Het Koninklijk Besluit waarin de limitatieve lijst wordt vastgelegd van de inbreuken uit de wegverkeerswet waarvoor GAS-boetes kunnen worden opgelegd (hierna verder GAS4-KB genoemd), werd zeer recent gewijzigd (KB van 14 januari 2026, publicatie BS op 23 januari 2026).
De gemeenteraad dient de bijzondere politieverordening GAS4 aan te passen aan het gewijzigde KB.
Volgende bevoegdheidsgrond en regelgeving is van toepassing:
Bevoegdheidsgrond
Toepasselijke regelgeving
Sinds de wijziging van de GAS-wet in 2013 kan een gemeente ook administratieve geldboetes opleggen voor parkeerinbreuken en negatie van verkeersborden C3 en F103.
De federale overheid legt in een Koninklijk Besluit (hierna verder GAS4-KB genoemd) de limitatieve lijst vast van de inbreuken uit de wegverkeerswet waarvoor GAS-boetes kunnen worden opgelegd. De gemeente moet in een bijzondere politieverordening vastleggen welke inbreuken zij hiervan wenst te handhaven door middel van GAS.
Daarnaast moet het college van Burgemeester en Schepenen hierover verplicht een protocol afsluiten met het parket en dit laten bekrachtigen door de gemeenteraad.
De gemeente Puurs-Sint-Amands heeft deze GAS4-handhaving ingevoerd door de goedkeuring van de bijzondere politieverordening en het afsluiten van een protocol met het parket (laatste versie van 16 december 2019).
Het GAS4-KB werd zeer recent gewijzigd (KB van 14 januari 2026, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 23 januari 2026). Het gaat om een beperkte aanpassing van het KB, met een aantal kleine aanpassingen:
Het KB zal in werking treden vanaf 1 maart 2026.
De wijzigingen met de grootste impact zijn
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om de aangepaste bijzondere politieverordening GAS4 goed te keuren.
Door deze wijziging zullen inbreuken op het inhalen van fietsen door voertuigen in de fietszones en -straten vanaf 1 maart 2026 kunnen worden bestraft met een GAS-boete van 58 euro. Afhankelijk van het aantal vaststellingen die worden opgetekend aangaande deze inbreuk, kan dit zorgen voor een meeropbrengst.
Artikel 1. De bijzondere politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatische werkende toestellen, zoals bekrachtigd door de gemeenteraad van Puurs-Sint-Amands in de zitting van 16 december 2019, wordt, met ingang van 1 maart 2026, vervangen door de onderstaande bijzondere politieverordening:
Bijzondere politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
[Gewijzigd besluit gemeenteraad 23.02.2026, inwerkingtreding 01.03.2026]
Afdeling 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 1. Toepassingsgebied
Artikel 1. Deze verordening is van toepassing op elke meerderjarige natuurlijke persoon of rechtspersoon die zich op het grondgebied van de gemeente Puurs-Sint-Amands bevindt.
Hoofdstuk 2. Definities
Artikel 2. De definities opgenomen in artikel 2 van het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg zijn van toepassing op deze bijzondere politieverordening.
[Gewijzigd besluit gemeenteraad 23.02.2026, inwerkingtreding 01.03.2026]
Afdeling 2 Overtredingen van de eerste categorie volgens KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie op het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
Artikel 10. Binnen de woonerven en de erven is het parkeren verboden, behalve:
Artikel 11. Opgeheven.
[Opgeheven besluit gemeenteraad 23.02.2026, inwerkingtreding 01.03.2026]
Artikel 12. In voetgangerszones is het parkeren verboden.
Artikel 13. Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld rechts ten opzichte van zijn rijrichting. Indien het een rijbaan is met eenrichtingsverkeer mag het evenwel langs de ene of langs de andere kant opgesteld worden.
Artikel 14. Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld:
[Gewijzigd besluit gemeenteraad 23.02.2026, inwerkingtreding 01.03.2026]
Artikel 15. Elk voertuig dat volledig of ten dele op de rijbaan opgesteld is, moet geplaatst worden:
Motorfietsen zonder zijspan of aanhangwagen mogen evenwel haaks op de rand van de rijbaan parkeren voor zover zij daarbij de aangeduide parkeermarkering niet overschrijden.
Artikel 16. Fietsen, voortbewegingstoestellen en tweewielige bromfietsen moeten buiten de rijbaan en de parkeerstroken bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, opgesteld worden zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken, behalve op plaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel 70.2.1.3°.f en 77.5, tweede lid van voormeld koninklijk besluit.
De voortbewegingstoestellen die bestemd zijn voor personen met een verminderde mobiliteit mogen altijd buiten de rijbaan en die parkeerstroken opgesteld worden.
[Gewijzigd besluit gemeenteraad 23.02.2026, inwerkingtreding 01.03.2026]
Artikel 17. Motorfietsen mogen buiten de rijbaan en de parkeerstroken bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer van het gebruik van de openbare weg opgesteld worden, zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken.
[Gewijzigd besluit gemeenteraad 23.02.2026, inwerkingtreding 01.03.2026]
Artikel 18. Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen, inzonderheid:
[Gewijzigd besluit gemeenteraad 23.02.2026, inwerkingtreding 01.03.2026]
Artikel 19. Het is verboden een voertuig te parkeren:
1. op minder dan 1 meter zowel voor als achter een ander stilstaand of geparkeerd voertuig en op elke plaats waar het voertuig het instappen in of het wegrijden van een ander voertuig zou verhinderen;
2. op minder dan 15 meter aan weerszijden van een bord dat een autobus-, trolleybus- of tramhalte aanwijst;
3. voor de inrij van eigendommen, behalve de voertuigen waarvan het inschrijvingsteken leesbaar op die inrij is aangebracht;
4. op elke plaats waar het voertuig de toegang tot buiten de rijbaan aangelegde parkeerplaatsen zou verhinderen;
5. buiten de bebouwde kommen op de rijbaan van een openbare weg waarop het verkeersbord B9 is aangebracht;
B9
6. op de rijbaan wanneer deze verdeeld is in rijstroken, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a of E9b is aangebracht;
E9a
E9b
7. op de rijbaan langs de gele onderbroken streep, bedoeld in artikel 75.1.2.° van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
8. op rijbanen met tweerichtingsverkeer tegenover een ander stilstaand of geparkeerd voertuig, wanneer twee andere voertuigen daardoor elkaar moeilijk zouden kunnen kruisen;
9. op de middelste rijbaan van een openbare weg met drie rijbanen;
10. buiten de bebouwde kommen, langs de linkerkant van een rijbaan van een openbare weg met twee rijbanen of op de middelste berm die deze rijbanen scheidt;
11. op de zijdelingse stroken bedoeld in artikel 75.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
[Gewijzigd besluit gemeenteraad 23.02.2026, inwerkingtreding 01.03.2026]
Artikel 20. Het is verboden onjuiste aanduidingen op de schijf te laten verschijnen. De aanduidingen van de schijf mogen niet gewijzigd worden voordat het voertuig de parkeerplaats verlaten heeft.
Artikel 21. Het is verboden op de openbare weg motorvoertuigen die niet meer kunnen rijden en aanhangwagens langer dan vierentwintig uur na elkaar te laten parkeren.
Artikel 22. Binnen de bebouwde kommen is het verboden op de openbare weg auto’s, slepen en aanhangwagens met een maximale toegelaten massa van meer dan 7,5 ton langer dan acht uur na elkaar te laten parkeren, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a, E9c of E9d is aangebracht.
E9a
E9c
E9d
Artikel 23. Het is verboden op de openbare weg reclamevoertuigen langer dan drie uur na elkaar te laten parkeren.
Artikel 24. Het niet hebben aangebracht van de speciale kaart, bedoeld in artikel 27.4.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg of het door artikel 27.4.1 van hetzelfde besluit hiermee gelijkgesteld document, op de binnenkant van de voorruit of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het op een voorbehouden parkeerplaats voor persoon met een handicap geparkeerde voertuig.
Artikel 25. Verkeersborden E1, E3, E5, E7 en van type E9 betreffende het stilstaan en het parkeren niet in acht nemen.
E1
E3
E5
E7
typeE9
Artikel 26. Verkeersbord E11 niet in acht nemen.
E11
Artikel 27. Het stilstaan of parkeren is verboden op markeringen van verkeersgeleiders en verdrijvingsvlakken.
Artikel 28. Het niet respecteren van de witte markeringen die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen moeten staan, bedoeld in artikel 77.5 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen moeten staan.
[Gewijzigd besluit gemeenteraad 23.02.2026, inwerkingtreding 01.03.2026]
Artikel 29. Het stilstaan of parkeren is verboden op de dambordmarkering die bestaat uit witte vierkanten die op de grond zijn aangebracht.
Artikel 30. Niet in acht nemen het verkeersbord C3.
C3
[Gewijzigd besluit gemeenteraad 23.02.2026, inwerkingtreding 01.03.2026]
Artikel 31. Niet in acht nemen het verkeersbord F103.
F103
[Gewijzigd besluit gemeenteraad 23.02.2026, inwerkingtreding 01.03.2026]
Artikel 32. Het niet in acht nemen van het verkeersbord F111, behalve wat de snelheidsbeperking betreft.
[Ingevoegd besluit gemeenteraad 23.02.2026, inwerkingtreding 01.03.2026]
Afdeling 3 Overtredingen van de tweede categorie volgens KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie op het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg
Artikel 50. Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te parkeren op autowegen, behalve op de parkeerstroken, aangewezen door het verkeersbord E9a.
E9a
Artikel 51. Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen, inzonderheid:
Artikel 52. Het is verboden een voertuig te parkeren:
Artikel 53. Het is verboden een voertuig te parkeren op de parkeerplaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel 70.2.1.3°c van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg behalve voor de voertuigen gebruikt door personen met een handicap die in het bezit zijn van een speciale kaart zoals bedoeld in artikel 27.4.1 of 27.4.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
Afdeling 4 Sancties, procedure- en slotbepalingen
Hoofdstuk 1. Sancties
Artikel 90. Overtredingen van artikels uit deze bijzondere politieverordening worden bestraft met een straf bepaald in KB van 1 december 1975 of met een administratieve geldboete of een onmiddellijke betaling bepaald in KB van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
[Gewijzigd besluit gemeenteraad 23.02.2026, inwerkingtreding 01.03.2026]
Artikel 90/1. Het niet nakomen van de verplichting bedoeld in artikel 33, derde lid, derde zin van de wet van 24 juni 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties kan worden bestraft met een administratieve geldboete van maximaal 500 euro.
[Ingevoegd besluit gemeenteraad 23.02.2026, inwerkingtreding 01.03.2026]
Hoofdstuk 2. Procedure
Artikel 91. De sanctionerend ambtenaar deelt binnen de vijftien dagen na ontvangst van de vaststelling van de inbreuk, bij gewone zending, aan de overtreder de gegevens mee met betrekking tot de vastgestelde feiten en de begane inbreuk, alsook het bedrag van de administratieve geldboete.
Artikel 91/1. Bij afwezigheid van de bestuurder wordt vermoed dat de inbreuken op afdeling 2 en 3 van deze verordening werden begaan door de houder van de kentekenplaat van het voertuig. De houder van de kentekenplaat kan dit vermoeden weerleggen door met elk middel te bewijzen dat hij niet de bestuurder was op het ogenblik van de feiten. In dat geval is hij ertoe gehouden de identiteit van de onmiskenbare bestuurder kenbaar te maken binnen dertig dagen na de kennisgeving van de overtreding, behalve wanneer hij diefstal, fraude of overmacht kan bewijzen.
[Ingevoegd besluit gemeenteraad 23.02.2026, inwerkingtreding 01.03.2026]
Artikel 92. De administratieve boete wordt betaald door de overtreder binnen de dertig dagen na de kennisgeving ervan, tenzij de overtreder binnen deze termijn zijn verweermiddelen bij gewone zending laat geworden aan de sanctionerend ambtenaar. De overtreder kan binnen deze termijn op zijn verzoek gehoord worden wanneer het bedrag van de administratieve geldboete hoger ligt dan 70 euro.
Artikel 93. Verklaart de sanctionerend ambtenaar de verweermiddelen niet gegrond, dan brengt hij de overtreder hiervan op een met redenen omklede wijze bij gewone zending op de hoogte met de verwijzing naar de te betalen administratieve geldboete die binnen een nieuwe termijn van dertig dagen na deze kennisgeving moet worden betaald. De beslissing van de sanctionerend ambtenaar wordt binnen een termijn van zes maanden genomen en ter kennis gebracht van de betrokkenen. Deze termijn van zes maanden neemt aanvang vanaf de dag van de vaststelling van de feiten.
[Gewijzigd besluit gemeenteraad 23.02.2026, inwerkingtreding 01.03.2026]
Artikel 94. Wordt de boete niet betaald binnen de eerste termijn van dertig dagen, dan wordt, behoudend in geval van verweermiddelen, een herinnering verstuurd bij gewone zending met uitnodiging tot, betaling binnen een nieuwe termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de kennisgeving van die herinnering.
Artikel 95. de beslissing van de sanctionerend ambtenaar om een boete op te leggen, kan gedwongen worden uitgevoerd indien de boete niet werd betaald binnen de termijn van dertig dagen na de herinnering zoals bepaald in artikel 94 van deze verordening, tenzij de overtreder binnen deze termijn een beroep instelt bij de Politierechtbank.
Artikel 2. De gewijzigde versie van de bijzondere politieverordening wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Artikel 3. De gemeenteraad geeft opdracht om een afschrift van deze beslissing en de aangepaste versie van de bijzondere politieverordening te bezorgen aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en de griffie van de politierechtbank van het arrondissement Antwerpen, afdeling Mechelen, alsook aan de Procureur des Konings.