar artikel 3 §1 (definities).
  • Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams Reglement voor het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.
  • De gemeenten Puurs en Sint-Amands hebben zich aangesloten bij interlokale vereniging GASAM zoals goedgekeurd in de zitting van de gemeenteraad in 2008 en die aansluiting werd vernieuwd in zitting van 25 maart 2019 in het kader van de nieuwe fusiegemeente Puurs-Sint-Amands.
Feiten, context en argumentatie

De Algemene Bestuurlijke Politieverordening Klein-Brabant dient aangepast te worden in functie van een jaarlijkse actualisatie.

Hiervoor komt de stuurgroep samen om dit af te toetsen aan de wetgeving of op aangeven vanuit de vaststellingsbevoegdheid van PZ Klein-Brabant.

Er zijn een aantal noodzakelijke wijzigingen aan artikels in functie van de overdracht het recyclagepark  Lichterveld dat wordt overgedragen naar Ivarem. Deze wijzigingen treden in werking  op 01/05/2021.

De Bijzondere Bestuurlijke Politieverordening “containerpark Puurs” van 26 maart 2018 wordt volledig opgeheven met ingang van 1 mei 2021. Ivarem beschikt over een eigen huishoudelijk reglement.

Een voorbespreking hiervan is intussen ook door het college van Politiezone Klein-Brabant van 23/02/2021 gebeurd.

Aan de gemeenteraad wordt gevraagd onderstaande wijzigingen goed te keuren, welke zullen ingaan per 1 mei 2021 :

1)       In artikels 55, 56, 59, 63, 65, 67, 98, 99, 100 : “containerpark” is overal te vervangen door “recyclagepark’

2)       Wijziging artikels 36, 70, 94 en 101

-          Artikel 36

Enkele definities zijn te wijzigen:

huishoudelijke afvalstoffen: Dit verwijst nog naar het decreet van 2 juli 1981, dat intussen volledig vervangen werd door het “decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen”, in het bijzonder te verwijzen naar artikel 3 §1 (definities).

Ook het besluit van 5 december 2003 is vervallen en is te vervangen door het “besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams Reglement voor het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen”.

  •  afvalstoffen die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding, afvalstoffen die daarmee gelijkgesteld worden en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen, zoals gedefinieerd in artikel 3 § 1 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en in het besluit van de Vlaamse regering 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams Reglement voor het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen;

plasticflessen, metalenverpakking en drankkartons, hierna PMD-afval genaamd: alle verpakkingsafval van verbruikbare producten, bestemd voor de normale werking van huishoudens dat, wat plasticverpakking betreft, beantwoordt aan volgende modaliteiten: HDPE-, PET- en PVC flessen, -flacons en –bidons met een totaal inhoudsvermogen van maximum 8 liter, met uitzondering van plasticverpakking voor : pesticiden, herbiciden en onkruidverdelgers, motorolie, verfproducten, medicijnen en cosmetica, toxische producten, yoghurtbekers, botervlootjes, plastic zakken en folies;

  •   plastic verpakkingen, metalenverpakking en drankkartons, hierna PMD-afval genaamd: alle verpakkingsafval van verbruikbare producten, bestemd voor de normale werking van huishoudens dat, wat plasticverpakking betreft, beantwoordt aan volgende modaliteiten: HDPE-, PET- en PVC flessen, -flacons en –bidons met een totaal inhoudsvermogen van maximum 8 liter, met uitzondering van plasticverpakking voor : pesticiden, herbiciden en onkruidverdelgers, motorolie, verfproducten, medicijnen, toxische producten.

 -          Artikel 70 (aanvulling zie blauwe tekst) Het gewicht van het aangeboden huisvuil mag per recipiënt niet hoger zijn dan 12 kg (grote) en 8kg (kleine) vuilzak of het maximum gewicht zoals vermeld op de vuilzak.

Deze gewichtsbeperking geldt enkel indien het huisvuil in een vuilniszak wordt aangeboden en dus niet voor het huisvuil dat in containers wordt aangeboden. 

 -          Onderafdeling 7.3

De volledige tekst in de hoofding vervalt (beperking gemeenten).

De artikels van deze onderafdeling zijn enkel van toepassing in de gemeenten Bornem en Sint-Amands. Voor Puurs geldt de regeling vervat in de bijzondere politieverordening van 18 december 2008

-          Artikel 94

Te vervangen: Inwoners van de gemeente, kleinhandelaars die een verkooppunt hebben op het grondgebied van de gemeente en scholen, bewegingen en verenigingen die gevestigd zijn in de gemeente kunnen gebruik maken van alle IVAREM-containerparken overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling en het huishoudelijk reglement zoals goedgekeurd door de raad van bestuur van IVAREM.

Door:

§1 Inwoners van de gemeente, scholen, bewegingen en verenigingen die gevestigd zijn in de gemeente kunnen gebruik maken van alle Ivarem-recyclageparken overeenkomstig de bepalingen van dit reglement en het huishoudelijk reglement zoals goedgekeurd door de Raad van bestuur van Ivarem.

§2 Eigenaars van een tweede verblijf dat gevestigd is in de gemeente kunnen gebruik maken van alle Ivarem-recyclageparken overeenkomstig de bepalingen van dit reglement en het huishoudelijk reglement zoals goedgekeurd door de Raad van bestuur van Ivarem.

§3 Nabestaanden van overleden personen die woonachtig waren in de gemeente kunnen tot 12 maanden na het overlijden gebruik maken van alle Ivarem-recyclageparken overeenkomstig de bepalingen van dit reglement en het huishoudelijk reglement zoals goedgekeurd door de Raad van bestuur van Ivarem.

§4 De gemeentelijke diensten kunnen gebruik maken van het Ivarem-recyclagepark, gelegen op het grondgebied van de gemeente overeenkomstig de bepalingen van dit reglement en het huishoudelijk reglement zoals goedgekeurd door de Raad van bestuur van Ivarem.

§5 Kleinhandelaars kunnen met hun vergelijkbaar bedrijfsafval en gelijkaardig of bedrijfseigen afval terecht op de IVAREM KMO-parken overeenkomstig de bepalingen van dit reglement en het huishoudelijk reglement zoals goedgekeurd door de Raad van bestuur van Ivarem.

§6 Buiten de openingsuren is het recyclagepark niet toegankelijk voor personen vreemd aan de dienst.

§7 Het is de parkwachter toegestaan om de aanbieders van afvalstoffen buiten de omheining te laten wachten indien er zich reeds te veel personen of voertuigen op het recyclagepark bevinden in functie van een goede verkeersregeling op het recyclagepark.

§8 Het kga moet afzonderlijk aangeboden worden in een daarvoor geschikt recipiënt. De aanbieder overhandigt zelf het kga aan de parkwachter. Het aangeboden kga wordt zoveel mogelijk in de oorspronkelijke verpakking, inclusief buitenverpakking, aangeboden om de identificatie te vereenvoudigen. Indien nodig brengt de aanbieder zelf de aanduidingen aan over de aard, samenstelling en eventuele gevaren van het kga op de verpakking. De aanbieder dient alle nodige voorzorgsmaatregelen te treffen om het lekken en andere ongewenste effecten van het kga te voorkomen. Injectienaalden, bloedlancetten en pennaalden moeten aangeboden worden in een naaldcontainer. 

Artikel 101 krijgt volgende toevoegingen :

  • Het is verboden dieren te laten rondlopen op het recyclagepark.
  • Het is verboden om afvalstoffen te deponeren of achter te laten aan de toegangspoorten of de omheining van het recyclagepark.

3)       Artikels 64bis tem 64 sexies worden opgeheven :

Artikel 64bis. Dit artikel is enkel van toepassing in de deelgemeenten Sint-Amands, Oppuurs, Lippelo en de gemeente Bornem. Gemengde plastics worden om de 8 weken huis-aan-huis ingezameld langsheen de voor de ophaler toegankelijke straten, wegen en pleinen op de door het college van burgemeester en schepenen bepaalde dagen. De gemengde plastics worden ook ingezameld op de Ivarem-containerparken.

Artikel 64ter. Dit artikel is enkel van toepassing in de deelgemeenten Sint-Amands, Oppuurs, Lippelo en de gemeente Bornem. De gemengde plastics moeten aangeboden worden in een door de intercommunale Ivarem goedgekeurd recipiënt (roze zak).

Artikel 64quater. Dit artikel is enkel van toepassing in de deelgemeenten Sint-Amands, Oppuurs, Lippelo en de gemeente Bornem. Het recipiënt moet zorgvuldig gesloten worden. Het recipiënt mag noch scheuren, barsten (tenzij zorgvuldig met plakband hersteld) of lekken vertonen.

Artikel 64 quinquies. Dit artikel is enkel van toepassing in de deelgemeenten Sint-Amands, Oppuurs, Lippelo en de gemeente Bornem. Het gewicht van het aangeboden recipiënt mag niet hoger zijn dan 10kg.

 Artikel 64 sexies. Dit artikel is enkel van toepassing in de deelgemeenten Sint-Amands, Oppuurs, Lippelo en de gemeente Bornem. De gemengde plastics moeten gereinigd en gezuiverd zijn en moeten ontdaan zijn van alle onderdelen die geen plastic zijn.

4)       Invoeging van onderafdeling 7.3.1 Aanvoer en aanbieding van asbesthoudend materiaal

artikel 101ter. Hechtgebonden asbesthoudend materiaal mag enkel worden aangevoerd naar het containerpark indien het volledig is verpakt in transparante plastic folie of zakken. De bezoeker zal zich onthouden van elke handeling die kan leiden tot het verspreiden van asbesthoudende partikels

artikel 101bis. Hechtgebonden asbesthoudend materiaal mag enkel worden getransporteerd in open voertuigen of aanhangwagens indien het materiaal volledig verpakt is. De bestuurder van een voertuig dient alle maatregelen in acht te nemen om te vermijden dat asbesthoudend materiaal of stof in de omgeving terecht komt.

Publieke stemming
Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Hilde Van der Poorten, Alex Goethals, Ann-Marie Morel, Ronny Tourné, Raf De Blaiser, Peter Van Hoeymissen, Eddy Ceurstemont, Bart De Schutter, Peter Lemmens, Inge Faes, Jan Van Camp, Anne De Ron, Patrick Pauwels, Guido Cools, Lavinia De Maeyer, Sonja Van nimmen, Heiko Van Muylder, Willem Geeroms, Jef De Rop, Luk Ceurvelt, Sophie Van Praet, Els Knoops, Peggy Seeuws, Dany Saey, Raoul Paridaens
Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Hilde Van der Poorten, Alex Goethals, Ann-Marie Morel, Ronny Tourné, Raf De Blaiser, Peter Van Hoeymissen, Eddy Ceurstemont, Bart De Schutter, Inge Faes, Jan Van Camp, Anne De Ron, Patrick Pauwels, Guido Cools, Lavinia De Maeyer, Sonja Van nimmen, Heiko Van Muylder, Willem Geeroms, Jef De Rop, Luk Ceurvelt, Sophie Van Praet, Peggy Seeuws
Tegenstanders: Peter Lemmens, Dany Saey
Onthouders: Els Knoops
Resultaat: Met 24 stemmen voor, 2 stemmen tegen, 1 onthouding
Besluit

Artikel 1: De Bijzondere Bestuurlijke Politieverordening “containerpark Puurs”, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van Puurs van 26 maart 2018 wordt volledig opgeheven met ingang van 1 mei 2021. Ivarem beschikt over een eigen huishoudelijk reglement.

Artikel 2: De gemeenteraad keurt de onderstaande Algemene Bestuurlijke Politieverordening Klein-Brabant goed met ingang van 1 mei 2021:

Titel 1 – Algemene bepalingen.

Hoofdstuk 1. Toepassingsgebied.

artikel 1.                 Deze verordening behandelt materies die verband houden met de opdrachten van de gemeente, zoals bepaald in de gemeentewet en het gemeentedecreet. Het heeft als doel de inwoners te laten genieten van de voordelen van een goede politie en meer bepaald wat betreft het toezien op de netheid, de gezondheid, de veiligheid en de rust en het vermijden van openbare overlast in het openbaar.

artikel 2.                 Dit reglement is van toepassing op het grondgebied van de gemeenten Bornem, Puurs-Sint-Amands en op elke persoon die zich op het grondgebied bevindt, ongeacht zijn woonplaats of nationaliteit.

Hoofdstuk 2. Begrippen.

artikel 3.                 Voor de toepassing van onderhavig reglement, verstaat men onder “openbare ruimte”:

-          de openbare weg, met inbegrip van de bermen, voetpaden en de ruimten aangelegd als aanhorigheden van de verkeerswegen en voornamelijk bestemd voor het parkeren van voertuigen;

-          de groene ruimten, te weten de openbare plantsoenen, wandelplaatsen, parken, tuinen, pleinen, speelterreinen en alle stukken van de openbare ruimte buiten de rijbaan, die openstaan voor het verkeer van personen en in hoofdorde bestemd zijn voor wandelen en ontspanning.

De openbare weg is dat gedeelte van het gemeentelijke grondgebied dat in hoofdorde bestemd is voor het verkeer van personen of voertuigen en voor iedereen toegankelijk is binnen de bij wetten, besluiten en reglementen bepaalde perken. Het omvat tevens, binnen dezelfde perken van wetten en verordeningen, de installaties voor het vervoer en de bedeling van goederen, energie en signalen.

De berm is de ruimte of het gedeelte van de weg dat niet in de rijweg begrepen is.

Onder voetpad verstaat men de doorgaans ten opzichte van de rijweg verhoogde of gelijkgrondse berm, die langs de rooilijn gelegen is en voor de voetgangers bestemd is.

Onder een “voor het publiek toegankelijke plaats” verstaat men in onderhavig reglement elke plaats waar andere personen dan de beheerder en de personen die er werkzaam zijn toegang hebben ofwel omdat ze geacht worden gewoonlijk toegang te hebben tot die plaats, ofwel omdat ze er toegelaten zijn zonder individueel te zijn uitgenodigd.

Hoofdstuk 3. Precair en herroepbaar karakter van de vergunning en modaliteiten voor het gebruik ervan.

artikel 4.                 § 1. De in onderhavig reglement beoogde vergunningen worden precair en herroepbaar afgegeven, in de vorm van een persoonlijke en onoverdraagbare titel, die de gemeente niet aansprakelijk stelt behoudens in de wettelijk voorziene gevallen.

Ze kunnen op ieder moment opgeheven worden wanneer het algemene belang het vereist.

Ze kunnen ook geschorst of ingetrokken worden door het college van burgemeester en schepenen wanneer de houder een overtreding begaat tegen onderhavig reglement, overeenkomstig de bij artikel 45 van de wet van 24 juni 2013 voorziene procedure.

§ 2. De begunstigden moeten zich strikt houden aan de voorschriften van de vergunningsakte en erover waken dat diens voorwerp geen schade kan berokkenen aan anderen, noch de openbare veiligheid, rust of netheid en gezondheid in het gedrang kan brengen.

Behoudens in de wettelijke voorziene gevallen is de gemeente niet aansprakelijk voor de schade die kan voortvloeien uit de - al dan niet foutieve - uitoefening van de bij de vergunning beoogde activiteit.

§ 3. Wanneer de vergunningsakte betrekking heeft op:

- een activiteit of een evenement in een voor het publiek toegankelijke plaats, dan moet de akte zich op de plaats in kwestie bevinden;

- een activiteit in de openbare ruimte of een bezetting ervan, dan moet de begunstigde de akte bij zich hebben tijdens de activiteit of de bezetting.

In beide gevallen moet de akte getoond worden op politieverzoek, op straffe van administratieve geldboete van maximum 350 euro.

artikel 5.                 Wanneer de openbare veiligheid, netheid, gezondheid of rust in het gedrang komen door situaties waarvan de oorzaak bij privé-eigendommen ligt, kan de burgemeester de nodige besluiten nemen.

De eigenaars, huurders, bezetters of zij die er op een of andere manier verantwoordelijk voor zijn, moeten er zich naar schikken.

In geval van weigering of vertraging in de uitvoering van de bij voornoemde besluiten voorgeschreven maatregelen, alsook indien het onmogelijk is ze aan de betrokkenen te betekenen, kan de burgemeester er ambtshalve toe doen overgaan, op risico van de in gebreke blijvende partijen, die de kosten hoofdelijk moeten dragen.

Het niet naleven van de besluiten van de burgemeester kan bovendien bestraft worden met de in artikel 288 voorziene administratieve sancties.

artikel 6.                 De persoon die de voorschriften van de bepalingen van onderhavig reglement niet naleeft, is burgerlijk aansprakelijk voor de schade die daaruit kan voortvloeien.

De gemeente is niet aansprakelijk voor de schade die zou voortvloeien uit de niet-naleving door derden van de bij dit reglement voorgeschreven bepalingen.

Artikel 6/1. Ieder die zich in de openbare ruimte bevindt of in een voor het publiek toegankelijke plaats, moet zich onmiddellijk schikken naar de verzoeken of bevelen van de politie met het oog op:

-          de vrijwaring van de openbare veiligheid, rust, netheid of gezondheid;

-          de vereenvoudiging van de taken van de hulpdiensten en de bijstand aan personen in gevaar;

-          het doen naleven van de wetten, decreten, reglementen en besluiten.

Deze verplichting is tevens van toepassing op personen die zich in een privaat domein bevinden, wanneer de politie of een gemachtigde ambtenaar er is binnengegaan op verzoek van de bewoners of in geval van brand, overstroming of hulpoproep.

Artikel 6/2. Als de overtreder de zaken niet onmiddellijk in orde brengt, kan de gemeente zich het recht voorbehouden dat te doen op kosten en op risico van de overtreder.

Het stelsel van de administratieve sancties doet geen afbreuk aan de toepassing van een herstelretributie en/of aan het vorderen van de door het gemeentebestuur gemaakte kosten voor rekening van de overtreder.

Titel 2 – De openbare netheid en gezondheid.

Hoofdstuk 1. Netheid van de openbare ruimte.

Afdeling 1. Algemeen verbod op het bevuilen van de openbare ruimte.

artikel 7.                 Het is verboden ieder voorwerp of plaats in de openbare ruimte te bevuilen op gelijk welke manier (zoals o.a. het weggooien van verpakkingen van snoep, snacks, sigaretten, drank en andere versnaperingen, alsook allerlei papierafval, kauwgom, zakjes of sigarettenpeuken), door eigen toedoen of door toedoen van de personen, dieren of zaken waarop men toezicht of waarover men zeggenschap heeft. Met voorwerp of plaats wordt o.a. bedoeld:

  1. ieder voorwerp van algemeen nut of ieder voorwerp voor de versiering van de openbare ruimte;
  2. ieder onderdeel van het straatmeubilair;
  3. galerijen en doorgangen op private grond die voor het publiek toegankelijk zijn;
  4. openbare gebouwen en privé-eigendommen;
  5. voertuigen van derden.

Diegene die deze bepaling overtreedt moet de zaken onmiddellijk reinigen zoniet houdt de gemeente zich het recht voor het te doen op kosten en op risico van de overtreder, op basis van een daartoe toepasselijk retributiereglement.

Afdeling 2. Netheid van voetpaden en bermen en onderhoud van eigendommen.

artikel 8.                 De voetpaden en bermen van al dan niet bewoonde gebouwen dienen te worden onderhouden en proper te worden gehouden. Deze verplichtingen berusten:

  1. voor bewoonde gebouwen, op de bewoner en bij diens tekortkoming de eigenaar, de mede-eigenaars, vruchtgebruikers of de huurders van het gebouw of andere personen die belast zijn met het dagelijks onderhoud van de gebouwen;
  2. voor gebouwen zonder woonfunctie: op de conciërges, portiers, bewakers of de personen die belast zijn met het dagelijks onderhoud van de gebouwen en bij diens tekortkoming de eigenaar, de mede-eigenaars, vruchtgebruikers of de huurders van het gebouw of de personen die belast zijn met het dagelijks onderhoud van de gebouwen;
  3. voor leegstaande gebouwen of onbebouwde terreinen: op iedere houder van een reëel recht op het goed met name eigenaars, vruchtgebruikers, erfpachters, opstalhouders, titularis van een gebruiksrecht, recht van bewoning, erfdienstbaarheid of huurders;
  4. voor flatgebouwen, op de personen die speciaal belast zijn met het dagelijks onderhoud ervan of deze aangeduid door een binnenhuisreglement. Bij gebreke hiervan of indien deze persoon in gebreke blijft rust de verplichting op de bewoners van de gelijkvloerse verdieping en eerst op diegenen die aan de straatkant wonen. Indien er geen bewoners zijn op de gelijkvloerse verdieping valt de verplichting op de bewoners van de eerste verdieping, enzovoort.

Deze verplichtingen omvatten onder andere de verwijdering van onkruid en wilde begroeiing, vervuilende producten of materialen en het verwittigen van het gemeentebestuur van uit te voeren herstellingen.

Voetpaden en bermen mogen enkel schoongemaakt worden op de meest aangewezen tijdstippen om de veilige en gemakkelijke doorgang en de openbare rust niet in het gedrang te brengen.

In straten en pleinen waar geen voetpad is aangelegd, dienen de in dit artikel vermelde personen in de aldaar vermelde gevallen de verplichtingen opgenomen in dit artikel uit te voeren over een breedte van minimum 1 meter gemeten vanaf de gevel of vanaf de rooilijn.

Het schoonmaken van voetpaden en bermen is verboden bij vriesweer of wanneer deze pas hersteld of aangelegd zijn.

artikel 9.                 Langs landelijke wegen waar geen grachten voorkomen zijn de gebruikers en/of eigenaars van de landerijen palende aan de openbare weg ertoe gehouden bestendig een gelijkgrondse grasstrook van minstens 1,25 meter breed te laten groeien langsheen de rand van de rijbaan.

artikel 10.             De goede staat van onbebouwde terreinen, braakgronden en onbebouwde gedeelten van eigendommen moet op ieder moment verzekerd zijn, wat onder andere inhoudt dat erover dient gewaakt te worden dat de begroeiing noch de openbare eigendom noch de openbare veiligheid bedreigt.

Het is verboden vuilnis, puin of welke stoffen ook op de braakgronden neer te leggen of te bewaren.

Deze verplichting rust op de in vorig artikel vermelde personen.

Indien de verantwoordelijke de bepalingen van deze afdeling overtreedt heeft de gemeente het recht de nodige werken uit te voeren op kosten en risico van de overtreder, op basis van een daartoe toepasselijk retributiereglement.

Afdeling 3. Hondenpoep.

artikel 11.             De begeleiders van honden, met uitzondering van blinden en mindervaliden met geleidehond, zijn verplicht:

- te beletten dat hun hond de openbare ruimte bevuilt;

- behoudens in de hondentoiletten, de uitwerpselen van hun hond onmiddellijk te verwijderen.

De begeleiders, met uitzondering van blinden en mindervaliden met geleidehond, moeten steeds in het bezit zijn van een zakje voor het verwijderen van de uitwerpselen van hun dier. Het zakje moet ertoe geschikt zijn en gesloten kunnen worden. Het zakje dient op het eerste verzoek te worden getoond aan de politie of een beëdigde aangestelde van de gemeente.

Indien de overtreder de uitwerpselen niet verwijdert, worden de kosten voor het opruimen en reinigen door de gemeente aan de overtreder aangerekend, op basis van een daartoe toepasselijk retributiereglement.

De bepalingen van dit artikel ontslaan de aangelanden niet van hun verplichting inzake het onderhouden en proper houden van de voetpaden en bermen.

Afdeling 4. Wateroppervlakten, waterwegen, kanaliseringen, afvloeiingen.

artikel 12.             Het is verboden de leidingen bestemd voor de werking van fonteinen en de leidingen of afvoersloten voor de afvoer van regen- of afvalwater te versperren of er enig voorwerp in te gooien waardoor ze kunnen verstoppen.

artikel 13.             Behoudens vergunning is het verboden om de riolen in de openbare ruimte te ontstoppen, schoon te maken, te herstellen of er aansluitingen op aan te brengen.

Het verbod is niet van toepassing op de vrijmaking van kolken als de minste vertraging de aangrenzende eigendommen schade zou kunnen berokkenen en voor zover er niets wordt gedemonteerd of uitgegraven.

artikel 14.             Daarentegen zijn de eigenaars of gebruikers van een onroerend goed verplicht de voor of op hun gronden gelegen afvoersloten te (doen) ruimen of te (doen) herdelven en in het algemeen de voor de instandhouding ervan benodigde onderhoudwerken uit te (doen) voeren, wanneer dat voor de normale afvoer van het water noodzakelijk is.

artikel 15.             Het is verboden het ijs dat zich gevormd heeft op stilstaand water en waterwegen, riolen en rioolkolen te bevuilen door er gelijk welke voorwerpen of substanties op te werpen of te gieten.

artikel 16.             Het is tenzij ter plaatse anders vermeld verboden te baden in door het gemeentebestuur beheerde rivieren, kanalen, vijvers, bekkens, fonteinen gelegen in openbare ruimten of deze te bevuilen of er dieren in te laten baden of te wassen of er eender wat in onder te dompelen.

artikel 17.             Het is verboden de afval-, was- en huiswaters evenals het regenwater afkomstig van bebouwde eigendommen (ongeacht hun herkomst) in de openbare ruimte te doen afvloeien.

Indien de verantwoordelijke de bepalingen van deze afdeling overtreedt, heeft de gemeente de mogelijkheid de nodige werken uit te voeren op kosten en risico van de overtreder, op basis van een daartoe toepasselijk retributiereglement.

Afdeling 5. Aanplakking en graffiti.

Onderafdeling 1. Aanplakkingen

artikel 18.    Wordt verboden het aanbrengen van opschriften, affiches, beeld -en fotografische voorstellingen, vlugschriften en plakbriefjes op de openbare weg en op de bomen, aanplantingen, plakborden, voor -en zijgevels, muren, omheiningen, pijlers, palen, zuilen, bouwwerken, monumenten, verkeerstekens en andere langs de openbare weg of in de onmiddellijke nabijheid ervan liggende opstanden op andere plaatsen dan die welke door de gemeenteoverheid tot aanplakking zijn bestemd en desgevallend vooraf en schriftelijk werden vergund door de eigenaar of door de gebruiksgerechtigde.

Verder is het aanbrengen van publiciteit, van welke aard ook, onderworpen aan de voorschriften die hierna volgen.

Bovendien mogen publiciteitsborden slechts geplaatst worden na het bekomen van een schriftelijke toelating van het college van burgemeester en schepenen. In deze toelating kan dit college beperkende voorwaarden opleggen.

artikel 19.    Het aanbrengen van aanplakbiljetten van welke aard ook mag uitsluitend geschieden op de daartoe bestemde plaatsen, met uitzondering van de officiële en notariële aankondigingen die ook aan de betrokken eigendommen mogen aangeplakt worden. Het  college van burgemeester en schepenen, rekening houdend met de reglementering op affichage en publiciteit langs toeristische wegen en in landschappen, duidt de plaats aan op de gemeente-eigendommen voor het aanplakken. Het college kan ook toelating verlenen na schriftelijke aanvraag van de betrokken eigenaars voor het in gebruik nemen van private aanplakplaatsen.

artikel 20.    De regelmatig aangebrachte aanplakbiljetten moeten verwijderd worden binnen de acht dagen nadat de bestaansredenen van de aanplakbiljetten zijn verdwenen of hun termijn zijn verstreken.

artikel 21.    Ter gelegenheid van de Wetgevende, Provinciale en Gemeenteverkiezingen mag geen aanplakbrief, bericht of plakkaat, behoudens de verkiezingspropaganda, van welke aard ook, aangebracht worden op de aanplakborden die door het gemeentebestuur ter beschikking zijn gesteld voor gewone mededelingen. Vanaf de zaterdag voor de verkiezingen te 21 uur tot en met de zondag van de stemming om 15 uur, is het verboden om het even welke aanplakbrieven, berichten of plakkaten aan te brengen in de gemeente, behalve voor de dringende gevallen bij de wet geregeld.

artikel 22.    Het is verboden aan te plakken op plaatsen die door het gemeentebestuur voorbehouden werden voor het uithangen van officiële mededelingen.

artikel 23.    Worden gestraft :
Zij die wettig aangebrachte aanplakbiljetten kwaadwillig aftrekken, scheuren, overplakken of besmeuren.

artikel 24.    Publiciteitsinrichtingen of uithangborden die conform het besluit van de Vlaamse Regering van 14 april 2000 vrijgesteld zijn van een stedenbouwkundige vergunning mogen geen andere aanduidingen bevatten dan de naam van de uitbater of van de firma en de benaming van het product of van de bedrijvigheid waarvoor publiciteit wordt gemaakt, op voorwaarde dat de betrokkene of de firma ter plaatse zijn zetel heeft, of dat de handel of de bedrijvigheid er gevestigd is en mits de werken, handelingen en wijzigingen niet strijdig zijn met goedgekeurde niet vervallen verkavelingen, bijzondere plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen. Deze publiciteitsinrichtingen moeten gevestigd zijn op de zetel van de betrokkene.

Bij overtreding zal de aanbrenger van de aanplakkingen vooreerst als verdachte worden aangeduid. Is de aanbrenger niet gekend, dan zal de verantwoordelijke uitgever als verdachte worden weerhouden. Is er geen verantwoordelijke uitgever vermeld, dan is de organisator van de activiteit, waarvoor reclame wordt gemaakt, de verdachte.

Onderafdeling 2. Graffiti

artikel 25.             Kunnen gestraft worden met de respectievelijke straffen bepaald in het strafwetboek (art. 534 bis) of met een administratieve geldboete zij die zonder toestemming graffiti aanbrengen op roerende of onroerende goederen.

Afdeling 6. Onderhoud en schoonmaak van voertuigen.

artikel 26.             Het is verboden in de openbare ruimte het onderhoud, de smering, olieverversing of herstelling van voertuigen of stukken van deze voertuigen te doen, met uitzondering van het depanneren vlak na het zich voordoen van het defect voor zover het gaat om zeer beperkte interventies teneinde het voertuig in staat te stellen zijn weg voort te zetten of weggesleept te worden. Eventuele bevuiling van de openbare ruimte dient te worden weggewerkt.

Het wassen van voertuigen, met uitzondering van voertuigen voor het al dan niet bezoldigd goederenvervoer of gezamenlijke vervoer van personen, is toegelaten in de openbare ruimte op tijdstippen van de dag die het best verenigbaar zijn met de veilige en gemakkelijke doorgang en de openbare rust; het mag in geen geval tussen 22 uur en 7 uur gebeuren. Het wassen en schoonmaken mag bovendien enkel plaatshebben voor het gebouw waar de eigenaar of gebruiker van het voertuig woont of voor diens garage, of bij gebreke daaraan op een vrij toegankelijke publieke parking.

De producten en het gereedschap voor het herstellen of het wassen van het voertuig moeten zorgvuldig verzameld worden zodat de doorgang van de voetgangers en de weggebruikers niet wordt gehinderd.

Indien de verantwoordelijke de bepalingen van deze afdeling overtreedt heeft de gemeente het recht de nodige werken uit te voeren op kosten en risico van de overtreder, op basis van een daartoe toepasselijk retributiereglement.

Afdeling 7. Diverse bepalingen.

Onderafdeling 1. Netheid rond verkoopsinrichtingen.

artikel 27.             De verkopers van voedingsproducten die buiten de verkoopsinrichting worden verbruikt, dienen het nodige te doen opdat hun klanten de openbare ruimte rond hun handel niet vervuilen.

De verkopers van frieten of andere buiten de inrichting te verbruiken eetwaren evenals de houders van kramen op foren en markten, moeten hun inrichting voorzien van een duidelijk zichtbare en goed bereikbare afvalrecipiënt uit onbrandbaar materiaal bestemd voor papier en afval. Zij staan in voor het tijdig ledigen van de recipiënten. Zij moeten ervoor instaan dat in de onmiddellijke omgeving van hun voertuig, kraam of inrichting alle papier of om het even welk voorwerp, al dan niet door hun klanten op de grond gegooid, worden weggenomen.

Zij moeten ervoor zorgen dat hun toestellen geen overdreven reuk noch rook verspreiden die de voorbijgangers of bewoners van de buurt kunnen hinderen.

Diegene die deze bepaling overtreedt moet de zaken onmiddellijk reinigen zoniet houdt de gemeente zich het recht voor het te doen op kosten en op risico van de overtreder, op basis van een daartoe toepasselijk retributiereglement.

Onderafdeling 2. Netheid bij verdeling en verkoop in de openbare ruimte.

artikel 28.             De verdelers van kranten, publicaties, documenten, tekeningen, gravures, advertenties en andere drukwerken dienen wat er door het publiek op de grond wordt gegooid, op te rapen. Hetzelfde geldt voor de verdelers van reclameproducten allerhande (sampling). De verdeler of zijn helper, de verantwoordelijke uitgever en de organisator van de activiteit waarvoor reclame wordt gemaakt, worden hoofdelijk aansprakelijk gesteld.

Het is verboden voor omroepers, verkopers of verdelers van kranten, publicaties, documenten, tekeningen, gravures, advertenties en allerhande drukwerken:

-          deze op voertuigen te bevestigen, behoudens toelating van de burgemeester;

-          stapels kranten, documenten, enz. achter te laten op de drempel van deuren en vensterbanken van gebouwen of in de openbare ruimte.

Dit verbod geldt niet voor processen-verbaal en preventiedrukwerken van de politie en voor parkeerretributiebonnen of belastingbonnen.

Indien de overtreder van deze bepalingen geen vergunning heeft moet hij de zaken onmiddellijk reinigen of wegnemen, zo niet houdt de gemeente zich het recht voor het te doen op kosten en op risico van de overtreder op basis van een daartoe toepasselijk retributiereglement.

Onderafdeling 3. Urineren, achterlaten van uitwerpselen en spuwen.

artikel 29.             Het is verboden te urineren of uitwerpselen achter te laten in de openbare ruimte of in galerijen en passages op privé-gebied die voor het publiek toegankelijk zijn, elders dan in de daartoe bestemde plaatsen.

Het is verboden te spuwen op een openbare plaats of een voor het publiek toegankelijke plaats.

Diegene die deze bepaling overtreedt moet de zaken onmiddellijk reinigen zoniet houdt de gemeente zich het recht voor het te doen op kosten en op risico van de overtreder, op basis van een daartoe toepasselijk retributiereglement.

Onderafdeling 4. Voorzorgsmaatregelen bij het uitvoeren van werken.

artikel 30.             De werken die stof of afval op de omringende eigendommen of op de openbare weg kunnen verspreiden mogen slechts aangevat worden na het aanbrengen van ondoordringbare schermen.

De aannemers of personen, gelast met het vervoer van aarde, bouwmaterialen, afbraak- of andere materialen die de openbare weg kunnen bevuilen, moeten hun wagens zodanig afdekken dat niets van de lading op de openbare weg zou kunnen vallen.

De aannemers of verantwoordelijken zijn eveneens verplicht de openbare wegen gelegen in de omgeving van de werkplaatsen waar geladen en gelost wordt in staat van volledige zindelijkheid te houden.

Aan vrachtvervoer dat schade of bevuiling aan de openbare weg veroorzaakt kan een bepaalde reisweg worden opgelegd door de burgemeester.

De vervoerders blijven verantwoordelijk voor eventuele schade aan de weg en eveneens voor het reinigen ervan.

Diegene die deze bepaling overtreedt moet de zaken onmiddellijk reinigen zoniet houdt de gemeente zich het recht voor het te doen op kosten en op risico van de overtreder, op basis van een daartoe toepasselijk retributiereglement.

Onderafdeling 5. Bevuilen van personen.

artikel 31.             Het is verboden naar een persoon een zaak te werpen die de betrokkene kan vuil maken.

Onderafdeling 6. Verwijdering van afvalstoffen.

artikel 32.             Het gebruik van containers die door de gemeenteadministratie of met diens goedkeuring op de openbare ruimte worden geplaatst, is strikt voorbehouden aan de personen en voorwerpen die de gemeente heeft vastgesteld. Het is verboden er andere voorwerpen of afval in te deponeren.

artikel 33.             Afvalzakken mogen niet naast de daartoe voorziene container worden geplaatst.

Huishoudelijk afval mag niet in een publieke vuilnisbak of blikvanger worden gedeponeerd. In blikvangers mogen enkel drankverpakkingen gedeponeerd worden.

artikel 34.             De fysieke of rechtspersonen die een overeenkomst hebben afgesloten met een maatschappij voor de verwijdering van hun afval uitgezonderd huisvuil, moeten in die overeenkomst de dag en het tijdstip van de ophaling preciseren. Ze dienen er tevens over te waken dat de zakken of recipiënten met dit afval geen bron van hinder of vervuiling kunnen vormen en dat ze geen dieren kunnen aantrekken.

Het gemeentebestuur kan met het oog op de openbare veiligheid, rust, volksgezondheid, netheid en zindelijkheid de tijdstippen voor de plaatsing van de zakken of recipiënten met afval bepalen.

artikel 35.             Enkel een onderneming die volgens de reglementering ter zake daartoe erkend is, mag opdracht gegeven worden tot het ledigen van beerputten en septische putten, het vervoer en de verwijdering van hun inhoud.

Onderafdeling 7. Inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen

Onderafdeling 7.1: algemene bepalingen

artikel 36.             [1]Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

huishoudelijke afvalstoffen: afvalstoffen die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding, afvalstoffen die daarmee gelijkgesteld worden en met huishoudelijk afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen, zoals gedefinieerd in artikel 3 par 2, 1° van het decreet van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen, en in artikel 2.1.1 van het besluit van de Vlaamse regering van 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming- en beheer;

huishoudelijke afvalstoffen : afvalstoffen die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding, afvalstoffen die daarmee gelijkgesteld worden en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen, zoals gedefinieerd in artikel 3 § 1 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en in het besluit van de Vlaamse regering 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams Reglement voor het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen;

huisvuil: alle afvalstoffen die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en de gelijkgestelde afvalstoffen die in de voorgeschreven recipiënt voor de inzameling van huisvuil gedeponeerd worden, met uitzondering van afvalstoffen die selectief worden ingezameld;

met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen: bedrijfsafvalstoffen van vergelijkbare aard, samenstelling en hoeveelheid als huishoudelijke afvalstoffen en die ontstaan ten gevolge van activiteiten van een normale werking van een particuliere huishouding.

grofvuil: alle afvalstoffen die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en de gelijkgestelde afvalstoffen die omwille van de omvang, de aard en/of het gewicht niet in de recipiënt voor de inzameling van huisvuil kunnen gedeponeerd worden, met uitzondering van afvalstoffen die selectief worden ingezameld;

glas: hol glas (flessen en bokalen) dat ontstaat door de normale werking van een particuliere huishouding en de gelijkgestelde afvalstoffen met uitzondering van: gewapend glas, opaal glas, rookglas, spiegelglas, plexiglas, autoruiten, kristal, vuurvaste voorwerpen, gloeilampen, spaarlampen, TL-lampen, beeldbuizen, porselein en aardewerk;

papier en karton: alle kranten, reclamedrukwerk, tijdschriften, publicaties, schrijfpapier, kopieerpapier, computerpapier, boeken en papieren en kartonnen verpakkingen die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en de gelijkgestelde afvalstoffen, met uitzondering van geolied papier of karton, papier met een waslaag, carbonpapier, vervuild papier, vervuilde papieren en kartonnen verpakkingen, papieren voorwerpen waar kunststof of andere materialen in verwerkt zijn, kaarten met een magneetband, behangpapier, cementzakken, meststofzakken, sproeistofzakken;

plasticflessen, metalenverpakking en drankkartons, hierna PMD-afval genaamd: alle verpakkingsafval van verbruikbare producten, bestemd voor de normale werking van huishoudens dat, wat plasticverpakking betreft, beantwoordt aan volgende modaliteiten:

HDPE-, PET- en PVC flessen, -flacons en –bidons met een totaal inhoudsvermogen van maximum 8 liter, met uitzondering van plasticverpakking voor : pesticiden, herbiciden en onkruidverdelgers, motorolie, verfproducten, medicijnen en cosmetica, toxische producten, yoghurtbekers,  botervlootjes, plastic zakken en folies;

plastic verpakkingen, metalenverpakking en drankkartons, hierna PMD-afval genaamd: alle verpakkingsafval van verbruikbare producten, bestemd voor de normale werking van huishoudens dat, wat plasticverpakking betreft, beantwoordt aan volgende modaliteiten: HDPE-, PET- en PVC flessen, -flacons en –bidons met een totaal inhoudsvermogen van maximum 8 liter, met uitzondering van plasticverpakking voor : pesticiden, herbiciden en onkruidverdelgers, motorolie, verfproducten, medicijnen, toxische producten.

Gemengde plastics: alle gereinigde en zuivere (ontdaan van alle onderdelen die geen plastic zijn) voorwerpen uit plastic zoals blisters, folies, draagtassen, zakjes, kuipjes, vlootjes, potjes, kleerhangers, bloempotjes, speelgoed. De volgende afvalstoffen zijn niet toegelaten: PMD, PVC, rubber, schuimrubber, textiel, fleece, schoenen, leder, piepschuim, geplastificeerd papier, golfplaten, zilverkleurige folies (binnen- en buitenkant),…

groenafval: organisch composteerbaar afval van tuinen, perken, plantsoenen, parken en wegbermen, dat ontstaat door de normale werking van een particuliere huishouding en de gelijkgestelde afvalstoffen;

snoeiafval: de fractie van het groenafval, bestaande uit snoeihout met een diameter van maximum 15 centimeter, afkomstig van het snoeien van bomen, bomen en struiken;

Metalen: metalen voorwerpen die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en de gelijkgestelde afvalstoffen;

Klein Gevaarlijk Afval (KGA): de afvalstoffen opgesomd in artikel 5.5.2.1 van het besluit van de Vlaamse regering van 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en – beheer;

recyclagepark : inrichting die tot doel heeft de gescheiden inzameling van huishoudelijke en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen mogelijk te maken met het oog op maximaal hergebruik en recyclage van deze afvalstoffen

artikel 37.             De volgende huishoudelijke afvalstoffen mogen niet ter inzameling worden aangeboden:

gashouders en/of andere ontplofbare voorwerpen;

krengen van dieren;

slachtafval;

vloeibare afvalstoffen;

radio-actief afval;

voorwerpen of stoffen die kunnen verwonden of besmetten zonder beschermende verpakking;

bijtende stoffen.

artikel 38.             Het is eenieder verboden afvalstoffen die ter inzameling zijn aangeboden, mee te nemen zonder geldige vergunning of toelating daartoe door, al naargelang het geval, de gemeenteraad, het college van burgemeester en schepenen of de burgemeester.

artikel 39.             Met het oog op het thuiscomposteren is het toegestaan op eigen privé-terrein een stapelplaats aan te leggen voor het composteren van eigen GFT-afval van huishoudelijke oorsprong, mits deze stapelplaats geen hinder teweegbrengt voor buurtbewoners.

artikel 40.             De huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden zoals bepaald in deze afdeling. Huishoudelijke afvalstoffen die worden aangeboden op een wijze die niet voldoet aan de voorwaarden van deze afdeling, worden niet aanvaard. De aanbieder moet voor het einde van de dag van de inzameling deze niet aanvaarde afvalstoffen van de openbare weg verwijderen.

artikel 41.             Behoudens de in deze afdeling vastgestelde uitzonderingen, mogen de huishoudelijke afvalstoffen vanaf 19 uur daags voor de dag der inzameling ter aanbieding buiten worden geplaatst.

artikel 42.             De huishoudelijke afvalstoffen moeten middels de voorgeschreven recipiënt of wijze ter hoogte van het perceel waar de aanbieder gevestigd is, aangeboden worden aan de rand van de openbare weg, zonder evenwel het verkeer van voertuigen, fietsers en voetgangers te hinderen. De aanbieder die gevestigd is op een perceel dat niet aan de openbare weg grenst, moet de recipiënt plaatsen op de dichtst bij zijn perceel grenzende openbare weg, die toegankelijk is voor een normaal inzamelvoertuig.

artikel 43.             Indien op éénzelfde dag meerdere inzamelingen plaatsvinden, moeten de diverse fracties huishoudelijke afvalstoffen duidelijk gescheiden ter inzameling aangeboden worden overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling.

artikel 44.             Men blijft verantwoordelijk voor de plaatsing en inhoud van het vuilnis tot dit door de ophaaldiensten verwijderd is. Eventueel gemorst afval moet door de aanbieder terug verwijderd worden.

artikel 45.             Met uitzondering van het daartoe bevoegd personeel, is het eenieder verboden de langs de weg staande recipiënten te openen, geheel of gedeeltelijk te ledigen en/of te doorzoeken. Het is verboden langs de openbare weg staande recipiënten omver te werpen. Het is tevens verboden om afvalstoffen zonder toestemming in andermans recipiënten te plaatsen of te werpen.

artikel 46.             Het is verboden in de op openbare plaatsen beschikbare recipiënten andere afvalstoffen te deponeren of te werpen dan waarvoor deze bestemd zijn.

artikel 47.             Organisatoren van een evenement dat op het grondgebied van de gemeente plaatsvindt, moeten, desgevallend in samenspraak met de gemeente, de nodige acties ondernemen om afval te voorkomen en selectief in te zamelen en moeten op verzoek van het college een afvalplan voorleggen waarin beschreven wordt hoe afval zal voorkomen, geselecteerd en verwijderd worden.

artikel 48.             Organisatoren van en deelnemers aan evenementen moeten de afvalstoffen die van deze activiteiten afkomstig zijn, opruimen of laten opruimen overeenkomstig de richtlijnen van het gemeentebestuur.

artikel 49.             Marktkramers, standwerkers en andere ambulante handelaars moeten, desgevallend in samenspraak met de gemeente, de nodige acties ondernemen om afval te voorkomen en selectief in te zamelen.

artikel 50.             Het is marktkramers, standwerkers en andere ambulante handelaars verboden afval, afkomstig van hun handelsactiviteiten, achter te laten op de openbare weg.

artikel 51.             Reclamedrukwerk, gratis regionale pers, dag- en weekbladen en briefwisseling mogen uitsluitend gedeponeerd worden in een brievenbus. Hierbij dient erop toegezien te worden dat de voormelde documenten op een degelijke wijze in de brievenbus gedeponeerd worden, zodat deze niet kunnen verspreid worden op de openbare weg. Het is verboden reclamedrukwerk, gratis regionale pers, dag- en weekbladen te bedelen in leegstaande panden.

artikel 52.             Het is verboden reclamedrukwerk en/of gratis regionale pers te bedelen in brievenbussen die voorzien zijn van een zelfklever of aanduiding waarop gevraagd wordt dit niet te doen.

Onderafdeling 7.2 inzameling van afvalstoffen

Onderafdeling 7.2 a: inzameling

artikel 53.             Het college van burgemeesters en schepenen bepaalt de dagen en uren en de wijze waarop in de diverse straten het gewone huisvuil, het grof vuil en de selectieve afvalstoffen opgehaald worden en kan eventueel (andere) recipiënten voorschrijven.

Het huis-aan-huis inzamelen van afvalstoffen is verboden zonder toelating van het gemeentebestuur.

artikel 54.             Het college van burgemeester en schepenen kan ten behoeve van selectieve inzameling of verwerking bijkomend bepaalde afvalstoffen uit de gewone of grofvuilophalingen weren en de inzamelwijze bepalen of wijzigen.

artikel 55.             Het is verboden voor de verwijdering van het huisvuil gebruik te maken van een recyclagepark.

artikel 56.             Het grofvuil wordt ingezameld op het recyclagepark en wordt eveneens op aanvraag aan huis opgehaald.

artikel 57.             Dit artikel is enkel van toepassing in de gemeente Puurs-Sint-Amands:

Grofvuil omvat alle brandbare fracties die niet toegelaten zijn in de gewone huisvuilinzameling of in de selectieve straatinzamelingen, met uitzondering van:

-           alles wat past in het formaat van een gewone huisvuilzak;

-           vloeibare producten, stenig bouwafval en aarde, autobanden en voertuigschroot, ramen met glas, boomstronken;

-           producten die gevaarlijk zijn bij de verwerking (gasflessen, krengen, eternit, ...);

-           afgedankte elektrische en elektronische toestellen (AEEA).

Voor niet-toegelaten fracties kan men zich eventueel wenden tot het containerpark, binnen het kader van de aldaar toegelaten fracties.

artikel 58.             Opgeheven.

artikel 59.             Hol glas wordt gedeponeerd in de daartoe door de gemeente voorziene glascontainers. Hol en vlak glas worden ook ingezameld op de recyclageparken.

artikel 60.             Het deponeren in glascontainers van andere afvalstoffen dan hol glas is verboden.

artikel 61.             Het achterlaten van afvalstoffen naast en in de omgeving van een glascontainer is verboden.

artikel 62.             Het is verboden glas in een glascontainer te deponeren tussen 22 uur en 07 uur.

artikel 63.             Papier en karton worden minstens éénmaal per 4 weken huis-aan-huis ingezameld langsheen de voor de ophaler toegankelijke straten, wegen en pleinen op de door het college van burgemeester en schepenen vastgestelde tijdstippen. Papier en karton worden ook ingezameld op de recyclageparken.

artikel 64.             Het PMD-afval wordt minimum eenmaal per twee weken huis-aan-huis ingezameld langsheen de voor de ophaler toegankelijke straten, wegen en pleinen op de door het college van burgemeester en schepenen bepaalde dagen. Het PMD-afval wordt ook ingezameld op de recyclageparken.

Artikel 64bis. [2]Opgeheven. Dit artikel is enkel van toepassing in de deelgemeenten Sint-Amands, Oppuurs, Lippelo en de gemeente Bornem.

Gemengde plastics worden om de 8 weken huis-aan-huis ingezameld langsheen de voor de ophaler toegankelijke straten, wegen en pleinen op de door het college van burgemeester en schepenen bepaalde dagen. De gemengde plastics worden ook ingezameld op de Ivarem-containerparken.

Artikel 64ter. [3]OpgehevenDit artikel is enkel van toepassing in de deelgemeenten Sint-Amands, Oppuurs, Lippelo en de gemeente Bornem.

De gemengde plastics moeten aangeboden worden in een door de intercommunale Ivarem goedgekeurd recipiënt (roze zak).

Artikel 64quater.[4] Opgeheven Dit artikel is enkel van toepassing in de deelgemeenten Sint-Amands, Oppuurs, Lippelo en de gemeente Bornem.

Het recipiënt moet zorgvuldig gesloten worden. Het recipiënt mag noch scheuren, barsten (tenzij zorgvuldig met plakband hersteld) of lekken vertonen.

Artikel 64 quinquies. [5]Opgeheven.Dit artikel is enkel van toepassing in de deelgemeenten Sint-Amands, Oppuurs, Lippelo en de gemeente Bornem.

Het gewicht van het aangeboden recipiënt mag niet hoger zijn dan 10kg.

Artikel 64 sexies. [6]Opgeheven Dit artikel is enkel van toepassing in de deelgemeenten Sint-Amands, Oppuurs, Lippelo en de gemeente Bornem.

De gemengde plastics moeten gereinigd en gezuiverd zijn en moeten ontdaan zijn van alle onderdelen die geen plastic zijn.

 

artikel 65.             Groenafval wordt ingezameld op de recyclageparken.

artikel 66.             Snoeiafval wordt op aanvraag ingezameld langsheen de voor de ophaler toegankelijke straten, wegen en pleinen.

artikel 67.             KGA wordt ingezameld op de recyclageparken.

Onderafdeling 7.2 b: wijze van aanbieding

artikel 68.             Het huisvuil moet aangeboden worden in een door de gemeente goedgekeurd recipiënt. Bij gebruik van een container dient deze na lediging onmiddellijk van de openbare weg verwijderd te worden. Zij die aan dit voorschrift niet kunnen voldoen, zijn verplicht om vuilniszakken te gebruiken.

artikel 69.             De recipiënt moet zorgvuldig gesloten worden. De recipiënt mag noch scheuren, barsten of lekken vertonen.

artikel 70.             [7]Het gewicht van het aangeboden huisvuil mag per recipiënt niet hoger zijn dan 12 kg (grote) en 8kg (kleine) vuilzak of het maximum gewicht zoals vermeld op de vuilzak. Deze gewichtsbeperking geldt enkel indien het huisvuil in een vuilniszak wordt aangeboden en dus niet voor het huisvuil dat in containers wordt aangeboden.

artikel 71.             Het grofvuil mag zowel per voorwerp als verpakt of samengebundeld worden aangeboden.

artikel 72.             Het gewicht van het afzonderlijk voorwerp of het verpakt of samengebonden grofvuil mag niet hoger zijn dan 50 kg.

artikel 73.             Het totale volume dat ter inzameling wordt aangeboden mag niet meer dan 4 m³ bedragen.

artikel 74.             Hol glas moet afhankelijk van de kleur in de daartoe voorziene glascontainer worden gedeponeerd.

artikel 75.             Het hol glas moet ontdaan zijn van deksels, kurken en stoppen.

artikel 76.             Het hol glas moet leeg en gereinigd zijn.

artikel 77.             Het papier en karton moet gebundeld met een stevig natuurtouw of in een stevige kartonnen verpakking of papieren zak, aangeboden worden. Er dient te allen tijde voor gezorgd worden dat het aangeboden papier en karton niet kan wegwaaien en dat het door de ophalers voldoende vlot en op een nette manier kan opgehaald worden.

artikel 78.             Het gewicht van de bundel, de kartonnen verpakking of papieren zak mag niet hoger zijn dan 15 kg.

artikel 79.             Het PMD-afval moet aangeboden worden in een goedgekeurd recipiënt.

artikel 80.             De recipiënt moet zorgvuldig gesloten worden. De recipiënt mag noch scheuren, barsten of lekken vertonen.

artikel 81.             Het gewicht van de aangeboden recipiënt mag niet hoger zijn dan 15 kg.

artikel 82.             Het PMD-afval moet leeg en gereinigd zijn.

artikel 83.             Het snoeiafval dient samengebonden met een natuurtouw te worden aangeboden. Bij de aanbieding mag geen gebruik gemaakt worden van dozen of zakken.

artikel 84.             Het gewicht van het snoeiafval mag per pak niet hoger zijn dan 20 kg.

artikel 85.             De lengte, breedte en hoogte van het snoeiafval mag niet meer zijn dan 2 meter. De diameter van het snoeihout mag niet meer zijn dan 15 cm. Er mogen geen stronken worden aangeboden en geen haagscheersel.

artikel 86.             Het totale volume van het snoeiafval dat ter inzameling wordt aangeboden mag niet meer bedragen dan 4m³.

artikel 87.             Het KGA moet, tenzij het fysisch onmogelijk of niet aangewezen is, afzonderlijk van andere afvalstoffen aangeboden worden in de milieubox die door het Vlaamse gewest ter beschikking is gesteld.

artikel 88.             KGA mag niet ter aanbieding buiten geplaatst worden.

artikel 89.             Het KGA wordt, zo mogelijk, in de oorspronkelijke verpakking, inclusief buitenverpakking, aangeboden om de identificatie van het KGA te vereenvoudigen. Zo nodig, brengt de aanbieder van het KGA zelf aanduidingen over de aard, de samenstelling en de eventuele gevaren van het KGA aan op de verpakking.

artikel 90.             KGA van verschillende aard of samenstelling mag niet worden samengevoegd.

artikel 91.             De aanbieder dient alle nodige voorzorgsmaatregelen te treffen om het lekken en andere ongewenste effecten van het KGA te voorkomen.

artikel 92.             Het KGA dat wordt aangeboden, mag uitsluitend door de ophaler in de gepaste sorteer- of opslagrecipiënten gedeponeerd worden.

artikel 93.             Ieder gezin ontvangt zolang de voorraad strekt eenmalig en gratis een milieubox voor de inzameling van klein gevaarlijk afval (KGA-box). Deze box mag enkel gebruikt  worden voor het selectief bewaren en KGA-stoffen. Bij verhuis of  overlijden wordt de box terug ingeleverd bij het gemeentebestuur, of wordt de  overdracht aan de nieuwe bewoner bevestigd bij het gemeentebestuur.

Onderafdeling 7.3 het recyclagepark[8]

De artikels van deze onderafdeling zijn enkel van toepassing in de gemeenten Bornem en het containerpark Hemelrijken. Voor het containeragepark Lichterveld geldt de regeling vervat in de bijzondere politieverordening van 26 maart 2018.

artikel 94.             Inwoners van de gemeente, kleinhandelaars die een verkooppunt hebben op het grondgebied van de gemeente en scholen, bewegingen en verenigingen die gevestigd zijn in de gemeente kunnen gebruik maken van alle IVAREM-containerparken overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling en het huishoudelijk reglement zoals goedgekeurd door de raad van bestuur van IVAREM.

§1 Inwoners van de gemeente, scholen, bewegingen en verenigingen die gevestigd zijn in de gemeente kunnen gebruik maken van alle Ivarem-recyclageparken overeenkomstig de bepalingen van dit reglement en het huishoudelijk reglement zoals goedgekeurd door de Raad van bestuur van Ivarem.

§2 Eigenaars van een tweede verblijf dat gevestigd is in de gemeente kunnen gebruik maken van alle Ivarem-recyclageparken overeenkomstig de bepalingen van dit reglement en het huishoudelijk reglement zoals goedgekeurd door de Raad van bestuur van Ivarem.

§3 Nabestaanden van overleden personen die woonachtig waren in de gemeente kunnen tot 12 maanden na het overlijden gebruik maken van alle Ivarem-recyclageparken overeenkomstig de bepalingen van dit reglement en het huishoudelijk reglement zoals goedgekeurd door de Raad van bestuur van Ivarem.

§4 De gemeentelijke diensten kunnen gebruik maken van het Ivarem-recyclagepark, gelegen op het grondgebied van de gemeente overeenkomstig de bepalingen van dit reglement en het huishoudelijk reglement zoals goedgekeurd door de Raad van bestuur van Ivarem.

§5 Kleinhandelaars kunnen met hun vergelijkbaar bedrijfsafval en gelijkaardig of bedrijfseigen afval terecht op de IVAREM KMO-parken overeenkomstig de bepalingen van dit reglement en het huishoudelijk reglement zoals goedgekeurd door de Raad van bestuur van Ivarem.

§6 Buiten de openingsuren is het recyclagepark niet toegankelijk voor personen vreemd aan de dienst.

§7 Het is de parkwachter toegestaan om de aanbieders van afvalstoffen buiten de omheining te laten wachten indien er zich reeds te veel personen of voertuigen op het recyclagepark bevinden in functie van een goede verkeersregeling op het recyclagepark.

§8 Het kga moet afzonderlijk aangeboden worden in een daarvoor geschikt recipiënt. De aanbieder overhandigt zelf het kga aan de parkwachter. Het aangeboden kga wordt zoveel mogelijk in de oorspronkelijke verpakking, inclusief buitenverpakking, aangeboden om de identificatie te vereenvoudigen. Indien nodig brengt de aanbieder zelf de aanduidingen aan over de aard, samenstelling en eventuele gevaren van het kga op de verpakking. De aanbieder dient alle nodige voorzorgsmaatregelen te treffen om het lekken en andere ongewenste effecten van het kga te voorkomen. Injectienaalden, bloedlancetten en pennaalden moeten aangeboden worden in een naaldcontainer.

artikel 95.             De afvalstoffen mogen slechts na goedkeuring door de aanwezige parkopzichter in de daartoe bestemde container, recipiënt of opslagruimte gedeponeerd worden.

artikel 96.             De afvalstoffen moeten gesorteerd worden aangeboden.

artikel 97.             De motor van het voertuig moet bij het uitladen van de gesorteerde afvalstoffen stilgelegd worden.

artikel 98.             De gebruikers van het recyclagepark moeten de terreinen waarop de containers, recipiënten en opslagruimten gevestigd zijn, rein houden. In voorkomend geval dienen zij het door hen bevuilde terrein te reinigen.

artikel 99.             De bezoekers van het recyclagepark moeten in alle omstandigheden de richtlijnen van de parkopzichter opvolgen.

artikel 100.         De parkopzichter of IVAREM kan de bezoekers die handelen op een wijze die niet overeenstemt met deze afdeling, het huishoudelijke reglement of de richtlijnen van de parkopzichter, de toegang tot het recyclagepark ontzeggen.

artikel 101.         [9] Het  is verboden:

- afval over de omheining van het recyclagepark te gooien;

- te roken buiten de daarvoor bestemde zone of op enigerlei wijze vuur te maken op het recyclagepark;

- de omheining, containers, recipiënten, opslagruimten, gebouwen, beplantingen en uitrusting van het recyclagepark te beschadigen;

- materialen of afvalstoffen uit de containers, recipiënten of opslagruimten te halen;

- materialen of afvalstoffen mee te nemen, uitgezonderd structuurmateriaal voor thuiscomposteren en tegen betaling compost.

-          Het is verboden dieren te laten rondlopen op het recyclagepark.

-          Het is verboden om afvalstoffen te deponeren of achter te laten aan de toegangspoorten of de omheining van het recyclagepark.

Onderafdeling 7.3.1 Aanvoer en aanbieding van asbesthoudend materiaal

artikel 101bis. [10]Hechtgebonden asbesthoudend materiaal mag enkel worden getransporteerd in open voertuigen of aanhangwagens indien het materiaal volledig verpakt is. De bestuurder van een voertuig dient alle maatregelen in acht te nemen om te vermijden dat asbesthoudend materiaal of stof in de omgeving terecht komt.

artikel 101ter. [11]Hechtgebonden asbesthoudend materiaal mag enkel worden aangevoerd naar het recyclagepark indien het volledig is verpakt in transparante plastic folie of zakken. De bezoeker zal zich onthouden van elke handeling die kan leiden tot het verspreiden van asbesthoudende partikels.

Onderafdeling 7.4 slotbepalingen

artikel 102.         De gemeente duidt de gemeentelijke ambtenaren aan die bevoegd zijn om:

de langs de weg staande recipiënten te openen, geheel of gedeeltelijk te ledigen en/of te doorzoeken;

de diverse fracties huishoudelijke afvalstoffen die ter inzameling worden aangeboden, te controleren;

het afval dat werd achtergelaten, opgeslagen of gestort op openbare en private wegen, plaatsen en terreinen op een wijze die niet overeenstemt met de afdeling en andere wettelijke bepalingen, te onderzoeken teneinde de identiteit van de overtreder vast te stellen.

artikel 103.         Onverminderd de bevoegdheden van de ambtenaren, bedoeld in artikel 102 wordt het toezicht op de aanbieding van huishoudelijke afvalstoffen uitgevoerd door de ophaler van de afvalstoffen die over een geldige vergunning of toelating beschikt. De ophaler heeft de bevoegdheid de inhoud van de recipiënt te controleren.

Diegene die een inbreuk pleegt op deze afdeling, moet in voorkomend geval bovendien de zaken onmiddellijk reinigen zoniet houdt de gemeente zich het recht voor het te doen op kosten en op risico van de overtreder, op basis van een daartoe toepasselijk retributiereglement.

Hoofdstuk 2. Openbare gezondheid.

Afdeling 1. Gezondheid van de woningen en hun omgeving.

Onderafdeling 1. Reinheid van de huizen, binnenplaatsen en gemeenschappelijke gangen.

artikel 104.         Het is verboden binnen de huizen, binnenplaatsen en gemeenschappelijke gangen vuil, water, urine, keukenafval en in het algemeen alle stoffen die van aard zijn ongezonde of stinkende uitwasemingen voort te brengen, te bewaren of op te hopen.

Iedere eigenaar of huurder moet de wc’s, de vuilniskokers, alsook alle andere inrichtingen die daarmee verband houden, in volmaakte staat van zindelijkheid houden. De beerputten moeten tijdig worden geledigd.

In geval van ondergelopen kelders zijn de bewoners verplicht het water, modder en klei eruit te verwijderen.

Indien er besmettelijke ziekten uitbreken of dreigen, zelfs in afzonderlijke gevallen, en de onreinheid van de woning(en) een oorzaak tot verspreiding van de kwalen kan vormen, moeten de eigenaars, huurders of bewoners alle lokalen in een behoorlijke staat van reinheid brengen en ontsmetten.

 In de gedeelten van de gemeente waar geen rioleringsnet bestaat, gelden de bepalingen van de Vlaremwetgeving.

Indien de verantwoordelijke de bepalingen van deze onderafdeling overtreedt heeft de gemeente het recht de nodige werken uit te voeren op kosten en risico van de overtreder, op basis van een daartoe toepasselijk retributiereglement.

Onderafdeling 2. Leegstaande woningen

artikel 105.         De eigenaar van een niet-bewoond of niet-gebruikt gebouw is verplicht het op een zodanige wijze af te sluiten dat iedere toegangsmogelijkheid, zonder inbraak, onmogelijk wordt.

Tevens dienen in deze gebouwen de gepaste maatregelen te worden genomen om de toegang voor huis- en knaagdieren, in het wild levende dieren en voor vogels via vensters, ramen, deuren, keldergaten en riolen te voorkomen.

Indien de verantwoordelijke de bepalingen van deze onderafdeling overtreedt heeft de gemeente het recht de nodige werken uit te voeren op kosten en risico van de overtreder, op basis van een daartoe toepasselijk retributiereglement.

Afdeling 2. Ongezonde woningen.

artikel 106.         Wanneer de burgemeester kennis krijgt van het bestaan van ongezonde woningen zal hij, onverminderd het desnoods doen uitvoeren van urgente maatregelen, één of meer deskundigen met een onderzoek gelasten.

De eigenaars en de bewoners zijn verplicht dit onderzoek mogelijk te maken.

artikel 107.         Op grond van de feitelijke vaststellingen, die besproken worden met de eigenaars en bewoners, beslist de burgemeester welke herstellings- of saneringsmaatregelen dienen te worden uitgevoerd en bepaalt hij de uitvoeringstermijn.

Desnoods beveelt de burgemeester de ontruiming tot de bevolen maatregelen zijn uitgevoerd.

Het besluit van de burgemeester wordt aan de belanghebbenden bij aangetekende brief, bij afgifte tegen ontvangstbewijs door toedoen van de politie of eventueel bij deurwaardersexploot betekend.

artikel 108.         Indien bij het verstrijken van de vastgestelde termijn de voorgeschreven maatregelen niet zijn uitgevoerd, zal de burgemeester na het horen van de eigenaars en bewoners de woningen onbewoonbaar verklaren of, indien nodig, de bevolen maatregelen ambtshalve op kosten van de eigenaars doen uitvoeren.

artikel 109.         Indien uit het onderzoek blijkt dat het onverbeterbare woningen betreft zal de burgemeester na het horen van de eigenaars en bewoners deze woningen definitief onbewoonbaar verklaren.

artikel 110.         Het besluit van de burgemeester tot onbewoonbaarverklaring wordt aan de eigenaar en aan de bewoners betekend op één van de bij art. 109 bepaalde wijzen.

Het besluit wordt tevens aan de woning op een goed zichtbare en van op de openbare weg leesbare plaats aangeplakt.

artikel 111.         De onbewoonbaar verklaarde woningen dienen te worden ontruimd, hetzij onmiddellijk, hetzij voor de bij het besluit van de burgemeester bepaalde datum.

Indien nodig, zullen de bewoners met dwangmiddelen worden uitgedreven.

artikel 112.         Na de ontruiming mogen de woningen niet meer worden bewoond als eigenaar, huurder, vruchtgebruik of houder van enig ander recht.

Bovendien kan de burgemeester elk ander gebruik van of van de toegang tot de woning verbieden.

Hij kan de woning doen verzegelen.

De burgemeester kan beslissen dat de woning wordt gesloopt. 

Indien de verantwoordelijke de bepalingen van deze afdeling overtreedt heeft de gemeente het recht de nodige werken uit te voeren op kosten en risico van de overtreder, op basis van een daartoe toepasselijk retributiereglement.

Afdeling 3. Dieren.

Onderafdeling 1. Slachten van dieren.

artikel 113.         Voor zover het vlees uitsluitend bestemd is om te voorzien in de behoeften van de eigenaar en zijn gezin, is het slachten van gevogelte, klein gekweekt wild of konijnen, elders dan in een slachthuis, toegelaten.

Het is verboden schapen, geiten, varkens of groot wild te slachten, tenzij met schriftelijke en voorafgaande toelating van de burgemeester.

Rituele slachtingen thuis zijn te allen tijde verboden.

Onderafdeling 2. Strijd tegen schadelijke dieren.

artikel 114.         Het is verboden in de openbare ruimte dieren bij zich te hebben waarvan de gezondheidstoestand de openbare gezondheid in het gedrang zou kunnen brengen.

artikel 115.         Uitgezonderd de door de burgemeester afgeleverde toelatingen is het verboden in de openbare ruimte en op openbare plaatsen zoals openbare parken en openbare tuinen eender welke materie voor de voeding van dieren (bijv. katten, duiven) achter te laten, te deponeren of te werpen, met uitzondering van voedsel voor vogels bij vriesweer.

De eigenaars, beheerders, huurders of gebruikers van gebouwen zijn verplicht maatregelen te treffen om het nesten van verwilderde duiven en katten te verhinderen, alsook bevuilde gebouwen te doen schoonmaken en ontsmetten.

Onderafdeling 3. Houden van landbouwhuisdieren.

artikel 116.         Onverminderd de regelgeving op de gevaarlijke, ongezonde en hinderlijke bedrijven, is het verboden landbouwhuisdieren langer dan 24 uur te houden:

a) in gebouwen, tuinen en op koeren die palen aan een ander, voor bewoning dienend gebouw;

b) indien daarvoor niet kan beschikt worden over een open ruimte van ten minste 100 m² per dier.

Onder landbouwhuisdieren worden verstaan: paarden, ezels, muilezels, muildieren, runderen, schapen, geiten en varkens.

Onderafdeling 4. Visverbod.

artikel 117.         Het is verboden te vissen in de door het gemeentebestuur beheerde oppervlaktewateren van de openbare ruimte zonder toelating.

Afdeling 4. Geurhinder

Onderafdeling 1. Vuur

artikel 118.          Het is verboden zonder voorafgaandelijke en schriftelijke toelating van de burgemeester vuur te maken in de openbare ruimte en dit al dan niet in vuurkorven, Het oplaten van onbemande (wens)ballonnen die gebruik maken van een permanente open vlam is niet toegelaten. Voor het organiseren van een kerstboomverbranding is een voorafgaande en schriftelijke toelating vereist van de burgemeester.

artikel 118 bis. Het aanleggen van een open vuur op private gronden moet steeds onder toezicht verlopen en het moet degelijk gedoofd worden bij het verlaten van het terrein. Het is niet toegelaten een open vuur te maken tussen 22.00 u en 7.00 u.

Onderafdeling 2. Geurhinder en luchtverontreiniging

artikel 119.         Het is verboden rook, roet, stof of geuren voort te brengen die de buren kunnen hinderen of de lucht kunnen verontreinigen. Indien men activiteiten uitvoert waarbij rook, stof, geuren, dampen, giftige of bijtende gassen die buren kunnen hinderen of de lucht kunnen verontreinigen ontstaan, is men ertoe gehouden alle mogelijke maatregelen te treffen om de hinder naar de omwonenden te vermijden of zoveel mogelijk te beperken. Onverminderd het voorgaande zijn barbecues toegelaten in private tuinen.

artikel 120.         Iedereen is ertoe gehouden zijn aalput, beerput en/of septische put op regelmatige basis te doen ruimen. Men is ertoe gehouden alle mogelijke maatregelen te treffen om bij het ruimen geurhinder te vermijden of zoveel mogelijk te beperken. De ruiming mag niet gebeuren op zon- en wettelijke feestdagen.

artikel 121.         De eigenaars van een mest-, afval-, composthoop, compostvat e.d. zijn ertoe gehouden alle mogelijke maatregelen te nemen om geurhinder te vermijden.

artikel 122.         Schouwen en de luchtafvoeropening van dampkappen moet zodanig geplaatst worden dat de geurhinder voor buren tot een minimum wordt beperkt.

artikel 123.         De houders van dieren zijn ertoe gehouden hun dieren zodanig te huisvesten en alle mogelijke maatregelen te nemen opdat de dieren geen geurhinder veroorzaken.

Onderafdeling 3. Allesbranders

artikel 124.         De gebruikers van verwarmingsinstallaties van het type allesbrander, houtkachel en open haarden moeten ervoor zorgen dat de installatie die ze gebruiken geen luchtverontreiniging veroorzaakt die de gezondheid kan schaden.

artikel 125.         De rookgassen van dergelijke installaties dienen te worden afgevoerd via een schoorsteen met een goede schoorsteentrek en met een voldoende hoogte teneinde een optimale verspreiding van de rookgassen te waarborgen.

artikel 126.         Het verbranden van afvalstoffen, turf, bruinkool en niet-rookloze kolenagglomeraten in allesbranders voor de verwarming van woningen, werkplaatsen en lokalen is verboden.

artikel 127.         Het stoken met allesbranders is verboden bij ongunstige meterologische condities, zoals langdurige temperatuurinversie en windstilte.

Onderafdeling 4. Schadelijke middelen

Artikel 127/1.             §1 Het is verboden om schadelijke middelen zoals lachgas te verhandelen of te bezitten indien de handel of het bezit gericht is op het oneigenlijk gebruik van het middel met als doel het bekomen van een roeseffect.

§2. Onverminderd de gemeentelijke administratieve sancties en maatregelen zoals voorzien in titel 6 van deze verordening, kan de politie bij inbreuken op §1 van dit artikel de schadelijke middelen in beslag nemen.

Titel 3 – De openbare veiligheid en vlotte doorgang.

Hoofdstuk 1. Gemeenschappelijke bepalingen ter bevordering van de openbare veiligheid en de vlotte doorgang.

Afdeling 1. Algemene bepaling.

artikel 128.         Het is in het algemeen verboden in openbare ruimten, in voor het publiek toegankelijke plaatsen en in en rond privé-eigendommen over te gaan tot gelijk welke activiteit die de openbare veiligheid of de veilige en vlotte doorgang in het gedrang kan brengen, zoals:

-          Het parkeren/stilstaan op een brandweg of evacuatieweg die zich op privé-eigendom bevindt;

-          Versperren van nooduitgangen al dan niet door plaatsing van voorwerpen.

Afdeling 2. Modaliteiten voor de uitoefening van het vergaderrecht.

Onderafdeling 1. Manifestaties, bijeenkomsten en vermakelijkheden in open lucht.

artikel 129.         Het is verboden zonder de voorafgaande en schriftelijke toestemming van de burgemeester stoeten, processies, optochten, zoektochten, betogingen en in het algemeen bijeenkomsten en vermakelijkheden in open lucht te houden.

Het is verboden aan een niet-toegelaten manifestatie of bijeenkomst deel te nemen.

artikel 130.         Elke aanvraag moet schriftelijk geschieden, ten minste 10 werkdagen voor de voorziene datum van de betoging, samenscholing of optocht. Voor fuiven dient deze aanvraag te gebeuren ten minste 5 weken voor de datum van de fuif. Deze aanvraag moet volgende inlichtingen bevatten:

-           de naam, het adres en het telefoonnummer van de organisator(en);

-           het voorwerp van het evenement;

-           de datum en het tijdstip voor de bijeenkomst;

-           de geplande route;

-           de voorziene plaats en tijdstip voor het einde van het evenement en in voorkomend geval de ontbinding van de optocht;

-           of er een meeting wordt gehouden bij de afsluiting van het evenement;

-           de raming van het aantal deelnemers en de beschikbare vervoermiddelen;

-           de door de organisatoren voorziene ordemaatregelen;

-           het voornemen van de organisator om zelf of in samenwerking met anderen al dan niet gebruik te maken van drones, waarbij minstens de zones van het evenement waar drones gebruikt zullen worden, de exacte locatie van de bestuurder, de periodes van gebruik en de getroffen veiligheidsmaatregelen worden beschreven.

artikel 131.         Het is verboden op welke manier dan ook concerten, spektakels, vermakelijkheden en bijeenkomsten op de openbare weg, toegelaten door de gemeentelijke overheid, te storen.

Onderafdeling 2. Openbare bijeenkomsten in gesloten plaatsen.

artikel 132.         Het is verboden zonder voorafgaandelijke kennisgeving aan de burgemeester openbare bijeenkomsten in gesloten plaatsen in te richten.

artikel 133.         Elke kennisgeving moet schriftelijk geschieden, ten minste 48 uren voor de voorziene start van de openbare bijeenkomst. Voor fuiven is deze termijn 3 weken. Deze kennisgeving moet volgende inlichtingen bevatten:

-           de naam, het adres en het telefoonnummer van de organisator(en);

-           het voorwerp van de bijeenkomst;

-           de datum en het tijdstip voor de bijeenkomst;

-           de voorziene plaats en tijdstip voor het einde van het evenement;

-           de raming van het aantal deelnemers;

-           de door de organisatoren voorziene ordemaatregelen.

artikel 134.         Het is verboden tijdens de openbare bijeenkomsten in gesloten plaatsen de orde te verstoren of de veiligheid in het gedrang te brengen.

Het is meer bepaald verboden voor het publiek van zalen voor spektakels, feesten, concerten of sport:

a)      zich op de scène, piste of terrein te begeven zonder daar vanwege de artiesten, sportlui of organisatoren een uitnodiging of toelating voor te hebben gekregen, alsook zich toegang te verschaffen tot de private delen van het etablissement of degene die voor de artiesten of sportlui voorbehouden zijn;

b)      voorwerpen op de balkons en leuningen te plaatsen of eraan te bevestigen die door hun val of op enige andere manier het publiek, de acteurs of de sportbeoefenaars kunnen storen.

c)      de stabiliteit en/of veiligheid van de installaties of plaatsen in gevaar te brengen door hun gedrag.

Afdeling 3. Gebruik van de groene ruimte.

artikel 135.         Behoudens dienstvoertuigen en hulpverleningsdiensten, mag geen enkel motorvoertuig in groene ruimten circuleren zonder door de burgemeester afgegeven vergunning.

De groene ruimten zijn verder alleen toegankelijk voor voetgangers, invalidenwagens, kinderwagens, aan de hand geleide fietsen en bromfietsen, al dan niet bereden kinderrijwielen van kinderen jonger dan 9 jaar, in de mate dat hun gedrag de veiligheid van de andere gebruikers niet in het gedrang brengt en dit binnen de aan één of meerdere ingangen aangeplakte openingsuren.

artikel 136.         Het is verboden vogels te vangen en hun nesten te vernielen en alle andere dieren die zich in de omgeving bevinden, lastig te vallen.

artikel 137.         Het is verboden knoppen en bloemen of planten te verwijderen.

Het is verboden zonder toelating veldvruchten of andere nuttige voortbrengselen van de bodem, die al dan niet los van de grond zijn, mee te nemen.

Het is verboden bomen te verminken, schudden of ontschorsen; takken, bloemen of andere planten af te rukken of af te snijden; palen of andere voorwerpen voor de bescherming van aanplantingen uit te rukken; wegen en dreven te beschadigen; zich te begeven in bloemperken en -tapijten, ze te vernietigen of te beschadigen.

artikel 138.         De toegang tot grasperken is verboden voor alle personen en dieren wanneer dit verbod tot betreden wordt aangeduid door specifieke borden. De toegang tot grasperken is verboden voor alle voertuigen. Grasperken die door voertuigen mogen bereden worden, zijn aangeduid door specifieke borden.

artikel 139.         Het is verboden te klimmen op of over afsluitingen, kunstwerken, constructies of allerhande installaties of op plaatsen te komen waar dit volgens de opschriften verboden is. Het is eveneens verboden te klimmen op andere voorwerpen op een manier waarop men zichzelf of een ander effectief in gevaar brengt.

Indien de verantwoordelijke de bepalingen van deze afdeling overtreedt heeft de gemeente het recht de nodige werken uit te voeren op kosten en risico van de overtreder, op basis van een daartoe toepasselijk retributiereglement.

Afdeling 4. Spelen op de openbare weg of in openbare plaatsen.

artikel 140.         Spelen in de openbare ruimte is toegelaten. Onverminderd de toepassing van de verkeerswetgeving zijn in de openbare ruimte – met uitzondering van de openbare weg – zijn enkel die spelen verboden, die klaarblijkelijk door de aard van het spel of de omstandigheden waarin het spel gespeeld wordt, gevaarlijk zijn voor goederen of de gebruikers van de openbare ruimte.

In voorgaande zin is het gebruik van voortbewegingstoestellen enkel toegelaten in de openbare ruimte – met uitzondering van de openbare weg – op voorwaarde dat de openbare veiligheid niet in het gedrang wordt gebracht. De burgemeester kan het verbieden in de openbare ruimte – met uitzondering van de openbare weg – op de plaatsen die hij bepaalt.

Afdeling 5. Bedelverbod.

artikel 141.         Het is verboden zowel in de openbare ruimte als in elke voor het publiek toegankelijke plaats en met name in de commerciële centra en straten:

-          te bedelen door het op een opdringerige of agressieve wijze aanklampen van voorbijgangers;

-          door het bedelen de vlotte doorgang van het voetgangers- en andere verkeer te hinderen of belemmeren.

Er kan overgegaan worden tot inbeslagname van de in overtreding van deze afdeling verzamelde gelden of goederen en de verbeurdverklaring kan ervan worden uitgesproken.

Afdeling 6. Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen.

artikel 142.         Het is verboden zich op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, waaronder een portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling dan wel deze te verontreinigen dan wel te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de desbetreffende ruimte is bestemd.

Afdeling 7. Toegangsverbod tot openbare inrichtingen.

artikel 143.         Opgeheven.

artikel 143 bis   Opgeheven.

artikel 144.         Opgeheven.

artikel 144 bis   Opgeheven.

artikel 145.         Opgeheven.

artikel 146.         Opgeheven.

Het tijdelijke plaatsverbod.

artikel 146 bis. § 1. De burgemeester kan, in geval van verstoring van de openbare orde veroorzaakt door individuele of collectieve gedragingen, of in geval van herhaaldelijke inbreuken op de reglementen en verordeningen van de gemeenteraad gepleegd op eenzelfde plaats of ter gelegenheid van gelijkaardige gebeurtenissen en die een verstoring van de openbare orde of een overlast met zich meebrengen, beslissen over te gaan tot een tijdelijk plaatsverbod van een maand, tweemaal hernieuwbaar, jegens de dader of de daders van deze gedragingen.

§ 2. Onder tijdelijk plaatsverbod wordt verstaan het verbod binnen te treden in een of meerdere duidelijke perimeters van plaatsen die als toegankelijk voor het publiek worden bepaald, gelegen binnen gemeente, zonder evenwel het geheel van het grondgebied te beslaan. Worden beschouwd als plaats die toegankelijk is voor het publiek elk plaats die gelegen is in de gemeente die niet enkel toegankelijk is voor de beheerder van de plaats, voor diegene die er werkt of voor degenen die er individueel worden uitgenodigd, met uitzondering van de woonplaats, de plaats van het werk of de plaats van de onderwijs- of opleidingsinstelling van de overtreder.

§ 3. De in § 1. bedoelde beslissing moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

1° met redenen omkleed zijn op basis van de hinder die verband houdt met de openbare orde;

2° bevestigd worden door het college van burgemeester en schepenen of het gemeentecollege, bij de eerstvolgende vergadering, na de dader of de daders van die gedragingen of hun raadsman te hebben gehoord en nadat hij de mogelijkheid heeft gehad ter gelegenheid hiervan zijn verdedigingsmiddelen schriftelijk en mindeling te doen gelden, behalve indien hij, na te zijn uitgenodigd via een aangetekende brief, zich niet heeft gemeld en geen geldige motieven naar voren gebracht heeft voor zijn afwezigheid of zijn verhindering.

§ 4. De  beslissing kan worden genomen, ofwel na een door de burgemeester betekende schriftelijke verwittiging die de dader of de daders van die gedragingen op de hoogte brengt van het feit dat een nieuwe inbreuk op een identieke plaats of ter gelegenheid van gelijkaardige gebeurtenissen aanleiding zou kunnen geven tot een plaatsverbod, ofwel, met het oog op de ordehandhaving, zonder verwittiging.

§ 5. In geval van niet-naleving van het tijdelijk plaatsverbod, kan de dader of kunnen de daders van die gedragingen gestraft worden met een administratieve geldboete zoals voorzien door de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

Afdeling 8. Weghalen van bepaalde fietsen

Artikel 146 ter. De gemeenten wensen bepaalde fietsen weg te halen van het openbaar domein alsook fietsstallingen op het openbaar domein te ontruimen.

Artikel 146 quater. In dit reglement hebben de onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis.

Een wrak: een fiets die in onvoldoende staat van onderhoud en/of een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert en op die manier rijtechnisch onvoldoende veilig is.

Een hinderlijk gestalde fiets: een fiets die gestald staat in strijd met de wegcode, instructies van de brandweer en/of politie, de (stedenbouwkundige) voorschriften en/of andere regel in die mate dat deze fiets hinder veroorzaakt voor andere weggebruikers.

Een achtergelaten fiets: een fiets waarvan de toestand zodanig is dat stof, roest, de groei van mos op en rond het rijwiel vastgesteld wordt; waardoor het vrijwel zeker is dat de fiets is achtergelaten of door de eigenaar in de steek gelaten.

Fietsenstalling: Een plaats voor het stallen van één of meerdere fietsen.

Artikel 146 quinquies § 1. Alle handelingen die in het kader van dit reglement worden gesteld, gebeuren door de technische diensten van de gemeente Bornem of Puurs-Sint-Amands of door een andere gemachtigde van deze gemeenten. Elke afwijking op deze regel wordt in het desbetreffende artikel geëxpliciteerd.

§ 2. Een wrak wordt onmiddellijke ambtshalve verwijderd en wordt niet bewaard.

§ 3. Een hinderlijk gestalde fiets, wordt indien mogelijk, zo geplaatst dat de fiets niet meer hinderlijk gestald staat.

Indien die fiets niet verplaatst kan worden zodat deze niet meer hinderlijk gestald staat, wordt deze ambtshalve opgehaald.

Indien de hinderlijk gestalde fiets echter geen direct gevaar vormt voor andere weggebruikers zal er in de eerste plaats worden ingezet op sensibilisering via labelacties of andere gerichte communicatiemiddelen vooraleer effectief over te gaan tot het ambtshalve ophalen van de fiets.

§ 4. Een achtergelaten fiets wordt gelabeld en wordt na een termijn van drie weken, indien het label nog onveranderd rond de fiets zit, ambtshalve opgehaald.

§ 5. In de stationsomgevingen is de stallingsduur voor fietsen in de daartoe voorziene fietsenstallingen beperkt tot maximum drie weken. Ter controle worden de fietsen gelabeld. De fietsen die langer dan voormelde periode gestald staan, worden ambtshalve opgehaald.

§ 6. Bij ontruiming van een fietsenstalling, waarbij zowel de stalling als de hierin geplaatste fietsen worden verwijderd, worden minimum 1 week op voorhand borden aangebracht aan de fietsenstalling, waarbij duidelijk de datum en het uur van de ontruiming wordt aangekondigd. Indien zich op datum van de ontruiming nog fietsen in de desbetreffende fietsenstalling bevinden worden die ambtshalve opgehaald.

§ 7. In hoogdringende gevallen kan de ontruiming onmiddellijk gebeuren en is bovenvermelde regeling dus niet van toepassing.

§ 8. Bij het plaatsen van tijdelijke evenementstallingen wordt er door de technische dienst van de gemeente tegelijkertijd borden aangebracht aan de fietsenstalling waarbij duidelijk datum en het uur van ontruiming wordt aangekondigd. Voor deze periode geldt geen minimum of maximumduur. Indien zich op datum van de ontruiming nog fietsen in de desbetreffende fietsenstalling bevinden, worden die ambtshalve opgehaald.

§ 9. Het ambtshalve ophalen van fietsen, ingevolgde bovenstaande bepalingen, gebeurt op kosten en risico van de eigenaar of de fietser. Enkel in het geval van een hoogdringende ontruiming heeft de eigenaar recht op een vergoeding van de kosten. Opgehaalde fietsen van het openbaar domein worden in het fietsendepot van de gemeente Bornem of Puurs-Sint-Amands bewaard volgens de bestande wettelijke bepalingen.

Afdeling 9. Gebruik van drones

Artikel 146 sexies. Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

  • Drone: elk op afstand bestuurd luchtvaartuig (RPA) of op afstand bestuurd luchtvaartuigsysteem (RPAS) zoals bepaald in het Koninklijk Besluit van 10 april 2016 met betrekking tot het gebruik van op afstand bestuurde luchtvaartuigen in het Belgisch luchtruim.
  • Recreatieve drone: de maximale startmassa bedraagt minder dan 1kg en het gebruik voldoet aan volgende voorwaarden:

1. ze worden uitsluitend gebruikt voor recreatief doel;
2. Ze vliegen op een maximale hoogte van 10 meter boven de grond;
3. ze worden gebruikt voor persoonlijke doeleinden buiten de openbare ruimte;
4. ze vliegen niet in een straal van 3km rond een luchthaven of een civiel of militair luchtvaartterrein;
5. ze vliegen niet boven een industrieel complex, een gevangenis, de LNG-terminal van Zeebrugge, nucleair installaties, of een groot aantal mensen in open lucht;
6. de gebruiker zorgt ervoor om de veiligheid van andere luchtvaartuigen, personen of goederen op de grond, niet in gevaar te brengen;
7. de gebruiker houdt zich aan de bepalingen van de toepasselijke regelgeving inzake privacy.

  • Vlucht met een recreatieve drone: elke vluchtuitvoering van een drone die niet onder klasse 1 of 2 vluchtuitvoering valt zoals bepaald in het Koninklijk Besluit van 10 april 2016 met betrekking tot het gebruik van op afstand bestuurde luchtvaartuigen in het Belgisch luchtruim.

Artikel 146 septies. Onverminderd de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake het gebruik van op afstand bestuurde luchtvaartuigen is de eigenaar of bestuurder verplicht elke vlucht met een niet-recreatieve drone boven het grondgebied voorafgaand en schriftelijk te melden aan de burgemeester via een formulier op de gemeentelijke website. Vluchten met recreatieve drones worden van dergelijke meldplicht vrijgesteld.

Artikel 146 octies.  De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, de verkeersvrijheid of verkeersveiligheid, of gelet op de ruimtelijke omstandigheden ter plaatse een vlucht met een niet-recreatieve drone boven het grondgebied te allen tijde verbieden of aan voorwaarden onderwerpen.

Hoofdstuk 2. Openbare veiligheid.

Afdeling 1. Feitelijkheden - Lichte gewelddaden - Beledigingen.

artikel 147.         Kunnen gestraft worden met de respectievelijke straffen bepaald in het strafwetboek of met een administratieve geldboete, daders van feitelijkheden of lichte gewelddaden, mits zij niemand gewond of geslagen hebben en mits de feitelijkheden niet tot de klasse van de beledigingen behoren; in het bijzonder zij die opzettelijk, doch zonder het oogmerk om te beledigen, enig voorwerp op iemand werpen dat hem kan hinderen of bevuilen.

artikel 148.         Het is verboden tegen gestelde lichamen of tegen bijzondere personen andere beledigingen te richten dan in boek II, titel VIII, hoofdstuk V, van het Strafwetboek (aanranding van de eer of de goede naam van personen).

Afdeling 2. Diefstallen.

artikel 149.         Opgeheven.

artikel 150.         Opgeheven.

artikel 151.         Opgeheven.

artikel 152.         Opgeheven.

artikel 153.         Opgeheven.

artikel 154.         Opgeheven.

Afdeling 3. Gebruik van schiettuigen en het werpen van voorwerpen die kunnen verwonden en/of beschadigen.

artikel 155.         Het gebruik van schiettuigen en het werpen, gooien of stoten van voorwerpen, die kunnen beschadigen, zijn verboden op de openbare weg, alsmede in de nabijheid ervan wanneer er gevaar bestaat dat een projectiel gebruikers van de openbare weg of omwonenden kan verwonden of hun eigendommen kan beschadigen of vernielen. Deze bepaling is niet van toepassing op de sportdisciplines en spelen die in adequate installaties worden verricht, noch op darts of jeu-de-boules op andere plaatsen dan in de openbare ruimte.

artikel 156.         Het is verboden in openbare ruimten en in voor het publiek toegankelijke plaatsen over te gaan tot het gebruiken van wapens met samengeperste lucht, uitgezonderd in schietstands die daartoe een vergunning hebben of in schietkramen op kermissen en onverminderd de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de jacht.

Wapens en munitie, gebruikt in strijd met bovenvermelde bepalingen, worden in beslag genomen en verbeurd verklaard.

Afdeling 4. Het opzettelijk beschadigen of vernielen van andermans eigendommen.

artikel 157.         Kunnen gestraft worden met de respectievelijke straffen bepaald in het strafwetboek (art 559, 1° SWB) of met een administratieve geldboete zij die zich – buiten de gevallen omschreven in boek II, Titel IX, hoofdstuk III van het SWB, schuldig maken aan het opzettelijk beschadigen of vernielen van andermans roerende eigendom.

artikel 158.         Kunnen gestraft worden met de respectievelijke straffen bepaald in het strafwetboek (art 534 ter SWB) of met een administratieve geldboete zij die zich schuldig maken aan het opzettelijk beschadigen van andermans onroerende eigendommen.

artikel 159.           Kunnen gestraft worden met de respectievelijke straffen bepaald in het strafwetboek (art 526) of met een administratieve geldboete zij die vernielen, neerhalen, verminken of beschadigen :

       -    grafsteden, gedenktekens of grafstenen;

-          monumenten, standbeelden of andere voorwerpen die tot algemeen nut of tot openbare versiering bestemd zijn en door de bevoegde overheid of met haar machtiging zijn opgericht;

-          monumenten, standbeelden, schilderijen of welke kunstvoorwerpen ook, die in kerken, tempels of andere openbare gebouwen zijn geplaatst.

artikel 160.         Kunnen gestraft worden  met de respectievelijke straffen bepaald in het strafwetboek (art 521, 3de lid) of met een administratieve geldboete zij die geheel of gedeeltelijk  vernieling of van onbruikmaking van rijtuigen, wagons en motorvoertuigen aanbrengen, met het oogmerk te schaden.

Artikel 160bis. Kunnen gestraft worden met de respectievelijke straffen bepaald in het strafwetboek (art 545) of met een administratieve geldboete zij die geheel of ten dele grachten dempen, levende of dode hagen afhakken of uitrukken, landelijke of stedelijke afsluitingen, uit welke materialen ook gemaakt, vernielen; grenspalen, hoekbomen of andere bomen, geplant of erkend om de grenzen tussen verschillende erven te bepalen, verplaatsen of verwijderen.

Artikel 160ter. Kunnen gestraft worden met de respectievelijke straffen bepaald in het strafwetboek (art 537) of met een administratieve geldboete zij die kwaadwillig een of meer bomen omhakken of zodanig snijden, verminken of ontschorsen dat zij vergaan, of een of meer enten vernielen.

Artikel 160quater. Kunnen gestraft worden met de respectievelijke straffen bepaald in het strafwetboek (art 398, 1°) of met een administratieve geldboete zij die opzettelijk verwondingen of slagen toebrengen zonder voorbedachte rade.

artikel 161.         Kunnen gestraft worden met de respectievelijke straffen bepaald in het strafwetboek (art 563/2) of met een administratieve geldboete zij die stedelijke of landelijke afsluitingen, uit welke materialen ook gemaakt, opzettelijk beschadigen.

Afdeling 5. Gebruik en verkoop van alcohol.

artikel 162.         Het is verboden om tussen 00 uur en 08 uur (gedistilleerde of gegiste dranken al dan niet in gemixte vorm) in de openbare ruimte, buiten de terrassen en andere toegelaten plaatsen speciaal bestemd voor dit doel, alcoholhoudende dranken te gebruiken. Het bezit van geopende recipiënten die alcoholhoudende dranken bevatten wordt gelijkgesteld met het gebruik beoogd in onderhavig artikel.

Artikel 162bis.           Het is verboden (zowel boven- als ondergronds) in de openbare ruimte, buiten de terrassen en andere toegelaten plaatsen speciaal bestemd voor dit doel, alcoholhoudende dranken (gedistilleerde of gegiste dranken al dan niet in gemixte vorm) te gebruiken en hierdoor de openbare rust te verstoren en/of de openbare veiligheid in gedrang te brengen en/of openbare overlast te veroorzaken. Het bezit van geopende recipiënten die alcoholhoudende dranken bevatten wordt gelijkgesteld met het gebruik beoogd in dit artikel.

artikel 163.         De burgemeester kan de verantwoordelijke exploitanten of door hem aangestelde personen van inrichtingen, uitbatingen en aanhorigheden die al dan niet tegen betaling voor het publiek toegankelijk zijn, ook al is de toegang beperkt tot bepaalde categorieën van personen, verbieden om gedurende een bepaalde periode, alcoholhoudende dranken (gedistilleerde of gegiste dranken al dan niet in gemixte vorm) te verkopen en/of aan te bieden, zelfs gratis en in welke hoeveelheid ook, tenzij de consument na bestelling of aanbod bediend wordt binnenin de zaak of aanhorigheden (terras, tuin, ...) en dit voor onmiddellijke consumptie aldaar.

artikel 164.         Een uitzondering op de voorgaande artikelen kan door de burgemeester toegestaan worden aan de organisatoren van activiteiten waarbij de inname van een afgebakende zone van de openbare ruimte voorafgaandelijk werd toegestaan. De uitzondering heeft enkel uitwerking binnen de toegestane afbakening van de openbare ruimte.

Artikel 164bis. Onverminderd de gemeentelijke administratieve sancties en maatregelen zoals voorzien in afdeling 5 van deze verordening, kan de politie de alcohol gebruikt in strijd met deze afdeling in beslag nemen.

Afdeling 6. Dieren.

artikel 165.         In deze afdeling wordt onder agressieve, kwaadaardige of gevaarlijke dieren verstaan:

-          elk dier dat wanneer hij vrij zou rondlopen, zonder enige provocatie op een duidelijke en onmiskenbare dreigende wijze naar iemand toeloopt;

-          elk dier dat iemand aanvalt, bijt of verwondt;

-          elk dier dat een ander dier verwondt of aanvalt.

artikel 166.         Het is verboden in de openbare ruimte:

-          zijn hond op te winden om aan te vallen of agressief te worden, of hem voorbijgangers te laten of doen aanvallen of achtervolgen, ook al brengt dat geen enkel kwaad of geen enkele schade teweeg;

-          agressieve, kwaadaardige of gevaarlijke dieren of dieren die personen of andere dieren kunnen bijten, of zieke dieren bij zich te hebben, als ze geen muilband dragen; deze bepaling is ook van toepassing in voor het publiek toegankelijke plaatsen;

-          dieren bij zich te hebben waarvan het aantal of het gedrag de openbare veiligheid in het gedrang zouden kunnen brengen;

-          dieren te laten of achter te laten in een geparkeerd voertuig als dat een gevaar of ongemak kan opleveren voor personen of voor de dieren zelf; deze bepaling is ook van toepassing in openbare parkings;

-          eender welk dier en in het bijzonder agressieve, woeste, kwaadaardige of gevaarlijke dieren te laten rondzwerven.

artikel 167.         Behoudens vergunning is het africhten van een dier in de openbare ruimte verboden.

Deze bepaling is niet van toepassing op de africhting van dieren door de politiediensten.

artikel 168.         De dieren moeten met alle gepaste middelen vastgehouden worden, en minstens met een korte leiband, op iedere plaats van de openbare ruimte en in galerijen en passages op voor het publiek toegankelijk privé-gebied. Het dragen van een muilkorf is verplicht voor agressieve, kwaadaardige of gevaarlijke dieren.

Het is verboden dieren te laten begeleiden door personen die het dier niet onder controle kunnen houden.

artikel 169.         De eigenaars van dieren of de personen die al is het maar occasioneel op de dieren letten, dienen erover te waken dat deze dieren:

-          personen of andere dieren op geen enkele manier storen, intimideren of lastig vallen;

-          de aanplantingen of andere voorwerpen in de openbare ruimte niet beschadigen;

-          private eigendommen niet betreden.

artikel 170.         Het is verboden zonder daartoe gerechtigd te zijn op andermans grond te komen, of erover te gaan of honden erover te doen lopen, indien de grond is gereedgemaakt of bezaaid, of ten tijde dat die grond is bezet met gewassen die rijp of bijna rijp zijn.

artikel 171.         Het is verboden in de openbare ruimte voertuigen en andere goederen te doen bewaken door agressieve dieren, ook al zijn deze vastgebonden of in het voertuig geplaatst.

artikel 172.         Het is verboden een dier binnen te brengen in de voor het publiek toegankelijke etablissementen waartoe dat dier geen toegang heeft, hetzij op basis van een intern reglement dat aan de ingang uithangt, hetzij door borden of pictogrammen die dat duidelijk maken met uitzondering voor honden die speciaal opgeleid zijn om blinden of andere mensen met een handicap te geleiden, dit alles onverminderd de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de hygiëne van de lokalen en de personen in de voedingssector.

Afdeling 7. Misbruik van noodvoorzieningen.

artikel 173.         Iedere bedrieglijke hulpoproep of bedrieglijk gebruik van een praatpaal of signalisatietoestel bestemd om de veiligheid van de gebruikers te vrijwaren, is verboden.

Afdeling 8. Verbod op het bedienen van publieke apparatuur door onbevoegden.

artikel 174.         Personen die daar door het gemeentebestuur niet toe werden gemandateerd, mogen geen kranen van leidingen of kanaliseringen, schakelaars van de openbare verlichting, openbare uurwerken, signalisatieapparaten, alsook uitrustingen voor telecommunicatie die zich bevinden op of onder de openbare weg of in openbare gebouwen bedienen.

Artikel 174 bis.   De waterkranen, stopcontacten op elektrische kasten en laadpunten voor elektrische fietsen en voertuigen mogen uitsluitend gebruikt worden voor het doel waarvoor ze bestemd zijn.

Afdeling 9. Toegangsverbod voor onbevoegden.

artikel 175.         Onbevoegde personen mogen niet binnendringen in voor het publiek niet toegankelijke constructies of installaties van openbaar nut. De eigenaar is verplicht gepaste maatregelen te nemen om de toegang tot de onbezette gebouwen te voorkomen.

De afsluitingen, schutsels, omheiningen die verankerd zijn in de grond en niet-bebouwde terreinen begrenzen, evenals deze welke bevestigd zijn aan gebouwen, moeten stevig vastgemaakt zijn opdat ze niet kunnen wegwaaien, vallen of omgestoten worden. De stabiliteit en verankering moeten regelmatig nagekeken worden.

Afdeling 10. Vermommingen.

artikel 176.         Opgeheven.

artikel 177.         Opgeheven.

artikel 178.         Kunnen gestraft worden met de respectievelijke straffen bepaald in het strafwetboek (art 563 bis) of met een administratieve geldboete van maximum 350 euro zij die zich, behoudens andersluidende wetsbepalingen, in de voor het publiek toegankelijke plaatsen begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat zij niet
herkenbaar zijn.
Het eerste lid geldt echter niet voor hen die zich in de voor het publiek toegankelijke plaatsen begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat zij niet herkenbaar zijn, en wel krachtens arbeidsreglementen of een politieverordening naar aanleiding van feestactiviteiten.

Afdeling 11. Ongepast gebruik van speeltoestellen.

artikel 179.         De toestellen ter beschikking gesteld van het publiek op gemeentelijke speelterreinen of speeltuinen moeten zo gebruikt worden dat de openbare veiligheid niet in het gedrang komt.

Kinderen onder de zeven jaar dienen vergezeld te zijn van een van hun ouders of de persoon aan wiens hoede ze werden toevertrouwd.

Het gebruik van speeltuigen in de speelruimten is verboden voor personen die vallen buiten de gewichtsklasse of leeftijd vermeld op de instructies van de speeltoestellen en is alleszins verboden voor personen ouder dan 12 jaar.

artikel 180.         De gemeente is niet aansprakelijk voor ongevallen te wijten aan het onoordeelkundige gebruik van speeltoestellen op een gemeentelijk speelterrein, noch voor het gebruik van dergelijke speeltoestellen in tegenstrijd met de bepalingen van onderhavige afdeling.

Hoofdstuk 3. Vlotte doorgang.

Afdeling 1. Privatieve ingebruikneming van de openbare ruimte.

Onderafdeling 1. Algemene bepalingen.

artikel 181.         De privatieve ingebruikneming van de openbare ruimte is het gebruik van de openbare ruimte, met name de begane grond, het gedeelte erboven of eronder, voor uitsluitend privé doeleinden, waardoor het ingenomen gedeelte van de weg aan zijn openbare en normale bestemming wordt onttrokken.

artikel 182.         Behoudens voorafgaande en schriftelijke vergunning van de burgemeester en onverminderd de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake stedenbouw is het volgende verboden: iedere privatieve bezetting van de openbare ruimte op het niveau van de begane grond alsook, erboven of eronder, zoals een vastgehecht, opgehangen, geplaatst of achtergelaten voorwerp, waardoor schade berokkend kan worden aan de veiligheid of het gemak van doorgang.

De voorwerpen die in strijd met onderhavig artikel zijn geplaatst, vastgehecht of opgehangen, dienen op het eerste politieverzoek of van een gemachtigde ambtenaar verwijderd te worden. Zo niet zal daar ambtshalve toe worden overgegaan op kosten en risico van de overtreder op basis van een daartoe toepasselijk retributiereglement.

artikel 183.         Een voorafgaande en schriftelijke toelating is niet nodig voor de in de openbare ruimte door toedoen van openbare of ministeriële ambtenaren gehouden openbare verkopen alsmede voor de uitvoering van vonnissen tot uitzetting, voor zover van deze verrichtingen bij voorbaat  bij de politie aangifte wordt gedaan.

artikel 184.         Bij de ingebruikneming van de voetpaden en bermen, geldt als algemene regel dat er een vrije doorgang van ten minste 2 meter moet worden vrijgelaten op de verkeerswegen en een vrije doorgang van ten minste:

a) 1 meter op de voetpaden en bermen van minder dan 2 meter;

b) 1,25 meter op de voetpaden en bermen van 2 meter tot 2,50 meter;

c) 1,50 meter op de voetpaden en bermen van meer dan 2,50 meter;

d) ten minste 2 meter in straten waar normaal een hoge concentratie van voetgangers gekend is;

e) ten hoogste 4 meter uit de rooilijn in de straten met een totale gemengde verkeersafwikkeling op een gelijkvloers niveau, dat evenwel nooit meer dan de helft van de ruimte tussen de rooilijnen overschrijden, onder voorwaarde dat altijd een vrije doorgang van 4 meter behouden blijft aan de voertuigen van de hulpdiensten en dit alleen binnen de periode van de dag dat de straat voor het verkeer verboden wordt. In geval in deze straten een privatieve ingebruikneming van de openbare weg tegenover elkaar wordt voorzien, zal de verplichte doorgang van 4 meter aan de voertuigen van hulpdiensten solidair onder elkaar verdeeld worden. Het eventuele voorziene straatmeubilair doet geen afbreuk aan deze voorwaarden. Deze eisen zijn een minimumregeling. De vergunning kan steeds worden geweigerd of aan strengere voorwaarden worden onderworpen. Onder “vrije doorgang” wordt verstaan, het ononderbroken gedeelte van het voetpad, het gemeenschappelijk gelijkvloerse wegdek of de berm die effectief door de voetgangers kan worden gebruikt.

Niettemin kan de ingebruikneming voor het aanleggen van tijdelijke groenvoorzieningen, waardoor de vrije doorgang tot minder dan 1 meter wordt herleid, worden toegelaten indien de weggebruikers hierdoor niet worden gehinderd en de plaatselijke gesteldheid zich daartoe leent.

artikel 185.         Buiten de volledige afsluiting van de openbare ruimte bij occasionele gebeurtenissen en activiteiten kan de ingebruikneming van de openbare ruimte slechts worden toegestaan in omstandigheden waarin het op grond van verkeers- en algemene veiligheidsoverwegingen toelaatbaar is.

artikel 186.         De titularissen van de vergunning zijn ervoor aansprakelijk dat de ingebruikneming van de openbare ruimte niet tot gevolg heeft dat een grotere dan de toegelaten ruimte wordt ingenomen, de bereikbaarheid of het gebruik van erfdienstbaarheden van algemeen nut en van nutsvoorzieningen zoals onder meer hydranten, mangaten en deksels wordt bemoeilijkt of onmogelijk gemaakt.

De ingebruikneming mag evenmin tot gevolg hebben dat de evacuatiemogelijkheden van de aan de brandpreventieve voorschriften onderworpen gebouwen en lokalen worden beperkt of uitgesloten.

Onderafdeling 2. Inname van de openbare ruimte bij het uitvoeren van werken.

artikel 187.         Het gebruik van de openbare ruimte voor het uitvoeren van werken op last van particulieren is in beginsel verboden. De bevoegde overheid kan een voorafgaandelijke en schriftelijke toelating verlenen voor het gebruik van de openbare ruimte (bijvoorbeeld in het kader van werfinrichtingen die alleen op de openbare weg kunnen, het plaatsen van containers, het gebruik van parkeerplaatsen door werfvoertuigen ten behoeve van werken, …)

artikel 188.         Het is verboden zonder voorafgaandelijke schriftelijke kennisgeving aan de burgemeester werken uit te voeren in de openbare ruimte.

Elke kennisgeving moet schriftelijk geschieden, ten minste dertig werkdagen voor de voorziene start van de werken. Deze kennisgeving moet ten minste volgende inlichtingen bevatten:

- naam, adres en telefoonnummer van de opdrachtgever en uitvoerder van de werken;

- beschrijving van de werken aan de hand van duidelijke situatieschets;

- voorziene duur van de werken.

Deze kennisgeving ontslaat de opdrachtgever van werken niet van de verplichting van het hebben van een voorafgaandelijke en schriftelijke toelating voor het gebruik van de openbare ruimte voor het uitvoeren van werken.

Het gemeentebestuur kan op basis van de nieuwe gemeentewet werken laten uitstellen onverlet en heeft ook de mogelijkheid tot verhaal van de ten gevolge van de niet correcte melding door het gemeentebestuur gemaakte kosten ter handhaving van de veiligheid van de weggebruikers of van het wegverkeer, van de rust van de omwonenden en van de veilige en vlotte doorgang ten overstaan van alle wegen op het grondgebied van de gemeente en dit op basis van een daartoe toepasselijk belastingreglement.

artikel 189.         Iedere persoon die werkzaamheden in de openbare ruimte uitvoert of laat uitvoeren is ertoe gehouden die te herstellen in de staat waarin zij zich vóór de uitvoering van de werkzaamheden bevond of in de staat die in de vergunning vermeld is. Zo niet zal daartoe na vruchteloze aanmaning ambtshalve worden overgegaan op kosten en risico van de overtreder op basis van een daartoe toepasselijk retributiereglement.

Onderafdeling 3. Verkeers- en signalisatieborden bij inname openbaar domein.

artikel 190.         De verkeersborden en signalisatieborden geplaatst bij inname van het openbaar domein mogen geen anderstalige vermeldingen bevatten.

Diegene die deze bepaling overtreedt moet onmiddellijk de signalisatie met anderstalige vermeldingen verwijderen en vervangen door eentalig Nederlandstalige borden zo niet houdt de gemeente zich het recht voor het te doen op kosten en op risico van de overtreder, op basis van een daartoe toepasselijk retributiereglement.

Onderafdeling 4. Koopwaren in de openbare ruimte uitstallen.

artikel 191.         Behoudens van andere overheden benodigde machtigingen is het verboden zonder vergunning op, aan of boven de weg, in, aan of boven een openbaar water dan wel op, aan of boven een andere - al dan niet met enige beperking - voor publiek toegankelijke plaats goederen uit te stallen of uitgestald te hebben om deze te koop aan te bieden, te verkopen of te verstrekken aan het publiek.

Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden m.b.t.:

  1. in het belang van de openbare orde;
  2. in het belang van de brandveiligheid;
  3. in het belang van de verkeersvrijheid of verkeersveiligheid;
  4. in het belang van de bescherming van het uiterlijke aanzien van de gemeente;
  5. in het belang van het voorkomen of het beperken van overlast;
  6. gelet op de ruimtelijke omstandigheden ter plaatse.

artikel 192.         De voorwerpen die in strijd met deze afdeling zijn geplaatst of uitgestald moeten op het eerste verzoek van de politie of van een gemachtigde ambtenaar verwijderd worden. Als op dat verzoek niet ingegaan wordt, kan ambtshalve worden overgegaan tot de verwijdering ervan, op kosten en risico van de overtreder op basis van een daartoe toepasselijk retributiereglement.

artikel 193.         Groenten, fruit en andere bederfbare voedingswaren moeten uitgestald worden op een verhoging van minstens 70 cm hoogte, waaronder geen voedingswaren opgestapeld mogen liggen.

Afdeling 2. Inzamelen, verkopen, uitdelen en samplen in de openbare ruimte.

artikel 194.         Het is verboden zonder de voorafgaande en schriftelijke vergunning van de burgemeester in de openbare ruimte publiciteit of propaganda te voeren door middel van daartoe ingerichte voertuigen of door middel van draagbare borden en doeken.

artikel 195.         Het is verboden in de openbare ruimte publiciteit te maken of op de openbare weg door gelijk welk procedé reclameboodschappen aan te brengen en inzamelingen te houden zonder de voorafgaande en schriftelijke toelating van de burgemeester.

artikel 196.          Het is verboden zonder de voorafgaande en schriftelijke vergunning van de burgemeester producten, voorwerpen, drukwerken of diensten zonder winstoogmerk te koop aan te bieden.

artikel 197.         Het is verboden kosteloos producten, voorwerpen, drukwerken of geschriften in de openbare ruimte uit te delen zonder de voorafgaande en schriftelijke toelating van de burgemeester.

Naar aanleiding van de uitdeling mogen voorbijgangers of aanwezigen niet worden lastig gevallen, tegengehouden of aangegrepen.

Afdeling 3. Diverse voorzorgsmaatregelen aangaande het veilige gebruik van de openbare weg.

artikel 198.         De gebruikers en bij gebrek van dezen de eigenaars van private eigendommen gelegen langs de openbare weg moeten ervoor zorgen dat bomen, hagen, beplantingen, afsluitingen en andere voorwerpen

-          het verkeer niet kunnen hinderen;

-          de zichtbaarheid van de verkeerstekens niet in het gedrang brengen;

-          het normale uitzicht op de openbare weg, in de nabijheid van bochten en kruispunten niet belemmeren;

-          anderszins een gevaar kunnen vormen voor de openbare weggebruikers.

Indien bijzondere veiligheidsredenen dat vereisen, kan het gemeentebestuur specifieke maatregelen opleggen en de desgevallend voorgeschreven werken dienen binnen de gestelde termijn na de desbetreffende betekening verricht te worden.

artikel 199.         Het is verboden voorwerpen op de openbare weg neer te werpen, te plaatsen of achter te laten, die door hun val kunnen schaden. 

artikel 200.         Het is verboden lange of omvangrijke voorwerpen van de binnenkant van een gebouw op de openbare weg te laten uitsteken zonder de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen om de veiligheid van de voorbijgangers te waarborgen.

Dezelfde voorzorgsmaatregelen dienen in acht te worden genomen bij het openen van buitenzonneblinden, beweegbare luiken of zonnegordijnen die op de gelijkvloerse verdieping geplaatst zijn indien het gebouw zich bevindt langs de rooilijn die aan de openbare weg grenst

Wanneer de buitenzonneblinden of beweegbare luiken open zijn, dienen ze met pallen of haken op hun plaats te worden gehouden. De pallen en haken moeten steeds stevig vastgemaakt zijn zodanig dat ze de voorbijgangers niet kunnen verwonden of de veiligheid niet in het gedrang kunnen brengen.

artikel 201.         Ingangen van kelders en toegangen tot ondergrondse ruimten op de openbare weg mogen slechts geopend worden:

-          overdag en gedurende de tijd die nodig is voor de handelingen waarvoor de opening vereist is;

-          met inachtneming van alle maatregelen om de veiligheid van de voorbijgangers te waarborgen; tijdens de openstelling zal de eigenaar de nodige materiele voorzieningen treffen of laten treffen, om ongevallen te voorkomen.

Beide voorwaarden zijn cumulatief.

artikel 202.         Onverminderd de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake stedenbouw is het verboden spandoeken, wimpels, vlaggen of antennes en parabolen op voorgevels van gebouwen of over de openbare weg te hangen zonder machtiging van de bevoegde overheid.

Deze bepaling is niet van toepassing in geval van een vlaggenversiering en spandoeken waarvoor een algemene machtiging of een machtiging van de gemeente verkregen werd.

artikel 203.         Onverminderd de bepalingen van het verkeersreglement mag geen enkel voorwerp, zelfs gedeeltelijk, de voorwerpen van openbaar nut waarvan de zichtbaarheid volledig moet verzekerd zijn, verbergen. Geen enkel voorwerp mag dus, ook al was dat maar gedeeltelijk, verkeerssignalisatie en deuren of ramen van gebouwen langs de openbare weg verbergen.

Het is tevens verboden om tijdelijke signalisatieborden of nadarhekkens en dergelijke te verplaatsen of om hun doel te wijzigen door deze te verplaatsen, om te draaien of te verstoppen.

De noodzakelijke werken kunnen door het gemeentebestuur worden verricht op kosten en risico van de in gebreke blijvende partij.

Afdeling 4. Verplichting tot onderhoud van onroerende eigendommen – bouwvallige woningen.

artikel 204.         De eigenaars, huurders, bewoners of verantwoordelijken van een gebouw, ieder volgens zijn wettelijke of contractuele verplichtingen, moeten zich ervan verzekeren dat het gebouw, inclusief de installaties en apparaten waarmee het uitgerust is, zich in perfecte staat bevindt van conservering, onderhoud en werking, teneinde de openbare veiligheid niet in het gedrang te brengen. Zij zijn verplicht de maatregelen uit te voeren zoals die worden opgelegd ten gevolge van een procedure gevoerd naar analogie van deze voorzien in afdeling 2 van hoofdstuk 2 van titel 2 van onderhavige politieverordening.

Indien de verantwoordelijke de bepalingen van deze afdeling overtreedt heeft de gemeente het recht de nodige werken uit te voeren op kosten en risico van de overtreder op basis van een daartoe toepasselijk retributiereglement.

Afdeling 5. Bijzondere bepalingen die in acht dienen te worden genomen bij sneeuw of vrieskou, ijs, ijzel.

artikel 205.         De met sneeuw, ijs of ijzel bedekte voetpaden moeten vrijgemaakt of slipvrij gemaakt worden over twee derden van hun breedte, met een minimum van 1 m. Deze verplichting berust op de in artikel 8 vermelde personen.

In straten en pleinen waar geen voetpad is aangelegd, dienen de in artikel 8 vermelde personen de verplichtingen opgenomen in dit artikel uit te voeren over een breedte van minimum 1 meter gemeten vanaf de gevel of vanaf de rooilijn.

De sneeuw moet aan de rand van het trottoir opgehoopt worden en mag niet op de rijweg gegooid worden. De rioolkolken en straatgoten moeten vrij blijven.

artikel 206.         Het is verboden op de openbare weg:

-          water te gieten of te laten vloeien bij vriesweer;

-          glijbanen aan te leggen;

-          sneeuw of ijs te storten dat afkomstig is van privé-eigendommen.

artikel 207.         Het strooien van zand of andere producten met het oog op het doen smelten van sneeuw of ijs op de treden van buitentrappen, op trottoirs of op de openbare weg, ontheft de personen die daartoe overgaan niet van hun verplichting tot onderhoud van trottoirs.

artikel 208.         Het is verboden zich op het ijs te begeven van kanalen, vijvers, beken, grachten, waterbekkens en waterlopen, zonder toelating van de bevoegde autoriteiten.

Afdeling 6. Het gebruik van gevels van gebouwen.

artikel 209.         De gebruikers en bij gebreke van dezen de eigenaars van huizen en gebouwen die voor huisvestiging of voor de vestiging van een handel, nijverheid, industrie of bedrijf kunnen dienen, moeten deze huizen en gebouwen te nummeren.

Het toegewezen nummer dient te worden aangebracht hetzij op de naar de openbare weg gerichte gevel, of op de brievenbus wanneer deze dichter bij de weg staat. De nummers worden op zodanige wijze aangebracht dat zij vanaf de openbare weg zichtbaar en leesbaar zijn.

Voor appartementsgebouwen moeten de in het eerste lid vermelde personen het eventueel toegekende bijkomende nummer op een zichtbare wijze op de brievenbus aanbrengen. Elk appartement moet op de ingangsdeur een nummer dragen dat overeenstemt met het nummer van de brievenbus.

artikel 210.         De eigenaars, vruchtgebruikers, huurders, bewoners of om het even welke verantwoordelijken van een gebouw, dienen, zonder dat dit voor hen enige schadeloosstelling teweegbrengt, op de gevel of topgevel van hun gebouw, ook wanneer dit zich buiten de rooilijn bevindt, en in dit geval eventueel langs de straatkant, het aanbrengen, onderhouden en vervangen toe te staan van:

1° een plaat met de aanduiding van de straatnaam van het gebouw;

2° alle verkeerstekens.

3° alsook tekens, uitrustingen, installaties, toestellen, en houders van leidingen, die van algemeen nut zijn.

artikel 211.         Het is verboden de voormelde nummers, straatnaamborden, verkeerstekens, tekens, uitrustingen en houders van leidingen van algemeen nut te doen verdwijnen, te beschadigen, te bedekken, aan het gezicht te onttrekken of anderszins onleesbaar te maken, de bereikbaarheid ervan te bemoeilijken of onmogelijk te maken.

Afdeling 7. Uitzetting.

artikel 212.         Indien om welke reden dan ook een persoon uit het huis dat hij/zij bewoont, wordt gedreven en diens meubels op de openbare weg worden gezet, moet deze persoon ze op het moment van de uitzetting verwijderen. Bij in gebreke blijven van de eigenaar, zal het gemeentebestuur de goederen gedurende zes maanden bewaren. Zo de goederen na het verstrijken van die termijn van zes maanden door de eigenaar niet zijn opgeëist, worden ze eigendom van het gemeentebestuur.

Het bestuur mag de kosten die zij gemaakt heeft voor het weghalen en bewaren van goederen aanrekenen aan de eigenaar of zijn rechthebbenden op basis van een daartoe toepasselijk retributiereglement.

Titel 4 – De openbare rust.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen.

Afdeling 1. Geluidsoverlast.

artikel 213.         Kunnen gestraft worden met de respectievelijke straffen bepaald in het strafwetboek (art. 561,1° SWB) of met een administratieve geldboete zij die zich schuldig maken aan nachtgerucht of nachtrumoer waardoor de rust van de inwoners kan worden verstoord en dit tussen 22 u en 07 u.

artikel 214.         Iedereen is verplicht zich zodanig te gedragen dat anderen niet meer dan noodzakelijk door geluid gehinderd worden. Elk gerucht of rumoer bij dag is verboden, wanneer het zonder noodzaak wordt veroorzaakt, wanneer het te wijten is aan een gebrek aan voorzorg en wanneer het van aard is de rust van de inwoners te verstoren en de veroorzaker hierop attent werd gemaakt.

Afdeling 2. Mosquito’s

artikel 215.         Het is verboden om toestellen te gebruiken die erop gericht zijn om door middel van geluid met hoge frequentie jongeren van een bepaalde plaats te verjagen. Toestellen gebruikt in strijd met bovenvermelde bepalingen, worden in beslag genomen en verbeurd verklaard.

Afdeling 3. Niet-hinderlijk geluid

artikel 216.         In beginsel wordt een geluid als niet-hinderlijk beschouwd wanneer het het gevolg is van (niet-limitatieve opsomming):

-     werken aan de openbare weg of voor het aanleggen van openbare nutsvoorzieningen, uitgevoerd met toestemming van de daartoe bevoegde overheid of in opdracht van die overheid;

-     van werken die op werkdagen en zaterdagen aan private eigendommen worden uitgevoerd, waarvoor de bevoegde overheid een vergunning heeft verleend, en van verbeterings-, verbouwings- of onderhoudswerken aan dergelijke eigendommen die zonder vergunning kunnen worden uitgevoerd, en waarbij de nodige voorzorgen worden getroffen om overdreven of niet noodzakelijk lawaai te voorkomen;

-     van werken of handelingen die dringend of zonder verder uitstel moeten worden uitgevoerd ter bescherming van personen of eigendommen, of ter voorkoming van rampen;

-     van een door het gemeentebestuur vergunde manifestatie of activiteit, voorzover de in de vergunning opgelegde voorwaarden worden nageleefd.

-     spelende kinderen

-     veldwerkzaamheden in het kader van land- en tuinbouwactiviteiten door land- en tuinbouwwerktuigen op het veld of het weghalen en aanleveren van veldproducten, met dien verstande dat bij nachtgerucht, het de normale uitoefening van het beroep betreft, in normale en gewone voorwaarden, dat de activiteiten noodwendig zijn en er redenen zijn waarom die bezigheid niet evengoed overdag kan uitgevoerd worden.

Afdeling 4. Elektronisch versterkte en niet-elektronisch versterkte geluidsgolven.

artikel 217.         Zonder de voorafgaande en schriftelijke toelating van de burgemeester is verboden, het geven van stemopvoeringen, instrumentale of muzikale uitvoeringen, evenals in het algemeen het gebruik van geluidsversterkers, luidsprekers, muziekinstrumenten of andere geluidsinstallaties en dit in de openbare ruimte, alsmede buiten en binnen gebouwen wanneer de uitzending bestemd is om op de openbare weg gehoord te worden. Niettegenstaande de voormelde toelating, mag het geluid niet als hinderlijk kunnen worden beschouwd of geen aanleiding geven tot gerechtvaardigde klachten.

Geen voorafgaande en schriftelijke toelating van de burgemeester is nodig voor het maken van zachte sfeermuziek in winkel(wandel)straten, waarvan de geluidsemissies beperkt worden van 10 uur tot het wettelijke winkelsluitingsuur of in geval van een braderij tot het door het college van burgemeester en schepenen bepaalde einduur. Er mogen geen reclameboodschappen worden uitgezonden.

artikel 218.         Een toelating van de burgemeester is niet vereist voor de bij het eerste lid van vorig artikel genoemde opvoeringen en uitvoeringen, noch voor het gebruik van de bij het eerste lid van vorig artikel genoemde toestellen en instrumenten, en dit buiten de openbare ruimte, indien het geluid niet bestemd is om in de openbare ruimte gehoord te worden, doch het gebruik ervan is slechts toegelaten voor zover het geluid niet als hinderlijk kan worden beschouwd of voor zover het geen aanleiding geeft tot gerechtvaardigde klachten.

Hoofdstuk 2. Specifieke bepalingen.

Afdeling 1. Inrichtingen die gewoonlijk voor het publiek toegankelijk zijn.

artikel 219.         De bepalingen van onderhavige afdeling zijn van toepassing op voor het publiek toegankelijke inrichtingen, etablissementen, café-, cabaret-, restauranthouders en uitbaters van danszalen en in het algemeen degenen die wijn, bier of andere dranken verkopen.

artikel 220.         Opgeheven.

artikel 221.         §1. Het is verboden in openbare drankgelegenheden muziek te maken van  24 tot 10 uur. Tijdens de weekeinden – van vrijdagavond tot maandagmorgen – geldt het verbod van 3 tot 10 uur. De burgemeester bepaalt bij algemene of individuele maatregel de uitzonderingen op het voorgaande.

 §2. Onverminderd de strafbepalingen en maatregelen voorzien onder titel 6 van deze verordening, kan de politie bij vaststelling van uitbating van inrichtingen in strijd met §1:

-        de stopzetting van de muziek bevelen of de openbare plaatsen ontruimen om de openbare rust en orde te herstellen;

-        de muziekinstallaties of toestellen bedoeld voor de emissie van geluid, waarmee deze overtredingen gepleegd worden, in beslag nemen. In dat geval worden ze, op verzoek van de bezitter of eigenaar, teruggegeven aan de bezitter of eigenaar op de eerstvolgende werkdag tijdens de kantooruren.

artikel 222.         De burgemeester kan de voor het publiek toegankelijke etablissementen laten ontruimen en sluiten als wanorde of lawaai wordt vastgesteld die de openbare rust of de rust van de omwonenden kan storen.

artikel 223.         Opgeheven.

artikel 224.         Het is verboden voor uitbaters van de voor het publiek toegankelijke inrichtingen, op het moment dat de inrichting in gebruik is, de toegangsdeur slotvast te maken.

artikel 224bis. §1. Onverminderd de naleving van andere federale, regionale of lokale bepalingen van toepassing op de publiek toegankelijke inrichtingen, is de uitbater van een publiek toegankelijke inrichting verplicht, vooraleer de inrichting te openen, te voldoen aan alle maatregelen tot het voorkomen en bestrijden van brand, opgenomen in de Zonale Politieverordening Hulpverleningszone Rivierenland houdende maatregelen tot het voorkomen en bestrijden van brand in publiek toegankelijke inrichtingen. Deze verplichting geldt niet voor publiek toegankelijke inrichtingen waar een specifieke reglementering voor de brandveiligheid van toepassing is.

§2. Onverminderd de strafbepalingen en maatregelen voorzien onder titel 6 van deze verordening, kan de politie bij vaststelling van uitbating van inrichtingen in strijd met de verplichtingen in §1 de inrichting onmiddellijk en ter plaatse sluiten.

Afdeling 2. Alarmsystemen.

artikel 225.         De voertuigen die zich in de openbare ruimte of op private eigendommen bevinden en uitgerust zijn met een alarmsysteem, mogen in geen enkel geval nodeloos de buurt verstoren.

De respectievelijke gebruikers moeten bij het afgaan van een alarm zo spoedig mogelijk een eind stellen aan het geluid.

Wanneer de gebruiker niet opdaagt binnen de 30 minuten na het afgaan van het alarm, mogen de politiediensten de nodige maatregelen nemen om een einde te stellen aan deze hinder, op kosten en risico van de overtreder, op basis van een daartoe toepasselijk retributiereglement.

Afdeling 3. Dieren.

artikel 226.         Honden of andere dieren mogen geen abnormale hinder veroorzaken voor de buren door aanhoudend geblaf, geschreeuw, gekrijs of ander aanhoudend geluid.

 De burgemeester kan de politieambtenaren laten overgaan tot de inbeslagname van de betrokken dieren en de plaatsing van het dier op kosten van de eigenaar of de houder ervan in een dierenasiel, zo de eigenaar of de houder van de dieren na eerste waarschuwing geen passende maatregelen zou genomen hebben en de abnormale hinder zou aanhouden waarbij de openbare rust wordt verstoord.

artikel 227.         In het belang van de openbare orde en om twisten te voorkomen is het in de periode van 1 april tot en met de laatste zondag van oktober verboden op zaterdagen, zondagen en feestdagen waarop duivenwedstrijden plaats hebben, duiven die niet aan wedstrijden deelnemen, te laten uitvliegen tussen 07 uur en 17 uur.

 artikel 228.            Rond het tijdstip dat de aan een wedstrijd deelnemende duiven ingewacht worden, is het verboden in de nabijheid van de hokken lawaai te maken of enige handeling te stellen  van aard om de aankomende duiven af te schrikken.

Afdeling 4. Geluidsgolven vanuit voertuigen.

artikel 229.         Het is de eigenaar van een voertuig verboden elektronisch versterkte muziek die hoorbaar is buiten het voertuig te produceren of toe te laten dat dergelijke muziek wordt geproduceerd. De overtredingen tegen deze bepaling, die aan boord van voertuigen worden begaan, worden verondersteld door de eigenaar te zijn begaan, tot bewijs van het tegendeel

Afdeling 5. Vuurwerk, feest-en kanongeschut.

artikel 230.         Het is verboden vuurwerk af te steken of voetzoekers, thunderflashes, knal- en rookbussen te laten ontploffen. De burgemeester kan, na adviesinwinning van de brandweer en de politie, afwijkingen toestaan.

artikel 231.         Het is verboden zonder de voorafgaande en schriftelijke toelating van de burgemeester, feestgeschut af te vuren en kanonschoten te lossen bij gelijk welke gelegenheid voor gelijk welk doel.

Afdeling 6. Gebruik van grasmaaiers en andere machines voor het tuinieren.

artikel 232.                         Het gebruik in openlucht van houtzagen of grasmaaiers of andere werktuigen aangedreven door ontploffings- of elektrische motoren is verboden tussen 22 uur  en 07 uur. Op zondagen en wettelijke feestdagen is het gebruik van dergelijke toestellen verboden.

 Deze afdeling is niet van toepassing voor de normale exploitatie van land- en tuinbouwactiviteiten.

Afdeling 7. Toestellen voor recreatief gebruik.

artikel 233.         Behoudens voorafgaandelijke machtiging van de burgemeester, is het verboden in de openbare ruimte, bezig te zijn met op afstand bestuurde modelvliegtuigen, -boten of –wagens of andere met motoren aangedreven speeltuigen en experimenteertuigen waarvan het voortgebrachte geluid de openbare rust verstoort.

Afdeling 8. Afstelling van motoren.

artikel 234.         Het is verboden in de openbare ruimte over te gaan tot de luidruchtige afstelling van motoren, ongeacht hun vermogen.

Afdeling 9. Vogelschrikkanonnen.

artikel 235.         Het gebruik van akoestische afschrikmiddelen voor het verjagen van vogels bij het beschermen van de akkerbouw, tuinbouw en fruitteelt is enkel toegestaan na schriftelijke machtiging van de burgemeester. De aanvraag wordt gemotiveerd en moet toelaten de mogelijke hinder van de installatie te beoordelen. Combinatie met andere technieken moet in de aanvraag weergegeven worden.

artikel 236.         Akoestische afschrikmiddelen mogen enkel opgesteld worden op een afstand van meer dan 100 meter van een woongebied zoals bepaald in de ontwerpgewestplannen of gewestplannen en/of andere plannen van aanleg of RUP’s en/of op een afstand van meer dan 100 meter van een woning en/of op een afstand van meer dan 50 meter van een openbare weg.

artikel 237.          Het gebruik van akoestische afschrikmiddelen is verboden tussen 22 uur en 07 uur, alsook na zonsondergang en voor zonsopgang. Op gemotiveerd verzoek kan in de machtiging een ingekorte verbodsperiode worden bepaald.

artikel 238.         De machtiging kan uitsluitend voor een duur van 2 maanden toegestaan worden en kan ambtshalve 2 keer stilzwijgend verlengd worden bij gunstige evaluatie. De toelating kan worden geschorst of ingetrokken indien een overtreding van dit artikel of overmatige hinder wordt vastgesteld.

artikel 239.         Het akoestische afschrikmiddel mag niet meer dan 6 knallen per uur per ha produceren.

artikel 240.         De opening van het akoestische afschrikmiddel moet steeds in de meest gunstige richting geplaatst worden ten aanzien van de openbare weg en van de hindergevoelige plaatsen of gebieden vermeld in artikel 236.

Afdeling 10. Laden en lossen - verhuizingen.

artikel 241.         Opgeheven.

artikel 242.         Er mogen geen verhuizingen plaatshebben tussen 22 en 7 uur, behoudens een schriftelijke machtiging van de burgemeester.

Afdeling 11. Erediensten.

artikel 243.         Het is verboden tijdens erediensten in de omgeving van plaatsen welke bestemd zijn of gewoonlijk dienen voor de eredienst, gerucht te maken of daden te stellen die storend zouden zijn voor de uitoefening van de kerkelijke diensten of de bijwoning ervan.

Afdeling 12. Nodeloos aanbellen.

artikel 244.         Opgeheven.

Afdeling 13: Lichtvervuiling en lichthinder bij Openbare Rust

artikel 245.         Opgeheven. 

Titel 5. Diverse bepalingen.

Afdeling 1. Ambulante handel.

artikel 246.         Ambulante activiteiten uitgeoefend op andere plaatsen dan op de openbare markten, openbare weg of ten huize van de consument vallen onder toepassing van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening van ambulante activiteiten en organisatie van openbare markten.

artikel 247.         Personen die hun beroep uitoefenen op de ingenomen staanplaatsen, mogen er hun aanwezigheid niet aankondigen door geroepen of gesproken boodschappen of met andere middelen op een wijze die de openbare orde of rust verstoort.

artikel 248.         De handelaars die hun activiteit met behulp van een voertuig uitoefenen, mogen de openbare veiligheid en de vlotte doorgang, de openbare rust, netheid en gezondheid niet in het gedrang brengen.

Deze handelaars mogen, om het cliënteel van hun komst te verwittigen, geen gebruik maken van geluidsmiddelen die de openbare rust kunnen verstoren.

artikel 249.         Het is verboden ambulante activiteiten uit te oefenen:

a) op markten, buiten de toepassing van het marktreglement;

b) op plaatsen waardoor de openbare orde, de openbare rust of de openbare veiligheid kan worden verstoord.

 artikel 250.         Zonder de voorafgaande en schriftelijke toelating van de burgemeester is het verboden ambulante activiteiten uit te oefenen:

a)    van 22 uur tot 6 uur op de openbare weg en op andere toegelaten openbare plaatsen;

b)   op de openbare weg en op andere openbare plaatsen waar evenementen, zoals kermissen, rommelmarkten, stoeten, processies, optochten, braderijen, ... plaatsvinden, alsook in de onmiddellijke omgeving ervan en dit tijdens de uren van het gebeuren;

c)    in de onmiddellijke omgeving van voetbalvelden tijdens de dagen dat een wedstrijd plaatsvindt.

Afdeling 2. Overnachten en kamperen – organisatie van kermissen en circussen.

artikel 251.         Behoudens vergunning vanwege de burgemeester, is het verboden op het hele grondgebied van de gemeente en op iedere plaats van de openbare ruimte langer dan 24 uur achtereen te verblijven of te slapen in een tent, wagen, een caravan of een daartoe ingericht voertuig, of er te kamperen.

Het is eveneens verboden meer dan 48 uur achtereen op een privé-terrein te verblijven in een mobiel onderkomen zoals een woon- en aanhangwagen, een caravan of een mobilhome, behoudens vergunning.

artikel 252.         Het is verboden:

  1. een kermis of circusvoorstelling te organiseren of zich als foorkramer te vestigen op een voor het publiek toegankelijk privaat terrein zonder vergunning van de bevoegde overheid;
  1. een kermis- of circusattractie te installeren of de installatie ervan op te slaan buiten de voorziene plaatsen en data voor iedere kermis, foor of circus, alsook in de gevallen dat de overheid de intrekking van de concessie of de vergunning beveelt;
  1. voor de uitbaters hun voertuigen elders te plaatsen dan op de door het bestuur aangeduide plaatsen.

De kermis- en circusattracties en de voertuigen geplaatst in overtreding met onderhavige bepaling moeten verplaatst worden bij het eerste politiebevel. Bij ontstentenis zal het bestuur ertoe overgaan op kosten en risico van de overtreder op basis van een daartoe toepasselijk retributiereglement.

Circusexploitanten die het dierenwelzijn niet garanderen, verliezen onmiddellijk hun vergunning.

artikel 253.         Het is kermis-, circusexploitanten en foorkramers in het bijzonder verboden groot en klein vee, alsmede pluimvee, te houden op het terrein dat ze met woon- of kermiswagen bezetten, tenzij het terrein speciaal daartoe is uitgerust en uitgezonderd trekdieren en dieren van het kermis- of circusbedrijf.

artikel 254.         De kermis- en circusexploitanten en woonwagenbewoners zijn verplicht:

- de plaats rond en onder de wagen zuiver te houden;

- zich van hun afval op wettige wijze te ontdoen;

- een doorgang van ten minste vier meter tussen de wagens te laten, die moeten toelaten eventuele tussenkomsten van de hulpverleners mogelijk te maken.

Afdeling 3. Markten.

artikel 255.         De openbare markten worden alleen door het gemeentebestuur ingericht. De specifieke regelgeving inzake de organisatie van de openbare markten wordt door de gemeente vastgelegd in een marktreglement.

artikel 256.         Iedereen, die toelating kreeg om op de markt te staan, draagt op een positieve manier bij tot het vlot verloop van de markt en vermijdt hinder.

artikel 257.         De standplaatshouder neemt alle voorzorgen opdat de opstelling van de kramen en het lossen van de waren gebeurt zonder lawaai -of milieuhinder. Zij zorgen ervoor dat de doorgang voor de hulpdiensten altijd vrij blijft. Tussen de gebouwen en de achterkant van marktkramen en kermisattracties dient steeds een doorgang vrij te blijven.

artikel 258.         Elke deelnemer neemt de gepaste maatregelen om zijn plaats zuiver achter te laten. Hij neemt rondslingerend papier en vuil mee. Bij eventuele overtredingen is het retributiereglement op het weghalen van sluikstortingen van toepassing.

artikel 259.         Bij verontreiniging of beschadiging van het voetpad of de rijweg, worden de herstellingskosten en/of reinigingskosten aangerekend aan de marktkramer;

iedere marktkramer die een standplaats toegewezen kreeg, houdt steeds een vrije doorgang van tenminste 4 meter tussen de rijen kramen voor de grotere voertuigen van de hulpdiensten.

artikel 260.         De marktkramer gaat niet met waren rond of plaatst zich niet midden op de rijweg/marktgang.

artikel 261.         Het gebruik van pinnen in de grond of enig andere voorwerpen is niet toegelaten.

artikel 262.         De marktkramer brengt geen schilderingen op het wegdek aan.

artikel 263.         De waren worden op een kraam gelegd met een minimumhoogte van 50 cm. Alleen plantgoed mag op de grond staan.

artikel 264.         Geluidsinstallaties mogen enkel gebruikt worden door kramers die platen, cassettes, cd’s en DVD’s verkopen. Zij houden zich aan de algemeen bestuurlijke Politie verordening.

artikel 265.         De marktkramers die vleeswaren braden op de markt, reinigen het voetpad en de rijweg volledig van alle dierlijke en plantaardige vetten en van alle kruiden.

artikel 266.         De marktkramers zijn verantwoordelijk voor de gastoestellen die zij gebruiken. Zij leven de wettelijke voorschriften en de voorschriften van de fabrikant na en zorgen ervoor dat de afsluitkranen van de gasflessen steeds bereikbaar zijn.

Volgende brandweervoorschriften zijn van toepassing:

 1. Het maken van vuur door middel van vaste, vloeibare of gasvormige brandstoffen en het gebruik van gassen op de openbare weg is verboden. Voor handels-, ambachtelijke  en private doeleinden kan afwijking van dit artikel bekomen worden, mits voorafgaande toestemming van de burgemeester.

2. Het door de burgemeester gemachtigd gebruik op de openbare weg van gasvormige brandstof in vervoerbare recipiënten is onder meer aan volgende voorwaarden onderworpen:

- de gebruikte recipiënten moeten voldoen aan de bepalingen van het Algemeen reglement voor de Arbeidsbescherming;

- ontspanners, leidingen, branders en toebehoren moeten van het goedgekeurde type zijn en een kopie van het jaarlijks te hernieuwen keu­ringsbewijs, van een door het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid erkend organisme, waaruit blijkt dat de ganse installatie voldoet aan alle vereisten inzake veiligheid, moet aan de dienst economie bezorgd worden in de maand januari van elk jaar;

- een zone rond de gasflessen wordt steeds afgeschermd voor het publiek. In die zone is het verboden ontvlambare vloeistoffen en brandbaar materiaal op te slaan, te roken of  open vuur te maken. De aanduiding van het verbod op vuur moet gebeuren     overeenkomstig de bepalingen van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (ARAB) – veiligheidssignalering;

- de plaats waar gasflessen opgesteld zijn bevindt zich in open lucht op hetzelfde niveau als de directe omgeving - niet bij kelderopeningen, putten en dergelijke – de

gasflessen moeten afgeschermd zijn door een kast die aan twee, tegenover elkaar gelegen zijden open is, zodat een goede natuurlijke ventilatie steeds gewaarborgd  blijft en het gevaar op ingeslo­ten gasmengsels uitgesloten is;

- de gasflessen moeten opgesteld worden op een stabiele en vuurvaste ondergrond, waarbij voorzorgen zijn genomen tegen het omvervallen. Zij moeten beschut zijn

tegen de inwerking van zonnestralen en warmtebronnen;

- nabij de gasopslag moet minimum één poederblusapparaat voorzien zijn met een minimale inhoud van 6 kg ABC-poeder of gelijkwaardig (= zelfde bluseenheid) conform S21EN3; dit toestel moet jaarlijks gekeurd te worden door een erkend organisme;

- de burgemeester kan altijd bijkomende veiligheidsvoorschriften opleggen;

- er dient naar gestreefd te worden om de kramen waarin gasflessen worden gebruikt, op een afstand van minimum 4 m te plaatsen;

- de marktkramers die tussen de vier meter en de tien meter staan van de bebouwing mogen slechts één gasfles van maximaal 25 liter waterinhoud voor bakken en braden in hun kraam hebben;

- de marktkramers die op minstens tien meter van de bebouwing staan mogen tot de     maximale hoeveelheid gas voor bakken en braden gebruiken;

- de marktkramers mogen slechts de voor de markt benodigde hoeveelheid gasflessen    meebrengen met een maximale totale waterinhoud van 280 liter.

3. Er zal jaarlijks controle gedaan worden door de brandweer.

Afdeling 4. Vergunning Horeca Inrichting.

artikel 267.         Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

vaste horeca inrichting: elke plaats of lokaliteit waar voeding en/of drank van welke aard ook voor gebruik ter plaatse wordt verkocht of (gratis) verstrekt;

occasionele horeca inrichting: de vooraf als dusdanig aangegeven drankgelegenheid die, naar aanleiding van om het even welke gebeurtenis van voorbijgaande aard, ten hoogste tienmaal per jaar en telkens voor niet langer van vijftien opeenvolgende dagen worden gehouden. Drankgelegenheden gehouden op tentoonstellingen en op jaarbeurzen worden geacht occasionele drankgelegenheden te zijn, voor de gehele duur van de tentoonstelling jaarbeurs, ongeacht de hoedanigheid van de exploitant;

exploitant: de natuurlijke persoon of de personen, de feitelijke vereniging, of de rechtspersoon, ongeacht hun eventuele hoedanigheid van handelaar, die in enige hoedanigheid en/of voor eigen rekening en risico, een werkzaamheid uitoefent die erin bestaat of er mede in bestaat een horecazaak te exploiteren. Ook uitbater genoemd. Met exploiteren wordt ook bedoeld het openen, het heropenen, de overname en de aanpassing van een horecazaak.

artikel 268.         §1. De opening en uitbating van een vaste horeca-inrichting is onderworpen aan een voorafgaandelijke en schriftelijke uitbatingsvergunning vanwege de burgemeester. Voor de vaste horeca-inrichtingen die bestaan op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze afdeling, moet de uitbater uiterlijk binnen een periode van 12 maanden na de inwerkingtreding van deze afdeling een uitbatingsvergunning aanvragen. De aanvraag geldt als tijdelijke uitbatingsvergunning tot de definitieve vergunning wordt verleend of geweigerd.

Onverminderd de naleving van andere federale, regionale of lokale bepalingen van toepassing op de publiek toegankelijke inrichtingen zijn occasionele horeca-inrichtingen van dergelijke vergunningsplicht vrijgesteld.

§2. Onverminderd de strafbepalingen en maatregelen voorzien onder titel 6 van deze verordening, kan de politie bij vaststelling van uitbating van inrichtingen in strijd met de verplichtingen in §1 de inrichting onmiddellijk en ter plaatse sluiten.

artikel 269.         De uitbatingsvergunning kan enkel worden verleend na een administratief onderzoek dat volgende componenten bevat (indien deze zijn vereist volgens de van toepassing zijnde wetgeving):

a) een onderzoek naar de naleving van de hygiëne-eisen zoals bepaald in het Koninklijk besluit van 3 april 1953 tot samenordening van de wetsbepalingen inzake de slijterijen van gegiste dranken en in de wet van 28 december 1983 betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank en hun uitvoeringsbesluiten. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door een expert;

b) een onderzoek naar de naleving van de verzekeringsverplichtingen zoals omschreven door de wet betreffende de preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen;

c) een onderzoek naar de naleving van de brandveiligheidsvoorschriften zoals omschreven in de Politieverordening Hulpverleningszone Rivierenland houdende maatregelen tot het voorkomen en bestrijden van brand in publiek toegankelijke inrichtingen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de brandweer;

d) een onderzoek naar de naleving van de geldende stedenbouwkundige - en milieuvoorwaarden en het beschikken over de benodigde vergunningen, zowel op gemeentelijk als op Vlaams en federaal niveau.  Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de afdeling omgeving;

e) een onderzoek naar de mogelijke verstoring van de openbare orde, veiligheid en rust door de horeca-inrichting en naar eventuele aanbevelingen om deze verstoring te voorkomen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de lokale politie;

f) een onderzoek naar de vestigingsformaliteiten als ondernemer (inclusief beroepskaart) of enige andere vergunning die wettelijk voorgeschreven is;

g) een onderzoek naar de betaling van alle verschuldigde gemeentefacturen en aanslagbiljetten, van welke aard ook, die betrekking hebben op de inrichting en de exploitant. Indien de exploitant een rechtspersoon is, wordt het financieel onderzoek uitgevoerd op de organen van de exploitant en/of de vertegenwoordigers. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de financiële dienst;

h) een moraliteitsonderzoek: dit onderzoek wordt verricht door de lokale politie en bestaat uit:

  • Een onderzoek naar vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, of eenvoudige schuldverklaring,  voor inbreuken op de zedelijkheid voor het exploiteren van een drankgelegenheid zoals bepaald in het Koninklijk besluit van 3 april 1953 tot samenordening van de wetsbepalingen inzake de slijterijen van gegiste dranken en in de wet van 28 december 1983 betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank;
  • Een onderzoek naar vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, of eenvoudige schuldverklaring, voor inbreuken op de  mensenhandel, zoals bedoeld in  hoofdstuk III ter van Titel VIII  van boek II van het Strafwetboek; 
  • Een onderzoek naar recente – tijdens de drie voorgaande jaren - vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, of eenvoudige schuldverklaring,  voor inbreuken op de wet op het racisme en/of de xenofobie en/of tegen de drugswetgeving en/of wegens daden van weerspannigheid ten overstaan van politie of andere overheidsdiensten;
  • Een onderzoek of er ernstige aanwijzingen zijn van fraude;
  • Een onderzoek of er ernstige aanwijzingen voorhanden zijn dat in de private doch voor het publiek toegankelijke plaats, herhaaldelijk illegale activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op de verkoop, de aflevering of het vergemakkelijken van het gebruik van gifstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, psychotrope stoffen, antiseptica of stoffen die gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, waardoor de openbare veiligheid en rust in het gedrang komt;
  • Een onderzoek naar vaststellingen van en veroordelingen voor inbreuken op wettelijke verplichtingen die verband houden met of naar aanleiding van de exploitatie, zoals de niet naleving van vestigingsvoorwaarden, persoonsgebonden beroepsuitoefeningsvoorwaarden (o.m. leeftijd, verblijfskaart, beroepskaart, leurderkaart, arbeidskaart), administratieve verplichtingen t.a.v. de Kruispuntbank van Ondernemingen, sociaal- en arbeidsrechtelijke verplichtingen van de personen die op enigerlei wijze deelnemen aan de exploitatie (o.m. aangifte en bijdrageplicht sociale zekerheid),  boekhoudkundige en fiscale verplichtingen, vennootschapsrechtelijke verplichtingen, vergunningen, erkenningen en toelatingen met betrekking tot de beroepsuitoefening, de regelgeving met betrekking tot de openingsuren, voedselveiligheid, rookverbod, vzw’s e.a.

Dit moraliteitsonderzoek wordt, al naargelang het geval, uitgevoerd op de voor het publiek toegankelijke plaats, op de exploitant, op de organen en/of vertegenwoordigers van de exploitant en op de natuurlijke personen die in feite belast zijn met de exploitatie. Deze personen dienen meerderjarig te zijn en een uittreksel uit het strafregister voor te leggen van het land van de woonplaats of een hieraan gelijkwaardig document, desgevallend behoorlijk beëdigd vertaald.

Voor andere personen die in welke hoedanigheid ook, deelnemen of zullen deelnemen aan de exploitatie van de instelling, dient de exploitant te verklaren dat niemand van hen valt onder de hierboven vermelde weigeringsgronden. Alle voormelde personen dienen het bewijs te leveren van hun identiteitsgegevens, met inbegrip van een officiële woonplaats.

De burgemeester kan steeds alle nuttige inlichtingen inwinnen bij de politie en/of parket en beslist discretionair of het resultaat van het moraliteitsonderzoek zwaarwichtig genoeg is om de vergunning al dan niet te weigeren en/of in te trekken waarbij hij steeds het gevaar voor de openbare orde voor ogen zal houden.

Artikel 269/1. In kader van de aanvraag, gedurende het voorafgaandelijk administratief onderzoek en gedurende de uitbating kan de gemeente bepalen dat nader te bepalen documenten en inlichtingen overhandigd moeten worden.

Artikel 269/2. De burgemeester weigert de uitbatingsvergunning als:

  • niet voldaan is aan de wettelijke of reglementaire bepalingen en voorwaarden van toepassing op de inrichting;
  • controle door de ambtenaar van de gemeente en/of de politie wordt verhinderd;
  • de aanvraag onjuiste gegevens bevat;
  • de openbare orde, de openbare rust en/of de openbare gezondheid gevaar loopt.

Artikel 269/3. §1. De uitbatingsvergunning is geldig vanaf de ondertekening van de uitbatingsvergunning door de burgemeester.

§2. Deze politieverordening en in het bijzonder de voorwaarden vermeld in art. 269 dienen nageleefd te worden zolang de uitbating duurt. 

§3. De burgemeester kan beslissen om de uitbatingsvergunning te beperken in de tijd en/of bepaalde voorwaarden te koppelen aan de uitbatingsvergunning, afhankelijk van de specifieke omstandigheden, zoals de aard of de ligging van de horecazaak. Bijzondere voorwaarden kunnen onder meer zijn: de verplichte installatie van één of meerdere bewakingscamera’s, de inzet van bewakingsagenten, etc.

Artikel 269/4. §1. De uitbatingsvergunning wordt afgeleverd aan een exploitant voor een welbepaalde vestigingseenheid. De vergunning kan niet worden overgedragen aan een andere exploitant of naar een andere vestigingseenheid. Bij iedere wijziging van locatie of wijziging met betrekking tot de uitbater dient er een nieuwe uitbatingsvergunning te worden aangevraagd.

§2. In afwijking op §1 van dit artikel is er geen nieuwe aanvraag vereist indien:

  • een exploitant reeds over een uitbatingsvergunning beschikt en zijn uitbating wijzigt onder de vorm van natuurlijk persoon tot uitbating onder de vorm van vennootschap of in omgekeerde volgorde op dezelfde locatie;
  • de exploitant reeds over een uitbatingsvergunning beschikt en louter het bestuursorgaan van de rechtspersoon wijzigt. In dit laatste geval moet wel een nieuw uittreksel uit het strafregister ingediend worden;
  • enkel de naam van horecazaak wijzigt. In dit geval volstaat het om dit aan de bevoegde dienst te melden.

Bij andere wijzigingen is een nieuwe uitbatingsvergunning vereist, waarvoor een volledig nieuwe aanvraag moet worden ingediend.

§3. De exploitant is verplicht te melden aan de burgemeester wanneer zijn horeca inrichting definitief sluit. De exploitant is tevens verplicht alle wijzigingen in de instelling die een verandering uitmaken ten opzichte van de veiligheid, en alle wijzigingen van gegevens opgegeven in de aanvraag, met inbegrip van elke bestemmingswijziging, onmiddellijk schriftelijk te melden aan de burgemeester.

Artikel 269/5. De uitbatingsvergunning vervalt van rechtswege:

  • op het moment dat de exploitatie van de inrichting voor een periode van langer dan zes maanden feitelijk is onderbroken;
  • in geval van faillissement;
  • in geval van een veroordeling tot gerechtelijke sluiting;
  • in geval van een gerechtelijk beroepsverbod voor de exploitant, een rechtspersoon of één van zijn organen;
  • in geval van ontbinding van de rechtspersoon;
  • in geval van schrapping of stopzetting van de exploitant of van de betrokken vestiging die blijkt uit de gegevens van de Kruispuntbank van Ondernemingen.

Artikel 269/6. De vergunning moet steeds aanwezig zijn in de zaak en zichtbaar worden aangebracht aan de inrichting, zodat ze leesbaar is vanop de openbare ruimte. De vergunning dient steeds op eerste verzoek van de politie of de controlerend ambtenaar ter inzage worden voorgelegd.

Onverminderd de strafbepalingen en maatregelen voorzien onder titel 6 van deze verordening, kan de politie bij vaststelling van uitbating zonder uitbatingsvergunning de inrichting onmiddellijk en ter plaatse sluiten.

Afdeling 5. Nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie

artikel 270.  Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

uitbater: de natuurlijke persoon of rechtspersoon voor wiens rekening en risico de nachtwinkel of het private bureau voor telecommunicatie wordt uitgebaat. 

vestigingseenheid: een plaats die men geografisch gezien kan identificeren door een adres en die voor de consument toegankelijk is waar activiteiten waarop de Wet van 10 november 2006  van toepassing is,  uitgeoefend worden

nachtwinkel: een vestigingseenheid die

a)  ingeschreven is in de KBO (Kruispuntbank van Ondernemingen) uitsluitend onder de rubriek “verkoop van algemene voedingswaren en huishoudelijke artikelen”

b) geen andere handelsactiviteit uitoefent dan die hierboven bedoeld

c) een maximale netto-verkoopoppervlakte heeft van 150 m²

d) en op een duidelijke en permanente manier de vermelding “Nachtwinkel” draagt

privaat bureau voor telecommunicatie: voor het publiek toegankelijke ruimte of inrichting voor de tijdelijke beschikbaarstelling van eindapparatuur waarmee tegen betaling een elektronische communicatienetwerk of -dienst ter plaatse kan worden gebruikt zonder contractuele betrekking met de leverancier van het netwerk of de dienst

vestigingsvergunning: voorafgaande vergunning voor het vestigen van een nachtwinkel of privaat bureau voor telecommunicatie verleend door het College van Burgemeester en Schepenen zoals omschreven in artikel 18§1 van de Wet van 10 november 2006

uitbatingsvergunning: vergunning voor het uitbaten van een nachtwinkel of privaat bureau voor telecommunicatie verleend door de burgemeester nadat voldaan is aan een aantal uitbatingsvoorwaarden.

artikel 271. Dit is van toepassing op alle nieuw te openen en bestaande vestigingseenheden op het grondgebied van de gemeente die, rekening houdend met de begripsomschrijving van artikel 270, worden beschouwd als een nachtwinkel of privaat bureau voor telecommunicatie.

artikel 272.    

 §1. In afwijking van artikel 6,c) van de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening, wordt de toegang van de consument tot nachtwinkels verboden:

-          Voor 18 uur en na 1 uur van zondag tot en met donderdag en

-          Voor 18 uur en na 2 uur op vrijdag en zaterdag

§2. In afwijking van artikel 6,d) van de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlenging, wordt de toegang van de consument tot private bureaus voor telecommunicatie verboden:

-          Voor 18 uur en na 1 uur van zondag tot en met donderdag en

-          Voor 18 uur en na 2 uur op vrijdag en zaterdag

De burgemeester heeft de mogelijkheid om andere openingsuren vast te stellen.

Bij het overtreden van deze openingsuren gelden de strafbepalingen zoals voorzien in artikelen 19 tot en met 22 van de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening.

artikel 273.    

§1. De vestiging van een nachtwinkel of van een privaat bureau voor telecommunicatie is onderworpen aan een voorafgaande vestigingsvergunning verleend door het College van Burgemeester en Schepenen.

Deze voorafgaande vestigingsvergunning is niet vereist:

a) bij wijziging van zaakvoerder van een bestaande nachtwinkel of privaat bureau voor telecommunicatie voor een uitbating op eenzelfde locatie.

b) Bij wijziging van uitbating onder de vorm van natuurlijk persoon tot uitbating onder de vorm van vennootschap of in omgekeerde volgorde in hoofde van dezelfde uitbater op dezelfde locatie.

Voor het verkrijgen van een vestigingsvergunning dient de uitbater een schriftelijke aanvraag in bij het College van Burgemeester en Schepenen aan de hand van een daartoe voorzien aanvraagformulier overeenkomstig de bepalingen opgenomen op de gemeentelijke website.

De vestigingsvergunning wordt afgeleverd aan een exploitant voor een welbepaalde vestigingseenheid. De vergunning kan niet worden overgedragen naar een andere vestigingseenheid.

§2. Het College van Burgemeester en Schepenen kan de vergunning voor de vestiging van een nachtwinkel of van een privaat bureau voor telecommunicatie weigeren op grond van:

  • de ruimtelijke ligging van de handelszaak

Er wordt geen vergunning voor de vestiging van een nachtwinkel of een privaat bureau voor telecommunicatie verleend:

- als er binnen een straal van 50 meter, gemeten vanaf de toegangsdeur, geen openbare parkeergelegenheid is, om reden van het vermijden van chaotisch parkeren en geluidshinder voor draaiende motoren.

- als er binnen een straal van 1000 meter, gemeten vanaf de toegangsdeur, al een privaat bureau voor telecommunicatie, een nachtwinkel, een openbare drankgelegenheid of een openbare verkoopplaats van dranken gevestigd is.

Hiermee wordt betracht een overmatige belasting van een buurt door de verstoring van de openbare orde, veiligheid en rust ten gevolge van een in dit reglement omschreven uitbating, te vermijden.

Onverminderd de bovenstaande afbakening van zones geldt zowel binnen als buiten deze gebieden dat het aantal vestigingen van nachtwinkels en/of private bureaus voor telecommunicatie de ruimtelijke draagkracht van het gebied niet mag overschrijden.  

  • De handhaving van de openbare orde, veiligheid en rust

Hiervoor baseert het College van Burgemeester en Schepenen zich op een advies van de politiediensten met betrekking tot de mogelijke verstoring van de openbare orde, veiligheid en rust door deze handelszaak en tot eventuele aanbevelingen om deze verstoring te voorkomen.

Artikel 274. De vestigingsvergunning vervalt van rechtswege:

  • in geval dat de exploitatie van de inrichting voor een periode van langer dan zes maanden feitelijk is onderbroken;
  • in geval van faillissement;
  • in geval van een veroordeling tot gerechtelijke sluiting;
  • in geval van een gerechtelijk beroepsverbod voor de exploitant, een rechtspersoon of één van zijn organen;
  • in geval van ontbinding van de rechtspersoon;
  • in geval van schrapping of stopzetting van de exploitant of van de betrokken vestiging die blijkt uit de gegevens van de Kruispuntbank van Ondernemingen;
  • in geval binnen de maand na het toekennen van de vestigingsvergunning geen aanvraag werd gedaan voor het bekomen van een uitbatingsvergunning;
  • in geval de uitbatingsvergunning voor het pand waarvoor een vestigingsvergunning werd aangevraagd wordt geweigerd en/of geschorst en/of ingetrokken en/of de instelling wordt gesloten.

artikel 275.

§1. Voor elke uitbating van een nachtwinkel of privaat bureau voor telecommunicatie zoals bedoeld in artikel 270 van deze afdeling, moet de uitbater schriftelijk een uitbatingsvergunning aanvragen bij de burgemeester door middel van een aanvraagformulier, overeenkomstig de bepalingen opgenomen op de gemeentelijke website.

§2. Voor alle nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie die worden opgericht moet de uitbater in alle gevallen een vestigingsvergunning kunnen voorleggen, voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot uitbatingsvergunning.

§3. De uitbatingsvergunning  wordt  verleend door de burgemeester en kan enkel worden verleend na  een  administratief  onderzoek dat bestaat uit:

  • een brandveiligheidsonderzoek:

 een onderzoek of de vestigingseenheid waar de handelsactiviteit wordt uitgeoefend, voldoet aan de minimumnormen inzake brandpreventie zoals omschreven in de Politieverordening Hulpverleningszone Rivierenland houdende maatregelen tot het voorkomen en bestrijden van brand in publiek toegankelijke inrichtingen, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 7 september 2017. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de brandweer.

  • een onderzoek naar de naleving van de verzekeringsverplichtingen zoals omschreven door de wet betreffende de preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen.
  • een financieel onderzoek :

een onderzoek naar de betaling van alle verschuldigde facturen en aanslagbiljetten, van welke aard ook, die betrekking hebben op de vestigingseenheid en de uitbater. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de financiële dienst van de betrokken gemeente. Het financieel onderzoek wordt uitgevoerd op de exploitant. Indien de exploitant een rechtspersoon is, wordt het financieel onderzoek uitgevoerd op de organen van de exploitant en/of de vertegenwoordigers.

  • een stedenbouwkundig onderzoek:

een onderzoek naar de stedenbouwkundige- en milieuvoorwaarden en het beschikken over de benodigde vergunningen, zowel op gemeentelijk als op Vlaams en federaal niveau.   

  • een moraliteitsonderzoek: het onderzoek wordt verricht door de lokale politie en bestaat uit:

-          Een onderzoek naar vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, of eenvoudige schuldverklaring,  voor inbreuken op de regelgeving inzake het verkoop van alcohol en tabaksproducten ten aanzien van een persoon jonger dan 18 jaar;

-          Een onderzoek naar vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, of eenvoudige schuldverklaring, voor inbreuken op de  mensenhandel, zoals bedoeld in  hoofdstuk III ter van Titel VIII  van boek II van het Strafwetboek; 

-          een onderzoek naar recente – tijdens de voorgaande 3 jaren - vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, of eenvoudige schuldverklaring voor inbreuken op de wet op het racisme en/of de xenofobie en/of tegen de drugswetgeving en/of wegens daden van weerspannigheid ten overstaan van politie of andere overheidsdiensten;

-          een onderzoek of er ernstige aanwijzingen zijn van fraude;

-          Een onderzoek of er ernstige aanwijzingen voorhanden zijn dat in de private doch voor het publiek toegankelijke plaats, herhaaldelijk illegale activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op de verkoop, de aflevering of het vergemakkelijken van het gebruik van gifstoffen slaapmiddelen, verdovende middelen, psychotrope stoffen, antiseptica of stoffen die gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, waardoor de openbare veiligheid en rust in het gedrang komt;

-          een onderzoek naar vaststellingen van en veroordelingen voor inbreuken op wettelijke verplichtingen die verband houden met of naar aanleiding van de exploitatie, zoals de niet naleving van vestigingsvoorwaarden, persoonsgebonden beroepsuitoefeningsvoorwaarden (o.m. leeftijd, verblijfskaart, beroepskaart, leurkaart, arbeidskaart), administratieve verplichtingen t.a.v. de kruispuntbank voor ondernemingen, sociaal- en arbeidsrechtelijke verplichtingen van de personen die op enigerlei wijze deelnemen aan de exploitatie (o.m. aangifte en bijdrageplicht sociale zekerheid), boekhoudkundige en fiscale verplichtingen, vennootschapsrechtelijke verplichtingen, vergunningen, erkenningen en toelatingen met betrekking tot de beroepsuitoefening, de regelgeving met betrekking tot openingsuren, voedselveiligheid, rookverbod, e.a.

Dit moraliteitsonderzoek wordt, al naargelang het geval, uitgevoerd op de voor het publiek toegankelijke plaats, op de exploitant, op de organen en/of vertegenwoordigers van de exploitant en op de natuurlijke personen die in feite belast zijn met de exploitatie. Deze personen dienen meerderjarig te zijn en een uittreksel uit het strafregister voor te leggen van het land van de woonplaats of een hieraan gelijkwaardig document, desgevallend behoorlijk beëdigd vertaald.

Voor andere personen die in welke hoedanigheid ook, deelnemen of zullen deelnemen aan de exploitatie van de instelling, dient de exploitant te verklaren dat niemand van hen valt onder de hierboven vermelde weigeringsgronden. Alle voormelde personen dienen het bewijs te leveren van hun identiteitsgegevens, met inbegrip van een officiële woonplaats. De burgemeester kan steeds alle nuttige inlichtingen inwinnen bij de politie en/of parket en beslist discretionair of het resultaat van het moraliteitsonderzoek zwaarwichtig genoeg is om de vergunning al dan niet te weigeren en/of in te trekken waarbij hij steeds het gevaar voor de openbare orde voor ogen zal houden;

  • een onderzoek naar de naleving van de hygiënevereisten:

een onderzoek met betrekking tot de naleving van de vereisten inzake hygiëne, dit onderzoek wordt uitgevoerd door een expert waar nodig is in samenwerking met lokale en bovenlokale instanties;

  • een onderzoek naar de vestigingsformaliteiten:

een onderzoek naar de vestigingsformaliteiten als ondernemer (inclusief beroepskaart) of enige andere vergunning die wettelijk voorgeschreven is.

  • een onderzoek naar de handhaving van de openbare orde, veiligheid en rust: een onderzoek naar de mogelijke verstoring van de openbare orde, veiligheid en rust door de vestigingseenheid en naar eventuele aanbevelingen om deze verstoring te voorkomen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de lokale politie.

§4. In kader van de aanvraag, gedurende het voorafgaandelijk administratief onderzoek en gedurende de uitbating kan de gemeente bepalen dat nader te bepalen documenten en inlichtingen overhandigd moeten worden.

De burgemeester weigert de uitbatingsvergunning als:

  • niet voldaan is aan de wettelijke of reglementaire bepalingen en voorwaarden van toepassing op de inrichting;
  • controle door de ambtenaar van de gemeente en/of de politie wordt verhinderd;
  • de aanvraag onjuiste gegevens bevat;
  • de openbare orde, de openbare rust en/of de openbare gezondheid gevaar loopt.

§5. De uitbatingsvergunning wordt verleend voor onbepaalde duur.

De burgemeester kan de duurtijd van de vergunning beperken. In voorkomend geval moet de duurtijd minstens 1 jaar bedragen.

§6. De uitbatingsvergunning vervalt van rechtswege:

  • op het moment dat de exploitatie van de inrichting voor een periode van langer dan zes maanden feitelijk is onderbroken;
  • in geval van faillissement;
  • in geval van een veroordeling tot gerechtelijke sluiting;
  • in geval van een gerechtelijk beroepsverbod voor de exploitant, een rechtspersoon of één van zijn organen;
  • in geval van ontbinding van de rechtspersoon;
  • in geval van schrapping of stopzetting van de exploitant of van de betrokken vestiging die blijkt uit de gegevens van de Kruispuntbank van Ondernemingen.

§7. De burgemeester kan beslissen in de uitbatingsvergunning bijzondere voorwaarden op te nemen afhankelijk van specifieke omstandigheden, bv. de ligging van de inrichting.

§8. De uitbatingsvergunning is geldig, te rekenen vanaf de datum van ondertekening door de burgemeester. Deze politieverordening en in het bijzonder de voorwaarden vermeld in artikel 275 dienen nageleefd te worden zolang de uitbating duurt.

§9. De uitbatingsvergunning wordt afgeleverd aan een uitbater voor een welbepaalde vestigingseenheid van nachtwinkel of privaat bureau voor telecommunicatie en kan niet worden overgedragen aan een andere uitbater of worden overgedragen naar een andere vestigingseenheid. Bij iedere wijziging van locatie of wijziging met betrekking tot de uitbater dient er een nieuwe uitbatingsvergunning te worden aangevraagd.

In afwijking hiervan is er geen nieuwe aanvraag vereist indien:

  • een exploitant reeds over een uitbatingsvergunning beschikt en zijn uitbating wijzigt onder de vorm van natuurlijk persoon tot uitbating onder de vorm van vennootschap of in omgekeerde volgorde op dezelfde locatie.
  • de uitbater reeds over een uitbatingsvergunning beschikt en louter het bestuursorgaan van de rechtspersoon wijzigt. In dit laatste geval moet wel een nieuw uittreksel uit het strafregister ingediend worden. 
  • enkel de naam van zaak wijzigt. In dit geval volstaat het om dit aan de bevoegde dienst te melden.

Bij andere wijzigingen is een nieuwe uitbatingsvergunning vereist, waarvoor een volledig nieuwe aanvraag moet worden ingediend.

§10. De exploitant is verplicht te melden aan de burgemeester wanneer zijn instelling definitief sluit. De exploitant is tevens verplicht alle wijzigingen in de instelling die een verandering uitmaken ten opzichte van de veiligheid, en alle wijzigingen van gegevens opgegeven in de aanvraag, met inbegrip van elke bestemmingswijziging, onmiddellijk schriftelijk te melden aan de burgemeester.

§11. De uitbatingsvergunning en de vestigingsvergunning moeten steeds aanwezig zijn in de zaak en zichtbaar worden aangebracht aan de inrichting, zodat ze leesbaar zijn vanop de openbare ruimte. De uitbatingsvergunning en vestigingsvergunning moeten steeds op eerste vordering van de politie of een bevoegde controlerende ambtenaar ter inzage worden voorgelegd.

Onverminderd de strafbepalingen en maatregelen voorzien onder titel 6 van deze verordening, kan de politie bij vaststelling van uitbating zonder uitbatingsvergunning de inrichting onmiddellijk en ter plaatse sluiten.

artikel 276.         Opgeheven.

artikel 277.         Opgeheven.

artikel 278.         Opgeheven.

artikel 279.         Opgeheven.

artikel 280.         Opgeheven.

artikel 281.         Opgeheven.

artikel 282.         Opgeheven.

artikel 283.         Opgeheven.

artikel 284.         Opgeheven.

artikel 285.         Opgeheven.

artikel 286.   § 1. Overeenkomstig artikel 18 § 3 van de Wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening kan de burgemeester de sluiting bevelen van de nachtwinkels en privaat bureaus voor telecommunicatie die worden uitgebaat in overtreding op onderhavige afdeling.

§ 2. Wanneer een overtreding wordt begaan tegen de bepalingen van deze afdeling kan de vergunning geschorst of ingetrokken worden door het college van burgemeester en schepenen en kan de inrichting tijdelijk of definitief administratief gesloten worden, onverminderd de mogelijkheid van het opleggen van een administratieve geldboete.

Afdeling 6. Wedkantoren.

Artikel 286/1. Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

  • Exploitant: de natuurlijke persoon of rechtspersoon voor wiens rekening en risico de instelling wordt uitgebaat. Ook uitbater genoemd.
  • Vestigingseenheid: een plaats die men geografisch gezien kan identificeren door een adres en die voor de consument toegankelijk is.
  • Wedkantoren: inrichtingen die hoofdzakelijk bestemd zijn voor het afsluiten van weddenschappen, al dan niet via het internet.  De kansspelinrichtingen klasse I, II en III zoals beschreven in de Wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers en de uitzondering voor dagbladhandelaars, voorzien in § 5 van art. 43/4 van deze wet, behoren niet tot de wedkantoren in de zin van dit besluit.
  • vestigingsvergunning: voorafgaande vergunning voor het vestigen van een wedkantoor verleend door het College van  Burgemeester en Schepenen.
  • uitbatingsvergunning: voorafgaande vergunning voor het uitbaten van een wedkantoor verleend  door de burgemeester nadat voldaan is aan een aantal uitbatingsvoorwaarden.

Artikel 286/2. Deze afdeling is van toepassing op alle nieuw te openen en bestaande vestigingsvestigingseenheden die, rekening houdend met de begripsomschrijvingen van artikel 286/1 van dit reglement, beschouwd worden als een wedkantoor.

Artikel 286/3. Deze afdeling is niet van toepassing op een mobiel wedkantoor, dit is een tijdelijke inrichting, duidelijk afgebakend in de ruimte, die wordt geëxploiteerd ter gelegenheid, voor de duur en op de plaats van een evenement, een gebeurtenis, een sportwedstrijd of een sportcompetitie. Een mobiel wedkantoor mag geen andere weddenschappen afsluiten dan deze die betrekking hebben op dat evenement, die wedstrijd of die competitie.

Artikel 286/3bis. De vestiging van een wedkantoor is onderworpen aan een voorafgaande vestigingsvergunning verleend door het College van Burgemeester en Schepenen. 

 Deze voorafgaande vestigingsvergunning is niet vereist:

a) bij wijziging van zaakvoerder van een bestaand wedkantoor voor een uitbating op eenzelfde locatie.

b) bij wijziging van uitbating onder de vorm van natuurlijk persoon tot uitbating onder de vorm van vennootschap of in omgekeerde volgorde in hoofde van dezelfde uitbater op dezelfde locatie.

c) voor exploitanten van wedkantoren die voor de inwerkingtreding van deze bepaling reeds beschikken over een geldige uitbatingsvergunning en de exploitanten van wedkantoren die voor de inwerkingtreding van deze bepaling een aanvraag voor een uitbatingsvergunning hebben ingediend.

Voor het verkrijgen van een vestigingsvergunning dient de uitbater een schriftelijke aanvraag in bij het College van Burgemeester en Schepenen aan de hand van het aanvraagformulier “aanvraag vestigingsvergunning voor een wedkantoor”, overeenkomstig de bepalingen opgenomen op de gemeentelijke website.

De vestigingsvergunning wordt afgeleverd aan een exploitant voor een welbepaalde vestigingseenheid. De vergunning kan niet worden overgedragen naar een andere vestigingseenheid.

Artikel 286/3ter. Het College van Burgemeester en Schepenen kan de vergunning voor de vestiging van een wedkantoor weigeren op grond van:

-        de ruimtelijke ligging

Er wordt geen vergunning voor de vestiging van een wedkantoor verleend indien de vestigingseenheid zich in een van de volgende gevallen bevindt:

  • indien binnen een straal van 2000 meter, gemeten vanaf de toegangsdeur, een onderwijsinstelling of een plaats die vooral door jongeren wordt bezocht, gevestigd is
  • indien binnen een straal van 500 meter, gemeten vanaf de toegangsdeur, een ziekenhuis gevestigd is waar inzonderheid personen worden behandeld wegens spelgerelateerde problemen;
  • indien binnen een straal van 1000 meter wandelafstand een ander door de kansspelcommissie vergund wedkantoor aanwezig is;
  • als er binnen een straal van 50 meter, gemeten vanaf de toegangsdeur, geen openbare parkeergelegenheid is, om reden van het vermijden van chaotisch parkeren en geluidshinder voor draaiende motoren;
  • als er binnen een straal van 1000 meter, gemeten vanaf de toegangsdeur, al een privaat bureau voor telecommunicatie, een nachtwinkel, een openbare drankgelegenheid of een openbare verkoopplaats van dranken gevestigd is.

Onverminderd de bovenstaande opsomming geldt voor het hele grondgebied dat het aantal vestigingen van wedkantoren de sociale en ruimtelijke draagkracht van het gebied niet mag  overschrijden.

-        de handhaving van de openbare orde, veiligheid en rust:

Hiervoor baseert het College van Burgemeester en Schepenen zich op een advies van de politiediensten met betrekking tot de mogelijke verstoring van de openbare orde, veiligheid en rust door het wedkantoor en tot eventuele aanbevelingen om deze verstoring te voorkomen.

Artikel 286/3quater. De vestigingsvergunning vervalt van rechtswege:

  • in geval dat de exploitatie van de inrichting voor een periode van langer dan zes maanden feitelijk is onderbroken;
  • in geval van faillissement;
  • in geval van een veroordeling tot gerechtelijke sluiting;
  • in geval van een gerechtelijk beroepsverbod voor de exploitant, een rechtspersoon of één van zijn organen;
  • in geval van ontbinding van de rechtspersoon;
  • in geval van schrapping of stopzetting van de exploitant of van de betrokken vestiging die blijkt uit de gegevens van de Kruispuntbank van Ondernemingen
  • in geval binnen de maand na het toekennen van de vestigingsvergunning geen aanvraag werd gedaan voor het bekomen van een uitbatingsvergunning;
  • in geval de uitbatingsvergunning voor het pand waarvoor een vestigingsvergunning werd aangevraagd wordt geweigerd en/of geschorst en/of ingetrokken en/of de instelling wordt gesloten

Artikel 286/4. De opening en uitbating van een wedkantoor is onderworpen aan een voorafgaandelijke en schriftelijke uitbatingsvergunning vanwege de burgemeester.

Artikel 286/5. Voor elke uitbating van een wedkantoor zoals bedoeld in artikel 286/1 van dit reglement moet de uitbater schriftelijk een uitbatingsvergunning aanvragen bij de burgemeester door middel van het daarvoor voorziene aanvraagformulier, overeenkomstig de bepalingen opgenomen op de gemeentelijke website.

Artikel 286/5bis. Voor de wedkantoren die overeenkomstig artikel 286/3bis van deze afdeling moeten beschikken over een voorafgaande vestigingsvergunning, moet de uitbater in alle gevallen een vestigingsvergunning kunnen voorleggen, voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot uitbatingsvergunning. 

Artikel 286/6. Alle wedkantoren zijn verplicht om in het bezit te zijn van een vestigingsvergunning en uitbatingsvergunning bij aanvang van de uitbating.

Artikel 286/7. De uitbatingsvergunning kan enkel worden verleend door de burgemeester na een administratief onderzoek dat volgende componenten bevat:

-        Een brandveiligheidsonderzoek: een onderzoek of de vestigingseenheid waar de handelsactiviteit wordt uitgeoefend, voldoet aan de minimumnormen inzake brandpreventie zoals omschreven in de Politieverordening Hulpverleningszone Rivierenland houdende maatregelen tot het voorkomen en bestrijden van brand in publiek toegankelijke inrichtingen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de brandweer;

-        Een onderzoek naar de naleving van de verzekeringsverplichtingen zoals omschreven door de wet betreffende de preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen;

-        Een financieel onderzoek: een onderzoek naar de betaling van alle verschuldigde stadsfacturen en aanslagbiljetten, van welke aard ook, die betrekking hebben op de vestigingseenheid en de uitbater. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de financiële dienst. Het financieel onderzoek wordt uitgevoerd op de exploitant. Indien de exploitant een rechtspersoon is, wordt het financieel onderzoek uitgevoerd op de organen van de exploitant en/of de vertegenwoordigers;

-        Een stedenbouwkundig onderzoek: een onderzoek naar de naleving van de geldende stedenbouwkundige - en milieuvoorwaarden en het beschikken over de benodigde vergunningen, zowel op gemeentelijk als op Vlaams en federaal niveau.  Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de afdeling omgeving;

 -        Een moraliteitsonderzoek: dit onderzoek wordt verricht door de lokale politie en bestaat uit:

    • Een onderzoek naar vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, of eenvoudige schuldverklaring, voor inbreuken op de zedelijkheid voor het exploiteren van een drankgelegenheid zoals bepaald in de samengeordende wetsbepalingen inzake slijterijen van gegiste dranken en door de wet betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank en hun uitvoeringsbesluiten
    • Een onderzoek naar vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, of eenvoudige schuldverklaring, voor inbreuken op de  mensenhandel, zoals bedoeld in  hoofdstuk III ter van Titel VIII  van boek II van het Strafwetboek;
    • Een onderzoek naar vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, of eenvoudige schuldverklaring, voor inbreuken op de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers ten aanzien van een persoon jonger dan 18 jaar;
    • Een onderzoek naar recente – tijdens de drie voorgaande jaren - vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, of eenvoudige schuldverklaring,  voor inbreuken op de wet op het racisme en/of de xenofobie en/of tegen de drugswetgeving en/of wegens daden van weerspannigheid ten overstaan van politie of andere overheidsdiensten;
    • Een onderzoek of er ernstige aanwijzingen zijn van fraude;
    • Een onderzoek of er ernstige aanwijzingen voorhanden zijn dat in de private doch voor het publiek toegankelijke plaats, herhaaldelijk illegale activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op de verkoop, de aflevering of het vergemakkelijken van het gebruik van gifstoffen slaapmiddelen, verdovende middelen, psychotrope stoffen, antiseptica of stoffen die gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, waardoor de openbare veiligheid en rust in het gedrang komt;
    • Een onderzoek naar vaststellingen van en veroordelingen voor inbreuken op wettelijke verplichtingen die verband houden met of naar aanleiding van de exploitatie, zoals de niet naleving van vestigingsvoorwaarden, persoonsgebonden beroepsuitoefeningsvoorwaarden (o.m. leeftijd, verblijfskaart, beroepskaart, leurderkaart, arbeidskaart), administratieve verplichtingen t.a.v. de Kruispuntbank van Ondernemingen, sociaal- en arbeidsrechtelijke verplichtingen van de personen die op enigerlei wijze deelnemen aan de exploitatie (o.m. aangifte en bijdrageplicht sociale zekerheid),  boekhoudkundige en fiscale verplichtingen, vennootschapsrechtelijke verplichtingen, vergunningen, erkenningen en toelatingen met betrekking tot de beroepsuitoefening, de regelgeving met betrekking tot de openingsuren, voedselveiligheid, rookverbod, vzw’s e.a.

Dit moraliteitsonderzoek wordt, al naargelang het geval, uitgevoerd op de voor het publiek toegankelijke plaats, op de exploitant, op de organen en/of vertegenwoordigers van de exploitant en op de natuurlijke personen die in feite belast zijn met de exploitatie. Deze personen dienen meerderjarig te zijn en een uittreksel uit het strafregister voor te leggen van het land van de woonplaats of een hieraan gelijkwaardig document, desgevallend behoorlijk beëdigd vertaald.

Voor andere personen die in welke hoedanigheid ook, deelnemen of zullen deelnemen aan de exploitatie van de instelling, dient de exploitant te verklaren dat niemand van hen valt onder de hierboven vermelde weigeringsgronden. Alle voormelde personen dienen het bewijs te leveren van hun identiteitsgegevens, met inbegrip van een officiële woonplaats.

De burgemeester kan steeds alle nuttige inlichtingen inwinnen bij de politie en/of parket en beslist discretionair of het resultaat van het moraliteitsonderzoek zwaarwichtig genoeg is om de vergunning al dan niet te weigeren en/of in te trekken waarbij hij steeds het gevaar voor de openbare orde voor ogen zal houden;

-        Een onderzoek naar de naleving van de hygiënevereisten. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de stedelijke levensmiddelenhygiënecontroleur waar nodig in samenwerking met lokale en bovenlokale instanties;

-        Een onderzoek naar de vestigingsformaliteiten: een onderzoek naar de vestigingsformaliteiten als ondernemer (inclusief beroepskaart) of enige andere vergunning die wettelijk voorgeschreven is;

-        Een onderzoek naar de handhaving van de openbare orde, veiligheid en rust: een onderzoek naar de mogelijke verstoring van de openbare orde, veiligheid en rust door de vestigingseenheid en naar eventuele aanbevelingen om deze verstoring te voorkomen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de lokale politie;

Artikel 286/8. In kader van de aanvraag, gedurende het voorafgaandelijk administratief onderzoek en gedurende de uitbating kan de gemeente bepalen dat nader te bepalen documenten en inlichtingen overhandigd moeten worden.

Artikel 286/8bis. De burgemeester weigert de uitbatingsvergunning als:

  • niet voldaan is aan de wettelijke of reglementaire bepalingen en voorwaarden van toepassing op de inrichting;
  • controle door de ambtenaar van de stad en/of de politie wordt verhinderd;
  • de aanvraag onjuiste gegevens bevat;
  • de openbare orde, de openbare rust en/of de openbare gezondheid gevaar loopt.

Artikel 286/9. De uitbatingsvergunning wordt verleend voor onbepaalde duur. De burgemeester kan beslissen om de uitbatingsvergunning te beperken in de tijd en/of bijzondere voorwaarden op te nemen in de vergunning afhankelijk van specifieke omstandigheden, bv. de ligging van de inrichting.

Artikel 286/10.

§1. De uitbatingsvergunning is geldig, te rekenen vanaf de datum van ondertekening door de burgemeester.

§2. Deze politieverordening en in het bijzonder de voorwaarden vermeld in art. 286/7 dienen nageleefd te worden zolang de uitbating duurt. 

Artikel 286/11.

§1. De uitbatingsvergunning wordt afgeleverd aan een uitbater voor een welbepaalde vestigingseenheid en kan niet worden overgedragen aan een andere uitbater of naar een andere vestigingseenheid. Bij iedere wijziging van locatie of wijziging met betrekking tot de uitbater dient er een nieuwe uitbatingsvergunning te worden aangevraagd.

§2. In afwijking op §1 van dit artikel is er geen nieuwe aanvraag vereist indien:

  • een exploitant reeds over een uitbatingsvergunning beschikt en zijn uitbating wijzigt onder de vorm van natuurlijk persoon tot uitbating onder de vorm van vennootschap of in omgekeerde volgorde op dezelfde locatie.
  • indien de uitbater reeds over een uitbatingsvergunning beschikt en louter het bestuursorgaan van de rechtspersoon wijzigt. In dit laatste geval moet wel een nieuw uittreksel uit het strafregister ingediend worden.
  • enkel de naam van zaak wijzigt. In dit geval volstaat het om dit aan de bevoegde dienst te melden.

Bij andere wijzigingen is een nieuwe uitbatingsvergunning vereist, waarvoor een volledig nieuwe aanvraag moet worden ingediend.

Artikel 286/12. De uitbater is verplicht te melden aan de burgemeester wanneer zijn instelling definitief sluit. De uitbater is tevens verplicht alle wijzigingen in de instelling die een verandering uitmaken ten opzichte van de veiligheid, en alle wijzigingen van gegevens opgegeven in de aanvraag, met inbegrip van elke bestemmingswijziging, onmiddellijk schriftelijk te melden aan de burgemeester.

Artikel 286/13.  De uitbatingsvergunning vervalt van rechtswege:

-        op het moment dat de exploitatie van de inrichting voor een periode van langer dan zes maanden feitelijk is onderbroken;

-        in geval van faillissement;

-        in geval van een veroordeling tot gerechtelijke sluiting;

-        in geval van een gerechtelijk beroepsverbod voor de exploitant, een rechtspersoon of één van zijn organen;

-        in geval van ontbinding van de rechtspersoon;

-        in geval van schrapping van de exploitant of van de betrokken vestiging uit de Kruispuntbank van Ondernemingen.

Artikel 286/14. §1. De uitbatingsvergunning en de vestigingsvergunning moeten steeds aanwezig zijn in de zaak en zichtbaar worden aangebracht aan de inrichting, zodat ze leesbaar is vanop de openbare ruimte.  De uitbatingsvergunning en vestigingsvergunning moet steeds op eerste vordering van de politie of een bevoegde controlerende ambtenaar ter inzage worden voorgelegd.

§2. Onverminderd de strafbepalingen en maatregelen voorzien onder titel 6 van deze verordening, kan de politie bij vaststelling van uitbating zonder uitbatingsvergunning de inrichting onmiddellijk en ter plaatse sluiten.

Afdeling 7. Inrichtingen waar producten op basis van cannabis worden verkocht.

Artikel 286/15.  Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

uitbater: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die eigenaar is van de handelszaak

(maar niet noodzakelijk van het handelspand) en voor wiens rekening en risico de

uitstelling wordt uitgebaat.

vestigingseenheid: publiek toegankelijke inrichting die men geografisch gezien kan

identificeren door een adres en die voor de consument toegankelijk is voor het aankopen

van producten op basis van cannabis.

vestigingsvergunning: voorafgaande vergunning voor het vestigen van een inrichting

waar producten op basis van cannabis worden verkocht verleend door het College van

Burgemeester en Schepenen.

uitbatingsvergunning: vergunning voor het uitbaten van een inrichting waar producten

op basis van cannabis worden verkocht verleend door de burgemeester nadat voldaan is

aan een aantal uitbatingsvoorwaarden.

Artikel 286/16.  De vestiging van een inrichting waar producten op basis van cannabis

worden verkocht is onderworpen aan een voorafgaande vestigingsvergunning verleend

door het College van Burgemeester en Schepenen.

Deze voorafgaande vestigingsvergunning is niet vereist:

a)   bij wijziging van zaakvoerder van een inrichting waar producten op basis van cannabis worden verkocht die reeds over een vestigingsvergunning beschikt voor een uitbating op eenzelfde locatie.

b)   Bij wijziging van uitbating onder de vorm van natuurlijk persoon tot uitbating onder de vorm van vennootschap of in omgekeerde volgorde in hoofde van dezelfde uitbater op dezelfde locatie.

c)   apothekers waar producten op basis van cannabis voor medicinaal gebruik worden verkocht conform de toepasselijke hogere wetgeving.

Artikel 286/17. Voor het verkrijgen van een vestigingsvergunning dient de uitbater een

schriftelijke aanvraag in bij het College van Burgemeester en Schepenen aan de hand

van het aanvraagformulier “aanvraag vestigingsvergunning voor een inrichting waar

producten op basis van cannabis worden verkocht”.

Artikel 286/18. Het College van Burgemeester en Schepenen kan de vergunning voor de vestiging van een inrichting waar producten op basis van cannabis worden verkocht, weigeren  op grond van  de ruimtelijke ligging.

Er wordt geen vergunning voor de vestiging van een inrichting waar producten op basis

van cannabis worden verkocht verleend indien de vestigingseenheid zich in een van de

volgende gevallen bevindt:

-       indien binnen een straal van 500 meter, gemeten vanaf de toegangsdeur, een andere inrichting waar producten op basis van cannabis worden verkocht gevestigd is

-       indien binnen een straal van 2000 meter ,gemeten vanaf de toegangsdeur, een onderwijsinstelling of een plaats die vooral door jongeren wordt bezocht, gevestigd is

-       in de zones waar handelsactiviteiten niet toegestaan zijn.

Onverminderd de bovenstaande opsomming geldt voor het hele grondgebied dat het aantal vestigingen van inrichtingen waar producten op basis van cannabis worden verkocht  de sociale en ruimtelijke draagkracht van het gebied niet mag  overschrijden.

Hiervoor baseert het College van Burgemeester en Schepenen zich op een advies van de politiediensten met betrekking tot de mogelijke verstoring van de openbare orde, veiligheid en rust door deze inrichting en tot eventuele aanbevelingen om deze verstoring te voorkomen.

Artikel 286/19. De vestigingsvergunning vervalt van rechtswege, op het ogenblik dat de uitbating van de inrichting voor een periode van langer dan zes maanden feitelijk onderbroken is.

Artikel 286/20.  De uitbating van een inrichting waar producten op basis van cannabis worden verkocht  is onderworpen aan een voorafgaande uitbatingsvergunning verleend door de burgemeester.

Een nieuwe aanvraag is niet vereist indien een uitbater reeds over een uitbatingsvergunning beschikt en zijn uitbating wijzigt onder de vorm van natuurlijk persoon tot uitbating onder de vorm van vennootschap of in omgekeerde volgorde op dezelfde locatie.

Artikel 286/21. Voor het verkrijgen van een uitbatingsvergunning dient de uitbater een schriftelijke aanvraag in bij de burgemeester aan de hand van het aanvraagformulier “aanvraag uitbatingsvergunning voor een inrichting waar producten op basis van cannabis worden verkocht”.

De uitbater moet in alle gevallen een vestigingsvergunning kunnen voorleggen, voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot uitbatingsvergunning.

Artikel 286/22. De uitbatingsvergunning kan enkel worden afgeleverd indien de inrichting voldoet aan :

 -       de geldende stedenbouwkundige regels, zowel op gemeentelijk als op Vlaams en federaal niveau.

-       aan de minimumnormen inzake brandpreventie zoals nader omschreven in de politieverordening Hulpverleningszone Rivierenland houdende maatregelen tot het voorkomen en bestrijden van brand in publiek toegankelijke inrichtingen (PTI)

Artikel 286/23. De uitbatingsvergunning kan enkel worden afgeleverd indien de uitbating voldoet aan een gunstig moraliteitsonderzoek.

Dit onderzoek bestaat uit:

-       Een onderzoek naar recente vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, voor inbreuken op de wet op het racisme en/of de xenofobie en/of tegen de drugswetgeving en/of wegens daden van weerspannigheid ten overstaan van politie of andere overheidsdiensten;

-       Een onderzoek of er ernstige aanwijzingen zijn van fraude;

-       Een onderzoek of er ernstige aanwijzingen voorhanden zijn dat in de private doch voor het publiek toegankelijke plaats, herhaaldelijk illegale activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op de verkoop, de aflevering of het vergemakkelijken van het gebruik van gifstoffen slaapmiddelen, verdovende middelen, psychotrope stoffen, antiseptica of stoffen die gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, waardoor de openbare veiligheid en rust in het gedrang komt;

-       Een onderzoek naar vaststellingen van en veroordelingen voor inbreuken op wettelijke verplichtingen die verband houden met of naar aanleiding van de exploitatie, zoals de niet naleving van vestigingsvoorwaarden, persoonsgebonden beroepsuitoefeningsvoorwaarden (o.m. leeftijd, verblijfskaart, beroepskaart, leurderkaart, arbeidskaart) administratieve verplichtingen t.a.v. de Kruispuntbank van Ondernemingen, sociaal- en arbeidsrechtelijke verplichtingen van de personen die op enigerlei wijze deelnemen aan de exploitatie (o.m. aangifte en bijdrageplicht sociale zekerheid), boekhoudkundige en fiscale verplichtingen, vennootschapsrechtelijke verplichtingen, vergunningen, erkenningen en toelatingen met betrekking tot de beroepsuitoefening, de regelgeving met betrekking tot de openingsuren, voedselveiligheid, rookverbod, vzw’s e.a.;

Een financieel onderzoek: een onderzoek naar de betaling van alle verschuldigde niet betwiste vorderingen, van welke aard ook, die betrekking hebben op de instelling en de exploitant.

Dit onderzoek wordt, al naargelang het geval, uitgevoerd op de private doch voor het publiek toegankelijke plaats, op de exploitant, op de organen en/of vertegenwoordigers van de exploitant en op de natuurlijke personen die in feite belast zijn met de exploitatie.

Deze personen dienen meerderjarig te zijn en een uittreksel uit het strafregister voor te leggen van het land van de woonplaats of een hieraan gelijkwaardig document, desgevallend behoorlijk beëdigd vertaald.

Voor andere personen die in welke hoedanigheid ook, deelnemen of zullen deelnemen aan de exploitatie van de instelling, dient de exploitant te verklaren dat niemand van hen valt onder de weigeringsgronden. Alle voormelde personen dienen het bewijs te leveren van hun identiteitsgegevens, met inbegrip van een officiële woonplaats.

Het onderzoek wordt verricht door de politie of de daartoe bevoegde diensten. De burgemeester kan steeds alle nuttige inlichtingen inwinnen bij de politie en beslist discretionair of het resultaat van het moraliteitsonderzoek zwaarwichtig genoeg is om de uitbatingsvergunning al dan niet te weigeren waarbij hij steeds het gevaar voor de openbare orde voor ogen zal houden.

Artikel 286/24. De uitbatingsvergunning kan enkel worden afgeleverd indien de uitbating voldoet aan alle gemeentelijke, Vlaamse, federale en internationale regelgeving met betrekking tot de verkoop van producten op basis van cannabis.

Artikel 286/25. De burgemeester kan beslissen in de uitbatingsvergunning bijzondere voorwaarden op te nemen afhankelijk van specifieke omstandigheden, bv. de ligging van de inrichting.

Artikel 286/26. De uitbatingsvergunning wordt verleend voor onbepaalde duur. De burgemeester kan de duurtijd van de vergunning beperken.

Artikel 286/27. De uitbatingsvergunning vervalt van rechtswege, op het ogenblik dat de uitbating van de inrichting voor een periode van langer dan zes maanden feitelijk onderbroken is.

Artikel 286/28. De uitbatingsvergunning is geldig, te rekenen vanaf de datum van ondertekening door de burgemeester.

Artikel 286/29. De uitbatingsvergunning wordt afgeleverd aan een uitbater voor een welbepaalde vestigingseenheid en kan niet worden overgedragen aan een andere uitbater of worden overgedragen naar een andere vestigingseenheid.

Artikel 286/30. De uitbater is verplicht alle wijzigingen in de inrichting die een verandering uitmaken ten opzichte van de veiligheid, onmiddellijk te melden aan de burgemeester.

Artikel 286/31. De uitbatingsvergunning moet steeds op eerste vordering van een bevoegde controlerende ambtenaar ter inzage worden voorgelegd.

Afdeling 8. Clubhuizen motorclubs

Artikel 286/32. Voor de toepassing voor deze afdeling wordt verstaan onder:

Exploitant: de natuurlijke persoon, feitelijke vereniging of de rechtspersoon, al dan niet eigenaar, die een clubhuis in feite of in rechte faciliteert of uitbaat.

Motorclub: een hiërarchisch gestructureerde groep van twee of meer personen met een gemeenschappelijke belangstelling, gekenmerkt door een gemeenschappelijke ideologie of groepscultuur, die naar de buitenwereld wordt veruitwendigd door het gebruik van gemeenschappelijke kenmerken, zoals symbolen, clubemblemen, colors, tatoeages, materialen, voertuigen, kledij en foto’s, ongeacht het effectieve bezit of gebruik van een motor.

Clubhuis: een ruimte of locatie waar een bijeenkomst van een motorclub plaatsvindt

Organisator: de natuurlijke persoon of personen, de feitelijke vereniging, of de rechtspersoon, die een bijeenkomst van een motorclub in feite of in rechte organiseert

Deelnemer: de natuurlijke persoon die aanwezig is op een bijeenkomst van een motorclub

Artikel 286/33. Deze afdeling is van toepassing op alle bestaande en nieuw te openen clubhuizen die, rekening houdend met de begripsomschrijvingen van artikel 286/32 van deze afdeling, beschouwd worden als een clubhuis voor motorclubs. Onverminderd de naleving van andere federale, regionale of lokale bepalingen is deze afdeling niet van toepassing op

  • erkende  jeugdverenigingen: verenigingen erkend volgens  het Decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid, of volgens een besluit van de gemeentelijke overheid
  • erkende beroepsverenigingen: verenigingen erkend volgens de wet van 31 maart 1898 op de beroepsverengingen of volgens een besluit van de gemeentelijke overheid.

Artikel 286/34. De opening en uitbating van een clubhuis voor motorclubs is onderworpen aan een voorafgaandelijke en schriftelijke uitbatingsvergunning afgeleverd door de burgemeester. Het is verboden deel te nemen aan bijeenkomsten van clubhuizen van motorclubs die niet voldoen aan de bepalingen van deze afdeling of deze te faciliteren.

Artikel 286/35. Voor elke uitbating van een clubhuis van een motorclub zoals bedoeld in artikel 286/32 van dit reglement moet de uitbater schriftelijk een uitbatingsvergunning aanvragen bij de burgemeester door middel van het daarvoor voorziene aanvraagformulier, overeenkomstig de bepalingen opgenomen op de stedelijke website.

Artikel 286/36. Alle clubhuizen zijn verplicht om in het bezit te zijn van  een uitbatingsvergunning bij aanvang van de uitbating.

Artikel 286/37. De uitbatingsvergunning kan enkel worden verleend door de burgemeester na een administratief onderzoek dat volgende componenten bevat:

-        Een brandveiligheidsonderzoek: een onderzoek of het clubhuis voldoet aan de minimumnormen inzake brandpreventie zoals omschreven in de Politieverordening Hulpverleningszone Rivierenland houdende maatregelen tot het voorkomen en bestrijden van brand in publiek toegankelijke inrichtingen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de brandweer;

-        Een onderzoek naar de naleving van de verzekeringsverplichtingen zoals omschreven door de wet betreffende de preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen;

-        Een financieel onderzoek: een onderzoek naar de betaling van alle verschuldigde gemeentefacturen en aanslagbiljetten, van welke aard ook, die betrekking hebben op de vestigingseenheid en de uitbater. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de financiële dienst. Het financieel onderzoek wordt uitgevoerd op de exploitant. Indien de exploitant een rechtspersoon is, wordt het financieel onderzoek uitgevoerd op de organen van de exploitant en/of de vertegenwoordigers;

-        Een stedenbouwkundig onderzoek: een onderzoek naar de naleving van de geldende stedenbouwkundige en milieu -voorwaarden en het beschikken over de benodigde vergunningen, zowel op gemeentelijk als op Vlaams en federaal niveau.  Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de afdeling omgeving;

-        Een moraliteitsonderzoek: dit onderzoek wordt verricht door de lokale politie en bestaat uit:

    • Een onderzoek naar recente – tijdens de drie voorgaande jaren - vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, of eenvoudige schuldverklaring, voor inbreuken op de wet op het racisme en/of de xenofobie en/of tegen de drugswetgeving en/of wegens daden van weerspannigheid ten overstaan van politie of andere overheidsdiensten en/of tegen de wapenwetgeving en/of tegen de wet private militie en/of de vreemdelingenwet
    • Een onderzoek naar recente – tijdens de drie voorgaande jaren - vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, of eenvoudige schuldverklaring, voor feiten van opzettelijk doden, opzettelijk toebrengen van lichamelijk letsel, foltering, onmenselijke behandeling en onterende behandeling, zoals bedoeld in hoofdstuk 1, titel VIII van boek II van het strafwetboek;
    • Een onderzoek naar recente – tijdens de drie voorgaande jaren - vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, of eenvoudige schuldverklaring, voor feiten van criminele organisatie zoals bedoeld in hoofdstuk I, titel VI van boek II van het strafwetboek;
    • Een onderzoek naar recente – tijdens de drie voorgaande jaren - vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, of eenvoudige schuldverklaring,  voor feiten van  bedreiging, zoals bedoeld in hoofdstuk II, titel VI van boek II van het strafwetboek;
    • Een onderzoek naar recente – tijdens de drie voorgaande jaren - vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, of eenvoudige schuldverklaring, voor feiten van  diefstal en afpersing, zoals bedoeld in hoofdstuk I, titel IX van boek II van het strafwetboek;
    • Een onderzoek naar recente – tijdens de drie voorgaande jaren - vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, of eenvoudige schuldverklaring,  voor feiten van heling en witwassen, zoals bedoeld in afdeling IV van hoofdstuk II, titel IX van boek II van het strafwetboek;
    • Een onderzoek of er ernstige aanwijzingen zijn van fraude;
    • Een onderzoek of er ernstige aanwijzingen voorhanden zijn dat in de private doch voor het publiek toegankelijke plaats, herhaaldelijk illegale activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op de verkoop, de aflevering of het vergemakkelijken van het gebruik van gifstoffen slaapmiddelen, verdovende middelen, psychotrope stoffen, antiseptica of stoffen die gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, waardoor de openbare veiligheid en rust in het gedrang komt
    • Een onderzoek naar vaststellingen van en veroordelingen voor inbreuken op wettelijke verplichtingen die verband houden met of naar aanleiding van de exploitatie, zoals de niet naleving van vestigingsvoorwaarden, persoonsgebonden beroepsuitoefeningsvoorwaarden (o.m. leeftijd, verblijfskaart, beroepskaart, leurderkaart, arbeidskaart), administratieve verplichtingen t.a.v. de Kruispuntbank van Ondernemingen, sociaal- en arbeidsrechtelijke verplichtingen van de personen die op enigerlei wijze deelnemen aan de exploitatie (o.m. aangifte en bijdrageplicht sociale zekerheid),  boekhoudkundige en fiscale verplichtingen, vennootschapsrechtelijke verplichtingen, vergunningen, erkenningen en toelatingen met betrekking tot de beroepsuitoefening, de regelgeving met betrekking tot de openingsuren, voedselveiligheid, rookverbod, vzw’s e.a.

Dit moraliteitsonderzoek wordt, al naargelang het geval, uitgevoerd op de voor het publiek toegankelijke plaats, op de exploitant, op de organisator,  op de organen en/of vertegenwoordigers van de exploitant of van de organisator en op de natuurlijke personen die in feite belast zijn met de exploitatie of organisatie. Deze personen dienen meerderjarig te zijn en een uittreksel uit het strafregister voor te leggen van het land van de woonplaats of een hieraan gelijkwaardig document, desgevallend behoorlijk beëdigd vertaald.

Voor andere deelnemers aan de bijeenkomst van een motorclub of andere personen die in welke hoedanigheid ook deelnemen aan de exploitatie van een clubhuis dient de exploitant of de organisator te verklaren dat niemand van hen valt onder de hierboven vermelde weigeringsgronden. Alle voormelde personen dienen het bewijs te leveren van hun identiteitsgegevens, met inbegrip van een officiële woonplaats.

De burgemeester kan steeds alle nuttige inlichtingen inwinnen bij de politie en/of parket en beslist discretionair of het resultaat van het moraliteitsonderzoek zwaarwichtig genoeg is om de vergunning al dan niet te weigeren en/of in te trekken waarbij hij steeds het gevaar voor de openbare orde voor ogen zal houden;

-        Een onderzoek naar de handhaving van de openbare orde, veiligheid en rust: een onderzoek naar de mogelijke verstoring van de openbare orde, veiligheid en rust door de vestigingseenheid en naar eventuele aanbevelingen om deze verstoring te voorkomen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de lokale politie.

Artikel 286/38. In kader van de aanvraag, gedurende het voorafgaandelijk administratief onderzoek en gedurende de uitbating kan de gemeente bepalen dat nader te bepalen documenten en inlichtingen overhandigd moeten worden.

Artikel 286/39. De burgemeester weigert de uitbatingsvergunning als:

  • niet voldaan is aan de wettelijke of reglementaire bepalingen en voorwaarden van toepassing op de inrichting;
  • controle door de ambtenaar van de stad en/of de politie wordt verhinderd;
  • de aanvraag onjuiste gegevens bevat;
  • de openbare orde, de openbare rust en/of de openbare gezondheid gevaar loopt.

Artikel 286/40. De uitbatingsvergunning wordt verleend voor onbepaalde duur. De burgemeester kan beslissen om de uitbatingsvergunning te beperken in de tijd en/of bijzondere voorwaarden op te nemen in de vergunning afhankelijk van specifieke omstandigheden, bv. de ligging van de inrichting.

Artikel 286/41.§1. De uitbatingsvergunning is geldig, te rekenen vanaf de datum van ondertekening door de burgemeester.

§2. Deze politieverordening en in het bijzonder de voorwaarden vermeld in art. 286/37 dienen nageleefd te worden zolang de uitbating duurt. 

Artikel 286/42. §1. De uitbatingsvergunning wordt afgeleverd aan een exploitant of organisator voor een welbepaalde vestigingseenheid en kan niet worden overgedragen aan een andere exploitant of organisator of naar een andere vestigingseenheid. Bij iedere wijziging van locatie of wijziging met betrekking tot de exploitant of organisator dient er een nieuwe uitbatingsvergunning te worden aangevraagd.

§2. In afwijking op §1 van dit artikel is geen nieuwe aanvraag vereist indien:

  • een uitbater of organisator reeds over een uitbatingsvergunning beschikt en zijn uitbating wijzigt onder de vorm van een natuurlijk persoon tot uitbating onder de vorm van een vennootschap of in omgekeerde volgorde op dezelfde locatie.
  • de uitbater of organisator reeds over een uitbatingsvergunning beschikt en louter het bestuursorgaan van de rechtspersoon wijzigt. In dit laatste geval moet wel een nieuw uittreksel uit het strafregister ingediend worden.

Bij andere wijzigingen is een nieuwe uitbatingsvergunning vereist, waarvoor een volledig nieuwe aanvraag moet worden ingediend.

Artikel 286/43. De uitbater is verplicht alle wijzigingen in de instelling die een verandering uitmaken ten opzichte van de veiligheid, en alle wijzigingen van gegevens opgegeven in de aanvraag onmiddellijk schriftelijk te melden aan de burgemeester.

Artikel 286/44.  De uitbatingsvergunning vervalt van rechtswege:

-        op het moment dat de exploitatie van het clubhuis voor een periode van langer dan zes maanden feitelijk is onderbroken;

-        in geval van een veroordeling tot gerechtelijke sluiting;

-        in geval van een gerechtelijk beroepsverbod voor de exploitant, de organisator, een rechtspersoon of één van zijn organen;

-        in geval van ontbinding van de rechtspersoon.

Artikel 286/45. §1. Het clubhuis moet tijdens een bijeenkomst onmiddellijk zowel van binnen als van buiten zonder tussenkomst van een derde toegankelijk zijn met oog op de toegang van controle- en hulpverleningsdiensten. Iedere aanwezige in het clubhuis dient ten allen tijde toegang te verlenen aan controle- en hulpverleningsdiensten.

§2. Het is verboden om ramen van een clubhuis tijdens de bijeenkomsten van de motorclub op enige wijze ondoorzichtig te maken.

§3. Voor elke bijeenkomst van een motorclub dient de organisator, bij gebreke hieraan de exploitant, een deelnemerslijst op te maken met vermelding van naam, voornaam, roepnaam of alias, geboortedatum, rijksregisternummer, woonplaats en kentekenplaat van het voertuig. Op eerste verzoek van de lokale politie of de gemeente dient de organisator, bij gebreke hieraan de exploitant, de volledige en actuele deelnemerslijsten van de bijeenkomsten van de motorclub gedurende de laatste zes maanden te overhandigen.

Artikel 286/46. §1. De uitbatingsvergunning moet steeds aanwezig zijn in de inrichting. De uitbatingsvergunning moet steeds op eerste vordering van de politie of een bevoegde controlerende ambtenaar ter inzage worden voorgelegd.

§2. Onverminderd de strafbepalingen en maatregelen voorzien onder titel 6 van deze verordening, kan de politie bij vaststelling van uitbating zonder uitbatingsvergunning de inrichting onmiddellijk en ter plaatse sluiten.  

Afdeling 9. Vergunning Handcarwashes

Artikel 286/47. Voor de toepassing voor deze afdeling wordt verstaan onder:

Handcarwash: een vestigingseenheid zonder vaste inrichting met industriële wastechnieken, waar motorvoertuigen van derden manueel worden gewassen/gepoetst en/of worden behandeld met beschermingsmiddelen zoals waxen e.d.

Gevestigde handcarwash: de handcarwash die beschikt over een meldingsakte of een omgevingsvergunning volgens het omgevingsdecreet (of nog geldige milieuvergunning) én beschikt over een actieve inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen voor een vestiging voor het wassen en poetsen van motorvoertuigen.

Occasionele handcarwash: een tijdelijke handcarwash activiteit, die niet verbonden is aan een vaste locatie en uitgevoerd wordt in naam en voor rekening van een vzw en/of feitelijke vereniging en/of een natuurlijke persoon die geen handelaar is. Onder tijdelijk wordt verstaan maximum 4 dagen per jaar.

Exploitant: de natuurlijke persoon, feitelijke vereniging of de rechtspersoon, ongeacht hun eventuele hoedanigheid van handelaar, voor wiens rekening en risico de inrichting wordt uitgebaat. Ook uitbater genoemd.

Uitbatingsvergunning: voorafgaande vergunning voor het uitbaten van een handcarwash verleend  door de burgemeester nadat voldaan is aan een aantal uitbatingsvoorwaarden.

Artikel 286/48. Deze afdeling is van toepassing op alle bestaande en nieuw te openen inrichtingen die, rekening houdend met de begripsomschrijvingen van artikel 286/47 van deze afdeling, beschouwd worden als een handcarwash.

Artikel 286/49. De opening en uitbating van handcarwash is onderworpen aan een voorafgaandelijke en schriftelijke uitbatingsvergunning afgeleverd door de burgemeester. Occasionele handcarwashes, taxibedrijven, bedrijven voor handel (verkoop/verhuur) in of onderhoud/reparatie van motorvoertuigen of onderdelen ervan, die voertuigen in eigen beheer wassen of poetsen, zijn van dergelijke vergunningsplicht vrijgesteld.

Artikel 286/50. Voor elke uitbating van een handcarwash zoals bedoeld in artikel 286/47 van dit reglement moet de uitbater schriftelijk een uitbatingsvergunning aanvragen bij de burgemeester door middel van het daarvoor voorziene aanvraagformulier, overeenkomstig de bepalingen opgenomen op de stedelijke website.

Artikel 286/51. Alle handcarwashes worden bij de inwerkingtreding van dit reglement als nieuw te openen beschouwd, waarbij de uitbater verplicht is in het bezit te zijn van  een uitbatingsvergunning bij aanvang van de uitbating.

Artikel 286/52. De uitbatingsvergunning wordt enkel verleend door de burgemeester op voorwaarde dat:

§1. Er op de vestigingsplaats, binnen een straal van 500 meter, gemeten vanaf de toegangsdeur, geen andere carwash gevestigd is. Deze voorwaarde geldt niet voor de gevestigde handcarwashes wiens voorlopige uitbatingsvergunning is omgezet in een definitieve uitbatingsvergunning.

§2. De uitbater op de vestigingsplaats beschikt over een bedrijfsruimte die per wasruimte voor één personenwagen voorzien is van:

    • Interne gemarkeerde parkeerplaatsen (min. 2 X 5 meter per parkeervak) voor minimum drie personenwagens;
    • Interne circulatieruimte voor parkeermanoeuvres (minimum 3 meter breed) zodanig dat het in- en uitrijden van een intern parkeervlak niet op de openbare weg gebeurt.

De aanvrager van de uitbatingsvergunning dient het bewijs te leveren dat hij kan beschikken over deze bedrijfsruimte.

Deze voorwaarde geldt niet voor de gevestigde handcarwashes wiens voorlopige uitbatingsvergunning is omgezet in een definitieve uitbatingsvergunning.

§3. Een gunstig voorafgaand administratief onderzoek. Dit onderzoek bestaat uit:

-        Een brandveiligheidsonderzoek: een onderzoek of de handcarwash voldoet aan de minimumnormen inzake brandpreventie zoals omschreven in de Politieverordening Hulpverleningszone Rivierenland houdende maatregelen tot het voorkomen en bestrijden van brand in publiek toegankelijke inrichtingen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de brandweer.

-        Een onderzoek naar de naleving van de verzekeringsverplichtingen zoals omschreven door de wet betreffende de preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen;

-        Een financieel onderzoek: een onderzoek naar de betaling van alle verschuldigde stadsfacturen en aanslagbiljetten, van welke aard ook, die betrekking hebben op de vestigingseenheid en de uitbater. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de financiële dienst. Het financieel onderzoek wordt uitgevoerd op de exploitant. Indien de exploitant een rechtspersoon is, wordt het financieel onderzoek uitgevoerd op de organen van de exploitant en/of de vertegenwoordigers;

-        Een stedenbouwkundig onderzoek: een onderzoek naar de naleving van de geldende stedenbouwkundige - milieuvoorwaarden en het beschikken over de benodigde vergunningen, zowel op gemeentelijk als op Vlaams en federaal niveau.  Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de afdeling omgeving;

-        Een moraliteitsonderzoek: dit onderzoek wordt verricht door de lokale politie en bestaat uit:

    • Een onderzoek naar recente – tijdens de drie voorgaande jaren - vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, of eenvoudige schuldverklaring,  voor inbreuken op de wet op het racisme en/of de xenofobie en/of tegen de drugswetgeving en/of wegens daden van weerspannigheid ten overstaan van politie of andere overheidsdiensten; 
    • Een onderzoek naar vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, of eenvoudige schuldverklaring,  voor inbreuken op de  mensenhandel, zoals bedoeld in  hoofdstuk III ter van Titel VIII  van boek II van het Strafwetboek;
    • Een onderzoek of er ernstige aanwijzingen zijn van fraude;
    • Een onderzoek of er ernstige aanwijzingen voorhanden zijn dat in de private doch voor het publiek toegankelijke plaats, herhaaldelijk illegale activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op de verkoop, de aflevering of het vergemakkelijken van het gebruik van gifstoffen slaapmiddelen, verdovende middelen, psychotrope stoffen, antiseptica of stoffen die gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, waardoor de openbare veiligheid en rust in het gedrang komt;

Dit moraliteitsonderzoek wordt, al naargelang het geval, uitgevoerd op de voor het publiek toegankelijke plaats, op de exploitant, op de organen en/of vertegenwoordigers van de exploitant en op de natuurlijke personen die in feite belast zijn met de exploitatie. Deze personen dienen meerderjarig te zijn en een uittreksel uit het strafregister voor te leggen van het land van de woonplaats of een hieraan gelijkwaardig document, desgevallend behoorlijk beëdigd vertaald.

Voor andere personen die in welke hoedanigheid ook, deelnemen of zullen deelnemen aan de exploitatie van de instelling, dient de exploitant te verklaren dat niemand van hen valt onder de hierboven vermelde weigeringsgronden. Alle voormelde personen dienen het bewijs te leveren van hun identiteitsgegevens, met inbegrip van een officiële woonplaats.

De burgemeester kan steeds alle nuttige inlichtingen inwinnen bij de politie en/of parket en beslist discretionair of het resultaat van het moraliteitsonderzoek zwaarwichtig genoeg is om de vergunning al dan niet te weigeren en/of in te trekken waarbij hij steeds het gevaar voor de openbare orde voor ogen zal houden;

-        Een onderzoek naar de vestigingsformaliteiten: een onderzoek naar de vestigingsformaliteiten als ondernemer (inclusief beroepskaart) of enige andere vergunning die wettelijk voorgeschreven is;

-        Een onderzoek naar de handhaving van de openbare orde, veiligheid en rust: een onderzoek naar de mogelijke verstoring van de openbare orde, veiligheid en rust door de vestigingseenheid en naar eventuele aanbevelingen om deze verstoring te voorkomen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de lokale politie.

Artikel 286/53. In kader van de aanvraag, gedurende het voorafgaandelijk administratief onderzoek en gedurende de uitbating kan de gemeente bepalen dat nader te bepalen documenten en inlichtingen overhandigd moeten worden.

Artikel 286/54. De burgemeester weigert de uitbatingsvergunning als:

  • niet voldaan is aan de wettelijke of reglementaire bepalingen en voorwaarden van toepassing op de inrichting;
  • controle door de ambtenaar van de stad en/of de politie wordt verhinderd;
  • de aanvraag onjuiste gegevens bevat;
  • de openbare orde, de openbare rust en/of de openbare gezondheid gevaar loopt.

Artikel 286/55. De uitbatingsvergunning wordt verleend voor onbepaalde duur. De burgemeester kan beslissen om de uitbatingsvergunning te beperken in de tijd en/of bijzondere voorwaarden op te nemen in de vergunning afhankelijk van specifieke omstandigheden, bv. de ligging van de inrichting.

Artikel 286/56.§1. De uitbatingsvergunning is geldig, te rekenen vanaf de datum van ondertekening door de burgemeester.

§2. Deze politieverordening en in het bijzonder de voorwaarden vermeld in art. 286/52 dienen nageleefd te worden zolang de uitbating duurt. 

Artikel 286/57. §1. De uitbatingsvergunning wordt afgeleverd aan een uitbater voor een welbepaalde vestigingseenheid en kan niet worden overgedragen aan een andere uitbater of naar een andere vestigingseenheid. Bij iedere wijziging van locatie of wijziging met betrekking tot de uitbater dient er een nieuwe uitbatingsvergunning te worden aangevraagd.

§2. In afwijking op §1 van dit artikel is geen nieuwe aanvraag vereist indien

  • een uitbater reeds over een uitbatingsvergunning beschikt en zijn uitbating wijzigt onder de vorm van een natuurlijk persoon tot uitbating onder de vorm van een vennootschap of in omgekeerde volgorde op dezelfde locatie.
  • De uitbater reeds over een uitbatingsvergunning beschikt en louter het bestuursorgaan van de rechtspersoon wijzigt. In dit laatste geval moet wel een nieuw uittreksel uit het strafregister ingediend worden.
  • enkel de naam van de handcarwash wijzigt. In dit geval volstaat het om dit aan de bevoegde dienst te melden.

Bij andere wijzigingen is een nieuwe uitbatingsvergunning vereist, waarvoor een volledig nieuwe aanvraag moet worden ingediend.

Artikel 286/58. De uitbater is verplicht te melden aan de burgemeester wanneer zijn instelling definitief sluit. De uitbater is tevens verplicht alle wijzigingen in de instelling die een verandering uitmaken ten opzichte van de veiligheid, en alle wijzigingen van gegevens opgegeven in de aanvraag, met inbegrip van elke bestemmingswijziging, onmiddellijk schriftelijk te melden aan de burgemeester.

Artikel 286/59.  De uitbatingsvergunning vervalt van rechtswege:

-        op het moment dat de exploitatie van de handcarwash voor een periode van langer dan zes maanden feitelijk is onderbroken;

-        in geval van een veroordeling tot gerechtelijke sluiting;

-        in geval van een gerechtelijk beroepsverbod voor de exploitant, een rechtspersoon of één van zijn organen;

-        in geval van ontbinding van de rechtspersoon

-        in geval van schrapping van de exploitant of van de betrokken vestiging uit de Kruispuntbank van Ondernemingen;

-        indien binnen de maand na het toekennen van de uitbatingsvergunning geen melding of aanvraag werd gedaan voor het bekomen van een vergunning in het kader van de milieureglementering;

-        wanneer de milieuvergunning is geweigerd, vervallen, opgeheven of de uitbater op enigerlei wijze niet meer voldoet aan de meldingsplicht

Artikel 286/60. §1. De uitbatingsvergunning moet steeds aanwezig zijn in de inrichting en zichtbaar worden aangebracht aan de inrichting, zodat ze leesbaar is vanop de openbare ruimte. De uitbatingsvergunning moet steeds op eerste vordering van de politie of een bevoegde controlerende ambtenaar ter inzage worden voorgelegd.

§2. Onverminderd de strafbepalingen en maatregelen voorzien onder titel 6 van deze verordening, kan de politie bij vaststelling van uitbating zonder uitbatingsvergunning de inrichting onmiddellijk en ter plaatse sluiten.”

Titel 6. Procedure en slotbepalingen

artikel 286.          

artikel 287.         In geval van overtreding van deze verordening kan de politie de overtreder aanmanen om de niet-reglementaire toestand ongedaan te maken. De politie is bevoegd voor de vaststelling van alle overtredingen vervat in deze politieverordening.

Inbreuken die uitsluitend bestraft worden met een administratieve sanctie kunnen eveneens vastgesteld worden door ambtenaren zoals bepaald in artikel 21 van de wet van 24 juni 2013 het voorwerp uitmaken van een vaststelling door de hiernavolgende personen:

In deze politieverordening worden deze ambtenaren de "gemachtigde ambtenaar" genoemd.

artikel 288.         Tenzij de wet of het decreet andere strafbepalingen voorziet, kan elke overtreding van dit algemeen politiereglement bestraft worden met:

- een administratieve geldboete die maximaal 175 euro of 350 euro bedraagt, naargelang de overtreder minderjarig of meerderjarig is;

- een administratieve schorsing van een door de gemeente verleende toestemming of vergunning;

- een administratieve intrekking van een door de gemeente verleende toestemming of vergunning;

- een tijdelijke of definitieve sluiting van een instelling.

Artikel 288 bis. Opgeheven.

artikel 289.         De opgelegde administratieve geldboete kan niet hoger zijn dan het wettelijke voorziene maximum met name 350 euro.

Minderjarigen die de volle leeftijd van 16 jaar hebben bereikt op het tijdstip van de feiten kunnen gestraft worden met een administratieve geldboete van maximum 175 euro. Voorafgaand aan het aanbod tot bemiddeling, tot gemeenschapsdienst of desgevallend de oplegging van de administratieve geldboete kan er een procedure tot ouderlijke betrokkenheid conform artikel 17 van de wet van 24 juni 2013 worden opgestart.

artikel 290.         Herhaling bestaat wanneer de overtreders reeds werd gesanctioneerd voor eenzelfde inbreuk binnen de vierentwintig maanden voorafgaand aan de nieuwe vaststelling van inbreuk.

De vaststelling van meerdere samenlopende inbreuken op dezelfde reglementen of verordeningen, geeft aanleiding tot één enkele administratieve sanctie, in verhouding tot de ernst van het geheel van de feiten.

artikel 291.         Opgeheven.

artikel 292.         Opgeheven.

artikel 293.         Opgeheven.

artikel 294.         Opgeheven.

artikel 295.         Opgeheven.

artikel 296.          



[1] Artikel gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit Puurs-Sint-Amands d.d.29.03.2021 en gemeenteraadsbesluit Bornem d.d.20.04.2021

[2] Artikel opgeheven bij gemeenteraadsbesluit Puurs-Sint-Amands d.d.29.03.2021 en gemeenteraadsbesluit Bornem d.d.20.04.2021

[3] Artikel opgeheven bij gemeenteraadsbesluit Puurs-Sint-Amands d.d.29.03.2021 en gemeenteraadsbesluit Bornem d.d.20.04.2021

[4] Artikel opgeheven bij gemeenteraadsbesluit Puurs-Sint-Amands d.d.29.03.2021 en gemeenteraadsbesluit Bornem d.d.20.04.2021

[5] Artikel opgeheven bij gemeenteraadsbesluit Puurs-Sint-Amands d.d.29.03.2021 en gemeenteraadsbesluit Bornem d.d.20.04.2021

[6] Artikel opgeheven bij gemeenteraadsbesluit Puurs-Sint-Amands d.d.29.03.2021 en gemeenteraadsbesluit Bornem d.d.20.04.2021

[7] Artikel gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit Puurs-Sint-Amands d.d.29.03.2021 en gemeenteraadsbesluit Bornem d.d.20.04.2021

[8] Artikel gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit Puurs-Sint-Amands d.d.29.03.2021 en gemeenteraadsbesluit Bornem d.d.20.04.2021

[9]Artikel gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit Puurs-Sint-Amands d.d.29.03.2021 en gemeenteraadsbesluit Bornem d.d.20.04.2021

[10] Artikel toegevoegd bij gemeenteraadsbesluit Puurs-Sint-Amands d.d.29.03.2021 en gemeenteraadsbesluit Bornem d.d.20.04.2021

[11] Artikel toegevoegd bij gemeenteraadsbesluit Puurs-Sint-Amands d.d.29.03.2021 en gemeenteraadsbesluit Bornem d.d.20.04.2021 

 

Artikel 3: Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

Artikel 4: De gemeenteraad geeft opdracht om een afschrift van deze beslissing en een gecoördineerde versie van de Algemene Bestuurlijke Politieverordening Klein-Brabant versie 2021, te bezorgen aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en de griffie van de politierechtbank van het arrondissement Antwerpen, afdeling Mechelen.