Terug
Gepubliceerd op 29/01/2026

Notulen  Gemeenteraad

ma 15/12/2025 - 20:00 Raadzaal
Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
  • Openbaar

    • Mededelingen

      • Mededelingen

        Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
    • Notulen vorige vergadering

      • Notulen gemeenteraadszitting 24 november 2025 - Goedkeuring

        Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
        Publieke stemming
        Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
        Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

        Besluit

        Enig artikel: De notulen van de gemeenteraadszitting van 24 november 2025 worden goedgekeurd zonder opmerkingen.

    • Algemeen bestuur

      • Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden

        • Overeenkomst intergemeentelijke samenwerking wonen in Klein-Brabant Igemo - Goedkeuring

          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

          Toelichting

          De Vlaamse overheid ondersteunt de gemeenten financieel om intergemeentelijk samen te werken in het opnemen van hun regisseursrol wonen. De gemeente Puurs-Sint-Amands en Bornem werken samen op het vlak van wonen via het intergemeentelijk project 'Wonen Klein-Brabant' met ondersteuning van IGEMO. Eind 2019 liep het eerste subsidiedossier af. Voor de periode 2020-2025 werd voor de intergemeentelijke samenwerking 'Wonen in Klein-Brabant een tweede subsidiedossier ingediend, dat eind 2025 afloopt. Voor de periode 2026-2031 werd een derde subsidiedossier ingediend, zoals goedgekeurd op de gemeenteraad van 8 september 2025. Ook voor het dossier 2026-2031 doen beide gemeentes opnieuw beroep op de ondersteuning van IGEMO.  

          Aan de gemeenteraad wordt gevraagd deze samenwerkingsovereenkomst met IGEMO goed te keuren met ingang van 1 januari 2026.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
          Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens
          Onthouders: Jorden Dewachter, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
          Resultaat: Met 26 stemmen voor, 3 onthoudingen

          Besluit

          Enig artikel: De gemeenteraad keurt onderstaande 'overeenkomst intergemeentelijke samenwerking Wonen in Klein-Brabant met IGEMO goed:

          Tussen de ondertekenden,

          Enerzijds

          De intergemeentelijke vereniging voor ontwikkeling van het gewest Mechelen en omgeving (IGEMO), publieke rechtspersoon die overeenkomstig het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 de vorm van een dienstverlenende vereniging heeft aangenomen, met maatschappelijke zetel gevestigd te 2800 Mechelen, Schoutetstraat 2 en KBO nr. 0213.349.124,  vertegenwoordigd door ..........voorzitter, en .......... en .........., Co-algemeen directeur ad interim;

          Hierna “IGEMO” genoemd

          en

          Anderzijds

          De gemeente Puurs-Sint-Amands, ondernemingsnummer 0697.609.548, gelegen te 2870 Puurs-Sint-Amands, Forum 6, hierbij vertegenwoordigd door de heer Koen Van den Heuvel, burgemeester in opdracht van mevrouw Els Goedgezelschap, voorzitter van de gemeenteraad, gemachtigd ingevolge delegatiebeslissing van 5 december 2024 en de heer Raoul Paridaens, algemeen directeur, beiden handelend ingevolge een beslissing goedgekeurd op de gemeenteraad van 15 december 2025,

          Hierna genoemd ‘de gemeente’

          Is overeengekomen wat volgt:

          Artikel 1: Voorwerp van de overeenkomst

          Overeenkomstig artikel 2.3 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 hebben de gemeenten conform artikel 2.2, §1, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 de regierol voor het woonbeleid op hun grondgebied. Dat betekent dat ze binnen de grenzen van het subsidiariteitsbeginsel zorgen voor de uitwerking, sturing, afstemming en uitvoering van het lokaal woonbeleid.

          IGEMO ondersteunt de gemeenten Bornem en Puurs-Sint-Amands in de rol als regisseur van het woonbeleid. Op het vlak van wonen hebben de  gemeenten Bornem en Puurs-Sint-Amands een intergemeentelijke samenwerking (IGS) Wonen in Klein-Brabant.

          Deze overeenkomst is een continuering van de reeds bestaande samenwerking waarvoor IGEMO als uitvoerende partner fungeert. 

          Voor de uitvoering van deze overeenkomst zijn subsidies aangevraagd.  Indien Wonen in Vlaanderen de subsidies niet toekent, zal deze overeenkomst heronderhandeld worden met de gemeente. 

          Artikel 2: Taakomschrijving

          Voor een uitgebreide taakomschrijving van de opdracht wordt verwezen voor de basisinitiatieven naar artikelen 2.14, 2.15 en 2.16 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.  Voor de eigen initiatieven wordt verwezen naar de aanvraag van subsidies voor intergemeentelijke samenwerkingsprojecten, goedgekeurd op de gemeenteraad van 8 september 2025.

          Artikel 3: Termijnen

          Deze samenwerkingsovereenkomst neemt een aanvang op 1 januari 2026 en neemt een einde op 31 december 2031.  

          Partijen bewaken de normale procesvooruitgang en treffen hiertoe de nodige maatregelen (tijdige inplanning van overlegmomenten, tijdig aanleveren van voor de uitvoering van de opdracht benodigde informatie en documenten, tijdig nemen van beslissingen, etc.).

          Elke partij kan de samenwerkingsovereenkomst beëindigen mits eerbiediging van een opzegtermijn van twaalf maanden, ten vroegste vanaf het einde van de eerste driejarige periode, zijnde 31 december 2029.

          Artikel 4: Vergoeding

          § 1. De opdracht wordt uitgevoerd voor een jaarlijkse, globale, forfaitaire prijs.

          § 2. Voor de uitvoering van  de taakomschrijving (zie hoger) worden subsidies aangevraagd bij Wonen Vlaanderen.

          Deze subsidies worden aangevraagd door IGEMO. Deze worden in mindering gebracht van de kostprijs.

          §3. De jaarlijkse gemeentelijke bijdrage wordt aldus bepaald door de globale forfaitaire prijs te verminderen met de bekomen subsidies.

          §4. Zowel de globale kostprijs als de subsidies worden jaarlijks geïndexeerd. 

          §4.1. De kostprijs wordt jaarlijks geïndexeerd op 1 januari aan een vast percentage van 2,5% (component loopbaanevolutie).

          Een loonindexering wordt pas bij iedere overschrijding van de spilindex uitgevoerd.  Telkens op 1 januari volgend op het jaar waarin de spilindex overschreden wordt.  Bij meerdere loonindexaties in 1 jaar, worden deze allemaal geïndexeerd op 1 januari van het daaropvolgende jaar.

          §4.2. De indexering van de subsidies wordt door Wonen Vlaanderen voorzien. Het loonaandeel van de subsidiebedragen (90 %) wordt met 2% geïndexeerd telkens nadat de spilindex overschreden wordt. Het werkingsaandeel volgt de gezondheidsindex en wordt jaarlijks op 1 januari gedeeltelijk (75%) geïndexeerd.

          Door een algemene besparingsmaatregel is er voor de werkingsjaren 2026 en 2027 geen indexering van het werkingsaandeel voorzien. Voor de werkingsjaren 2028 en 2029 wordt de gedeeltelijke indexering van 75% gehalveerd. Voor de werkingsjaren 2030 en 2031 zal de volgende Vlaamse Regering een beslissing nemen.

          §5. Onderstaande tabel geeft dan een overzicht van de geïndexeerde kostprijs voor de werkingsperiode 2026 tot en met 2031 volgens percentage vermeld in §4.1, en de berekening van de gemeentelijk bijdrage bij een gelijkblijvend subsidiebedrag.  

           

          kostprijs

          subsidie

          gemeentelijke bijdrage

          2026

           € 111.512,26

           € 59.413,25

           € 52.099,01

          2027

           € 114.300,07

           € 59.413,25

           € 54.886,82

          2028

           € 117.157,57

           € 59.413,25

           € 57.744,32

          2029

           € 120.086,51

           € 59.413,25

           € 60.673,26

          2030

           € 123.088,67

           € 59.413,25

           € 63.675,42

          2031

           € 126.165,89

           € 59.413,25

           € 66.752,64

          §6. De indexering van de subsidie is niet op voorhand te berekenen. De gemeentelijke bijdrage in bovenstaand overzicht is dus vanaf 2027 een indicatie van het juiste bedrag. Aangezien, de stijging van de subsidie integraal wordt doorgerekend, zal het werkelijk gefactureerd bedrag lager zijn dan wat in deze tabel wordt vooropgesteld. Tijdens de eerste stuurgroep van het desbetreffende jaar, worden de exacte bedragen medegedeeld.

          §7. Op de eerste stuurgroep van het jaar wordt de definitieve jaarlijkse kostprijs en gemeentelijke bijdrage bepaalt.

          Artikel 5: Rapportering

          §1. Inhoudelijke rapportering:

          Jaarlijks op eerste stuurgroep van het jaar wordt inhoudelijke rapportering van het voorbije jaar voorgelegd. De rapportering bevat minstens de nodige elementen voor de beoordeling van de uitvoering van de initiatieven zoals omschreven in artikel 2.

          §2. Financieel management:

          Op eerste stuurgroep wordt jaarlijks een financiële rapportering voorgelegd van het voorgaande jaar. De rapportering bevat minstens verantwoording op basis van de gepresteerde uren op basis van de inhoudelijke takenpakketten rond:

          -          Coördinatie;

          -          Woningkwaliteit;

          -          Leegstand & verwaarlozing;

          -          Stekr;

          Artikel 6: Facturatie en betaling

          De facturatie gebeurt per kwartaal waarbij 25% van het verschuldigde jaarlijkse bedrag in rekening wordt gebracht. De schijf horende bij het vierde kwartaal van het desbetreffende jaar wordt pas afgerekend na voorlegging van financiële rapportering, horende bij dat jaar.

          Facturen worden verstuurd naar de opdrachtgever met vermelding van de opdrachtgever en de referentie van de overeenkomst. 

          De betalingstermijn voor de facturen van IGEMO bedraagt 30 kalenderdagen na factuurdatum door middel van overschrijving op de bankrekening vermeld op de factuur. 

          Tenzij uitdrukkelijk anders overeengekomen, is bij laattijdige betaling van rechtswege en zonder vereiste van voorafgaande ingebrekestelling een interest van 1% per maand verschuldigd, alsmede een forfaitaire schadevergoeding van 10% van het factuurbedrag, met een minimum van 75,00 euro voor een eerste herinnering en 150,00 euro voor een tweede herinnering. 

          Een bezwaar met betrekking tot de factuur dient binnen de 10 werkdagen na kennisgeving van de factuur te gebeuren middels een gemotiveerde aangetekende brief. Dergelijk bezwaar ontheft de opdrachtgever niet van de betaalverplichting. 

          Artikel 7: Aansprakelijkheid en verzekering

          IGEMO en zijn aangestelden zijn verzekerd voor hun beroepsaansprakelijkheid via polis AXA met nr. 010.730.619.189. 

          De aansprakelijkheid van IGEMO is beperkt tot de tussenkomst verkregen in het kader van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Indien, om welke reden dan ook, er geen tussenkomst zou zijn vanwege voormelde beroepsaansprakelijkheidsverzekering, is de aansprakelijkheid van IGEMO en zijn aangestelden beperkt tot het bedrag van de door de opdrachtgever betaalde vergoedingen voor de door IGEMO verleende diensten die aanleiding geven tot de aansprakelijkheidskwestie.   

          IGEMO is niet aansprakelijk voor tekortkomingen van derden of andere deskundigen, dewelke in samenspraak met de opdrachtgever werden ingeschakeld. 

          Artikel 8: Uitvoering en wijziging van de opdracht

          Partijen verbinden zich ertoe de bepalingen van deze overeenkomst te goeder trouw uit te voeren. Zo deze uitvoering ernstig verstoord wordt door een nieuw en belangrijk element, wordt dit dadelijk tussen de contractspartijen besproken teneinde de bepalingen van deze overeenkomst desgevallend schriftelijk aan te passen. 

          Elke wijziging van de overeenkomst wordt opgenomen in een door de contracterende partijen ondertekend addendum bij de overeenkomst. 

          Artikel 9: Verwerking van persoonsgegevens

          In het kader van de uitvoering van deze overeenkomst verwerkt IGEMO persoonsgegevens in opdracht van de opdrachtgever. 

          De verwerkingsovereenkomst van 1 oktober 2021 gesloten tussen de gemeente en IGEMO is volledig van toepassing op deze overeenkomst, alwaar in bijlage 1 bij de verwerkingsovereenkomst tevens bij de omschrijving van de opdracht ‘Wonen in Klein-Brabant’ de soort persoonsgegevens, het doel van de verwerking, de aard van de verwerking en de categorieën van betrokkenen nader worden omschreven. Aangezien huidig voorwerp van onderhavige overeenkomst hiermee overeenstemt, is voormelde verwerkingsovereenkomst met bijlage van overeenkomstige toepassing op onderstaande overeenkomst.

          Artikel 10: Deelbaarheid

          Indien een bepaling van deze overeenkomst onder het toepasselijke recht geheel of gedeeltelijk, onwettig, nietig of onafdwingbaar zou worden verklaard, heeft dit niet de nietigheid, ongeldigheid of onafdwingbaarheid van de overige bepalingen van deze overeenkomst tot gevolg.  

          Partijen vervangen alsdan in onderling akkoord de aldus nietig, onwettig of onafdwingbaar bevonden bepaling door een geldige, afdwingbare bepaling, zonder hierbij het contractuele evenwicht te ontwrichten. Zo dit laatste niet mogelijk blijkt, kan elk der partijen de overeenkomst beëindigen. 

          Artikel 11: Toepasselijk recht en bevoegde rechtbank

          Deze overeenkomt wordt beheerst door en geïnterpreteerd volgens het Belgisch recht. 

          Partijen stellen alles in het werk om de betwistingen en geschillen voortspruitend uit deze overeenkomst in der minne te regelen. Zo dat niet mogelijk is, zijn de rechtbanken van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen (Afdeling Mechelen) bevoegd uitspraak te doen. 

        • Aanpassing overeenkomst interlokale vereniging Deeltijds Kunstonderwijs Beeldende en Audiovisuele Kunsten (BAK) Temse, Bornem en Puurs-Sint-Amands - Goedkeuring

          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

          Toelichting

          Tussen de gemeenten Temse, Bornem en Puurs-Sint-Amands werd een interlokale vereniging opgericht. Na een aanpassing in 2023, wordt thans door de beherende gemeente Temse gevraagd om deze overeenkomst opnieuw te wijzigen.

          Concreet wordt voorgesteld om een 8'ste paragraaf toe te voegen aan artikel 10. Personeel, welke luidt als volgt:

          'De kost voor het secretariaatspersoneel wordt gesubsidieerd door het departement Onderwijs van de Vlaamse Overheid, à rato van het aantal leerlingen.

          Daarbovenop voorziet de gemeente Temse 11/38sten extra uren.

          Vanaf 01/01/2026 verbinden de twee deelnemende gemeenten Bornem en Puurs-Sint-Amands zich er toe, bovenop de uren door gemeente Temse betaald, 9/38 te voorzien volgens deze verdeelsleutel:

          Gemeente Bornem: 5/38

          Gemeente Puurs-Sint-Amands: 4/38

          De wijze van financiering verloopt zoals de regeling getroffen voor de onderwijsuren: de gemeente Temse pre-financiert deze uren en factureert nadien aan de respectieve gemeente.'

          Afgesproken werd dat de 3 gemeenten deze wijziging in de loop van de maand december aan hun gemeenteraad voorleggen. 

          Zodoende wordt aan de gemeenteraad gevraagd deze aanpassing goed te keuren met ingang van 1 januari 2026. 


          Publieke stemming
          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
          Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

          Besluit

          Enig artikel: De gemeenteraad keurt de wijzigingen aan de overeenkomst met betrekking tot de Interlokale vereniging 'Deeltijds kunstonderwijs beeldende en Audiovisuele Kunsten (BAK) Temse, Bornem en Puurs-Sint-Amands' goed.

          OVEREENKOMST

          Tussen de hierna vermelde lokale overheden, vertegenwoordigd zoals nader aangeduid, werd een interlokale vereniging opgericht volgens de toepasselijke bepalingen van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017:

          De gemeente Temse, vertegenwoordigd door ....., voorzitter van de gemeenteraad en Nele De Cleen, algemeen directeur, in uitvoering van het gemeenteraadsbesluit van 15 december 2025,

          De gemeente Bornem, vertegenwoordigd door ....., voorzitter van de gemeenteraad en Bjorn Caljon, algemeen directeur, in uitvoering van het gemeenteraadsbesluit van 9 december 2025,

          De gemeente Puurs-Sint-Amands, vertegenwoordigd door Els Goedgezelschap, voorzitter van de gemeenteraad en Raoul Paridaens, algemeen directeur, in uitvoering van het gemeenteraadsbesluit van 15 december 2025,

          Voormelde partijen hebben de inhoud van deze overeenkomst met statutaire draagkracht vastgesteld als volgt: 

          Titel 1: Naam, doel, zetel, beherende gemeente, duur, opzeg, toetreding 

          Artikel 1: Naam

          De interlokale vereniging draagt de naam “Interlokale vereniging deeltijds kunstonderwijs BAK Temse, Bornem en Puurs-Sint-Amands”.

          Artikel 2: Doel

          §1. De Interlokale vereniging heeft als doelstelling om binnen de krijtlijnen van de onderwijsregelgeving, de organisatie van de Academie en Vaktekenschool, met inbegrip van haar vestigingsplaatsen optimaal af te stemmen op de lokale noden en deze vorm van onderwijs zo toegankelijk en bereikbaar mogelijk aan te bieden in de deelnemende gemeenten. Hier­uit kunnen eventueel gemeentelijke en intergemeentelijke activiteiten en projecten voortvloeien.

          §2. Alle vestigingsplaatsen maken pedagogisch en administratief deel uit van de Academie en Vaktekenschool met als schoolbestuur het gemeentebestuur van Temse. De Academie en Vaktekenschool heeft momenteel vestigingsplaatsen op het grondgebied van de gemeenten Bornem en Puurs-Sint-Amands. De hoofdvestigingsplaats van de academie is gevestigd op het volgende adres: Schoolstraat 17, 9140 Temse.

          §3. Ten opzichte van andere initiatieven die men concurrentieel zou kunnen noemen ten aanzien van het al aanwezige deeltijds kunstonderwijs (DKO) BAK op het eigen grondgebied, engageren de deelnemende gemeenten zich duidelijk ten gunste van onderhavig samenwerkingsverband.

          Artikel 3: Zetel, beherende gemeente

          §1. De gemeente Temse wordt aangeduid als beherende gemeente.

          §2. De zetel van de Interlokale vereniging wordt gevestigd op volgend adres Frans Boelplein 1, 9140 Temse.

          Artikel 4: Duur, opzegmogelijkheid, toetreding

          §1. De interlokale vereniging wordt opgericht voor onbepaalde duur ingaand op 1 september 2019.

          §2. Uittreding kan enkel op 1 september mits de uittreding aangetekend wordt meegedeeld aan de andere deelnemende gemeenten en aan de voorzitter van het beheerscomité vóór 1 maart van het schooljaar voorafgaand aan de datum van uittreding. De mededeling tot uittreding moet gebaseerd zijn op een beslissing van de gemeenteraad van de uittredende gemeente.

          §3. Een nieuwe gemeente kan enkel op 1 september toetreden. De gemeente dient hiertoe bij de voorzitter van het beheerscomité per aangetekend schrijven een aanvraag in en dit vóór 1 maart van het schooljaar voorafgaand aan de datum van toetreding. Het beheerscomité formuleert een advies over het verzoek tot toetreding en legt de aanvraag ter goedkeuring voor aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten. De toetreding wordt aanvaard indien alle deelnemende gemeenten zich akkoord hebben verklaard. Indien een gemeenteraad geen beslissing neemt binnen de 90 dagen na voorlegging, wordt de betreffende gemeenteraad verondersteld de toetreding te aanvaarden. 

          Titel 2: Beheerscomité - samenstelling en werking

          Artikel 5: Samenstelling

           §1. Er wordt een beheerscomité opgericht.

           §2. Door elke gemeenteraad (per gemeente) wordt een lid van het college van burgemeester en schepenen afgevaardigd, alsmede een vervangend lid met hetzelfde mandaat ingeval van afwezigheid van het effectief lid.

          De leden van het beheerscomité worden afgevaardigd voor de periode van een bestuurslegislatuur, onverminderd de mogelijkheid van de gemeenteraden het mandaat van hun vertegenwoordigers in te trekken en onverminderd de beëindiging van rechtswege van het mandaat van de leden van het beheerscomité zodra zij hun betreffende politieke mandaat verliezen. De leden blijven evenwel lid van het beheerscomité tot het moment dat er in hun vervanging is voorzien. In geval van algehele vernieuwing van de gemeenteraden duiden de deelnemende gemeenten in de eerste drie maanden volgend op het jaar van de verkiezingen de nieuwe bestuurders aan. Zij treden aan vanaf het ogenblik van hun aanstelling.

          §3. De directeur van de academie en één vertegenwoordiger van de ambtelijke component van de deelnemende gemeenten, worden naar het beheerscomité uitgenodigd als deskundige. Zij hebben geen stemrecht.

          §4. Het beheerscomité kan andere deskundigen uitnodigen op haar vergaderingen. Zij hebben geen stemrecht. Hun aanwezigheid wordt in het verslag vermeld.

          Artikel 6: Werking

          §1. Het beheerscomité houdt minstens twee zittingen per kalenderjaar op een gezamenlijk afgesproken datum en zo vaak als het belang van de interlokale vereniging het vereist.

          §2. Het beheerscomité stelt een huishoudelijk reglement op, waarin het de organisatie van zijn werkzaamheden vastlegt (wijze van samenroepen, wijze van vergaderen, plaats van vergaderen, wijze van goedkeuren van verslagen).

          §3. De vertegenwoordiger van de gemeente Temse neemt de rol van voorzitter van het beheerscomité op. De directeur van de academie neemt het secretariaat waar en rapporteert aan het beheerscomité.

          §4. Het beheerscomité kan slechts geldig vergaderen indien twee derden van de vertegenwoordigers van de stemgerechtigde deelnemers aanwezig is. Bovendien moet telkens minstens een afgevaardigde van het schoolbestuur aanwezig zijn. Indien de vergadering niet voldoende aanwezigen telt, wordt een datum vastgelegd voor een nieuwe vergadering, minstens één week later. Op deze tweede vergadering is het aanwezigheidsquorum van twee derden niet meer vereist voor de punten die voor de tweede maal op de agenda zijn vermeld. In de oproep naar deze nieuwe vergadering wordt hierop gewezen. De aanwezigheid van een afgevaardigde van het schoolbestuur blijft evenwel van toepassing.

          §5. Elke deelnemende gemeente beschikt over één stem in het beheerscomité. Beslissingen worden genomen bij consensus.

          §6. Van elke vergadering van het beheerscomité wordt een verslag opgemaakt door een secretariaatsmedewerker van de beherende gemeente, dat wordt gedateerd en ondertekend door de voorzitter en mede ondertekend door de directeur. De goedgekeurde notulen met alle documenten waaraan de notulen refereren, worden bijgehouden op de zetel van de interlokale vereniging. Een afschrift van de notulen wordt bezorgd aan de leden van het beheerscomité en de vertegenwoordigers van de deelnemende gemeentebesturen (algemeen directeur en burgemeester). 

          Titel 3: Beheerscomité - bevoegdheden

          Artikel 7: Bevoegdheden

          §1. Binnen het beheerscomité wordt overleg gepleegd over de wijze waarop de overeenkomst wordt uitgevoerd.

          §2. Het beheerscomité formuleert adviezen ten behoeve van het schoolbestuur inzake de organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, een rationele spreiding van het onderwijsaanbod, de aanwending van het lestijdenpakket, personeelsbeleid, eventuele retributie, infrastructuur, uitrusting en didactisch materiaal en investeringen.

          §3. Daarnaast heeft het beheerscomité de volgende taken:

          -       vaststellen van het huishoudelijk reglement van het beheerscomité;

          -       vaststellen van het ontwerp van beleidsplan en het bijhorende budget voor het komende kalenderjaar waarin de doelstellingen en activiteiten voor het volgende kalenderjaar zijn opgenomen;

          -       formuleren van adviezen ten behoeve van de beherende gemeente, vaststellen van de rekeningen van de interlokale vereniging en deze voorleggen ter goedkeuring aan de raden van de deelnemende gemeenten, waarvoor de gewone meerderheid de goedkeuring verleent.

          -       formuleren van adviezen met betrekking tot de wijziging van deze algemene overeenkomst.

          Artikel 8: Verantwoordelijkheid

          Onverminderd de taken die aan het beheerscomité van de interlokale vereniging zijn toegewezen, blijft het schoolbestuur verantwoordelijk voor haar onderwijsinstelling(en) en voor de personeelsleden die zij heeft aangesteld. 

          Titel 4: Inbreng van de deelnemers

          Artikel 9: Financiële inbreng

          De beherende gemeente neemt de werkingsmiddelen die ze als subsidie ontvangt van het ministerie van Onderwijs en Vorming, op als inkomsten voor het werkingsbudget van de Academie.

          Artikel 10: Personeel

          §1. De gesubsidieerde leerkrachten worden aangesteld door de gemeente Temse. Het salaris van de leerkrachten wordt in principe betaald door het Vlaamse ministerie van Onderwijs. De rechtspositieregeling voor personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs is integraal van toepassing met inbegrip van de aanvullende reglementen opgelegd door het schoolbestuur.

          §2. De niet-gesubsidieerde leerkrachten, die werkzaam zijn in de andere deelnemende gemeenten, worden aangesteld door de beherende gemeente. Dit niet-gesubsidieerd personeel valt ofwel onder de lokale rechtspositieregeling van de beherende gemeente ofwel onder het statuut van het gesubsidieerd onderwijspersoneel indien de beherende gemeente dit personeel aanstelt onder het zogenaamde PWB-systeem binnen de onderwijsregelgeving. Dit niet-gesubsidieerd onderwijspersoneel staat onder leiding van de directeur van de academie.

          §8. Niet of slechts ten dele gesubsidieerde lesuren kunnen in alle vestigingsplaatsen maar worden ingericht met het akkoord en betaling van de loonkost door de deelnemende gemeente.

          Wat de financiering van deze uren betreft onderscheiden we twee procedures:

           -Niet-PWB uren: De gemeente Temse pre-financiert de loonkost en vordert deze op het einde van het boekhoudkundig jaar terug van de deelnemende gemeenten.

          - PWB uren: Het Departement Onderwijs pre-financiert de loonkost. Hierbij wordt de PWB-regeling gehanteerd, waarbij deze aanstellingen aan het departement Onderwijs worden doorgegeven, dat deze loonkosten dan prefinanciert.

          Tweemaal per jaar worden deze loonkosten vanuit het departement Onderwijs aan de beherende gemeente Temse gefactureerd.

          Daarop zal de beherende gemeente Temse op het einde van het boekhoudkundig jaar een terugvordering richten aan de deelnemende gemeente, ten bedrage van de loonkost van de extra uren die door deze deelnemende gemeente goedgekeurd werd.

          §4. De verzekering burgerlijke aansprakelijkheid en lichamelijke ongevallen voor personeel wordt door de gemeente Temse geprefinancierd en op het einde van het boekhoudkundig jaar teruggevorderd van de deelnemende gemeenten.

          §5. De gemeente Temse betaalt aan de directeur een salaris van één uur per week als vestigingsvergoeding per deelnemende gemeente, op grond van zijn salarisschaal bij het Vlaamse ministerie van onderwijs. Op het einde van het boekhoudkundig jaar worden deze salarissen teruggevorderd van de deelnemende gemeenten.

          §6. De gemeente Temse betaalt de occasionele verplaatsingskosten die de directeur ten behoeve van de vestigingsplaatsen maakt. Op het einde van het boekhoudkundig jaar worden deze vergoedingen teruggevorderd van de deelnemende gemeenten.

          §7. Het secretariaat van de vestigingsplaatsen wordt waargenomen door werknemers van de deelnemende gemeenten. De secretariaten staan in voor de nodige informatieverstrekking aan en begeleiding van de leerlingen in de vestigingsplaatsen.

          §8. De kost voor het secretariaatspersoneel wordt gesubsidieerd door het departement Onderwijs van de Vlaamse Overheid, à rato van het aantal leerlingen. Daarbovenop voorziet de gemeente Temse 11/38sten extra uren. Vanaf 1 januari 2026 verbinden de twee deelnemende gemeenten Bornem en Puurs-Sint-Amands zich er toe, bovenop de uren door gemeente Temse betaald, 9/38 te voorzien volgens deze verdeelsleutel:

          • Gemeente Bornem: 5/38
          • Gemeente Puurs-Sint-Amands: 4/38

          De wijze van financiering verloopt zoals de regeling getroffen voor de onderwijsuren: de gemeente Temse pre-financiert deze uren en factureert nadien aan de respectieve gemeente.

          De aanpassing treedt in voege vanaf 1 januari 2026, ingevolge de beslissingen van de gemeenteraden van de 3 gemeenten.

          Artikel 11: Leerlingen

          §1. De inschrijvingsgelden en materiaalkosten van de leerlingen die online inschrijven of op het secretariaat komen rechtstreeks op de rekening van de Academie en Vaktekenschool. De deelnemende gemeenten schrijven de inschrijvingsgelden en de retributies van leerlingen die niet online betalen tegen een afgesproken datum over op de rekening van de Academie en Vaktekenschool.

          §2. Het inschrijvingsgeld van de subsidieerbare leerlingen wordt door de gemeente Temse doorgestort naar het Vlaamse ministerie van onderwijs. De materiaalkosten worden via het budget van de academie opnieuw beschikbaar gesteld via het werkingsbudget.

          §3. De bancaire transactie- en beheerskosten die voortvloeien uit het online inschrijven, worden door de gemeente Temse pro rato teruggevorderd van de deelnemende gemeenten.

          §4. De verzekering burgerlijke aansprakelijkheid en lichamelijke ongevallen voor leerlingen wordt door de gemeente Temse geprefinancierd en op het einde van het boekhoudkundig jaar teruggevorderd van de deelnemende gemeenten.

          Artikel 12: Infrastructuur en didactisch materiaal

          §1. De deelnemende gemeenten voorzien voor hun vestigingsplaatsen behoorlijke uitgeruste en aan het doel aangepaste lokalen, (verwarming, verlichting, watervoorziening, enz.) evenals het nodige schoolmeubilair. Aankopen van machines of apparaten gebeuren in overleg met de directeur. De onderhoudskosten en de nutsvoorzieningen vallen ten laste van de deelnemende gemeenten.

          §2. De deelnemende gemeenten voorzien verder ook voldoende EHBO-voorzieningen (in functie van de risicoanalyse), brandbeveiliging (pictogrammen, brandblusapparaten,...) en de nodige verzekeringen objectieve aansprakelijkheid brand en ontploffing, waarbij een afschrift van de betreffende polissen aan het gemeentebestuur van Temse wordt overgemaakt.

          §3. De roerende en onroerende goederen van de vestigingsplaatsen worden opgenomen in een inventaris. Ze blijven eigendom van de desbetreffende gemeenten.

          §4. Elke deelnemende gemeente voorziet - in samenspraak met de directeur - ten behoeve van haar vestigingsplaatsen jaarlijks een budget voor de aankoop van didactisch materiaal, apparatuur, bureelbenodigdheden, publiciteit, inrichten van examens, leerlingenvoordrachten of tentoonstellingen. De goedkeuring van deze budgetten berust bij de respectievelijke gemeenteraad van elke deelnemende gemeente.

          §5. Elke deelnemende gemeente voorziet - in samenspraak met de directeur - ten behoeve van de lessen Tekenkunst en in voorkomend geval Schilderkunst in de 4e graad, een budget voor de loonkost van modellen. Deze aanpassing treedt in voege vanaf 1 januari 2023n, ingevolge de beslissingen van de gemeenteraden van de 3 gemeenten. 

          §6. Al wat de leerlingen daarnaast nog nodig hebben, wordt gedeeltelijk bekostigd via de werkingskosten, de materiaalkost bij inschrijving en door henzelf.

          Artikel 13: Omkadering evenementen en tentoonstellingen

          §1. Ieder jaar zal in elke deelnemende gemeente ter gelegenheid van de uitreiking van de leerlingencertificaten een tentoonstelling van de werken van de leerlingen plaatsvinden samen met opendeurdagen. Elk deelnemend gemeentebestuur biedt bij de inrichting hiervan materiële en logistieke steun.

          §2. Dit geldt eveneens voor de organisatie van extra-scolaire projecten zoals tentoonstellingen, voordrachten en projecten in samenwerking met andere academies; voor alle activiteiten die de werking, de bekendheid en de uitstraling van de academie promoten en voor de organisatie van pedagogische studiedagen en navormingssessies in samenwerking met de Onderwijskoepel van Steden en Gemeenten (OVSG) of met andere academies.

          Artikel 14: Verzekering

          De verzekeringspolissen die het schoolbestuur afsluit ten behoeve van de leerlingen en personeelsleden van de academie, gelden eveneens voor:

          -       de gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde leerkrachten

          -       leerlingen van de vestigingsplaatsen.

          Het gaat om minimaal:

          -       een polis burgerlijke aansprakelijkheid voor de leerlingen en het personeel,

          -       een polis tegen lichamelijke ongevallen voor de leerlingen en desgevallend het niet-gesubsidieerd[1] personeel,

          -       een verzekering rechtsbijstand voor het personeel. 

          Titel 5: Veiligheid, preventie, welzijn

          Artikel 15: Diensten preventie en bescherming op het werk

          §1. In uitvoering van de bepalingen van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk draagt de gemeente Temse de volle verantwoordelijkheid voor het welzijn van zijn werknemers, ongeacht de plaats van tewerkstelling. De deelnemende ge­meenten verlenen aan de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk van de gemeente Temse op afspraak en in samenwerking met de interne preventiedienst van desbetreffende gemeente,  toegang tot alle lokalen waar werknemers van de academies worden tewerkgesteld.

          §2. Voor elke locatie waar personeel van de academies werkt, wordt een afsprakennota in overleg tussen de interne preventiediensten van beherende en deelnemende gemeenten opgesteld, waarin alle aspecten inzake veiligheid en gezondheid van de werknemers worden geregeld.

          §3. De adviezen van de interne en/of externe diensten voor preventie en bescherming op het werk worden geformuleerd aan het schoolbestuur. Indien de adviezen betrekking heb­ben op de infrastructuur van een deelnemende gemeente, wordt ook dit gemeentebestuur op de hoogte gebracht.

          §4. De preventiedienst van de gemeente Temse neemt de wettelijk opgelegde adviesverlening op bij aankoop van materiaal in de deelnemende gemeenten.

          Artikel 16: Globaal preventieplan en jaaractieplan

          De uitwerking van een dynamisch risicobeheer gebeurt in het kader van een globaal preventieplan. De gemeente Temse werkt dit plan telkens voor een periode van vijf jaar uit, ten behoeve van de in­terlokale vereniging. Dit plan en de hieruit voortvloeiende jaaractieplannen worden via de interne preventiedienst van de gemeente Temse opgesteld, opgevolgd en geactualiseerd. De rapportering wordt gecommuniceerd met de personeelsleden en eventuele feedback vanuit het personeel wordt mee opgenomen.

          Artikel 17: Controle gebouwen

          §1. Elke deelnemende gemeente staat in voor de wettelijke keuringen van de installaties en toe­stellen in haar lokalen die ze ter beschikking stelt van de interlokale vereniging. Een inventaris en de aansluitende rapportering van de te keuren toestellen worden overgemaakt aan de preventie­dienst van de gemeente Temse.

          §2. In elke deelnemende gemeente wordt vijfjaarlijks een inspectie van de gebouwen verricht door de brandweercommandant van de desbetreffende zone. De burgemeester van de deelnemende ge­meente richt hiertoe het nodige verzoek. De verslaggeving en de besluiten worden overgemaakt aan de preventiedienst van de gemeente Temse.

          Artikel 18: Rookverbod

          Er geldt een absoluut en permanent verbod op het roken van producten op basis van tabak of van soortgelijke producten. De deelnemende gemeenten brengen in hun vestigingsplaatsen rookver­bodstekens aan zodat ieder die aanwezig is, er kennis van kan nemen. De deelnemende gemeenten doen het nodige om dit rookverbod eveneens te handhaven bij gebruik van deze vestigingsplaatsen door derden.


        • IOED beleidsplan 2027-2032 - Goedkeuring

          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

          Toelichting

          De Intergemeentelijke Onroerenderfgoeddienst (IOED) IGEMO werd in 2016 door IGEMO opgericht als bovenlokaal samenwerkingsverband onroerend erfgoed. De dienst is sinds haar opstart een erkende partner van het Agentschap Onroerend Erfgoed en ondersteunt de aangesloten lokale besturen bij alle vragen rond onroerend erfgoed (bouwkundig, landschappelijk en archeologisch) via adviesverlening, sensibilisering alsook beleidsmatige en projectgerichte ondersteuning. 

          De IOED IGEMO bevindt zich momenteel in haar tweede beleidsperiode (2021–2026) en is in volle voorbereiding van een nieuwe beleidsperiode 2027-2032. De Vlaamse overheid vraagt hiervoor een vernieuwing van de erkenning en een vernieuwd beleidsplan. Puurs-Sint-Amands maakt reeds deel uit van het bestaande samenwerkingsverband als IOED IGEMO, erkend sinds 2016.

          Het ontwerp van beleidsplan legt de strategische en operationele doelstellingen van de IOED vast voor de periode 2027–2032 alsook de financiële implicaties voor de gemeente in de beleidsperiode 2027-2032. 

          De uitvoering van dit plan draagt bij aan de ondersteuning van het gemeentelijk onroerenderfgoedbeleid en de dienstverlening aan burgers, verenigingen en de erfgoedgemeenschap.

          De gemeente verbindt zich ertoe  om, in het kader van het samenwerkingsverband, haar financiële bijdrage te leveren overeenkomstig de verdeelsleutel zoals opgenomen in het beleidsplan.

          De gemeentelijke bijdrage voor de IOED bedraagt € 22.602,09 per jaar voor de beleidsperiode 2027–2032 (referentiejaar 2027).

          De kostprijs wordt jaarlijks geïndexeerd op 1 januari aan een vast percentage van 2,5% (component loopbaanevolutie).

          De kostprijs wordt tevens jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de overschrijding(en) van de spilindex in het voorafgaande jaar (indien van toepassing).

          Conform het Onroerend Erfgoeddecreet wordt de kostprijs van het voorbije werkingsjaar tevens, indien van toepassing, telkens retroactief geïndexeerd en bijgepast op 1 januari van het daaropvolgende jaar à rato van de overschrijding(en) van de spilindex die plaatsvond(en) in het werkingsjaar waarop de kostprijs betrekking heeft.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
          Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens
          Onthouders: Jorden Dewachter, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
          Resultaat: Met 26 stemmen voor, 3 onthoudingen

          Besluit

          Artiel 1: De gemeenteraad keurt de vernieuwde samenstelling van het samenwerkingsverband – bestaande uit de gemeentes Berlaar, Bonheiden, Bornem, Putte, Puurs-Sint-Amands, Sint-Katelijne-Waver en Willebroek – onder de naam IOED IGEMO goed, dat in werking treedt vanaf 1 januari 2027.

          Artikel 2: De gemeenteraad keurt het beleidsplan 2027-2032 van de IOED IGEMO goed, zoals gevoegd in bijlage.

          Artikel 3: De gemeenteraad verbindt zich ertoe de uitvoering van dit beleidsplan te ondersteunen en de gemeentelijke bijdrage te voorzien in de jaarlijkse begroting en meerjarenplanning.

          Artikel 4: Een ondertekend afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan de IOED IGEMO ter indiening bij het Agentschap Onroerend Erfgoed.

        • Vernieuwing samenwerkingsovereenkomst tussen gemeenten Bornem, Puurs-Sint-Amands en Toerisme Klein-Brabant - Scheldeland vzw - Goedkeuring

          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

          Toelichting

          De huidige samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeenten Puurs-Sint-Amands, Bornem en Toerisme Klein-Brabant - Scheldeland vzw vervalt eind 2025. Om het toeristisch beleid in Klein-Brabant te bestendigen en verder uit te bouwen, kiezen de gemeenten Bornem en Puurs-Sint-Amands opnieuw om de krachten te bundelen en de structuur van Toerisme Klein-Brabant - Scheldeland hiertoe te hanteren. Het bestuursorgaan van Toerisme Klein-Brabant - Scheldeland doet een voorstel voor de nieuwe samenwerkingsovereenkomst. Deze samenwerkingsovereenkomst loopt over de periode 2026 - 2031.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
          Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

          Besluit

          Artikel 1: De gemeenteraad keurt onderstaande samenwerkingsovereenkomst tussen gemeenten Bornem, Puurs-Sint-Amands en Toerisme Klein-Brabant - Scheldeland vzw goed:

          Tussen de besturen van

          Gemeente Bornem, Hingenesteenweg 13, 2880 Bornem, vertegenwoordigd door

          Mevrouw Greet De bruyn, burgemeester, en de heer Björn Caljon , Algemeen Directeur;

          Gemeente Puurs-Sint-Amands, Forum 6, 2870 Puurs-Sint-Amands, vertegenwoordigd door de heer Koen Van den Heuvel, burgemeester, en de heer Raoul Paridaens, Algemeen Directeur.

          Toerisme Klein-Brabant - Scheldeland vzw, Regionaal Infokantoor  ‘ Het Landhuis’ Boomstraat 1, 2880 Bornem, vertegenwoordigd door ................, voorzitter, en .................... secretaris; 

          Wordt overeengekomen wat volgt:

          Missie

          De toeristische cluster Klein-Brabant – Scheldeland gevormd door de gemeenten Bornem en Puurs-Sint-Amands, wordt verder uitgebouwd tot een aantrekkelijk deelgebied van de toeristische regio Scheldeland* en Nationaal Park Scheldevallei

          De focus van deze samenwerking ligt op:

          1. het initiëren, stimuleren, coördineren of implementeren van de toeristische beleidsplanning
          2. het initiëren, stimuleren en coördineren van initiatieven op het vlak van toeristische aanbodsontwikkeling, promotie of kwaliteitszorg.
          3. het ondersteunen of begeleiden van de leden bij initiatieven op het vlak van toerisme
          4. het vormen van een aanspreekpunt voor de private en publieke toeristische sector
          5. het gebiedsdekkend organiseren van het toeristische onthaal door het uitbouwen van een onthaalnetwerk waarin we werken vanuit relevante infokantoren/infopunten die bepaald worden in overleg met de gemeenten en die evenredig verspreid liggen in het werkingsgebied.
          6. De duurzame ontwikkeling van het toerisme willen we gebruiken als hefboom tot economische ontwikkeling, tot creatie van welzijn en werkgelegenheid voor de streek en haar inwoners.

          Door begeleiding van de toeristische partners willen we komen tot een goede afstemming van toeristische projecten, in de lijn van de strategische visie zoals die vastgelegd werd in het toeristisch beleidsplan van de regio Scheldeland.

          Doel en situering van de samenwerking

          Het samenwerkingsverband streeft naar de duurzame ontwikkeling van toerisme in het werkingsgebied. Die ontwikkeling kan plaatsvinden door

          1. een versterking van het aanbod (logiesmogelijkheden, aantrekkingselementen, voorzieningen, dienstverlening, animatie, professionalisering, productontwikkeling, netwerkvorming, organisatie, kwaliteitszorg),
          2. het beter inspelen op de vraag via een doel- en klantgerichte communicatie over dit aanbod, binnen de verantwoordelijkheden en taken zoals die omschreven worden in het strategisch beleidsplan van de regio Scheldeland, Nationaalpark Scheldevallei en aanvullend bij lokale toeristische strategische plannen
          3. vermarkting en promotie van dit aanbod binnen het eigen werkingsgebied en de onmiddellijke omgeving, om op die manier ook te komen tot een maatschappelijk draagvlak voor de toeristische ontwikkeling van het werkingsgebied. 

          De opdracht van Toerisme Klein-Brabant – Scheldeland vzw omvat de structurele gemeente grensoverschrijdende werking op het gebied van toerisme. De cluster vormt een platform tussen enerzijds Apb Toerisme Provincie Antwerpen en Toerisme Scheldeland vzw*/Nationaal Park Scheldevallei en anderzijds de lokale werking met gemeentebesturen, verenigingen en de ruime toeristische sector. Toerisme Klein – Brabant - Scheldeland fungeert in twee richtingen als doorgeefluik van relevante informatie en heeft daarnaast een coördinerende, stimulerende en ondersteunende opdracht m.b.t. de lokale werking.

          De activiteiten en de werking van de cluster zijn complementair aan de activiteiten en werking op het lokale niveau (gemeenten en verenigingen) enerzijds en het provinciale resp. regionale niveau (TPA – Toerisme Scheldeland vzw*/Nationaal Park Scheldevallei) anderzijds en passen in de strategische keuzes op vlak van toerisme van de lokale besturen. De betrokken partijen streven ernaar om zo weinig mogelijk overlappend te werken en de taken uit te voeren daar waar ze tegen de laagste kosten en met de grootste doeltreffendheid uitgevoerd kunnen worden. 

          Het Strategisch Beleidsplan voor Toerisme in Scheldeland & Nationaalpark Scheldevallei wordt door de samenwerking erkend als het uitgangspunt en algemeen kader voor het beleid en de acties in het werkingsgebied. De er in opgenomen taakafbakening dient als leidraad. De beleidsopties van de cluster worden uitgewerkt in overleg met de twee gemeenten, dit door middel van hun afgevaardigden die zetelen in de verschillende bestuursorganen van de vzw, en in een jaarlijks jaarverslag gegoten. Dit vult het Strategisch Beleidsplan voor Toerisme in Scheldeland* en Nationaal Park Scheldevallei aan, concretiseert het (in acties, timing, concreet te behalen doelstellingen, financiën, partners, …) en geeft er mee uitvoering aan. Voor de uitvoering van het bovenlokale actieplan kan samengewerkt worden met alle andere actoren die een positieve bijdrage kunnen leveren.

          Voor specifieke projecten, onder meer op het gebied van productontwikkeling en promotie, kan de cluster ad hoc samenwerken met gemeenten of toeristische partners buiten het werkingsgebied.

          Waar relevant voor de cluster als geheel of voor specifieke gemeenten zal ook maximaal ingespeeld worden op gebeurlijke themajaren of -lijnen vanuit de regio Scheldeland*/Nationaalpark Scheldevallei, de omliggende steden of Toerisme Vlaanderen, een Intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid (IVA rp).

          Duur

          Deze overeenkomst treedt in werking op 1 januari 2026 en geldt tot 31 december 2026.

          Organisatiestructuur

          De volledige organisatiestructuur wordt beschreven in de statuten.

           Middelen

          Het jaarbudget van Toerisme Klein-Brabant – Scheldeland vzw wordt samengesteld uit:

          - bijdragen van de gemeenten; deze dienen betaald te worden ten laatste 3 maanden na factuurdatum;

          - eigen ontvangsten uit verkoop van publicaties en producten, sponsoring, e.d.

          - gebeurlijke projectsubsidies van Toerisme Vlaanderen, een Intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid (IVA rp) of andere organisaties

          De bijdragen voor de gemeenten worden gelijk verdeeld over de 2 gemeenten.

          Bij ingang van deze samenwerkingsovereenkomst betekent dit: 

          Gemeente

           

          Te betalen in 2026

          Bornem

           

          43.513€ + indexatie

          Puurs-Sint-Amands

           

          43.513€ + indexatie

           Jaarlijks wordt een indexering voorzien.

           In artikel 39 van de statuten wordt de financiering van de vzw omschreven.   

           Verzekeringen

          De verzekeringen mbt personeel, vrijwilligers, burgerlijke aansprakelijkheid vallen binnen de werking van de vzw.

          De gemeenten staan in voor de verzekering van het door hen ter beschikking gestelde gebouw dat dienst doet als infokantoor/infopunt.

          Takenpakket van de cluster

          De coördinator neemt de dagelijkse leiding op van de cluster Toerisme Klein-Brabant - Scheldeland. Het takenpakket van de cluster is complementair aan dat van de gemeenten enerzijds en dat van regio Scheldeland*/Nationaal Park Scheldevallei en TPA anderzijds. Lokale taken kunnen indien gewenst op het niveau van de cluster worden gecoördineerd. De taken van de cluster kunnen als volgt omschreven worden:

          Taken op gebied van beleidsvorming

          • uitvoeren van toeristische acties gebaseerd op de beleids- en actieplannen van Toerisme Scheldeland/Nationaalpark Scheldevallei, in nauwe samenwerking met beide gemeenten. Deze acties worden mede opgemaakt en goedgekeurd door de gemeentelijke afgevaardigden, die zetelen in de verschillende bestuursorganen van de vzw.
          • eerste aanspreekpunt voor TPA naar de gemeenten en toeristische partners
          • voorbereiding, organisatie en opvolging van de algemene vergadering, de vergaderingen van het bestuursorgaan en het dagelijks bestuur, evenals van vergaderingen van tijdelijke of permanente werkgroepen

          Taken op gebied van netwerking

          • Informatie uitwisseling over beleidsmaatregelen, activiteiten en initiatieven op het lokale vlak, o.m. met het oog op afstemming, kruispromotie en kennisopbouw (evenementen, nieuwe publicaties, persberichten, …)
          • Informatie uitwisseling tussen het lokale en regionale en provinciale niveau.

           Taken op gebied van onthaal

          • coördinatie gidsenwerking voor dagtrips geboekt bij TKBS.
          • vorming onthaalmedewerkers (infokantoor, logiesbedrijven, beursmedewerkers) op niveau van de cluster
          • organisatie van secundaire distributieposten voor toeristische informatie
          • bijdragen tot een goede organisatie van het bezoekersonthaal in het werkingsgebied
          • secundaire distributie van de publicaties en informatie van de regio Scheldeland en TPA;

          Taken op het gebied van productontwikkeling (i.s.m. de TPA-regiomedewerker en toeristische medewerker lokaal bestuur)

          • ontwikkelen van vernieuwende, creatieve toeristische producten en projecten
          • toeristische insteek, opnemen van een actieve rol bij toeristische evenementen met bovenlokale uitstraling
          • ontwikkelen dagtrips voor groepen en individuelen;

          Taken op het gebied van promotie van toerisme in het werkingsgebied

          • Sterke digitale communicatie via actieve inzet op actuele website  en sociale media
          • deelname aan beurzen en aanwezigheid op publieksmanifestaties
          • opmaken en promoten dagtrips voor groepen en individuelen
          • opmaken en promoten toeristische onthaalbrochure voor de cluster.

          De secretaris van de cluster kan het notuleren en de verslaggeving van de vergaderingen delegeren aan de toeristisch coördinator.

          Slotbepaling

          Eventuele bijkomstige en aanvullende bepalingen die door alle betrokken gemeentebesturen onderschreven worden, kunnen tijdens de looptijd van de overeenkomst in een addendum worden toegevoegd.

      • Veiligheid

        • Herziening Algemene Bestuurlijke Politieverordening Puurs-Sint-Amands - Vaststelling

          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

          Toelichting

          De gemeente Puurs-Sint-Amands dient ten behoeve van de inwoners te voorzien in een goede politie, veiligheid en rust op de openbare wegen en plaatsen, en in openbare gebouwen. Deze bevoegdheid heeft met name betrekking op het handhaven van de openbare veiligheid en gezondheid. In dat kader bestaat de mogelijkheid om handhaving uit te voeren op basis van de Algemene Bestuurlijke Politieverordening (ABP). De gemeenteraad van Puurs-Sint-Amands is bevoegd voor het vaststellen van de ABP.

          In april 2024 werd de vroegere Algemene Bestuurlijke Politieverordening (ABP) Klein-Brabant vervangen door een volledig nieuwe ABP Puurs-Sint-Amands. Tijdens deze grondige herziening werd afgesproken dat telkens in het najaar een nieuwe (beperkte) herziening van de ABP zou plaatsvinden om te kunnen inspelen op wijzigingen in hogere wetgeving en actuele problemen op het grondgebied. De bedoeling is dat deze gewijzigde versie van de ABP, die aan de gemeenteraad wordt voorgelegd, in werking treedt op 1 januari 2026.

          De Algemene Bestuurlijke Politieverordening is geen statisch document, maar dient geregeld up-to-date gebracht te worden om de lokale overheid blijvend in staat te stellen een gepast antwoord te bieden inzake de bestuurlijke handhaving van fenomenen die de openbare orde verstoren en/of zorgen voor openbare overlast. Bovendien moet het document steeds in lijn liggen met veranderingen in hogere wetgeving.

          De nieuwe versie de ABP, die ter goedkeuring wordt voorgelegd, omvat daarom een beperkt aantal wijzigingen. De specifieke motivatie voor de verschillende aanpassingen die worden doorgevoerd in de ABP, wordt opgenomen in een apart document, dat als bijlage aan de raadsleden wordt bezorgd.

          Het moet evenwel duidelijk zijn dat de gemeente nog steeds zuinig wil omspringen met sancties in het algemeen. Een leefbare gemeente komt immers vooral via dialoog, preventie en respect tot stand. Gemeentelijke Administratieve Sancties (GAS) zijn slechts een laatste redmiddel om op te treden tegen personen die de algemene en elementaire maatschappelijke spelregels niet respecteren of de levenskwaliteit van anderen schenden, maar vormen een onmisbare schakel wanneer sensibiliserende acties achterhaald zijn en repressieve handhaving noodzakelijk blijkt. Teneinde hierbij de nodige prioriteiten te stellen, werd in april 2024 tevens een handhavingskader bij de ABP opgesteld.

          De raad wordt gevraagd dit voorstel van Algemene Bestuurlijke Politieverordening (ABP) vast te stellen.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
          Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

          Besluit

          Artikel 1: De gemeenteraad stelt onderstaande versie (met wijzigingen tot GR 15/12/2025) van de Algemene Bestuurlijke Politieverordening (ABP) Puurs-Sint-Amands vast.

          Algemene Bestuurlijke Politieverordening Puurs-Sint-Amands

          Titel 1 – Algemene bepalingen.

          Hoofdstuk 1. Toepassingsgebied.

          artikel 1.              Deze verordening behandelt materies die verband houden met de opdrachten van de gemeente, zoals bepaald in de gemeentewet en het gemeentedecreet. Het heeft als doel de inwoners te laten genieten van de voordelen van een goede politie en meer bepaald wat betreft het toezien op de netheid, de gezondheid, de veiligheid en de rust en het vermijden van overlast in het openbaar.

          artikel 2.              Dit reglement is van toepassing op het grondgebied van de gemeente Puurs-Sint-Amands en op elke persoon die zich op het grondgebied bevindt, ongeacht zijn woonplaats of nationaliteit.

          Hoofdstuk 2. Begrippen.

          artikel 3.              Voor de toepassing van onderhavig reglement, verstaat men onder “openbare ruimte”:

          • de openbare weg, met inbegrip van de bermen, voetpaden en de ruimten aangelegd als aanhorigheden van de verkeerswegen en voornamelijk bestemd voor het parkeren van voertuigen;
          • de groene ruimten, te weten de openbare plantsoenen, wandelplaatsen, parken, tuinen, pleinen, speelterreinen en alle stukken van de openbare ruimte buiten de rijbaan, die openstaan voor het verkeer van personen en in hoofdorde bestemd zijn voor wandelen en ontspanning.

          De openbare weg is dat gedeelte van het gemeentelijke grondgebied dat in hoofdorde bestemd is voor het verkeer van personen of voertuigen en voor iedereen toegankelijk is binnen de bij wetten, besluiten en reglementen bepaalde perken. Het omvat tevens, binnen dezelfde perken van wetten en verordeningen, de installaties voor het vervoer en de bedeling van goederen, energie en signalen.

          De berm is de ruimte of het gedeelte van de weg dat niet in de rijweg begrepen is.

          Onder “voetpad” verstaat men de doorgaans ten opzichte van de rijweg verhoogde of gelijkgrondse berm, die langs de feitelijke rooilijn gelegen is en voor de voetgangers bestemd is.

          Onder een “voor het publiek toegankelijke plaats” verstaat men in onderhavig reglement elke plaats waar andere personen dan de beheerder en de personen die er werkzaam zijn toegang hebben ofwel omdat ze geacht worden gewoonlijk toegang te hebben tot die plaats, ofwel omdat ze er toegelaten zijn zonder individueel te zijn uitgenodigd.

          Hoofdstuk 3. Precair en herroepbaar karakter van de vergunning en modaliteiten voor het gebruik ervan.

          artikel 4.              § 1. De in onderhavig reglement beoogde vergunningen worden precair en herroepbaar afgegeven, in de vorm van een persoonlijke en onoverdraagbare titel, die het lokaal bestuur niet aansprakelijk stelt behoudens in de wettelijk voorziene gevallen.

          Ze kunnen op ieder moment opgeheven worden wanneer het algemene belang het vereist.

          Ze kunnen ook geschorst of ingetrokken worden door het college van burgemeester en schepenen wanneer de houder een overtreding begaat tegen onderhavig reglement, overeenkomstig de bij artikel 45 van de wet van 24 juni 2013 voorziene procedure.

          § 2. De begunstigden moeten zich strikt houden aan de voorschriften van de vergunningsakte en erover waken dat diens voorwerp geen schade kan berokkenen aan anderen, noch de openbare veiligheid, rust of netheid en gezondheid in het gedrang kan brengen.

          Behoudens in de wettelijke voorziene gevallen is het lokaal bestuur niet aansprakelijk voor de schade die kan voortvloeien uit de - al dan niet foutieve - uitoefening van de bij de vergunning beoogde activiteit.

          § 3. Wanneer de vergunningsakte betrekking heeft op:

          • een activiteit of een evenement in een voor het publiek toegankelijke plaats, dan moet de akte zich op de plaats in kwestie bevinden;
          • een activiteit in de openbare ruimte of een bezetting ervan, dan moet de begunstigde de akte bij zich hebben tijdens de activiteit of de bezetting.

          In beide gevallen moet de akte getoond worden op politieverzoek.

          artikel 5.              Wanneer de openbare veiligheid, netheid, gezondheid of rust in het gedrang komen door situaties waarvan de oorzaak bij privé-eigendommen ligt, kan de burgemeester de nodige besluiten nemen.

          De eigenaars, huurders, bezetters of zij die er op een of andere manier verantwoordelijk voor zijn, moeten er zich naar schikken.

          In geval van weigering of vertraging in de uitvoering van de bij voornoemde besluiten voorgeschreven maatregelen, alsook indien het onmogelijk is ze aan de betrokkenen te betekenen, kan de burgemeester er ambtshalve toe doen overgaan, op risico van de in gebreke blijvende partijen, die de kosten hoofdelijk moeten dragen.

          Het niet naleven van de besluiten van de burgemeester kan bovendien bestraft worden met de in artikel 217 voorziene administratieve sancties.

          artikel 6.              De persoon die de voorschriften van de bepalingen van onderhavig reglement niet naleeft, is burgerlijk aansprakelijk voor de schade die daaruit kan voortvloeien.

          Het lokaal bestuur is niet aansprakelijk voor de schade die zou voortvloeien uit de niet-naleving door derden van de bij dit reglement voorgeschreven bepalingen.

          artikel 6/1.         Ieder die zich in de openbare ruimte bevindt of in een voor het publiek toegankelijke plaats, moet zich onmiddellijk schikken naar de verzoeken of bevelen van de politie met het oog op:

          • de vrijwaring van de openbare veiligheid, rust, netheid of gezondheid;
          • de vereenvoudiging van de taken van de hulpdiensten en de bijstand aan personen in gevaar;
          • het doen naleven van de wetten, decreten, reglementen en besluiten.

          Deze verplichting is tevens van toepassing op personen die zich in een privaat domein bevinden, wanneer de politie er is binnengegaan op verzoek van de bewoners of in geval van brand, overstroming of hulpoproep.

          Titel 2 – De openbare netheid en gezondheid.

          Hoofdstuk 1. Netheid van de openbare ruimte.

          Afdeling 1. Algemeen verbod op het bevuilen van de openbare ruimte.

          artikel 7.              Het is verboden ieder voorwerp of plaats in de openbare ruimte te bevuilen op gelijk welke manier (zoals o.a. het weggooien van verpakkingen van snoep, snacks, sigaretten, drank en andere versnaperingen, alsook allerlei papierafval, kauwgom, zakjes of sigarettenpeuken), door eigen toedoen of door toedoen van de personen, dieren of zaken waarop men toezicht of waarover men zeggenschap heeft. Met voorwerp of plaats wordt o.a. bedoeld:

          1. ieder voorwerp van algemeen nut of ieder voorwerp voor de versiering van de openbare ruimte;
          2. ieder onderdeel van het straatmeubilair;
          3. galerijen en doorgangen op private grond die voor het publiek toegankelijk zijn;
          4. openbare gebouwen en privé-eigendommen;
          5. voertuigen van derden.

          Diegene die deze bepaling overtreedt moet de zaken onmiddellijk reinigen.

          Afdeling 2. Netheid van voetpaden en bermen en onderhoud van eigendommen.

          artikel 8.              De voetpaden en bermen van al dan niet bewoonde gebouwen dienen te worden onderhouden en proper te worden gehouden. Deze verplichtingen berusten:

          1. voor bewoonde gebouwen: op de bewoner en bij diens tekortkoming de eigenaar, de mede-eigenaars, vruchtgebruikers of de huurders van het gebouw of andere personen die belast zijn met het dagelijks onderhoud van de gebouwen;
          2. voor gebouwen zonder woonfunctie: op de conciërges, portiers, bewakers of de personen die belast zijn met het dagelijks onderhoud van de gebouwen en bij diens tekortkoming de eigenaar, de mede-eigenaars, vruchtgebruikers of de huurders van het gebouw;
          3. voor leegstaande gebouwen of onbebouwde terreinen: op iedere houder van een reëel recht op het goed met name eigenaars, vruchtgebruikers, erfpachters, opstalhouders, titularis van een gebruiksrecht, recht van bewoning, erfdienstbaarheid of huurders;
          4. voor flatgebouwen: op de personen die speciaal belast zijn met het dagelijks onderhoud ervan of deze aangeduid door een binnenhuisreglement. Bij gebreke hiervan heeft de vereniging van mede-eigenaars, indien van toepassing, deze plicht.

          Deze verplichtingen omvatten onder andere de verwijdering van onkruid en wilde begroeiing, vervuilende producten of materialen en het verwittigen van het lokaal bestuur van uit te voeren herstellingen.

          In straten en pleinen waar geen voetpad is aangelegd, dienen de in dit artikel vermelde personen in de aldaar vermelde gevallen de verplichtingen opgenomen in dit artikel uit te voeren over een breedte van minimum 1 meter gemeten vanaf de gevel of vanaf de feitelijke rooilijn.

          Het schoonmaken van voetpaden en bermen is verboden wanneer deze pas hersteld of aangelegd zijn.

          artikel 9.              De goede staat van onbebouwde terreinen, braakgronden en onbebouwde gedeelten van eigendommen moet op ieder moment verzekerd zijn, wat onder andere inhoudt dat erover dient gewaakt te worden dat de begroeiing noch de openbare eigendom noch de openbare veiligheid bedreigt.

          Het is verboden vuilnis, puin of welke stoffen ook op de braakgronden neer te leggen of te bewaren.

          Deze verplichting rust op de in artikel 8 vermelde personen.

          artikel 10.           Langs landelijke wegen waar geen grachten voorkomen zijn de gebruikers en/of eigenaars van de landerijen palende aan de openbare weg ertoe gehouden bestendig een gelijkgrondse grasstrook van minstens 1,25 meter breed te laten groeien langsheen de rand van de rijbaan.

          Afdeling 3. Hondenpoep.

          artikel 11.           De begeleiders van honden, met uitzondering van blinden en mindervaliden met geleidehond, zijn verplicht:

          • te beletten dat hun hond de openbare ruimte bevuilt;
          • de uitwerpselen van hun hond onmiddellijk te verwijderen.

          De begeleiders, met uitzondering van blinden en mindervaliden met geleidehond, moeten steeds in het bezit zijn van een zakje voor het verwijderen van de uitwerpselen van hun dier. Het zakje moet ertoe geschikt zijn en gesloten kunnen worden. Het zakje dient op het eerste verzoek te worden getoond aan de politie of een beëdigde aangestelde van de gemeente.

          De bepalingen van dit artikel ontslaan de aangelanden niet van hun verplichting inzake het onderhouden en proper houden van de voetpaden en bermen.

          Afdeling 4. Wateroppervlakten, waterwegen, kanaliseringen, afvloeiingen.

          artikel 12.           Het is verboden de leidingen bestemd voor de werking van fonteinen en de leidingen of afvoersloten voor de afvoer van regen- of afvalwater te versperren of er enig voorwerp in te gooien waardoor ze kunnen verstoppen of de normale werking kunnen verstoren.

          artikel 13.           Behoudens vergunning is het verboden om de riolen in de openbare ruimte te ontstoppen, schoon te maken, te herstellen of er aansluitingen op aan te brengen.

          Het verbod is niet van toepassing op de vrijmaking van kolken als de minste vertraging de aangrenzende eigendommen schade zou kunnen berokkenen en voor zover er niets wordt gedemonteerd of uitgegraven.

          artikel 14.           Daarentegen zijn de eigenaars of gebruikers van een onroerend goed verplicht de voor of op hun gronden gelegen afvoersloten te (doen) ruimen of te (doen) herdelven en in het algemeen de voor de instandhouding ervan benodigde onderhoudswerken uit te (doen) voeren, wanneer dat voor de normale afvoer van het water noodzakelijk is.

          artikel 15.           Het is verboden het ijs dat zich gevormd heeft op stilstaand water en waterwegen, riolen en rioolkolen te bevuilen door er gelijk welke voorwerpen of substanties op te werpen of te gieten.

          artikel 16.           § 1. Het is, tenzij ter plaatse anders vermeld, verboden zich in het water te begeven in onbevaarbare waterlopen, rivieren, kanalen, vijvers, bekkens, fonteinen die in beheer zijn van publieke overheden.

          § 2. Het is verboden deze wateren te bevuilen of er eender wat in onder te dompelen.

          artikel 17.           Het is verboden de afval-, was- en huiswaters evenals het regenwater afkomstig van bebouwde eigendommen (ongeacht hun herkomst) in de openbare ruimte te doen afvloeien.

          artikel 18.           Opgeheven.

          Afdeling 5. Aanplakking en graffiti.

          artikel 19.      Het aanbrengen van opschriften, affiches, beeld- en fotografische voorstellingen, vlugschriften en plakbriefjes op de openbare weg en op de bomen, aanplantingen, plakborden, voor- en zijgevels, muren, omheiningen, pijlers, palen, zuilen, bouwwerken, monumenten, verkeerstekens en andere in de openbare ruimte of in de onmiddellijke nabijheid ervan liggende opstanden, op andere plaatsen dan die welke door het lokaal bestuur daartoe zijn bestemd, is verboden behoudens voorafgaandelijke en schriftelijke toelating, naar gelang het geval van de burgemeester, de eigenaar of de gebruiksgerechtigde.

          De bepalingen van huidig artikel zijn niet van toepassing op (niet-limitatieve opsomming):

          • de aangebrachte mededelingen waaruit blijkt dat een stedenbouwkundige vergunning werd aangevraagd of afgeleverd;
          • de aanplakbiljetten die betrekking hebben op openbare verkopen, de verkoop en het verhuren van gebouwen, de voorstellingen, de concerten, vermakelijkheden en allerhande vergaderingen, voor zover de oppervlakte van de aanplakbiljetten geen 2 m² overschrijdt en dat zij geplaatst zijn op het gebouw waar de gebeurtenis plaatsvindt, tijdens de maand die aan de gebeurtenis voorafgaat;
          • de aanplakbiljetten aangeplakt door de Staat, de gewesten, de gemeenschappen, de provincies, de gemeenten, de autonome provinciebedrijven, de autonome gemeentebedrijven, de polders en wateringen en de openbare instellingen;
          • de plakbrieven van Instituut voor veteranen-NIOOO;
          • de plakbrieven in kieszaken;
          • de plakbrieven van de bedienaars der erediensten erkend door de Staat, betreffende de oefeningen, plechtigheden en diensten van de eredienst;
          • de plakbrieven van de door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, de Vlaamse Landmaatschappij erkende maatschappijen, de plakbrieven van het Woningfonds, de Gezinsbond, het Vlaams Woningfonds van de Grote Gezinnen, de plakbrieven van het Europees Centrum voor Vermiste en Seksueel Uitgebuite Kinderen – België – Stichting naar Belgisch recht, en die van de verenigingen die actief zijn bij de opsporing van verdwenen kinderen of in strijd tegen de seksuele uitbuiting van kinderen, wanneer zij handelen in overleg met of op verzoek van het genoemde centrum;
          • aangebrachte mededelingen opgelegd door een wettelijke of andere reglementaire bepaling.

          artikel 19bis. §1. Kunnen gestraft worden met de respectievelijke straffen bepaald in het strafwetboek (art. 534 bis) of met een administratieve sanctie zoals bepaald in artikel 217 van deze verordening, zij die zonder toestemming graffiti aanbrengen op andere roerende of onroerende goederen.

          §2. Onverminderd de strafbepalingen voorzien onder paragraaf 1 van dit artikel, kan de politie bij inbreuken op de voorschriften van dit artikel de voorwerpen waarmee deze overtredingen werden gepleegd in beslag nemen. Deze voorwerpen worden, op verzoek van de bezitter of eigenaar, teruggegeven aan de bezitter of eigenaar. De voorwerpen worden gedurende zes maanden na inbeslagname ter beschikking gehouden van de bezitter of de eigenaar. De voorwerpen die na het verstrijken van deze periode door de bezitter of eigenaar niet werden opgehaald, zullen worden vernietigd. De kosten van inbeslagname en vernietiging kunnen verhaald worden op de overtreder.

          artikel 20.      Behoudens voor wat betreft de door het lokaal bestuur ter beschikking gestelde aanplakzuilen moeten de regelmatig aangebrachte aanplakbiljetten door degene die de toelating verkreeg of door diegene op wiens last ze werden aangebracht, verwijderd worden binnen de acht dagen nadat de bestaansredenen van de aanplakbiljetten zijn verdwenen of hun termijnen zijn verstreken.

          artikel 21.      Het is verboden affiches te verwijderen, te overplakken of te bedekken zolang de redenen van het aanplakken niet opgehouden hebben te bestaan of hun termijn niet is verstreken.

          artikel 22.      Het lokaal bestuur zal de opschriften, affiches, beeld- en fotografische voorstellingen, vlugschriften, plakbriefjes, zelfklevers, tags en graffiti dewelke onregelmatig werden aangebracht in de openbare ruimte, evenals de regelmatig aangebracht aanplakbiljetten die conform artikel 20 niet tijdig verwijderd zijn, doen verwijderen op kosten van de overtreders die geen gevolg hebben gegeven aan het bevel tot verwijdering.

          artikel 23.      Bij overtreding zal de aanbrenger van de aanplakkingen vooreerst als verdachte worden aangeduid. Is de aanbrenger niet gekend, dan zal de verantwoordelijke uitgever als verdachte worden weerhouden. Is er geen verantwoordelijke uitgever vermeld, dan is de organisator van de activiteit, waarvoor reclame wordt gemaakt, de verdachte.

          Afdeling 6. Onderhoud en schoonmaak van voertuigen.

          artikel 24.           Het is verboden in de openbare ruimte het onderhoud, de smering, olieverversing of herstelling van voertuigen of stukken van deze voertuigen te doen, met uitzondering van het depanneren vlak na het zich voordoen van het defect voor zover het gaat om zeer beperkte interventies teneinde het voertuig in staat te stellen zijn weg voort te zetten of weggesleept te worden. Eventuele bevuiling van de openbare ruimte dient te worden weggewerkt.

          Het wassen van eigen voertuigen, met uitzondering van voertuigen voor het al dan niet bezoldigd goederenvervoer of gezamenlijke vervoer van personen, is toegelaten in de openbare ruimte tussen 7 uur en 22 uur. Het wassen en schoonmaken mag bovendien enkel plaatshebben voor het gebouw waar de eigenaar of gebruiker van het voertuig woont of voor diens garage, of bij gebreke daaraan op een vrij toegankelijke publieke parking.

          De producten en het gereedschap voor het herstellen of het wassen van het voertuig moeten zorgvuldig verzameld worden zodat de doorgang van de voetgangers en de weggebruikers niet wordt gehinderd.

          Afdeling 7. Diverse bepalingen.

          Onderafdeling 1. Netheid rond verkoopsinrichtingen.

          artikel 25.           §1. De verkopers van voedingsproducten die buiten de verkoopsinrichting worden verbruikt, dienen het nodige te doen opdat hun klanten de openbare ruimte rond hun handel niet vervuilen.

          De verkopers van frieten of andere buiten de inrichting te verbruiken eetwaren evenals de houders van kramen op foren en markten, moeten hun inrichting voorzien van een duidelijk zichtbare en goed bereikbare afvalrecipiënt uit onbrandbaar materiaal bestemd voor papier en afval. Zij staan in voor het tijdig ledigen van de recipiënten. Zij moeten ervoor instaan dat in de onmiddellijke omgeving van hun voertuig, kraam of inrichting alle papier of om het even welk voorwerp, al dan niet door hun klanten op de grond gegooid, worden weggenomen.

          §2. Zij moeten ervoor zorgen dat hun toestellen geen overdreven reuk noch rook verspreiden die de voorbijgangers of bewoners van de buurt kunnen hinderen.

          Onderafdeling 2. Netheid bij verdeling en verkoop in de openbare ruimte.

          artikel 26.           §1. Het is verboden bij het uitdelen of plaatsen van kranten, publicaties, documenten, tekeningen, gravures, advertenties en andere drukwerken de openbare ruimte te bevuilen. De verdelers van kranten, publicaties, documenten, tekeningen, gravures, advertenties en andere drukwerken of hun helpers dienen wat er door het publiek op de grond wordt gegooid, onmiddellijk op te rapen. Hetzelfde geldt voor de verdelers van reclameproducten allerhande (sampling). De verdeler of zijn helper, de verantwoordelijke uitgever en de organisator van de activiteit waarvoor reclame wordt gemaakt, worden hoofdelijk aansprakelijk gesteld.

          §2. Het is verboden voor omroepers, verkopers of verdelers van kranten, publicaties, documenten, tekeningen, gravures, advertenties en allerhande drukwerken:

          • deze op voertuigen te bevestigen, behoudens toelating van de burgemeester;
          • stapels kranten, documenten, enz. achter te laten op de drempel van deuren en vensterbanken van gebouwen of in de openbare ruimte.

          §3. Het verbod in §2 geldt niet voor processen-verbaal en preventiedrukwerken van de politie en voor parkeerretributiebonnen of belastingbonnen.

          Onderafdeling 3. Urineren, achterlaten van uitwerpselen en spuwen.

          artikel 27.           §1. Het is verboden te urineren of uitwerpselen achter te laten in de openbare ruimte of in galerijen en passages op privégebied die voor het publiek toegankelijk zijn, elders dan in de daartoe bestemde plaatsen.

          §2. Het is verboden te spuwen op een openbare plaats of een voor het publiek toegankelijke plaats.

          Onderafdeling 4. Voorzorgsmaatregelen bij het uitvoeren van werken.

          artikel 28.           De werken die stof of afval op de omringende eigendommen of op de openbare weg kunnen verspreiden mogen slechts aangevat worden na het aanbrengen van ondoordringbare schermen.

          De aannemers of personen, gelast met het vervoer van aarde, bouwmaterialen, afbraak- of andere materialen die de openbare weg kunnen bevuilen, moeten hun wagens zodanig afdekken dat niets van de lading op de openbare weg zou kunnen vallen.

          De aannemers of verantwoordelijken zijn eveneens verplicht de openbare wegen gelegen in de omgeving van de werkplaatsen waar geladen en gelost wordt in staat van volledige zindelijkheid te houden.

          Aan vrachtvervoer dat schade of bevuiling aan de openbare weg veroorzaakt kan een bepaalde reisweg worden opgelegd door de burgemeester.

          De vervoerders blijven verantwoordelijk voor eventuele schade aan de weg en eveneens voor het reinigen ervan.

          Onderafdeling 5. Bevuilen van personen.

          artikel 29.           Het is verboden naar een persoon een zaak te werpen die de betrokkene kan vuil maken.

          Onderafdeling 6. Verwijdering van afvalstoffen.

          artikel 30.           Het gebruik van containers die door het lokaal bestuur of met diens goedkeuring op de openbare ruimte worden geplaatst, is strikt voorbehouden aan de personen en voorwerpen die het lokaal bestuur heeft vastgesteld. Het is verboden er andere voorwerpen of afval in te deponeren.

          artikel 31.           Afvalzakken mogen niet naast de daartoe voorziene container worden geplaatst.

          artikel 31/1.      Een recipiënt met huishoudelijk afval of de inhoud van de recipiënt mag niet in een publieke vuilnisbak worden gedeponeerd. In blikvangers mogen enkel drankverpakkingen – inclusief plastic of kartonnen verpakking van een six-pack – gedeponeerd worden.

          artikel 32.           De fysieke of rechtspersonen die een overeenkomst hebben afgesloten met een maatschappij voor de verwijdering van hun afval uitgezonderd huishoudafval, moeten in die overeenkomst de dag en het tijdstip van de ophaling preciseren. Ze dienen er tevens over te waken dat de zakken of recipiënten met dit afval geen bron van hinder of vervuiling kunnen vormen en dat ze geen dieren kunnen aantrekken.

          Het lokaal bestuur kan met het oog op de openbare veiligheid, rust, volksgezondheid, netheid en zindelijkheid de tijdstippen voor de plaatsing van de zakken of recipiënten met afval bepalen.

          artikel 33.           Enkel een onderneming die volgens de reglementering ter zake daartoe erkend is, mag opdracht gegeven worden tot het ledigen van beerputten en septische putten, het vervoer en de verwijdering van hun inhoud.

          artikel 34.           Opgeheven.

          artikel 35.           Opgeheven.

          Onderafdeling 7. Inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen

          artikel 35/1.      Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

          • huishoudelijke afvalstoffen: afvalstoffen die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding, afvalstoffen die daarmee gelijkgesteld worden en met huishoudelijk afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen, zoals gedefinieerd in artikel 3 § 1 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en in het besluit van de Vlaamse regering 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams Reglement voor het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen;
          • huisvuil: alle afvalstoffen die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en de gelijkgestelde afvalstoffen die in de voorgeschreven recipiënt voor de inzameling van huisvuil gedeponeerd worden, met uitzondering van afvalstoffen die selectief worden ingezameld;
          • met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen: bedrijfsafvalstoffen van vergelijkbare aard, samenstelling en hoeveelheid als huishoudelijke afvalstoffen en die ontstaan ten gevolge van activiteiten van een normale werking van een particuliere huishouding.
          • grofvuil: alle afvalstoffen die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en de gelijkgestelde afvalstoffen die omwille van de omvang, de aard en/of het gewicht niet in de recipiënt voor de inzameling van huisvuil kunnen gedeponeerd worden, met uitzondering van afvalstoffen die selectief worden ingezameld;
          • glas: hol glas (flessen en bokalen) dat ontstaat door de normale werking van een particuliere huishouding en de gelijkgestelde afvalstoffen met uitzondering van: gewapend glas, opaal glas, rookglas, spiegelglas, plexiglas, autoruiten, kristal, vuurvaste voorwerpen, gloeilampen, spaarlampen, TL-lampen, beeldbuizen, porselein en aardewerk;
          • papier en karton: alle kranten, reclamedrukwerk, tijdschriften, publicaties, schrijfpapier, kopieerpapier, computerpapier, boeken en papieren en kartonnen verpakkingen die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en de gelijkgestelde afvalstoffen, met uitzondering van geolied papier of karton, papier met een waslaag, carbonpapier, vervuild papier, vervuilde papieren en kartonnen verpakkingen, papieren voorwerpen waar kunststof of andere materialen in verwerkt zijn, kaarten met een magneetband, behangpapier, cementzakken, meststofzakken, sproeistofzakken;
          • plastic verpakkingen, metalenverpakking en drankkartons, hierna PMD-afval genaamd: alle verpakkingsafval van verbruikbare producten, bestemd voor de normale werking van huishoudens dat, wat plasticverpakking betreft, beantwoordt aan volgende modaliteiten: HDPE-, PET- en PVC flessen, -flacons en –bidons met een totaal inhoudsvermogen van maximum 8 liter, met uitzondering van plasticverpakking voor : pesticiden, herbiciden en onkruidverdelgers, motorolie, verfproducten, medicijnen, toxische producten.
          • groenafval: organisch composteerbaar afval van tuinen, perken, plantsoenen, parken en wegbermen, dat ontstaat door de normale werking van een particuliere huishouding en de gelijkgestelde afvalstoffen;
          • snoeiafval: de fractie van het groenafval, bestaande uit snoeihout met een diameter van maximum15 centimeter, afkomstig van het snoeien van bomen, struiken en planten;
          • metalen: metalen voorwerpen die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en de gelijkgestelde afvalstoffen;
          • Klein Gevaarlijk Afval (KGA): de afvalstoffen opgesomd in artikel 5.5.2.1 van het besluit van de Vlaamse regering van 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en – beheer;
          • textiel: alle kledij (textiel en lederwaren), schoeisel, handtassen, beddengoed, woningstoffen (gordijnen, overgordijnen, tafelkleden, lompen, ed.) die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en een vergelijkbare bedrijfsactiviteit.
          • recyclagepark: inrichting die tot doel heeft de gescheiden inzameling van huishoudelijke en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen mogelijk te maken met het oog op maximaal hergebruik en recyclage van deze afvalstoffen.

          artikel 35/2.      De volgende huishoudelijke afvalstoffen mogen niet ter inzameling worden aangeboden:

          • gashouders en/of andere ontplofbare voorwerpen;
          • krengen van dieren;
          • slachtafval;
          • vloeibare afvalstoffen;
          • radioactief afval;
          • voorwerpen of stoffen die kunnen verwonden of besmetten zonder beschermende verpakking;
          • bijtende stoffen.

          artikel 35/3.     Het is eenieder verboden afvalstoffen die ter inzameling zijn aangeboden, mee te nemen zonder geldige vergunning of toelating daartoe door, al naargelang het geval, de gemeenteraad, het college van burgemeester en schepenen, de burgemeester of de intercommunale IVAREM.

          artikel 35/4.     Met het oog op het thuiscomposteren is het toegestaan op eigen privéterrein een stapelplaats aan te leggen voor het composteren van eigen GFT-afval van huishoudelijke oorsprong, mits deze stapelplaats geen hinder teweegbrengt voor buurtbewoners.

          artikel 35/5.     De huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden zoals bepaald in deze afdeling. Huishoudelijke afvalstoffen die worden aangeboden op een wijze die niet voldoet aan de voorwaarden van deze afdeling, worden niet aanvaard. De aanbieder moet voor het einde van de dag van de inzameling deze niet aanvaarde afvalstoffen van de openbare weg verwijderen.

          artikel 35/6.     Behoudens de in deze afdeling vastgestelde uitzonderingen, mogen de huishoudelijke afvalstoffen ten vroegste vanaf 16u00 daags voor de dag der inzameling ter aanbieding buiten worden geplaatst.

          [Gewijzigd gemeenteraad 15-12-2025, inwerkingtreding 01-01-2026]

          artikel 35/7.     De huishoudelijke afvalstoffen moeten middels de voorgeschreven recipiënt of wijze ter hoogte van het perceel waar de aanbieder gevestigd is, aangeboden worden aan de rand van de openbare weg, zonder evenwel het verkeer van voertuigen, fietsers en voetgangers te hinderen. De aanbieder die gevestigd is op een perceel dat niet aan de openbare weg grenst, moet de recipiënt plaatsen op de dichtst bij zijn perceel grenzende openbare weg, die toegankelijk is voor een normaal inzamelvoertuig.

          artikel 35/8.      Indien op éénzelfde dag meerdere inzamelingen plaatsvinden, moeten de diverse fracties huishoudelijke afvalstoffen duidelijk gescheiden ter inzameling aangeboden worden overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling.

          artikel 35/9.     Men blijft verantwoordelijk voor de plaatsing en inhoud van de huishoudelijke afvalstoffen tot dit door de ophaaldiensten verwijderd is. Eventueel gemorste of niet-verwijderde huishoudelijke afvalstoffen moet door de aanbieder terug worden verwijderd.

          artikel 35/10.   Met uitzondering van het daartoe bevoegd personeel, is het eenieder verboden de langs de weg staande recipiënten te openen, geheel of gedeeltelijk te ledigen en/of te doorzoeken. Het is verboden langs de openbare weg staande recipiënten omver te werpen. Het is tevens verboden om afvalstoffen zonder toestemming in andermans recipiënten te plaatsen of te werpen.

          artikel 35/11.   Het is verboden in de op openbare plaatsen beschikbare recipiënten andere afvalstoffen te deponeren of te werpen dan waarvoor deze bestemd zijn.

          artikel 35/12.   Organisatoren van een evenement dat op het grondgebied van de gemeente plaatsvindt, moeten, desgevallend in samenspraak met de gemeente, de nodige acties ondernemen om afval te voorkomen en selectief in te zamelen en moeten, op verzoek van het college, een afvalplan voorleggen waarin beschreven wordt hoe afval zal voorkomen, geselecteerd en verwijderd worden.

          artikel 35/13.   Organisatoren van en deelnemers aan evenementen moeten de afvalstoffen die van deze activiteiten afkomstig zijn, opruimen of laten opruimen overeenkomstig de richtlijnen van het lokaal bestuur.

          artikel 35/14.   Marktkramers, standwerkers en andere ambulante handelaars moeten, desgevallend in samenspraak met de gemeente, de nodige acties ondernemen om afval te voorkomen en selectief in te zamelen.

          artikel 35/15.   Het is marktkramers, standwerkers en andere ambulante handelaars verboden afval, afkomstig van hun handelsactiviteiten, achter te laten op de openbare weg.

          artikel 35/16.   Reclamedrukwerk, gratis regionale pers, dag- en weekbladen en briefwisseling mogen uitsluitend gedeponeerd worden in een brievenbus. Hierbij dient erop toegezien te worden dat de voormelde documenten op een degelijke wijze in de brievenbus gedeponeerd worden, zodat deze niet kunnen verspreid worden op de openbare weg. Het is verboden reclamedrukwerk, gratis regionale pers, dag- en weekbladen te bedelen in leegstaande panden.

          artikel 35/17.   Het is verboden reclamedrukwerk en/of gratis regionale pers te bedelen in brievenbussen die voorzien zijn van een zelfklever of aanduiding waarop gevraagd wordt dit niet te doen.

          Hoofdstuk 2. Openbare gezondheid.

          Afdeling 1. Gezondheid van de woningen en hun omgeving.

          Onderafdeling 1. Reinheid van de huizen, binnenplaatsen en gemeenschappelijke gangen.

          artikel 36.           Het is verboden binnen de huizen, binnenplaatsen en gemeenschappelijke gangen vuil, water, urine, keukenafval en in het algemeen alle stoffen die van aard zijn ongezonde of stinkende uitwasemingen voort te brengen, te bewaren of op te hopen.

          Iedere eigenaar of huurder moet de wc’s, de vuilniskokers, alsook alle andere inrichtingen die daarmee verband houden, in volmaakte staat van zindelijkheid houden. De beerputten moeten tijdig worden geledigd. De ruiming mag niet gebeuren op zon- en wettelijke feestdagen.

          In geval van ondergelopen kelders zijn de bewoners verplicht het water, modder en klei eruit te verwijderen.

          Indien er besmettelijke ziekten uitbreken of dreigen, zelfs in afzonderlijke gevallen, en de onreinheid van de woning(en) een oorzaak tot verspreiding van de kwalen kan vormen, moeten de eigenaars, huurders of bewoners alle lokalen in een behoorlijke staat van reinheid brengen en ontsmetten.

          In de gedeelten van de gemeente waar geen rioleringsnet bestaat, gelden de bepalingen van de VLAREM-wetgeving.

          Onderafdeling 2. Leegstaande woningen

          artikel 37.           De eigenaar van een niet-bewoond of niet-gebruikt gebouw is verplicht het op een zodanige wijze af te sluiten dat iedere toegangsmogelijkheid, zonder inbraak, onmogelijk wordt.

          Tevens dienen in deze gebouwen de gepaste maatregelen te worden genomen om de toegang voor huis- en knaagdieren, in het wild levende dieren en voor vogels via vensters, ramen, deuren, keldergaten en riolen te voorkomen.

          Afdeling 2. Ongezonde woningen.

          artikel 38.           Wanneer de burgemeester kennis krijgt van het bestaan van ongezonde woningen zal hij, onverminderd het desnoods doen uitvoeren van urgente maatregelen, één of meer deskundigen met een onderzoek gelasten.

          De eigenaars en de bewoners zijn verplicht dit onderzoek mogelijk te maken.

          artikel 39.           Op grond van de feitelijke vaststellingen, die besproken worden met de eigenaars en bewoners, beslist de burgemeester welke herstellings- of saneringsmaatregelen dienen te worden uitgevoerd en bepaalt hij de uitvoeringstermijn.

          Desnoods beveelt de burgemeester de ontruiming tot de bevolen maatregelen zijn uitgevoerd.

          Het besluit van de burgemeester wordt aan de belanghebbenden bij aangetekende brief, bij afgifte tegen ontvangstbewijs door toedoen van de politie of eventueel bij deurwaardersexploot betekend.

          artikel 40.           Indien bij het verstrijken van de vastgestelde termijn de voorgeschreven maatregelen niet zijn uitgevoerd, zal de burgemeester na het horen van de eigenaars en bewoners de woningen onbewoonbaar verklaren of, indien nodig, de bevolen maatregelen ambtshalve op kosten van de eigenaars doen uitvoeren.

          artikel 41.           Indien uit het onderzoek blijkt dat het onverbeterbare woningen betreft, zal de burgemeester na het horen van de eigenaars en bewoners deze woningen definitief onbewoonbaar verklaren.

          artikel 42.           Het besluit van de burgemeester tot onbewoonbaarverklaring wordt aan de eigenaar en aan de bewoners betekend op één van de bij art. 39 bepaalde wijzen.

          Het besluit wordt tevens aan de woning op een goed zichtbare en van op de openbare weg leesbare plaats aangeplakt.

          artikel 43.           De onbewoonbaar verklaarde woningen dienen te worden ontruimd, hetzij onmiddellijk, hetzij voor de bij het besluit van de burgemeester bepaalde datum.

          Indien nodig, zullen de bewoners met dwangmiddelen worden uitgedreven.

          artikel 44.           Na de ontruiming mogen de woningen niet meer worden bewoond als eigenaar, huurder, vruchtgebruik of houder van enig ander recht.

          Bovendien kan de burgemeester elk ander gebruik van of van de toegang tot de woning verbieden.

          Hij kan de woning doen verzegelen.

          De burgemeester kan beslissen dat de woning wordt gesloopt. 

          artikel 45.           Opgeheven.

          artikel 46.           Opgeheven.

          Afdeling 3. Dieren.

          Onderafdeling 1. Slachten van dieren.

          artikel 47.           Voor zover het vlees uitsluitend bestemd is om te voorzien in de behoeften van de eigenaar en zijn gezin en mits naleving van de andere wettelijke bepalingen met betrekking tot dierenwelzijn, is het slachten van gevogelte, klein gekweekt wild of konijnen, elders dan in een slachthuis – zoals bepaald in hogere regelgeving – toegelaten, weliswaar met uitzondering van de (voor)tuin of koer.

          Het is verboden groot wild te slachten, tenzij met schriftelijke en voorafgaande toelating van de burgemeester.

          Onderafdeling 2. Strijd tegen zwervende, verwilderde en schadelijke dieren.

          artikel 48.           Het is verboden in de openbare ruimte dieren bij zich te hebben waarvan de gezondheidstoestand de openbare gezondheid in het gedrang zou kunnen brengen.

          artikel 49.           Uitgezonderd de door de burgemeester afgeleverde toelatingen is het verboden in de openbare ruimte en op openbare plaatsen zoals openbare parken en openbare tuinen eender welke materie voor de voeding van zwervende, verwilderde en schadelijke dieren (bv. katten, duiven) achter te laten, te deponeren of te werpen, met uitzondering van voedsel voor vogels bij vriesweer.

          Hetzelfde verbod is van toepassing op private percelen en eigendommen wanneer deze praktijk overlast veroorzaakt voor de buurt of voor de openbare netheid, gezondheid en veiligheid in het gedrang brengt, bijvoorbeeld door het aantrekken van insecten, knaagdieren en vogels.

          De eigenaars, beheerders, huurders of gebruikers van percelen, gebouwen en andere constructies zijn verplicht maatregelen te treffen om het nesten en bewust aantrekken van zwervende, verwilderde of schadelijke dieren te verhinderen, alsook bevuilde gebouwen te doen schoonmaken en ontsmetten.

          artikel 50.           Opgeheven.

          Onderafdeling 3. Houden van landbouwhuisdieren.

          artikel 51.           Onverminderd de regelgeving op de gevaarlijke, ongezonde en hinderlijke bedrijven, is het verboden landbouwhuisdieren langer dan 24 uur te houden:

          a)      in gebouwen, tuinen en op koeren die palen aan een ander, voor bewoning dienend gebouw;

          b)     indien daarvoor niet kan beschikt worden over een open ruimte van ten minste 100 m² per dier.

          Onder landbouwhuisdieren worden onder andere verstaan: paarden, ezels, muilezels, muildieren, runderen, schapen, geiten en varkens.

          artikel 52.           Opgeheven.

          Onderafdeling 4. Visverbod en magneetvissen.

          artikel 53.           Het is verboden te vissen in de door het lokaal bestuur beheerde oppervlaktewateren van de openbare ruimte zonder toelating.

          artikel 53bis.      Het is verboden om zonder begeleiding van de Dienst voor Opruiming en Vernietiging van Ontploffingstuigen (DOVO) activiteiten van metaaldetectie en/of metaalophaling uit te voeren in de openbare ruimte en wateren van het grondgebied van de gemeente Puurs-Sint-Amands. 

          In afwijking van het eerste lid kan de burgemeester vooraf de toelating verlenen om op een bepaalde plaats en gedurende een beperkte periode activiteiten van metaaldetectie en/of metaalophaling uit te voeren, na gunstig advies van de betrokken gemeentediensten en de politie.  

          [Gewijzigd gemeenteraad 15-12-2025, inwerkingtreding 01-01-2026]

          Afdeling 4. Geur- en rookhinder

          artikel 54.           Het verbranden in open lucht van elke stof is verboden. Enkel in volgende gevallen is verbranding in open lucht toegelaten:

          • het verbranden van droog onbehandeld hout bij het maken van een kampvuur. Indien dit kampvuur georganiseerd wordt op het openbaar domein, is er voorafgaand een schriftelijke toelating van de burgemeester of een toelating via een bijzondere politieverordening noodzakelijk;
          • het verbranden van droog onbehandeld hout of een vaste fossiele brandstof in een sfeerverwarmer of barbecue. Het gebruik van een vuurmand, vuurschaal of vuurkorf op het openbaar domein is enkel toegelaten na voorafgaande en schriftelijke toelating  van de burgemeester of een toelating via een bijzondere politieverordening;
          • het verbranden van droog brandbaar materiaal, met uitzondering van afvalstoffen, droog onbehandeld hout en onversierde kerstbomen in het kader van folkloristische evenementen. Die activiteit mag pas plaatsvinden als de gemeentelijke overheid schriftelijke toestemming heeft gegeven en de activiteit op een afstand van meer dan 100 meter van bewoning plaatsvindt;
          • de verbranding in open lucht, met uitzondering van afvalstoffen, in het kader van blusoefeningen, uitgevoerd door de brandweer van een gemeente, regio of bedrijf of door de civiele bescherming;
          • het maken van vuur in open lucht in bos- en natuurgebieden, als beheermaatregel wanneer afvoer of verwerking ter plaatse van het biomassa-afval niet mogelijk is. Die activiteit mag pas plaatsvinden als de gemeentelijke overheid schriftelijke toestemming heeft gegeven of als die activiteit als beheermaatregel is opgenomen in een goedgekeurd beheerplan of vergund door het Agentschap voor Natuur en Bos zoals voorzien in het Bosdecreet en het decreet Natuurbehoud;
          • de verbranding in open lucht van plantaardige afvalstoffen die afkomstig zijn van eigen bedrijfslandbouwkundige werkzaamheden, als afvoer of verwerking ter plaatse van het biomassa-afval niet mogelijk is;
          • de verbranding in open lucht van plantaardige afvalstoffen die afkomstig zijn van het onderhoud van landschapselementen, als afvoer of verwerking ter plaatse van het biomassa-afval niet mogelijk is;
          • de verbranding in open lucht van plantaardige afvalstoffen als dat vanuit fytosanitair oogpunt noodzakelijk is;
          • het verbranden van dierlijk afval, in overeenstemming met de bepalingen, vermeld in artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 juni 2013 betreffende dierlijke bijproducten en afgewerkte producten. Die activiteit mag pas plaatsvinden met schriftelijke toestemming van de toezichthouder.

          artikel 54bis.      Bij toegelaten verbranding moeten steeds de nodige maatregelen genomen worden om overlast voor de buurt te vermijden. De nodige brandbestrijdingsmiddelen moeten aanwezig zijn in verhouding met het veroorzaakte brandrisico. Het aanleggen van een open vuur moet steeds onder toezicht verlopen en het moet degelijk gedoofd worden bij het verlaten van het terrein. Hierbij dienen de richtlijnen van brandweerzone Rivierenland gevolgd te worden.

          Afdeling 5. Stoken met allesbranders

          artikel 55.           De gebruikers van verwarmingsinstallaties van het type allesbrander, houtkachel en open haarden moeten ervoor zorgen dat de installatie die ze gebruiken geen luchtverontreiniging veroorzaakt die de gezondheid kan schaden.

          artikel 56.           De rookgassen van dergelijke installaties dienen te worden afgevoerd via een schoorsteen met een goede schoorsteentrek en met een voldoende hoogte teneinde een optimale verspreiding van de rookgassen te waarborgen.

          artikel 57.           Het verbranden van afvalstoffen, turf, bruinkool en niet-rookloze kolenagglomeraten in allesbranders voor de verwarming van woningen, werkplaatsen en lokalen is verboden.

          artikel 58.           Opgeheven.

          artikel 59.           Het stoken met allesbranders is enkel toegestaan met gebruik van onbewerkt hout.

          artikel 60.           Opgeheven.

          artikel 60/1.      Opgeheven.

          Titel 3 – De openbare veiligheid en vlotte doorgang.

          Hoofdstuk 1. Gemeenschappelijke bepalingen ter bevordering van de openbare veiligheid en de vlotte doorgang.

          Afdeling 1. Algemene bepaling.

          artikel 61.           Het is in het algemeen verboden in openbare ruimten, in voor het publiek toegankelijke plaatsen en in en rond privé-eigendommen over te gaan tot gelijk welke activiteit die de openbare veiligheid of de veilige en vlotte doorgang in het gedrang kan brengen, zoals:

          • het parkeren/stilstaan op een brandweg of evacuatieweg die zich op privé-eigendom bevindt;
          • het versperren van nooduitgangen al dan niet door plaatsing van voorwerpen.

          Afdeling 2. Manifestaties en evenementen

          Onderafdeling 1. Algemene bepalingen

          artikel 62.           §1. Onder ‘manifestatie’ verstaat men een georganiseerde samenscholing met als doel een overtuiging of een eis kenbaar te maken.

          §2. Onder ‘evenement’ verstaat men elke voor het publiek toegankelijke gebeurtenis, bijeenkomst of tijdelijke opstelling, met al dan niet betalende bezoekers en/of deelnemers, op het gebied van feesten, kermis, sport, kunst, cultuur, religie in de openbare ruimte of op privaat terrein… Een evenement kan zowel indoor als outdoor plaatsvinden.

          artikel 62bis.     Het is verboden op gelijk welke wijze een manifestatie of een evenement te verstoren of de veiligheid in het gedrang te brengen.

          artikel 62ter.     De organisatoren en uitbaters van manifestaties en evenementen verlenen voorafgaand en tijdens de manifestatie of het evenement de toegang aan de lokale overheid en de hulp- en veiligheidsdiensten teneinde de veiligheid en de eventueel opgelegde maatregelen te controleren.

          artikel 62quater.             De organisatoren en uitbaters van manifestaties en evenementen moeten de nodige voorzorgsmaatregelen nemen om letsels aan personen en dieren en schade aan goederen te voorkomen en om de veiligheid niet in het gedrang te brengen.

          artikel 62 quinquies.      De organisatoren en uitbaters van een manifestatie of evenement moeten de nodige maatregelen nemen opdat het achtergelaten afval zich niet buiten het terrein en/of het gebouw waarop/-in de manifestatie of het evenement plaatsvindt, kan verspreiden.

          artikel 62sexies.           §1. De aanvrager van de manifestatie of het evenement wordt zo spoedig mogelijk na de aanvraag in kennis gesteld van de toelating of van de gemotiveerde weigering. Hierbij zal rekening worden gehouden met de eventueel in het verleden vastgestelde onregelmatigheden bij manifestaties of evenementen ingericht door of onder verantwoordelijkheid van dezelfde organisator of vereniging.

          §2. Wanneer het algemeen belang dit vereist of indien blijkt dat de verstrekte inlichtingen in de aanvraag niet correct zijn, kan de vergunning worden ingetrokken.

          §3. De manifestatie of het evenement kan onmiddellijk worden stopgezet indien wordt vastgesteld dat de voorwaarden zoals opgelegd in de toegekende vergunning niet worden nageleefd.

          artikel 62septies.         De organisatoren en uitbaters van de manifestatie of het evenement zijn ertoe gehouden de voorwaarden, zoals bepaald in de vergunning, na te leven en erover te waken dat het voorwerp van de vergunning geen schade kan berokkenen aan anderen, noch de openbare orde in het gedrang kan brengen.

          Onderafdeling 2. Organisatie van een manifestatie

          artikel 63.           §1. Samenscholingen, betogingen, optochten en alle andere manifestaties op voor het publiek toegankelijke plaatsen zijn enkel toegelaten mits voorafgaande schriftelijke toelating van de burgemeester.

          §2. Het is verboden deel te nemen aan een niet-toegelaten manifestatie.

          artikel 64.           §1. Iedere aanvraag voor een samenscholing, betoging, optocht of andere manifestatie moet schriftelijk gebeuren, ten laatste 10 werkdagen vóór de voorziene datum van de manifestatie.

          §2. Iedere aanvraag voor een manifestatie moet volgende inlichtingen bevatten:

          • de naam, het adres en het telefoonnummer van de organisator(en);
          • het voorwerp van de manifestatie;
          • de datum en het tijdstip van de bijeenkomst (begin- en einduur);
          • de (start)locatie van de manifestatie;
          • indien van toepassing, de geplande route en de voorziene plaats voor de ontbinding van de optocht;
          • de raming van het aantal deelnemers en de beschikbare vervoersmiddelen;
          • of er een meeting wordt gehouden bij de afsluiting van de manifestatie;
          • de door de organisatoren voorzien ordemaatregelen.

          artikel 65.           De burgemeester kan bepaalde voorwaarden opleggen of kan bij gewichtige redenen (zoals gevaar voor verstoring van de openbare rust, gevaar of belemmering van het verkeer, …) de samenscholing, betoging, optocht of andere manifestatie verbieden.

          artikel 65bis.     Elke persoon die deelneemt aan de manifestatie dient zich te schikken naar de bevelen van de politie. Het is verboden de openbare plaats te versperren of te belemmeren zodat het vrije verkeer van het publiek gehinderd wordt.

          Onderafdeling 3. Organisatie van een evenement

          artikel 66.           §1. De organisatie van een evenement is onderworpen aan een toestemming van het college van burgemeester en schepenen volgens de aanvraagprocedure die vermeld wordt in het evenementenreglement van de betrokken gemeente.

          §2. Het is verboden deel te nemen aan een niet-toegelaten evenement.

          artikel 67.           §1. Een evenement dient minimaal 6 weken voor aanvang aangevraagd te worden wanneer één van onderstaande criteria van toepassing is:

          • het evenement vindt plaats in de openbare ruimte.
          • het evenement vindt plaats op private eigendom, waarbij door het aantal verwachte aanwezige personen een impact op de openbare ruimte verwacht wordt (bv. parkeergelegenheid…).
          • er is een vergunning noodzakelijk (bv. geluidsafwijking, sterke drank…).

          §2. De aanvraag voor een evenement dient de inlichtingen te bevatten zoals bepaald in het evenementenreglement van de betrokken gemeente.

          artikel 68.           Het dossier moet volledig zijn op basis van het voorgaande artikel, §2 vooraleer het college van burgemeester en schepenen een beslissing kan nemen. Het college van burgemeester en schepenen kan, na een beslissing of risicoanalyse van de politie- en/of hulpdiensten, aan de organisator vragen een veiligheidsdossier op te maken. 

          Afdeling 3. Gebruik van de groene ruimte.

          artikel 69.           Behoudens dienstvoertuigen en hulpverleningsdiensten, mag geen enkel motorvoertuig in groene ruimten circuleren zonder door de burgemeester afgegeven vergunning.

          De groene ruimten zijn verder alleen toegankelijk voor voetgangers, invalidenwagens, kinderwagens, aan de hand geleide fietsen en bromfietsen, al dan niet bereden kinderrijwielen van kinderen jonger dan 9 jaar, in de mate dat hun gedrag de veiligheid van de andere gebruikers niet in het gedrang brengt en dit binnen de aan één of meerdere ingangen aangeplakte openingsuren.

          artikel 70.           Het is verboden vogels te vangen en hun nesten te vernielen en alle andere dieren die zich in de omgeving bevinden, lastig te vallen.

          artikel 71.           Het is verboden knoppen en bloemen of planten te verwijderen.

          Het is verboden zonder toelating veldvruchten of andere nuttige voortbrengselen van de bodem, die al dan niet los van de grond zijn, mee te nemen.

          Het is verboden bomen te verminken, schudden of ontschorsen; takken, bloemen of andere planten af te rukken of af te snijden; palen of andere voorwerpen voor de bescherming van aanplantingen uit te rukken; wegen en dreven te beschadigen; zich te begeven in bloemperken en -tapijten, ze te vernietigen of te beschadigen.

          artikel 72.           De toegang tot grasperken is verboden voor alle personen en dieren wanneer dit verbod tot betreden wordt aangeduid door specifieke borden. De toegang tot grasperken is verboden voor alle voertuigen. Grasperken die door voertuigen mogen bereden worden, zijn aangeduid door specifieke borden.

          artikel 73.           Het is verboden te klimmen op of over afsluitingen en kunstwerken of op plaatsen te komen waar dit volgens de opschriften verboden is. Het is eveneens verboden te klimmen op andere voorwerpen op een manier waarop men zichzelf of een ander effectief in gevaar brengt.

          artikel 74.           Opgeheven.

          Afdeling 4. Spelen op de openbare weg of in openbare plaatsen.

          artikel 75.           Spelen in de openbare ruimte is toegelaten, met uitzondering op de openbare weg. Onverminderd de toepassing van de verkeerswetgeving zijn in de openbare ruimte enkel die spelen verboden, die klaarblijkelijk door de aard van het spel of de omstandigheden waarin het spel gespeeld wordt, gevaarlijk zijn voor goederen of de gebruikers van de openbare ruimte.

          In voorgaande zin is het gebruik van voortbewegingstoestellen enkel toegelaten in de openbare ruimte – met uitzondering van de openbare weg – op voorwaarde dat de openbare veiligheid niet in het gedrang wordt gebracht. De burgemeester kan het verbieden in de openbare ruimte – met uitzondering van de openbare weg – op de plaatsen die hij bepaalt.

          Afdeling 5. Bedelverbod.

          artikel 76.           Het is verboden op het gehele grondgebied zowel in de openbare ruimte als in elke voor het publiek toegankelijke plaats en met name in de commerciële centra en straten te bedelen door:

          • het op een opdringerige of agressieve wijze aanklampen van voorbijgangers;
          • zich verbaal opdringerig te gedragen;
          • de vlotte doorgang van het voetgangers- en andere verkeer te hinderen of belemmeren;
          • op de rijbaan of ten aanzien van bestuurders of passagiers, onder meer op of in de nabijheid van kruispunten, om een aalmoes te vragen.

          Diegene die de bepalingen van deze afdeling overtreedt, kan bestraft worden met een administratieve geldboete van maximaal 1 euro.

          Afdeling 6. Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen.

          artikel 77.           Het is verboden zich op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, waaronder een portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling dan wel deze te verontreinigen dan wel te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de desbetreffende ruimte is bestemd.

          Afdeling 7. Plaatsverbod.

          artikel 78.           Opgeheven.

          artikel 79.           Opgeheven.

          artikel 80.           Opgeheven.

          artikel 81.           Opgeheven.

          artikel 82.           Het is verboden het plaatsverbod opgelegd door de burgemeester op basis van artikel 134 sexies van de Nieuwe Gemeentewet niet te respecteren.

          artikel 82/1.      Opgeheven.

          artikel 82/2.      Opgeheven.

          artikel 82/3.      Opgeheven.

          Afdeling 8. Weghalen van bepaalde fietsen

          artikel 82/4.       In dit reglement hebben de onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis.

          1. een wrak: een fiets die in onvoldoende staat van onderhoud en/of een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert en op die manier rij-technisch onvoldoende veilig is.
          2. een hinderlijk gestalde fiets: een fiets die gestald staat in strijd met de wegcode, instructies van de brandweer en/of politie, de (stedenbouwkundige) voorschriften en/of andere regel in die mate dat deze fiets hinder veroorzaakt voor andere weggebruikers.
          3. een achtergelaten fiets: een fiets waarvan de toestand zodanig is dat stof, roest, de groei van mos op en rond het rijwiel vastgesteld wordt; waardoor het vrijwel zeker is dat de fiets is achtergelaten of door de eigenaar in de steek gelaten.
          4. fietsenstalling: een plaats voor het stallen van één of meerdere fietsen.

          artikel 82/5.     Alle handelingen die in het kader van dit reglement worden gesteld, gebeuren door de technische dienst van de gemeente Puurs-Sint-Amands of door een andere gemachtigde van deze gemeente. Elke afwijking op deze regel wordt in het desbetreffende artikel geëxpliciteerd.

          artikel 82/6.     Een wrak wordt onmiddellijke ambtshalve verwijderd en wordt niet bewaard.

          artikel 82/7.     Een hinderlijk gestalde fiets, wordt indien mogelijk, zo geplaatst dat de fiets niet meer hinderlijk gestald staat.

          Indien die fiets niet verplaatst kan worden zodat deze niet meer hinderlijk gestald staat, wordt deze ambtshalve opgehaald.

          Indien de hinderlijk gestalde fiets echter geen direct gevaar vormt voor andere weggebruikers zal er in de eerste plaats worden ingezet op sensibilisering via labelacties of andere gerichte communicatiemiddelen vooraleer effectief over te gaan tot het ambtshalve ophalen van de fiets.

          artikel 82/8.     Een achtergelaten fiets wordt gelabeld en wordt na een termijn van minimaal drie weken, indien het label nog onveranderd rond de fiets zit, ambtshalve opgehaald.

          artikel 82/9.     In de stationsomgevingen is de stallingsduur voor fietsen in de daartoe voorziene fietsenstallingen beperkt tot maximum drie weken. Ter controle worden de fietsen gelabeld. De fietsen die langer dan voormelde periode gestald staan, worden ambtshalve opgehaald.

          artikel 82/10.   §1. Bij ontruiming van een fietsenstalling, waarbij zowel de stalling als de hierin geplaatste fietsen worden verwijderd, worden minimum 1 week op voorhand borden aangebracht aan de fietsenstalling, waarbij duidelijk de datum en het uur van de ontruiming wordt aangekondigd. Indien zich op datum van de ontruiming nog fietsen in de desbetreffende fietsenstalling bevinden worden die ambtshalve opgehaald.

          §2. In hoogdringende gevallen kan de ontruiming onmiddellijk gebeuren en is bovenvermelde regeling dus niet van toepassing.

          artikel 82/11.   Bij het plaatsen van tijdelijke evenementstallingen worden door de technische dienst van de gemeente tegelijkertijd borden aangebracht aan de fietsenstalling waarbij duidelijk datum en het uur van ontruiming wordt aangekondigd. Voor deze periode geldt geen minimum of maximumduur. Indien zich op datum van de ontruiming nog fietsen in de desbetreffende fietsenstalling bevinden, worden die ambtshalve opgehaald.

          artikel 82/12.   Het ambtshalve ophalen van fietsen, ingevolgde bovenstaande bepalingen, gebeurt op kosten en risico van de eigenaar of de fietser. Enkel in het geval van een hoogdringende ontruiming heeft de eigenaar recht op een vergoeding van de kosten. Opgehaalde fietsen van het openbaar domein worden in het fietsendepot van het lokaal bestuur bewaard volgens de bestaande wettelijke bepalingen.

          Hoofdstuk 2. Openbare veiligheid.

          Afdeling 1. Feitelijkheden - Lichte gewelddaden - Beledigingen.

          artikel 83.           §1. Kunnen gestraft worden met de respectievelijke straffen bepaald in het strafwetboek of met een administratieve sanctie zoals bepaald in artikel 217 van deze verordening, daders van feitelijkheden of lichte gewelddaden, mits zij niemand gewond of geslagen hebben en mits de feitelijkheden niet tot de klasse van de beledigingen behoren; in het bijzonder zij die opzettelijk, doch zonder het oogmerk om te beledigen, enig voorwerp op iemand werpen dat hem kan hinderen of bevuilen.

          §2. Onverminderd de strafbepalingen voorzien onder paragraaf 1 van dit artikel, kan de politie bij inbreuken op de voorschriften van dit artikel de voorwerpen waarmee deze overtredingen werden gepleegd in beslag nemen. Deze voorwerpen worden, op verzoek van de bezitter of eigenaar, teruggegeven aan de bezitter of eigenaar. De voorwerpen worden gedurende zes maanden na inbeslagname ter beschikking gehouden van de bezitter of de eigenaar. De voorwerpen die na het verstrijken van deze periode door de bezitter of eigenaar niet werden opgehaald, zullen worden vernietigd. De kosten van inbeslagname en vernietiging kunnen verhaald worden op de overtreder.

          artikel 84.           Het is verboden personen de vlotte doorgang te belemmeren, hen op enigerlei wijze te intimideren of hen ongewenst na te roepen, te beledigen (buiten de gevallen bepaald in artikel 448 Sw), aan te klampen of na te lopen.

          Afdeling 1bis. Diefstallen.

          artikel 84/1.      Kunnen gestraft worden met de respectievelijke straffen bepaald in het strafwetboek (artikelen 461 en 463 SWB) of met een administratieve sanctie zoals bepaald in artikel 217 van deze verordening, de minderjarige die de volle leeftijd van 14 jaar heeft bereikt die zich schuldig maakt aan het bedrieglijk wegnemen van een zaak die hem niet toebehoort in de omstandigheden zoals voorzien door artikel 463, eerste lid SW. Met diefstal wordt gelijkgesteld het bedrieglijk wegnemen van andermans goed voor een kortstondig gebruik.

          Afdeling 2. Gebruik van schiettuigen en het werpen van voorwerpen die kunnen verwonden en/of beschadigen.

          artikel 85.           Het gebruik van schiettuigen en het werpen, gooien of stoten van voorwerpen, die kunnen beschadigen, zijn verboden op de openbare weg, alsmede in de nabijheid ervan wanneer er gevaar bestaat dat een projectiel gebruikers van de openbare weg of omwonenden en (huis)dieren kan verwonden of hun eigendommen kan beschadigen of vernielen. Deze bepaling is niet van toepassing op de sportdisciplines en spelen die in adequate installaties worden verricht, noch op darts of jeu-de-boules op andere plaatsen dan in de openbare ruimte.

          artikel 86.           Het is verboden in openbare ruimten en in voor het publiek toegankelijke plaatsen over te gaan tot het gebruiken van wapens met samengeperste lucht, uitgezonderd in schietstanden die daartoe een vergunning hebben of in schietkramen op kermissen en onverminderd de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de jacht.

          Wapens en munitie, gebruikt in strijd met bovenvermelde bepalingen, worden in beslag genomen en verbeurdverklaard.

          Afdeling 3. Het opzettelijk beschadigen of vernielen van andermans eigendommen.

          artikel 87.           §1. Kunnen gestraft worden met de respectievelijke straffen bepaald in het strafwetboek (artikel 559, 1° SWB) of met een administratieve sanctie zoals bepaald in artikel 217 van deze verordening zij die zich – buiten de gevallen omschreven in boek II, Titel IX, hoofdstuk III van het SWB, schuldig maken aan het opzettelijk beschadigen of vernielen van andermans roerende eigendom.

          §2. Onverminderd de strafbepalingen voorzien onder paragraaf 1 van dit artikel, kan de politie bij inbreuken op de voorschriften van dit artikel de voorwerpen waarmee deze overtredingen werden gepleegd in beslag nemen. Deze voorwerpen worden, op verzoek van de bezitter of eigenaar, teruggegeven aan de bezitter of eigenaar. De voorwerpen worden gedurende zes maanden na inbeslagname ter beschikking gehouden van de bezitter of de eigenaar. De voorwerpen die na het verstrijken van deze periode door de bezitter of eigenaar niet werden opgehaald, zullen worden vernietigd. De kosten van inbeslagname en vernietiging kunnen verhaald worden op de overtreder.

          artikel 87/1.      §1. Kunnen gestraft worden met de respectievelijke straffen bepaald in het strafwetboek (artikel 537 SWB) of met een administratieve sanctie zoals bepaald in artikel 217 van deze verordening, zij die zich schuldig maken aan het kwaadwillig omhakken of zodanig snijden, verminken of ontschorsen van bomen dat zij vergaan, of het vernielen van enten.

          §2. Onverminderd de strafbepalingen voorzien onder paragraaf 1 van dit artikel, kan de politie bij inbreuken op de voorschriften van dit artikel de voorwerpen waarmee deze overtredingen werden gepleegd in beslag nemen. Deze voorwerpen worden, op verzoek van de bezitter of eigenaar, teruggegeven aan de bezitter of eigenaar. De voorwerpen worden gedurende zes maanden na inbeslagname ter beschikking gehouden van de bezitter of de eigenaar. De voorwerpen die na het verstrijken van deze periode door de bezitter of eigenaar niet werden opgehaald, zullen worden vernietigd. De kosten van inbeslagname en vernietiging kunnen verhaald worden op de overtreder.

          artikel 87bis.     §1. Kunnen gestraft worden met de respectievelijke straffen bepaald in het strafwetboek (artikel 534 ter SWB) of met een administratieve sanctie zoals bepaald in artikel 217 van deze verordening, zij die zich schuldig maken aan het opzettelijk beschadigen van andermans onroerende eigendommen.

          §2. Onverminderd de strafbepalingen voorzien onder paragraaf 1 van dit artikel, kan de politie bij inbreuken op de voorschriften van dit artikel de voorwerpen waarmee deze overtredingen werden gepleegd in beslag nemen. Deze voorwerpen worden, op verzoek van de bezitter of eigenaar, teruggegeven aan de bezitter of eigenaar. De voorwerpen worden gedurende zes maanden na inbeslagname ter beschikking gehouden van de bezitter of de eigenaar. De voorwerpen die na het verstrijken van deze periode door de bezitter of eigenaar niet werden opgehaald, zullen worden vernietigd. De kosten van inbeslagname en vernietiging kunnen verhaald worden op de overtreder.

          artikel 87ter.     §1. Kunnen gestraft worden met de respectievelijke straffen bepaald in het strafwetboek (artikel 526 SWB) of met een administratieve sanctie zoals bepaald in artikel 217 van deze verordening zij die zich schuldig maken aan vernielen, neerhalen, verminken of beschadigen van:

          • grafsteden, gedenktekens of grafstenen;
          • monumenten, standbeelden of andere voorwerpen die tot algemeen nut of tot openbare versiering bestemd zijn en door de bevoegde overheid of met haar machtiging zijn opgericht;
          • monumenten, standbeelden, schilderijen of welke kunstvoorwerpen ook, die in kerken, tempels of andere openbare gebouwen zijn geplaatst.

          §2. Onverminderd de strafbepalingen voorzien onder paragraaf 1 van dit artikel, kan de politie bij inbreuken op de voorschriften van dit artikel de voorwerpen waarmee deze overtredingen werden gepleegd in beslag nemen. Deze voorwerpen worden, op verzoek van de bezitter of eigenaar, teruggegeven aan de bezitter of eigenaar. De voorwerpen worden gedurende zes maanden na inbeslagname ter beschikking gehouden van de bezitter of de eigenaar. De voorwerpen die na het verstrijken van deze periode door de bezitter of eigenaar niet werden opgehaald, zullen worden vernietigd. De kosten van inbeslagname en vernietiging kunnen verhaald worden op de overtreder.

          artikel 87quater.             §1. Kunnen gestraft worden met de respectievelijke straffen bepaald in het strafwetboek (artikel 559, 1° SWB) of met een administratieve sanctie zoals bepaald in artikel 217 van deze verordening, zij die zich – buiten de gevallen omschreven in boek II, Titel IX, hoofdstuk III van het SWB - schuldig maken aan het opzettelijk beschadigen van andermans motorvoertuig.

          §2. Onverminderd de strafbepalingen voorzien onder paragraaf 1 van dit artikel, kan de politie bij inbreuken op de voorschriften van dit artikel de voorwerpen waarmee deze overtredingen werden gepleegd in beslag nemen. Deze voorwerpen worden, op verzoek van de bezitter of eigenaar, teruggegeven aan de bezitter of eigenaar. De voorwerpen worden gedurende zes maanden na inbeslagname ter beschikking gehouden van de bezitter of de eigenaar. De voorwerpen die na het verstrijken van deze periode door de bezitter of eigenaar niet werden opgehaald, zullen worden vernietigd. De kosten van inbeslagname en vernietiging kunnen verhaald worden op de overtreder.

          artikel 87quinquies.       §1. Kunnen gestraft worden met de respectievelijke straffen bepaald in het strafwetboek (artikelen 545 en 563.2° SWB) of met een administratieve sanctie zoals bepaald in artikel 217 van deze verordening, zij die zich schuldig maken aan het vernielen of opzettelijk beschadigen van hetzij landelijke of stedelijke afsluitingen, uit welke materialen ook gemaakt of het geheel of ten dele dempen van grachten, afhakken of uitrukken van levende of dode hagen, verplaatsen of verwijderen van grenspalen, hoekbomen of andere bomen, geplant of erkend om de grenzen tussen verschillende erven te bepalen.

          §2. Onverminderd de strafbepalingen voorzien onder paragraaf 1 van dit artikel, kan de politie bij inbreuken op de voorschriften van dit artikel de voorwerpen waarmee deze overtredingen werden gepleegd in beslag nemen. Deze voorwerpen worden, op verzoek van de bezitter of eigenaar, teruggegeven aan de bezitter of eigenaar. De voorwerpen worden gedurende zes maanden na inbeslagname ter beschikking gehouden van de bezitter of de eigenaar. De voorwerpen die na het verstrijken van deze periode door de bezitter of eigenaar niet werden opgehaald, zullen worden vernietigd. De kosten van inbeslagname en vernietiging kunnen verhaald worden op de overtreder.

          artikel 87sexies.           §1. Kunnen gestraft worden met de respectievelijke straffen bepaald in het strafwetboek (artikel 521, 3de lid) of met een administratieve sanctie zoals bepaald in artikel 217 van deze verordening, zij die geheel of gedeeltelijke vernieling of van onbruikmaking van rijtuigen, wagons en motorvoertuigen aanbrengen, met het oogmerk te schaden.

          §2. Onverminderd de strafbepalingen voorzien onder paragraaf 1 van dit artikel, kan de politie bij inbreuken op de voorschriften van dit artikel de voorwerpen waarmee deze overtredingen werden gepleegd in beslag nemen. Deze voorwerpen worden, op verzoek van de bezitter of eigenaar, teruggegeven aan de bezitter of eigenaar. De voorwerpen worden gedurende zes maanden na inbeslagname ter beschikking gehouden van de bezitter of de eigenaar. De voorwerpen die na het verstrijken van deze periode door de bezitter of eigenaar niet werden opgehaald, zullen worden vernietigd. De kosten van inbeslagname en vernietiging kunnen verhaald worden op de overtreder.

          Afdeling 3bis. Slagen en verwondingen.

          artikel 87septies.            §1. Kunnen gestraft worden met de respectievelijke straffen bepaald in het strafwetboek (artikel 398 SWB) of met een administratieve sanctie zoals bepaald in artikel 217 van deze verordening, zij die zich schuldig maken aan opzettelijk verwondingen of slagen toebrengen indien er geen sprake is van voorbedachtheid.

          §2. Onverminderd de strafbepalingen voorzien onder paragraaf 1 van dit artikel, kan de politie bij inbreuken op de voorschriften van dit artikel de voorwerpen waarmee deze overtredingen werden gepleegd in beslag nemen. Deze voorwerpen worden, op verzoek van de bezitter of eigenaar, teruggegeven aan de bezitter of eigenaar. De voorwerpen worden gedurende zes maanden na inbeslagname ter beschikking gehouden van de bezitter of de eigenaar. De voorwerpen die na het verstrijken van deze periode door de bezitter of eigenaar niet werden opgehaald, zullen worden vernietigd. De kosten van inbeslagname en vernietiging kunnen verhaald worden op de overtreder.

          Afdeling 4. Gebruik en verkoop van alcohol.

          artikel 88.           Het is verboden om tussen 00.00 uur en 08.00 uur in de openbare ruimte, buiten de terrassen en andere toegelaten plaatsen speciaal bestemd voor dit doel, alcoholhoudende dranken (gedistilleerde of gegiste dranken al dan niet in gemixte vorm) te gebruiken. Het bezit van geopende recipiënten die alcoholhoudende dranken bevatten wordt gelijkgesteld met het gebruik beoogd in onderhavig artikel.

          artikel 88/1.      Het is verboden (zowel boven- als ondergronds) in de openbare ruimte, buiten de terrassen en andere toegelaten plaatsen speciaal bestemd voor dit doel, alcoholhoudende dranken (gedistilleerde of gegiste dranken al dan niet in gemixte vorm) te gebruiken en hierdoor de openbare rust te verstoren en/of de openbare veiligheid in gedrang te brengen en/of openbare overlast te veroorzaken. Het bezit van geopende recipiënten die alcoholhoudende dranken bevatten wordt gelijkgesteld met het gebruik beoogd in dit artikel.

          artikel 89.           De burgemeester kan de verantwoordelijke exploitanten of door hem aangestelde personen van inrichtingen, uitbatingen en aanhorigheden die al dan niet tegen betaling voor het publiek toegankelijk zijn, ook al is de toegang beperkt tot bepaalde categorieën van personen, verbieden om gedurende een bepaalde periode, alcoholhoudende dranken (gedistilleerde of gegiste dranken al dan niet in gemixte vorm) te verkopen en/of aan te bieden, zelfs gratis en in welke hoeveelheid ook, tenzij de consument na bestelling of aanbod bediend wordt binnenin de zaak of aanhorigheden (terras, tuin, ...) en dit voor onmiddellijke consumptie aldaar.

          artikel 90.           Een uitzondering op de voorgaande artikelen kan door de burgemeester toegestaan worden aan de organisatoren van activiteiten waarbij de inname van een afgebakende zone van de openbare ruimte voorafgaandelijk werd toegestaan. De uitzondering heeft enkel uitwerking binnen de toegestane afbakening van de openbare ruimte.

          artikel 90/1.      Onverminderd de gemeentelijke administratieve sancties en maatregelen zoals voorzien in titel 6 van deze verordening, kan de politie de alcohol gebruikt in strijd met deze afdeling in beslag nemen.

          artikel 91.           Opgeheven.

          Afdeling 5. Dieren.

          artikel 92.           In deze afdeling wordt onder agressieve, kwaadaardige of gevaarlijke dieren verstaan:

          • elk dier dat wanneer hij vrij zou rondlopen, zonder enige provocatie op een duidelijke en onmiskenbare dreigende wijze naar iemand toeloopt;
          • elk dier dat iemand aanvalt, bijt of verwondt zonder provocatie;
          • elk dier dat een ander dier verwondt of aanvalt zonder provocatie.

          artikel 93.           Het is verboden in de openbare ruimte:

          • zijn hond op te winden om aan te vallen of agressief te worden, of hem voorbijgangers te laten of doen aanvallen of achtervolgen, ook al brengt dat geen enkel kwaad of geen enkele schade teweeg;
          • agressieve, kwaadaardige of gevaarlijke dieren of dieren die personen of andere dieren kunnen bijten, of zieke dieren bij zich te hebben, als ze geen muilband dragen. Deze bepaling is ook van toepassing in voor het publiek toegankelijke plaatsen;
          • dieren bij zich te hebben waarvan het aantal of het gedrag de openbare veiligheid in het gedrang zouden kunnen brengen;
          • dieren te laten of achter te laten in een geparkeerd voertuig als dat een gevaar of ongemak kan opleveren voor personen of voor de dieren zelf. Deze bepaling is ook van toepassing in openbare parkings;
          • eender welk dier en in het bijzonder agressieve, woeste, kwaadaardige of gevaarlijke dieren te laten rondzwerven.

          artikel 94.           Behoudens vergunning is het africhten van een dier in de openbare ruimte verboden.

          Deze bepaling is niet van toepassing op de africhting van dieren door de politiediensten.

          artikel 95.           De dieren moeten met alle gepaste middelen vastgehouden worden, en minstens met een korte leiband, op iedere plaats van de openbare ruimte en in galerijen en passages op voor het publiek toegankelijk privégebied. Het dragen van een muilkorf is verplicht voor agressieve, kwaadaardige of gevaarlijke dieren.

          Het is verboden dieren te laten begeleiden door personen die het dier niet onder controle kunnen houden.

          artikel 96.           De eigenaars van dieren of de personen die, al is het maar occasioneel, op de dieren letten, dienen erover te waken dat deze dieren:

          • personen of andere dieren op geen enkele manier storen, intimideren of lastigvallen;
          • de aanplantingen of andere voorwerpen in de openbare ruimte niet beschadigen;
          • private eigendommen niet betreden.

          artikel 97.           Het is verboden zonder daartoe gerechtigd te zijn op andermans grond te komen, of erover te gaan of dieren erover te doen lopen, indien de grond is gereedgemaakt of bezaaid, of ten tijde dat die grond is bezet met gewassen die rijp of bijna rijp zijn.

          artikel 98.           Het is verboden in de openbare ruimte voertuigen en andere goederen te doen bewaken door agressieve dieren, ook al zijn deze vastgebonden of in het voertuig geplaatst.

          artikel 99.           Het is verboden een dier binnen te brengen in de voor het publiek toegankelijke etablissementen waartoe dat dier geen toegang heeft, hetzij op basis van een intern reglement dat aan de ingang uithangt, hetzij door borden of pictogrammen die dat duidelijk maken met uitzondering voor honden die speciaal opgeleid zijn om blinden of andere mensen met een handicap te geleiden, dit alles onverminderd de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de hygiëne van de lokalen en de personen in de voedingssector.

          artikel 100.         Opgeheven.

          Afdeling 6. Misbruik van noodvoorzieningen.

          artikel 101.         Iedere bedrieglijke hulpoproep of bedrieglijk gebruik van een noodvoorziening (bijvoorbeeld praatpaal, signalisatietoestel, AED, brandblusapparaat) bestemd om de veiligheid van de gebruikers te vrijwaren, is verboden.

          Afdeling 7. Verbod op het bedienen van publieke apparatuur door onbevoegden.

          artikel 102.         Personen die daar door het lokaal bestuur niet toe werden gemandateerd, mogen geen kranen van leidingen of kanaliseringen, schakelaars van de openbare verlichting, openbare uurwerken, signalisatieapparaten, alsook uitrustingen voor telecommunicatie die zich bevinden op of onder de openbare weg of in openbare gebouwen bedienen.

          artikel 102bis.   De waterkranen, stopcontacten op elektrische kasten en laadpunten voor elektrische fietsen en voertuigen mogen uitsluitend gebruikt worden voor het doel waarvoor ze bestemd zijn.

          Afdeling 8. Toegangsverbod voor onbevoegden.

          artikel 103.         Onbevoegde personen mogen niet binnendringen in voor het publiek niet toegankelijke constructies of installaties van openbaar nut. De eigenaar is verplicht gepaste maatregelen te nemen om de toegang tot de onbezette gebouwen te voorkomen.

          De afsluitingen, schutsels, omheiningen die verankerd zijn in de grond en niet-bebouwde terreinen begrenzen, evenals deze welke bevestigd zijn aan gebouwen, moeten stevig vastgemaakt zijn opdat ze niet kunnen wegwaaien, vallen of omgestoten worden. De stabiliteit en verankering moeten regelmatig nagekeken worden.

          Afdeling 9. Vermommingen.

          artikel 104.         Behoudens andersluidende wetsbepalingen, is het verboden zich in de voor het publiek toegankelijke plaatsen te begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat men niet herkenbaar is.

          artikel 105.         Het verbod zoals omschreven in artikel 104 geldt echter niet voor hen die zich in de voor het publiek toegankelijke plaatsen begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat zij niet herkenbaar zijn, en wel krachtens arbeidsreglementen of voor feestactiviteiten zoals carnaval, processies, georganiseerde stoeten, Sinterklaas, Sint-Maarten, Kerstmis, Halloween, Driekoningen of andere feestactiviteiten die door de gemeenteraad in een aparte politieverordening worden bepaald.

          artikel 106.         De vermomde personen moeten zich op verzoek van de daartoe bevoegde personen ontmaskeren of herkenbaar maken.

          artikel 107.         Bij overtreding van deze afdeling kan een straf bepaald in het Strafwetboek (artikel 563bis SWB) of een administratieve sanctie, zoals bepaald in artikel 217 van deze verordening, worden opgelegd.

          Afdeling 10. Ongepast gebruik van speeltoestellen.

          artikel 108.         De toestellen ter beschikking gesteld van het publiek op gemeentelijke speelterreinen of speeltuinen moeten zo gebruikt worden dat de openbare veiligheid niet in het gedrang komt.

          Kinderen onder de zeven jaar dienen vergezeld te zijn van een titularis die het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige of de persoon aan wiens hoede ze werden toevertrouwd.

          Met uitzondering van de toestellen bedoeld voor het skaten, is het gebruik van speeltuigen in de speelruimten verboden voor personen ouder dan 14 jaar.

          artikel 109.         Opgeheven.

          artikel 110.         Het lokaal bestuur is niet aansprakelijk voor ongevallen te wijten aan het onoordeelkundige gebruik van speeltoestellen op een gemeentelijk speelterrein, noch voor het gebruik van dergelijke speeltoestellen in tegenstrijd met de bepalingen van onderhavige afdeling.

          Hoofdstuk 3. Vlotte doorgang.

          Afdeling 1. Privatieve ingebruikneming van de openbare ruimte.

          Onderafdeling 1. Algemene bepalingen.

          artikel 111.         De privatieve ingebruikneming van de openbare ruimte is het gebruik van de openbare ruimte, met name de begane grond, het gedeelte erboven of eronder, voor uitsluitend privédoeleinden, waardoor het ingenomen gedeelte van de openbare ruimte aan zijn openbare en normale bestemming wordt onttrokken.

          artikel 112.         Behoudens voorafgaande en schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en schepenen en onverminderd de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake stedenbouw is het volgende verboden: iedere privatieve bezetting van de openbare ruimte op het niveau van de begane grond alsook erboven of eronder, zoals een vastgehecht, opgehangen, geplaatst of achtergelaten voorwerp, waardoor schade berokkend kan worden aan de veiligheid of het gemak van doorgang.

          De voorwerpen die in strijd met onderhavig artikel zijn geplaatst, vastgehecht of opgehangen, dienen op het eerste politieverzoek of van een gemachtigde ambtenaar verwijderd te worden.

          artikel 113.         Een voorafgaande en schriftelijke toelating is niet nodig voor de in de openbare ruimte door toedoen van openbare of ministeriële ambtenaren gehouden openbare verkopen alsmede voor de uitvoering van vonnissen tot uitzetting, voor zover van deze verrichtingen bij de politie aangifte wordt gedaan.

          artikel 114.         Bij de ingebruikneming van de voetpaden en bermen, moet een vrije doorgang worden vrijgelaten van:

          1. ten minste 1 meter als de weg voor het voetgangersverkeer een breedte heeft van minder dan 2 meter, met dien verstande dat slechts 0,5 meter van de breedte van deze wegen mag ingenomen worden voor obstakels;
          2. ten minste 1,5 meter als de weg voor het voetgangersverkeer breder is dan 2 meter;
          3. ten minste 1,5 meter op alle voetpaden en bermen langsheen wegen beheerd door het Vlaams Gewest;
          4. ten hoogste 4 meter uit de feitelijke rooilijn in de straten met een totale gemengde verkeersafwikkeling op een gelijkvloers niveau, dat evenwel nooit meer dan de helft van de ruimte tussen de rooilijnen overschrijden, onder voorwaarde dat altijd een vrije doorgang van 4 meter behouden blijft aan de voertuigen van de hulpdiensten en dit alleen binnen de periode van de dag dat de straat voor het verkeer verboden wordt. In geval in deze straten een privatieve ingebruikneming van de openbare weg tegenover elkaar wordt voorzien, zal de verplichte doorgang van 4 meter aan de voertuigen van hulpdiensten solidair onder elkaar verdeeld worden. Het eventuele voorziene straatmeubilair doet geen afbreuk aan deze voorwaarden. Deze eisen zijn een minimumregeling. De vergunning kan steeds worden geweigerd of aan strengere voorwaarden worden onderworpen.

          Onder “vrije doorgang” wordt verstaan, het ononderbroken gedeelte van het voetpad, het gemeenschappelijk gelijkvloerse wegdek of de berm die effectief door de voetgangers kan worden gebruikt.

          Niettemin kan de ingebruikneming voor het aanleggen van tijdelijke groenvoorzieningen, waardoor de vrije doorgang tot minder dan 1 meter wordt herleid, worden toegelaten indien de weggebruikers hierdoor niet worden gehinderd en de plaatselijke gesteldheid zich daartoe leent.

          artikel 115.         Opgeheven.

          artikel 116.         Buiten de volledige afsluiting van de openbare ruimte bij occasionele gebeurtenissen en activiteiten kan de ingebruikneming van de openbare ruimte slechts worden toegestaan in omstandigheden waarin het op grond van verkeers- en algemene veiligheidsoverwegingen toelaatbaar is.

          artikel 116bis.   Overeenkomstig artikel 38 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen is het verboden:

          • een gemeenteweg te wijzigen, te verplaatsen of op te heffen zonder voorafgaand akkoord van de gemeenteraad;
          • een gemeenteweg volledig of gedeeltelijk in te nemen op een wijze die het gewone gebruiksrecht overstijgt;
          • de toegang tot een gemeenteweg of het gebruik en beheer ervan te belemmeren, te hinderen of onmogelijk te maken;
          • op of in gemeentewegen werkzaamheden uit te voeren of gemeentewegen op welke wijze ook te beschadigen zonder voorafgaande toestemming van het college van burgemeester en schepenen of zijn gemachtigde.

          artikel 117.         De titularissen van de vergunning zijn ervoor aansprakelijk dat de ingebruikneming van de openbare ruimte niet tot gevolg heeft dat een grotere dan de toegelaten ruimte wordt ingenomen, de bereikbaarheid of het gebruik van erfdienstbaarheden van algemeen nut en van nutsvoorzieningen zoals onder meer hydranten, mangaten en deksels wordt bemoeilijkt of onmogelijk gemaakt.

          De ingebruikneming mag evenmin tot gevolg hebben dat de evacuatiemogelijkheden van de aan de brandpreventieve voorschriften onderworpen gebouwen en lokalen worden beperkt of uitgesloten.

          artikel 118.         Opgeheven.

          Onderafdeling 2. Inname van de openbare ruimte bij het uitvoeren van werken.

          artikel 119.         Het gebruik van de openbare ruimte voor het uitvoeren van werken op last van particulieren is in beginsel verboden. Het college van burgemeester en schepenen kan een voorafgaandelijke en schriftelijke toelating verlenen voor het gebruik van de openbare ruimte (bijvoorbeeld in het kader van werfinrichtingen die alleen op de openbare weg kunnen, het plaatsen van containers, het gebruik van parkeerplaatsen door werfvoertuigen ten behoeve van werken, …).

          artikel 119bis.   Het is verboden zonder voorafgaandelijke schriftelijke kennisgeving aan het lokaal bestuur werken uit te voeren in de openbare ruimte.

          Elke kennisgeving moet schriftelijk geschieden, ten minste dertig werkdagen voor de voorziene start van de werken. Deze kennisgeving moet ten minste volgende inlichtingen bevatten:

          • naam, adres en telefoonnummer van de opdrachtgever en uitvoerder van de werken;
          • beschrijving van de werken aan de hand van duidelijke situatieschets;
          • voorziene duur van de werken.

          Deze kennisgeving ontslaat de opdrachtgever van werken niet van de verplichting van het hebben van een voorafgaandelijke en schriftelijke toelating voor het gebruik van de openbare ruimte voor het uitvoeren van werken.

          Het lokaal bestuur kan op basis van de nieuwe gemeentewet werken laten uitstellen en heeft ook de mogelijkheid tot verhaal van de ten gevolge van de niet correcte melding door het lokaal bestuur gemaakte kosten ter handhaving van de veiligheid van de weggebruikers of van het wegverkeer, van de rust van de omwonenden en van de veilige en vlotte doorgang ten overstaan van alle wegen op het grondgebied van de gemeente en dit op basis van een daartoe toepasselijk belasting- of retributiereglement.

          artikel 120.         Iedere persoon die werkzaamheden in de openbare ruimte uitvoert of laat uitvoeren is ertoe gehouden die te herstellen in de staat waarin zij zich vóór de uitvoering van de werkzaamheden bevond of in de staat die in de vergunning vermeld is. Zo niet zal daartoe na vruchteloze aanmaning ambtshalve worden overgegaan op kosten en risico van de overtreder op basis van een daartoe toepasselijk belasting- of retributiereglement.

          Onderafdeling 2bis. Verkeers- en signalisatieborden bij inname openbaar domein.

          artikel 120bis.   De verkeersborden en signalisatieborden geplaatst bij inname van het openbaar domein mogen geen anderstalige vermeldingen bevatten.

          Diegene die deze bepaling overtreedt moet onmiddellijk de signalisatie met anderstalige vermeldingen verwijderen en vervangen door eentalig Nederlandstalige borden

          Onderafdeling 3. Koopwaren in de openbare ruimte uitstallen.

          artikel 121.         Behoudens van andere overheden benodigde machtigingen is het verboden zonder vergunning op, aan of boven de weg, in, aan of boven een openbaar water dan wel op, aan of boven een andere - al dan niet met enige beperking - voor publiek toegankelijke plaats goederen uit te stallen of uitgestald te hebben om deze te koop aan te bieden, te verkopen of te verstrekken aan het publiek.

          Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden:

          1. in het belang van de openbare orde;
          2. in het belang van de brandveiligheid;
          3. in het belang van de verkeersvrijheid of verkeersveiligheid;
          4. in het belang van de bescherming van het uiterlijke aanzien van de gemeente;
          5. in het belang van het voorkomen of het beperken van overlast;
          6. gelet op de ruimtelijke omstandigheden ter plaatse.

          artikel 122.         De voorwerpen die in strijd met deze afdeling zijn geplaatst of uitgestald moeten op het eerste verzoek van de politie of van een gemachtigde ambtenaar verwijderd worden.

          artikel 123.         Groenten, fruit en andere bederfbare voedingswaren moeten uitgestald worden op een verhoging van minstens 70 cm hoogte, waaronder geen voedingswaren opgestapeld mogen liggen.

          artikel 124.         Opgeheven.

          Afdeling 2. Inzamelen, verkopen, uitdelen en samplen in de openbare ruimte.

          artikel 125.         Het is verboden zonder de voorafgaande en schriftelijke vergunning van het lokaal bestuur in de openbare ruimte publiciteit of propaganda te voeren door middel van daartoe ingerichte voertuigen of door middel van draagbare borden en doeken.

          artikel 126.         Het is verboden in de openbare ruimte of op de openbare weg publiciteit te maken door gelijk welk procedé reclameboodschappen aan te brengen en inzamelingen te houden zonder de voorafgaande en schriftelijke toelating van het lokaal bestuur.

          artikel 127.          Het is verboden zonder de voorafgaande en schriftelijke vergunning van het lokaal bestuur producten, voorwerpen, drukwerken of diensten zonder winstoogmerk te koop aan te bieden.

          artikel 128.         §1. Naar aanleiding van de uitdeling van kosteloze producten, voorwerpen, drukwerken of geschriften in de openbare ruimte mogen voorbijgangers of aanwezigen niet worden lastiggevallen, tegengehouden of aangegrepen.

          §2. Iedere verdeler moet zelf of via een helper onmiddellijk de weggeworpen exemplaren of voorwerpen oprapen die het publiek in de omgeving achterliet.

          §3. Producten, voorwerpen, drukwerken of geschriften mogen niet zonder voorafgaandelijke toelating worden geplaatst op geparkeerde voertuigen.

          artikel 129.         Opgeheven.

          Afdeling 3. Diverse voorzorgsmaatregelen aangaande het veilige gebruik van de openbare weg.

          artikel 130.         De gebruikers en bij gebrek van dezen de eigenaars van private eigendommen gelegen langs de openbare weg moeten ervoor zorgen dat bomen, hagen, beplantingen, afsluitingen en andere voorwerpen

          • het verkeer niet kunnen hinderen;
          • de zichtbaarheid van de verkeerstekens niet in het gedrang brengen;
          • het normale uitzicht op de openbare weg, in de nabijheid van bochten en kruispunten niet belemmeren;
          • anderszins een gevaar kunnen vormen voor de openbare weggebruikers.

          Indien bijzondere veiligheidsredenen dat vereisen, kan het lokaal bestuur specifieke maatregelen opleggen en de desgevallend voorgeschreven werken dienen binnen de gestelde termijn na de desbetreffende betekening verricht te worden.

          artikel 131.         Het is verboden voorwerpen op de openbare weg neer te werpen, te plaatsen of achter te laten, die door hun val kunnen schaden. 

          artikel 132.         Het is verboden lange of omvangrijke voorwerpen van de binnenkant van een gebouw op de openbare weg te laten uitsteken zonder de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen om de veiligheid van de voorbijgangers te waarborgen.

          Dezelfde voorzorgsmaatregelen dienen in acht te worden genomen bij het openen van buitenzonneblinden, beweegbare luiken of zonnegordijnen die op de gelijkvloerse verdieping geplaatst zijn indien het gebouw zich bevindt langs de rooilijn die aan de openbare weg grenst. Wanneer de buitenzonneblinden of beweegbare luiken open zijn, dienen ze met pallen of haken op hun plaats te worden gehouden. De pallen en haken moeten steeds stevig vastgemaakt zijn zodanig dat ze de voorbijgangers niet kunnen verwonden of de veiligheid niet in het gedrang kunnen brengen.

          artikel 133.         Ingangen van kelders en toegangen tot ondergrondse ruimten op de openbare weg mogen slechts geopend worden:

          • overdag en gedurende de tijd die nodig is voor de handelingen waarvoor de opening vereist is;
          • met inachtneming van alle maatregelen om de veiligheid van de voorbijgangers te waarborgen; tijdens de openstelling zal de eigenaar de nodige materiële voorzieningen treffen of laten treffen, om ongevallen te voorkomen.

          Beide voorwaarden zijn cumulatief.

          artikel 134.         Onverminderd de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake stedenbouw is het verboden spandoeken, wimpels, vlaggen of antennes en parabolen op voorgevels van gebouwen of over de openbare weg te hangen zonder machtiging van het lokaal bestuur.

          Deze bepaling is niet van toepassing in geval van een vlaggenversiering en spandoeken waarvoor een algemene machtiging of een machtiging van het lokaal bestuur verkregen werd.

          artikel 135.         Onverminderd de bepalingen van het verkeersreglement mag geen enkel voorwerp, zelfs gedeeltelijk, de voorwerpen van openbaar nut waarvan de zichtbaarheid volledig moet verzekerd zijn, verbergen. Geen enkel voorwerp mag dus, ook al was dat maar gedeeltelijk, verkeerssignalisatie en deuren of ramen van gebouwen langs de openbare weg verbergen.

          Het is tevens verboden om tijdelijke signalisatieborden of nadarhekkens en dergelijke te verplaatsen of om hun doel te wijzigen door deze te verplaatsen, om te draaien of te verstoppen.

          artikel 136.         Opgeheven.

          Afdeling 4. Verplichting tot onderhoud van onroerende eigendommen – bouwvallige woningen.

          artikel 137.         De eigenaars, huurders, bewoners of verantwoordelijken van een gebouw, ieder volgens zijn wettelijke of contractuele verplichtingen, moeten zich ervan verzekeren dat het gebouw, inclusief de installaties en apparaten waarmee het uitgerust is, zich in perfecte staat bevindt van conservering, onderhoud en werking, teneinde de openbare veiligheid niet in het gedrang te brengen. Zij zijn verplicht de maatregelen uit te voeren zoals die worden opgelegd ten gevolge van een procedure gevoerd naar analogie van deze voorzien in afdeling 2 van hoofdstuk 2 van titel 2 van onderhavige politieverordening.

          Afdeling 5. Bijzondere bepalingen die in acht dienen te worden genomen bij sneeuw of vrieskou, ijs, ijzel.

          artikel 138.         De met sneeuw, ijs of ijzel bedekte voetpaden moeten vrijgemaakt of slipvrij gemaakt worden over twee derden van hun breedte, met een minimum van 1 m. Deze verplichting berust op de in artikel 8 vermelde personen.

          In straten en pleinen waar geen voetpad is aangelegd, dienen de in artikel 8 vermelde personen de verplichtingen opgenomen in dit artikel uit te voeren over een breedte van minimum 1 meter gemeten vanaf de gevel of vanaf de feitelijke rooilijn.

          De sneeuw moet aan de rand van het trottoir opgehoopt worden en mag niet op de rijweg gegooid worden. De rioolkolken en straatgoten moeten vrij blijven.

          artikel 139.         Het is verboden in de openbare ruimte:

          • water te gieten of te laten vloeien bij vriesweer;
          • glijbanen aan te leggen;
          • sneeuw of ijs te storten dat afkomstig is van privé-eigendommen.

          artikel 140.         Het strooien van zand of andere producten met het oog op het doen smelten van sneeuw of ijs op de treden van buitentrappen, op trottoirs of op de openbare weg, ontheft de personen die daartoe overgaan niet van hun verplichting tot onderhoud van trottoirs.

          artikel 141.         Het is verboden zich op het ijs te begeven van kanalen, vijvers, beken, grachten, waterbekkens en waterlopen, zonder toelating van de bevoegde autoriteiten.

          artikel 142.         Opgeheven.

          Afdeling 6. Het gebruik van gevels van gebouwen.

          artikel 143.         De gebruikers en bij gebreke van dezen de eigenaars van huizen en gebouwen die voor huisvestiging of voor de vestiging van een handel, nijverheid, industrie of bedrijf kunnen dienen, moeten deze huizen en gebouwen nummeren.

          Het toegewezen nummer dient te worden aangebracht hetzij op de naar de openbare weg gerichte gevel, of op de brievenbus wanneer deze dichter bij de weg staat. De nummers worden op zodanige wijze aangebracht dat zij vanaf de openbare weg zichtbaar en leesbaar zijn.

          Voor appartementsgebouwen moeten de in het eerste lid vermelde personen het eventueel toegekende bijkomende nummer op een zichtbare wijze op de brievenbus aanbrengen. Elk appartement moet op de ingangsdeur een nummer dragen dat overeenstemt met het nummer van de brievenbus.

          artikel 144.         De eigenaars, vruchtgebruikers, huurders, bewoners of om het even welke verantwoordelijken van een gebouw, dienen, zonder dat dit voor hen enige schadeloosstelling teweegbrengt, op de gevel of topgevel van hun gebouw, ook wanneer dit zich buiten de feitelijke rooilijn bevindt, en in dit geval eventueel langs de straatkant, het aanbrengen, onderhouden en vervangen toe te staan van:

          1°     een plaat met de aanduiding van de straatnaam van het gebouw;

          2°     alle verkeerstekens;

          3°     alsook tekens, uitrustingen, installaties, toestellen, en houders van leidingen, die van algemeen nut zijn.

          artikel 145.         Het is verboden de voormelde nummers, straatnaamborden, verkeerstekens, tekens, uitrustingen en houders van leidingen van algemeen nut te doen verdwijnen, te beschadigen, te bedekken, aan het gezicht te onttrekken of anderszins onleesbaar te maken, de bereikbaarheid ervan te bemoeilijken of onmogelijk te maken.

          artikel 146.         Opgeheven.

          Afdeling 7. Uitzetting.

          artikel 147.         Indien om welke reden dan ook een persoon uit het huis dat hij/zij bewoont, wordt gedreven en diens meubels op de openbare weg worden gezet, moet deze persoon ze op het moment van de uitzetting verwijderen. Bij in gebreke blijven van de eigenaar, zal het lokaal bestuur de goederen gedurende zes maanden bewaren. Zo de goederen na het verstrijken van die termijn van zes maanden door de eigenaar niet zijn opgeëist, worden ze eigendom van het lokaal bestuur.

          Het lokaal bestuur mag de kosten die zij gemaakt heeft voor het weghalen en bewaren van goederen aanrekenen aan de eigenaar of zijn rechthebbenden op basis van een daartoe toepasselijk belastings- of retributiereglement.

          Titel 4 – De openbare rust.

          Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen.

          Afdeling 1. Geluidsoverlast.

          artikel 148.         Kunnen gestraft worden met de respectievelijke straffen bepaald in het strafwetboek (art. 561,1° SWB) of met een administratieve sanctie zoals bepaald in artikel 217 van deze verordening, zij die zich schuldig maken aan nachtgerucht of nachtrumoer waardoor de rust van de inwoners kan worden verstoord en dit tussen 22u00 en 07u00.

          artikel 149.         Iedereen is verplicht zich zodanig te gedragen dat anderen niet meer dan noodzakelijk door geluid gehinderd worden. Elk gerucht of rumoer bij dag is verboden, wanneer het zonder noodzaak wordt veroorzaakt, wanneer het te wijten is aan een gebrek aan voorzorg en wanneer het van dien aard is dat de rust van de inwoners wordt verstoord en de veroorzaker hierop attent werd gemaakt.

          Afdeling 2. Mosquito’s

          artikel 149bis.    Het is verboden om toestellen te gebruiken die erop gericht zijn om door middel van geluid met hoge frequentie jongeren van een bepaalde plaats te verjagen. Toestellen gebruikt in strijd met bovenvermelde bepalingen, worden in beslag genomen en verbeurdverklaard.

          Afdeling 3. Niet-hinderlijk geluid

          artikel 150.         In beginsel wordt een geluid als niet-hinderlijk beschouwd wanneer het een gevolg is van (niet-limitatieve opsomming):

          • werken aan de openbare weg of voor het aanleggen van openbare nutsvoorzieningen, uitgevoerd met toestemming van de daartoe bevoegde overheid of in opdracht van die overheid;
          • werken die op werkdagen en zaterdagen aan private eigendommen worden uitgevoerd, waarvoor de bevoegde overheid een vergunning heeft verleend, en van verbeterings-, verbouwings- of onderhoudswerken aan dergelijke eigendommen die zonder vergunning kunnen worden uitgevoerd, en waarbij de nodige voorzorgen worden getroffen om overdreven of niet noodzakelijk lawaai te voorkomen;
          • werken of handelingen die dringend of zonder verder uitstel moeten worden uitgevoerd ter bescherming van personen of eigendommen, of ter voorkoming van rampen;
          • een door het lokaal bestuur vergunde manifestatie of activiteit, voor zover de in de vergunning opgelegde voorwaarden worden nageleefd;
          • spelende kinderen;
          • veldwerkzaamheden in het kader van land- en tuinbouwactiviteiten door land- en tuinbouwwerktuigen op het veld of het weghalen en aanleveren van veldproducten, met dien verstande dat bij nachtgerucht, het de normale uitoefening van het beroep betreft, in normale en gewone voorwaarden, dat de activiteiten noodwendig zijn en er redenen zijn waarom die bezigheid niet evengoed overdag kan uitgevoerd worden.

          Afdeling 4. Elektronisch versterkte en niet-elektronisch versterkte geluidsgolven.

          artikel 151.         Zonder de voorafgaande en schriftelijke toelating van het lokaal bestuur is verboden, het geven van stemopvoeringen, instrumentale of muzikale uitvoeringen, evenals in het algemeen het gebruik van geluidsversterkers, luidsprekers, muziekinstrumenten of andere geluidsinstallaties en dit in de openbare ruimte, alsmede buiten en binnen gebouwen wanneer de uitzending bestemd is om op de openbare weg gehoord te worden. Niettegenstaande de voormelde toelating, mag het geluid niet als hinderlijk kunnen worden beschouwd of geen aanleiding geven tot gerechtvaardigde klachten.

          Geen voorafgaande en schriftelijke toelating van het lokaal bestuur is nodig voor het maken van zachte sfeermuziek in winkel(wandel)straten, waarvan de geluidsemissies beperkt worden van 10 uur tot het wettelijke winkelsluitingsuur of in geval van een braderij tot het door het college van burgemeester en schepenen bepaalde einduur. Er mogen geen reclameboodschappen worden uitgezonden.

          artikel 152.         Een toelating van het lokaal bestuur is niet vereist voor de bij het eerste lid van vorig artikel genoemde opvoeringen en uitvoeringen, noch voor het gebruik van de bij het eerste lid van vorig artikel genoemde toestellen en instrumenten, en dit buiten de openbare ruimte, indien het geluid niet bestemd is om in de openbare ruimte gehoord te worden, doch het gebruik ervan is slechts toegelaten voor zover het geluid niet als hinderlijk kan worden beschouwd of voor zover het geen aanleiding geeft tot gerechtvaardigde klachten.

          artikel 153.         De bij het eerste lid van artikel 151 genoemde opvoeringen, uitvoeringen en het gebruik van de bij het eerste lid van artikel 151 genoemde toestellen en instrumenten is verboden binnen gebouwen wanneer zij ofwel buitenshuis kunnen worden gehoord en als hinderlijk kunnen worden beschouwd ofwel aanleiding geven tot gerechtvaardigde klachten.

          artikel 154.         Opgeheven.

          Hoofdstuk 2. Specifieke bepalingen.

          Afdeling 1. Inrichtingen die gewoonlijk voor het publiek toegankelijk zijn.

          artikel 155.         De bepalingen van onderhavige afdeling zijn van toepassing op voor het publiek toegankelijke inrichtingen, etablissementen, café-, cabaret-, restauranthouders en uitbaters van danszalen en in het algemeen degenen die wijn, bier of andere dranken verkopen.

          artikel 156.         Opgeheven.

          artikel 157.         §1. Het is verboden in openbare drankgelegenheden muziek te maken van 00u00 tot 10u00. Tijdens de weekeinden – van vrijdagavond tot maandagmorgen – geldt het verbod van 03u00 tot 10u00. De burgemeester bepaalt bij algemene of individuele maatregel de uitzonderingen op het voorgaande.

          §2. Onverminderd de strafbepalingen en maatregelen voorzien onder titel 6 van deze verordening, kan de politie bij vaststelling van uitbating van inrichtingen in strijd met §1:

          • de stopzetting van de muziek bevelen of de openbare plaatsen ontruimen om de openbare rust en orde te herstellen;
          • de muziekinstallaties of toestellen bedoeld voor de emissie van geluid, waarmee deze overtredingen gepleegd worden, in beslag nemen. In dat geval worden ze, op verzoek van de bezitter of eigenaar, teruggegeven aan de bezitter of eigenaar op de eerstvolgende werkdag tijdens de kantooruren.

          artikel 158.         De burgemeester kan de voor het publiek toegankelijke inrichtingen laten ontruimen en sluiten als wanorde of lawaai wordt vastgesteld die de openbare rust of de rust van de omwonenden kan storen.

          artikel 159.         Opgeheven.

          artikel 160.         Het is verboden voor uitbaters van de voor het publiek toegankelijke inrichtingen, op het moment dat de inrichting in gebruik is, de toegangsdeur slotvast te maken.

          artikel 161.         §1. Onverminderd de naleving van andere federale, regionale of lokale bepalingen van toepassing op de publiek toegankelijke inrichtingen, is de uitbater van een publiek toegankelijke inrichting verplicht, vooraleer de inrichting te openen, te voldoen aan alle maatregelen tot het voorkomen en bestrijden van brand, opgenomen in de Zonale Politieverordening Hulpverleningszone Rivierenland houdende maatregelen tot het voorkomen en bestrijden van brand in publiek toegankelijke inrichtingen. Deze verplichting geldt niet voor publiek toegankelijke inrichtingen waar een specifieke reglementering voor de brandveiligheid van toepassing is.

          §2. Onverminderd de strafbepalingen en maatregelen voorzien onder titel 6 van deze verordening, kan de politie bij vaststelling van uitbating van inrichtingen in strijd met de verplichtingen in §1 de inrichting onmiddellijk en ter plaatse sluiten.

          Afdeling 2. Alarmsystemen.

          artikel 162.         §1. De voertuigen die zich in de openbare ruimte of op private eigendommen bevinden en uitgerust zijn met een alarmsysteem, mogen in geen enkel geval nodeloos de buurt verstoren.

          §2. De respectievelijke gebruikers moeten bij het afgaan van een alarm zo spoedig mogelijk een eind stellen aan het geluid.

          §3. Wanneer de gebruiker niet opdaagt binnen de 30 minuten na het afgaan van het alarm, mogen de politiediensten de nodige maatregelen nemen om een einde te stellen aan deze hinder, op kosten en risico van de overtreder, op basis van een daartoe toepasselijk belastings- of retributiereglement.

          Afdeling 3. Dieren.

          artikel 163.         §1. Honden of andere dieren mogen geen abnormale hinder veroorzaken voor de buren door aanhoudend geblaf, geschreeuw, gekraai, gekrijs of ander aanhoudend geluid.

          §2. De burgemeester kan de politieambtenaren laten overgaan tot de inbeslagname van de betrokken dieren en de plaatsing van het dier op kosten van de eigenaar of de houder ervan in een dierenasiel, zo de eigenaar of de houder van de dieren na eerste waarschuwing geen passende maatregelen zou genomen hebben en de abnormale hinder zou aanhouden waarbij de openbare rust wordt verstoord.

          artikel 163/1.    Het is verboden om toestellen te gebruiken die erop gericht zijn om door middel van geluid met hoge frequentie dieren te verjagen. Toestellen gebruikt in strijd met bovenvermelde bepalingen, worden in beslag genomen. Deze bepaling is niet van toepassing op ingebouwde systemen in voertuigen die als doel hebben schadelijke dieren (bv. marters) te weren.

          artikel 163/2.    In het belang van de openbare orde en om twisten te voorkomen is het in de periode van 1 april tot en met de laatste zondag van oktober verboden op zaterdagen, zondagen en feestdagen waarop duivenwedstrijden plaats hebben, duiven die niet aan wedstrijden deelnemen, te laten uitvliegen tussen 07u00 en 17u00.

          artikel 163/3.      Rond het tijdstip dat de aan een wedstrijd deelnemende duiven ingewacht worden, is het verboden in de nabijheid van de hokken lawaai te maken of enige handeling te stellen van aard om de aankomende duiven af te schrikken.

          Afdeling 4. Geluidsgolven vanuit voertuigen.

          artikel 164.         Het is de bestuurder van een voertuig verboden elektronisch versterkte muziek die hoorbaar is buiten het voertuig te produceren of toe te laten dat dergelijke muziek wordt geproduceerd. De overtredingen tegen deze bepaling, die aan boord van voertuigen worden begaan, worden verondersteld door de persoon op wiens naam het voertuig staat ingeschreven te zijn begaan, tot bewijs van het tegendeel.

          Afdeling 5. Vuurwerk, feest- en kanongeschut.

          artikel 165.         §1. Het is zowel op de openbare weg als op private plaatsen verboden vuurwerk af te steken, carbuurkanonnen of feestgeschut af te vuren, voetzoekers, thunderflashes, knal- en rookbussen te laten ontploffen of kanonschoten te lossen.

          §2. Bovenstaande bepaling is niet van toepassing voor professionele gebruikers in het kader van vooraf vergunde evenementen.

          artikel 165bis.   §1. In de periode van 1 november tot en met 31 januari van het daaropvolgende jaar is het zichtbaar bezit, het tonen, uitstallen en elke voorbereidende handeling voor het ontsteken of doen knallen van pyrotechnische artikelen, van welke aard dan ook, in de openbare ruimte verboden.

          §2. Het is verboden om ontploffend vuurwerk of meer dan de wettelijk toegelaten hoeveelheid feest- en seinvuurwerk bij te hebben. Personen mogen nooit in het bezit zijn van pyrotechnische artikelen wanneer deze wettelijk niet aan hen verkocht mogen worden.

          §3. Bovenstaande bepalingen zijn niet van toepassing voor professionele gebruikers in het kader van vooraf vergunde evenementen.

          artikel 166.         Opgeheven.

          artikel 167.         Vuurwerk, carbuurkanonnen, feestgeschut, voetzoekers, thunderflashes, knal- en rookbussen of andere voorwerpen die aangetroffen of gebruikt worden of kennelijk bedoeld zijn om gebruikt te worden in strijd met bovenvermelde bepalingen, worden in beslag genomen en vernietigd.

          Afdeling 6. Gebruik van machines die door een motor worden aangedreven.

          artikel 168.         Het gebruik van grasmaaimachines, houtzagen, hakselaars, bosmaaiers en andere machines aangedreven door een motor, is alleen toegestaan tussen 07u00 en 22u00. Op zondagen en wettelijke feestdagen is het gebruik van dergelijke machines verboden.

          Deze afdeling is niet van toepassing voor de normale exploitatie van land- en tuinbouwactiviteiten.

          Afdeling 7. Toestellen voor recreatief gebruik.

          artikel 169.         Behoudens voorafgaandelijke machtiging van de burgemeester, is het verboden in de openbare ruimte, bezig te zijn met op afstand bestuurde modelvliegtuigen, -boten of –wagens of andere met motoren aangedreven speeltuigen en experimenteertuigen waarvan het voortgebrachte geluid de openbare rust verstoort.

          Afdeling 8. Afstelling van motoren.

          artikel 170.         Het is verboden in de openbare ruimte over te gaan tot de luidruchtige afstelling van motoren, ongeacht hun vermogen.

          Afdeling 9. Luchtdrukkanonnen.

          artikel 171.                 Het gebruik van al dan niet volautomatische vogelschrikkanonnen of gelijksoortige toestellen, met inbegrip van toestellen die, al dan niet elektronisch versterkt, het geluid laten horen van krijsende vogels, om vogels te verjagen ter bescherming van de akkerbouw, tuinbouw en fruitteelt, is alleen toegestaan na schriftelijke machtiging van de burgemeester. De aanvraag moet gemotiveerd worden en moet de beoordeling van de mogelijke hinder van de installatie mogelijk maken. Combinatie met andere technieken moet in de aanvraag weergegeven worden.

          artikel 172.         Luchtdrukkanonnen mogen in beginsel enkel opgesteld worden op een afstand van meer dan 100 meter van een woongebied zoals bepaald in de ontwerpgewestplannen of gewestplannen en/of andere plannen van aanleg of RUP’s en/of op een afstand van meer dan 100 meter van een woning en/of op een afstand van meer dan 50 meter van de openbare weg.

          artikel 173.         Het gebruik van luchtdrukkanonnen is verboden tussen 22u00 en 07u00, alsook na zonsondergang en voor zonsopgang. Op gemotiveerd verzoek kan in de machtiging een ingekorte verbodsperiode worden bepaald.

          artikel 174.         De machtiging kan uitsluitend voor een duur van 2 maanden worden toegestaan en kan ambtshalve 2 keer stilzwijgend verlengd worden bij gunstige evaluatie. De toelating kan worden geschorst of ingetrokken indien een overtreding van dit artikel of overmatige hinder wordt vastgesteld.

          artikel 175.         Het kanon mag niet meer dan 6 knallen per uur per ha produceren.

          artikel 176.         De opening van het kanon moet steeds in de meest gunstige richting geplaatst worden ten aanzien van hindergevoelige plaatsen of gebieden, zoals omschreven in artikel 172.

          artikel 177.         Opgeheven.

          Afdeling 10. Laden en lossen - verhuizingen.

          artikel 178.         Opgeheven.

          artikel 179.         Er mogen geen verhuizingen plaatshebben tussen 22u00 en 7u00, behoudens een schriftelijke machtiging van de burgemeester.

          artikel 180.         Opgeheven.

          Afdeling 11. Erediensten.

          artikel 181.         Het is verboden tijdens erediensten in de omgeving van plaatsen welke bestemd zijn of gewoonlijk dienen voor de eredienst, gerucht te maken of daden te stellen die storend zouden zijn voor de uitoefening van de kerkelijke diensten of de bijwoning ervan.

          artikel 182.         Opgeheven.

          Titel 5 – Diverse bepalingen.

          Hoofdstuk 1. Ambulante handel.

          artikel 183.         Ambulante activiteiten uitgeoefend op andere plaatsen dan op de openbare markten, openbare weg of ten huize van de consument vallen onder toepassing van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening van ambulante activiteiten en organisatie van openbare markten en de latere wijzigingen.

          artikel 184.         Personen die hun beroep uitoefenen op de ingenomen staanplaatsen, mogen er hun aanwezigheid niet aankondigen door geroepen of gesproken boodschappen of met andere middelen op een wijze die de openbare orde of rust verstoort.

          artikel 185.         De handelaars die hun activiteit met behulp van een voertuig uitoefenen, mogen de openbare veiligheid en de vlotte doorgang, de openbare rust, netheid en gezondheid niet in het gedrang brengen.

          Deze handelaars mogen, om het cliënteel van hun komst te verwittigen, geen gebruik maken van geluidsmiddelen die de openbare rust kunnen verstoren.

          artikel 186.         Het is verboden ambulante activiteiten uit te oefenen:

          a)      op markten, buiten de toepassing van het marktreglement;

          b)     op plaatsen waardoor de openbare orde, de openbare rust of de openbare veiligheid kan worden verstoord.

          artikel 187.         Zonder de voorafgaande en schriftelijke toelating van de burgemeester is het verboden ambulante activiteiten uit te oefenen:

          a)   van 22u00 tot 6u00 op de openbare weg en op andere toegelaten openbare plaatsen;

          b)   op de openbare weg en op andere openbare plaatsen waar evenementen, zoals kermissen, rommelmarkten, stoeten, processies, optochten, braderijen, ... plaatsvinden, alsook in de onmiddellijke omgeving ervan en dit tijdens de uren van het gebeuren;

          c)    in de onmiddellijke omgeving van voetbalvelden tijdens de dagen dat een wedstrijd plaatsvindt.

          artikel 188.         Opgeheven.

          Hoofdstuk 2. Overnachten en kamperen – organisatie van kermissen en circussen.

          artikel 189.         Behoudens vergunning vanwege het lokaal bestuur, is het verboden op het hele grondgebied van de gemeente en op iedere plaats van de openbare ruimte langer dan 24 uur achtereen te verblijven of te slapen in een tent, wagen, een caravan of een daartoe ingericht voertuig, of er te kamperen.

          Het is eveneens verboden meer dan 48 uur achtereen op een privéterrein te verblijven in een mobiel onderkomen zoals een woon- en aanhangwagen, een caravan of een mobilhome, behoudens vergunning.

          artikel 190.         Het is verboden:

          1. een kermis of circusvoorstelling te organiseren of zich als foorkramer te vestigen op een voor het publiek toegankelijk privaat terrein zonder vergunning van de bevoegde overheid;
          2. een kermis- of circusattractie te installeren of de installatie ervan op te slaan buiten de voorziene plaatsen en data voor iedere kermis, foor of circus, alsook in de gevallen dat de overheid de intrekking van de concessie of de vergunning beveelt;
          3. voor de uitbaters hun voertuigen elders te plaatsen dan op de door het bestuur aangeduide plaatsen.

          De kermis- en circusattracties en de voertuigen geplaatst in overtreding met onderhavige bepaling moeten verplaatst worden bij het eerste politiebevel.

          Circusexploitanten die het dierenwelzijn niet garanderen, verliezen onmiddellijk hun vergunning.

          artikel 191.         Opgeheven.

          artikel 192.         De kermis- en circusexploitanten en woonwagenbewoners zijn verplicht:

          • de plaats rond en onder de wagen zuiver te houden;
          • zich van hun afval op wettige wijze te ontdoen;
          • een doorgang van ten minste vier meter tussen de wagens te laten, die moeten toelaten eventuele tussenkomsten van de hulpverleners mogelijk te maken.

          artikel 193.         Opgeheven.

          Hoofdstuk 3. Markten.

          artikel 194.         De openbare markten worden alleen door het lokaal bestuur ingericht. De specifieke regelgeving inzake de organisatie van de openbare markten wordt door het lokaal bestuur vastgelegd in een marktreglement.

          artikel 194bis.   Iedereen, die toelating kreeg om op de markt te staan, draagt op een positieve manier bij tot het vlot verloop van de markt en vermijdt hinder.

          artikel 194ter.  De standplaatshouder neemt alle voorzorgen opdat de opstelling van de kramen en het lossen van de waren gebeurt zonder lawaai -of milieuhinder. Zij zorgen ervoor dat de doorgang voor de hulpdiensten altijd vrij blijft.

          artikel 194quater.          Elke deelnemer neemt de gepaste maatregelen om zijn plaats zuiver achter te laten. Hij neemt rondslingerend papier en vuil mee.

          artikel 194quinquies.    §1. Bij verontreiniging of beschadiging van het voetpad of de rijweg worden de herstellingskosten en/of reinigingskosten aangerekend aan de marktkramer.

          §2. Iedere marktkramer die een standplaats toegewezen kreeg, houdt steeds een vrije doorgang van tenminste 4 meter tussen de rijen kramen voor de grotere voertuigen van de hulpdiensten.

          artikel 194sexies.           De marktkramer gaat niet met waren rond of plaatst zich niet midden op de rijweg/marktgang.

          artikel 194septies.         Het gebruik van pinnen in de grond of enig andere voorwerpen is niet toegelaten.

          artikel 194octies.            De marktkramer brengt geen schilderingen op het wegdek aan.

          artikel 194novies.           De waren worden op een kraam gelegd met een minimumhoogte van 50 cm, met uitzondering van groenten, fruit en andere bederfbare voedingswaren, die op basis van artikel 123 op minstens 70 cm hoogte dienen uitgestald te worden. Alleen plantgoed mag op de grond staan.

          artikel 194decies.           Geluidsinstallaties mogen enkel gebruikt worden door kramers die platen, cassettes, cd’s en DVD’s verkopen. Zij houden zich aan de bepalingen inzake geluidsoverlast, zoals opgenomen in voorliggende algemene bestuurlijke politieverordening.

          artikel 194undecies.      De marktkramers reinigen het voetpad en de rijweg volledig van alle dierlijke en plantaardige vetten en van alle kruiden.

          artikel 194duodecies.    §1. De marktkramers zijn verantwoordelijk voor de gastoestellen die zij gebruiken. Zij leven de wettelijke voorschriften en de voorschriften van de fabrikant na en zorgen ervoor dat de afsluitkranen van de gasflessen steeds bereikbaar zijn.

          §2. Volgende brandweervoorschriften zijn van toepassing:

          1. Het maken van vuur door middel van vaste, vloeibare of gasvormige brandstoffen en het gebruik van gassen in de openbare ruimte is verbodenVoor handels-, ambachtelijke en private doeleinden kan afwijking van dit artikel bekomen worden, mits voorafgaande toestemming van de burgemeester.
          2. Het door de burgemeester gemachtigd gebruik in de openbare ruimte van gasvormige brandstof in vervoerbare recipiënten is onder meer aan volgende voorwaarden onderworpen:
            • de gebruikte recipiënten moeten voldoen aan de bepalingen van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (ARAB);
            • ontspanners, leidingen, branders en toebehoren moeten van het goedgekeurde type zijn;
            • een zone rond de gasflessen wordt steeds afgeschermd voor het publiek. In die zone is het verboden ontvlambare vloeistoffen en brandbaar materiaal op te slaan, te roken of open vuur te maken. De aanduiding van het verbod op vuur moet gebeuren overeenkomstig de bepalingen inzake veiligheidssignalering van het ARAB, en volgens Titel 6 betreffende de veiligheids- en gezondheidssignalering van boek III van de codex;
            • de plaats waar gasflessen opgesteld zijn, bevindt zich in open lucht op hetzelfde niveau als de directe omgeving - niet bij kelderopeningen, putten en dergelijke;
            • de gasflessen moeten afgeschermd zijn door een kast die aan twee, tegenover elkaar gelegen zijden open is, zodat een goede natuurlijke ventilatie steeds gewaarborgd blijft en het gevaar op ingeslo­ten gasmengsels uitgesloten is;
            • de gasflessen moeten opgesteld worden op een stabiele en vuurvaste ondergrond, waarbij voorzorgen zijn genomen tegen het omvervallen. Zij moeten beschut zijn tegen de inwerking van zonnestralen en warmtebronnen;
            • nabij de gasopslag moet minimum één blusapparaat voorzien zijn met een minimale inhoud van 6 kg ABC-poeder of gelijkwaardig (= zelfde bluseenheid) conform S21EN3. Dit toestel moet jaarlijks gekeurd te worden door een erkend organisme;
            • er dient naar gestreefd te worden om de kramen waarin gasflessen worden gebruikt, op een afstand van minimum 4 m te plaatsen;
            • de marktkramers die tussen de vier meter en de tien meter staan van de bebouwing mogen slechts één gasfles van maximaal 25 liter waterinhoud voor bakken en braden in hun kraam hebben;
            • de marktkramers die op minstens tien meter van de bebouwing staan mogen tot de maximale hoeveelheid gas voor bakken en braden gebruiken;
            • de marktkramers mogen slechts de voor de markt benodigde hoeveelheid gasflessen meebrengen met een maximale totale waterinhoud van 280 liter.

          3. Er zal jaarlijks controle gedaan worden door de brandweer.

          §3. De burgemeester kan steeds bijkomende veiligheidsvoorschriften opleggen.

          Hoofdstuk 4. Vergunning Horeca Inrichting.

          artikel 195.         Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

          vaste horeca inrichting: elke plaats of lokaliteit waar voeding en/of drank van welke aard ook voor gebruik ter plaatse wordt verkocht of (gratis) verstrekt;

          occasionele horeca inrichting: de vooraf als dusdanig aangegeven drankgelegenheid die, naar aanleiding van om het even welke gebeurtenis van voorbijgaande aard, ten hoogste tienmaal per jaar en telkens voor niet langer van vijftien opeenvolgende dagen worden gehouden. Drankgelegenheden gehouden op tentoonstellingen en op jaarbeurzen worden geacht occasionele horeca inrichtingen te zijn, voor de gehele duur van de tentoonstelling of jaarbeurs, ongeacht de hoedanigheid van de exploitant;

          exploitant: de natuurlijke persoon of de personen, de feitelijke vereniging, of de rechtspersoon, ongeacht hun eventuele hoedanigheid van handelaar, die in enige hoedanigheid en/of voor eigen rekening en risico, een werkzaamheid uitoefent die erin bestaat of er mede in bestaat een horecazaak te exploiteren. Ook uitbater genoemd. Met exploiteren wordt ook bedoeld het openen, het heropenen, de overname en de aanpassing van een horecazaak.

          artikel 196.         §1. De opening en uitbating van een vaste horeca inrichting is onderworpen aan een voorafgaandelijke en schriftelijke uitbatingsvergunning vanwege de burgemeester. Voor de vaste horeca-inrichtingen die bestaan op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze afdeling, moet de uitbater uiterlijk binnen een periode van 12 maanden na de inwerkingtreding van deze afdeling een uitbatingsvergunning aanvragen. De aanvraag geldt als tijdelijke uitbatingsvergunning tot de definitieve vergunning wordt verleend of geweigerd.

          Onverminderd de naleving van andere federale, regionale of lokale bepalingen van toepassing op de publiek toegankelijke inrichtingen zijn occasionele horeca-inrichtingen van dergelijke vergunningsplicht vrijgesteld.

          §2. Onverminderd de strafbepalingen en maatregelen voorzien onder titel 6 van deze verordening, kan de politie bij vaststelling van uitbating van inrichtingen in strijd met de verplichtingen in §1 de inrichting onmiddellijk en ter plaatse sluiten.

          artikel 197.         De uitbatingsvergunning kan enkel worden verleend na een administratief onderzoek dat volgende componenten bevat (indien deze zijn vereist volgens de van toepassing zijnde wetgeving):

          1. een onderzoek naar de naleving van de hygiëne-eisen zoals bepaald in het Koninklijk besluit van 3 april 1953 tot samenordening van de wetsbepalingen inzake de slijterijen van gegiste dranken en in de wet van 28 december 1983 betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank en hun uitvoeringsbesluiten. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door een expert;
          2. een onderzoek naar de naleving van de verzekeringsverplichtingen zoals omschreven door de wet betreffende de preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen;
          3. een onderzoek naar de naleving van de brandveiligheidsvoorschriften zoals omschreven in de Politieverordening Hulpverleningszone Rivierenland houdende maatregelen tot het voorkomen en bestrijden van brand in publiek toegankelijke inrichtingen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de brandweer;
          4. een onderzoek naar de naleving van de geldende stedenbouwkundige en milieuvoorwaarden en het beschikken over de benodigde vergunningen, zowel op gemeentelijk als op Vlaams en federaal niveau. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de afdeling omgeving;
          5. een onderzoek naar de mogelijke verstoring van de openbare orde, veiligheid en rust door de horeca-inrichting en naar eventuele aanbevelingen om deze verstoring te voorkomen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de lokale politie;
          6. een onderzoek naar de vestigingsformaliteiten als ondernemer (inclusief beroepskaart) of enige andere vergunning die wettelijk voorgeschreven is;
          7. een onderzoek naar de betaling van alle verschuldigde gemeentefacturen en aanslagbiljetten, van welke aard ook, die betrekking hebben op de inrichting en de exploitant. Indien de exploitant een rechtspersoon is, wordt het financieel onderzoek uitgevoerd op de organen van de exploitant en/of de vertegenwoordigers. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de financiële dienst;
          8. een moraliteitsonderzoek: dit onderzoek wordt verricht door de lokale politie en bestaat uit:
            • een onderzoek naar vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, of eenvoudige schuldverklaring, voor inbreuken op de zedelijkheid voor het exploiteren van een drankgelegenheid zoals bepaald in het Koninklijk besluit van 3 april 1953 tot samenordening van de wetsbepalingen inzake de slijterijen van gegiste dranken en in de wet van 28 december 1983 betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank;
            • een onderzoek naar vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, of eenvoudige schuldverklaring, voor inbreuken op de mensenhandel, zoals bedoeld in  hoofdstuk III ter van Titel VIII  van boek II van het Strafwetboek; 
            • een onderzoek naar recente – tijdens de drie voorgaande jaren - vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, of eenvoudige schuldverklaring,  voor inbreuken op de wet op het racisme en/of de xenofobie en/of tegen de drugswetgeving en/of wegens daden van weerspannigheid ten overstaan van politie of andere overheidsdiensten;
            • een onderzoek of er ernstige aanwijzingen zijn van fraude;
            • een onderzoek of er ernstige aanwijzingen voorhanden zijn dat in de private doch voor het publiek toegankelijke plaats, herhaaldelijk illegale activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op de verkoop, de aflevering of het vergemakkelijken van het gebruik van gifstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, psychotrope stoffen, antiseptica of stoffen die gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, waardoor de openbare veiligheid en rust in het gedrang komt;
            • een onderzoek naar vaststellingen van en veroordelingen voor inbreuken op wettelijke verplichtingen die verband houden met of naar aanleiding van de exploitatie, zoals de niet naleving van vestigingsvoorwaarden, persoonsgebonden beroepsuitoefeningsvoorwaarden (o.m. leeftijd, verblijfskaart, beroepskaart, leurderkaart, arbeidskaart), administratieve verplichtingen t.a.v. de Kruispuntbank van Ondernemingen, sociaal- en arbeidsrechtelijke verplichtingen van de personen die op enigerlei wijze deelnemen aan de exploitatie (o.m. aangifte en bijdrageplicht sociale zekerheid),  boekhoudkundige en fiscale verplichtingen, vennootschapsrechtelijke verplichtingen, vergunningen, erkenningen en toelatingen met betrekking tot de beroepsuitoefening, de regelgeving met betrekking tot de openingsuren, voedselveiligheid, rookverbod, vzw’s e.a.

          Dit moraliteitsonderzoek wordt, al naargelang het geval, uitgevoerd op de voor het publiek toegankelijke plaats, op de exploitant, op de organen en/of vertegenwoordigers van de exploitant en op de natuurlijke personen die in feite belast zijn met de exploitatie. Deze personen dienen meerderjarig te zijn en een uittreksel uit het strafregister voor te leggen van het land van de woonplaats of een hieraan gelijkwaardig document, desgevallend behoorlijk beëdigd vertaald.

          Voor andere personen die in welke hoedanigheid ook, deelnemen of zullen deelnemen aan de exploitatie van de instelling, dient de exploitant te verklaren dat niemand van hen valt onder de hierboven vermelde weigeringsgronden. Alle voormelde personen dienen het bewijs te leveren van hun identiteitsgegevens, met inbegrip van een officiële woonplaats.

          De burgemeester kan steeds alle nuttige inlichtingen inwinnen bij de politie en/of parket en beslist discretionair of het resultaat van het moraliteitsonderzoek zwaarwichtig genoeg is om de vergunning al dan niet te weigeren en/of in te trekken waarbij hij steeds het gevaar voor de openbare orde voor ogen zal houden.

          artikel 197/1.    In het kader van de aanvraag, gedurende het voorafgaandelijk administratief onderzoek en gedurende de uitbating kan het lokaal bestuur bepalen dat nader te bepalen documenten en inlichtingen overhandigd moeten worden.

          artikel 197/2.    De burgemeester weigert de uitbatingsvergunning als:

          • niet voldaan is aan de wettelijke of reglementaire bepalingen en voorwaarden van toepassing op de inrichting;
          • controle door de ambtenaar van het lokaal bestuur en/of de politie wordt verhinderd;
          • de aanvraag onjuiste gegevens bevat;
          • de openbare orde, de openbare rust en/of de openbare gezondheid gevaar loopt.

          artikel 197/3.    §1. De uitbatingsvergunning is geldig vanaf de ondertekening van de uitbatingsvergunning door de burgemeester.

          §2. Deze politieverordening en in het bijzonder de voorwaarden vermeld in art. 179 dienen nageleefd te worden zolang de uitbating duurt. 

          §3. De burgemeester kan beslissen om de uitbatingsvergunning te beperken in de tijd en/of bepaalde voorwaarden te koppelen aan de uitbatingsvergunning, afhankelijk van de specifieke omstandigheden, zoals de aard of de ligging van de horecazaak. Bijzondere voorwaarden kunnen onder meer zijn: de verplichte installatie van één of meerdere bewakingscamera’s, de inzet van bewakingsagenten, etc.

          artikel 197/4.    §1. De uitbatingsvergunning wordt afgeleverd aan een exploitant voor een welbepaalde vestigingseenheid. De vergunning kan niet worden overgedragen aan een andere exploitant of naar een andere vestigingseenheid. Bij iedere wijziging van locatie of wijziging met betrekking tot de uitbater dient er een nieuwe uitbatingsvergunning te worden aangevraagd.

          §2. In afwijking op §1 van dit artikel is er geen nieuwe aanvraag vereist indien:

          • een exploitant reeds over een uitbatingsvergunning beschikt en zijn uitbating wijzigt onder de vorm van natuurlijk persoon tot uitbating onder de vorm van vennootschap of in omgekeerde volgorde op dezelfde locatie;
          • de exploitant reeds over een uitbatingsvergunning beschikt en louter het bestuursorgaan van de rechtspersoon wijzigt. In dit laatste geval moet wel een nieuw uittreksel uit het strafregister ingediend worden;
          • enkel de naam van horecazaak wijzigt. In dit geval volstaat het om dit aan de bevoegde dienst te melden.

          Bij andere wijzigingen is een nieuwe uitbatingsvergunning vereist, waarvoor een volledig nieuwe aanvraag moet worden ingediend.

          §3. De exploitant is verplicht te melden aan de burgemeester wanneer zijn horeca inrichting definitief sluit. De exploitant is tevens verplicht alle wijzigingen in de instelling die een verandering uitmaken ten opzichte van de veiligheid, en alle wijzigingen van gegevens opgegeven in de aanvraag, met inbegrip van elke bestemmingswijziging, onmiddellijk schriftelijk te melden aan de burgemeester.

          artikel 197/5.    De uitbatingsvergunning vervalt van rechtswege:

          • op het moment dat de exploitatie van de inrichting voor een periode van langer dan zes maanden feitelijk is onderbroken;
          • in geval van faillissement;
          • in geval van een veroordeling tot gerechtelijke sluiting;
          • in geval van een gerechtelijk beroepsverbod voor de exploitant, een rechtspersoon of één van zijn organen;
          • in geval van ontbinding van de rechtspersoon;
          • in geval van schrapping of stopzetting van de exploitant of van de betrokken vestiging die blijkt uit de gegevens van de Kruispuntbank van Ondernemingen.

          artikel 197/6.    §1. De vergunning moet steeds aanwezig zijn in de zaak en zichtbaar worden aangebracht aan de inrichting, zodat ze leesbaar is vanop de openbare ruimte. De vergunning dient steeds op eerste verzoek van de politie of de controlerend ambtenaar ter inzage worden voorgelegd.

          §2. Onverminderd de strafbepalingen en maatregelen voorzien onder titel 6 van deze verordening, kan de politie bij vaststelling van uitbating zonder uitbatingsvergunning de inrichting onmiddellijk en ter plaatse sluiten.

          Hoofdstuk 5. Private bureaus voor telecommunicatie

          artikel 198.         Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

          uitbater: de natuurlijke persoon of rechtspersoon voor wiens rekening en risico het private bureau voor telecommunicatie wordt uitgebaat;

          vestigingseenheid: een plaats die men geografisch gezien kan identificeren door een adres, die voor de consument toegankelijk is en waar activiteiten waarop de Wet van 10 november 2006 van toepassing is, uitgeoefend worden;

          privaat bureau voor telecommunicatie: voor het publiek toegankelijke ruimte of inrichting voor de tijdelijke beschikbaarstelling van eindapparatuur waarmee tegen betaling een elektronische communicatienetwerk of -dienst ter plaatse kan worden gebruikt zonder contractuele betrekking met de leverancier van het netwerk of de dienst;

          vestigingsvergunning: voorafgaande vergunning voor het vestigen van een privaat bureau voor telecommunicatie verleend door het college van burgemeester en schepenen zoals omschreven in artikel 18§1 van de Wet van 10 november 2006;

          uitbatingsvergunning: vergunning voor het uitbaten van een privaat bureau voor telecommunicatie verleend door de burgemeester nadat voldaan is aan een aantal uitbatingsvoorwaarden.

          [Gewijzigd gemeenteraad 15-12-2025, inwerkingtreding 01-01-2026]

          artikel 199.         Dit is van toepassing op alle nieuw te openen en bestaande vestigingseenheden op het grondgebied van de gemeente die, rekening houdend met de begripsomschrijving van artikel 198, worden beschouwd als een privaat bureau voor telecommunicatie.

          [Gewijzigd gemeenteraad 15-12-2025, inwerkingtreding 01-01-2026]

          artikel 200.         §1. In afwijking van artikel 6,d) van de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlenging, wordt de toegang van de consument tot private bureaus voor telecommunicatie verboden:

          • voor 18u00 en na 01u00 van zondag tot en met donderdag en
          • voor 18u00 en na 02u00 op vrijdag en zaterdag.

          §2. De burgemeester heeft de mogelijkheid om andere openingsuren vast te stellen.

          §3. Bij het overtreden van deze openingsuren gelden de strafbepalingen zoals voorzien in artikelen 19 tot en met 22 van de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening.

          [Gewijzigd gemeenteraad 15-12-2025, inwerkingtreding 01-01-2026]

          artikel 201.         §1. De vestiging van een privaat bureau voor telecommunicatie is onderworpen aan een voorafgaande vestigingsvergunning verleend door het college van burgemeester en schepenen.

          §2. Deze voorafgaande vestigingsvergunning is niet vereist:

          1. bij wijziging van zaakvoerder van een bestaand privaat bureau voor telecommunicatie voor een uitbating op eenzelfde locatie.
          2. bij wijziging van uitbating onder de vorm van natuurlijk persoon tot uitbating onder de vorm van vennootschap of in omgekeerde volgorde in hoofde van dezelfde uitbater op dezelfde locatie.

          §3. Voor het verkrijgen van een vestigingsvergunning dient de uitbater een schriftelijke aanvraag in bij het college van burgemeester en schepenen aan de hand van een daartoe voorzien aanvraagformulier overeenkomstig de bepalingen opgenomen op de gemeentelijke website.

          §4. De vestigingsvergunning wordt afgeleverd aan een exploitant voor een welbepaalde vestigingseenheid. De vergunning kan niet worden overgedragen naar een andere vestigingseenheid.

          [Gewijzigd gemeenteraad 15-12-2025, inwerkingtreding 01-01-2026]

          artikel 202.         Het college van burgemeester en schepenen kan de vergunning voor de vestiging van een privaat bureau voor telecommunicatie weigeren op grond van:

          • De ruimtelijke ligging van de handelszaak

          Er wordt geen vergunning voor de vestiging van een privaat bureau voor telecommunicatie verleend:

            • als er binnen een straal van 50 meter, gemeten vanaf de toegangsdeur, geen openbare parkeergelegenheid is, om reden van het vermijden van chaotisch parkeren en geluidshinder voor draaiende motoren.
            • als er binnen een straal van 500 meter, gemeten vanaf de toegangsdeur, al een privaat bureau voor telecommunicatie, een nachtwinkel, een openbare drankgelegenheid of een openbare verkoopplaats van dranken gevestigd is.

          Hiermee wordt betracht een overmatige belasting van een buurt door de verstoring van de openbare orde, veiligheid en rust ten gevolge van een in dit reglement omschreven uitbating, te vermijden.

          Onverminderd de bovenstaande afbakening van zones geldt zowel binnen als buiten deze gebieden dat het aantal vestigingen van private bureaus voor telecommunicatie de ruimtelijke draagkracht van het gebied niet mag overschrijden.  

          • De handhaving van de openbare orde, veiligheid en rust

          Hiervoor baseert het college van burgemeester en schepenen zich op een advies van de politiediensten met betrekking tot de mogelijke verstoring van de openbare orde, veiligheid en rust door deze handelszaak en tot eventuele aanbevelingen om deze verstoring te voorkomen.

          [Gewijzigd gemeenteraad 15-12-2025, inwerkingtreding 01-01-2026]

          artikel 202bis.   De vestigingsvergunning vervalt van rechtswege:

          • in geval dat de exploitatie van de inrichting voor een periode van langer dan zes maanden feitelijk is onderbroken;
          • in geval van faillissement;
          • in geval van een veroordeling tot gerechtelijke sluiting;
          • in geval van een gerechtelijk beroepsverbod voor de exploitant, een rechtspersoon of één van zijn organen;
          • in geval van ontbinding van de rechtspersoon;
          • in geval van schrapping of stopzetting van de exploitant of van de betrokken vestiging die blijkt uit de gegevens van de Kruispuntbank van Ondernemingen;
          • in geval binnen de maand na het toekennen van de vestigingsvergunning geen aanvraag werd gedaan voor het bekomen van een uitbatingsvergunning;
          • in geval de uitbatingsvergunning voor het pand waarvoor een vestigingsvergunning werd aangevraagd wordt geweigerd en/of geschorst en/of ingetrokken en/of de instelling wordt gesloten.

          artikel 203.         Voor elke uitbating van een privaat bureau voor telecommunicatie zoals bedoeld in artikel 198 van deze afdeling, moet de uitbater schriftelijk een uitbatingsvergunning aanvragen bij de burgemeester door middel van een aanvraagformulier, overeenkomstig de bepalingen opgenomen op de gemeentelijke website.

          [Gewijzigd gemeenteraad 15-12-2025, inwerkingtreding 01-01-2026]

          artikel 204.         Voor alle private bureaus voor telecommunicatie die worden opgericht moet de uitbater in alle gevallen een vestigingsvergunning kunnen voorleggen, voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot uitbatingsvergunning.

          [Gewijzigd gemeenteraad 15-12-2025, inwerkingtreding 01-01-2026]

          artikel 205.         Opgeheven.

          artikel 206.         De uitbatingsvergunning wordt verleend door de burgemeester en kan enkel worden verleend na een administratief onderzoek dat bestaat uit:

          • een brandveiligheidsonderzoek: een onderzoek of de vestigingseenheid waar de handelsactiviteit wordt uitgeoefend, voldoet aan de minimumnormen inzake brandpreventie zoals omschreven in de Politieverordening Hulpverleningszone Rivierenland houdende maatregelen tot het voorkomen en bestrijden van brand in publiek toegankelijke inrichtingen, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 7 september 2017. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de brandweer.
          • een onderzoek naar de naleving van de verzekeringsverplichtingen zoals omschreven door de wet betreffende de preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen.
          • een financieel onderzoek: een onderzoek naar de betaling van alle verschuldigde facturen en aanslagbiljetten, van welke aard ook, die betrekking hebben op de vestigingseenheid en de uitbater. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de financiële dienst van de betrokken gemeente. Het financieel onderzoek wordt uitgevoerd op de exploitant. Indien de exploitant een rechtspersoon is, wordt het financieel onderzoek uitgevoerd op de organen van de exploitant en/of de vertegenwoordigers.
          • een stedenbouwkundig onderzoek: een onderzoek naar de stedenbouwkundige- en milieuvoorwaarden en het beschikken over de benodigde vergunningen, zowel op gemeentelijk als op Vlaams en federaal niveau.   
          • een moraliteitsonderzoek: het onderzoek wordt verricht door de lokale politie en bestaat uit:
            • een onderzoek naar vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, of eenvoudige schuldverklaring, voor inbreuken op de regelgeving inzake het verkoop van alcohol en tabaksproducten ten aanzien van een persoon jonger dan 18 jaar;
            • een onderzoek naar vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, of eenvoudige schuldverklaring, voor inbreuken op de mensenhandel, zoals bedoeld in hoofdstuk III ter van Titel VIII  van boek II van het Strafwetboek; 
            • een onderzoek naar recente – tijdens de voorgaande 3 jaren - vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, of eenvoudige schuldverklaring voor inbreuken op de wet op het racisme en/of de xenofobie en/of tegen de drugswetgeving en/of wegens daden van weerspannigheid ten overstaan van politie of andere overheidsdiensten;
            • een onderzoek of er ernstige aanwijzingen zijn van fraude;
            • een onderzoek of er ernstige aanwijzingen voorhanden zijn dat in de private doch voor het publiek toegankelijke plaats, herhaaldelijk illegale activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op de verkoop, de aflevering of het vergemakkelijken van het gebruik van gifstoffen slaapmiddelen, verdovende middelen, psychotrope stoffen, antiseptica of stoffen die gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, waardoor de openbare veiligheid en rust in het gedrang komt;
            • een onderzoek naar vaststellingen van en veroordelingen voor inbreuken op wettelijke verplichtingen die verband houden met of naar aanleiding van de exploitatie, zoals de niet naleving van vestigingsvoorwaarden, persoonsgebonden beroepsuitoefeningsvoorwaarden (o.m. leeftijd, verblijfskaart, beroepskaart, leurkaart, arbeidskaart), administratieve verplichtingen t.a.v. de kruispuntbank voor ondernemingen, sociaal- en arbeidsrechtelijke verplichtingen van de personen die op enigerlei wijze deelnemen aan de exploitatie (o.m. aangifte en bijdrageplicht sociale zekerheid), boekhoudkundige en fiscale verplichtingen, vennootschapsrechtelijke verplichtingen, vergunningen, erkenningen en toelatingen met betrekking tot de beroepsuitoefening, de regelgeving met betrekking tot openingsuren, voedselveiligheid, rookverbod, e.a.

          Dit moraliteitsonderzoek wordt, al naargelang het geval, uitgevoerd op de voor het publiek toegankelijke plaats, op de exploitant, op de organen en/of vertegenwoordigers van de exploitant en op de natuurlijke personen die in feite belast zijn met de exploitatie. Deze personen dienen meerderjarig te zijn en een uittreksel uit het strafregister voor te leggen van het land van de woonplaats of een hieraan gelijkwaardig document, desgevallend behoorlijk beëdigd vertaald.

          Voor andere personen die in welke hoedanigheid ook, deelnemen of zullen deelnemen aan de exploitatie van de instelling, dient de exploitant te verklaren dat niemand van hen valt onder de hierboven vermelde weigeringsgronden. Alle voormelde personen dienen het bewijs te leveren van hun identiteitsgegevens, met inbegrip van een officiële woonplaats. De burgemeester kan steeds alle nuttige inlichtingen inwinnen bij de politie en/of parket en beslist discretionair of het resultaat van het moraliteitsonderzoek zwaarwichtig genoeg is om de vergunning al dan niet te weigeren en/of in te trekken waarbij hij steeds het gevaar voor de openbare orde voor ogen zal houden.

          • een onderzoek naar de naleving van de hygiënevereisten: een onderzoek met betrekking tot de naleving van de vereisten inzake hygiëne, dit onderzoek wordt uitgevoerd door een expert waar nodig is in samenwerking met lokale en bovenlokale instanties;
          • een onderzoek naar de vestigingsformaliteiten: een onderzoek naar de vestigingsformaliteiten als ondernemer (inclusief beroepskaart) of enige andere vergunning die wettelijk voorgeschreven is.
          • een onderzoek naar de handhaving van de openbare orde, veiligheid en rust: een onderzoek naar de mogelijke verstoring van de openbare orde, veiligheid en rust door de vestigingseenheid en naar eventuele aanbevelingen om deze verstoring te voorkomen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de lokale politie.

          artikel 206/1.    In kader van de aanvraag, gedurende het voorafgaandelijk administratief onderzoek en gedurende de uitbating kan de gemeente bepalen dat nader te bepalen documenten en inlichtingen overhandigd moeten worden.

          artikel 206/2.    De burgemeester weigert de uitbatingsvergunning als:

          • niet voldaan is aan de wettelijke of reglementaire bepalingen en voorwaarden van toepassing op de inrichting;
          • controle door de ambtenaar van de gemeente en/of de politie wordt verhinderd;
          • de aanvraag onjuiste gegevens bevat;
          • de openbare orde, de openbare rust en/of de openbare gezondheid gevaar loopt.

          artikel 207.         De uitbatingsvergunning wordt verleend voor onbepaalde duur. De burgemeester kan de duurtijd van de vergunning beperken. In voorkomend geval moet de duurtijd minstens 1 jaar bedragen.

          artikel 208.         De uitbatingsvergunning vervalt van rechtswege:

          • op het moment dat de exploitatie van de inrichting voor een periode van langer dan zes maanden feitelijk is onderbroken;
          • in geval van faillissement;
          • in geval van een veroordeling tot gerechtelijke sluiting;
          • in geval van een gerechtelijk beroepsverbod voor de exploitant, een rechtspersoon of één van zijn organen;
          • in geval van ontbinding van de rechtspersoon;
          • in geval van schrapping of stopzetting van de exploitant of van de betrokken vestiging die blijkt uit de gegevens van de Kruispuntbank van Ondernemingen.

          artikel 209.         De burgemeester kan beslissen in de uitbatingsvergunning bijzondere voorwaarden op te nemen afhankelijk van specifieke omstandigheden, bv. de ligging van de inrichting.

          artikel 210.         §1. De uitbatingsvergunning is geldig, te rekenen vanaf de datum van ondertekening door de burgemeester.

          §2. Deze politieverordening en in het bijzonder de voorwaarden vermeld in artikel 206 dienen nageleefd te worden zolang de uitbating duurt.

          artikel 211.         §1. De uitbatingsvergunning wordt afgeleverd aan een uitbater voor een welbepaalde vestigingseenheid van een privaat bureau voor telecommunicatie en kan niet worden overgedragen aan een andere uitbater of worden overgedragen naar een andere vestigingseenheid. Bij iedere wijziging van locatie of wijziging met betrekking tot de uitbater dient er een nieuwe uitbatingsvergunning te worden aangevraagd.

          §2. In afwijking hiervan is er geen nieuwe aanvraag vereist indien:

          • een exploitant reeds over een uitbatingsvergunning beschikt en zijn uitbating wijzigt onder de vorm van natuurlijk persoon tot uitbating onder de vorm van vennootschap of in omgekeerde volgorde op dezelfde locatie.
          • de uitbater reeds over een uitbatingsvergunning beschikt en louter het bestuursorgaan van de rechtspersoon wijzigt. In dit laatste geval moet wel een nieuw uittreksel uit het strafregister ingediend worden. 
          • enkel de naam van zaak wijzigt. In dit geval volstaat het om dit aan de bevoegde dienst te melden.

          Bij andere wijzigingen is een nieuwe uitbatingsvergunning vereist, waarvoor een volledig nieuwe aanvraag moet worden ingediend.

          [Gewijzigd gemeenteraad 15-12-2025, inwerkingtreding 01-01-2026]

          artikel 212.         De exploitant is verplicht te melden aan de burgemeester wanneer zijn instelling definitief sluit. De exploitant is tevens verplicht alle wijzigingen in de instelling die een verandering uitmaken ten opzichte van de veiligheid, en alle wijzigingen van gegevens opgegeven in de aanvraag, met inbegrip van elke bestemmingswijziging, onmiddellijk schriftelijk te melden aan de burgemeester.

          artikel 213.         §1. De uitbatingsvergunning en de vestigingsvergunning moeten steeds aanwezig zijn in de zaak en zichtbaar worden aangebracht aan de inrichting, zodat ze leesbaar zijn vanop de openbare ruimte. De uitbatingsvergunning en vestigingsvergunning moeten steeds op eerste vordering van de politie of een bevoegde controlerende ambtenaar ter inzage worden voorgelegd.

          §2. Onverminderd de strafbepalingen en maatregelen voorzien onder titel 6 van deze verordening, kan de politie bij vaststelling van uitbating zonder uitbatingsvergunning de inrichting onmiddellijk en ter plaatse sluiten.

          artikel 214.         Overeenkomstig artikel 18 § 3 van de Wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening kan de burgemeester de sluiting bevelen van de private bureaus voor telecommunicatie die worden uitgebaat in overtreding op onderhavige afdeling.

          [Gewijzigd gemeenteraad 15-12-2025, inwerkingtreding 01-01-2026]

          artikel 215.         Wanneer een overtreding wordt begaan tegen de bepalingen van deze afdeling kan de vergunning geschorst of ingetrokken worden door het college van burgemeester en schepenen en kan de inrichting tijdelijk of definitief administratief gesloten worden, onverminderd de mogelijkheid van het opleggen van een administratieve geldboete.

          artikel 215/1 tot en met artikel 215/46Opgeheven.

          Hoofdstuk 6. Clubhuizen motorclubs

          artikel 215/47. Voor de toepassing voor deze afdeling wordt verstaan onder:

          Exploitant: de natuurlijke persoon, feitelijke vereniging of de rechtspersoon, al dan niet eigenaar, die een clubhuis in feite of in rechte faciliteert of uitbaat;

          Motorclub: een hiërarchisch gestructureerde groep van twee of meer personen met een gemeenschappelijke belangstelling, gekenmerkt door een gemeenschappelijke ideologie of groepscultuur, die naar de buitenwereld wordt veruitwendigd door het gebruik van gemeenschappelijke kenmerken, zoals symbolen, clubemblemen, colors, tatoeages, materialen, voertuigen, kledij en foto’s, ongeacht het effectieve bezit of gebruik van een motor;

          Clubhuis: een ruimte of locatie waar een bijeenkomst van een motorclub plaatsvindt;

          Organisator: de natuurlijke persoon of personen, de feitelijke vereniging, of de rechtspersoon, die een bijeenkomst van een motorclub in feite of in rechte organiseert;

          Deelnemer: de natuurlijke persoon die aanwezig is op een bijeenkomst van een motorclub.

          artikel 215/48. Deze afdeling is van toepassing op alle bestaande en nieuw te openen clubhuizen die, rekening houdend met de begripsomschrijvingen van artikel 215/47 van deze afdeling, beschouwd worden als een clubhuis voor motorclubs.

          Onverminderd de naleving van andere federale, regionale of lokale bepalingen is deze afdeling niet van toepassing op

          • erkende jeugdverenigingen: verenigingen erkend volgens het Decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid, of volgens een besluit van het lokaal bestuur
          • erkende beroepsverenigingen: verenigingen erkend volgens de wet van 31 maart 1898 op de beroepsverengingen of volgens een besluit van het lokaal bestuur.

          artikel 215/49. De opening en uitbating van een clubhuis voor motorclubs is onderworpen aan een voorafgaandelijke en schriftelijke uitbatingsvergunning afgeleverd door de burgemeester. Het is verboden deel te nemen aan bijeenkomsten van clubhuizen van motorclubs die niet voldoen aan de bepalingen van deze afdeling of deze te faciliteren.

          artikel 215/50. Voor elke uitbating van een clubhuis van een motorclub zoals bedoeld in artikel 286/32 van dit reglement moet de uitbater schriftelijk een uitbatingsvergunning aanvragen bij de burgemeester door middel van het daarvoor voorziene aanvraagformulier, overeenkomstig de bepalingen opgenomen op de gemeentelijke website.

          artikel 215/51. Alle clubhuizen zijn verplicht om in het bezit te zijn van een uitbatingsvergunning bij aanvang van de uitbating.

          artikel 215/52. De uitbatingsvergunning kan enkel worden verleend door de burgemeester na een administratief onderzoek dat volgende componenten bevat:

          • Een brandveiligheidsonderzoek: een onderzoek of het clubhuis voldoet aan de minimumnormen inzake brandpreventie zoals omschreven in de Politieverordening Hulpverleningszone Rivierenland houdende maatregelen tot het voorkomen en bestrijden van brand in publiek toegankelijke inrichtingen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de brandweer;
          • Een onderzoek naar de naleving van de verzekeringsverplichtingen zoals omschreven door de wet betreffende de preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen;
          • Een financieel onderzoek: een onderzoek naar de betaling van alle verschuldigde gemeentefacturen en aanslagbiljetten, van welke aard ook, die betrekking hebben op de vestigingseenheid en de uitbater. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de financiële dienst. Het financieel onderzoek wordt uitgevoerd op de exploitant. Indien de exploitant een rechtspersoon is, wordt het financieel onderzoek uitgevoerd op de organen van de exploitant en/of de vertegenwoordigers;
          • Een stedenbouwkundig onderzoek: een onderzoek naar de naleving van de geldende stedenbouwkundige en milieu -voorwaarden en het beschikken over de benodigde vergunningen, zowel op gemeentelijk als op Vlaams en federaal niveau.  Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de afdeling omgeving;
          • Een moraliteitsonderzoek: dit onderzoek wordt verricht door de lokale politie en bestaat uit:
            • een onderzoek naar recente – tijdens de drie voorgaande jaren - vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, of eenvoudige schuldverklaring, voor inbreuken op de wet op het racisme en/of de xenofobie en/of tegen de drugswetgeving en/of wegens daden van weerspannigheid ten overstaan van politie of andere overheidsdiensten en/of tegen de wapenwetgeving en/of tegen de wet private militie en/of de vreemdelingenwet
            • een onderzoek naar recente – tijdens de drie voorgaande jaren - vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, of eenvoudige schuldverklaring, voor feiten van opzettelijk doden, opzettelijk toebrengen van lichamelijk letsel, foltering, onmenselijke behandeling en onterende behandeling, zoals bedoeld in hoofdstuk 1, titel VIII van boek II van het strafwetboek;
            • een onderzoek naar recente – tijdens de drie voorgaande jaren - vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, of eenvoudige schuldverklaring, voor feiten van criminele organisatie zoals bedoeld in hoofdstuk I, titel VI van boek II van het strafwetboek;
            • een onderzoek naar recente – tijdens de drie voorgaande jaren - vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, of eenvoudige schuldverklaring,  voor feiten van  bedreiging, zoals bedoeld in hoofdstuk II, titel VI van boek II van het strafwetboek;
            • een onderzoek naar recente – tijdens de drie voorgaande jaren - vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, of eenvoudige schuldverklaring, voor feiten van  diefstal en afpersing, zoals bedoeld in hoofdstuk I, titel IX van boek II van het strafwetboek;
            • een onderzoek naar recente – tijdens de drie voorgaande jaren - vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, of eenvoudige schuldverklaring,  voor feiten van heling en witwassen, zoals bedoeld in afdeling IV van hoofdstuk II, titel IX van boek II van het strafwetboek;
            • een onderzoek of er ernstige aanwijzingen zijn van fraude;
            • een onderzoek of er ernstige aanwijzingen voorhanden zijn dat in de private doch voor het publiek toegankelijke plaats, herhaaldelijk illegale activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op de verkoop, de aflevering of het vergemakkelijken van het gebruik van gifstoffen slaapmiddelen, verdovende middelen, psychotrope stoffen, antiseptica of stoffen die gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, waardoor de openbare veiligheid en rust in het gedrang komt
            • een onderzoek naar vaststellingen van en veroordelingen voor inbreuken op wettelijke verplichtingen die verband houden met of naar aanleiding van de exploitatie, zoals de niet naleving van vestigingsvoorwaarden, persoonsgebonden beroepsuitoefeningsvoorwaarden (o.m. leeftijd, verblijfskaart, beroepskaart, leurderkaart, arbeidskaart), administratieve verplichtingen t.a.v. de Kruispuntbank van Ondernemingen, sociaal- en arbeidsrechtelijke verplichtingen van de personen die op enigerlei wijze deelnemen aan de exploitatie (o.m. aangifte en bijdrageplicht sociale zekerheid),  boekhoudkundige en fiscale verplichtingen, vennootschapsrechtelijke verplichtingen, vergunningen, erkenningen en toelatingen met betrekking tot de beroepsuitoefening, de regelgeving met betrekking tot de openingsuren, voedselveiligheid, rookverbod, vzw’s e.a.

          Dit moraliteitsonderzoek wordt, al naargelang het geval, uitgevoerd op de voor het publiek toegankelijke plaats, op de exploitant, op de organisator,  op de organen en/of vertegenwoordigers van de exploitant of van de organisator en op de natuurlijke personen die in feite belast zijn met de exploitatie of organisatie. Deze personen dienen meerderjarig te zijn en een uittreksel uit het strafregister voor te leggen van het land van de woonplaats of een hieraan gelijkwaardig document, desgevallend behoorlijk beëdigd vertaald.

          Voor andere deelnemers aan de bijeenkomst van een motorclub of andere personen die in welke hoedanigheid ook deelnemen aan de exploitatie van een clubhuis dient de exploitant of de organisator te verklaren dat niemand van hen valt onder de hierboven vermelde weigeringsgronden. Alle voormelde personen dienen het bewijs te leveren van hun identiteitsgegevens, met inbegrip van een officiële woonplaats.

          De burgemeester kan steeds alle nuttige inlichtingen inwinnen bij de politie en/of parket en beslist discretionair of het resultaat van het moraliteitsonderzoek zwaarwichtig genoeg is om de vergunning al dan niet te weigeren en/of in te trekken waarbij hij steeds het gevaar voor de openbare orde voor ogen zal houden;

          • Een onderzoek naar de handhaving van de openbare orde, veiligheid en rust: een onderzoek naar de mogelijke verstoring van de openbare orde, veiligheid en rust door de vestigingseenheid en naar eventuele aanbevelingen om deze verstoring te voorkomen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de lokale politie.

          artikel 215/53. In kader van de aanvraag, gedurende het voorafgaandelijk administratief onderzoek en gedurende de uitbating kan de gemeente bepalen dat nader te bepalen documenten en inlichtingen overhandigd moeten worden.

          artikel 215/54. De burgemeester weigert de uitbatingsvergunning als:

          • niet voldaan is aan de wettelijke of reglementaire bepalingen en voorwaarden van toepassing op de inrichting;
          • controle door de ambtenaar van het lokaal bestuur en/of de politie wordt verhinderd;
          • de aanvraag onjuiste gegevens bevat;
          • de openbare orde, de openbare rust en/of de openbare gezondheid gevaar loopt.

          artikel 215/55. De uitbatingsvergunning wordt verleend voor onbepaalde duur. De burgemeester kan beslissen om de uitbatingsvergunning te beperken in de tijd en/of bijzondere voorwaarden op te nemen in de vergunning afhankelijk van specifieke omstandigheden, bv. de ligging van de inrichting.

          artikel 215/56§1. De uitbatingsvergunning is geldig, te rekenen vanaf de datum van ondertekening door de burgemeester.

          §2. Deze politieverordening en in het bijzonder de voorwaarden vermeld in art. 215/52 dienen nageleefd te worden zolang de uitbating duurt. 

          artikel 215/57. §1. De uitbatingsvergunning wordt afgeleverd aan een exploitant of organisator voor een welbepaalde vestigingseenheid en kan niet worden overgedragen aan een andere exploitant of organisator of naar een andere vestigingseenheid. Bij iedere wijziging van locatie of wijziging met betrekking tot de exploitant of organisator dient er een nieuwe uitbatingsvergunning te worden aangevraagd.

          §2. In afwijking op §1 van dit artikel is geen nieuwe aanvraag vereist indien:

          • een uitbater of organisator reeds over een uitbatingsvergunning beschikt en zijn uitbating wijzigt onder de vorm van een natuurlijk persoon tot uitbating onder de vorm van een vennootschap of in omgekeerde volgorde op dezelfde locatie.
          • de uitbater of organisator reeds over een uitbatingsvergunning beschikt en louter het bestuursorgaan van de rechtspersoon wijzigt. In dit laatste geval moet wel een nieuw uittreksel uit het strafregister ingediend worden.

          Bij andere wijzigingen is een nieuwe uitbatingsvergunning vereist, waarvoor een volledig nieuwe aanvraag moet worden ingediend.

          artikel 215/58. De uitbater is verplicht alle wijzigingen in de instelling die een verandering uitmaken ten opzichte van de veiligheid, en alle wijzigingen van gegevens opgegeven in de aanvraag onmiddellijk schriftelijk te melden aan de burgemeester.

          artikel 215/59.  De uitbatingsvergunning vervalt van rechtswege:

          • op het moment dat de exploitatie van het clubhuis voor een periode van langer dan zes maanden feitelijk is onderbroken;
          • in geval van een veroordeling tot gerechtelijke sluiting;
          • in geval van een gerechtelijk beroepsverbod voor de exploitant, de organisator, een rechtspersoon of één van zijn organen;
          • in geval van ontbinding van de rechtspersoon.

          artikel 215/60. §1. Het clubhuis moet tijdens een bijeenkomst onmiddellijk zowel van binnen als van buiten zonder tussenkomst van een derde toegankelijk zijn met oog op de toegang van controle- en hulpverleningsdiensten. Iedere aanwezige in het clubhuis dient te allen tijde toegang te verlenen aan controle- en hulpverleningsdiensten.

          §2. Het is verboden om ramen van een clubhuis tijdens de bijeenkomsten van de motorclub op enige wijze ondoorzichtig te maken.

          §3. Voor elke bijeenkomst van een motorclub dient de organisator, bij gebreke hieraan de exploitant, een deelnemerslijst op te maken met vermelding van naam, voornaam, roepnaam of alias, geboortedatum, rijksregisternummer, woonplaats en kentekenplaat van het voertuig. Op eerste verzoek van de lokale politie of het lokaal bestuur dient de organisator, bij gebreke hieraan de exploitant, de volledige en actuele deelnemerslijsten van de bijeenkomsten van de motorclub gedurende de laatste zes maanden te overhandigen.

          artikel 215/61§1. De uitbatingsvergunning moet steeds aanwezig zijn in de inrichting. De uitbatingsvergunning moet steeds op eerste vordering van de politie of een bevoegde controlerende ambtenaar ter inzage worden voorgelegd.

          §2. Onverminderd de strafbepalingen en maatregelen voorzien onder titel 6 van deze verordening, kan de politie bij vaststelling van uitbating zonder uitbatingsvergunning de inrichting onmiddellijk en ter plaatse sluiten.  

          Hoofdstuk 7. Vergunning Handcarwashes

          artikel 215/62. Voor de toepassing voor deze afdeling wordt verstaan onder:

          Handcarwash: een vestigingseenheid zonder vaste inrichting met industriële wastechnieken, waar motorvoertuigen van derden manueel worden gewassen/gepoetst en/of worden behandeld met beschermingsmiddelen zoals waxen e.d.;

          Gevestigde handcarwash: de handcarwash die beschikt over een meldingsakte of een omgevingsvergunning volgens het omgevingsdecreet (of nog geldige milieuvergunning) én beschikt over een actieve inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen voor een vestiging voor het wassen en poetsen van motorvoertuigen;

          Exploitant: de natuurlijke persoon, feitelijke vereniging of de rechtspersoon, ongeacht hun eventuele hoedanigheid van handelaar, voor wiens rekening en risico de inrichting wordt uitgebaat. Ook uitbater genoemd;

          Uitbatingsvergunning: voorafgaande vergunning voor het uitbaten van een handcarwash verleend door de burgemeester nadat voldaan is aan een aantal uitbatingsvoorwaarden.

          artikel 215/63. Deze afdeling is van toepassing op alle bestaande en nieuw te openen inrichtingen die, rekening houdend met de begripsomschrijvingen van artikel 215/62 van deze afdeling, beschouwd worden als een handcarwash.

          artikel 215/64. De opening en uitbating van handcarwash is onderworpen aan een voorafgaandelijke en schriftelijke uitbatingsvergunning afgeleverd door de burgemeester. Occasionele handcarwashes, taxibedrijven, bedrijven voor handel (verkoop/verhuur) in of onderhoud/reparatie van motorvoertuigen of onderdelen ervan, die voertuigen in eigen beheer wassen of poetsen, zijn van dergelijke vergunningsplicht vrijgesteld.

          artikel 215/65. Voor elke uitbating van een handcarwash zoals bedoeld in artikel 215/62 van dit reglement moet de uitbater schriftelijk een uitbatingsvergunning aanvragen bij de burgemeester door middel van het daarvoor voorziene aanvraagformulier, overeenkomstig de bepalingen opgenomen op de gemeentelijke website.

          artikel 215/66. Alle handcarwashes worden bij de inwerkingtreding van dit reglement als nieuw te openen beschouwd, waarbij de uitbater verplicht is in het bezit te zijn van een uitbatingsvergunning bij aanvang van de uitbating.

          artikel 215/67. De uitbatingsvergunning wordt enkel verleend door de burgemeester op voorwaarde dat:

          1. er op de vestigingsplaats, binnen een straal van 500 meter, gemeten vanaf de toegangsdeur, geen andere carwash gevestigd is. Deze voorwaarde geldt niet voor de gevestigde handcarwashes wiens voorlopige uitbatingsvergunning is omgezet in een definitieve uitbatingsvergunning.
          2. de uitbater op de vestigingsplaats beschikt over een bedrijfsruimte die per wasruimte voor één personenwagen voorzien is van:
            • interne gemarkeerde parkeerplaatsen (min. 2 X 5 meter per parkeervak) voor minimum drie personenwagens;
            • interne circulatieruimte voor parkeermanoeuvres (minimum 3 meter breed) zodanig dat het in- en uitrijden van een intern parkeervlak niet op de openbare weg gebeurt.

          De aanvrager van de uitbatingsvergunning dient het bewijs te leveren dat hij kan beschikken over deze bedrijfsruimte.

          Deze voorwaarde geldt niet voor de gevestigde handcarwashes wiens voorlopige uitbatingsvergunning is omgezet in een definitieve uitbatingsvergunning.

          3. een gunstig voorafgaand administratief onderzoek. Dit onderzoek bestaat uit:

          • een brandveiligheidsonderzoek: een onderzoek of de handcarwash voldoet aan de minimumnormen inzake brandpreventie zoals omschreven in de Politieverordening Hulpverleningszone Rivierenland houdende maatregelen tot het voorkomen en bestrijden van brand in publiek toegankelijke inrichtingen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de brandweer;
          • een onderzoek naar de naleving van de verzekeringsverplichtingen zoals omschreven door de wet betreffende de preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen;
          • een financieel onderzoek: een onderzoek naar de betaling van alle verschuldigde stadsfacturen en aanslagbiljetten, van welke aard ook, die betrekking hebben op de vestigingseenheid en de uitbater. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de financiële dienst. Het financieel onderzoek wordt uitgevoerd op de exploitant. Indien de exploitant een rechtspersoon is, wordt het financieel onderzoek uitgevoerd op de organen van de exploitant en/of de vertegenwoordigers;
          • een stedenbouwkundig onderzoek: een onderzoek naar de naleving van de geldende stedenbouwkundige - milieuvoorwaarden en het beschikken over de benodigde vergunningen, zowel op gemeentelijk als op Vlaams en federaal niveau.  Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de afdeling omgeving;
          • een moraliteitsonderzoek: dit onderzoek wordt verricht door de lokale politie en bestaat uit:
            • een onderzoek naar recente – tijdens de drie voorgaande jaren - vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, of eenvoudige schuldverklaring,  voor inbreuken op de wet op het racisme en/of de xenofobie en/of tegen de drugswetgeving en/of wegens daden van weerspannigheid ten overstaan van politie of andere overheidsdiensten; 
            • een onderzoek naar vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, of eenvoudige schuldverklaring, voor inbreuken op de mensenhandel, zoals bedoeld in  hoofdstuk III ter van Titel VIII  van boek II van het Strafwetboek;
            • een onderzoek of er ernstige aanwijzingen zijn van fraude;
            • een onderzoek of er ernstige aanwijzingen voorhanden zijn dat in de private doch voor het publiek toegankelijke plaats, herhaaldelijk illegale activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op de verkoop, de aflevering of het vergemakkelijken van het gebruik van gifstoffen slaapmiddelen, verdovende middelen, psychotrope stoffen, antiseptica of stoffen die gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, waardoor de openbare veiligheid en rust in het gedrang komt;

          Dit moraliteitsonderzoek wordt, al naargelang het geval, uitgevoerd op de voor het publiek toegankelijke plaats, op de exploitant, op de organen en/of vertegenwoordigers van de exploitant en op de natuurlijke personen die in feite belast zijn met de exploitatie. Deze personen dienen meerderjarig te zijn en een uittreksel uit het strafregister voor te leggen van het land van de woonplaats of een hieraan gelijkwaardig document, desgevallend behoorlijk beëdigd vertaald.

          Voor andere personen die in welke hoedanigheid ook, deelnemen of zullen deelnemen aan de exploitatie van de instelling, dient de exploitant te verklaren dat niemand van hen valt onder de hierboven vermelde weigeringsgronden. Alle voormelde personen dienen het bewijs te leveren van hun identiteitsgegevens, met inbegrip van een officiële woonplaats.

          De burgemeester kan steeds alle nuttige inlichtingen inwinnen bij de politie en/of parket en beslist discretionair of het resultaat van het moraliteitsonderzoek zwaarwichtig genoeg is om de vergunning al dan niet te weigeren en/of in te trekken waarbij hij steeds het gevaar voor de openbare orde voor ogen zal houden;

            • een onderzoek naar de vestigingsformaliteiten: een onderzoek naar de vestigingsformaliteiten als ondernemer (inclusief beroepskaart) of enige andere vergunning die wettelijk voorgeschreven is;
            • een onderzoek naar de handhaving van de openbare orde, veiligheid en rust: een onderzoek naar de mogelijke verstoring van de openbare orde, veiligheid en rust door de vestigingseenheid en naar eventuele aanbevelingen om deze verstoring te voorkomen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de lokale politie.

          artikel 215/68In kader van de aanvraag, gedurende het voorafgaandelijk administratief onderzoek en gedurende de uitbating kan het lokaal bestuur bepalen dat nader te bepalen documenten en inlichtingen overhandigd moeten worden.

          artikel 215/69De burgemeester weigert de uitbatingsvergunning als:

          • niet voldaan is aan de wettelijke of reglementaire bepalingen en voorwaarden van toepassing op de inrichting;
          • controle door de ambtenaar van het lokaal bestuur en/of de politie wordt verhinderd;
          • de aanvraag onjuiste gegevens bevat;
          • de openbare orde, de openbare rust en/of de openbare gezondheid gevaar loopt.

          artikel 215/70. De uitbatingsvergunning wordt verleend voor onbepaalde duur. De burgemeester kan beslissen om de uitbatingsvergunning te beperken in de tijd en/of bijzondere voorwaarden op te nemen in de vergunning afhankelijk van specifieke omstandigheden, bv. de ligging van de inrichting.

          artikel 215/71§1. De uitbatingsvergunning is geldig, te rekenen vanaf de datum van ondertekening door de burgemeester.

          §2. Deze politieverordening en in het bijzonder de voorwaarden vermeld in art. 215/67 dienen nageleefd te worden zolang de uitbating duurt. 

          artikel 215/72§1. De uitbatingsvergunning wordt afgeleverd aan een uitbater voor een welbepaalde vestigingseenheid en kan niet worden overgedragen aan een andere uitbater of naar een andere vestigingseenheid. Bij iedere wijziging van locatie of wijziging met betrekking tot de uitbater dient er een nieuwe uitbatingsvergunning te worden aangevraagd.

          §2. In afwijking op §1 van dit artikel is geen nieuwe aanvraag vereist indien

          • een uitbater reeds over een uitbatingsvergunning beschikt en zijn uitbating wijzigt onder de vorm van een natuurlijk persoon tot uitbating onder de vorm van een vennootschap of in omgekeerde volgorde op dezelfde locatie.
          • de uitbater reeds over een uitbatingsvergunning beschikt en louter het bestuursorgaan van de rechtspersoon wijzigt. In dit laatste geval moet wel een nieuw uittreksel uit het strafregister ingediend worden.
          • enkel de naam van de handcarwash wijzigt. In dit geval volstaat het om dit aan de bevoegde dienst te melden.

          Bij andere wijzigingen is een nieuwe uitbatingsvergunning vereist, waarvoor een volledig nieuwe aanvraag moet worden ingediend.

          artikel 215/73. De uitbater is verplicht te melden aan de burgemeester wanneer zijn instelling definitief sluit. De uitbater is tevens verplicht alle wijzigingen in de instelling die een verandering uitmaken ten opzichte van de veiligheid, en alle wijzigingen van gegevens opgegeven in de aanvraag, met inbegrip van elke bestemmingswijziging, onmiddellijk schriftelijk te melden aan de burgemeester.

          artikel 215/74.  De uitbatingsvergunning vervalt van rechtswege:

          • op het moment dat de exploitatie van de handcarwash voor een periode van langer dan zes maanden feitelijk is onderbroken;
          • in geval van een veroordeling tot gerechtelijke sluiting;
          • in geval van een gerechtelijk beroepsverbod voor de exploitant, een rechtspersoon of één van zijn organen;
          • in geval van ontbinding van de rechtspersoon
          • in geval van schrapping van de exploitant of van de betrokken vestiging uit de Kruispuntbank van Ondernemingen;
          • indien binnen de maand na het toekennen van de uitbatingsvergunning geen melding of aanvraag werd gedaan voor het bekomen van een vergunning in het kader van de milieureglementering;
          • wanneer de milieuvergunning is geweigerd, vervallen, opgeheven of de uitbater op enigerlei wijze niet meer voldoet aan de meldingsplicht.

          artikel 215/75. §1. De uitbatingsvergunning moet steeds aanwezig zijn in de inrichting en zichtbaar worden aangebracht aan de inrichting, zodat ze leesbaar is vanop de openbare ruimte. De uitbatingsvergunning moet steeds op eerste vordering van de politie of een bevoegde controlerende ambtenaar ter inzage worden voorgelegd.

          §2. Onverminderd de strafbepalingen en maatregelen voorzien onder titel 6 van deze verordening, kan de politie bij vaststelling van uitbating zonder uitbatingsvergunning de inrichting onmiddellijk en ter plaatse sluiten.

          Titel 6 – Procedure en slotbepalingen

          Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

          artikel 216.         De politie is bevoegd voor de vaststelling van alle overtredingen vervat in deze politieverordening.

          Inbreuken die uitsluitend bestraft worden met een administratieve sanctie kunnen eveneens vastgesteld worden door ambtenaren zoals bepaald in artikel 21 van de wet van 24 juni 2013. In deze politieverordening worden deze ambtenaren de "gemachtigde ambtenaar" genoemd.

          Elke overtreding die aanleiding kan geven tot het opleggen van een gemeentelijke administratieve sanctie dient te worden vastgesteld door middel van een proces-verbaal of een vaststelling.

          Indien het proces-verbaal of de vaststelling onvoldoende gegevens zou bevatten, kan de aangewezen ambtenaar de politiediensten verzoeken die gegevens, eventueel na bijkomend onderzoek, nog toe te voegen aan het dossier.

          artikel 217.         §1. Voor zover wetten, decreten, besluiten, algemene of provinciale verordeningen niet in andere straffen voorzien, kunnen de inbreuken op de bepalingen van deze politieverordening gestraft worden met een administratieve sanctie, overeenkomstig de wet van 24 juni 2023:

          1. een administratieve geldboete van maximaal 175 euro (voor een minderjarige overtreder die de volle leeftijd van 14 jaar heeft bereikt op het ogenblik van de feiten) of 500 euro (voor een meerderjarige overtreder) (maximaal 1 euro bij overtreding van artikel 76 van deze verordening);
          2. een administratieve schorsing van een door het lokaal bestuur verleende toestemming of vergunning;
          3. een administratieve intrekking van een door het lokaal bestuur verleende toestemming of vergunning;
          4. een tijdelijke of definitieve administratieve sluiting van een instelling.

          §2. Alternatieve maatregelen voor de administratieve geldboete, zoals bedoeld in §1, 1° kunnen worden opgelegd:

          1. de gemeenschapsdienst, gedefinieerd als zijnde een prestatie van algemeen belang uitgevoerd door de overtreder ten gunste van de gemeenschap (collectiviteit);
          2. de GAS-bemiddeling, gedefinieerd als zijnde een maatregel die het voor de overtreder mogelijk maakt om, door tussenkomst van een bemiddelaar, de veroorzaakte schade te herstellen of schadeloos te stellen of om het conflict te doen bedaren.

          De procedure en de daarmee gepaarde nadere regels zijn opgenomen in een bemiddelingsreglement dat opgenomen wordt als bijlage bij deze politieverordening.

          §3. De sancties opgelegd door het college van burgemeester en schepenen worden met een aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs ter kennis gebracht aan de overtreder.

          §4. Het niet-naleven van een administratieve sanctie van het college van burgemeester en schepenen wordt bestraft met één van de hierboven voorziene administratieve sancties.

          artikel 217/1.    Als de overtreder de zaken niet onmiddellijk in orde brengt, kan het lokaal bestuur zich het recht voorbehouden dat te doen op kosten en op risico van de overtreder, op basis van een daartoe toepasselijk belastings- en retributiereglement en dit onverminderd de mogelijkheid tot het opleggen van een administratieve geldboete zoals bepaald in artikel 217 van deze verordening.

          Het stelsel van administratieve sancties doet geen afbreuk aan de toepassing van een herstelbelasting en/of het vorderen van de door het lokaal bestuur gemaakte kosten voor rekening van de overtreder.

          artikel 217/2.    §1. Wanneer een overtreding van deze verordening is begaan met een motorvoertuig, ingeschreven op naam van een natuurlijke persoon, en de bestuurder bij de vaststelling van de overtreding niet geïdentificeerd werd, wordt vermoed dat deze is begaan door de titularis van de nummerplaat van het voertuig. Het vermoeden van schuld kan weerlegd worden met elk middel.

          §2. Wanneer een overtreding van deze verordening is begaan met een motorvoertuig, ingeschreven op naam van een rechtspersoon, zijn de natuurlijke personen die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigen ertoe gehouden de identiteit van de bestuurder op het ogenblik van de feiten mee te delen, of, indien zij die niet kennen, de identiteit van de persoon die het voertuig onder zich heeft. De mededeling moet gebeuren binnen een termijn van 15 dagen te rekenen vanaf de datum waarop de vraag om inlichtingen werd verstuurd.

          Indien de persoon die het voertuig onder zich heeft niet de bestuurder was op het ogenblik van de feiten moet hij eveneens, op de wijze hierboven vermeld, de identiteit van de bestuurder meedelen.

          De natuurlijke personen die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigen als titularis van de nummerplaat of als houder van het voertuig, zijn ertoe gehouden de nodige maatregelen te nemen om aan deze verplichting te voldoen.

          Zij die overeenkomstig artikel 1384 van het Burgerlijk Wetboek burgerrechtelijk aansprakelijk zijn voor de vergoeding en kosten, zijn insgelijks aansprakelijk voor de geldboete.

          artikel 217/3.    §1. Ter vrijwaring van de openbare rust kan de politie motorvoertuigen (zijnde elk zichzelf over de weg voortbewegend voertuig uitgerust met een aandrijfmotor anders dan voertuigen die op rails worden voortbewogen) die artikelen 148 en 164 van deze politieverordening schenden en daardoor de openbare rust verstoren, in beslag nemen als preventieve politiemaatregel. De inbeslagname betreft een preventieve dwangmaatregel waarbij een zaak tijdelijk aan het vrije beschikkingsrecht van de eigenaar of bezitter wordt onttrokken ter vrijwaring van de openbare orde, zonder dat daarmee een eigendomsoverdracht gepaard gaat.

          §2. Deze inbeslagname impliceert de onmiddellijke takeling en bewaring van het motorvoertuig. De kosten voor het takelen en het bewaren van het motorvoertuig zullen worden doorgerekend aan de houder, bezitter of eigenaar.

          §3. Het motorvoertuig wordt in beslag genomen zolang dit met het oog op de openbare rust vereist is en voor een maximale termijn van 72 uren. Het motorvoertuig wordt vanaf de inbeslagname ter beschikking gehouden van de houder, bezitter of eigenaar conform de toepasselijke bepalingen van het Burgerlijk Wetboek. Het lokaal bestuur Puurs-Sint-Amands zal vrij kunnen beschikken over het motorvoertuig overeenkomstig de procedure die in het Burgerlijk Wetboek daartoe voorzien wordt.

          §4. Voor de teruggave van het motorvoertuig dient de houder, bezitter of eigenaar zich tijdens de kantooruren aan te melden bij Politiepost Klein-Brabant, gelegen te Puursesteenweg 389, 2880 Bornem om een vrijgaveformulier te bekomen waarmee hij/zij zich vervolgens bij de takelaar kan aanbieden om het motorvoertuig op te halen.

          artikel 218.         De opgelegde administratieve geldboete aan een overtreder die meerderjarig is op moment van de inbreuk kan niet hoger zijn dan het wettelijke voorziene maximum, met name 500 euro. De opgelegde administratieve geldboete aan een minderjarige overtreder, die de volle leeftijd van 14 jaar heeft bereikt op moment van de inbreuk, kan niet hoger zijn dan het wettelijk voorziene maximum van 175 euro.

          De omvang van de administratieve geldboete is proportioneel op grond van de zwaarte van de inbreuk die de boete verantwoordt en eventuele herhaling. De bij deze verordening voorgeschreven administratieve geldboete wordt verhoogd in geval van herhaling, zonder dat deze boete het wettelijke voorziene maximum mag overschrijden.

          Herhaling bestaat wanneer de overtreder reeds werd gesanctioneerd voor eenzelfde inbreuk binnen de vierentwintig maanden voorafgaand aan de nieuwe vaststelling van inbreuk.

          De vaststelling van meerdere samenlopende inbreuken op dezelfde reglementen of verordeningen, geeft aanleiding tot één enkele administratieve sanctie, in verhouding tot de ernst van het geheel van de feiten.

          artikel 219.         De duur van de door het college van burgemeester en schepenen goedgekeurde administratieve sanctie kan verdubbeld worden in geval van herhaling binnen de twaalf maanden volgend op de oplegging van de sanctie en verdrievoudigd in geval van tweede herhaling binnen de twaalf maanden volgend op de oplegging van de tweede sanctie.

          artikel 220.         Opgeheven.

          artikel 221.         Opgeheven.

          artikel 222.         Opgeheven.

          artikel 223.         Opgeheven.

          artikel 224.         Opgeheven.

          Hoofdstuk 2. Bijzondere procedure ten aanzien van minderjarigen die de volle leeftijd van 14 jaar hebben bereikt

          artikel 225.         Met uitzondering van de gemengde inbreuken omschreven in artikel 19bis, 83, 84/1, 87, 87/1, 87bis, 87ter, 87quater, 87quinquies, 87sexies, 87septies, 104 en 148 van deze verordening, is de opstart van een GAS-procedure bij vaststelling van een eerste inbreuk op de bepalingen van deze verordening door een minderjarige overtreder uitgesloten. In dit geval worden de minderjarige overtreder en iedere titularis die het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige door de sanctionerend ambtenaar middels een aangetekend schrijven formeel gewaarschuwd om geen nieuwe inbreuken meer te plegen.

          artikel 226.         Bij vaststelling van een gemengde inbreuk omschreven in artikel 19bis, 83, 84/1, 87, 87/1, 87bis, 87ter, 87quater, 87quinquies, 87sexies, 87septies, 104 en 148 van deze verordening of bij een nieuwe inbreuk op de bepalingen van deze verordening binnen de 24 maanden na een eerdere vaststelling van een inbreuk op deze verordening gepleegd door dezelfde minderjarige overtreder, kan een GAS-procedure jegens de minderjarige worden opgestart.

          artikel 227.         Wanneer een GAS-procedure jegens een minderjarige overtreder wordt opgestart, brengt de sanctionerend ambtenaar de stafhouder van de orde van advocaten hiervan op de hoogte, zodat ervoor gezorgd wordt dat de betrokkene door een advocaat bijgestaan kan worden.

          De stafhouder of het bureau voor juridische bijstand stelt een advocaat aan, uiterlijk binnen twee werkdagen na voormelde kennisgeving.

          Een afschrift van het bericht van de kennisgeving aan de stafhouder wordt bij het dossier van de rechtspleging gevoegd.

          Wanneer er een risico op een belangenconflict bestaat, zorgt de stafhouder of het bureau voor juridische bijstand ervoor dat de betrokkene bijgestaan wordt door een andere advocaat dan die waarop zijn vader en moeder, voogd, of personen die hem onder hun hoede hebben of die bekleed zijn met een vorderingsrecht, een beroep hebben gedaan.

          De advocaat kan ook aanwezig zijn tijdens de bemiddelingsprocedure.

          artikel 228.         Wanneer een GAS-procedure jegens een minderjarige overtreder wordt opgestart, zal de sanctionerend ambtenaar steeds een aanbod van bemiddeling voorstellen aan de minderjarige, conform de procedure en de daarmee gepaard gaande nadere regels omschreven in het bemiddelingsreglement opgenomen als bijlage bij deze politieverordening.

          De vader en moeder, de voogd of personen die de hoede hebben over de minderjarige, kunnen op hun verzoek de minderjarige begeleiden bij de bemiddeling.

          Wanneer de sanctionerend ambtenaar het welslagen van de bemiddeling vaststelt, kan hij geen administratieve geldboete meer opleggen.

          artikel 229.         In geval van weigering van het aanbod of falen van de bemiddeling zal de sanctionerend ambtenaar steeds eerst een gemeenschapsdienst voorstellen aan de minderjarige overtreder zoals voorzien in artikel 217 §2 en conform de procedure en de daarmee gepaard gaande nadere regels omschreven in het bemiddelingsreglement opgenomen als bijlage bij deze politieverordening.

          De vader en moeder, voogd of personen die de hoede hebben over de minderjarige, kunnen op hun verzoek de minderjarige begeleiden bij het uitvoeren van de gemeenschapsdienst.

          Enkel in geval van niet uitvoering of weigering van deze gemeenschapsdienst, kan de sanctionerend ambtenaar een administratieve geldboete opleggen zoals voorzien in art. 217 §1, 1°.

          artikel 230.         De vader en moeder, voogd of personen die de minderjarige onder hun hoede hebben, zijn burgerlijk aansprakelijk voor de betaling van de administratieve geldboete.

           

          BIJLAGE 1 | PROTOCOLAKKOORD BETREFFENDE DE GEMEENTELIJKE ADMINISTRATIEVE SANCTIES GAS2 en GAS3

          PROTOCOLAKKOORD

           BETREFFENDE DE GEMEENTELIJKE ADMINISTRATIEVE SANCTIES

          GAS 2 EN GAS 3

          TUSSEN:

          De gemeente Puurs-Sint-Amands vertegenwoordigd door haar College van Burgemeester en Schepenen, namens wie handelen de heer Koen VAN DEN HEUVEL, burgemeester en de algemeen directeur de heer Raoul PARIDAENS;

          EN:

          Het Parket van de Procureur des Konings van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, vertegenwoordigd door de heer Franky DE KEYZER;

           

          WORDT UITEENGEZET HETGEEN VOLGT:

          Gelet op de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, inzonderheid op artikel 23, §1, eerste lid, voor wat de gemengde inbreuken betreft, verkeersinbreuken uitgezonderd;

          Gelet op de artikelen 119bis, 123 en 135 §2 van de Nieuwe Gemeentewet;

          Gelet op de Algemene Bestuurlijke Politieverordening  van de gemeente Puurs-Sint-Amands, zoals aangenomen in de gemeenteraad van 4 maart 2024.

           

          WORDT HETGEEN VOLGT OVEREENGEKOMEN:

          A. Toepassingsgebied

          De GAS-procedure wordt enkel toegepast indien conform de wettelijke voorwaarden de gemengde inbreuken zich voordoen als een vorm van openbare overlast.

          Dit impliceert dat de GAS-procedure niet zal worden toegepast voor gemengde inbreuken waarvan de gevolgen zich enkel situeren binnen de privésfeer van de entiteit (bv. de woning, kantoor) waar de inbreuk plaatsvond. Kan niet worden beschouwd als “privésfeer”: de openbare wegen, openbare of publiek toegankelijke plaatsen of openbare en publiek toegankelijke gebouwen.

          B. Wettelijk kader

          Artikel 3, 1° en 2° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties (BS 1 juli 2013), hierna de "GAS-wet" genoemd, bepaalt dat de gemeenteraad in zijn reglementen of verordeningen kan voorzien in een administratieve sanctie voor volgende inbreuken op het Strafwetboek:

          • artikel 284
          • artikel 286
          • artikel 398
          • artikel 448
          • artikel 521, derde lid
          • artikel 461
          • artikel 463
          • artikel 526
          • artikel 534bis
          • artikel 534ter
          • artikel 537
          • artikel 545
          • artikel 559, 1°
          • artikel 561, 1°
          • artikel 563, 2° en 3°              
          • artikel 563bis

          Artikel 3, 2° van de GAS-wet bepaalt eveneens dat de gemeenteraad in zijn reglementen of verordeningen kan voorzien in een administratieve sanctie voor inbreuken bedoeld in artikel 18 van de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening, voor wat betreft de voorafgaande vergunning die kan worden opgelegd bij een gemeentelijk reglement.

          Voor de bovenvermelde inbreuken kan een protocolakkoord worden afgesloten tussen de bevoegde Procureur des Konings en het college van burgemeester en schepenen of het gemeentecollege. Dit protocol respecteert alle wettelijke bepalingen betreffende inzonderheid de voorziene procedures voor de overtreders en mag niet afwijken van hun rechten. Het wordt door de gemeenteraad bekrachtigd

          C. Protocolakkoord

          Artikel 1 - Uitwisseling van informatie

          a)      Alle partijen verbinden zich ertoe samen te werken en elkaar te informeren binnen de grenzen van hun bevoegdheden en zij verzekeren de vertrouwelijkheid van deze uitwisseling.

          Daartoe duidt de Procureur des Konings één of meer magistraten van zijn arrondissement aan, hierna “referentiemagistraten GAS" genoemd. De referentiemagistraten GAS kunnen door de door dit akkoord verbonden steden/gemeenten gecontacteerd worden in geval van moeilijkheden bij het toepassen van de wet of onderhavig akkoord of om informatie te verkrijgen over het gevolg gegeven aan bepaalde processen verbaal.

          b)     De contactgegevens van de referentiemagistraten GAS, van de referentiepersonen binnen de steden/gemeenten en van de sanctionerende ambtenaren zijn vermeld in een aan dit protocolakkoord gevoegde bijlage. De briefwisseling en/of telefoongesprekken en/of mailberichten met betrekking tot de administratieve sancties worden aan hen gericht.

          c)      De partijen verbinden zich ertoe om iedere wijziging van de contactgegevens van voornoemde personen onverwijld te melden.

          d)     Indien de gemeente beslist om een verordening of een besluit op te stellen of bestaande besluiten of verordeningen te wijzigen en aan hun schending de mogelijkheid van een administratieve sanctie te koppelen, verbinden zij zich ertoe om binnen de termijn van één maand na publicatie een exemplaar van deze verordeningen of besluiten over te maken aan de procureurs des Konings, alsook een elektronische versie over te maken aan de referentiemagistraten.

          Artikel 2 - Behandeling van de gemengde inbreuken, zoals bedoeld sub B

          a)      De behandeling van de gemengde inbreuken

           

          1. De Procureur des Konings verbindt zich ertoe om inzake de processen-verbaal ten laste van meerderjarigen en minderjarigen vanaf de leeftijd van 14 jaar die betrekking hebben op de hierna opgesomde gemengde inbreuken geen vervolging in te stellen en de betrokken gemeenten verbinden zich ertoe de naar behoren vastgestelde inbreuken af te handelen. De processen-verbaal die betrekking hebben op de categorieën 2 (lichte gemengde inbreuken) en 3 (zware gemengde inbreuken) lastens meerderjarigen zullen aan de Procureur des Konings ter kennis worden gebracht op dezelfde wijze als voorzien voor de APO-dossiers. De in de wet voorziene kennisgevingen zoals voorzien in artikel 23 §2 en 3 worden opgevangen door het globale engagement van niet-vervolging zoals opgenomen in huidig protocol. De Procureur des Konings zal deze kennisgevingen niet doen en de sanctionerend ambtenaar dient het verstrijken van de termijn van twee maanden niet af te wachten vermits in onderhavig protocol de Procureur des Konings zich engageert om geen gevolg te geven aan de feiten opgenomen in dit protocol.
            De klassieke processen-verbaal lastens minderjarigen worden in origineel overgemaakt aan het parket (sectie jeugd en gezin) en een afschrift ervan aan de sanctionerend ambtenaar, die ten gepaste tijde het parket bevraagt of dat de GAS-procedure kan worden opgestart of niet. Het parket zal zijn beslissing, buiten de hieronder vermelde voorwaarden die reeds politioneel werden gecontroleerd, laten afhangen van het gegeven of de betrokken minderjarige reeds onder toezicht staat van de jeugdrechter of niet.

          De lichte gemengde inbreuken of categorie 2 (GAS2)

          Artikel 526 SWB — preventiecode 50B (gevangenisstraf 8 dagen tot 1 jaar en geldboete van 26 tot 500 euro)

          • § Vernieling of beschadiging van grafsteden, gedenktekens of grafstenen, van monumenten, standbeelden of andere voorwerpen die tot algemeen nut of tot openbare versiering bestemd zijn en door de bevoegde overheid of met haar machtiging zijn opgericht
          • § Hetzelfde geldt voor monumenten, standbeelden, schilderijen of welke kunstvoorwerpen ook, die in kerken, tempels, of andere openbare gebouwen zijn geplaatst

          Voorwaarden

          • het materiële nadeel is op het ogenblik van de aangifte kleiner of gelijk aan 1.000 euro, zoals blijkt uit hetzij de aanvankelijk aangifte, hetzij de gevoegde stukken (facturen, kastickets, bestekken, … ), hetzij een initiële raming;
          • de feiten lijken niet te kaderen in een ruimere strafrechtelijke problematiek en/of context, zoals intrafamiliaal geweld, het georganiseerd karakter van de feiten, …;
          • de dader van het feit heeft geen gelijkaardige voorgaanden in de afgelopen twee jaar (blijkens de Algemene Nationale Gegevensbank bij de politie), zoals blijkt uit de vaststelling van de politie.

          Artikel 534bis SWB – preventiecode 50F (gevangenisstraf 1 maand tot 6 maanden en/of geldboete van 26 tot 200 euro)

          • Het aanbrengen zonder toestemming van graffiti op roerende of onroerende goederen

          Voorwaarden

          • het materiële nadeel is op het ogenblik van de aangifte kleiner of gelijk aan 1.000 euro, zoals blijkt uit hetzij de aanvankelijk aangifte, hetzij de gevoegde stukken (facturen, kastickets, bestekken, … ), hetzij een initiële raming;
          • de feiten lijken niet te kaderen in een ruimere strafrechtelijke problematiek en/of context, zoals intrafamiliaal geweld, het georganiseerd karakter van de feiten, …;
          • de dader van het feit heeft geen gelijkaardige voorgaanden in de afgelopen twee jaar (blijkens de Algemene Nationale Gegevensbank bij de politie), zoals blijkt uit de vaststelling van de politie.

          Artikel 534ter SWB – preventiecode 50F (gevangenisstraf 1 maand tot 6 maanden en/of geldboete van 26 tot 200 euro)

          • § Het opzettelijk beschadigen van andermans onroerende eigendommen

          Voorwaarden

          • het materiële nadeel is op het ogenblik van de aangifte kleiner of gelijk aan 1.000 euro, zoals blijkt uit hetzij de aanvankelijk aangifte, hetzij de gevoegde stukken (facturen, kastickets, bestekken, … ), hetzij een initiële raming;
          • de feiten lijken niet te kaderen in een ruimere strafrechtelijke problematiek en/of context, zoals intrafamiliaal geweld, het georganiseerd karakter van de feiten, …;
          • de dader van het feit heeft geen gelijkaardige voorgaanden in de afgelopen twee jaar (blijkens de Algemene Nationale Gegevensbank bij de politie), zoals blijkt uit de vaststelling van de politie.

          Artikel 537 SWB – preventiecode 50E (bomen: gevangenisstraf 8 dagen tot 3 maanden en geldboete van 26 tot 100 euro / enten: gevangenisstraf 8 dagen tot 15 dagen en/of geldboete 26 tot 50 euro)

          • § Het kwaadwillig vernielen of omhakken van bomen of vernielen van enten

          Voorwaarden

          • het materiële nadeel is op het ogenblik van de aangifte kleiner of gelijk aan 1.000 euro, zoals blijkt uit hetzij de aanvankelijk aangifte, hetzij de gevoegde stukken (facturen, kastickets, bestekken, … ), hetzij een initiële raming;
          • de feiten lijken niet te kaderen in een ruimere strafrechtelijke problematiek en/of context, zoals intrafamiliaal geweld, het georganiseerd karakter van de feiten, …;
          • de dader van het feit heeft geen gelijkaardige voorgaanden in de afgelopen twee jaar (blijkens de Algemene Nationale Gegevensbank bij de politie), zoals blijkt uit de vaststelling van de politie.

          Artikel 545 SWB – preventiecode 50A en 50D (gevangenisstraf 8 dagen tot 6 maanden en/of geldboete van 26 tot 200 euro)

          • § Het geheel of ten dele dempen van grachten, het afhakken of uitrukken van levende of dode hagen, het vernielen van landelijke of stedelijke afsluitingen, het verplaatsen of verwijderen van grenspalen, hoekbomen of andere bomen, geplant of erkend om grenzen tussen de verschillende erven te bepalen

          Voorwaarden

          • het materiële nadeel is op het ogenblik van de aangifte kleiner of gelijk aan 1.000 euro, zoals blijkt uit hetzij de aanvankelijk aangifte, hetzij de gevoegde stukken (facturen, kastickets, bestekken, … ), hetzij een initiële raming;
          • de feiten lijken niet te kaderen in een ruimere strafrechtelijke problematiek en/of context, zoals intrafamiliaal geweld, het georganiseerd karakter van de feiten, …;
          • de dader van het feit heeft geen gelijkaardige voorgaanden in de afgelopen twee jaar (blijkens de Algemene Nationale Gegevensbank bij de politie), zoals blijkt uit de vaststelling van de politie.

          Artikel 559/1 SWB – preventiecode 92 (geldboete van 10 tot 20 euro)

          • § Opzettelijk beschadigen of vernielen van andermans roerende eigendommen, met uitzondering van die in Boek II, Titel IX, hoofdstuk II SWB

          Voorwaarden

          • het materiële nadeel is op het ogenblik van de aangifte kleiner of gelijk aan 1.000 euro, zoals blijkt uit hetzij de aanvankelijk aangifte, hetzij de gevoegde stukken (facturen, kastickets, bestekken, … ), hetzij een initiële raming;
          • de feiten lijken niet te kaderen in een ruimere strafrechtelijke problematiek en/of context, zoals intrafamiliaal geweld, het georganiseerd karakter van de feiten, …;
          • de dader van het feit heeft geen gelijkaardige voorgaanden in de afgelopen twee jaar (blijkens de Algemene Nationale Gegevensbank bij de politie), zoals blijkt uit de vaststelling van de politie.

          Artikel 561/1 SWB – preventiecode 92 (gevangenisstraf 1 tot 5 dagen en/of geldboete van 10 tot 20 euro)

          • § Nachtlawaai, waardoor de rust van inwoners kan worden verstoord

          Artikel 563/2 SWB – preventiecode 92 (gevangenisstraf 1 tot 7 dagen en/of geldboete van 15 tot 25 euro)

          • § Opzettelijk beschadigen van stedelijke of landelijke afsluitingen

          Voorwaarden

          • het materiële nadeel is op het ogenblik van de aangifte kleiner of gelijk aan 1.000 euro, zoals blijkt uit hetzij de aanvankelijk aangifte, hetzij de gevoegde stukken (facturen, kastickets, bestekken, … ), hetzij een initiële raming;
          • de feiten lijken niet te kaderen in een ruimere strafrechtelijke problematiek en/of context, zoals intrafamiliaal geweld, het georganiseerd karakter van de feiten, …;
          • de dader van het feit heeft geen gelijkaardige voorgaanden in de afgelopen twee jaar (blijkens de Algemene Nationale Gegevensbank bij de politie), zoals blijkt uit de vaststelling van de politie.

          Artikel 563/3 SWB – preventiecode 92 (gevangenisstraf 1 tot 7 dagen en/of geldboete van 15 tot 25 euro)

          • § Feitelijkheden, die tot de klasse van beledigingen behoren of lichte gewelddaden zonder gewonden of slagen; in het bijzonder het opzettelijk, doch zonder oogmerk om te beledigen, enig voorwerp op iemand werpen dat hem kan hinderen of bevuilen

          Voorwaarden

          • de feiten lijken niet te kaderen in een ruimere strafrechtelijke problematiek en/of context, zoals intrafamiliaal geweld, het georganiseerd karakter van de feiten, …;
          • de dader van het feit heeft geen gelijkaardige voorgaanden in de afgelopen twee jaar (blijkens de Algemene Nationale Gegevensbank bij de politie), zoals blijkt uit de vaststelling van de politie.

          Artikel 563bis SWB – preventiecode 13 (gevangenisstraf 1 tot 7 dagen en/of geldboete van 15 tot 25 euro)

          • § Het dragen van kleding die het gezicht volledig dan wel grotendeels verbergt

          De zware gemengde inbreuken of categorie 3

          Artikel 398 SWB – preventiecode 43A (gevangenisstraf 8 dagen tot 6 maanden en/of geldboete van 26 tot 100 euro)

          • § Opzettelijke verwondingen of slagen toebrengen

          Voorwaarden

          • de feiten lijken niet te kaderen in een ruimere strafrechtelijke problematiek en/of context, zoals intrafamiliaal geweld, het georganiseerd karakter van de feiten, …;
          • de dader van het feit heeft geen gelijkaardige voorgaanden in de afgelopen twee jaar (blijkens de Algemene Nationale Gegevensbank bij de politie), zoals blijkt uit de vaststelling van de politie;
          • de afwezigheid van arbeidsongeschiktheid;
          • de afwezigheid van enige andere verzwarende omstandigheid (zoals bv. tegenover openbare dienstverlenende functies of gezagsfuncties, bijzonder kwetsbare personen of bijzonder beschermde personen).

          Artikel 521, 3e lid SWB – preventiecode 50B (gevangenisstraf 15 dagen tot 3 jaar en geldboete van 50 tot 500 euro)

          • § gehele of gedeeltelijke vernieling of onbruikbaarmaking, met het oogmerk om te schaden, van rijtuigen, wagons en motorvoertuigen

          Voorwaarden

          • het materiële nadeel is op het ogenblik van de aangifte kleiner of gelijk aan 1.000 euro, zoals blijkt uit hetzij de aanvankelijk aangifte, hetzij de gevoegde stukken (facturen, kastickets, bestekken, … ), hetzij een initiële raming;
          • de feiten lijken niet te kaderen in een ruimere strafrechtelijke problematiek en/of context, zoals intrafamiliaal geweld, het georganiseerd karakter van de feiten, …;
          • de dader van het feit heeft geen gelijkaardige voorgaanden in de afgelopen twee jaar (blijkens de Algemene Nationale Gegevensbank bij de politie), zoals blijkt uit de vaststelling van de politie.

          2. De Procureur des Konings verbindt zich ertoe om inzake de processen-verbaal ten laste van minderjarigen vanaf de leeftijd van 14 jaar die enkel betrekking hebben op de hierna opgesomde gemengde inbreuken geen vervolging in te stellen en de betrokken gemeenten verbinden zich ertoe de naar behoren vastgestelde inbreuken af te handelen. De klassieke processen-verbaal worden in origineel overgemaakt aan het parket (sectie jeugd en gezin) en een afschrift ervan aan de sanctionerend ambtenaar, die ten gepaste tijde het parket bevraagt of dat de GAS-procedure kan worden opgestart of niet. Het parket zal zijn beslissing, buiten de hieronder vermelde voorwaarden die reeds politioneel werden gecontroleerd, laten afhangen van het gegeven of de betrokken minderjarige reeds onder toezicht staat van de jeugdrechter of niet.

          De in de wet voorziene kennisgevingen zoals voorzien in artikel 23§2 en 3 worden opgevangen door het globale engagement van niet-vervolging zoals opgenomen in huidig protocol. De Procureur des Konings zal deze kennisgevingen niet doen en de sanctionerend ambtenaar dient het verstrijken van de termijn van twee maken niet af te wachten vermits in onderhavig protocol de Procureur des Konings zich engageert om geen gevolg te geven aan de feiten opgenomen in dit protocol.

          Artikel 461 en artikel 463 SWB – preventiecode 12 (winkeldiefstal), 18A (gewone diefstal), 18F (poging gewone diefstal) (gevangenisstraf 1 maand tot 5 jaar en geldboete van 26 tot 500 euro) en poging (gevangenisstraf 8 dagen tot 3 jaar en geldboete van 26 tot 300 euro)

          • § Het bedrieglijk wegnemen van andermans zaak
          • § Het bedrieglijk wegnemen van andermans zaak al dan niet voor kortstondig gebruik

          Voorwaarden

          • het materiële nadeel is op het ogenblik van de aangifte kleiner of gelijk aan 1.000 euro, zoals blijkt uit hetzij de aanvankelijk aangifte, hetzij de gevoegde stukken (facturen, kastickets, bestekken, … ), hetzij een initiële raming;
          • de feiten lijken niet te kaderen in een ruimere strafrechtelijke problematiek en/of context, zoals intrafamiliaal geweld, het georganiseerd karakter van de feiten, …;
          • de dader van het feit heeft geen gelijkaardige voorgaanden in de afgelopen twee jaar (blijkens de ANG bij de politie), zoals blijkt uit de vaststelling van de politie.

          3. De procureur des Konings behoudt zijn beslissingsrecht over processen-verbaal ten laste van meerderjarigen of minderjarigen vanaf 14 jaar die betrekking hebben op de hierna volgende gemengde inbreuken, hetgeen de toepassing van de GAS- procedure uitsluit.

          Artikel 398,2° SWB – preventiecode 43A (gevangenisstraf 1 maand tot 1 jaar en geldboete van 50 tot 200 euro)

          • § Opzettelijke verwondingen of slagen toebrengen met voorbedachtheid

          Artikel 448 SWB – preventiecode 45C (gevangenisstraf 8 dagen tot 2 maanden en/of geldboete van 26 tot 500 euro)

          • § Beledigingen van personen of van dragers van het openbaar gezag of openbare macht of bekleed met een openbare hoedanigheid en dit in die hoedanigheid of wegens zijn bediening door daden, geschriften, beelden of zinnebeelden of door woorden in de in artikel 444 bepaalde omstandigheden

          4. De procureur des Konings behoudt zijn beslissingsrecht over processen-verbaal ten laste van meerderjarigen die betrekking hebben op de hierna volgende gemengde inbreuken, hetgeen de toepassing van de GAS- procedure uitsluit.

          Artikel 461 en artikel 463 SWB – preventiecode 12 (winkeldiefstal), 18A (gewone diefstal), 18F (poging gewone diefstal) (gevangenisstraf 1 maand tot 5 jaar en geldboete van 26 tot 500 euro) en poging (gevangenisstraf 8 dagen tot 3 jaar en geldboete van 26 tot 300 euro)

          • § Het bedrieglijk wegnemen van andermans zaak
          • § Het bedrieglijk wegnemen van andermans zaak al dan niet voor kortstondig gebruik

          b)     Bijzondere modaliteiten (gemengde inbreuken)

          1. De feiten dienen op grond van de vaststellingen onherroepelijk vast te staan. De sanctionerend ambtenaar beschikt over de mogelijkheid om bijkomende informatie op te vragen bij de vaststellers indien hij dit noodzakelijk acht na lezing van het proces-verbaal of na verweer van de overtreder.
          2. Indien de feiten bedoeld in dit protocol, zoals bedoeld onder artikel 2.a, samenhangen met andere feiten die niet in aanmerking komen voor administratieve sancties of tot een gerechtelijke vrijheidsberoving, bevestigd door de Procureur des Konings, hebben geleid, wordt de toepassing van de procedure van de GAS-wet uitgesloten.
          3. Indien de bevoegde sanctionerende ambtenaar, tijdens het toepassen van de procedure tot het opleggen van gemeentelijke administratieve geldboete, vaststelt dat de verdachte zich kennelijk ook schuldig heeft gemaakt aan andere misdrijven, geeft hij de feiten aan bij de referentiemagistraat GAS, overeenkomstig artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering.
            Rekening houdend met de aard van de aangegeven feiten beslist de referentiemagistraat GAS of hij zich verbindt tot het geven van een gevolg voor het geheel van de feiten. Hij brengt de sanctionerend ambtenaar daarvan op de hoogte binnen de termijn van 2 maanden van aangifte aan de referentiemagistraat GAS, die vervolgens de procedure afsluit. Lopende de voormelde termijn mag de sanctionerend ambtenaar geen initiatief nemen.
          1. Als het gaat om vaststellingen met een onbekende verdachte, zal geen kopie van het proces-verbaal worden overgemaakt aan de sanctionerend ambtenaar.
          2. Indien conform dit protocol aan de voorwaarden voor de toepassing van de GAS-procedure voldaan is, kan de sanctionerend ambtenaar vanaf de ontvangst van het afschrift van het proces-verbaal de GAS-procedure opstarten. Hij zal dus geen mededeling van de Procureur des Konings dienen af te wachten.
          3. Elke wijziging aan huidig protocolakkoord kan worden aangebracht bij wijze van addendum, behoorlijk te dagtekenen en te ondertekenen door alle partijen vermeld in de aanhef van huidig protocolakkoord.

           

          Dit protocolakkoord treedt in werking op 1 april 2024.

          Opgemaakt te Puurs-Sint-Amands, op 26 maart 2024.

           

          Voor de gemeente Puurs-Sint-Amands

           

           

          Raoul PARIDAENS                                                                                      Koen VAN DEN HEUVEL

          Algemeen Directeur                                                                                  Burgemeester

           

          Voor het parket van de Procureur des Konings

           

           

          Franky DE KEYZER

          Procureur des Konings

          BIJLAGE 2 | BEMIDDELINGSREGLEMENT

          Hoofdstuk 1 – Algemene bepalingen

          Artikel 1: Toepassingsgebied en definities

          Dit reglement is van toepassing op de bemiddeling en de gemeenschapsdienst bedoeld in artikel 4 §2 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties (hierna: de GAS- wet).

          De GAS-bemiddeling is een alternatieve maatregel voor de administratieve geldboete die het voor de overtreder van een inbreuk op het lokale politiereglement mogelijk maakt om, door tussenkomst van een bemiddelaar, de veroorzaakte schade te herstellen, te vergoeden of om het conflict te doen bedaren.

          De gemeenschapsdienst is eveneens een alternatieve maatregel voor de administratieve geldboete die een prestatie omvat van algemeen belang uitgevoerd door de overtreder ten gunste van de collectiviteit.

          Artikel 2: De wettelijke minimumvoorwaarden en modaliteiten

          De minimumvoorwaarden en modaliteiten voor de bemiddeling en de gemeenschapsdienst en de daarmee gepaard gaande nadere regels worden bepaald in de GAS-wet en in het koninklijk besluit van 28 januari 2014 houdende de minimumvoorwaarden en modaliteiten voor de bemiddeling in het kader van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

          Artikel 3: De bemiddelaar

          De bemiddelaar, die is aangesteld door de stad Mechelen en ter beschikking staat van alle gemeenten van het arrondissement Antwerpen, afdeling Mechelen, voert de bemiddelingsprocedure uit en staat mee in voor de keuze en het bepalen de nadere regels van de gemeenschapsdienst voor minderjarige overtreders. De bemiddelaar biedt tevens inhoudelijke ondersteuning bij de uitwerking van een gemeenschapsdienst voor meerderjarige overtreders.

          De bemiddelaar voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 6 van het koninklijk besluit van 28 januari 2014 houdende de minimumvoorwaarden en modaliteiten voor de bemiddeling in het kader van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

          De bemiddelaar voert de bemiddeling uit volgens de principes van onafhankelijkheid, neutraliteit en vertrouwelijkheid. Daarnaast houdt de bemiddelaar zich strikt aan het beroepsgeheim wat betreft de identiteit van de betrokken partijen en de onderzoeksgegevens in het dossier.

          Artikel 4: Verplicht of facultatief aanbod

          Wanneer de GAS-procedure wordt opgestart, moet door de sanctionerend ambtenaar verplicht een bemiddelingsaanbod gedaan worden aan overtreders die op het ogenblik van de feiten jonger zijn dan 18 jaar.

          Wat betreft de meerderjarige overtreders, is het voorstel tot bemiddeling of uitvoeren van een gemeenschapsdienst facultatief en wordt het aan de beoordeling van sanctionerende ambtenaar overgelaten om al dan niet een dergelijk aanbod te doen.

          Artikel 5: Betrokkenheid advocaat en wettelijke vertegenwoordigers minderjarige overtreder

          Wanneer de GAS-procedure wordt opgestart ten laste van een minderjarige overtreder, wordt er een advocaat aangesteld. Deze advocaat kan aanwezig zijn tijdens de bemiddelingsprocedure en kan ook in de procedure inzake gemeenschapsdienst de minderjarige bijstaan.

          Iedere titularis die het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige wordt op de hoogte gebracht van de procedure inzake bemiddeling en gemeenschapsdienst en worden, indien gewenst, bij deze procedures betrokken.

          Artikel 6: Vrijwilligheid

          Voor elke bemiddeling en gemeenschapsdienst, ook die ten aanzien van minderjarigen, geldt het beginsel van vrijwilligheid van deelname. De overtreder aan wie de bemiddelingsprocedure of een gemeenschapsdienst wordt voorgesteld, kan dit aanvaarden of weigeren. Dit geldt in kader van de bemiddeling ook voor het slachtoffer.

          Hoofdstuk 2 - De bemiddelingsprocedure

          Artikel 7: Opstart bemiddeling door sanctionerend ambtenaar binnen de GAS-procedure

          De sanctionerend ambtenaar selecteert de dossiers die in aanmerking komen voor bemiddeling. Hij start de administratieve GAS-procedure op en maakt het voorstel tot bemiddeling per aangetekend schrijven over aan de overtreder en, indien het om een minderjarige overtreder gaat, tevens per aangetekend schrijven aan iedere titularis die het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige. Het slachtoffer wordt door de sanctionerend ambtenaar eveneens gelijktijdig per gewoon schrijven op de hoogte gebracht van de opstart van de GAS-procedure met een voorstel tot bemiddeling.

          Indien het bemiddelingsaanbod binnen de officiële verweertermijn wordt geweigerd, stelt de sanctionerend ambtenaar de bemiddelaar hiervan in kennis, zodat deze weigering kan worden genoteerd. Indien het bemiddelingsaanbod niet wordt geweigerd binnen het verstrijken van de officiële verweertermijn, wordt het dossier door de sanctionerend ambtenaar overgemaakt aan de bemiddelaar.

          De bemiddelaar heeft toegang tot het volledig digitale dossier van de overtreder bestaande uit alle officiële stukken van het dossier (PV of bestuurlijk verslag, opstartbrief naar overtreder, kennisgeving aan slachtoffer). Indien de bemiddeling naar aanleiding van een hoorzitting wordt opgestart bevat het dossier ook een Proces-Verbaal van de hoorzitting. Indien het gaat om een minderjarige overtreder bevat het dossier eveneens documenten m.b.t. de aanstelling bij het BJB van een advocaat, de vaststelling en de identiteit van de toegewezen advocaat alsook de brieven naar iedere titularis die het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige.

          Artikel 8: Uitnodiging tot deelname aan bemiddeling door bemiddelaar

          Na ontvangst van het dossier nodigt de bemiddelaar binnen een redelijke termijn de overtreder per gewoon schrijven uit tot actieve deelname aan het bemiddelingsproces. Indien de overtreder minderjarig is, wordt tevens iedere titularis die het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige, alsook de toegewezen advocaat schriftelijk op de hoogte gebracht van de opstart van de bemiddelingsprocedure.

          Wanneer de overtreder niet antwoordt binnen de vooropgestelde termijn vermeld in de uitnodiging of de bemiddeling weigert, beëindigt de bemiddelaar zijn tussenkomst. Hij stelt een bondig eindverslag op en maakt dit over aan de sanctionerend ambtenaar. In dit geval wordt door de bemiddelaar aan het slachtoffer per gewone post ook een nazorgbrief toegestuurd waarin staat welke stappen hij/zij eventueel kan volgen opdat het conflict opgelost kan worden, alsook welke informatie opgevraagd kan worden bij de sanctionerend ambtenaar.

          Wanneer de overtreder ermee instemt om aan een bemiddeling deel te nemen, brengt de bemiddelaar het slachtoffer hiervan op de hoogte. Indien het slachtoffer een natuurlijke persoon of een rechtspersoon is, gebeurt dit bij gewone post. Indien het slachtoffer een lokaal bestuur of andere instelling is, vraagt de bemiddelaar om een vertegenwoordiger aan te duiden, die aan het bemiddelingsgesprek kan deelnemen. Het lokaal bestuur engageert zich steeds als benadeelde partij om een directe bemiddeling na te streven.

          Wanneer het slachtoffer niet antwoordt of zijn weigering kenbaar maakt om deel te nemen aan de bemiddeling, brengt de bemiddelaar de overtreder en, indien het om een minderjarige overtreder gaat, tevens iedere titularis die het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige en zijn/haar advocaat, hiervan op de hoogte, en beëindigt de bemiddelaar zijn tussenkomst. Hij stelt een bondig eindverslag op en maakt dit over aan de sanctionerend ambtenaar.

          Artikel 9: Verloop van de bemiddeling

          In het geval de betrokken partijen akkoord gaan met de opstart van de bemiddeling, wordt bij aanvang van de bemiddeling de bemiddelingsprocedure binnen het kader van de regeling inzake gemeentelijke administratieve sancties door de bemiddelaar verduidelijkt. Vervolgens peilt de bemiddelaar in een afzonderlijk gesprek eerst naar de motivatie en verwachtingen van de partijen. De partijen worden geïnformeerd dat ze de mogelijkheid hebben om al dan niet op het voorstel inzake de schadeloosstelling of herstel van de schade in te gaan en dat ze op elk moment de bemiddeling kunnen beëindigen.

          Indien er een gezamenlijk gesprek gewenst wordt, krijgen beide partijen de mogelijkheid om een voorstelling van de feiten te geven en toe te lichten hoe ze dit hebben ervaren. De nadruk ligt tijdens het gesprek in de ondersteunende taak van de bemiddelaar ten aanzien van de betrokken partijen bij het zoeken naar een voor allen aanvaardbare, haalbare en proportionele oplossing, in de vorm van een materieel, moreel, emotioneel en/of financieel herstel voor de geleden schade bij het slachtoffer. Bij de bemiddeling wordt het conflict bij de partijen gelegd en bepalen zij de inhoud van de bemiddeling. De partijen beslissen of de bemiddeling geslaagd of niet geslaagd is.

          De overtreder wordt gestimuleerd tot actieve deelname aan het bemiddelingsproces en wordt aangesproken op zijn/haar verantwoordelijkheid en betrokkenheid. Indien partijen een gezamenlijk gesprek niet wensen kan de bemiddelaar met de partijen afzonderlijke gesprekken voeren en de gegeven boodschappen overmaken aan de andere partij(en).

          Artikel 10: Overeenkomst over de schadeloosstelling of het herstel van de schade

          Indien de betrokken partijen een akkoord bereiken omtrent de schadeloosstelling of het herstel van de schade kan hiervan, indien de partijen dit wensen, een schriftelijke overeenkomst worden opgemaakt. Dit is echter geen verplichting.

          Indien er een schriftelijke overeenkomst wordt opgemaakt, wordt hierin uitdrukkelijk verwezen naar het kader van de bemiddeling binnen de GAS-procedure, het artikel uit het politiereglement dat overtreden werd, de feitomschrijving en locatie volgens het PV, de verbintenis of regeling die de partijen beogen en de eventuele modaliteiten voor de uitvoering. De gemaakte afspraken tussen de betrokken partijen worden in de overeenkomst expliciet vermeld. In de overeenkomst staat tevens gestipuleerd wanneer de uitvoering van de afspraken moeten voltooid zijn.

          De partijen krijgen de overeenkomst ter ondertekening per gewone post of mail doorgestuurd en kunnen eventueel nog opmerkingen toevoegen. Indien één van de partijen bijgestaan wordt door een advocaat, wordt de overeenkomst eerst per gewone post of mail aan de advocaat bezorgd en heeft deze de mogelijkheid om in overleg met zijn cliënt bemerkingen te formuleren. Bij minderjarigen wordt de overeenkomst ondertekend door iedere titularis die het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige. Na ondertekening van de overeenkomst krijgen alle betrokken partijen een ondertekend exemplaar. Een digitale kopie wordt overgemaakt aan de sanctionerend ambtenaar.

          Indien er geen akkoord wordt bereikt over schadeloosstelling of herstel van de schade of één van de partijen tijdens het proces de bemiddeling wenst te beëindigen, beëindigt de bemiddelaar zijn tussenkomst en stelt hij een bondig eindverslag op dat hij overmaakt aan de sanctionerend ambtenaar.

          Artikel 11: Opvolging afspraken en eindverslag

          De bemiddelaar volgt de uitvoering van de afspraken, al dan niet in een overeenkomst opgenomen, op en evalueert het bemiddelingsproces met de betrokken partijen.

          Wanneer de bemiddelaar zijn tussenkomst beëindigt, stelt hij een eindverslag op dat hij aan de sanctionerend ambtenaar bezorgt. In dit verslag wordt vermeld of de bemiddeling werd geweigerd, heeft gefaald of geslaagd is.

          Een geslaagde bemiddeling is een bemiddeling die tot een uitgevoerd akkoord heeft geleid, of geleid heeft tot een akkoord waarvan de niet-uitvoering niet toe te schrijven is aan de overtreder. Bij het weigeren of falen van de bemiddeling kan de bemiddelaar in overleg met de partijen een bondige toelichting geven over de reden hiervan. Het eindverslag wordt uiterlijk binnen 11 maanden na de vaststelling van de feiten aan de sanctionerend ambtenaar bezorgd.

          Artikel 12: Beslissing sanctionerend ambtenaar

          Wanneer uit het eindverslag van de bemiddelaar blijkt dat de bemiddeling geslaagd is, kan de sanctionerend ambtenaar geen administratieve geldboete meer opleggen.

          In geval van weigering van het aanbod of falen van de bemiddeling, kan de sanctionerend ambtenaar een gemeenschapsdienst voorstellen of een administratieve geldboete opleggen aan de overtreder. Mits uitdrukkelijk schriftelijk verzoek kan het slachtoffer door de sanctionerend ambtenaar op de hoogte worden gebracht van de door hem genomen beslissing.

          Hoofdstuk 3 - De procedure met betrekking tot de gemeenschapsdienst

          Artikel 13: Opstart gemeenschapsdienst door sanctionerend ambtenaar binnen de GAS-procedure

          De sanctionerend ambtenaar selecteert de dossiers die in aanmerking komen voor gemeenschapsdienst, al dan niet op verzoek van de overtreder. De sanctionerend ambtenaar kan eveneens op verzoek van de overtreder of mits zijn akkoord een gemeenschapsdienst voorstellen na weigering of falen van de GAS-bemiddeling. Bij minderjarige overtreders kan een gemeenschapsdienst echter enkel worden voorgesteld na weigering of falen van de GAS-bemiddeling.

          De sanctionerend ambtenaar maakt het voorstel tot gemeenschapsdienst per aangetekend schrijven over aan de overtreder en, indien het om een minderjarige overtreder gaat, tevens aan iedere titularis die het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige en zijn/haar advocaat. In dit schrijven wordt expliciet vermeld dat de overtreder zelf contact dient op te nemen met de bemiddelaar binnen de 7 werkdagen vanaf de kennisgeving van het voorstel van de sanctionerend ambtenaar. De sanctionerend ambtenaar brengt tevens de bemiddelaar per mail op de hoogte van de inhoud van zijn beslissing.

          Artikel 14: Geen contact met bemiddelaar of weigering gemeenschapsdienst

          De overtreder dient de bemiddelaar zelf te contacteren voor verdere uitwerking van het voorstel tot gemeenschapsdienst en dit binnen de 7 werkdagen vanaf de kennisgeving van het voorstel van de sanctionerend ambtenaar. Wanneer de overtreder geen contact opneemt met de bemiddelaar binnen deze termijn of de uitvoering van gemeenschapsdienst weigert, stelt de bemiddelaar de sanctionerend ambtenaar hiervan in kennis. In dit geval kan de sanctionerend ambtenaar een administratieve geldboete opleggen aan de overtreder.

          Artikel 15: Instemming met voorstel gemeenschapsdienst door minderjarige overtreder

          Wanneer de minderjarige overtreder ermee instemt om een gemeenschapsdienst uit te voeren, wordt de keuze van het soort gemeenschapsdienst, de verdere uitwerking daarvan en concrete afspraken met betrekking tot de uitvoering ervan, gemaakt door en met de bemiddelaar. Bij het uitwerken van de gemeenschapsdienst wordt er rekening gehouden met de leeftijd en de mogelijkheden van de minderjarige overtreder en ziet de bemiddelaar erop toe dat de totale duurtijd van de gemeenschapsdienst beperkt blijft tot maximaal 15u.

          Artikel 16: Instemming met voorstel gemeenschapsdienst door meerderjarige overtreder

          Wanneer de meerderjarige overtreder ermee instemt om een gemeenschapsdienst uit te voeren, wordt de keuze van het soort gemeenschapsdienst, de verdere uitwerking daarvan en concrete afspraken met betrekking tot de uitvoering ervan, gemaakt door en met een medewerker van de gemeente. Deze medewerker wordt hierin ondersteund door de bemiddelaar. Bij het uitwerken van de gemeenschapsdienst zien de medewerker van de gemeente en de bemiddelaar erop toe dat de totale duurtijd van de gemeenschapsdienst beperkt blijft tot maximaal 30u.

          Artikel 17: Inhoud van de gemeenschapsdienst en schriftelijke overeenkomst

          De gemeenschapsdienst bestaat uit een opleiding en/of een onbetaalde prestatie onder toezicht van het lokaal bestuur of van een door het lokaal bestuur aangewezen bevoegde rechtspersoon uitgevoerd ten behoeve van een gemeentedienst of een publiekrechtelijke rechtspersoon, een stichting of een vereniging zonder winstgevend oogmerk die door de gemeente wordt aangewezen.

          De bemiddelaar neemt contact op met een medewerker van een werkplaats, gaat met de overtreder mee naar de werkplaats om de overeenkomst te tekenen waarin de (praktische) afspraken opgenomen worden en sluit een verzekering af voor burgerlijke aansprakelijkheid en lichamelijke ongevallen ter bescherming van de overtreder. Iedere titularis die het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige, kan op zijn verzoek de minderjarige overtreder begeleiden bij het uitvoeren van de gemeenschapsdienst.

          Artikel 18: Opvolging uitvoering gemeenschapsdienst en eindverslag

          De gemeenschapsdienst moet worden uitgevoerd binnen een termijn van zes maanden vanaf de datum van kennisgeving van de beslissing van de sanctionerend ambtenaar.

          Wat betreft de meerderjarige overtreders, gaat de medewerker van het lokaal bestuur na of de overeenkomst werd nageleefd binnen de afgesproken termijn en stelt hij de bemiddelaar hiervan in kennis.

          De bemiddelaar bezorgt uiterlijk binnen de 6 maanden vanaf de datum van kennisgeving van de beslissing van de sanctionerend ambtenaar inzake het opleggen van een gemeenschapsdienst aan de overtreder, een verslag aan de sanctionerend ambtenaar waarin wordt meegedeeld of de gemeenschapsdienst niet, geheel of gedeeltelijk werd uitgevoerd. In dit verslag wordt eveneens de aard van de prestatie geduid en aangegeven ten behoeve van welke gemeentedienst, publiekrechtelijke rechtspersoon, stichting of een vereniging zonder winstgevend oogmerk zij werd uitgevoerd.

          Indien de gemeenschapsdienst niet of slechts gedeeltelijk werd uitgevoerd, vermeldt de bemiddelaar de redenen hiervan in zijn verslag.

          Artikel 19: Beslissing sanctionerend ambtenaar

          Wanneer uit het eindverslag van de bemiddelaar blijkt dat de gemeenschapsdienst volledig werd uitgevoerd, kan de sanctionerend ambtenaar geen administratieve geldboete meer opleggen.

          In geval van niet-uitvoering of weigering van de gemeenschapsdienst kan de sanctionerend ambtenaar een administratieve geldboete opleggen aan de overtreder. Mits uitdrukkelijk schriftelijk verzoek kan het slachtoffer door de sanctionerend ambtenaar op de hoogte worden gebracht van de door hem genomen beslissing. 

          Onderhavig reglement treedt in werking op 01.04.2024. 

          BIJLAGE 3 | HUISHOUDELIJKE AFVALSTOFFEN

          [Bijlage gewijzigd gemeenteraad 15-12-2025, inwerkingtreding 01-01-2026]

          Hoofdstuk 1 – Inzameling van afvalstoffen

          Afdeling 1a. Inzameling

          Onderafdeling 1. Algemene bepalingen

          artikel 1.             Het college van burgemeester en schepenen bepaalt de dagen en uren en de wijze waarop in de diverse straten het gewone huisvuil, het grofvuil en de selectieve afvalstoffen opgehaald worden en kan eventueel (andere) recipiënten voorschrijven.

          Het huis-aan-huis inzamelen van afvalstoffen is verboden zonder toelating van het gemeentebestuur

          artikel 2.              Het college van burgemeester en schepenen kan ten behoeve van selectieve inzameling of verwerking bijkomend bepaalde afvalstoffen uit de gewone of grofvuilophalingen weren en de inzamelwijze bepalen of wijzigen.

          Onderafdeling 2. Huisvuil

          artikel 3.              Het is verboden voor de verwijdering van het huisvuil gebruik te maken van een recyclagepark.

          Onderafdeling 3. Grofvuil

          artikel 4.              Het grofvuil wordt ingezameld op het recyclagepark en wordt eveneens op aanvraag aan huis opgehaald.

          artikel 5.              Grofvuil omvat alle brandbare fracties die niet toegelaten zijn in de gewone huisvuilinzameling of in de selectieve straatinzamelingen, met uitzondering van:

          • alles wat past in het formaat van een gewone huisvuilzak;
          • vloeibare producten, stenig bouwafval en aarde, autobanden en voertuigschroot, ramen met glas, boomstronken;
          • producten die gevaarlijk zijn bij de verwerking (gasflessen, krengen, eternit, ...);
          • afgedankte elektrische en elektronische toestellen (AEEA).

          Voor niet-toegelaten fracties kan men zich eventueel wenden tot het containerpark, binnen het kader van de aldaar toegelaten fracties.

          Onderafdeling 4. Glas

          artikel 6.              Hol glas wordt gedeponeerd in de daartoe door de gemeente voorziene glascontainers. Hol en vlak glas worden ook ingezameld op de recyclageparken.

          artikel 7.              Het deponeren in glascontainers van andere afvalstoffen dan hol glas is verboden.

          artikel 8.              Het achterlaten van afvalstoffen naast en in de omgeving van een glascontainer is verboden.

          artikel 9.           Het is verboden glas in een glascontainer te deponeren tussen 22u00 en 07u00.

          Onderafdeling 5. Papier en karton

          artikel 10.           Papier en karton worden minstens éénmaal per vier weken huis-aan-huis ingezameld langsheen de voor de ophaler toegankelijke straten, wegen en pleinen op de door het college van burgemeester en schepenen bepaalde tijdstippen. Papier en karton worden ook ingezameld op de recyclageparken.

          Onderafdeling 6. Plastic-metaal-drankkartons (PMD)

          artikel 11.           Het PMD-afval wordt minimum eenmaal per twee weken huis-aan-huis ingezameld langsheen de voor de ophaler toegankelijke straten, wegen en pleinen op de door het college van burgemeester en schepenen bepaalde tijdstippen. Het PMD-afval wordt ook ingezameld op de recyclageparken.

          Onderafdeling 7. Groenten-, fruit- en tuinafval (GFT)

          artikel 12.           Het GFT wordt tweewekelijks huis-aan-huis ingezameld langsheen de voor de ophaler toegankelijke straten, wegen en pleinen, op de door IVAREM, in overleg met het college van burgemeester en schepenen, bepaalde tijdstippen. De data van de ophalingen zijn raadpleegbaar via de door de gemeente verspreide afvalkalender en via de app en website van IVAREM.

          artikel 13.           Particuliere huishoudens en/of exploitanten kunnen door IVAREM, in overleg met het college van burgemeester en schepenen, verplicht worden of de toelating krijgen gebruik te maken van een collectief inzamelsysteem. Dit bevel of deze toelating wordt schriftelijk aan de betrokken particuliere huishoudens en/of exploitanten overgemaakt. Een afschrift van dit bevel of deze toelating wordt ter kennisgeving overgemaakt aan het gemeentebestuur.

          artikel 14.           De ophaling gebeurt door IVAREM of door een aangestelde daarvan. GFT mag niet worden meegegeven met andere inzamelingen.

          artikel 15.           Het is verboden voor de verwijdering van GFT gebruik te maken van een recyclagepark.

          Onderafdeling 8. Groenafval

          artikel 16.           Groenafval kan ook worden ingezameld op de recyclageparken.

          Onderafdeling 9. Klein gevaarlijk afval (KGA)

          artikel 17.           KGA wordt ingezameld op de recyclageparken.

          Afdeling 1b. Wijze van aanbieding

          Onderafdeling 1. Algemene bepalingen

          artikel 18.           Eender welk afvalrecipiënt dient te worden aangeboden in een toestand die geen risico inhoudt voor de veiligheid en gezondheid van de ophaler.

          artikel 19.           Eender welk afvalrecipiënt dient te worden aangeboden in een toestand die geen risico inhoudt voor weggebruikers van de openbare weg. 

          Onderafdeling 2. Huisvuil

          artikel 20.           Het huisvuil moet aangeboden worden in een door de gemeente goedgekeurd recipiënt. Bij gebruik van een container dient deze na lediging onmiddellijk van de openbare weg verwijderd te worden. Zij die aan dit voorschrift niet kunnen voldoen, zijn verplicht om vuilniszakken te gebruiken.

          artikel 21.           De recipiënt moet zorgvuldig gesloten worden. De recipiënt mag noch scheuren, barsten of lekken vertonen.

          artikel 22.           Het gewicht van het aangeboden huisvuil mag per recipiënt niet hoger zijn dan 12 kg (grote) en 8kg (kleine) vuilzak of het maximumgewicht zoals vermeld op de vuilzak. Deze gewichtsbeperking geldt enkel indien het huisvuil in een vuilniszak wordt aangeboden en dus niet voor het huisvuil dat in containers wordt aangeboden.

          Onderafdeling 3. Grofvuil

          artikel 23.           Het grofvuil mag zowel per voorwerp als verpakt of samengebundeld worden aangeboden.

          artikel 24.           Het gewicht van het afzonderlijk voorwerp of het verpakt of samengebonden grofvuil mag niet hoger zijn dan 50 kg.

          artikel 25.           Het totale volume dat ter inzameling wordt aangeboden mag niet meer dan 4 m³ bedragen.

          Onderafdeling 4. Glas

          artikel 26.           Hol glas moet afhankelijk van de kleur in de daartoe voorziene glascontainer worden gedeponeerd.

          artikel 27.           Het hol glas moet ontdaan zijn van deksels, kurken en stoppen.

          artikel 28.           Het hol glas moet leeg en gereinigd zijn.

          Onderafdeling 5. Papier en karton

          artikel 29.           Dit artikel is enkel van toepassing op de gemeente Puurs-Sint-Amands: Het papier en karton moet gebundeld met een stevig natuurtouw of in een stevige kartonnen verpakking of papieren zak, aangeboden worden. Er dient te allen tijde voor gezorgd worden dat het aangeboden papier en karton niet kan wegwaaien en dat het door de ophalers voldoende vlot en op een nette manier kan opgehaald worden.

          artikel 30.           Dit artikel is enkel van toepassing op de gemeente Puurs-Sint-Amands: Het gewicht van de bundel, de kartonnen verpakking of papieren zak mag niet hoger zijn dan 15 kg.

          artikel 31.           Dit artikel is enkel van toepassing in de gemeente Bornem: De gemeente stelt in samenwerking met IVAREM een papiercontainer voor papier en karton ter beschikking, die men enkel mag gebruiken voor ophaling aan huis. Andere manieren van aanbieding aan huis zijn niet toegelaten.

          artikel 32.           Dit artikel is enkel van toepassing in de gemeente Bornem: Iedere papiercontainerhouder is als een “goede huisvader” verantwoordelijk voor het gepaste gebruik en het onderhoud van de inzamelcontainer. Dit impliceert enerzijds dat de papiercontainer uitsluitend gebruikt mag worden ten behoeve van de inzameling van papier en karton en anderzijds dat de papiercontainer periodiek gereinigd moet worden.

          artikel 33.           Dit artikel is enkel van toepassing in de gemeente Bornem: 

          §1. De standaard container voor de inzameling van papier en karton is een containerformaat van 240 liter. Andere volumes zijn enkel mogelijk onder volgende voorwaarden:

          - Kleine papiercontainer (40 liter): enkel voor gesloten bebouwing, appartementen of woningen die verder dan 50 meter van de openbare weg zijn gelegen.
          - Grote papiercontainer (770 liter): enkel voor gezinnen met meer dan 5 gezinsleden en als gemeenschappelijk container bij collectieve woonvormen en appartementen.

          §2. De papiercontainer blijft verboden aan het adres waar hij is afgeleverd. In geval van verhuizing is het niet toegelaten om de papiercontainer mee te nemen naar het nieuwe adres.

          artikel 34.           Dit artikel is enkel van toepassing in de gemeente Bornem: 

          De aanbiedingsregels voor de papiercontainer zijn de volgende:

          §1. De papiercontainer moet met het handvat naar de straatkant aangeboden worden, waarbij de container op een zichtbare en bereikbare plaats staat voor de ophalers, zonder daarbij andere weggebruikers te hinderen.

          §2. Het deksel van de container moet goed gesloten zijn.

          §3. Er mag geen papier en karton naast of op de papiercontainer aangeboden worden. Dit wordt niet meegenomen en de aanbieder is zelf verantwoordelijk om het teveel aangeboden papier en karton zelf weg te nemen of weg te brengen naar het recyclagepark.

          §4. Bij sorteerfouten (=stoorstoffen in de container) wordt de container geweigerd en moet men de papiercontainer correct uitsorteren aan de hand van de infoflyer.

          Onderafdeling 6. Plastic-metaal-drankkartons (PMD)

          artikel 35.           Het PMD-afval moet aangeboden worden in een goedgekeurd recipiënt.

          artikel 36.           De recipiënt moet zorgvuldig gesloten worden. De recipiënt mag noch scheuren, barsten of lekken vertonen.

          artikel 37.           Het gewicht van de aangeboden recipiënt mag niet hoger zijn dan 15 kg.

          artikel 38.           Het PMD-afval moet leeg en gereinigd zijn.

          Onderafdeling 7. Groenten-, fruit- en tuinafval (GFT)

          artikel 39.           GFT moet worden aangeboden in de door IVAREM ter beschikking gestelde inzamelcontainer waarvoor voldoende provisie betaald is om de contantbelasting te dekken, zoals bepaald in het gemeentelijk contantbelastingsreglement. Dit recipiënt is een gezinscontainer, zijnde een inzamelrecipiënt met een inhoudsvolume van 40 of 140 liter.

          artikel 40.           Mits toelating of bevel wordt voor de inzameling van het GFT gebruik gemaakt van een collectief inzamelsysteem. Enkel houders van een badge, die voldoende provisie betaald hebben, kunnen ten persoonlijke titel gebruik maken van een collectief inzamelsysteem.

          artikel 41.           De inzamelcontainer moet zorgvuldig gesloten worden.

          artikel 42.           Het GFT dient te worden aangeboden in een toestand die geen risico inhoudt voor de veiligheid en/of gezondheid van de ophaler.

          artikel 43.           De aangeboden afvalstoffen mogen niet zodanig in de inzamelcontainer/collectief inzamelsysteem gepropt worden dat deze niet automatisch kan geledigd worden of vastzitten in het doseersysteem.

          artikel 44.           Het is verboden een groter volume afvalstoffen dan het gekozen volume in het collectief inzamelsysteem te deponeren.

          artikel 45.           De inzamelcontainer is eigendom van IVAREM. De inzamelcontainer wordt ter beschikking gesteld van een aansluitpunt. De wijze en de modaliteiten van terbeschikkingstelling worden bepaald door IVAREM.

          artikel 46.           De inzamelcontainer blijft te allen tijde verbonden aan het adres van het aansluitpunt waarvan hij ter beschikking is gesteld.

          artikel 47.           Iedere containerhouder is als een “goede huisvader” verantwoordelijk voor het gepaste gebruik en het onderhoud van de inzamelcontainer. Dit impliceert enerzijds dat de inzamelcontainer uitsluitend gebruikt mag worden ten behoeve van de inzameling van GFT en anderzijds dat de inzamelcontainer periodiek gereinigd moet worden.

          artikel 48.           Ingeval van beschadiging, verlies of diefstal van de inzamelcontainer, moet de containerhouder IVAREM hiervan onverwijld in kennis stellen met het oog op herstelling of vervanging. De herstelling of vervanging geschiedt volgens de modaliteiten die bepaald worden door IVAREM.

          artikel 49.           Het collectief inzamelsysteem is eigendom van IVAREM. Het collectief inzamelsysteem wordt ter beschikking gesteld van een aansluitpunt. De wijze en de modaliteiten van terbeschikkingstelling worden bepaald door IVAREM.

          Onderafdeling 8. Klein gevaarlijk afval (KGA)

          artikel 50.           Het KGA moet, tenzij het fysisch onmogelijk of niet aangewezen is, afzonderlijk van andere afvalstoffen aangeboden worden in de milieubox die door het Vlaamse gewest ter beschikking is gesteld.

          artikel 51.           KGA mag niet ter aanbieding buiten geplaatst worden.

          artikel 52.           Het KGA wordt, zo mogelijk, in de oorspronkelijke verpakking, inclusief buitenverpakking, aangeboden om de identificatie van het KGA te vereenvoudigen. Zo nodig, brengt de aanbieder van het KGA zelf aanduidingen over de aard, de samenstelling en de eventuele gevaren van het KGA aan op de verpakking.

          artikel 53.           KGA van verschillende aard of samenstelling mag niet worden samengevoegd.

          artikel 54.           De aanbieder dient alle nodige voorzorgsmaatregelen te treffen om het lekken en andere ongewenste effecten van het KGA te voorkomen.

          artikel 55.           Het KGA dat wordt aangeboden, mag uitsluitend door de ophaler in de gepaste sorteer- of opslagrecipiënten gedeponeerd worden.

          artikel 56.           Ieder gezin ontvangt zolang de voorraad strekt eenmalig en gratis een milieubox voor de inzameling van klein gevaarlijk afval (KGA-box). Deze box mag enkel gebruikt worden voor het selectief bewaren en KGA-stoffen. Bij verhuis of overlijden wordt de box terug ingeleverd bij het gemeentebestuur, of wordt de overdracht aan de nieuwe bewoner bevestigd bij het gemeentebestuur.

          Hoofdstuk 2 – Het recyclagepark

          artikel 57.           §1 Inwoners van de gemeente, scholen, bewegingen en verenigingen die gevestigd zijn in de gemeente kunnen gebruik maken van alle IVAREM-recyclageparken overeenkomstig de bepalingen van dit reglement en het huishoudelijk reglement zoals goedgekeurd door de Raad van bestuur van IVAREM.

          §2 Eigenaars van een tweede verblijf dat gevestigd is in de gemeente kunnen gebruik maken van alle IVAREM-recyclageparken overeenkomstig de bepalingen van dit reglement en het huishoudelijk reglement zoals goedgekeurd door de Raad van bestuur van IVAREM.

          §3 Nabestaanden van overleden personen die woonachtig waren in de gemeente kunnen tot 12 maanden na het overlijden gebruik maken van alle IVAREM-recyclageparken overeenkomstig de bepalingen van dit reglement en het huishoudelijk reglement zoals goedgekeurd door de Raad van bestuur van IVAREM.

          §4 De gemeentelijke diensten kunnen gebruik maken van het IVAREM-recyclagepark, gelegen op het grondgebied van de gemeente overeenkomstig de bepalingen van dit reglement en het huishoudelijk reglement zoals goedgekeurd door de Raad van bestuur van IVAREM.

          §5 Kleinhandelaars kunnen met hun vergelijkbaar bedrijfsafval en gelijkaardig of bedrijfseigen afval terecht op de IVAREM KMO-parken overeenkomstig de bepalingen van dit reglement en het huishoudelijk reglement zoals goedgekeurd door de Raad van bestuur van IVAREM.

          §6 Buiten de openingsuren is het recyclagepark niet toegankelijk voor personen vreemd aan de dienst.

          §7 Het is de parkwachter toegestaan om de aanbieders van afvalstoffen buiten de omheining te laten wachten indien er zich reeds te veel personen of voertuigen op het recyclagepark bevinden in functie van een goede verkeersregeling op het recyclagepark.

          §8 Het KGA moet afzonderlijk aangeboden worden in een daarvoor geschikt recipiënt. De aanbieder overhandigt zelf het KGA aan de parkwachter. Het aangeboden KGA wordt zoveel mogelijk in de oorspronkelijke verpakking, inclusief buitenverpakking, aangeboden om de identificatie te vereenvoudigen. Indien nodig brengt de aanbieder zelf de aanduidingen aan over de aard, samenstelling en eventuele gevaren van het KGA op de verpakking. De aanbieder dient alle nodige voorzorgsmaatregelen te treffen om het lekken en andere ongewenste effecten van het KGA te voorkomen. Injectienaalden, bloedlancetten en pennaalden moeten aangeboden worden in een naaldcontainer.

          artikel 58.           De afvalstoffen mogen slechts na goedkeuring door de aanwezige parkopzichter in de daartoe bestemde container, recipiënt of opslagruimte gedeponeerd worden.

          artikel 59.           De afvalstoffen moeten gesorteerd worden aangeboden.

          artikel 60.           De motor van het voertuig moet bij het uitladen van de gesorteerde afvalstoffen stilgelegd worden.

          artikel 61.           De gebruikers van het recyclagepark moeten de terreinen waarop de containers, recipiënten en opslagruimten gevestigd zijn, rein houden. In voorkomend geval dienen zij het door hen bevuilde terrein te reinigen.

          artikel 62.           De bezoekers van het recyclagepark moeten in alle omstandigheden de richtlijnen van de parkopzichter opvolgen.

          artikel 63.           De parkopzichter of IVAREM kan de bezoekers die handelen op een wijze die niet overeenstemt met deze afdeling, het huishoudelijke reglement of de richtlijnen van de parkopzichter, de toegang tot het recyclagepark ontzeggen.

          artikel 64.           Het  is verboden:

          • afval over de omheining van het recyclagepark te gooien;
          • te roken buiten de daarvoor bestemde zone of op enigerlei wijze vuur te maken op het recyclagepark;
          • de omheining, containers, recipiënten, opslagruimten, gebouwen, beplantingen en uitrusting van het recyclagepark te beschadigen;
          • materialen of afvalstoffen uit de containers, recipiënten of opslagruimten te halen;
          • materialen of afvalstoffen mee te nemen, uitgezonderd structuurmateriaal voor thuiscomposteren en tegen betaling compost
          • dieren te laten rondlopen op het recyclagepark.
          • afvalstoffen te deponeren of achter te laten aan de toegangspoorten of de omheining van het recyclagepark.

          Afdeling 2a. Aanvoer en aanbieding van asbesthoudend materiaal

          artikel 65. Hechtgebonden asbesthoudend materiaal mag enkel worden getransporteerd in open voertuigen of aanhangwagens indien het materiaal volledig verpakt is. De bestuurder van een voertuig dient alle maatregelen in acht te nemen om te vermijden dat asbesthoudend materiaal of stof in de omgeving terecht komt.

          artikel 66. Hechtgebonden asbesthoudend materiaal mag enkel worden aangevoerd naar het recyclagepark indien het volledig is verpakt in transparante plasticfolie of zakken. De bezoeker zal zich onthouden van elke handeling die kan leiden tot het verspreiden van asbesthoudende partikels.

          Hoofdstuk 3 – Slotbepalingen

          artikel 67.           De gemeente duidt de gemeentelijke ambtenaren aan die bevoegd zijn om:

          • de langs de weg staande recipiënten te openen, geheel of gedeeltelijk te ledigen en/of te doorzoeken;
          • de diverse fracties huishoudelijke afvalstoffen die ter inzameling worden aangeboden, te controleren;
          • het afval dat werd achtergelaten, opgeslagen of gestort op openbare en private wegen, plaatsen en terreinen op een wijze die niet overeenstemt met de afdeling en andere wettelijke bepalingen, te onderzoeken teneinde de identiteit van de overtreder vast te stellen.

          artikel 68.           Onverminderd de bevoegdheden van de ambtenaren, bedoeld in artikel 102 wordt het toezicht op de aanbieding van huishoudelijke afvalstoffen uitgevoerd door de ophaler van de afvalstoffen die over een geldige vergunning of toelating beschikt. De ophaler heeft de bevoegdheid de inhoud van de recipiënt te controleren.

          Diegene die een inbreuk pleegt op deze afdeling, moet in voorkomend geval bovendien de zaken onmiddellijk reinigen zoniet houdt de gemeente zich het recht voor het te doen op kosten en op risico van de overtreder, op basis van een daartoe toepasselijk retributiereglement. 

          Artikel 2. Bovenstaande versie van de ABP Puurs-Sint-Amands treedt in werking op 1 januari 2026.

          Artikel 3. Deze politieverordening wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. 

          Artikel 4. De gemeenteraad geeft opdracht om een afschrift van deze beslissing en een nieuwe versie van de Algemene Bestuurlijke Politieverordening te bezorgen aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en de griffie van de politierechtbank van het arrondissement Antwerpen, afdeling Mechelen, alsook aan de Procureur des Konings.

           

    • Financieel beheer

      • Belastingen

        • Algemene reglementen

          • Opcentiemen op de onroerende voorheffing - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            De gemeenteraad heeft in vergadering van 27 januari 2025 het belastingreglement voor vestiging van opcentiemen op de onroerende voorheffing vastgesteld voor het aanslagjaar 2025, waarbij een gedifferentieerd tarief voor de opcentiemen onroerende voorheffing werd ingevoerd.

            Het belastingreglement, zoals vastgesteld in vergadering van 27 januari 2025, neemt een einde op 31 december 2025. Vandaar dat het noodzakelijk is om dit belastingreglement opnieuw vast te stellen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

            De gemeente streeft ernaar haar acht leefgemeenschappen, waar het aangenaam en veilig is om te wonen en interessant is om een economische activiteit te ontplooien, eigentijds en leefbaar te houden. Ze wil blijven investeren in een kwalitatieve dienstverlening en creëert de juiste omkadering om de concurrentiekracht van haar ondernemingen te verhogen. Daarnaast worden er ook continu middelen uitgetrokken om een goed onderhouden infrastructuur te garanderen in het voordeel van haar inwoners en ondernemingen op alle beleidsdomeinen. Puurs-Sint-Amands is een ambitieuze en vooruitstrevende gemeente met een hoge investeringsgraad. Om tegemoet te komen aan de noden van burgers en van de verder groeiende industriële multinationals op het grondgebied, dienen middelen gezocht te worden, die op een evenwichtige en herverdeelbare wijze en volgens de draagkracht van de belanghebbenden kunnen gevestigd worden.

            De gemeente opteerde sinds aanslagjaar 2025 voor gedifferentieerde tarieven. De differentiatie werd mogelijk gemaakt door het decreet van 15 mei 2018, dat artikel 41 van het decreet lokaal bestuur wijzigt, en sinds 2019 toelaat een gedifferentieerd tarief voor de opcentiemen onroerende voorheffing toe te passen.

            Het uitgewerkte getrapte systeem van differentiatie is opgebouwd op basis van het belastbaar KI. Daardoor dragen de meest kapitaalkrachtigen, in termen van onroerend goed, in verhouding meer bij tot de noden van de samenleving waar ze de dienstverlening en infrastructuur van gebruiken. 

            De differentiatie opcentiemen zal volgende tarieven bevatten:

            Categorie

            Waarde aanslagjaar

            Toelichting

            BASIS

            990

            Basis opcentiemen: niet-geïndexeerd belastbaar KI kleiner dan €4.594,95

            CATEGORIE 1

            1075

            Opcentiemen voor grote percelen – schijf 1: niet-geïndexeerd belastbaar KI tussen €4.594,95 en €22.974,77

            CATEGORIE 2

            1150

            Opcentiemen voor grote percelen – schijf 2: niet-geïndexeerd belastbaar KI tussen €22.974,77 en €45.949,55

            CATEGORIE 3

            1225

            Opcentiemen voor grootste percelen – schijf 3: niet-geïndexeerd belastbaar KI groter en gelijk aan €45.949,55

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het belastingreglement voor de vestiging van opcentiemen op de onroerende voorheffing opnieuw vast te stellen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. 


            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Reinhilde Goossens, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Eva Peleman, Jelien De Laet
            Tegenstanders: Jan Van Camp, Peggy Seeuws, Linda Caluwaerts, Jorden Dewachter, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Onthouders: Marleen Vos, Joos Wauters
            Resultaat: Met 20 stemmen voor, 7 stemmen tegen, 2 onthoudingen

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt onderstaand belastingreglement opcentiemen op de onroerende voorheffing vast: 

            Artikel 1: Overgangsbepaling

            Het raadsbesluit, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van 27 januari 2025 inzake de vaststelling van het tarief van de onroerende voorheffing voor het aanslagjaar 2025 blijft van toepassing voor de belastbare feiten die zich hebben voorgedaan vóór 1 januari 2026, maar wordt opgeheven voor de belastbare feiten die zich voordoen vanaf 1 januari 2026.

            Artikel 2: Heffingstermijn - belastbaar feit

            Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden ten voordele van de gemeente de opcentiemen op de onroerende voorheffing als volgt gevestigd: 

            Categorie Waarde aanslagjaar Toelichting
            BASIS 990 Basis opcentiemen: niet-geïndexeerd belastbaar KI kleiner dan €4.594,95
            CATEGORIE 1 1075 Opcentiemen voor grote percelen – schijf 1: niet-geïndexeerd belastbaar KI tussen €4.594,95 en €22.974,77
            CATEGORIE 2 1150 Opcentiemen voor grote percelen – schijf 2: niet-geïndexeerd belastbaar KI tussen €22.974,77 en €45.949,55
            CATEGORIE 3 1225 Opcentiemen voor grootste percelen – schijf 3: niet-geïndexeerd belastbaar KI groter en gelijk aan €45.949,55

            Artikel 3: Vestiging en wijze van inning

            De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeurt door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst.

            Artikel 4: Inwerkingtreding en bekendmaking 

            Dit belastingreglement werd vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2025, treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

          • Algemene gemeentebelasting voor gezinnen en bedrijven - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            Het huidige belastingreglement m.b.t. de algemene gemeentebelasting voor gezinnen en bedrijven, zoals vastgesteld door de gemeenteraad in vergadering van 19 december 2022 en gewijzigd door de gemeenteraad van 25 maart 2024, neemt een einde op 31 december 2025. Vandaar dat het noodzakelijk is om dit belastingreglement opnieuw vast te stellen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. 

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het belastingreglement m.b.t. de algemene gemeentebelasting voor gezinnen en bedrijven opnieuw vast te stellen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Reinhilde Goossens, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Eva Peleman, Jelien De Laet
            Tegenstanders: Jan Van Camp, Peggy Seeuws, Linda Caluwaerts, Jorden Dewachter, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Onthouders: Marleen Vos, Joos Wauters
            Resultaat: Met 20 stemmen voor, 7 stemmen tegen, 2 onthoudingen

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt onderstaand belastingreglement m.b.t. de algemene gemeentebelasting voor gezinnen en bedrijven vast:

            Artikel 1: Overgangsbepaling

            Het raadsbesluit van 19 december 2022 van Puurs-Sint-Amands inzake de vaststelling van de algemene gemeentebelasting voor de aanslagjaren 2023 tot en met 2025, zoals gewijzigd door het raadsbesluit van 25 maart 2024, blijft van toepassing voor de belastbare feiten die zich hebben voorgedaan vóór 1 januari 2026, maar wordt opgeheven vanaf aanslagjaar 2026.

            Artikel 2: Heffingstermijn - belastbaar feit

            Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 heft de gemeente Puurs-Sint-Amands een algemene gemeentebelasting. De toestand op 1 januari van het aanslagjaar, zowel inzake samenstelling van gezin, woning, verblijf als oppervlakte, is bepalend voor het vaststellen van de belasting. De belasting is ondeelbaar en voor het hele jaar verschuldigd.

            Artikel 3: Definities

            Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt onder volgende begrippen verstaan:

            - Gezin: hetzij een persoon die alleen leeft, hetzij twee of meer personen die, al dan niet verwant, gewoonlijk in één en dezelfde woning of woongelegenheid verblijven en er samenwonen. De belasting wordt gevestigd op naam van de referentiepersoon van het gezin;

            - Alleenstaande: een meerderjarig persoon die gewoonlijk alleen leeft, hetzij met één (of meerdere) minderjarige perso(o)n(en), hetzij met één of meerdere studerend(e) meerderjarige(n) in één en dezelfde woning verblijft en er officieel mee samenleeft. In dit laatste geval ligt de bewijslast bij de belastingplichtige.

            - Vestiging: elk (gedeelte van een) onroerend goed of meerdere onroerende goederen die samen een geheel of complex vormen, dat voor beroeps- en bedrijfsdoeleinden is bestemd of wordt gebruikt en/of elke activiteitkern, elk(e) lokaliteit van centrum van werkzaamheden of elk (geheel) van ruimte(n), onder gelijk welke vorm en van individuele of collectieve aard, die/dat voor beroeps- of bedrijfsdoeleinden is bestemd of wordt gebruikt, evenals een maatschappelijke zetel, een administratieve zetel of lokaliteit van bestuur, beheer of administratie dat/die bijdraagt tot de realisatie/uitvoering van de beroeps- of bedrijfsdoeleinden. 

            - Bedrijf: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die beroeps- of bedrijfsdoeleinden nastreeft in de hoedanigheid van zelfstandige, respectievelijk vennootschap.

            - Zelfstandige: elke natuurlijke persoon die in hoofd- of bijberoep een nijverheids-, ambachts-, landbouw-, tuinbouw- en/of handelsbedrijf exploiteert, een economische activiteit op zelfstandige basis verricht en/of een intellectueel, vrij of dienstverlenend beroep of een andere beroeps- of bedrijfsactiviteit zelfstandig uitoefent, exclusief elke zelfstandige helper die niet (meer) in het bezit is van een ondernemingsnummer en exclusief de zaakvoerder(s) van een vennootschap voor zover deze vennootschap zelf effectief wordt aangeslagen in het kohier van de algemene gemeentebelasting. 

            - Vennootschap: elke rechtspersoon die een nijverheids-, ambachts-, landbouw-, tuinbouw- en/of handelsbedrijf exploiteert, een economische activiteit op zelfstandige basis verricht, een intellectueel, vrij of dienstverlenend beroep zelfstandig uitoefent en/of zich met verrichtingen van (winstgevende) aard of het beheer van roerende en/of onroerende goederen bezighoudt, evenals elk van deze vennootschappen in vereffening (opname in kohier tot zolang 1/ de vereffening niet definitief is afgesloten en 2/ de vennootschap niet definitief is ontbonden en 3/ publicatie in het Belgisch Staatsblad is verschenen – alle opgesomde voorwaarden dienen vervuld te zijn).  Zowel rechtspersonen die vallen onder het toepassingsgebied van de vennootschapsbelasting als rechtspersonen die een winstoogmerk hebben, maar niet onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting, worden meegerekend tot de vennootschappen.

            - Openluchtrecreatief bedrijf: een zelfstandige of een vennootschap met uitsluitend openluchtrecreatieve beroeps- of bedrijfsdoeleinden, d.w.z. beroeps- of bedrijfsdoeleinden gericht op het uitbaten in recreatie in open lucht, infrastructuur/installatie voor recreatieve ontspanningsactiviteiten/vrije tijdsbeleving/ sportbeoefening in open lucht gedurende het jaar en waaraan een ruime doelgroep kan deelnemen of gebruik kan van maken en die voor een ruim publiek toegankelijk zijn.

            - Maatwerkbedrijf: een bedrijf dat zich vooral engageert om mensen te werk te stellen die niet in het reguliere arbeidscircuit terecht kunnen.

            - Maatschappelijke zetel: het juridisch officiële adres van een bepaalde rechtspersoon (voornamelijk bedrijven), zoals bepaald in de statuten.

            - Bouwlaag: een (reeks van) ruimte(n) geheel of gedeeltelijk op, onder of boven de begane grond gelegen en waarvan de bodem zich op een (nagenoeg) zelfde hoogte (niveau) bevindt binnenin een bouwwerk.

            Artikel 4: Belastingplichtige

            De belasting wordt gevorderd van:

            4.1. Gezinnen/alleenstaanden:

            1°)  van de referentiepersoon van ieder gezin dat als zodanig ingeschreven is in het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister van de gemeente en dat werkelijk op het domicilieadres verblijft. De andere leden van het gezin zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting;

            2°)  van de referentiepersoon van ieder gezin dat op het grondgebied van de gemeente het genot heeft van of dit kan uitoefenen inzake om het even welke woning of woongelegenheid zonder nochtans ingeschreven te zijn in het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister van de gemeente. De andere meerderjarige leden van het gezin zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting;

            3°) van een alleenstaande die ingeschreven is in het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister van de gemeente en die werkelijk op het domicilieadres verblijft;

            Het feit dat in de loop van het aanslagjaar de (hoofd)verblijfplaats, de referentiepersoon en/of de samenstelling van het gezin wijzigt, heeft geen invloed op de belastingplicht en geeft geen aanleiding tot enige belastingvermindering.

            4.2. Bedrijven:

            Elke handelaar, elke zelfstandige diensten- of zorgenverstrekker, elke beoefenaar van een vrij beroep, elke nijverheids-, bos-, tuin en landbouwondernemer, maatwerkbedrijf en openluchtrecreatief bedrijf, en elke vennootschap, vereniging, inrichting of instelling onderworpen aan de vennootschapsbelasting, die op het grondgebied van de gemeente, een individuele of gemeenschappelijke bedrijfsruimte ter beschikking heeft voor het uitoefenen van een hoofd- of bijkomende activiteit.

            Elke rechtspersoon naar Belgisch of buitenlands recht die een winstoogmerk heeft, maar niet onderworpen is aan de vennootschapsbelasting, inclusief de rechtspersoon die in vereffening is gesteld, en die op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied van de gemeente een of meerdere vestigingen heeft, door voornoemde rechtspersoon gebruikt of tot zijn gebruik voorbehouden.

            Het feit dat in de loop van een aanslagjaar een natuurlijke persoon zijn/haar hoedanigheid van zelfstandige beëindigt, een vennootschap ophoudt te bestaan, de werkzaamheden op een geringe frequentie/of niet worden uitgevoerd, een belastbare vestiging wordt gesloten, heeft geen invloed op de belastingplicht en geeft geen aanleiding tot enige belastingvermindering.

            De belasting is verschuldigd per vestiging, door de belastingplichtige gebruikt of tot zijn gebruik voorbehouden.

            Indien de vestiging zich uitstrekt op het grondgebied van verschillende gemeenten dan treft de belasting enkel het gedeelte gelegen op het grondgebied van de gemeente Puurs-Sint-Amands.

            De belasting wordt vastgesteld rekening houdend met de som van de grondoppervlakten bestemd of ingenomen voor bedrijfs- of beroepsdoeleinden in open lucht en de vloeroppervlakte bestemd of ingenomen voor bedrijfs- of beroepsdoeleinden in gebouwen. Deze laatste oppervlakte wordt gemeten per bouwlaag met inbegrip van de buitenmuren, garages, berg- en opslagplaatsen, waar deze zich ook bevinden, doch met uitsluiting van het gedeelte dat uitsluitend als woongelegenheid van de bedrijfsleider of de beoefenaar van het vrij beroep wordt gebruikt. Er wordt geen rekening gehouden met de kadastrale indeling. Elk kadastraal perceel dat onder de toepassing van dit reglement valt, wordt voor het geheel ervan belast. Om belastbaar te zijn volstaat het dat een oppervlakte eventueel (nog) kan worden gebruikt, ook al wordt deze oppervlakte op 1 januari van het aanslagjaar niet effectief gebruikt (bv. braakliggende of woeste gronden, improductieve oppervlakte, oppervlakte zonder economisch rendabel gebruik,…).

            In de onbebouwde belastbare oppervlakten zijn begrepen: weilanden, openluchtteelten, woeste gronden behorend tot het bedrijfscomplex, braakliggende delen van industriegronden, beboste terreinen behorende tot een bedrijfscomplex, niet-opgelegde of opgelegde groene zones in het kader van een vergunningsbesluit, sportterreinen en plantsoenen op de plaats van de bedrijfsvestiging. Deze opsomming is niet beperkend.

            Natuurlijke personen die in de Kruispuntbank van Ondernemingen staan ingeschreven met de hoedanigheid van ‘onderneming onderworpen aan btw’, ‘handelsonderneming’, ‘niet-handelsonderneming naar privaat recht’ en/of ambachtsman’ worden meegerekend tot de zelfstandigen bedoeld in artikel 3.

            Een zelfstandige of een vennootschap van wie de beroeps- of bedrijfsdoeleinden uitsluitend een ambulant karakter hebben, heeft een belastbare vestiging op het adres van zijn/haar in de gemeente gelegen maatschappelijke zetel of verblijfplaats (waar in het kader van de beroeps- of bedrijfsdoeleinden de opslag van goederen of materiaal, de voorbereiding, de planning, de organisatie, de administratieve ondersteuning of het beheer in de ruimste zin gebeurt of kan plaatsvinden).

            Zowel rechtspersonen die vallen onder het toepassingsgebied van de vennootschapsbelasting als rechtspersonen die een winstoogmerk hebben, maar niet onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting, worden meegerekend tot de vennootschappen bedoeld in artikel 3.

            Vestigingseenheden waarvoor een bedrijf een inschrijving heeft in de Kruispuntbank van Ondernemingen, worden meegerekend tot de vestigingen bedoeld in artikel 3.

            Bij een tijdelijke onderbreking van de werkzaamheden, bij een inactiviteit of zolang de vereffening van een vennootschap niet afgesloten is, blijft de hoedanigheid van belastingplichtige verder bestaan.

            Een aanpassing van de gegevens van de (v)KBO na het verstrijken van de bezwaartermijn wordt aanzien als een onnauwkeurige aangifte. Retroactieve aanpassingen van de gegevens in de (V)KBO hebben geen impact op de belastingtoestand van kohieren waarvan de bezwaartermijn verstreken is.

            Wanneer retroactieve aanpassingen aan de gegevens van de (V)KBO gebeuren nadat de invordering aan de gerechtsdeurwaarder is overgedragen, zijn alle kosten van de gerechtsdeurwaarder ten laste van de belastingplichtige.

            Elke belastingplichtige wordt geacht over een belastbare vestiging te beschikken, waarvoor minstens de minimumbelasting verschuldigd is.

            Ook wanneer een maatschappelijke zetel of vestiging niet als zodanig in de Kruispuntbank van Ondernemingen staat geregistreerd op het grondgebied van Puurs-Sint-Amands, mag de gemeente toch een belasting heffen, op voorwaarde dat uit geldige bewijsmiddelen blijkt dat de zetel of vestiging in werkelijkheid wel binnen Puurs-Sint-Amands is gevestigd.

            De leden van een feitelijke vereniging zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

            De toestand op 1 januari van het aanslagjaar is bepalend voor de belastingplicht en de belasting is ondeelbaar verschuldigd voor het gehele jaar. Het feit dat in de loop van het aanslagjaar een natuurlijke persoon zijn/haar hoedanigheid van zelfstandige beëindigt, een vennootschap ophoudt te bestaan, de werkzaamheden met een geringe frequentie worden uitgevoerd, de belastbare oppervlakte vermindert en/of een belastbare vestiging wordt gesloten, heeft geen invloed op de belastingplicht en geeft geen aanleiding tot enige belastingvermindering.

            Wanneer de oprichting van een bedrijf kadert in de voortzetting onder een gewijzigde ondernemingsvorm van een ander bedrijf of voortvloeit uit een inbreng door, een (verrichting gelijkgesteld met een) fusie met een (verrichting gelijkgesteld met een) splitsing van een ander bedrijf, vangt – in afwijking van het eerste lid – de termijn van 12 maanden aan op de eerste dag volgend op de eerste inschrijving door dat ander bedrijf.

            Artikel 5: Berekeningsgrondslag en tarieven

            De toestand op 1 januari van het aanslagjaar is bepalend voor de belastingplicht en de belasting is ondeelbaar verschuldigd voor het gehele jaar.

            5.1. Gezinnen/alleenstaanden:

            -          € 60

            5.2. Bedrijven:

            -          €  65 tot 100 m²

            -          Ondernemingen met een oppervlakte van meer dan 100 m² tot 500 m² worden belast op basis van € 65 voor de eerste 100 m², verhoogd met:

             € 0,30 per m² voor de schijf van de oppervlakte boven 100 m² tot 500 m²

            -          Ondernemingen met een oppervlakte van meer dan 500 m² tot 1.000 m² worden belast op basis van € 65 voor de eerste 100 m², verhoogd met:

            € 0,30 per m² voor de schijf van de oppervlakte boven 100 m² tot 500 m²

            € 0,30 per m² voor de schijf van de oppervlakte boven de 500 m² tot 1.000 m²

            -          Ondernemingen met een oppervlakte van meer dan 1.000 m² tot 5.000 m² worden belast op basis van € 65 voor de eerste 100 m², verhoogd met:

            € 0,30 per m² voor de schijf van de oppervlakte boven 100 m² tot 500 m²

            € 0,30 per m² voor de schijf van de oppervlakte boven de 500 m² tot 1.000 m²

            € 0,35 per m² voor de schijf van de oppervlakte boven de 1.000 m² tot 5.000 m²

            -          Ondernemingen met een oppervlakte van meer dan 5.000 m² tot 10.000 m² worden belast op basis van € 65 voor de eerste 100 m², verhoogd met:

            € 0,30 per m² voor de schijf van de oppervlakte boven 100 m² tot 500 m²

            € 0,30 per m² voor de schijf van de oppervlakte boven de 500 m² tot 1.000 m²

            € 0,35 per m² voor de schijf van de oppervlakte boven de 1.000 m² tot 5.000 m²

            € 0,50 per m² voor de schijf van de oppervlakte boven de 5.000 m² tot 10.000 m²

            -          Ondernemingen met een oppervlakte van meer dan 10.000 m² tot 50.000 m² worden belast op basis van € 65 voor de eerste 100 m², verhoogd met:

            € 0,30 per m² voor de schijf van de oppervlakte boven 100 m² tot 500 m²

            € 0,30 per m² voor de schijf van de oppervlakte boven de 500 m² tot 1.000 m²

            € 0,35 per m² voor de schijf van de oppervlakte boven de 1.000 m² tot 5.000 m²

            € 0,50 per m² voor de schijf van de oppervlakte boven de 5.000 m² tot 10.000 m²

            € 0,65 per m² voor de schijf van de oppervlakte boven de 10.000 m² tot 50.000 m²

            -          Ondernemingen met een oppervlakte van meer dan 50.000 m² worden belast op basis van € 65 voor de eerste 100 m², verhoogd met:

            € 0,30 per m² voor de schijf van de oppervlakte boven 100 m² tot 500 m²

            € 0,30 per m² voor de schijf van de oppervlakte boven de 500 m² tot 1.000 m²

            € 0,35 per m² voor de schijf van de oppervlakte boven de 1.000 m² tot 5.000 m²

            € 0,50 per m² voor de schijf van de oppervlakte boven de 5.000 m² tot 10.000 m²

            € 0,65 per m² voor de schijf van de oppervlakte boven de 10.000 m² tot 50.000 m²

            € 0,75 per m² voor de schijf van de oppervlakte boven 50.000 m²

            Artikel 6: Vrijstelling

            Zijn van deze belasting vrijgesteld, voor zover aan de vrijstellingsmodaliteiten is voldaan op 1 januari van het aanslagjaar de gezinnen die bij toepassing van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende het bevolkingsregister en vreemdelingenregister enkel een referentieadres op het gemeentelijk grondgebied hebben.

            Artikel 7: Vermindering

            §1. In afwijking van het bepaalde in artikel 5.1  zullen de personen die zowel krachtens artikel 4.1. als krachtens artikel 4.2., hetzij persoonlijk, of in de hoedanigheid van zaakvoerder of bestuurder van de rechtspersoon voor dezelfde vestiging belastingplichtig zijn omdat zij deze vestiging zowel als woonruimte als, geheel of gedeeltelijk, als bedrijfsruimte gebruiken, een belasting verschuldigd zijn van € 20.

            §2. In afwijking van het bepaalde in artikel 5.1, krijgen gezinnen waarvan minstens één gezinslid (niet cumulatief) in aanmerking komt voor een verhoogde tegemoetkoming van de ziekteverzekering op 1 januari van het  belastingjaar een toelage conform het toelagereglement vastgesteld bij gemeenteraadsbesluit; deze toelage wordt indien de gegevens gekend zijn, automatisch verrekend in het aanslagbiljet algemene gemeentebelasting.

            §3. In afwijking van het bepaalde in artikel 5.1, krijgen alleenstaanden (situatie op 1 januari van het belastingjaar) een toelage conform het toelagereglement vastgesteld bij gemeenteraadsbesluit; deze toelage wordt indien de gegevens gekend zijn, automatisch verrekend in het aanslagbiljet algemene gemeentebelasting;

            §4. In afwijking van het bepaalde in artikel 5.2. gelden voor de land-, bos- en tuinbouwondernemingen én openluchtrecreatieve bedrijven volgende heffingen:

            -          € 75 per vestiging met een oppervlakte tot 10 ha;

            -          Ondernemingen met een oppervlakte van meer dan 10 ha worden belast op basis van € 75 voor de eerste 10 ha, verhoogd met € 2,50 per bijkomende ha of gedeelte van een ha.

            §5. In afwijking van het bepaalde in artikel 5.2. gelden voor maatwerkbedrijven volgende heffingen: 

            -         50% van de vooropgestelde tarieven

            Deze verminderingen kunnen niet gecumuleerd worden.

            Artikel 8: Aangifteplicht

            §1. De belastingplichtigen, vermeld in artikel 4.2, zijn ertoe gehouden uiterlijk op 30 juni van elk aanslagjaar aangifte te doen van hun vestigingen op het grondgebied van de gemeente.  Deze aangifte moet worden ingediend op volgend adres: Forum 6, 2870 Puurs-Sint-Amands of via volgend e-mailadres: belastingen@puursam.be.

            De aangifte moet worden gedaan op het formulier dat de gemeente ter beschikking stelt van de belastingplichtige. Dit formulier kan zowel fysiek als digitaal worden aangevraagd op bovengenoemd (e-mail)adres.

            De belastingplichtigen die geen formulier zouden ontvangen hebben, zijn niettemin verplicht spontaan aan de gemeente de gegevens te verstrekken die nodig zijn voor de toepassing van deze belasting en dit uiterlijk binnen dezelfde termijn.

            De aangifte moet alle gegevens bevatten, die noodzakelijk zijn voor de berekening en de controle van de aanslag.

            §2. Bij wijziging van de belastbare toestand in de loop van het aanslagjaar, moet de belastingplichtige, uiterlijk op 31 maart van het daaropvolgende dienstjaar, een bijkomende aangifte indienen met de vermelding van de voor de aanslag gewijzigde gegevens.

            §3. Tevens moet de belastingplichtige, vermeld onder art. 4.2, binnen de maand uit eigen beweging aangifte doen bij de in artikel 8 §1 vermelde dienst van elke verandering in de uitbating, zoals bijvoorbeeld:

            • elke nieuwe of bijkomende vestiging in de gemeente Puurs-Sint-Amands; 
            • elke wijziging van de beschikbare oppervlakte, in principe dus elke verwerving of vervreemding van onroerend goed, elk begin of einde van huur, pacht, en elke andere wijze waardoor de beschikbare oppervlakte op het grondgebied van de gemeente Puurs-Sint-Amands wijzigt;
            • de definitieve stopzetting van bedrijf, handelszaak of vrij beroep in de gemeente Puurs-Sint-Amands;

            Deze opsomming is niet limitatief.

            Artikel 9: Controlemiddelen

            De aangestelde ambtenaren zijn gemachtigd om alle inbreuken op deze verordening vast te stellen.  De door hun opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot het bewijs van het tegendeel.

            Artikel 10: Ambtshalve belasting

            Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan voor de aangiftetermijn vermeld in artikel 8, kan de gemeente de belasting ambtshalve vestigen op basis van de gegevens waarover ze gemeente beschikt.

            Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

            De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 kalenderdagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving om zijn opmerkingen voor te dragen. De kennisgeving wordt geacht te zijn ontvangen op de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de kennisgeving.

            Artikel 11: Wijze van invordering

            De belasting wordt ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen.

            Artikel 12: Betalingstermijn

            De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

            Artikel 13: Administratieve geldboete

            Voor het niet naleven van de bepalingen van dit belastingreglement of van het Decreet van 30 mei 2008 kan aan de belastingplichtige een administratieve geldboete van 250 euro worden opgelegd, bijvoorbeeld aan de belastingplichtige die niet conform artikel 8 van dit belastingreglement de aangifteplicht heeft vervuld. 

            Het bedrag van de administratieve boete wordt gelijktijdig en samen met de belasting ingekohierd en ingevorderd.

            Artikel 14: Verwijzingsregel

            De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

            Artikel 15: Inwerkingtreding en bekendmaking 

            Huidig belastingreglement werd vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2025, is van toepassing op de belastbare feiten die zich voordoen vanaf 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

          • Belastingreglement aanvullende personenbelasting - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            De gemeenteraad heeft in vergadering van 18 december 2023 de aanvullende personenbelasting vastgesteld op 7,3% voor de aanslagjaren 2024 en 2025.

            De gemeente wil haar 8 leefgemeenschappen eigentijds en leefbaar houden, waar het aangenaam en veilig is om te wonen en wil voortdurend blijven investeren in het voordeel van de inwoners op alle domeinen.

            Hiervoor dienen middelen gezocht te worden, die op een evenwichtige en herverdeelbare wijze en volgens de draagkracht van de inwoners kunnen gevestigd worden.

            De financiële toestand van de gemeente vergt om die redenen de invoering van rendabele belastingen.

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het belastingreglement m.b.t. de aanvullende personenbelasting met het tarief 7,3% opnieuw vast te stellen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Reinhilde Goossens, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Eva Peleman, Jelien De Laet
            Tegenstanders: Jan Van Camp, Peggy Seeuws, Linda Caluwaerts, Jorden Dewachter, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Onthouders: Marleen Vos, Joos Wauters
            Resultaat: Met 20 stemmen voor, 7 stemmen tegen, 2 onthoudingen

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt onderstaand belastingreglement m.b.t. de aanvullende personenbelasting vast:

            Artikel 1: Overgangsbepaling

            Het raadsbesluit, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad in vergadering van 18 december 2023 inzake de vaststelling van de aanvullende personenbelasting voor de aanslagjaren 2024 en 2025 blijft van toepassing voor de belastbare feiten die zich hebben voorgedaan vóór 1 januari 2026, maar wordt opgeheven voor de belastbare feiten die zich voordoen vanaf 1 januari 2026.

            Artikel 2: Heffingstermijn – belastbaar feit - belastingplichtige 

            Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.

            Artikel 3: Berekeningsgrondslag en tarief

            De belasting wordt vastgesteld op 7,3% van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar.

            Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.

            Artikel 4: Verwijzingsregel

            De vestiging en de inning van de gemeentelijke aanvullende belasting worden toevertrouwd aan de administratie der directe belastingen, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.

            Artikel 5: Inwerkingtreding en bekendmaking

            Huidig belastingreglement werd vastgesteld door de gemeenteraad in vergadering van 15 december 2025, treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

          • Belastingreglement op het vervoer van personen met een politievoertuig - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            Het belastingreglement op het vervoer van personen met een politievoertuig, zoals vastgesteld door de gemeenteraad in vergadering van 4 februari 2019, neemt een einde op 31 december 2025. Vandaar dat het noodzakelijk is om dit belastingreglement opnieuw vast te stellen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. 

            Administratief aangehouden, (vermoedelijk) dronken en gedrogeerde personen worden regelmatig met een politievoertuig vervoerd, wat de werklast van het politiepersoneel verzwaart. Hierdoor kunnen andere taken in het gedrang komen, zoals de aanwezigheid op straat, terwijl die zichtbare aanwezigheid nochtans zeer belangrijk is om de veiligheid van de burger te verhogen.

            Deze belasting is niet verschuldigd bij het vervoer van gerechtelijk aangehouden personen bedoeld in artikel 78, 4° van het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken, aangezien de kosten van overbrenging ten laste van de staat komen en dit zonder verhaal op de veroordeelde partijen.

            De belasting op het vervoer van personen met een politievoertuig neemt de financiële toestand van de gemeente in overweging en heeft als doel om een deel van de gemaakte kosten voor politie-interventies te vergoeden, vermits deze eerder het particuliere dan het algemene belang dienen. Bijgevolg is het wenselijk om een belasting op het vervoer van personen met een politievoertuig te heffen, zodat op die manier wordt bijgedragen in de gemeentelijke uitgaven.

            Bij gebrek aan indexeringsclausules in het vorige reglement, wordt het tarief thans naar het huidige niveau van levensduurte gebracht. Het bedrag vermeld in dit artikel wordt jaarlijks gecumuleerd aangepast door middel van een index met een vaste coëfficiënt van 1,5%.

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het belastingreglement op het vervoer van personen met een politievoertuig opnieuw vast te stellen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Reinhilde Goossens, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Onthouders: Jan Van Camp, Peggy Seeuws, Linda Caluwaerts, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens
            Resultaat: Met 23 stemmen voor, 6 onthoudingen

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt onderstaand belastingreglement op het vervoer van personen met een politievoertuig vast: 

            Artikel 1: Overgangsbepaling

            Het raadsbesluit, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van 4 februari 2019 inzake de belasting op het vervoer van personen met een politievoertuig voor de aanslagjaren 2019 tot en met 2025 blijft van toepassing voor de belastbare feiten die zich hebben voorgedaan vóór 1 januari 2026, maar wordt opgeheven voor de belastbare feiten die zich voordoen vanaf 1 januari 2026.

            Artikel 2: Heffingstermijn - belastbaar feit

            Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt door de gemeente Puurs-Sint-Amands een belasting gevestigd op het vervoer van personen met een politievoertuig wegens:

            • Openbare dronkenschap;
            • Bestuurlijke aanhouding om welke reden dan ook;

            Artikel 3: Definities

            Onder volgende begrippen wordt verstaan:

            Rit: Het traject dat wordt afgelegd vanaf het uitrukken van het politievoertuig tot op het ogenblik dat de betrokkene op zijn eindbestemming is gebracht.

            Eindbestemming: De meest aangewezen bestemming naargelang het geval (politiecommissariaat, thuis, bij de meerderjarige die het ouderlijk gezag of feitelijk toezicht uitoefent, verpleeginstelling, …).

            Bestuurlijke aanhouding: De opdrachten van de bestuurlijke politie zoals omschreven in de artikelen 31 en 34 §4 van de Wet op het Politieambt. 

            Artikel 4: Belastingplichtige

            De belasting is verschuldigd door de vervoerde persoon of in voorkomend geval, door de voor hem burgerlijk verantwoordelijke persoon.

            De belasting is verschuldigd vanaf het ogenblik dat de vervoerde persoon zijn eindbestemming heeft bereikt.

            Artikel 5: Berekeningsgrondslag en tarief

            De belasting wordt als volgt vastgesteld per rit en per vervoerd persoon:

            Aanslagjaar 2026 2027 2028 2029 2030 2031
            Tarief 250 254 258 261 266 269

            Artikel 6: Wijze van invordering

            De belasting wordt ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

            Artikel 7: Betalingstermijn

            De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

            Artikel 8: Verwijzingsregel

            De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

            Artikel 9: Inwerkingtreding en bekendmaking

            Dit belastingreglement werd vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2025, is van toepassing op belastbare feiten die zich voordoen vanaf 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

        • Omgeving

          • Belastingreglement op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en daarmee gelijkgestelde producten - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            Het belastingreglement op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en daarmee gelijkgestelde producten, zoals vastgesteld door de gemeenteraad in vergadering van 16 december 2024, neemt een einde op 31 december 2025. Vandaar dat het noodzakelijk is om dit belastingreglement opnieuw vast te stellen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. 

            De gemeente maakt kosten voor de ophaling en de verwerking van afval dat gegenereerd wordt door de verspreiding van het niet-geadresseerd drukwerk. Niet-geadresseerd drukwerk wordt in alle brievenbussen gedeponeerd zonder dat de bestemmelingen hierom hebben gevraagd, terwijl geadresseerd drukwerk selectief wordt verspreid en slechts in een aantal brievenbussen terechtkomt, zodat voor deze laatste de vervuiling kleiner is. Bovendien komt niet-geadresseerd drukwerk regelmatig op de openbare wegen terecht. Volgens het beginsel 'de vervuiler betaalt' zijn de kosten voor maatregelen ter voorkoming, vermindering en bestrijding van verontreiniging en voor het herstellen van de schade voor rekening van de vervuiler. Gezien de steeds stijgende kost en milieu-impact van de papierproductie en afvalverwerking voelt de gemeente zich genoodzaakt om de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken te belasten. Voorgesteld wordt om deze belasting te heffen per bedeling en hierbij te differentiëren naargelang het gewicht van het niet-geadresseerd drukwerk of daarmee gelijkgesteld product. Hoe groter het gewicht, hoe groter de vervuiling (en de daarmee samenhangende kost voor de gemeente en het milieu).  

            In het licht van de bovenvermelde doelstellingen, is het redelijk en objectief verantwoord om een vrijstelling te voorzien voor drukwerk afkomstig van lokale besturen, socio-culturele en sportverenigingen, erkende gemeentelijke verenigingen, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, verenigingen zonder winstoogmerk (voor zover ze sociale of culturele doeleinden hebben) en vormings- en onderwijsinstellingen, omdat deze instellingen vaak gemeentelijke taken op zich nemen en/of bijdragen tot het algemeen belang en/of het openbaar nut. 

            In het licht van diezelfde doelstellingen, is het tevens redelijk en objectief verantwoord om niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten vrij te stellen wanneer deze worden verspreid in het kader van een volksraadpleging, aangezien deze in functie staat van het algemeen belang (zie ook artikel 305 tweede lid Decreet van 22 december 2017). Hetzelfde geldt voor burgerparticipatie en politiek drukwerk en verkiezingsdrukwerk. Deze drukwerken hebben een informatieve functie en dragen bij tot een actieve democratie. 

            Het is eveneens verantwoord om een vrijstelling te voorzien voor niet-geadresseerde drukwerken waarvan de totaal bedrukte oppervlakte voor meer dan 33% bestaat uit een vast redactioneel (niet-publicitair) gedeelte dat lokaal informatief nieuws (met inbegrip van aankondigingen, verslagen en vacatures) bevat inzake de gemeente Puurs-Sint-Amands en omliggende gemeenten, aangezien dergelijke drukwerken zo ook een bepaalde taak van algemeen belang of openbaar nut vervullen door plaatselijk nuttige informatie te verstrekken aan de inwoners van de gemeente. 

            In het licht van bovenvermelde doelstellingen is het tevens redelijk en objectief verantwoord om een (in de tijd beperkte) vrijstelling te voorzien voor de lokale handelaars van de gemeente die geconfronteerd worden met een sterk verminderde toegankelijkheid (en zichtbaarheid) van hun handelszaak ten gevolge van openbare werken.

            In het licht van bovenvermelde doelstellingen is het tenslotte ook redelijk en objectief verantwoord om publicaties van minder dan 10 gram die uitgaan van lokale handelaars van de gemeente vrij te stellen om hen de kans te geven hun activiteiten kenbaar te maken via -in gewicht beperkt- niet-geadresseerd drukwerk, omdat de gemeente de lokale economie wenst te ondersteunen en stimuleren.

            Bij gebrek aan indexeringsclausules in het vorige reglement, wordt het tarief thans naar het huidige niveau van levensduurte gebracht. Het bedrag vermeld in dit artikel wordt jaarlijks gecumuleerd aangepast door middel van een index met een vaste coëfficiënt van 1,5%.

            De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt de invoering van rendabele belastingen.

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het belastingreglement op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en daarmee gelijkgestelde producten opnieuw vast te stellen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. 

            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Reinhilde Goossens, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Eva Peleman, Jelien De Laet
            Tegenstanders: Jan Van Camp, Peggy Seeuws, Linda Caluwaerts, Erwin Mertens
            Onthouders: Jorden Dewachter, Marleen Vos, Joos Wauters, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Resultaat: Met 20 stemmen voor, 4 stemmen tegen, 5 onthoudingen

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt onderstaand belastingreglement op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en daarmee gelijkgestelde producten vast:

            Artikel 1: Overgangsbepaling

            Het belastingreglement op de verspreiding van niet-geadresseerde reclamedrukwerken en daarmee gelijkgestelde producten evenals de aanpassing van dit reglement, zoals vastgesteld door de gemeenteraad in vergadering van 16 december 2024, blijft van toepassing voor de belastbare feiten die zich hebben voorgedaan vóór 1 januari 2026, maar wordt opgeheven voor de belastbare feiten die zich voordoen vanaf 1 januari 2026.

            Artikel 2: Heffingstermijn - belastbaar feit 

            Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een belasting gevestigd op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en daarmee gelijkgestelde producten op het grondgebied van de gemeente Puurs-Sint-Amands, ongeacht of ze in brievenbussen gedeponeerd worden of op de openbare weg worden verspreid. De belasting is verschuldigd op het ogenblik van de verspreiding van het niet-geadresseerd drukwerk of daarmee gelijkgesteld product.

            Artikel 3: Definities 

            Onder volgende begrippen wordt verstaan:  

            Drukwerk: bedrukt papier of karton (o.a. folders, brochures, catalogi, flyers, ...);

            Gelijkgestelde producten: de stalen of reclamedragers van gelijk welke aard die aanzetten tot gebruik of verbruik van het aangeprezen product of de aangeboden dienst van de adverteerder;

            Adverteerder: de fysieke of rechtspersoon onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem, of voor wiens rekening het drukwerk (of het daarmee gelijkgesteld product) wordt verspreid. 

            Artikel 4: Belastingplichtige 

            De belasting is verschuldigd door de adverteerder. 

            Indien het drukwerk betrekking heeft op meerdere adverteerders, of indien de identiteit van de adverteerder niet kan worden vastgesteld op basis van (de inhoud of de boodschap van) het drukwerk, dan is de belasting verschuldigd door de (verantwoordelijke) uitgever. 

            Zowel de adverteerder als de (verantwoordelijke) uitgever zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting. Indien een drukwerk betrekking heeft op meerdere adverteerders, is elk van deze fysieke of rechtspersonen hoofdelijk aansprakelijk tot betaling van de belasting in zijn geheel. 

            Artikel 5: Berekeningsgrondslag en tarieven 

            De belasting wordt per bedeling vastgesteld op:   

            Aanslagjaar 2026 2027 2028 2029 2030 2031
            O t.e.m. 10 gram 38 38 39 39 40 40
            >10 gram t.e.m. 75 gram  225 228 232 235 239 242
            >75 gram t.e.m. 225 gram 450 457 464 471 478 486
            >225 gram 900 914 927 941 955 970

            Indien er slechts in een bepaald deel van de gemeente drukwerk wordt verspreid of een bladzijde niet volledig bedrukt is, geeft dit geen aanleiding tot vermindering van de belastingtarieven. Collectieve adresaanduidingen per straat of gedeeltelijke adresvermeldingen geven geen aanleiding tot vrijstelling.

            Artikel 6: Vrijstelling 

            Van de belasting worden vrijgesteld: 

            • Niet-geadresseerde drukwerken waarvan de totale bedrukte oppervlakte voor meer dan 33% bestaat uit een vast redactioneel (niet publicitair) gedeelte dat lokaal informatief nieuws (met inbegrip van aankondigingen, verslagen en vacatures) bevat inzake de gemeente Puurs-Sint-Amands en omliggende gemeenten;
            • Indien de opdracht tot drukken of produceren uitgaat van politieke partijen of in verkiezingsperiodes uitgaat van kandidaten die op de verkiezingslijst voorkomen i.v.m. de verkiezingen van het Europees Parlement, de Federale Kamers, het Vlaams Parlement, de provincieraad en gemeenteraad, bepaald door de respectievelijke wetten betreffende de beperking en de controle van verkiezingsuitgaven tot twee weken na de verkiezingsdag;
            • Het drukwerk of gelijkgesteld product dat hoofdzakelijk verband houdt met het aanvragen of de organisatie van een gemeentelijke volksraadpleging, zoals bedoeld in het Decreet over het Lokaal Bestuur;
            • Het drukwerk of gelijkgesteld product dat hoofdzakelijk verband houdt met het indienen van een burgerinitiatief op de agenda van een gemeenteraad en de bespreking ervan op de gemeenteraad, zoals bedoeld in het Decreet over het Lokaal Bestuur;
            • De drukwerken waarvan de opdrachten tot drukken of produceren uitgaan van het lokaal bestuur;
            • Publicaties van socio-culturele en sportverenigingen, erkende gemeentelijke verenigingen, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, verenigingen zonder winstoogmerk voor zover ze sociale of culturele doeleinden hebben en vormings- en onderwijsinstellingen, indien de publicatie bedoeld zijn om te informeren en verband houden met de eigen activiteiten;
            • Niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten afkomstig van lokale handelaars van de gemeente die geconfronteerd worden met een sterk verminderde toegankelijkheid ten gevolge van openbare werken met een duur van meer dan 2 maanden; deze vrijstelling is van toepassing voor de volledige duur van de hinder en voor de periode van één maand voor en één maand na de werken en voor zover deze werken door de gemeente werden erkend;
            • Publicaties minder dan 10 gram van lokale handelaars van de gemeente die ertoe strekken om hun activiteiten kenbaar te maken via niet-geadresseerd drukwerk; 

            Artikel 7: Aangifteplicht   

            De belastingplichtigen, vermeld in artikel 4, zijn ertoe gehouden aangifte te doen van de drukwerken of producten bij de gemeente Puurs-Sint-Amands en dit ten laatste op:

            • 30 april van het aanslagjaar voor de verspreiding(en) tijdens het eerste kwartaal van het aanslagjaar;
            • 31 juli van het aanslagjaar voor de verspreiding(en) tijdens het tweede kwartaal van het aanslagjaar;
            • 31 oktober van het aanslagjaar voor de verspreiding(en) tijdens het derde kwartaal van het aanslagjaar;
            • 31 januari van het jaar dat volgt op het aanslagjaar voor de verspreiding(en) tijdens het vierde kwartaal van het aanslagjaar;

            De aangifte moet worden ingediend op volgend adres: Forum 6, 2870 Puurs-Sint-Amands of via volgend e-mailadres: belastingen@puursam.be

            De aangifte moet worden gedaan op het formulier dat de gemeente ter beschikking stelt van de belastingplichtige. Dit formulier kan zowel fysiek als digitaal worden aangevraagd op bovengenoemd (e-mail)adres of via de gemeentelijke website.  

            Als de aangifte verzonden wordt via elektronische weg (met name: per e-mail), geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van de aangifte.

            De aangifte moet alle gegevens bevatten, die noodzakelijk zijn voor de berekening en de controle van de aanslag. 

            Artikel 8: Controlemiddelen  

            De aangestelde ambtenaren zijn gemachtigd om alle inbreuken op deze verordening vast te stellen. De door hun opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot het bewijs van het tegendeel.   

            Artikel 9: Ambtshalve belasting  

            Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan voor de aangiftedatum vermeld in artikel 7, kan de gemeente de belasting ambtshalve vestigen op basis van de gegevens waarover ze gemeente beschikt.  

            Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.  

            De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 kalenderdagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De kennisgeving wordt geacht te zijn ontvangen op de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de kennisgeving.  

            Artikel 10: Wijze van invordering  

            De belasting wordt ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. 

            Artikel 11: Betalingstermijn  

            De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.  

            Artikel 12: Administratieve geldboete 

            Voor het niet naleven van de bepalingen van dit belastingreglement of van het Decreet van 30 mei 2008 kan aan de belastingplichtige een administratieve geldboete van 500 euro worden opgelegd. 

            Het bedrag van de administratieve boete wordt gelijktijdig en samen met de belasting ingekohierd en ingevorderd.  

            Artikel 13: Verwijzingsregel 

            De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.  

            Artikel 14: Inwerkingtreding en bekendmaking 

            Dit belastingreglement werd vastgesteld door de gemeenteraad in vergadering van 15 december 2025, is van toepassing op belastbare feiten die zich voordoen vanaf 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. 

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

          • Belastingreglement masten en pylonen - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            Het belastingreglement m.b.t. masten en pylonen neemt een einde op 31 december 2025. Vandaar dat het noodzakelijk is om dit belastingreglement opnieuw vast te stellen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

            Sinds 1 januari 2020 vestigt de gemeente Puurs-Sint-Amands een belasting op masten en pylonen met een minimale hoogte van 15 meter boven het maaiveld. Masten en pylonen verstoren de vrije open ruimte en worden daardoor ervaren als hinderlijk voor de omwonenden (onesthetisch en landschapsverstorend). In dat licht is het redelijk en objectief verantwoord om, met het oog op de financiering van de algemene dienstverlening, een specifieke bijdrageplicht op te leggen ten laste van de eigenaars van deze masten en pylonen. 

            In artikel 5 van het belastingreglement wordt voorzien in een standaardtarief van 3.000 euro per jaar per mast en/of pyloon. Hierbij geldt o.a. een afwijkende regeling voor masten en pylonen dienstig voor sport- en/of recreatievoorzieningen:

            -           Indien de eigenaar van deze laatste masten en pylonen een winstoogmerk nastreeft, wordt het tarief verlaagd naar 500 euro per jaar per mast en/of pyloon,

            -           Indien de eigenaar van deze laatste masten en pylonen geen winstoogmerk nastreeft, geldt een vrijstelling.

            De toepassing van een verlaagd tarief (voor eigenaars met winstoogmerk) of vrijstelling (voor eigenaars zonder winstoogmerk) voor masten en pylonen dienstig voor sport- en/of recreatievoorzieningen is redelijk en objectief gerechtvaardigd, gelet op het maatschappelijk nut van de beoefening van sport- en recreatie (vrijetijdsbesteding) in de gemeente. De landschapsverstoring die dergelijke masten en pylonen met zich meebrengen, wordt immers (in zekere mate) gecompenseerd door de voordelen van deze masten en pylonen voor de gebruikers van sport- en/of recreatievoorzieningen op vlak van gezondheid, algemeen welbevinden en samenhorigheid (sociale cohesie). De gemeente achtte het hierbij tevens redelijk en objectief gerechtvaardigd om binnen deze specifiek categorie van masten en pylonen (nl. masten en pylonen dienstig voor sport- en/of recreatievoorzieningen) verder te differentiëren naargelang de eigenaar al dan niet beschikt over een winstoogmerk. De financiële last van een lokale belasting weegt immers zwaarder door bij eigenaars zonder winstoogmerk (o.m. omdat deze belasting geen aftrekbare kost uitmaakt voor een eigenaar die geen winstoogmerk nastreeft).

            In het licht van bovenvermelde doelstellingen, is het tevens redelijk en objectief gerechtvaardigd om te voorzien in een vrijstelling voor masten en pylonen dienstig voor de productie van windenergie of andere groene stroom. 

            In de omzendbrief BB 2011/01 van 10 juni 2011 werd gesteld dat constructies voor de productie van windenergie of andere vormen van groene stroom niet mogen belast worden daar dit in strijd zou zijn met de Europese richtlijnen en met het Elektriciteitsdecreet dat bepaalt dat het gebruik van hernieuwbare energiebronnen moet worden bevorderd.  In overeenstemming met voormelde omzendbrief is het aldus gerechtvaardigd om een vrijstelling te voorzien voor masten en pylonen die dienen voor productie van windenergie of andere groene stroom, temeer daar het landschapsverstorend element hier ruimschoots gecompenseerd wordt door het milieuvriendelijke aspect ervan. Zo wordt ook in de omzendbrief KB ABB 2019/2 vermeld dat de Raad van State heeft geoordeeld dat differentiaties ter aanmoediging van de productie van groene stroom een objectief en redelijk criterium uitmaken die het landschapsverstorend karakter van masten en pylonen compenseren. Als gevolg van de ondertekening van het LEKP 1.0 heeft de gemeente Puurs-Sint-Amands zich er bovendien ook uitdrukkelijk toe verbonden om ten laatste met ingang van 1 januari 2026 te voorzien in deze vrijstelling.

            Ook de vrijstelling voor masten en pylonen die uitsluitend gebruikt worden voor openbare hulpverlenings- en veiligheidsdiensten is redelijk en objectief verantwoord, gelet op het feit dat hiermee primaire overheidstaken worden uitgeoefend. Dergelijke masten en pylonen dragen bij tot de gezondheid en de veiligheid op het grondgebied van de gemeente en dragen op die manier aldus bij tot het algemeen belang (RvS 16 juni 2015, nr.237.593, www.raadvanstate.be; zie tevens Omzendbrief KB/ANN 2019/2 inzake gemeentefiscaliteit, pagina 76).  

            De financiële toestand van de gemeente vereist de invoering van elke rendabele belasting ter financiering van de verplichte en facultatieve uitgaven van de gemeente Puurs-Sint-Amands. 

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het belastingreglement op masten en pylonen opnieuw vast te stellen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Reinhilde Goossens, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Eva Peleman, Jelien De Laet
            Tegenstanders: Jan Van Camp, Peggy Seeuws, Linda Caluwaerts, Erwin Mertens
            Onthouders: Jorden Dewachter, Marleen Vos, Joos Wauters, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Resultaat: Met 20 stemmen voor, 4 stemmen tegen, 5 onthoudingen

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt onderstaand belastingreglement met betrekking tot masten en pylonen vast:

            Artikel 1: Overgangsbepaling

            Het raadsbesluit, genomen door de gemeenteraad van 16 december 2019 van Puurs-Sint-Amands inzake de vaststelling van de belastingen op masten en pylonen, aangepast ingevolge de raadsbesluiten van 14 december 2020 en 25 maart 2024, blijft van toepassing voor de belastbare feiten die zich hebben voorgedaan vóór 1 januari 2026, maar wordt opgeheven voor de belastbare feiten die zich voordoen vanaf 1 januari 2026. 

            Artikel 2: Heffingstermijn - belastbaar feit

            Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een belasting gevestigd op masten en pylonen, die zich op 1 januari van het aanslagjaar in open lucht bevinden op het grondgebied van de gemeente Puurs-Sint-Amands en zichtbaar zijn vanaf de openbare weg.

            De belasting is ondeelbaar en voor het hele jaar verschuldigd. Er wordt geen vermindering of terugbetaling van de belasting toegestaan als de mast en/of pyloon in de loop van het jaar wordt weggenomen.

            Artikel 3: Definities

            Onder volgende begrippen wordt verstaan: 

            Mast: Iedere individuele op zichzelf staande verticale structuur die geplaatst wordt op een dak of op een andere bestaande constructie met een gezamenlijke minimale hoogte van 15 meter boven het maaiveld.

            Pyloon: Iedere individuele op zichzelf staande verticale structuur, met uitsluiting van gebouwen, die opgericht wordt op het niveau van het maaiveld en die een minimale hoogte heeft van 15 meter boven het maaiveld. 

            Artikel 4: Belastingplichtige

            De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de mast of pyloon op 1 januari van het aanslagjaar. 

            Artikel 5: Berekeningsgrondslag en tarieven

            De belasting wordt vastgesteld op:

            • 3.000 euro per jaar per mast en/of pyloon of andere dan masten en pylonen dienstig voor sport- en/of recreatievoorzieningen;
            • 500 euro per jaar per mast en/of pyloon voor sport- en/of recreatievoorzieningen en waarmee door de eigenaar een winstoogmerk wordt nagestreefd; 

            Artikel 6: Vrijstellingen

            Van de belasting worden vrijgesteld:

            • masten en/of pylonen die uitsluitend gebruikt worden voor openbare hulpverlenings- en veiligheidsdiensten;
            • masten en pylonen dienstig voor de productie van windenergie of andere groene stroom; 
            • masten en pylonen dienstig voor sport- en/of recreatievoorzieningen en waarmee door de eigenaar geen winstoogmerk wordt nagestreefd;

            Artikel 7: Aangifteplicht  

            De belastingplichtigen, vermeld in artikel 4, zijn ertoe gehouden uiterlijk op 30 april van elk aanslagjaar aangifte te doen van de mast(en) en/of pylo(o)n(en). De aangifte moet worden ingediend op volgend adres: Forum 6, 2870 Puurs-Sint-Amands of via volgend e-mailadres: belastingen@puursam.be. 

            De aangifte moet worden gedaan op het formulier dat de gemeente ter beschikking stelt van de belastingplichtige. Dit formulier kan zowel fysiek als digitaal worden aangevraagd op bovengenoemd (e-mail)adres of via de gemeentelijke website. 

            Als de aangifte verzonden wordt via elektronische weg (met name: per e-mail), geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van de aangifte.

            De aangifte moet alle gegevens bevatten, die noodzakelijk zijn voor de berekening en de controle van de aanslag. 

            Artikel 8: Controlemiddelen 

            De aangestelde ambtenaren zijn gemachtigd om alle inbreuken op deze verordening vast te stellen. De door hun opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot het bewijs van het tegendeel.  

            Artikel 9: Ambtshalve belasting 

            Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan voor de aangiftedatum, vermeld in artikel 7, kan de gemeente de belasting ambtshalve vestigen, op basis van de gegevens waarover ze beschikt.

            Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. 

            De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving, om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De kennisgeving wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de kennisgeving. 

            Artikel 10: Wijze van invordering 

            De belasting wordt ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

            Artikel 11: Betalingstermijn 

            De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet. 

            Artikel 12: Administratieve geldboete

            Voor het niet naleven van de bepalingen van dit belastingreglement of van het Decreet van 30 mei 2008 kan aan de belastingplichtige een administratieve geldboete van 500 euro worden opgelegd.

            Het bedrag van de administratieve geldboete wordt gelijktijdig en samen met de belasting ingekohierd en ingevorderd.

            Artikel 13: Verwijzingsregel

            De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen. 

            Artikel 14: Inwerkingtreding en bekendmaking

            Dit belastingreglement werd vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2025, is van toepassing op belastbare feiten die zich voordoen vanaf 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

          • Belastingreglement afval variabele bijdrage - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            De gemeenteraad stelde in de vergadering van 5 mei 2025 het belastingreglement afval variabele bijdrage vast voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.

            OVAM (Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij) heeft in 2025 een voorstel uitgewerkt voor het verhogen van de heffing op het verbranden van huishoudelijk afval. IVAREM berekende de meerprijs en paste haar tarieven aan met de visie 'de vervuiler betaalt'. Deze tarieven van IVAREM werden goedgekeurd op de mandaatgroep van IVAREM op 7 november 2025. 

            De aanpassing van de afvalbelasting en het gebruik van afvalcontainers met gewichtsdiftar is gebaseerd op verschillende logische en beleidsmatige overwegingen die bijdragen aan een duurzamer afvalbeheer en een rechtvaardiger belastingstelsel:

            1. Principe van de vervuiler betaalt

            De afvalbelasting is ontworpen volgens het principe van de vervuiler betaalt, zoals vastgelegd in diverse milieuwetgevingen, waaronder het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen. Dit principe stelt dat degenen die afval produceren, verantwoordelijk zijn voor de kosten van de inzameling en verwerking ervan. Door een variabele belasting in te voeren die gebaseerd is op het gewicht van het aangeboden afval, worden inwoners gestimuleerd om hun afvalproductie te verminderen en beter te scheiden.

            2. Financiële duurzaamheid

            De kosten voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval drukken zwaar op de gemeentelijke financiën. De invoering van een afvalbelasting zorgt ervoor dat deze kosten eerlijk worden verdeeld onder de gebruikers van de afvaldiensten. Dit draagt bij aan de financiële duurzaamheid van de gemeentelijke afvalbeheerprogramma's en voorkomt dat de lasten onevenredig op de algemene gemeentelijke begroting drukken.

            3. Stimulering van afvalreductie en recycling

            Door het gebruik van afvalcontainers met gewichtsdiftar worden inwoners direct geconfronteerd met de hoeveelheid afval die zij produceren. Dit systeem moedigt afvalreductie en recycling aan, omdat lagere afvalproductie en betere scheiding van recyclebare materialen direct leiden tot lagere kosten voor de gebruiker. Dit sluit aan bij de doelstellingen van het lokaal Materialenplan 2023-2030, dat streeft naar een significante vermindering van de hoeveelheid restafval per inwoner.

            4. Transparantie en eerlijkheid

            Het gebruik van containers met een identificatiechip en een geautomatiseerd registratiesysteem zorgt voor een transparante en eerlijke manier van belastingheffing. Elke gebruiker betaalt op basis van de daadwerkelijke hoeveelheid afval die wordt aangeboden, wat leidt tot een rechtvaardiger belastingstelsel. Dit systeem voorkomt ook fraude en misbruik, omdat elke aanbieding nauwkeurig wordt geregistreerd en toegewezen aan de juiste gebruiker.

            5. Sociale rechtvaardigheid

            Er worden sociale toelagen voorzien voor gezinnen die om medische redenen extra afval produceren. Dit zorgt ervoor dat de belastingdruk eerlijk wordt verdeeld en dat kwetsbare groepen in de samenleving worden beschermd tegen onevenredige financiële lasten. Deze maatregel is in lijn met de sociale doelstellingen van de gemeente en draagt bij aan een inclusieve en rechtvaardige samenleving.

            6. Intergemeentelijke samenwerking

            De afstemming van afvaltarieven binnen het samenwerkingsverband zorgen voor een efficiënter en consistenter afvalbeheer in de regio. Dit bevordert de samenwerking tussen gemeenten en zorgt voor een uniforme aanpak van afvalbeheer, wat leidt tot schaalvoordelen en een betere dienstverlening aan de inwoners.

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd dit belastingreglement opnieuw vast te stellen met ingang van 1 januari 2026. 

            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Reinhilde Goossens, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Eva Peleman, Jelien De Laet
            Tegenstanders: Jan Van Camp, Peggy Seeuws, Linda Caluwaerts, Jorden Dewachter, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Onthouders: Marleen Vos, Joos Wauters
            Resultaat: Met 20 stemmen voor, 7 stemmen tegen, 2 onthoudingen

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt onderstaand belastingreglement voor de variabele bijdrage voor afval vast:

            Artikel 1: Heffingstermijn - belastbaar feit 

            Voor een periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een contantbelasting geheven op de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en daarmee vergelijkbaar bedrijfsafval. 

            Artikel 2: Definities 

            Onder volgende begrippen wordt verstaan:  

            - container: ‘het aan een aansluitpunt ter beschikking gestelde en verplicht te gebruiken recipiënt voor de inzameling van afvalstoffen voorzien van een identificatiechip waardoor de identiteit van de aanbieder en het aantal aanbiedingen, alsook de aangeboden hoeveelheid afval via een geautomatiseerd systeem kunnen worden geregistreerd’;

            - tijdelijke container: 'de aan een inrichter van een evenement ter beschikking gestelde container(s) voor maximaal 1 maand voor het inzamelen en verwerken van afvalstoffen dat op het evenement ontstaat';

            - verzamelcontainer: ‘het permanent of tijdelijk voorziene ondergrondse of bovengrondse brengsysteem dat door meerdere aansluitpunten verplicht of aanvullend wordt gebruikt voor de inzameling van afvalstoffen door middel van een aanmeldkaart’;

            - aansluitpunt: ‘iedere entiteit (gebouw, constructie, appartement, woongelegenheid, infrastructuur, domein, openbaar gebouw en andere) op het grondgebied van de gemeente die geïnitialiseerd is als ophaalpunt en die per ophaalpunt van afvalstoffen als dusdanig gekend is als afvalproducent en gebruikmaakt van de (inter)gemeentelijke dienstverlening inzake het inzamelen van afvalsoorten’;

            - aanmeldkaart: ‘een digitale kaart met onbepaalde geldigheidsduur die ter beschikking wordt gesteld van een aansluitpunt en die de houder van de kaart toegang verleent tot een verzamelcontainer’;

            - toegangskaart: ‘een digitale kaart met onbepaalde geldigheidsduur die ter beschikking wordt gesteld aan een aansluitpunt en die de houder van de kaart toegang verleent tot het recyclagepark’;

            - gezin: ‘dezelfde betekenis van particuliere huishoudens als in de bepaling van de laatste algemene onderrichtingen betreffende het houden van de bevolkings- en vreemdelingenregisters’

            - tweede verblijf:iedere natuurlijke persoon, zonder op het aansluitpunt ingeschreven te zijn in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister’

            - bedrijf: ‘ieder natuurlijke of rechtspersoon met een aansluitpunt die een commerciële, industriële, landbouw- of dienstverlenende activiteit uitoefent en opgenomen is in het KBO met beperkte hoeveelheid bedrijfsafval (vergelijkbaar in hoeveelheid en samenstelling met gezinnen);

            - vereniging: ‘iedere natuurlijke of rechtspersoon met een aansluitpunt die opgenomen is in het verenigingsloket met beperkte hoeveelheid bedrijfsafval (vergelijkbaar in hoeveelheid en samenstelling met gezinnen);

            - gemeenschap/rusthuis:betekenis van collectieve huishoudens in de bepaling van de laatste algemene onderrichtingen betreffende het houden van de bevolkings- en vreemdelingenregisters’;

            - scholen: ‘gebouwen of groepen gebouwen die zijn bestemd voor het geven van officieel onderwijs en gesubsidieerd vrij onderwijs’;

            - residenties: ‘de beheerder van een gebouw voor particulier gebruik als eigenaar, vereniging van mede-eigenaars of syndicus’;

            -studentenverblijven: 'een gebouw of wooneenheid die hoofdzakelijk bestemd is voor het huisvesten van studenten, en waarvan het beheer wordt gevoerd door de eigenaar, een erkende studentenhuisvestingsorganisatie, of een aangestelde beheerder'.

            Artikel 3: Belastingplichtige 

            De contactbelasting is verschuldigd door eenieder die gebruik maakt van de (inter)gemeentelijke dienstverlening inzake de inzameling aan huis van huisvuil en het inzamelen van diverse afvalsoorten op het recyclagepark.  

            Artikel 4: Berekeningsgrondslag en tarieven 

            4.1. Tarieven inzameling aan huis van huisvuil: 

            Huisvuil

            Zakken PSA

            2,00 euro per 48 liter zak met afmetingen 60 cm op 79 cm (EN 13592:2017)

            1,00 euro per 24 liter zak met afmetingen 50 cm op 59 cm (EN 13592:2017)

             

             Korting

            Een distributiekorting van 2% wordt toegestaan aan de handelaars die de huisvuilzakken van de gemeente verdelen, op voorwaarde dat zij beschikken over een geldig ondernemingsnummer, geen facturatie- of belastingschulden hebben aan de gemeente en minimaal één doos bestellen. Hierdoor zijn zij respectievelijk 1,96 euro per grote huisvuilzak en 0,98 euro per kleine huisvuilzak verschuldigd.

             

            Grofvuil

            per ophaaladres

            per gewicht*

            25 euro/ophaaladres

            0,41 euro/kg*

             

            PMD-afval

            Blauwe PMD-zakken

            0,15 euro/60 liter zak
            0,30 euro/120 liter zak

            Korting

            Een distributiekorting van 2% wordt toegestaan aan de handelaars die de PMD-zakken van de gemeente verdelen, op voorwaarde dat zij beschikken over een geldig ondernemingsnummer, geen facturatie- of belastingschulden hebben aan de gemeente en minimaal één doos bestellen. Hierdoor zijn zij respectievelijk 0,147 euro per kleine PMD-zak verschuldigd. Deze distributiekorting geldt echter niet voor grote PMD-zakken, omdat deze alleen worden verdeeld aan de balie van het gemeentehuis. 

             

            GFT

            Rolcontainers*

            0,22 euro per kg vermeerderd met een aanbiedingskostprijs van 0,90 euro per rolcontainer van 40 liter of 140 liter

            Verzamelcontainers (GFT-cocon)*

            0,44 euro per 10 liter vulsluis

            Papieren gft-zakjes (8 liter)

            6 euro per bundel van 80 zakjes

             

            Plaatsing en  vervangingen bij rolcontainers en verzamelcontainer

            slot

            Plaatsen van een slot 40 euro
            Verwijderen van een slot 15 euro

            vervanging of bijkomende aanmeldkaart naast container

            15 euro per aanmeldkaart

            omruiling container

            15 euro (eerste omruiling gratis)

            vervanging of herstelling containers (incl. chip en interventie)

            46 euro per 40 liter container
            46 euro per 140 liter container
            53 euro per 240 liter container
            145 euro per 770 liter container
            235 euro per 1.100 liter container
            Vervanging van enkel chip 15 euro

            plaatsingstarieven voor tijdelijke huisvuil containers

            15 euro per container van 140 liter of 240 liter
            25 euro per container van 1.100 liter

            Toekomstige diftar-tarieven (inwerkingtreding nog te bepalen):

            Op een nader te bepalen tijdstip zullen de bovenvermelde tarieven van de huisvuilzakken worden vervangen door de volgende diftar-tarieven: 

            Rolcontainers*

            0,33 euro per kg

            vermeerderd met een aanbiedingskostprijs van:
                    0,80 euro per 40 liter container
                    1,35 euro per 140 liter container
                    1,95 euro per 240 liter container
                    5,10 euro per 770 liter container
                    7,03 euro per 1 100 liter container

            De exacte datum van inwerkingtreding van deze nieuwe tarieven (en vervanging/schrapping van de tarieven van de huisvuilzakken) zal worden bepaald aan de hand van een afzonderlijk gemeenteraadsbesluit.

            Zolang de nieuwe diftar-tarieven niet van toepassing werden verklaard door een afzonderlijk gemeenteraadsbesluit, blijven de bovenvermelde tarieven van de huisvuilzakken van toepassing. 

            *De belasting betreffende verzamelcontainers, huisvuil via rolcontainers, het inzamelen en verwerken van GFT, en de verwerking van grofvuil aan huis wordt jaarlijks, en voor het eerst op 1 januari 2027, op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex en wel als volgt: elk bedrag wordt vermenigvuldigd met een factor waarbij in de teller de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op september van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag wordt gewijzigd, en met de noemer de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op september van 2025. Het zo verkregen getal wordt wiskundig afgerond op 0,01 euro.

            4.2. Tarieven inzameling diverse afvalsoorten recyclagepark

            De bedragen van de belastingen op grofvuil per gewicht genoemd in artikels 4.2.1 en 4.2.2., worden jaarlijks, en voor het eerst op 1 januari 2027, op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex en wel als volgt: elk bedrag wordt vermenigvuldigd met een factor waarbij in de teller de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op september van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag wordt gewijzigd, en met de noemer de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op september van 2025. Het zo verkregen getal wordt wiskundig afgerond op 0,01 euro.

            De belasting betreffende het aanbieden van grofvuil op de recyclageparken per volume wordt jaarlijks, en voor het eerst op 1 januari 2027, op 1 januari aangepast op basis van de geïndexeerde tarieven per gewicht waarbij een omrekeningsfactor van 135kg per m³ wordt aangenomen. Het zo verkregen getal (per zitplaats of ¼ m3) wordt wiskundig afgerond op 0,5 euro.

            4.2.1. Contantbelasting voor gezinnen, tweede verblijven, scholen en verenigingen

            Op elk van de recyclageparken is toegang mogelijk voor gezinnen, tweede verblijven, scholen en verenigingen overeenkomstig de tarieven vermeld onder dit artikel. 

            Grofvuil

            Per gewicht

            0,35 euro per kg met een minimum van 3,5 euro per weging

            Indien bij storing van de pers niet kan gewogen worden, wordt er overgeschakeld van het tarief per kilogram naar het tarief per volume.

            Per volume:

            - zetels en zitbanken

            - ander grofvuil (per volume)

            (omgerekend aan 135 kg per m³ afgerond op 0,5 euro)

            12 euro per zitplaats

            12 euro per begonnen ¼ m³

             

            Betalende zone

            (asbestcement, grond, houtafval, vlak glas, steenpuin, kalk, gips, porselein , treinbielzen)

            toegang tot de betalende zone met de wagen via slagboom

            10 euro per begonnen m³
            asbestcement is gratis tot 1 m³/jaar per gezin

            toegang tot de betalende zone te voet via draaikruis

            1 x gratis per bezoek en per gezin

             

            Gratis zone

            (papier en karton, hol glas, KGA, batterijen, textiel, oude metalen, groenafval, AEEA, herbruikbare voorwerpen, piepschuim, harde kunststoffen, matrassen, snoeihout en kleine boomstronken)

            PMD

            aan te leveren in blauwe zakken van IVAREM

             

            Andere artikelen/diensten

            terbeschikkingstelling van naaldcontainer

            Gratis

            ter beschikking stellen van blauwe zak

            1,50 euro per rol van 10 zakken van 60 liter

            ter beschikking stellen van plaat-en kuubzakken voor hechtgebonden asbest

            30 euro voor de eerste zak en 20 euro per volgende zak

            extra toegang bovenop de basis toegekende 28 gratis beurten per jaar **

            5 euro/bezoek

            toegangskaart per aansluitpunt tweede verblijvers***

            15 euro per toegangskaart

            toegangskaart per aansluitpunt
            nabestaanden na overlijden inwoner***

            Gratis

            ** Elk gezin, elke vereniging of school heeft recht op 28 gratis toegangsbeurten per jaar en kan per dag maximaal 2m³ afval naar het recyclagepark brengen, verdeeld over maximaal 2 bezoeken per dag. 

            *** Tweede verblijvers en nabestaanden na overlijden kunnen toegang verkrijgen tot de recyclageparken na aanvragen van een toegangskaart via IVAREM én respectievelijk het voorleggen van een document dat het verblijf in de regio aantoont of de overlijdensakte.

            4.2.2. Contantbelasting voor bedrijven

            Bedrijven hebben toegang tot de recyclageparken met een weegbrug waar vergelijkbaar bedrijfsafval kan worden aangeboden, op basis van toegang met een toegangskaart.

            Een toegangskaart wordt verstrekt na registratie via IVAREM en betaling van een contantbelasting van 15,00 euro.

            Van de toegangskaart kan 28 keer per jaar gebruik worden gemaakt voor toegang tot een recyclagepark met weegbrug. Voor elk bijkomend bezoek met een toegangskaart bovenop voormelde 28 beurten, wordt een contantbelasting van 5,00 euro per bijkomend bezoek gevestigd.

            Bij elk bezoek met een toegangskaart worden de volgende tarieven in rekening gebracht:

            Fractiegroep

            Fractie Tarief (EUR/kg)

            AEEA

            Groot witgoed

            Gratis

             

            Koel- en vriestoestellen

            Gratis

             

            Tv’s en monitoren

            Gratis

             

            Overig wit- en bruingoed

            Gratis

            Asbesthoudend bouw- en sloopafval  

            Asbest

            0,60

            Bouw- en sloopafval

            Inerte materialen

            0,11

             

            Niet-recycleerbaar bouwafval (kalk, gips en porselein)  

            0,39

            EPS

            EPS (prijs per zak)

            3,79

            Glas

            Wit glas

            0,10

             

            Gekleurd glas

            0,10

            Groenafval

            Snoeihout en kleine stronken

            0,28

             

            Fijn groenafval

            0,15

            Grofvuil

            Grofvuil

            0,75

             

            Audio- en videocassettes

            0,75

            Grond

            Grond

            0,28

            Herbruikbare goederen

            Herbruikbare goederen

            Gratis

            KGA

            Frituurolie + vet

            Gratis

             

            Motorolie

            0,17

             

            Droge batterijen

            Gratis

             

            Natte batterijen

            Gratis

             

            KGA (verf)

            1,61

             

            KGA (overige)

            2,34

             

            Lampen

            Gratis

             

            Toners en cartridges

            Gratis

             

            Gsm’s

            Gratis

             

            Rookmelders (autonoom)

            Gratis

            Kunststoffen

            Harde plastics

            1,07

             

            Pvc

            0,30

            Matrassen

            Matrassen

            Gratis

            Metalen

            Ferro

            Gratis

              Non-ferro Gratis
            Papier en karton Papier en karton Gratis
            PMD PMD (aan te leveren in PMD-zakken) Gratis
            Sloophout Sloophout 0,18 
            Textiel Textiel Gratis
            Treinbielzen Treinbielzen 0,61
            Vlak glas Vlak glas 0,23 

            Afvalfracties met een gewicht dat volgens de beoordeling van de parkwachter 10 kg niet overschrijdt, worden gewogen op een weegschaal. Afvalfracties met een gewicht dat volgens de prima facie beoordeling van de parkwachter 10 kg overschrijdt, worden gewogen op een weegbrug. Voor de berekening van de verschuldigde belasting wordt het gewicht van elke op de weegbrug gewogen afvalfractie afgerond naar het hogere tiental.

            Artikel 5: Toewijzingsregels containers 

            De containers zijn eigendom van IVAREM. De container bevat een ingebouwde elektronische gegevensdrager waardoor de identiteit van de gebruiker gekend is. De containers behoren toe aan de fysische locatie (gebouw, infrastructuur of domein) van het aansluitpunt.

            Bij gezinnen en tweede verblijven zijn de volgende toekenningsregels voor de containers van toepassing per aansluitpunt:

            • Het standaardvolume voor een gft container is 140 liter bij huisvuil en 240 liter bij papier en karton;
            • De standaardcontainer voor huisvuil kan worden omgewisseld naar een container van 40 of 240 liter;
            • De standaardcontainer voor gft kan worden omgewisseld naar een container van 40 liter;
            • Maximaal 2 containers van 140 liter bij gft per aansluitpunt;
            • Maximaal 1 container bij papier en karton per aansluitpunt;
            • Maximaal 1 container bij huisvuil per aansluitpunt
            • Gezinnen kunnen gezamenlijk een 770 liter container voor PK aanvragen
            • Residenties kunnen gezamenlijk één of meerdere gemeenschappelijke containers van 140l voor GFT aanvragen of een 770 liter container voor PK aanvragen

            Bedrijven mogen enkel vergelijkbaar afval aanbieden in het gemeentelijk inzamelcircuit voor zover dit in hoeveelheid en samenstelling vergelijkbaar is met particulieren. Bedrijven kunnen, onverminderd de toegang tot het recyclagepark met een toegangskaart, in dit circuit bijgevolg enkel één huisvuilcontainer van 140 liter ontvangen. Een GFT-container wordt enkel toegestaan als aanvulling bij een huisvuilcontainer.

            Verenigingen mogen enkel afval aanbieden via het gemeentelijk inzamelcircuit indien de aard en hoeveelheid van het afval vergelijkbaar zijn met die van particuliere huishoudens.

            Deze verenigingen kunnen maximaal één huisvuilcontainer ontvangen, met een inhoud van 140 liter. Een GFT-container wordt enkel toegestaan als aanvullende voorziening bij een huisvuilcontainer, en is beperkt tot maximaal twee GFT-containers van 140 liter.

            Scholen mogen enkel afval aanbieden via het gemeentelijk inzamelcircuit indien de aard en hoeveelheid van het afval vergelijkbaar zijn met die van particuliere huishoudens.

            Deze scholen kunnen per schoolgebouw meerdere huisvuilcontainers ontvangen, met een inhoud van 140 liter of 240 liter. Een GFT-container wordt enkel toegestaan als aanvullende voorziening bij een huisvuilcontainer, en is beperkt tot GFT-containers van 140 liter.

            Eigenaars van studentenverblijven kunnen meerdere containers voor huisvuil en GFT aanvragen waarbij IVAREM een gepaste inzameloplossing zal bieden.

            Gemeenschappen en residenties kunnen meerdere en grotere afvalcontainers aanvragen, voor zover de aanrekening van de daarvoor beoogde afvalfractie niet op gewichtsbasis verloopt.

            Artikel 6: Contantbelasting (betaling zonder uitstel)

            § 1. Diegenen die gebruikmaken van de door de gemeente voorgeschreven zakken voor inzameling aan huis zijn de in artikel 2 vermelde contantbelasting verschuldigd bij de aankoop ervan op de door de gemeente vastgestelde plaats(en). Die recipiënten zijn uitsluitend te verkrijgen in voorverpakte hoeveelheden van 10 stuks.

            § 2. Diegenen die voor de aanbreng van afvalstoffen gebruikmaken van het recyclagepark zijn de in
            artikel 3 vermelde contantbelasting verschuldigd. Wanneer het weegsysteem op het recyclagepark in storing is, zal de tariefbepaling van het aangeboden grofvuil gebeuren op basis van het aantal zitplaatsen en op basis van het aangeboden volume van het overige grofvuil.

            § 3. Diegenen die gebruikmaken van de door de gemeente voorgeschreven containers zijn de contantbelasting verschuldigd op het ogenblik dat de kipbeweging van de container en het gewicht van het meegegeven afval door de ophaalwagen worden geregistreerd. De contantbelasting wordt in mindering gebracht van de vooraf betaalde provisie. Indien geen gewicht kon worden geregistreerd, wordt een bedrag voor de aangeboden kilogrammen aangerekend van overeenkomstig 3 kg bij 40 liter, 10,5 kg bij 140 liter, 18 kg bij 240 liter, 27 kg bij 360 liter, 58 kg bij 770 liter en 82,5 kg bij 1.100 liter-containers.

            § 4. Diegenen die gebruikmaken van de door de gemeente voorgeschreven aanmeldkaart voor een verzamelcontainer zijn de contantbelasting verschuldigd bij de sluiting van de vulsluis van de verzamelcontainer. De contantbelasting wordt in mindering gebracht van de vooraf betaalde provisie.

            § 5. De contantbelasting voor vervanging of herstelling van containers en/of chip die door toedoen van de containergebruiker onbruikbaar zijn geworden, wordt aangerekend bij de vervanging. De contantbelasting wordt in mindering gebracht van de vooraf betaalde provisie. Die contantbelasting is niet verschuldigd wanneer de containerhouder het bewijs levert dat het verlies of de beschadiging van de container niet werd veroorzaakt door of het resultaat is van enige nalatigheid van zijnentwege.

            § 6. De contantbelasting bij vervanging of bijkomende aanmeldkaart wordt in mindering gebracht van de vooraf betaalde provisie bij levering of vervanging van de aanmeldkaart. Die contantbelasting is niet verschuldigd wanneer de houder van de aanmeldkaart het bewijs levert dat het verlies of de beschadiging van de aanmeldkaart niet werd veroorzaakt door of het resultaat is van enige nalatigheid van zijnentwege.

            § 7. De contantbelasting bij omruiling van een container op vraag van de containerhouder, wordt in mindering gebracht van de vooraf betaalde provisie bij omruiling van de container. Bij een nieuwe containerhouder zal (zullen), bij wijze van overgangsmaatregel, de container(s) op verzoek éénmalig gratis worden omgeruild.
            Indien de container niet leeg en proper wordt aangeboden op het moment van omruiling wordt voor de voorrijkosten een contantbelasting van 25 euro in mindering gebracht van de vooraf betaalde provisie.

            § 8. De contantbelasting voor het plaatsen en verwijderen van een slot op de container op verzoek van de containerhouder, wordt afgetrokken van de vooraf betaalde provisie bij het aanbrengen resp. verwijderen van het slot.

            § 9. De contantbelasting voor het plaatsen van tijdelijke containers wordt aangerekend bij de levering. Indien de containers bij ophaling vuil zijn, wordt een contantbelasting aangerekend van 15 euro per container van 140 liter of 240 liter en 25 euro per container van 1.100 liter.

            § 10. Aan handelaars die huisvuilzakken verdelen, wordt een distributiekorting van 2% toegestaan op de prijzen, zoals bepaald in dit artikel, waardoor zij € 1,96 verschuldigd zijn per grote huisvuilzak en € 0,98 per kleine huisvuilzak.

            § 11. De contantbelasting voor de afgifte van een toegangskaart is verschuldigd op het ogenblik dat deze wordt aangevraagd. De contantbelasting is eveneens verschuldigd bij aanvraag van een nieuwe kaart na verlies van de eerder uitgereikte toegangskaart. 

            Artikel 7: Drempelbedragen en betalingsuitnodigingen

            § 1. Bij een eerste betalingsuitnodiging voor de vooraf te betalen provisie wordt 40 euro aangerekend die binnen een termijn van twee weken vanaf ontvangst van de betalingsuitnodiging op het vermelde rekeningnummer gestort moet worden. Dit bedrag wordt verhoogd met 20 euro indien de huisvuilinzameling ook via containers gebeurt.

            § 2. Van zodra het drempelbedrag van 15 euro is bereikt, wordt een aanvulling van de provisie verwacht. De provisie wordt aangevuld volgens het geraamde gebruik voor het volgende jaar, gebaseerd op de historiek van het aansluitpunt van de afgelopen 3 maanden. Indien de historiek korter is dan 3 maanden, dan is het bedrag van de nieuwe betalingsuitnodiging vastgesteld op 60 euro. De gebruiker stort dat bedrag binnen een termijn van twee weken vanaf de ontvangst van de betalingsuitnodiging op het vermelde rekeningnummer. De aanvulling van de provisie bedraagt maximaal 100 euro per aansluitpunt en wordt verhoogd met een openstaande schuld.

            § 3. De container wordt geledigd zolang de provisie niet lager is dan 0 euro. De verzamelcontainers en recyclageparken blijven toegankelijk zolang de provisie de 0 euro niet bereikt.

            Artikel 8: Terugbetaling provisie

            Bij verhuis buiten het werkingsgebied van IVAREM of overlijden van de alleenwonende wordt het nog beschikbare bedrag van de voorafbetaalde provisie door IVAREM teruggestort op het laatst gekende rekeningnummer.

            De containers en aanmeldkaarten worden voor verder gebruik geblokkeerd.

            Artikel 9: Toegang tot recyclageparken

            De toegang tot de recyclageparken verloopt via het 'Huishoudelijk reglement van de recyclageparken van IVAREM' terug te vinden op de website www.ivarem.be en op de aanplakborden aan de ingang van het recyclagepark.

            Artikel 10: Wijze van invordering 

            De vermelde contantbelastingen worden geïnd door het intergemeentelijk samenwerkingsverband IVAREM.

            Als de contantbelasting niet zonder uitstel geïnd kan worden, wordt ze ingekohierd en volgt ze de regels voor een kohierbelasting.

            Artikel 11: Verwijzingsregel 

            De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.  

            Artikel 12: Opheffingsbepaling

            Het belastingreglement op afval variabele bijdrage, zoals vastgesteld door de gemeenteraad in vergadering van 5 mei 2025, wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.

            Artikel 13: Inwerkingtreding en bekendmaking 

            Dit belastingreglement werd vastgesteld door de gemeenteraad in vergadering van 15 december 2025, treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285 tot en met 288 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. 

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. 

            Ter kennisgeving zal eveneens een afschrift worden toegezonden aan de intergemeentelijke vereniging voor duurzaam afvalbeheer regio Mechelen (IVAREM). 

        • Wonen

          • Belasting op tweede verblijven - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            De gemeenteraad heeft in zitting van 16 december 2019 het belastingreglement op tweede verblijven vastgesteld voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025. Omwille van de wijziging van de maatschappelijke zetel van de gemeente Puurs-Sint-Amands werd het adres m.b.t. de aangifteplicht gewijzigd ingevolge beslissing van de gemeenteraad van 25 maart 2024.

            De gemeente doet inspanningen voor een degelijke aanleg, beheer en onderhoud van haar openbaar domein en infrastructuur.

            Eigenaars van een tweede verblijf kunnen ook gebruik maken van de infrastructuur en het openbaar domein. Met deze belasting dragen ook zij bij om een deel van deze kosten te financieren.

            In het licht van het financiële doel van de belasting op tweede verblijven, is het niet onredelijk om de zakelijk gerechtigde als belastingplichtige aan te merken (Cass., 16 juni 2017, F.15.0186.N).

            De belastingplichtige is de natuurlijke- of rechtspersoon die op 1 januari houder is van het zakelijk recht van het tweede verblijf. Zijn belastingplicht geldt ook wanneer het tweede verblijf verhuurd wordt of tijdelijk niet gebruikt wordt en ongeacht het feit of hij al of niet is ingeschreven in de bevolkingsregisters van de gemeente. Deze laatste omstandigheid doet inderdaad geen afbreuk aan het feit dat al de eigenaars zich ten aanzien van het belastbaar voorwerp in dezelfde objectieve voorwaarden bevinden, namelijk het kunnen beschikken over een tweede verblijf.

            Bij gebrek aan indexering gedurende de vorige legislatuur en gezien de financiële toestand van de gemeente is het billijk om de belasting te verhogen naar 750 euro per tweede verblijf. Vanaf 2027 wordt deze belasting geïndexeerd. 

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd dit belastingreglement opnieuw vast te stellen voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.

            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Reinhilde Goossens, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Eva Peleman, Jelien De Laet
            Tegenstanders: Jan Van Camp, Peggy Seeuws, Linda Caluwaerts, Jorden Dewachter, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Onthouders: Marleen Vos, Joos Wauters
            Resultaat: Met 20 stemmen voor, 7 stemmen tegen, 2 onthoudingen

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt onderstaand belastingreglement op tweede verblijven vast: 

            Artikel 1: Overgangsbepaling

            Het raadsbesluit van 16 december 2019 van de gemeente Puurs-Sint-Amands, en gewijzigd door het raadsbesluit van 25 maart 2024, inzake de vaststelling van de belasting op de tweede verblijven voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025, blijft van toepassing voor de belastbare feiten die zich hebben voorgedaan vóór 1 januari 2026, maar wordt opgeheven voor de belastbare feiten die zich voordoen vanaf 1 januari 2026.

            Artikel 2: Heffingstermijn - belastbaar feit

            Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt, ten behoeve van de gemeente, onder de navolgende voorwaarden, een jaarlijkse belasting gevestigd op tweede verblijven. 

            Het belastbaar feit is de opname van het tweede verblijf in het register van tweede verblijven. Zolang een tweede verblijf niet uit het register van tweede verblijven is geschrapt, blijft de belasting elk nieuw aanslagjaar verschuldigd. 

            De belasting is ondeelbaar en voor het hele jaar verschuldigd. De toestand op 1 januari van het aanslagjaar is bepalend voor de bepaling van de aanslag. Bij de eerste opname van een tweede verblijf in het register van tweede verblijven, is de belasting evenwel voor het gehele aanslagjaar verschuldigd vanaf de datum van opname in het register. 

            Artikel 3: Definities

            De definities opgenomen in artikel 1 van het reglement op de registratie van tweede verblijven, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2025, zijn van toepassing. 

            Artikel 4: Belastingplichtige

            De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde van het tweede verblijf ten tijde van het belastbaar feit.

            Indien er sprake is van meerdere zakelijk gerechtigden of van een tweede verblijf in onverdeeldheid, is elke zakelijk gerechtigde hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. In geval van overlijden, wordt de belasting gericht ten aanzien van de nalatenschap. 

            In geval van eigendomsoverdracht of vestiging van een zakelijk recht op het tweede verblijf is de nieuwe zakelijk gerechtigde de belasting verschuldigd met ingang van 1 januari die volgt op de datum waarop de eigendomsoverdracht of de vestiging of overdracht van het zakelijk recht op het tweede verblijf heeft plaatsgehad. De overdrager is verplicht om de overdracht te melden overeenkomstig artikel 9 van het reglement op de registratie van tweede verblijven. 

            Artikel 5: Berekeningsgrondslag en tarieven

            De belasting wordt als volgt vastgesteld per tweede verblijf:

            Aanslagjaar    2026    2027   2028    2029    2030    2031
            Tarief  750 euro  761 euro  773 euro  784 euro  796 euro  808 euro

            Artikel 6: Controlemiddelen

            De aangestelde ambtenaren zijn gemachtigd om alle inbreuken op deze verordening vast te stellen. De door hun opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot het bewijs van het tegendeel.

            Artikel 7: Wijze van invordering

            De belasting wordt door middel van een kohier ingevorderd. Het kohier wordt opgemaakt en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

            Artikel 8: Betalingstermijn

            De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

            Artikel 9: Administratieve geldboete 

            Een administratieve geldboete van 500 euro wordt opgelegd aan de belastingplichtige: 

            • die weigert inzage te geven in documenten (boeken en bescheiden) die noodzakelijk zijn voor de vestiging van de belasting (i.k.v. controle en onderzoek); 
            • die weigert toegang te verlenen tot de al dan niet bebouwde onroerende goederen, die een belastbaar element kunnen vormen of bevatten of waar een belastbare activiteit wordt uitgeoefend aan de personeelsleden die hiervoor zijn aangesteld. Om de belastingplicht te kunnen bepalen of de grondslag van de belasting te kunnen controleren of onderzoeken, moet aan die personeelsleden de mogelijkheid worden geboden vaststellingen te doen; 
            Een administratieve geldboete van 300 euro wordt opgelegd aan de belastingplichtige die niet conform artikel 9 van het reglement op de registratie van tweede verblijven de aangifteplicht heeft vervuld. 

            Het bedrag van de administratieve boete wordt gelijktijdig en samen met de belasting ingekohierd en ingevorderd. 

            Artikel 10: Verwijzingsregel

            De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

            Artikel 11: Bekendmaking en inwerkingtreding

            Dit belastingreglement werd vastgesteld door de gemeenteraad op 15 december 2025, is van toepassing op belastbare feiten die zich voordoen vanaf 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

          • Reglement op de registratie van tweede verblijven - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            De gemeenteraad heeft, in vergadering van 15 december 2025, het belastingreglement op de tweede verblijven vastgesteld voor het grondgebied Puurs-Sint-Amands voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.

            Tot op heden is er een aangifteplicht voorzien in het huidige belastingreglement van tweede verblijven d.w.z. dat er jaarlijks door de financiële dienst naar alle eigenaars van de tweede verblijven op het grondgebied een aangifteformulier wordt gestuurd met de vraag om te bevestigen of zij nog per 1 januari van het betreffende kalenderjaar eigenaar waren van het tweede verblijf. Bovendien werd gevraagd om te bewijzen dat er verbruik is van nutsvoorzieningen op het adres van het tweede verblijf om leegstand te kunnen uitsluiten. Deze manier van werken vraagt jaarlijks heel wat administratie en is tijdrovend. 

            Vandaar dat er geopteerd wordt om vanaf 1 januari 2026 eveneens een register te hanteren, dezelfde werkwijze als bij leegstand en verwaarlozing. Indien de woning voldoet aan de voorwaarden van huidig reglement zal deze opgenomen worden in een register en vanaf dat moment zal de belasting verschuldigd zijn.  

            Als overgangsbepaling is voorzien dat alle tweede verblijven die momenteel reeds worden belast ambtshalve opgenomen worden in het register. Voor de nieuwe tweede verblijven bestaat er een aangifteplicht, die erin bestaat dat de eigenaar ten laatste op 30 april van het jaar volgend op de ingebruikname van de woning als tweede verblijf een aangifte moet indienen.  Zolang de woning is opgenomen in het register, is belasting verschuldigd door de eigenaar.

            Worden niet als tweede verblijven beschouwd:  

            -          Lokalen die uitsluitend bestemd zijn om een beroepsactiviteit uit te oefenen;

            -          Garages;

            -          Tenten, verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens, tenzij deze tenminste zes maanden per jaar opgesteld blijven om als woongelegenheid aangewend te worden;

            -          Woongelegenheden in het beheer van de gemeente, het ocmw, een autonoom gemeentebedrijf, een woonmaatschappij waarin de gemeente of het ocmw participeert, of een intergemeentelijk samenwerkingsverband waarin de gemeente participeert;

            -          Woningen die daadwerkelijk gebruikt worden voor de woonvorm birdnesting, zijnde een vorm van verblijfsco-ouderschap waarbij de kinderen in de betrokken woning (blijven) wonen en de ouders afwisselend, volgens een bepaald schema, met de kinderen in het huis verblijven en de zorg voor hun rekening nemen;

            -          Woningen of gebouwen die opgenomen zijn in het gemeentelijk leegstandsregister of het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd dit reglement op registratie van tweede verblijven vast te stellen met ingang van 1 januari 2026. 


            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Reinhilde Goossens, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Eva Peleman, Jelien De Laet
            Tegenstanders: Jan Van Camp, Peggy Seeuws, Linda Caluwaerts, Jorden Dewachter, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Onthouders: Marleen Vos, Joos Wauters
            Resultaat: Met 20 stemmen voor, 7 stemmen tegen, 2 onthoudingen

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt onderstaand reglement op de registratie van tweede verblijven vast: 

            1.         ALGEMEEN

            Artikel 1: Definities

            Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder de volgende begrippen:

            Aangifteplichtige: de zakelijk gerechtigde die beslist om de woongelegenheid als tweede verblijf te gebruiken.

            Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen van de gemeente m.b.t. een administratief beroep tegen de beslissing tot opname in of schrapping uit het register van tweede verblijven.

            Beveiligde zending: een zending per aangetekende post, een elektronische aangetekende zending, hetzij een zending met afgifte tegen ontvangstbewijs.

            Register van tweede verblijven: het gemeentelijk register dat bestaat uit een inventaris van tweede verblijven, opgemaakt als digitaal bestand.

            Registerbeheerder: de administratieve eenheid die door het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de opmaak, het beheer en de actualisering van het register van tweede verblijven.

            Tweede verblijf: elke private woongelegenheid die niet het hoofdverblijf vormt van de zakelijk gerechtigde, de huurder of enige andere gebruiker, maar die wel op elk moment door hem kan worden bewoond. Tweede verblijven zijn landhuizen, bungalows, appartementen, weekendhuisjes, optrekjes en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans, die al of niet ingeschreven zijn in de kadastrale legger. 

            Als tweede verblijf worden niet beschouwd:

            -          Lokalen die uitsluitend bestemd zijn om een beroepsactiviteit uit te oefenen;

            -          Garages;

            -          Tenten, verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens, tenzij deze tenminste zes maanden per jaar opgesteld blijven om als woongelegenheid aangewend te worden;

            -          Woongelegenheden in het beheer van de gemeente, het ocmw, een autonoom gemeentebedrijf, een woonmaatschappij waarin de gemeente of het ocmw participeert, of een intergemeentelijk samenwerkingsverband waarin de gemeente participeert;

            -          Woningen die daadwerkelijk gebruikt worden voor de woonvorm birdnesting, zijnde een vorm van verblijfsco-ouderschap waarbij de kinderen in de betrokken woning (blijven) wonen en de ouders afwisselend, volgens een bepaald schema, met de kinderen in het huis verblijven en de zorg voor hun rekening nemen;

            -          Woningen of gebouwen die opgenomen zijn in het gemeentelijk leegstandsregister of het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

            Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:

            -          Volle eigendom;

            -          Het recht van opstal of van erfpacht, inclusief onderopstal en ondererfpacht;

            -          Het vruchtgebruik, inclusief recht van bewoning en ondervruchtgebruik.

            2.         HET REGISTER VAN TWEEDE VERBLIJVEN

            Artikel 2: Het register van tweede verblijven

            De gemeente houdt een register van tweede verblijven bij, waarin minimaal de volgende gegevens worden opgenomen:

            -          het adres van het tweede verblijf;

            -          de kadastrale gegevens van het tweede verblijf;

            -          de identiteit en het (de) adres(sen) van de zakelijk gerechtigde(n);

            -          het nummer en de datum van de administratieve akte.

            Artikel 3: Aangifteplicht

            §1. De aangifteplichtige moet ten laatste op 30 april van het jaar volgend op de eerste ingebruikname van een woongelegenheid als tweede verblijf, een aangifte indienen bij de registerbeheerder op een door de gemeente ter beschikking gesteld formulier.

            §2. De aangifte wordt per beveiligde zending verstuurd aan het volgende adres: Forum 6 te 2870 Puurs-Sint-Amands. De aangifte kan eveneens per e-mail worden ingediend op volgend e-mailadres wonen@puursam.be of via de gemeentelijke website.

            Artikel 4: Ambtshalve opname 

            Bij gebrek aan aangifte binnen de gestelde termijn overeenkomstig artikel 3 van dit reglement, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, wordt het onroerend goed door de registerbeheerder ambtshalve ingeschreven in het register van tweede verblijven, dit op basis van de gegevens waarover de registerbeheerder beschikt en de indicaties vermeld in artikel 5, §2 van dit reglement.

            Artikel 5: Vaststelling van tweede verblijf 

            §1. De door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente met de opsporing van tweede verblijven belaste personen bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in de artikelen 5 en 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeenteheffingen.

            §2. Of een woongelegenheid een tweede verblijf is, wordt getoetst aan de volgende indicaties:

            -          het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister, vreemdelingenregister of wachtregister op het adres van de woning;

            -          de woning is afgewerkt;

            -          de woning is helemaal of gedeeltelijk bemeubeld;

            -          de woning is aangesloten op de nutsvoorziening en heeft een verbruik dat minstens ¼ bedraagt van het gangbare verbruik (op jaarbasis) van een gezin van gelijke grootte;

            -          de woning heeft sanitaire voorzieningen;

            -          de woning is uitgerust om er te eten en te slapen.

            Aan alle indicaties dient voldaan te worden. Een tweede verblijf is immers geen leegstaande woning. Een tweede verblijf wordt daadwerkelijk gebruikt als woning en is ook zo ingericht en uitgerust.

            Artikel 6: Opname in het register van tweede verblijven  

            De registerbeheerder maakt met betrekking tot het tweede verblijf een genummerde administratieve akte op. Dit op basis van de aangifte vermeld in artikel 3 van dit reglement, dan wel, wat betreft de ambtshalve opnamen na een controle ter plaatse en toetsing aan de indicaties vermeld in artikel 5, §2 van dit reglement. In geval van een ambtshalve opname worden de vaststellingen gestaafd met minstens één foto en een beschrijvend verslag waarin de passende objectieve indicaties van tweede verblijf worden opgenomen.

            De datum van de administratieve akte geldt als datum van opname in het register.

            Artikel 7: Kennisgeving van de opname in het register van tweede verblijven

            §1. De beslissing tot opname van de woning in het register van tweede verblijven wordt, per beveiligde zending door de registerbeheerder ter kennis gebracht aan de zakelijk gerechtigde(n) die bij de gemeente gekend zijn.

            Indien een tweede verblijf in onverdeeldheid toebehoort aan verschillende zakelijk gerechtigden, betekent de registerbeheerder een administratieve akte aan elke zakelijk gerechtigde die bij de gemeente gekend is.

            De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de zakelijk gerechtigde(n). Is een woonplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan vindt de betekening plaats aan het adres van het tweede verblijf waarop de administratieve akte betrekking heeft.

            §2. Deze kennisgeving bevat tevens:

            -          de administratieve akte en, in geval van een ambtshalve opname, het beschrijvend verslag;

            -          informatie met betrekking tot:

            • de gevolgen van de opname;
            • de beroepsprocedure tegen opname in het register van tweede verblijven;
            • de mogelijkheid tot schrapping uit het register van tweede verblijven.

            Artikel 8: Administratief en rechterlijk beroep tegen de beslissing over opname in het register van tweede verblijven

            §1. Op straffe van onontvankelijkheid kan de zakelijk gerechtigde, hetzij zijn advocaat of wettelijk vertegenwoordiger, per beveiligde zending, per e-mail of online via de gemeentelijke website en binnen een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de beslissing tot opname, een administratief beroep indienen bij de beroepsinstantie.

            §2. Het beroepschrift moet om ontvankelijk te zijn

            -       een poststempel of datum van afgifte bevatten, tenzij het werd ingediend per e-mail of online via de gemeentelijke website;

            -       gemotiveerd zijn;

            -       de naam of handtekening bevatten van de zakelijk gerechtigde, of van de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde.

            En minstens de volgende gegevens bevatten:

            -          de identiteit en het adres van de indiener;

            -          het nummer van de administratieve akte;

            -          het adres van het tweede verblijf waarop het beroepschrift betrekking heeft;

            -          alle bewijsstukken (minstens één) op basis waarvan wordt aangevoerd dat de opname in het register van tweede verblijven onterecht zou zijn. Alle bewijsmiddelen van gemeen recht zijn toegelaten, met uitzondering van de eed;

            -          een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, een bewijs van wettelijke vertegenwoordiging of de statuten gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, indien het beroepschrift wordt ingediend door een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, behoudens bij toepassing van artikel 440 van het Gerechtelijk Wetboek.

            Het louter voorleggen van een inschrijving in het bevolkingsregister op het betreffende adres of het voorleggen van een (handels-)huurovereenkomst met betrekking tot de woning, kan nooit als afdoende bewijs gelden voor een beroep tegen de opname in het register van tweede verblijven, aangezien deze geen enkele aanwijzing geeft omtrent de effectieve benutting van de woning.

            §3. De zakelijk gerechtigde of de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, kan een vervangend beroepschrift indienen, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd. Dit kan zolang de termijn van dertig kalenderdagen, zoals vermeld in §1 van dit artikel, niet is verstreken.

            §4. De registerbeheerder registreert elk beroepschrift in het register van tweede verblijven.

            §5. De beroepsinstantie onderzoekt de ontvankelijkheid van de beroepschriften. Het beroepschrift is onontvankelijk in de volgende limitatief opgesomde gevallen:

            -          het is te laat ingediend;

            -          het voldoet niet aan de vereisten vermeld in §2 van dit artikel;

            -          het is niet afkomstig van een zakelijk gerechtigde of diens vertegenwoordiger conform §2 van dit artikel.

            §6. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. Zij onderzoekt de gegrondheid op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek dat uitgevoerd wordt door de door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente met de opsporing van tweede verblijven belaste personen (cfr. artikel 5, §1 van onderhavig reglement).

            Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot de woning voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd.

            §7. De beroepsinstantie doet uitspraak over de ontvankelijke beroepschriften en geeft per beveiligde zending kennis van de beslissing aan de zakelijk gerechtigde(n) binnen een ordetermijn van negentig dagen, te rekenen vanaf de dag na deze van de kennisgeving van het beroepschrift.

            §8. Indien de beslissing tot opname in het register van tweede verblijven niet tijdig wordt betwist met een administratief beroep of het administratief beroep onontvankelijk of ongegrond wordt verklaard, blijft de woning opgenomen in het register van tweede verblijven, vanaf de datum van de administratieve akte.

            Als het administratief beroep wordt ingewilligd, wordt de woning beschouwd als nooit opgenomen in het register.

            §9. De zakelijk gerechtigde, hetzij zijn advocaat of wettelijke vertegenwoordiger, kan tegen de beslissing van de beroepsinstantie beroep aantekenen bij de rechtbank van eerste aanleg. De termijn voor het indienen van een beroep bedraagt drie maanden te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing van de beroepsinstantie. De artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.

            Artikel 9: Meldingsplichten

            §1. Bij wijziging van persoons-en contactgegevens geldt een meldingsplicht in hoofde van de zakelijk gerechtigde. De gewijzigde persoons- en contactgegevens dienen uiterlijk twee maanden na wijziging aan de registerbeheerder te worden bezorgd.

            Wanneer de zakelijk gerechtigde nalaat de wijzigingen door te geven kan de registerbeheerder op rechtsgeldige wijze kennisgeven op grond van de gegevens waarover hij beschikt.

            §2. Bij overdracht van een zakelijk recht op een tweede verblijf, geldt een meldingsplicht.

            De overdrager bezorgt de registerbeheerder binnen een termijn van twee maanden na de overdracht per beveiligde zending of per e-mail een kopie van of een uittreksel uit de notariële akte waarbij het zakelijk recht werd overgedragen.

            De kopie of het uittreksel bevat minstens de volgende gegevens:

            -          de identiteit en het adres van de overdrager;

            -          het nummer van de administratieve akte;

            -          de identiteit van de verkrijger van het zakelijk recht en het aandeel in het zakelijk recht;

            -          het adres van de woning waarop de overdracht betrekking heeft;

            -          de kadastrale gegevens van de woning waarop de overdracht betrekking heeft;

            -          de naam en de standplaats van de instrumenterende notaris.

            Wanneer de overdrager de notaris hierom verzoekt, kan de instrumenterende notaris de registerbeheerder op de hoogte stellen van de overdracht van het zakelijk recht. In voorkomend geval zal de notaris de registerbeheerder binnen de twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis stellen van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe zakelijk gerechtigde(n), gestaafd met de nodige bewijsstukken.

            §3. Bij overdracht van een zakelijk recht stelt de notaris de verkrijger(s) van het volle eigendomsrecht, of van een recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik, voorafgaand aan de overdracht in kennis van de opname van het onroerend goed in het register van tweede verblijven.

            §4. Wanneer de overdracht niet aan de registerbeheerder ter kennis wordt gebracht, kan de registerbeheerder op rechtsgeldige wijze kennisgeven aan de overdrager.

            Artikel 10: Openbaarheid van het register van tweede verblijven

            Het register van tweede verblijven is een bestuursdocument en is als dusdanig (gedeeltelijk) toegankelijk voor het publiek.

            De aanvraag tot openbaarheid kan overeenkomstig de bepalingen uit het Bestuursdecreet van 7 december 2018 worden afgewezen, onder meer ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

            Artikel 11: Schrapping uit het register van tweede verblijven 

            §1. Een woning kan door de registerbeheerder uit het register van tweede verblijven worden geschrapt in de hierna bepaalde gevallen, indien de zakelijk gerechtigde, hetzij de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, hierom verzoekt en de nodige gegevens en bewijsstukken levert.

            De registerbeheerder kan een woning ambtshalve schrappen uit het register van tweede verblijven indien hij reeds over de nodige gegevens en bewijsstukken beschikt waaruit blijkt dat de woning niet als tweede verblijf wordt aangewend.

            §2. Een woning wordt uit het register van tweede verblijven geschrapt wanneer de zakelijk gerechtigde of de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde hierom verzoekt en bewijst dat de woning minstens vier opeenvolgende maanden ononderbroken niet langer in gebruik is als tweede verblijf. De woning wordt geschrapt te rekenen vanaf de eerste dag van de beëindiging van de aanwending als tweede verblijf, op voorwaarde dat dit blijkt uit de inschrijving in het bevolkingsregister, vreemdelingenregister of wachtregister, de eventuele andere door de zakelijk gerechtigde aangeleverde stukken of desgevallend een plaatsbezoek.

            §3. Het verzoek tot schrapping moet om ontvankelijk te zijn:

            -          een poststempel of datum van afgifte bevatten, tenzij het werd ingediend per e-mail of online via de gemeentelijke website;

            -          gemotiveerd zijn;

            -          de naam of handtekening bevatten van de zakelijk gerechtigde, hetzij van de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde;

            -          per beveiligde zending, per e-mail of online via de gemeentelijke website worden ingediend.

            En minstens de volgende gegevens bevatten:

            -          de identiteit en het adres van de indiener;

            -          het nummer van de administratieve akte;

            -          het adres van de woning waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;

            -          alle bewijsstukken (minstens één) op grond waarvan wordt aangevoerd dat de woning geschrapt mag worden uit het register van tweede verblijven overeenkomstig §2 van dit artikel. Alle bewijsmiddelen van gemeen recht zijn toegelaten, met uitzondering van de eed;

            -          een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, een bewijs van wettelijke vertegenwoordiging of de statuten gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, indien het beroepschrift wordt ingediend door een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, behoudens bij toepassing van artikel 440 van het Gerechtelijk Wetboek.

            De indiener van het verzoek tot schrapping kan te allen tijde een nieuw verzoek tot schrapping indienen dat voldoet aan de vereisten opgesomd in deze paragraaf.

            §4. De registerbeheerder onderzoekt de ontvankelijkheid van de verzoeken tot schrapping.

            §5. De registerbeheerder onderzoekt de ontvankelijke verzoeken tot schrapping op hun gegrondheid aan de hand van de stukken of een feitenonderzoek, verricht door de door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente met de opsporing van tweede verblijven belaste personen (cfr. artikel 5, §1 van onderhavig reglement).

            Het verzoek tot schrapping wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot de woning voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd.

            Het louter voorleggen van een inschrijving in het bevolkingsregister op het betreffende adres of het voorleggen van een (handels-)huurovereenkomst met betrekking tot de woning kan nooit als afdoende bewijs gelden voor het bekomen van een schrapping uit het register van tweede verblijven, aangezien deze geen enkele aanwijzing geeft omtrent de effectieve benutting van de woning.

            §6. Indien het verzoek tot schrapping onontvankelijk of ongegrond wordt beoordeeld, blijft de woning in het register van tweede verblijven opgenomen, vanaf de datum van de administratieve akte.

            §7. De registerbeheerder neemt een beslissing, desgevallend na plaatsbezoek, omtrent het ontvankelijk verzoek tot schrapping en brengt deze beslissing per beveiligde zending ter kennis aan de verzoeker binnen een ordetermijn van negentig dagen te rekenen vanaf de dag na deze van de betekening van het verzoek tot schrapping.

            Wordt het verzoek tot schrapping ingewilligd, dan wordt de woning geschrapt uit het register, vanaf de datum die vermeld is in de beslissing tot schrapping.

            §8. De zakelijk gerechtigde(n) wordt op de hoogte gebracht van de beslissing over de schrapping.

            Artikel 12: Administratief en rechterlijk beroep tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping

            §1. Op straffe van onontvankelijkheid kan de zakelijk gerechtigde, hetzij een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, per beveiligde zending, per e-mail of online via de gemeentelijke website en binnen een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de beslissing over het verzoek tot schrapping, een administratief beroep indienen bij de beroepsinstantie.

            §2. Het beroepschrift moet om ontvankelijk te zijn:

            -          een poststempel of datum van afgifte bevatten, tenzij het werd ingediend per e-mail of online via de gemeentelijke website;

            -          gemotiveerd zijn;

            -          de naam of handtekening bevatten van de zakelijk gerechtigde, hetzij van de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde.

            En minstens de volgende gegevens bevatten:

            -          de identiteit en het adres van de indiener;

            -          het nummer van de administratieve akte;

            -          het adres van de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;

            -          alle bewijsstukken (minstens één) op grond waarvan wordt aangevoerd dat de beslissing over het verzoek tot schrapping uit het register van tweede verblijven onterecht zou zijn. Alle bewijsmiddelen van gemeen recht zijn toegelaten, met uitzondering van de eed;

            -          een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, een bewijs van wettelijke vertegenwoordiging of de statuten gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, indien het beroepschrift wordt ingediend door een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, behoudens bij toepassing van artikel 440 van het Gerechtelijk Wetboek.

            §3. De zakelijk gerechtigde hetzij de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, kan zolang de termijn van dertig kalenderdagen niet is verstreken een vervangend beroepschrift indienen, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.

            §4. De beroepsinstantie onderzoekt de ontvankelijkheid van de beroepschriften. Het beroepschrift is onontvankelijk in de volgende limitatief opgesomde gevallen:

            -          het is te laat ingediend;

            -          het voldoet niet aan de vereisten vermeld in §2 van dit artikel;

            -          het is niet afkomstig van een zakelijk gerechtigde of diens vertegenwoordiger conform §2 van dit artikel.

            §5. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. Zij onderzoekt de gegrondheid op stukken of met een feitenonderzoek, verricht door de door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente met de opsporing van tweede verblijven belaste personen (cfr. artikel 5, §1 van onderhavig reglement).

            Het beroep is in ieder geval ongegrond indien de toegang tot de woning voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd.

            §6. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en geeft kennis van de beslissing aan de zakelijk gerechtigde(n), binnen een ordetermijn van negentig dagen, te rekenen vanaf de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending aan de indiener betekend.

            §7. Indien er geen tijdig beroepschrift werd ingediend of indien er sprake is van een onontvankelijk of ongegrond administratief beroep, blijft de woning opgenomen in het register van tweede verblijven, vanaf de datum vermeld in de administratieve akte bedoeld in artikel 6 van dit reglement.

            Indien de beroepsinstantie het beroep ontvankelijk en gegrond acht, wordt de woning uit het register van tweede verblijven geschrapt vanaf de datum vermeld in de beslissing van de beroepsinstantie.

            §8. De zakelijk gerechtigde, hetzij zijn advocaat of wettelijke vertegenwoordiger, kan tegen de beslissing van de beroepsinstantie beroep aantekenen bij de rechtbank van eerste aanleg. De termijn voor het indienen van een beroep bedraagt drie maanden te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing van de beroepsinstantie. De artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.

            3.         INWERKINGTREDING EN OVERGANGSBEPALINGEN 

            Artikel 13: Inwerkingtreding - bekendmaking

            Dit reglement werd vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2025, treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285 tot en met 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

            Artikel 14: Overgangsbepalingen

            Woongelegenheden die in aanslagjaar 2025 reeds het voorwerp uitmaakten van de belasting op tweede verblijven, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van Puurs-Sint-Amands in vergadering van 16 december 2019, zoals gewijzigd door de beslissing van de gemeenteraad van 25 maart 2024, worden door de registerbeheerder vanaf 1 januari 2026 ambtshalve opgenomen in het register van tweede verblijven. Het gebruik als tweede verblijf moet niet opnieuw bewezen worden.

            De registerbeheerder brengt de opname in het register van tweede verblijven overeenkomstig artikel 7 van dit reglement ter kennis van de zakelijk gerechtigde(n).

          • Belasting op leegstaande woningen en gebouwen - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            Het belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen, zoals vastgesteld door de gemeenteraad in vergadering van 30 maart 2020, neemt een einde op 31 december 2025. Vandaar dat het noodzakelijk is om dit belastingreglement opnieuw vast te stellen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. 

            Het grond- en pandendecreet voorziet dat gemeenten een register van leegstaande woningen en gebouwen kunnen bijhouden en dat een gemeentelijke verordening nadere materiële en procedurele regelen kan bepalen. 

            Leegstand van woningen en gebouwen brengt voor de gemeente bijkomende kosten met zich mee, bijvoorbeeld extra politiecontroles omdat er een vermindering is van de ‘sociale controle’. De gemeentelijke leegstandsbelasting wordt in eerste instantie dus verantwoord door een financiële behoefte. Aanvullend kan de gemeente in bijkomende middelen voor het gemeentelijk woonbeleid voorzien, waarbij de bijkomende middelen in verhouding staan tot de gegenereerde opbrengsten van de gemeentelijke leegstandsheffing op gebouwen en woningen.

            De langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente moet voorkomen en bestreden worden. In tijden van hoge woning- en grondprijzen is het onverantwoord dat woningen leegstaan.

            De strijd tegen de leegstaande woningen en/of gebouwen zal onder meer een effect hebben als de opname in een leegstandsregister ook daadwerkelijk belast wordt, vandaar de nood aan een belastingreglement.

            De vrijstellingen van registratie en/of belasting zijn opgenomen omdat die het best aansluiten bij de noden en het beleid van de gemeente.

            De gemeente wil nieuwe zakelijke gerechtigden of zakelijk gerechtigden van woningen die moeten worden gerenoveerd, de mogelijkheid bieden de leegstand op te heffen.

            Tijdelijke leegstand door specifieke sociale en medische omstandigheden geeft aanleiding tot een tijdelijke vrijstelling gelet op het doel van de belasting.

            Het is billijk om vrijstellingen te verlenen omwille van hun persoon (bijvoorbeeld handelingsonbekwaam, geruime tijd verblijf in een rustoord,...) of wanneer de leegstand te wijten is aan de woning zelf (bijvoorbeeld omdat deze zal onteigend worden, beschadigd werd na een ramp,...).

            Het is redelijk en objectief verantwoord dat sociale huisvestingsmaatschappijen worden vrijgesteld van de belasting op leegstaande woningen en gebouwen. De sociale huisvestingsmaatschappijen hebben immers een sociale functie te vervullen en wanneer zij er een langere tijd over doen om een sanering of renovatie uit te voeren of een woning ter beschikking te stellen, dan moet worden aangenomen dat dit niet gebeurt omdat zij niet aan hun kernopdracht willen voldoen, maar wegens organisatorische redenen en door een gebrek aan financiële armslag. 

            Deze belasting helpt het financieel evenwicht van de gemeente te bewaren en is nodig om het beschikbaar patrimonium voor wonen op het grondgebied van de gemeente optimaal te benutten.

            Bij gebrek aan indexering gedurende de vorige legislatuur en gezien de financiële toestand van de gemeente is het billijk om te belasting te verhogen naar 2.000 euro. Vanaf 2027 zal deze belasting geïndexeerd worden. 

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen opnieuw vast te stellen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.


            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Reinhilde Goossens, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Eva Peleman, Jelien De Laet
            Tegenstanders: Jan Van Camp, Peggy Seeuws, Linda Caluwaerts, Jorden Dewachter, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Onthouders: Marleen Vos, Joos Wauters
            Resultaat: Met 20 stemmen voor, 7 stemmen tegen, 2 onthoudingen

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad vast onderstaand belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen vast:

            Artikel 1: Opheffing

            Het raadsbesluit van 30 maart 2020 van Puurs-Sint-Amands inzake de vaststelling van de belasting op leegstaande woningen en gebouwen voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025, blijft van toepassing voor de belastbare feiten die zich hebben voorgedaan vóór 1 januari 2026, maar wordt opgeheven voor de belastbare feiten die zich voordoen vanaf 1 januari 2026.

            Artikel 2: Definities

            De definities opgenomen in artikel 1 van het reglement op de registratie van leegstaande woningen en gebouwen, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 15 december 2025, gelden eveneens bij toepassing van dit reglement. 

            Artikel 3: Heffingstermijn - belastbaar feit

            §1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een belasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het leegstandsregister, als bedoeld in het reglement op de registratie van leegstaande woningen en gebouwen, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 30 maart 2020.

            §2. Het belastbaar feit is de opname gedurende tenminste twaalf maanden in het leegstandsregister, te rekenen vanaf de datum van de administratieve akte.

            §3. De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.

            §4. Zolang een leegstaande woning of een leegstaand gebouw niet uit het leegstandsregister geschrapt is, zal de heffing het goed blijven bezwaren en blijft de heffing verschuldigd bij het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden.

            Artikel 4: Belastingplichtige

            §1. De leegstandsbelasting is verschuldigd door diegene, die op de verjaardag van de opnamedatum, zakelijk gerechtigde is van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw. 

            §2. Indien er sprake is van een woning of gebouw in onverdeeldheid of een andere situatie waarbij er sprake is van meerdere zakelijk gerechtigden, is elke zakelijk gerechtigde hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. In geval van overlijden, wordt de belasting gericht ten aanzien van de nalatenschap. 

            Artikel 5: Berekeningsgrondslag en tarieven

            §1. Het tarief bedraagt voor de volgende jaren voor een leegstaande woning en een leegstaand gebouw (in euro):

            Aanslagjaar 2026 2027 2028 2029 2030 2031
            Eerste belastbare periode 2.000  2.030 2.060 2.091 2.123 2.155
            Tweede belastbare periode 4.000  4.060 4.121 4.183 4.245 4.309
            Derde belastbare periode 6.000  6.090 6.181 6.274 6.368 6.464
            Vierde belastbare periode

            8.000 

            8.120 8.242 8.365 8.491 8.618
            Vijfde belastbare periode 10.000  10.150 10.302 10.457 10.614 10.773
            Voor de volgende belastbare periodes 10.000 10.150 10.302 10.457 10.614 10.773

            §2. Periodes van vrijstelling worden meegerekend als belastbare periode.

            §3. Het aantal termijnen van twaalf maanden dat de woning of een gebouw onafgebroken in het leegstandsregister is opgenomen, wordt in geval van overdracht opnieuw herleid tot één, op voorwaarde dat de overdracht van het zakelijk recht de volledige woning of het gebouw betreft en behoudens wanneer de nieuwe zakelijk gerechtigde volgende rechtspersonen of natuurlijke personen betreffen:

            1° de vennootschappen waarin de voormalige zakelijk gerechtigde van de woning of het gebouw rechtstreeks of onrechtstreeks participeren voor meer dan 10 % van het aandeelhouderschap;
            2° bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad, tenzij in geval van overdracht door erfopvolging of testament.

            Artikel 6: Vrijstelling

            6.1. Algemeen:

            §1. Er kunnen vrijstellingen van belasting worden toegestaan met betrekking tot de leegstaande woning of het leegstaand gebouw zelf enerzijds en met betrekking tot de hoedanigheid van de belastingplichtige anderzijds.

            De vrijstelling met betrekking tot de hoedanigheid van de belastingplichtige geldt enkel voor zijn persoon en ontslaat de andere zakelijke gerechtigde(n) niet van hun hoofdelijkheid. Deze vrijstelling geldt dus niet voor de andere zakelijk gerechtigde(n) die zich niet in deze hoedanigheid bevinden. De vrijstelling met betrekking tot de leegstaande woning of het leegstaande gebouw zelf geldt voor alle zakelijk gerechtigde(n). 

            §2. Het toekennen van een vrijstelling gebeurt volgens dit reglement. Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor de uitvoering hiervan en kan de taken hiervoor delegeren aan de algemeen directeur of ambtenaren, dit binnen de grenzen zoals bepaald door de hogere of eigen regelgeving.

            §3. De belastingplichtige kan vrijstellingen aanvragen vanaf de opname in het gemeentelijk leegstandsregister tot het einde van de termijn van drie maanden vanaf de ontvangst van de belastingaanslag waarbinnen een bezwaar tegen de belasting kan worden ingediend, zoals bepaald in artikel 9 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.

            Indien de belastingplichtige meent in aanmerking te komen voor een vrijstelling als vermeld in artikel 6.2 of 6.3 van onderhavig reglement, bezorgt hij een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier tot het bekomen van een vrijstelling per beveiligde zending of per e-mail aan de gemeente of via het online formulier op de gemeentelijke website. 

            Dit aanvraagformulier is terug te vinden op de gemeentelijke website (www.puurs-sint-amands.be).

            De belastingplichtige dient zelf de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de gemeente met betrekking tot de vrijstelling van belasting waarop hij zich beroept.  De bewijzen moeten betrekking hebben op de periode waarvoor de belastingplichtige de vrijstelling wenst te bekomen.

            In geval van een vrijstelling bedoeld in artikel 6.2 van onderhavig reglement, brengt de gemeente alle zakelijk gerechtigden per beveiligde zending in kennis van haar beslissing over de vrijstelling.

            In geval van een vrijstelling bedoeld in artikel 6.3 van onderhavig reglement, brengt de gemeente de zakelijk gerechtigde(n) die zich heeft beroepen op deze vrijstelling per beveiligde zending in kennis van haar beslissing over de vrijstelling.

            §4. Het college van burgemeester en schepenen of de algemeen directeur indien het college van burgemeester en schepenen hem deze bevoegdheid overeenkomstig artikel 57 van het Decreet over het lokaal bestuur toevertrouwt, kan ambtshalve vrijstellingen verlenen indien men reeds over de nodige gegevens en bewijsstukken beschikt waaruit blijkt dat men in aanmerking komt voor een vrijstelling van de leegstandsbelasting.

            §5. De start van de vrijstelling begint nadat de reden van vrijstelling is gestart, vb. datum toekenning omgevingsvergunning, datum gerechtelijke uitspraak handelingsonbekwaamheid, datum notariële akte overdracht, …

            6.2. Vrijgestelde woningen en gebouwen:

            Een vrijstelling wordt verleend voor woningen en gebouwen:

            1° die gelegen zijn binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd en neergelegd onteigeningsplan;

            2° die geen voorwerp meer kunnen uitmaken van een (omgevings-)vergunning voor het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen, omdat het onverenigbaar is met een voorlopig goedgekeurd of goedgekeurd ruimtelijk uitvoeringsplan of van bijzonder plan van aanleg;

            3 ° die vernield of beschadigd werden ten gevolge van een plotse ramp.  De vrijstelling geldt gedurende een periode van drie jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging.  Na deze periode kan de vrijstelling jaarlijks worden verlengd, wanneer de belastingplichtige het bewijs voorlegt dat er na verloop van deze termijn nog steeds betwisting bestaat over de aansprakelijkheid of de vergoeding van de verzekering of het rampenfonds, die afbraak, nieuwbouw, renovatie of verkoop onmogelijk maakt.  In de zin van deze bepaling wordt verstaan onder een ramp een gebeurtenis die zich voordoet buiten de wil van de zakelijk gerechtigde en waardoor de schade zo groot is dat het normaal gebruik onmogelijk is, zoals een brand, ontploffing, verzakking, overstroming, storm …

            4° die onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kunnen worden volgens de toegekende functie omwille van een verzegeling of betredingsverbod in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt tot één jaar na afloop van de verzegeling of het betredingsverbod of de gerechtelijke expertise. In niet strafrechtelijke procedures dient minstens één van de aangestelde experten aan te geven dat de woning of het gebouw nog niet betreden mag worden of op welke tijdstip dit wel mogelijk is.

            5° die daadwerkelijk gerenoveerd of gesloopt worden:

            a)      Hetzij ingevolge een niet-vervallen (omgevings-)vergunning voor het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen, met dien verstande dat deze vrijstelling geldt gedurende 2 jaren; 

            b)      Hetzij zonder dat voor deze werken een omgevingsvergunning is vereist, met dien verstande dat de vrijstelling geldt gedurende één jaar en op voorwaarde dat een gedetailleerde, ondertekende en gedagtekende renovatienota wordt voorgelegd.  De renovatienota bevat minstens de volgende elementen:

            1.   een overzicht van welke niet-vergunningsplichtige werken worden uitgevoerd;
            2.   een (gedetailleerd) tijdschema waarin wordt aangegeven binnen welke periode de werken zullen worden uitgevoerd;
            3.   een raming van de kosten vergezeld van offertes, facturen en/of bestekken waaruit blijkt dat de werken uitgevoerd zullen worden;
            4.   een plan of tekening en fotoreportage met weergave van de bestaande toestand van de te renoveren onderdelen.

             Deze vrijstelling kan op basis van a) en/of b) driemaal met één jaar worden verlengd op voorwaarde dat:

            -       één of meer facturen worden ingediend, waaruit blijkt dat het afgelopen jaar een bedrag van minimum 5.000 euro (inclusief btw) aan de betreffende renovatiewerken werd besteed; 

            -       én een actuele renovatienota wordt voorgelegd (voor de werken verricht zonder omgevingsvergunning);

            In de mate de te renoveren, hetzij de te slopen woning een sociale huurwoning betreft in de zin van artikel 1.3, §1, 49° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en voor zover de woning deel uitmaakt van een projectdossier goedgekeurd op het gemeentelijk lokaal woonoverleg, geldt de vrijstelling tot de voorziene einddatum van de werken in het op het lokaal woonoverleg goedgekeurde projectdossier.

            6° die het voorwerp uitmaken van een overeenkomst met het oog op renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden in de zin van artikel 3.30, §2 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, vanaf de ondertekening van deze overeenkomst en zolang de overeenkomst loopt.

            7° die het voorwerp uitmaken van een overeenkomst met een erkend sociaal verhuurkantoor of woonmaatschappij tot verhuur van minimum negen jaar, vanaf de datum van ondertekening huurcontract en zolang deze overeenkomst loopt.  Van zodra de woning effectief gedurende zes opeenvolgende maanden wordt bewoond, kan de woning uit het leegstandsregister worden geschrapt.

            8° die ter beschikking worden gesteld voor noodopvang of tijdelijke huisvesting aan een OCMW of een daartoe erkende organisatie, zolang de terbeschikkingstelling duurt.

            9° die krachtens een decreet beschermd zijn als monumenten, of opgenomen zijn op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument. De vrijstelling geldt voor een periode van één jaar met dien verstande dat de vrijstelling tweemaal met één jaar verlengd kan worden;

            10° deel uitmaakt van een krachtens een decreet beschermd stads- of dorpsgezicht of landschap, of van een stads- of dorpsgezicht of landschap dat opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als stads- of dorpsgezicht of landschap. De vrijstelling geldt voor een periode van één jaar met dien verstande dat de vrijstelling tweemaal met één jaar verlengd kan worden;

            11° behoudens wanneer er een afzonderlijke toegang bestaat, de woning of het gebouw dat deel uitmaakt van een niet afsplitsbaar onderdeel van de woning of het gebouw dat nog effectief benut wordt voor het uitoefenen van functies, die complementair zijn aan het wonen zoals kantoorfunctie, dienstverlening, vrije beroepen, detailhandel, bedrijvigheid, restaurant en café, op voorwaarde dat de huidige toestand conform is de omgevingsvergunning en andere relevante wetgeving.

            6.3. Vrijgestelde personen:

            De volgende personen zijn van de heffing vrijgesteld:

            1° De belastingplichtige die op het ogenblik dat de belasting verschuldigd is, minder dan twaalf opeenvolgende maanden houder van het zakelijk recht is.  Deze vrijstelling geldt voor de eerste belastingaanslag volgend op het verkrijgen van het zakelijk recht, teneinde nieuwe zakelijk gerechtigde(n) de tijd te gunnen de leegstand te verhelpen.  Deze vrijstelling geldt slechts voor zover het zakelijk recht de volledige woning of het volledige gebouw betreft en geldt niet indien de nieuwe zakelijk gerechtigde een rechtspersoon betreft waarin de vorige zakelijk gerechtigde rechtstreeks of onrechtstreeks participeert;

            2° De belastingplichtige van wie de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing gedurende de periode van handelingsonbekwaamheid;  

            3° De belastingplichtige die kan aantonen dat hij tijdens de twaalf maanden van de belastbare periode minstens vier maanden werd opgenomen in een psychiatrische instelling, ziekenhuis of revalidatiecentrum en daarvan het bewijs verstrekt, afgeleverd door de betrokken psychiatrische instelling, het ziekenhuis of het revalidatiecentrum.  De vrijstelling geldt voor een periode van één jaar, met dien verstande dat de vrijstelling tweemaal met één jaar kan worden verlengd;

            4° De woonmaatschappijen waarin de gemeente in participeert;

            Artikel 7: Aangifteplicht

            In geval van overdracht of vestiging van een zakelijk recht op een leegstaande woning of gebouw, is de overdrager ertoe gehouden dit te melden aan de registerbeheerder overeenkomstig artikel 7 van het reglement op de registratie van leegstaande woningen en gebouwen.

            Artikel 8: Wijze van invordering

            De belasting wordt ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen.

            Artikel 9: Betalingstermijn

            De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

            Artikel 10: Administratieve geldboete 

            Een administratieve geldboete van 500 euro wordt opgelegd aan de belastingplichtige:  

            • die weigert inzage te geven in documenten (boeken en bescheiden) die noodzakelijk zijn voor de vestiging van de belasting (i.k.v. controle en onderzoek);  

            • die weigert toegang te verlenen tot de al dan niet bebouwde onroerende goederen, die een belastbaar element kunnen vormen of bevatten of waar een belastbare activiteit wordt uitgeoefend aan de personeelsleden die hiervoor zijn aangesteld. Om de belastingplicht te kunnen bepalen of de grondslag van de belasting te kunnen controleren of onderzoeken, moet aan die personeelsleden de mogelijkheid worden geboden vaststellingen te doen.  

            Een administratieve geldboete van 300 euro wordt opgelegd aan de belastingplichtige die niet tijdig conform artikel 7 een overdracht van een zakelijk recht heeft aangegeven.  

            Het bedrag van de administratieve boete wordt gelijktijdig en samen met de belasting ingekohierd en ingevorderd. 

            Artikel 11: Verwijzingsregel

            De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

            Artikel 12: Overgangsbepalingen

            Vrijstellingen die onbeperkt in tijd werden toegekend voor de datum van inwerkingtreding van dit reglement nemen een einde zodra dit reglement in voege treedt. 

            Periodes van vrijstellingen (beperkt in tijd) verkregen voor de datum van inwerkingtreding van dit reglement, worden meegerekend voor de berekening van eventuele vrijstellingen, zoals voorzien in huidig reglement.

            De verkregen vrijstellingen in het kader van de intussen opgeheven belastingreglementen, worden meegerekend als belastbare periodes, zoals voorzien in het huidig reglement.

            Artikel 13: Inwerkingtreding en bekendmaking

            Dit belastingreglement werd vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2025, is van toepassing op de belastbare feiten die zich voordoen vanaf 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

          • Reglement op de registratie van leegstaande woningen en gebouwen - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            Het gemeentelijk reglement, waarin de indicaties van leegstand en de procedure tot vaststelling van leegstand worden bepaald, werd vastgesteld door de gemeenteraad van 30 maart 2020. Gebruik leert dat dit op bepaalde punten juridisch verder verfijnd dient te worden. Tevens worden woningen waarvoor een omgevingsvergunningsaanvraag lopende is, niet langer opgenomen in het leegstandsregister voor zover de uitvoering ervan wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning en de vergunde werken met betrekking tot de woning of het gebouw worden beëindigd binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning. Hierdoor krijgen eigenaars de kans om het gebouw te renoveren zonder onmiddellijk op de leegstandslijst opgenomen te worden. Op de website wordt een nieuw formulier voorzien zodat beroep indienen tegen de opname in of de schrapping uit het register eenvormig en inhoudelijk correct gebeurt. Beroep indienen op papier of via e-mail blijft steeds mogelijk.

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd dit reglement vast te stellen met ingang van 1 januari 2026. 


            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Reinhilde Goossens, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Eva Peleman, Jelien De Laet
            Tegenstanders: Jan Van Camp, Peggy Seeuws, Linda Caluwaerts, Jorden Dewachter, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Onthouders: Marleen Vos, Joos Wauters
            Resultaat: Met 20 stemmen voor, 7 stemmen tegen, 2 onthoudingen

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt onderstaand reglement op de registratie van leegstaande woningen en gebouwen vast: 

            1.         ALGEMEEN

            Artikel 1: Definities

            Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder de volgende begrippen:

            Afzonderlijke toegang: De toegang die onafhankelijk kan gebruikt worden van de toegang tot een handel, horeca of andere beroepsactiviteit. Deze niet-limitatieve voorbeelden kunnen als afzonderlijke toegang worden beschouwd: een toegang in de voorgevel, een toegang via een kwalitatief binnengebied, een toegang via de zij- of achtergevel, een gegroepeerde toegang voor verschillende panden. 

            Bedrijfsruimte: vormt één geheel en omvat de verzameling van alle percelen die toebehoren aan dezelfde eigenaar waarop zich minstens één bedrijfsgebouw bevindt waar er een economische activiteit plaatsvindt of plaatsgevonden heeft en op voorwaarde dat de verzameling van alle percelen een minimale oppervlakte van 500 m² heeft, uitgezonderd de woning van de eigenaar, ondernemer, zelfstandige, bestuurder, die zich in het bedrijfsgebouw bevindt, die niet afsplitsbaar is van dit bedrijfsgebouw en nog effectief dienst doet als verblijfplaats. Onder een economische activiteit wordt begrepen iedere industriële, ambachtelijke, handels-, diensten-, landbouw-, tuinbouw-, opslag of administratieve activiteit uitgeoefend door bedrijven, ondernemingen of zelfstandigen.

            Beroepsinstantiehet college van burgemeester en schepenen van de gemeente m.b.t. een administratief beroep tegen de beslissing tot opname in of schrapping uit het leegstandsregister.

            Beveiligde zending: een zending per aangetekende post, een elektronische aangetekende zending, hetzij een zending met afgifte tegen ontvangstbewijs.

            Functie van het gebouw: deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten ervan afgeleverde stedenbouwkundige vergunning of milieuvergunning en de daarover verrichte meldingen, hetzij deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte. Bij gebrek aan dergelijke vergunning of melding, of wanneer de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand aan de hand van aangiften, akten en bescheiden.

            Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat niet beantwoordt aan de definitie van een woning zoals bedoeld in dit reglement, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, zoals gedefinieerd in dit artikel. 

            Leegstaande woning: een woning die gedurende de termijn van minstens twaalf maanden niet wordt aangewend in overeenstemming met

            1° de woonfunctie of

            2° met volgende functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich meebrengt:

            -          Functie als tweede verblijf, voor zover het een woning betreft die voor de eigenaar of de huurder of de gebruiker ervan niet tot hoofdverblijf dient, maar die op elk ogenblik door hen voor effectieve en niet-occasionele bewoning kan worden gebruikt, die voldoet aan de vereisten inzake woonkwaliteit en bij de gemeente geregistreerd is als tweede verblijf in de zin van het registratiereglement op tweede verblijven.

            -          Een culturele, sociale of recreatieve functie indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

            • Het gaat om een effectief en niet-occasioneel gebruik gedurende een termijn van minstens twaalf opeenvolgende maanden van meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte van de woning voor een culturele, sociale of recreatieve werking.
            • Er is een schriftelijke, rechtsgeldige overeenkomst, tegenstelbaar aan derden, met de zakelijk gerechtigde over de duurtijd, het gebruik en vergoeding voor het gebruik van de woning.
            • De werking ontvangt ofwel subsidies voor haar culturele, sociale of recreatieve werking, of is aangesloten bij een erkende gemeentelijke adviesraad van de gemeente waar de woning gelegen is. 

            Leegstaand gebouw: een gebouw wordt als leegstaand beschouwd indien meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden (cfr. artikel 2.10, §1 Vlaamse Codex Wonen van 2021). Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.

            Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, zoals bedoeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten. 

            Leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of nieuwe woning wordt als leegstaand beschouwd wanneer dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning, hetzij een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen, in laatste administratieve aanleg, niet aangewend wordt overeenkomstig de functie. 

            Leegstandsregister: het gemeentelijk register vermeld in artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 dat bestaat uit twee afzonderlijke inventarissen, een inventaris van leegstaande woningen en een inventaris van leegstaande gebouwen, opgemaakt als digitaal bestand.

            Registerbeheerder: de administratieve eenheid die door het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de opmaak, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister.

            Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum in het leegstandsregister, zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt.

            Woning: elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.

            Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:

            -          volle eigendom;

            -          het recht van opstal of van erfpacht, inclusief onderopstal en ondererfpacht;

            -          het vruchtgebruik, inclusief recht van bewoning en ondervruchtgebruik.  

            2.         HET LEEGSTANDSREGISTER

            Artikel 2: Het leegstandsregister

            §1. De gemeente houdt een leegstandsregister bij. Zij maakt een inventaris op van:

            -          de leegstaande woningen enerzijds en

            -          leegstaande gebouwen anderzijds. 

            De gemeente houdt een register bij van leegstaande woningen en leegstaande gebouwen, het gemeentelijk leegstandsregister genoemd.

            §2. In elke inventaris worden minimaal de volgende gegevens opgenomen:

            -          het adres van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;

            -          de kadastrale gegevens van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;

            -          de identiteit en het (de) adres(sen) van de zakelijk gerechtigde(n);

            -          het nummer en de datum van de administratieve akte;

            -          de indicatie of indicaties die aanleiding hebben gegeven tot de opname.

            Artikel 3: Vaststelling van leegstand en opmaak van de administratieve akte

            §1. De door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente met de opsporing van leegstand belaste personen bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in de artikelen 5 en 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeenteheffingen.

            §2. De leegstand wordt beoordeeld aan de hand van één of meerdere objectieve indicaties, zoals vermeld in de volgende limitatieve lijst, hetzij administratieve vaststellingen enerzijds, hetzij materiële vaststellingen anderzijds:

            1° Administratieve vaststellingen:

            -          het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister, vreemdelingenregister of wachtregister op het adres van het gebouw of de woning;

            -          het ontbreken van een inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) in een gebouw;

            -          het ontbreken van een opname in het register van tweede verblijven;

            -          een dermate laag verbruik van de nutsvoorzieningen dat een gebruik overeenkomstig de woonfunctie of de functie van het gebouw kan worden uitgesloten;

            -          de vermindering van het kadastraal inkomen overeenkomstig artikel 15 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992;

            -          er is een vermindering van onroerende voorheffing naar aanleiding van leegstand of niet-productiviteit toegekend.

            2° Materiële vaststellingen:

            -          de onmogelijkheid om het gebouw of om de woning op een normale wijze te betreden, bijvoorbeeld door een geblokkeerde of verzegelde toegang;

            -          het aanbieden van het gebouw of van de woning als “te huur” of “te koop”;

            -          het gebouw of de woning is niet bemeubeld;

            -          ernstig vervuild glaswerk en/of buitenschrijnwerk;

            -          verwaarlozing van de tuin en buitensporig veel onkruid in de tuin;

            -          een gebouw of woning in ruwbouwfase: winddichtheid en/of waterdichtheid is niet gewaarborgd;

            -          een uitpuilende of dichtgeplakte brievenbus;

            -          neergelaten rolluiken of gesloten blinden/luiken;

            -          onmogelijke bereikbaarheid van het gebouw of de woning, bv. door versperring van de toegangsweg door overwoekering van planten;

            -          het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen;

            -          het vermoeden van gebruik als domiciliewoning, zijnde het door een proces-verbaal of bestuurlijk verslag van de politie of soortgelijk document opgemaakt door een bevoegde overheid gestaafde vermoeden dat de woning niet effectief wordt bewoond, ondanks inschrijving in het bevolkingsregister, vreemdelingenregister of wachtregister;

            -          getuigenissen: verklaringen van omwonenden, postbode, wijkagenten of personeelsleden van de betrokken gemeente.

            Artikel 4: Opname in het leegstandsregister

            §1. De registerbeheerder maakt met betrekking tot de leegstaande woning of het leegstaande gebouw een genummerde administratieve akte op. Dit op basis van de vaststellingen van leegstand en een controle ter plaatse. De vaststellingen worden gestaafd met minstens één foto en een beschrijvend verslag waarin de passende objectieve indicaties van de leegstand worden opgenomen.

            De datum van de administratieve akte geldt als datum van opname in het register.

            §2. Een leegstaande woning die of een leegstaand gebouw dat nog niet in het leegstandsregister is opgenomen, wordt door de registerbeheerder niet opgenomen in het leegstandsregister indien voor de betrokken woning of het betrokken gebouw een volledig en ontvankelijk verklaarde omgevingsvergunningsaanvraag voor stedenbouwkundige handelingen is ingediend met het oog op de uitvoering van werken die van aard zijn de leegstand van de woning of het gebouw te verhelpen. De betrokken woning of het betrokken gebouw wordt niet opgenomen in het leegstandsregister zolang en voor zover de omgevingsvergunning wordt verkregen, de uitvoering ervan wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning en de vergunde werken m.b.t. de woning of het gebouw worden beëindigd binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning.

            §3. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van leegstaande woningen en gebouwen.

            Een woning die voorafgaand aan de vaststelling van leegstand reeds is opgenomen in de inventaris van ongeschikte en/of onbewoonbaar verklaarde woningen, kan niet worden opgenomen in het leegstandsregister.

            Artikel 5: Kennisgeving van de opname in het leegstandsregister

            §1. De beslissing tot opname van de woning of het gebouw in het leegstandsregister wordt, per beveiligde zending door de registerbeheerder ter kennis gebracht aan elke zakelijk gerechtigde die bij de gemeente gekend is.

            Indien een leegstaande woning of leegstaand gebouw in onverdeeldheid toebehoort aan verschillende zakelijk gerechtigden, betekent de registerbeheerder een administratieve akte aan elke zakelijk gerechtigde die bij de gemeente gekend is.

            De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de zakelijk gerechtigde(n). Is een woonplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan vindt de betekening plaats aan het adres van de woning of van het gebouw waarop de administratieve akte betrekking heeft. 

            §2. Deze kennisgeving bevat tevens:

            -   de administratieve akte met inbegrip van het beschrijvend verslag;

            -   een kopie van het leegstandsreglement;

            -   informatie met betrekking tot:

            • de gevolgen van de opname;
            • de beroepsprocedure tegen de opname in het leegstandsregister;
            • de mogelijkheid tot schrapping uit het leegstandsregister;
            • de mogelijkheid tot het bekomen van een vrijstelling van de leegstandsbelasting.

            §3. Het is aan de betrokkene die de leegstand betwist, om aan te tonen dat er geen sprake van leegstand is.

            Artikel 6: Administratief en rechterlijk beroep tegen de beslissing over opname in het leegstandsregister

            §1. Op straffe van onontvankelijkheid kan de zakelijk gerechtigde, hetzij een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, per beveiligde zending, per e-mail of via het online formulier op de gemeentelijke website en binnen een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de beslissing tot opname, een administratief beroep indienen bij de beroepsinstantie. 

            §2. Het beroepschrift moet om ontvankelijk te zijn:

            -       een poststempel of datum van afgifte bevatten, tenzij het werd ingediend per e-mail of online via de gemeentelijke website;

            -       gemotiveerd zijn;

            -       de naam of handtekening bevatten van de zakelijk gerechtigde of van de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde.

            En minstens de volgende gegevens bevatten:

            -       de identiteit en het adres van de indiener;

            -       het nummer van de administratieve akte;

            -       het adres van de woning of het gebouw waarop het beroepschrift betrekking heeft;

            -       alle bewijsstukken (minstens één) op basis waarvan wordt aangevoerd dat de opname in het leegstandsregister als leegstaand gebouw of leegstaande woning onterecht zou zijn. Alle bewijsmiddelen van gemeen recht zijn toegelaten, met uitzondering van de eed;

            -       een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, een bewijs van wettelijke vertegenwoordiging of de statuten gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, indien het beroepschrift wordt ingediend door een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, behoudens bij toepassing van artikel 440 van het Gerechtelijk Wetboek.

            Het louter voorleggen van een inschrijving in het bevolkingsregister op het betreffende adres of het voorleggen van een (handels-)huurovereenkomst met betrekking tot de woning of het gebouw, kan nooit als afdoende bewijs gelden voor een beroep tegen de opname in het leegstandsregister zoals omschreven in dit reglement, aangezien deze geen enkele aanwijzing geeft omtrent de effectieve benutting van de woning of het gebouw.

            §3. De zakelijk gerechtigde of de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, kan een vervangend beroepschrift indienen, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd. Dit kan zolang de termijn van dertig kalenderdagen, zoals vermeld onder §1 van dit artikel, niet is verstreken.

            §4. De registerbeheerder registreert elk beroepschrift in het leegstandsregister. 

            §5. De beroepsinstantie onderzoekt de ontvankelijkheid van de beroepschriften. Het beroepschrift is onontvankelijk in de volgende limitatief opgesomde gevallen:

            -          het is te laat ingediend;

            -          het voldoet niet aan de vereisten vermeld in §2 van dit artikel;

            -          het is niet afkomstig van een zakelijk gerechtigde of diens vertegenwoordiger conform §2 van dit artikel.

            §6. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. Zij onderzoekt de gegrondheid op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek dat uitgevoerd wordt door de door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente met de opsporing van leegstand belaste personen (cfr. artikel 3, §1 van onderhavig reglement). 

            Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot het gebouw of de woning voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd. 

            §7. De beroepsinstantie doet uitspraak over de ontvankelijke beroepschriften en geeft per beveiligde zending kennis van de beslissing aan de zakelijk gerechtigde(n) binnen een ordetermijn van negentig dagen, te rekenen vanaf de dag na deze van de kennisgeving van het beroepschrift. 

            §8. Indien de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig wordt betwist met een administratief beroep of het administratief beroep onontvankelijk of ongegrond wordt verklaard, blijft de woning of het gebouw opgenomen in het leegstandsregister, vanaf de datum van de administratieve akte.

            Als het administratief beroep wordt ingewilligd, wordt de woning of het gebouw beschouwd als nooit opgenomen in het register.

            §9. De zakelijk gerechtigde, hetzij zijn advocaat of wettelijke vertegenwoordiger, kan tegen de beslissing van de beroepsinstantie beroep aantekenen bij de rechtbank van eerste aanleg. De termijn voor het indienen van een beroep bedraagt drie maanden te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing van de beroepsinstantie. De artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.

            Artikel 7: Meldingsplichten

            §1. Bij wijziging van persoons- en contactgegevens geldt een meldingsplicht in hoofde van de zakelijk gerechtigde. De gewijzigde persoons- en contactgegevens dienen uiterlijk twee maanden na wijziging aan de registerbeheerder te worden bezorgd.

            Wanneer de zakelijk gerechtigde nalaat de wijzigingen door te geven kan de registerbeheerder op rechtsgeldige wijze kennisgeven op grond van de gegevens waarover hij beschikt.

            §2. Bij overdracht van een zakelijk recht op een leegstaande woning of een leegstaand gebouw, geldt een meldingsplicht.

            De overdrager bezorgt de registerbeheerder binnen een termijn van twee maanden na de overdracht per beveiligde zending of per e-mail een kopie van of een uittreksel uit de notariële akte waarbij het zakelijk recht werd overgedragen.

            De kopie of het uittreksel bevat minstens de volgende gegevens:

            -       de identiteit en het adres van de overdrager;

            -       het nummer van de administratieve akte;

            -       de identiteit van de verkrijger van het zakelijk recht en het aandeel in het zakelijk recht;

            -       het adres van de woning of het gebouw waarop de overdracht betrekking heeft;

            -       de kadastrale gegevens van de woning of het gebouw waarop de overdracht betrekking heeft;

            -       de naam en de standplaats van de instrumenterende notaris.

            Wanneer de overdrager de notaris hierom verzoekt, kan de instrumenterende notaris de registerbeheerder op de hoogte stellen van de overdracht van het zakelijk recht.  In voorkomend geval zal de notaris de registerbeheerder binnen de twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis stellen van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe zakelijk gerechtigde(n), gestaafd met de nodige bewijsstukken.

            §3. Bij overdracht van een zakelijk recht stelt de notaris de verkrijger(s) van het volle eigendomsrecht, of van een recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik, voorafgaand aan de overdracht in kennis van de opname van het onroerend goed in het leegstandsregister. 

            §4. Wanneer de overdracht niet aan de registerbeheerder ter kennis wordt gebracht, kan de registerbeheerder op rechtsgeldige wijze kennisgeven aan de overdrager.

            Artikel 8: Openbaarheid van het leegstandsregister

            Het leegstandsregister is een bestuursdocument en is als dusdanig (gedeeltelijk) toegankelijk voor het publiek.

            De aanvraag tot openbaarheid kan overeenkomstig de bepalingen uit het Bestuursdecreet van 7 december 2018 worden afgewezen, onder meer ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

            Artikel 9: Schrapping uit het leegstandsregister

            §1. Een woning of een gebouw kan door de registerbeheerder uit het leegstandsregister worden geschrapt in de hierna bepaalde gevallen, indien de zakelijk gerechtigde, hetzij een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, hierom verzoekt en de nodige gegevens en bewijsstukken levert.

            De registerbeheerder kan een woning of gebouw ambtshalve schrappen uit het leegstandsregister indien hij reeds over de nodige gegevens en bewijsstukken beschikt waaruit blijkt dat de woning of het gebouw niet langer in aanmerking komt voor opname in het leegstandsregister.

            §2. Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt wanneer de woning minstens zes opeenvolgende maanden ononderbroken in overeenstemming met de woonfunctie hetzij in overeenstemming met elke andere functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich meebrengt zoals in artikel 1 omschreven, aangewend wordt. De woning wordt geschrapt te rekenen vanaf de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de woonfunctie of andere functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich meebrengt zoals in artikel 1 omschreven, op voorwaarde dat deze blijkt uit de inschrijving in het bevolkingsregister, de eventuele andere door de zakelijk gerechtigde aangeleverde stukken of desgevallend een plaatsbezoek.

            §3. Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt wanneer de zakelijk gerechtigde hetzij een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde hierom verzoekt en bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie van het gebouw aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden. Het gebouw wordt geschrapt te rekenen vanaf de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie van het gebouw, zoals deze blijkt uit de aangeleverde stukken of desgevallend een plaatsbezoek. 

            §4. Een woning of gebouw, waarvoor een functiewijziging werd vergund, wordt uit het leegstandsregister geschrapt, op voorwaarde dat het gebruik in overeenstemming is met de nieuwe functie. Het gebruik in overeenstemming met de nieuwe functie kan tijdens een plaatsbezoek door de registerbeheerder worden vastgesteld. Het plaatsbezoek vindt plaats op verzoek van de zakelijk gerechtigde, na ontvangst door de registerbeheerder van de stedenbouwkundige/omgevingsvergunning tot functiewijziging. De schrapping gaat in op datum van aanvang van het gebruik in overeenstemming met de nieuwe functie, op voorwaarde dat controle het gebruik in overeenstemming met de nieuwe functie bevestigt. 

            §5. Een gesloopte woning of gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt, op voorwaarde dat de van omgevingsvergunning vrijgestelde dan wel omgevingsvergunningsplichtige sloopwerken volledig werden uitgevoerd, met inbegrip van het opruimen van het puin en het gelijkmaken van de grond. Het einde van de werken kan door de personen bedoeld in artikel 3, §1 van dit reglement tijdens een plaatsbezoek vastgesteld worden. Het plaatsbezoek vindt plaats op verzoek van de zakelijk gerechtigde, na ontvangst door de registerbeheerder van de melding dat de werken werden beëindigd. De schrapping gaat in op datum van de melding dat de sloopwerken werden beëindigd, op voorwaarde dat controle het einde van de werken bevestigt. 

            §6. Het verzoek tot schrapping moet om ontvankelijk te zijn:

            -       een poststempel of datum van afgifte bevatten, tenzij het werd ingediend per mail of via de gemeentelijke website;

            -       gemotiveerd zijn;

            -       de naam of handtekening bevatten van de zakelijk gerechtigde hetzij van een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde;

            -       per beveiligde zending, per e-mail of via het online formulier op de gemeentelijke website worden ingediend.

            En minstens de volgende gegevens bevatten:

            -       de identiteit en het adres van de indiener;

            -       het nummer van de administratieve akte;

            -       het adres van de woning of van het gebouw waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;

            -       alle bewijsstukken (minstens één) op grond waarvan wordt aangevoerd dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het leegstandsregister overeenkomstig §2 tot en met §5 van dit artikel. Alle bewijsmiddelen van gemeen recht zijn toegelaten, met uitzondering van de eed;

            -       een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, een bewijs van wettelijke vertegenwoordiging of de statuten gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, indien het beroepschrift wordt ingediend door een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, behoudens bij toepassing van artikel 440 van het Gerechtelijk Wetboek.

            De indiener van het verzoek tot schrapping kan te allen tijde een nieuw verzoek tot schrapping indienen dat voldoet aan de vereisten opgesomd in deze paragraaf.

            §7. De registerbeheerder onderzoekt de ontvankelijkheid van de verzoeken tot schrapping. 

            §8. De registerbeheerder onderzoekt de ontvankelijke verzoeken tot schrapping op hun gegrondheid aan de hand van de stukken of een feitenonderzoek, verricht door de door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente met de opsporing van leegstand belaste personen (cfr. artikel 3, §1 van onderhavig reglement).

            Het verzoek tot schrapping wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot het gebouw of de woning voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd.

            Het louter voorleggen van een inschrijving in het bevolkingsregister op het betreffende adres of het voorleggen van een (handels-)huurovereenkomst met betrekking tot de woning of het gebouw, kan nooit als afdoende bewijs gelden voor de beëindiging van de leegstand zoals omschreven in dit reglement, aangezien deze geen enkele aanwijzing geeft omtrent de effectieve benutting van de woning of het gebouw.

            §9. Indien het verzoek tot schrapping onontvankelijk of ongegrond wordt beoordeeld, blijft de woning of het gebouw in het leegstandsregister opgenomen, vanaf de datum van de administratieve akte. 

            §10. De registerbeheerder neemt een beslissing, desgevallend na plaatsbezoek, omtrent het ontvankelijk verzoek tot schrapping en brengt deze beslissing per beveiligde zending ter kennis aan de verzoeker binnen een ordetermijn van negentig dagen te rekenen vanaf de dag na deze van de betekening van het verzoek tot schrapping. 

            Wordt het verzoek tot schrapping ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het register, vanaf de datum die vermeld is in de beslissing tot schrapping.

            §11. De zakelijk gerechtigde(n) wordt op de hoogte gebracht van de beslissing over de schrapping.

            Artikel 10: Administratief en rechterlijk beroep tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping

            §1. Op straffe van onontvankelijkheid kan de zakelijk gerechtigde, hetzij een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, per beveiligde zending, per e-mail of online via de gemeentelijke website en binnen een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de beslissing over het verzoek tot schrapping, een administratief beroep indienen bij de beroepsinstantie. 

            §2. Het beroepschrift moet om ontvankelijk te zijn:

            -       een poststempel of datum van afgifte bevatten, tenzij het werd ingediend per e-mail of via de gemeentelijke website;

            -       gemotiveerd zijn;

            -       de naam of handtekening bevatten van de zakelijk gerechtigde hetzij van een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde.

            En minstens de volgende gegevens bevatten:

            -       de identiteit en het adres van de indiener;

            -       het nummer van de administratieve akte;

            -       het adres van de woning of het gebouw waarop het beroepschrift betrekking heeft;

            -       alle bewijsstukken (minstens één) op grond waarvan wordt aangevoerd dat de beslissing over het verzoek tot schrapping uit het leegstandsregister onterecht zou zijn. Alle bewijsmiddelen van gemeen recht zijn toegelaten, met uitzondering van de eed;

            -       een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, een bewijs van wettelijke vertegenwoordiging of de statuten gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, indien het beroepschrift wordt ingediend door een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, behoudens bij toepassing van artikel 440 van het Gerechtelijk Wetboek.

            §3. De zakelijk gerechtigde of diens vertegenwoordiger, kan zolang de termijn van dertig kalenderdagen niet is verstreken een vervangend beroepschrift indienen, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.

            §4. De beroepsinstantie onderzoekt de ontvankelijkheid van de beroepschriften.

            Het beroepschrift is onontvankelijk in de volgende limitatief opgesomde gevallen:

            -          het is te laat ingediend;

            -          het voldoet niet aan de vereisten vermeld in §2 van dit artikel;

            -          het is niet afkomstig van een zakelijk gerechtigde of diens vertegenwoordiger conform §2 van dit artikel.

            §5. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. Zij onderzoekt de gegrondheid op stukken of met een feitenonderzoek dat uitgevoerd wordt door een door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belast persoon (cfr. artikel 3, §1 van onderhavig reglement).

            Het beroep is in ieder geval ongegrond indien de toegang tot het gebouw of de woning voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd. 

            §6. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en geeft kennis van de beslissing aan de zakelijk gerechtigde(n), binnen een ordetermijn van negentig dagen, te rekenen vanaf de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending aan de indiener betekend.

            §7. Indien er geen tijdig beroepschrift werd ingediend of indien er sprake is van een onontvankelijk of ongegrond administratief beroep, blijft het gebouw of de woning opgenomen in het leegstandsregister, vanaf de datum van vaststelling van de leegstand.

            Indien de beroepsinstantie het beroep ontvankelijk en gegrond acht, wordt de woning of het gebouw uit het leegstandsregister geschrapt vanaf de aanwending overeenkomstig de (woon)functie, zoals deze blijkt uit de aangeleverde stukken of desgevallend een plaatsbezoek. 

            §8. De zakelijk gerechtigde, hetzij zijn advocaat of wettelijke vertegenwoordiger, kan tegen de beslissing van de beroepsinstantie beroep aantekenen bij de rechtbank van eerste aanleg. De termijn voor het indienen van een beroep bedraagt drie maanden te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing van de beroepsinstantie. De artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing. 

            3.         OPHEFFING, INWERKINGTREDING EN OVERGANGSBEPALINGEN 

            Artikel 11: Opheffing

            Het reglement op de registratie van leegstaande woningen en gebouwen, goedgekeurd door de gemeenteraad van Puurs-Sint-Amands in vergadering van 30 maart 2020, wordt opgeheven voor inventarisaties vanaf de datum van inwerkingtreding van het huidig reglement, zijnde op 1 januari 2026. Het blijft echter zijn uitwerking behouden voor inventarisaties die dagtekenen vóór deze datum.

            Artikel 12: Inwerkingtreding - bekendmaking

            Dit reglement werd vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2025 en treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 285 tot en met 288 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

            Artikel 13: Overgangsbepalingen

            Een woning of een gebouw opgenomen in en niet geschrapt uit het leegstandsregister voor de datum van inwerkingtreding van dit reglement, blijft opgenomen. De leegstand moet niet opnieuw bewezen worden, noch opnieuw ter kennis worden gebracht van de zakelijk gerechtigden. 

            Het reglement is onmiddellijk van toepassing op panden die reeds in het leegstandsregister zijn opgenomen in uitvoering van het reglement, goedgekeurd door de gemeenteraad van Puurs-Sint-Amands in vergadering van 30 maart 2020, voor de datum van inwerkingtreding van dit reglement.

            In geval een aanvraag tot schrapping die dateert van voor de inwerkingtreding van huidig reglement waarvoor de beslissing door de gemeente na inwerkingtreding van huidig reglement wordt genomen, zal de voor de zakelijk gerechtigde meest gunstige regelgeving gelden.

            Hetzelfde geldt voor de administratieve beroepen die werden ingediend voor de inwerkingtreding van huidig reglement en waarvoor de beslissing door de gemeente wordt genomen na inwerkingtreding van huidig reglement. 

          • Belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            Het belastingreglement op verwaarloosde woningen en gebouwen, zoals vastgesteld door de gemeenteraad in vergadering van 30 maart 2020, neemt een einde op 31 december 2025. Vandaar dat het noodzakelijk is om dit belastingreglement opnieuw vast te stellen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. 

            De verwaarlozing van woningen en gebouwen op het grondgebied van de gemeente moet voorkomen en bestreden worden om de verloedering van de leef- en woonomgeving tegen te gaan.

            De strijd tegen de verwaarloosde woningen en gebouwen zal onder meer een effect hebben als de opname in een register van verwaarloosde woningen en gebouwen ook daadwerkelijk belast wordt. De vrijstellingen van belasting zijn opgenomen omdat die het best aansluiten bij de noden en het beleid van de gemeente.

            Deze belasting helpt het financieel evenwicht van de gemeente te bewaren en is billijk opdat het op het grondgebied van de gemeente beschikbaar patrimonium voor wonen optimaal benut wordt. Volgende aanpassingen worden voorgesteld: 

            - de start van de vrijstelling wordt verduidelijkt in artikel 6.1 §5;

            - om in lijn te blijven met de wijziging voorzien in het reglement voor registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen, wordt driemaal een verlenging van één jaar mogelijk in plaats van twee jaar mits voorwaarden. Ook wordt artikel 7 in dit kader beperkt gewijzigd.

            - de administratieve geldboete wordt verfijnd. Er wordt een lagere boete opgelegd bij het niet tijdig aangeven van een overdracht van zakelijk recht.

            Bij gebrek aan indexering gedurende de vorige legislatuur en gezien de financiële toestand van de gemeente is het billijk om te belasting te verhogen naar 2.000 euro. Vanaf 2027 zal deze belasting geïndexeerd worden. 

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het belastingreglement op verwaarloosde woningen en gebouwen vast te stellen met ingang van 1 januari 2026.


             


            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Reinhilde Goossens, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Eva Peleman, Jelien De Laet
            Tegenstanders: Jan Van Camp, Peggy Seeuws, Linda Caluwaerts, Jorden Dewachter, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Onthouders: Marleen Vos, Joos Wauters
            Resultaat: Met 20 stemmen voor, 7 stemmen tegen, 2 onthoudingen

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad vast onderstaand belastingreglement op verwaarloosde woningen en gebouwen vast:

            Artikel 1: Opheffing

            Het raadsbesluit van 30 maart 2020 van Puurs-Sint-Amands inzake de vaststelling van de belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025, blijft van toepassing voor de belastbare feiten die zich hebben voorgedaan vóór 1 januari 2026, maar wordt opgeheven voor de belastbare feiten die zich voordoen vanaf 1 januari 2026.

            Artikel 2: Definities

            De definities opgenomen in artikel 1 van het reglement op de registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 15 december 2025, gelden eveneens bij de toepassing van dit reglement.

            Artikel 3: Heffingstermijn - belastbaar feit

            §1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 31 december 2031 wordt er een belasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, als bedoeld in het reglement op de registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 15 december 2025.

            §2. Het belastbaar feit is de opname gedurende tenminste twaalf maanden in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, te rekenen vanaf de datum van de administratieve akte.

            §3. De belasting voor een verwaarloosde woning of een verwaarloosd gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

            §4. Zolang een verwaarloosde woning of een verwaarloosd gebouw niet uit het register geschrapt is, zal de heffing het goed blijven bezwaren en blijft de heffing verschuldigd bij het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden.

            Artikel 4: Belastingplichtige

            §1. De belasting is verschuldigd door diegene, die op de verjaardag van de opnamedatum, zakelijk gerechtigde is van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw. 

            §2. Indien er sprake is van een woning of gebouw in onverdeeldheid of een andere situatie waarbij er sprake is van meerdere zakelijke gerechtigden, is elke zakelijk gerechtigde is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. In geval van overlijden, wordt de belasting gericht ten aanzien van de nalatenschap.

            Artikel 5: Berekeningsgrondslag en tarieven

            §1. Het tarief bedraagt voor een verwaarloosde woning en een verwaarloosd gebouw (in euro):

            Aanslagjaar 2026 2027 2028 2029 2030 2031
            Eerste belastbare periode 2.000  2.030 2.060 2.091 2.123 2.155
            Tweede belastbare periode 4.000  4.060 4.121 4.183 4.245 4.309
            Derde belastbare periode 6.000  6.090 6.181 6.274 6.368 6.464
            Vierde belastbare periode

            8.000 

            8.120 8.242 8.365 8.491 8.618
            Vijfde belastbare periode 10.000  10.150 10.302 10.457 10.614 10.773
            Voor de volgende belastbare periodes 10.000 10.150 10.302 10.457 10.614

            10.773

             

            §2. Periodes van vrijstelling worden meegerekend als belastbare periode.

            §3. Het aantal termijnen van twaalf maanden dat de woning of een gebouw onafgebroken in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen is opgenomen, wordt in geval van overdracht opnieuw herleid tot één, op voorwaarde dat de overdracht van het zakelijk recht de volledige woning of het gebouw betreft en behoudens wanneer de nieuwe zakelijk gerechtigde volgende rechtspersonen of natuurlijke personen betreffen:

            1° de vennootschappen waarin de voormalige zakelijk gerechtigde van de woning of een gebouw rechtstreeks of onrechtstreeks participeren voor meer dan 10% van het aandeelhouderschap;

            2° bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad, tenzij in geval van overdracht door erfopvolging of testament.

            Artikel 6: Vrijstelling

            6.1. Algemeen:

            §1. Er kunnen vrijstellingen van belasting worden toegestaan met betrekking tot de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouwde zelf enerzijds en met betrekking tot de hoedanigheid van de belastingplichtige anderzijds.

            De vrijstelling met betrekking tot de hoedanigheid van de belastingplichtige geldt enkel voor zijn persoon en ontslaat de andere zakelijk gerechtigde(n) niet van hun hoofdelijkheid. Deze vrijstelling geldt niet voor de andere zakelijk gerechtigde(n) die zich niet in deze hoedanigheid bevinden. De vrijstelling met betrekking tot de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw zelf geldt voor alle zakelijk gerechtigde(n).

            §2. Het toekennen van een vrijstelling gebeurt volgens dit reglement. Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor de uitvoering hiervan en kan de taken hiervoor delegeren aan de algemeen directeur of ambtenaren, dit binnen de grenzen zoals bepaald door de hogere of eigen regelgeving.

            §3. De belastingplichtige kan vrijstellingen aanvragen vanaf de opname in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen tot het einde van de termijn van drie maanden vanaf de ontvangst van de belastingaanslag waarbinnen een bezwaar tegen de belasting kan worden ingediend, zoals bepaald in artikel 9 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.

            Indien de belastingplichtige meent in aanmerking te komen voor een vrijstelling als vermeld in artikel 6.2 of 6.3 van onderhavig reglement, bezorgt hij een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier tot het bekomen van een vrijstelling per beveiligde zending of per e-mail aan de gemeente of via het online formulier op de gemeentelijke website. 

            Dit aanvraagformulier is terug te vinden op de gemeentelijke website (www.puurs-sint-amands.be). 

            De belastingplichtige dient zelf de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de gemeente met betrekking tot de vrijstelling van belasting waarop hij zich beroept.  De bewijzen moeten betrekking hebben op de periode waarvoor de belastingplichtige de vrijstelling wenst te bekomen.

            In geval van een vrijstelling bedoeld in artikel 6.2 van onderhavig reglement, brengt de gemeente alle zakelijk gerechtigden per beveiligde zending in kennis van haar beslissing over de vrijstelling.

            In geval van een vrijstelling bedoeld in artikel 6.3 van onderhavig reglement, brengt de gemeente de zakelijk gerechtigde(n) die zich heeft beroepen op deze vrijstelling per beveiligde zending in kennis van haar beslissing over de vrijstelling.

            §4. Het college van burgemeester en schepenen of de algemeen directeur indien het college van burgemeester en schepenen hem deze bevoegdheid overeenkomstig artikel 57 van het Decreet over het lokaal bestuur toevertrouwt, kan ambtshalve vrijstellingen verlenen indien men reeds over de nodige gegevens en bewijsstukken beschikt waaruit blijkt dat men in aanmerking komt voor een vrijstelling van de belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen.

            §5. De start van de vrijstelling begint nadat de reden van vrijstelling is gestart, vb. datum toekenning omgevingsvergunning, datum gerechtelijke uitspraak handelingsonbekwaamheid, datum notariële akte overdracht, …

            6.2. Vrijgestelde woningen en gebouwen:

            Een vrijstelling wordt verleend voor woningen en gebouwen:

            1° die gelegen zijn binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd en neergelegd onteigeningsplan;

            2° die geen voorwerp meer kunnen uitmaken van een (omgevings-)vergunning voor het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen, omdat het onverenigbaar is met een voorlopig goedgekeurd of goedgekeurd ruimtelijk uitvoeringsplan of bijzonder plan van aanleg;

            3 ° die vernield of beschadigd werden ten gevolge van een plotse ramp.  De vrijstelling geldt gedurende een periode van drie jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging.  Na deze periode kan de vrijstelling kan jaarlijks worden verlengd, wanneer de belastingplichtige het bewijs voorlegt dat er na verloop van deze termijn nog steeds betwisting bestaat over de aansprakelijkheid of de vergoeding van de verzekering of het rampenfonds, die afbraak, nieuwbouw, renovatie of verkoop onmogelijk maakt.  In de zin van deze bepaling wordt verstaan onder een ramp een gebeurtenis die zich voordoet buiten de wil van de zakelijk gerechtigde en waardoor de schade zo groot is dat het normaal gebruik onmogelijk is, zoals een brand, ontploffing, verzakking, overstroming, storm …

            4° die onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kunnen worden omwille van een verzegeling of betredingsverbod in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt tot één jaar na afloop van de verzegeling of het betredingsverbod of de gerechtelijke expertise.  In niet strafrechtelijke procedures dient minstens één van de aangestelde experten aan te geven dat de woning of het gebouw nog niet betreden mag worden of op welke tijdstip dit wel mogelijk is.

            5° die daadwerkelijk gerenoveerd of gesloopt worden:

            a)     Hetzij ingevolge een niet-vervallen (omgevings-)vergunning voor het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen, met dien verstande dat deze vrijstelling in eerste instantie geldt gedurende 2 jaren; 

            b)     Hetzij zonder dat voor deze werken een (omgevings-)vergunning is vereist, met dien verstande dat de vrijstelling geldt gedurende één jaar en op voorwaarde dat een gedetailleerde, ondertekende en gedagtekende renovatienota wordt voorgelegd.  De renovatienota bevat minstens de volgende elementen:

                 i. een overzicht van welke niet-vergunningsplichtige werken worden uitgevoerd;

                 ii. een (gedetailleerd) tijdschema waarin wordt aangegeven binnen welke periode de werken zullen worden uitgevoerd;

                 iii. een raming van de kosten vergezeld van offertes, facturen en/of bestekken waaruit blijkt dat de werken uitgevoerd zullen worden;

                 iv. een plan of tekening en fotoreportage met weergave van de bestaande toestand van de te renoveren onderdelen.

            Deze vrijstelling kan op basis van a) en/of b) driemaal met één jaar aansluitend worden verlengd op voorwaarde dat:

            -        één of meer facturen worden ingediend waaruit blijkt dat het afgelopen jaar een bedrag van minimum 5.000 euro (inclusief btw) aan de betreffende renovatiewerken werd besteed;

            -        én een actuele renovatienota wordt voorgelegd (voor de werken verricht zonder omgevingsvergunning);

            In de mate de te renoveren, hetzij de te slopen woning een sociale huurwoning betreft in de zin van artikel 1.3, §1, 49° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en voor zover de woning deel uitmaakt van een projectdossier goedgekeurd op het gemeentelijk lokaal woonoverleg, geldt de vrijstelling tot de voorziene einddatum van de werken in het op het lokaal woonoverleg goedgekeurde projectdossier.

            6° die het voorwerp uitmaken van een overeenkomst met het oog op renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden in de zin van artikel 3.30, §2 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, vanaf de ondertekening van deze overeenkomst en zolang de overeenkomst loopt.

            7°die krachtens een decreet beschermd zijn als monumenten, of opgenomen zijn op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument. De vrijstelling geldt voor een periode van één jaar, met dien verstande dat de vrijstelling tweemaal met één jaar verlengd kan worden.

            8° deel uitmaakt van een krachtens decreet beschermd stads- of dorpsgezicht of landschap, of van een stads- of dorpsgezicht of landschap dat opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als stads- of dorpsgezicht of landschap. De vrijstelling geldt voor een periode van één jaar, met dien verstande dat de vrijstelling tweemaal met één jaar verlengd kan worden.

            9° die voorwerp uitmaken van een brownfieldconvenant, definitief gesloten overeenkomstig hoofdstuk III van het decreet van 30 maart 2007 betreffende de brownfieldconvenanten. Deze vrijstelling geldt tot aan de beëindiging van het brownfieldconvenant, overeenkomstig artikel 10, § 3 van het decreet van 30 maart 2007 betreffende de brownfieldconvenanten.

            De vrijstelling wordt jaarlijks aangevraagd en de maximale duur van toekenning is beperkt tot vijf jaar.

            10° die voorwerp uitmaken van een door de OVAM conform verklaard bodemsaneringsproject, overeenkomstig titel III, hoofdstuk V van het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming. Deze vrijstelling gaat in op de datum van de aanvraag van de vrijstelling tot aan de datum van de eindverklaring van de OVAM overeenkomstig art. 68 van het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming.

            De vrijstelling wordt jaarlijks aangevraagd en de maximale duur van toekenning is beperkt tot vijf jaar.

            6.3. Vrijgestelde personen

            De volgende personen zijn van de heffing vrijgesteld:

            1° De belastingplichtige die op het ogenblik dat de belasting verschuldigd is, minder dan twaalf opeenvolgende maanden zakelijk gerechtigde is.  Deze vrijstelling geldt voor de eerste belastingaanslag volgend op het verkrijgen van het zakelijk recht, teneinde nieuwe zakelijk gerechtigde(n) de tijd te gunnen de verwaarlozing te verhelpen.  Deze vrijstelling geldt slechts voor zover het zakelijk recht de volledige woning of het volledige gebouw betreft en geldt niet indien de nieuwe zakelijk gerechtigde een rechtspersoon betreft waarin de vorige zakelijk gerechtigde rechtstreeks of onrechtstreeks participeert.

            2° De belastingplichtige van wie de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing gedurende de periode van handelingsonbekwaamheid. 

            3° De belastingplichtige die kan aantonen dat hij tijdens de twaalf maanden van de belastbare periode minstens vier maanden werd opgenomen in een psychiatrische instelling, ziekenhuis of revalidatiecentrum en daarvan het bewijs verstrekt, afgeleverd door de betrokken psychiatrische instelling, het ziekenhuis of het revalidatiecentrum.  De vrijstelling geldt voor een periode van één jaar, met dien verstande dat de vrijstelling tweemaal met één jaar kan worden verlengd.

            4° De woonmaatschappijen waarin de gemeente participeert.

            Artikel 7: Aangifteplicht

            In geval van overdracht of vestiging van een zakelijk recht op een verwaarloosde woning of gebouw, is de overdrager ertoe gehouden dit te melden aan de registerbeheerder overeenkomstig artikel 7 van het reglement op de registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen.

            Artikel 8: Wijze van invordering

            De belasting wordt ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen.

            Artikel 9: Betalingstermijn

            De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

            Artikel 10: Administratieve geldboete 

            Een administratieve geldboete van 500 euro wordt opgelegd aan de belastingplichtige:  

            • die weigert inzage te geven in documenten (boeken en bescheiden) die noodzakelijk zijn voor de vestiging van de belasting (i.k.v. controle en onderzoek);  

            • die weigert toegang te verlenen tot de al dan niet bebouwde onroerende goederen, die een belastbaar element kunnen vormen of bevatten of waar een belastbare activiteit wordt uitgeoefend aan de personeelsleden die hiervoor zijn aangesteld. Om de belastingplicht te kunnen bepalen of de grondslag van de belasting te kunnen controleren of onderzoeken, moet aan die personeelsleden de mogelijkheid worden geboden vaststellingen te doen.  

            Een administratieve geldboete van 300 euro wordt opgelegd aan de belastingplichtige die niet tijdig conform artikel 7 een overdracht van een zakelijk recht heeft aangegeven.  

            Het bedrag van de administratieve boete wordt gelijktijdig en samen met de belasting ingekohierd en ingevorderd. 

            Artikel 11: Verwijzingsregel

            De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

            Artikel 12: Overgangsbepalingen

            Vrijstellingen die onbeperkt in tijd werden toegekend voor de datum van inwerkingtreding van dit reglement nemen een einde zodra dit reglement in voege treedt. 

            Periodes van vrijstellingen (beperkt in tijd) verkregen voor de datum van inwerkingtreding van dit reglement, worden meegerekend voor de berekening van eventuele vrijstellingen, zoals voorzien in huidig reglement.

            De verkregen vrijstellingen in het kader van de intussen opgeheven belastingreglementen, worden meegerekend als belastbare periodes, zoals voorzien in het huidig reglement.

            Artikel 13: Inwerkingtreding en bekendmaking

            Dit belastingreglement werd vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2025, is van toepassing op de belastbare feiten die zich voordoen vanaf 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

          • Reglement op de registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            De gemeenteraad heeft in vergadering van 30 maart 2020 het reglement op de registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen vastgesteld voor het grondgebied Puurs-Sint-Amands. 

            Naar analogie met het reglement op de registratie van leegstaande woningen en gebouwen, dient ook het reglement op de registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen aangepast te worden. Gebruik leert dat dit reglement op bepaalde punten juridisch verder verfijnd dient te worden. Tevens worden woningen waarvoor een volledig en ontvankelijk verklaarde omgevingsvergunningsaanvraag lopende is, niet langer opgenomen in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen voor zover de uitvoering ervan wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning en de vergunde werken met betrekking tot de woning of het gebouw worden beëindigd binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning. Hierdoor krijgen eigenaars de kans om het gebouw te renoveren zonder onmiddellijk in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen opgenomen te worden. Op de website wordt een nieuw formulier voorzien zodat beroep indienen tegen de opname in of de schrapping uit het register eenvormig en inhoudelijk correct gebeurt. Beroep indienen op papier of via e-mail blijft steeds mogelijk.

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd dit aangepaste registratiereglement opnieuw vast te stellen met ingang van 1 januari 2026. 

            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Reinhilde Goossens, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Eva Peleman, Jelien De Laet
            Tegenstanders: Jan Van Camp, Peggy Seeuws, Linda Caluwaerts, Jorden Dewachter, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Onthouders: Marleen Vos, Joos Wauters
            Resultaat: Met 20 stemmen voor, 7 stemmen tegen, 2 onthoudingen

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt onderstaand reglement op de registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen vast:

            1.        ALGEMEEN

            Artikel 1: Definities

            Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder de volgende begrippen:

            Bedrijfsruimte: vormt één geheel en omvat de verzameling van alle percelen die toebehoren aan dezelfde eigenaar waarop zich minstens één bedrijfsgebouw bevindt waar er een economische activiteit plaatsvindt of plaatsgevonden heeft en op voorwaarde dat de verzameling van alle percelen een minimale oppervlakte van 500 m² heeft, uitgezonderd de woning van de eigenaar, ondernemer, zelfstandige of bestuurder, die zich in het bedrijfsgebouw bevindt, die niet afsplitsbaar is van dit bedrijfsgebouw en nog effectief dienst doet als verblijfplaats. Onder een economische activiteit wordt begrepen iedere industriële, ambachtelijke, handels-, diensten-, landbouw-, tuinbouw-, opslag of administratieve activiteit uitgeoefend door bedrijven, ondernemingen of zelfstandigen.

            Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen van de gemeente m.b.t. een administratief beroep tegen de beslissing tot opname in of schrapping uit het register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

            Beveiligde zending: een zending per aangetekende post, een elektronische aangetekende zending, hetzij een zending met afgifte tegen ontvangstbewijs.

            Gebouwelk bebouwd onroerend goed, dat niet beantwoordt aan de definitie van een woning zoals bedoeld in dit reglement, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, zoals gedefinieerd in dit artikel. 

            Register van verwaarloosde woningen en gebouwen: het gemeentelijk register vermeld in artikel 2.15 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 dat bestaat uit twee afzonderlijke inventarissen, een inventaris van verwaarloosde woningen en een inventaris van verwaarloosde gebouwen, opgemaakt als digitaal bestand.

            Registerbeheerder: de administratieve eenheid die door het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

            Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum in het register van verwaarloosde woningen of gebouwen, zolang de woning of het gebouw niet uit het register van verwaarloosde woningen en gebouwen is geschrapt.

            Woning: elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.

            Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:

            -        volle eigendom;

            -        het recht van opstal of van erfpacht, inclusief onderopstal en ondererfpacht;

            -        het vruchtgebruik, inclusief recht van bewoning en ondervruchtgebruik.

            2.        HET REGISTER VAN VERWAARLOOSDE WONINGEN EN GEBOUWEN

            Artikel 2: Het register van verwaarloosde woningen en gebouwen

            §1. De gemeente houdt een register van verwaarloosde woningen en gebouwen bij. Zij maakt een inventaris op van:

            -       De verwaarloosde woningen enerzijds, en

            -       De verwaarloosde gebouwen anderzijds.

            §2. In elke inventaris worden minimaal de volgende gegevens opgenomen:

            -        het adres van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw;

            -        de kadastrale gegevens van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw;

            -        de identiteit en het adres van de zakelijk gerechtigde;

            -        het nummer en de datum van de administratieve akte;

            -        de toestand van verwaarlozing van de woning of het gebouw, inclusief het technisch verslag bedoeld in artikel 3, §2 van dit reglement.

            Artikel 3: Vaststelling van verwaarlozing en opmaak van de administratieve akte

            §1. De door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente met de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personen bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in de artikelen 5 en 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeenteheffingen.

            §2. De verwaarlozing wordt na controle ter plaatse beoordeeld aan de hand van het model van technisch verslag dat raadpleegbaar is op de gemeentelijke website.

            Een gebrek van categorie 1 geldt voor 1 punt, een gebrek van categorie 2 geldt voor 3 punten, een gebrek van categorie 3 geldt voor 9 punten en een gebrek van categorie 4 geldt voor 15 punten.

            De woning of het gebouw is verwaarloosd wanneer er minstens 2 indicaties opgenomen zijn in het technisch verslag en alle gebreken samen een eindscore opleveren van minimaal 15 punten.

            Artikel 4: Opname in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen

            §1. De registerbeheerder maakt met betrekking tot de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw een genummerde administratieve akte op. Dit op basis van de vaststellingen van verwaarlozing en een controle ter plaatse. De vaststellingen worden gestaafd met minstens één foto en een technisch verslag waarin de indicaties en puntenscore is opgenomen.

            De datum van de administratieve akte geldt als datum van opname in het register.

            §2. Een verwaarloosde woning die of een verwaarloosd gebouw dat nog niet in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen is opgenomen, wordt door de registerbeheerder niet opgenomen in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen indien voor de betrokken woning of het betrokken gebouw een volledig en ontvankelijk verklaarde omgevingsvergunningsaanvraag voor stedenbouwkundige handelingen is ingediend met het oog op de uitvoering van werken die van aard zijn het verwaarloosd karakter van de woning of het gebouw te verhelpen. De betrokken woning of het betrokken gebouw wordt niet opgenomen in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen zolang en voor zover de omgevingsvergunning wordt verkregen, de uitvoering ervan wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning en de vergunde werken worden beëindigd binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning.

            §3. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van leegstaande woningen en gebouwen.

            Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

            Artikel 5: Kennisgeving van de opname in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen

            §1. De beslissing tot opname van de woning of het gebouw in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen wordt, per beveiligde zending door de registerbeheerder ter kennis gebracht aan elke zakelijk gerechtigde die bij de gemeente gekend is.

            Indien een verwaarloosde woning of verwaarloosd gebouw in onverdeeldheid toebehoort aan verschillende zakelijk gerechtigden, betekent de registerbeheerder een administratieve akte aan elke zakelijk gerechtigde die bij de gemeente gekend is.

            De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de zakelijk gerechtigde(n). Is een woonplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan vindt de betekening plaats aan het adres van de woning of het gebouw waarop de administratieve akte betrekking heeft.

            §2. Deze kennisgeving bevat tevens:

            -        de genummerde administratieve akte met inbegrip van het technisch verslag;

            -        informatie met betrekking tot:

            • de gevolgen van de opname;
            • de beroepsprocedure tegen de opname in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen;
            • de mogelijkheid tot schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen;
            • de mogelijkheid tot een vrijstelling van belasting.

            §3. Het is aan de betrokkene die de verwaarlozing betwist, om aan te tonen dat er geen sprake van verwaarlozing is.

            Artikel 6: Administratief en rechterlijk beroep tegen de beslissing over opname in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen

            §1. Op straffe van onontvankelijkheid kan de zakelijk gerechtigde, hetzij een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, per beveiligde zending, per e-mail of via het online formulier op de gemeentelijke website en binnen een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de beslissing tot opname, een administratief beroep indienen bij de beroepsinstantie. 

            §2. Het beroepschrift moet om ontvankelijk te zijn:

            -        een poststempel of datum van afgifte bevatten, tenzij het werd ingediend per e-mail of online via de gemeentelijke website;

            -        gemotiveerd zijn;

            -        de naam of handtekening bevatten van de zakelijk gerechtigde of van de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde.

            En minstens de volgende gegevens bevatten:

            -        de identiteit en het adres van de indiener;

            -        het nummer van de administratieve akte;

            -        het adres van de woning of het gebouw waarop het beroepschrift betrekking heeft;

            -        alle bewijsstukken (minstens één) op grond waarvan wordt aangevoerd dat de opname in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen onterecht zou zijn. Alle bewijsmiddelen van gemeen recht zijn toegelaten, met uitzondering van de eed;

            -        een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, een bewijs van wettelijke vertegenwoordiging of de statuten gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, indien het beroepschrift wordt ingediend door een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, behoudens bij toepassing van artikel 440 van het Gerechtelijk Wetboek;

            §3. De zakelijk gerechtigde hetzij de persoon die optreedt in naam en voor rekening van zakelijk gerechtigde, kan een vervangend beroepschrift indienen, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd. Dit kan zolang de termijn van dertig kalenderdagen, zoals vermeld onder §1 van dit artikel, niet is verstreken.

            §4. De registerbeheerder registreert elk beroepschrift in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen. 

            §5. De beroepsinstantie onderzoekt de ontvankelijkheid van de beroepschriften. Het beroepschrift is onontvankelijk in de volgende limitatief opgesomde gevallen:

            -        het is te laat ingediend;

            -        het voldoet niet aan de vereisten vermeld in §2 van dit artikel;

            -        het is niet afkomstig van een zakelijk gerechtigde of diens vertegenwoordiger conform §2 van dit artikel.

            §6. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. Zij onderzoekt de gegrondheid op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek dat uitgevoerd wordt door de door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente met de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personen (cfr. artikel 3, §1 van onderhavig reglement). 

            Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot het gebouw of de woning voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd. 

            §7. De beroepsinstantie doet uitspraak over de ontvankelijke beroepschriften en geeft per beveiligde zending kennis van de beslissing aan de zakelijk gerechtigde(n) binnen een ordetermijn van negentig dagen, te rekenen vanaf de dag na deze van de kennisgeving van het beroepschrift. 

            §8. Indien de beslissing tot opname in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen niet tijdig wordt betwist met een administratief beroep of het administratief beroep onontvankelijk of ongegrond wordt verklaard, blijft de woning of het gebouw opgenomen in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen, vanaf de datum van de administratieve akte.

            Als het administratief beroep wordt ingewilligd, wordt de woning of het gebouw beschouwd als nooit opgenomen in het register.

            §9. De zakelijk gerechtigde, hetzij zijn advocaat of wettelijke vertegenwoordiger, kan tegen de beslissing van de beroepsinstantie beroep aantekenen bij de rechtbank van eerste aanleg. De termijn voor het indienen van een beroep bedraagt drie maanden te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing van de beroepsinstantie. De artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.

            Artikel 7: Meldingsplichten

            §1. Bij wijziging van persoons- en contactgegevens geldt een meldingsplicht in hoofde van de zakelijk gerechtigde. De gewijzigde persoons- en contactgegevens dienen uiterlijk twee maanden na wijziging aan de registerbeheerder te worden bezorgd.

            Wanneer de zakelijk gerechtigde nalaat de wijzigingen door te geven kan de registerbeheerder op rechtsgeldige wijze kennisgeven op grond van de gegevens waarover hij beschikt.

            §2. Bij overdracht van een zakelijk recht op een verwaarloosde woning of een verwaarloosd gebouw, geldt een meldingsplicht.

            De overdrager bezorgt de registerbeheerder binnen een termijn van twee maanden na de overdracht per beveiligde zending of per e-mail een kopie van of een uittreksel uit de notariële akte waarbij het zakelijk recht werd overgedragen.

            De kopie of het uittreksel bevat minstens de volgende gegevens:

            -        de identiteit en het adres van de overdrager;

            -        het nummer van de administratieve akte;

            -        de identiteit van de verkrijger van het zakelijk recht en het aandeel in het zakelijk recht;

            -        het adres van de woning of het gebouw waarop de overdracht betrekking heeft;

            -        de kadastrale gegevens van de woning of het gebouw waarop de overdracht betrekking heeft;

            -        de naam en de standplaats van de instrumenterende notaris.

            Wanneer de overdrager de notaris hierom verzoekt, kan de instrumenterende notaris de registerbeheerder op de hoogte stellen van de overdracht van het zakelijk recht. In voorkomend geval zal de notaris de registerbeheerder binnen de twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis stellen van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe zakelijk gerechtigde(n), gestaafd met de nodige bewijsstukken.

            §3. Bij overdracht van een zakelijk recht stelt de notaris de verkrijger(s) van het volle eigendomsrecht, of van een recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik, voorafgaand aan de overdracht in kennis van de opname van het onroerend goed in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen. 

            §4. Wanneer de overdracht niet aan de registerbeheerder ter kennis wordt gebracht, kan de registerbeheerder op rechtsgeldige wijze kennisgeven aan de overdrager.

            Artikel 8: Openbaarheid van het register

            Het register van verwaarloosde woningen en gebouwen is een bestuursdocument en is als dusdanig (gedeeltelijk) toegankelijk voor het publiek.

            De aanvraag tot openbaarheid kan overeenkomstig de bepalingen uit het Bestuursdecreet van 7 december 2018 worden afgewezen, onder meer ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

            Artikel 9: Schrapping uit het register van verwaarloosde woningen en gebouwen

            §1. Een woning of een gebouw kan door de registerbeheerder uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen worden geschrapt in de hierna bepaalde gevallen, indien de zakelijk gerechtigde, hetzij de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, hierom verzoekt en bewijst dat de gebreken aan de woning of het gebouw zoals opgenomen in het technisch verslag, vermeld in artikel 3 van dit reglement, bij een nieuwe beoordeling via het technisch verslag zou resulteren in een resultaat dat geen aanleiding zou geven tot opname in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen overeenkomstig artikel 3, §2 van dit reglement. 

            De registerbeheerder kan een woning of gebouw ambtshalve schrappen uit het register van verwaarloosde woningen en gebouwen indien hij reeds over de nodige gegevens en bewijsstukken beschikt waaruit blijkt dat de woning of het gebouw niet langer in aanmerking komt voor opname in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen overeenkomstig de criteria vermeld in artikel 3, §2 van dit reglement.

            §2. Een gesloopte woning of gebouw wordt uit het register geschrapt, op voorwaarde dat de van omgevingsvergunning vrijgestelde dan wel vergunningsplichtige sloopwerken volledig werden uitgevoerd, met inbegrip van het opruimen van het puin en het gelijkmaken van de grond. Het einde van de werken kan door de personen bedoeld in artikel 3, §1 van dit reglement tijdens een plaatsbezoek vastgesteld worden. Het plaatsbezoek vindt plaats op verzoek van de zakelijk gerechtigde, na ontvangst door de registerbeheerder van de melding dat de werken werden beëindigd. De schrapping gaat in op datum van de melding dat de sloopwerken werden beëindigd, op voorwaarde dat controle het einde van de werken bevestigt. 

            §3. Het verzoek tot schrapping moet om ontvankelijk te zijn:

            -        een poststempel of datum van afgifte bevatten, tenzij het werd ingediend per mail of via de gemeentelijke website;

            -        gemotiveerd zijn;

            -        de naam of handtekening bevatten van de zakelijk gerechtigde of de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde;

            -        per beveiligde zending, per e-mail of via het online formulier op de gemeentelijke website worden ingediend.

            En minstens de volgende gegevens bevatten:

            -        de identiteit en het adres van de indiener;

            -        het nummer van de administratieve akte;

            -        het adres van de woning of van het gebouw waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;

            -        alle bewijsstukken (minstens één) op grond waarvan wordt aangevoerd dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het register van verwaarloosde woningen en gebouwen overeenkomstig §1 tot en met §2 van dit artikel. Alle bewijsmiddelen van gemeen recht zijn toegelaten, met uitzondering van de eed;

            -        een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, indien het beroepschrift wordt ingediend door een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, behoudens bij toepassing van artikel 440 van het Gerechtelijk Wetboek. 

            De indiener van het verzoek tot schrapping kan te allen tijde een nieuw verzoek tot schrapping indienen dat voldoet aan de vereisten opgesomd in deze paragraaf.

            §4. De registerbeheerder onderzoekt de ontvankelijkheid van de verzoeken tot schrapping. 

            §5. De registerbeheerder onderzoekt de ontvankelijke verzoeken tot schrapping op hun gegrondheid aan de hand van de stukken of een feitenonderzoek, verricht door de door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente met de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personen (cfr. artikel 3, §1 van onderhavig reglement).

            Het verzoek tot schrapping wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot het gebouw of de woning voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd.

            §6. Indien het verzoek tot schrapping onontvankelijk of ongegrond wordt beoordeeld, blijft de woning of het gebouw in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen opgenomen, vanaf de datum van de administratieve akte. 

            §7. De registerbeheerder neemt een beslissing, desgevallend na plaatsbezoek, omtrent het ontvankelijk verzoek tot schrapping en brengt deze beslissing per beveiligde zending ter kennis aan de verzoeker binnen een ordetermijn van negentig dagen te rekenen vanaf de dag na deze van de betekening van het verzoek tot schrapping. 

            Wordt het verzoek tot schrapping ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het register, vanaf de datum die vermeld is in de beslissing tot schrapping.

            §8. De zakelijk gerechtigde(n) wordt op de hoogte gebracht van de beslissing over de schrapping.

            Artikel 10: Administratief en rechterlijk beroep tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping

            §1. Op straffe van onontvankelijkheid kan de zakelijk gerechtigde, hetzij een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, per beveiligde zending of per e-mail en binnen een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de beslissing over het verzoek tot schrapping, een administratief beroep indienen bij de beroepsinstantie. 

            §2. Het beroepschrift moet om ontvankelijk te zijn:

            -        een poststempel of datum van afgifte bevatten, tenzij het werd ingediend per e-mail of via de gemeentelijke website;

            -        gemotiveerd zijn;

            -        de naam of handtekening bevatten van de zakelijk gerechtigde of van de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde.

            En minstens de volgende gegevens bevatten:

            -        de identiteit en het adres van de indiener;

            -        het nummer van de administratieve akte;

            -        het adres van de woning of het gebouw waarop het beroepschrift betrekking heeft;

            -        alle bewijsstukken (minstens één) op grond waarvan wordt aangevoerd dat de beslissing over het verzoek tot schrapping uit het register van verwaarloosde woningen en gebouwen onterecht zou zijn. Alle bewijsmiddelen van gemeen recht zijn toegelaten, met uitzondering van de eed;

            -        een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, indien het beroepschrift wordt ingediend door een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, behoudens bij toepassing van artikel 440 van het Gerechtelijk Wetboek.

            §3. De zakelijk gerechtigde of de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, kan zolang de termijn van dertig kalenderdagen niet is verstreken een vervangend beroepschrift indienen, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.

            §4. De beroepsinstantie onderzoekt de ontvankelijkheid van de beroepschriften.

            Het beroepschrift is onontvankelijk in de volgende limitatief opgesomde gevallen:

            -        het is te laat ingediend;

            -        het voldoet niet aan de vereisten vermeld in §2 van dit artikel;

            -        het is niet afkomstig van een zakelijk gerechtigde of diens vertegenwoordiger conform §2 van dit artikel.

            §5. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. Zij onderzoekt de gegrondheid op stukken of met een feitenonderzoek dat uitgevoerd wordt door de door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente met de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personen (cfr. artikel 3, §1 van onderhavig reglement).

            Het beroep is in ieder geval ongegrond indien de toegang tot het gebouw of de woning voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd. 

            Het beroep tegen de beslissing over de schrapping wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot het gebouw of de woning voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd.

            §6. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en geeft kennis van de beslissing aan de zakelijk gerechtigde(n), binnen een ordetermijn van negentig dagen, te rekenen vanaf de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending aan de zakelijk gerechtigde(n) betekend.

            §7. Indien er geen tijdig beroepschrift werd ingediend of indien er sprake is van een onontvankelijk of ongegrond administratief beroep, blijft het gebouw of de woning opgenomen in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen, vanaf de datum van de administratieve akte.

            Indien de beroepsinstantie het beroep ontvankelijk en gegrond acht, wordt de woning of het gebouw uit het register van verwaarloosde woningen en gebouwen geschrapt vanaf de beëindiging van de verwaarlozing, zoals deze blijkt uit de aangeleverde stukken of desgevallend een plaatsbezoek. 

            §8. De zakelijk gerechtigde, hetzij zijn advocaat of wettelijke vertegenwoordiger, kan tegen de beslissing van de beroepsinstantie beroep aantekenen bij de rechtbank van eerste aanleg. De termijn voor het indienen van een beroep bedraagt drie maanden te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing van de beroepsinstantie. De artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.

            3.        OPHEFFING, INWERKINGTREDING EN OVERGANGSBEPALINGEN

            Artikel 11: Opheffing

            Het reglement op de registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen, goedgekeurd door de gemeenteraad van Puurs-Sint-Amands in vergadering van 30 maart 2020, wordt opgeheven voor inventarisaties vanaf de datum van inwerkingtreding van het huidig reglement, zijnde op 1 januari 2026. Het blijft echter zijn uitwerking behouden voor inventarisaties die dagtekenen vóór deze datum. 

            Artikel 12: Inwerkingtreding - bekendmaking

            Dit reglement werd vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2025, treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285 tot en met 288 van het decreet over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.

            Artikel 13: Overgangsbepalingen 

            Een woning of een gebouw opgenomen in en niet geschrapt uit het register van verwaarloosde woningen en gebouwen voor de datum van inwerkingtreding van dit reglement, blijft opgenomen.  De verwaarlozing moet niet opnieuw bewezen worden, noch opnieuw ter kennis worden gebracht van de zakelijk gerechtigden.  

            Het reglement is onmiddellijk van toepassing op panden die reeds in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen zijn opgenomen in uitvoering van het reglement, goedgekeurd door de gemeenteraad van Puurs-Sint-Amands in vergadering van 30 maart 2020, voor de datum van inwerkingtreding van dit reglement. 

            In geval een aanvraag tot schrapping die dateert van voor de inwerkingtreding van huidig reglement waarvoor de beslissing door de gemeente na inwerkingtreding van huidig reglement wordt genomen, zal de voor de zakelijk gerechtigde meest gunstige regelgeving gelden. 

            Hetzelfde geldt voor de administratieve beroepen die werden ingediend voor de inwerkingtreding van huidig reglement en waarvoor de beslissing door de registerbeheerder wordt genomen na inwerkingtreding van huidig reglement.  

        • Werken

          • Belastingreglement op het niet afkoppelen van hemelwater op privaat domein en op niet conforme aansluitingen op de openbare riolering - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            Het belastingreglement op het niet afkoppelen van hemelwater op privaat domein en op niet conforme aansluitingen op de openbare riolering, zoals vastgesteld door de gemeenteraad in vergadering van 19 december 2022, neemt een einde op 31 december 2025. Vandaar dat het noodzakelijk is om dit belastingreglement opnieuw vast te stellen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. 

            De gemeente Puurs-Sint-Amands legt bij de heraanleg van een weg steeds samen met de rioolbeheerder Pidpa een gescheiden rioleringsstelsel aan. Ingevolge de Vlarem wetgeving dient, van zodra er een gescheiden rioleringsstelsel aangelegd wordt, het hemelwater en het afvalwater steeds gescheiden aangeboden te worden ter hoogte van de perceelsgrens. De afkoppeling van hemelwater van de openbare riolering heeft een positief effect op de efficiëntie en het rendement van de rioolwaterzuiveringsinstallaties. Het hemelwater moet maximaal worden afgekoppeld van de openbare riolering en in de mate van het mogelijke worden hergebruikt. Dit om de periodieke waterschaarste en verdroging te bestrijden.

            Een gescheiden rioleringsstelsel functioneert enkel optimaal als ook de private afkoppeling voor elke woning gebeurt. Het is niet verantwoord dat de overheid investeert in een (duur) gescheiden rioleringsstelsel en zuiveringsinfrastructuur, zonder dat er garanties worden ingebouwd dat ook de privéwaterafvoer(en) op een correcte wijze worden aangesloten op de openbare infrastructuur. Indien de waterstromen op private eigendom nog gemengd zitten, dienen de eigenaars dus werken op hun private percelen uit te voeren.

            Door dit belang voorziet de gemeente in een tussenkomst in de kosten voor afkoppelingsprojecten en neemt zij de kosten voor het afkoppelen van het hemelwater van bestaande woningen ten laste als tegemoetkoming naar haar inwoners.

            Ondanks deze ten laste name zijn er nog eigenaars die de werken niet uitvoeren.

            Rioolbeheerder Pidpa stelt soms vast dat sommige eigenaars eigenhandig een nieuwe of bijkomende aansluiting realiseren op de openbare riolering en dit zonder de rioolbeheerder hiervan in kennis te stellen of dat eigenaars na verbouwingswerken hun aansluiting niet aangepast hebben zoals voorzien in de afgeleverde omgevingsvergunning.

            Voor de aanleg en verbetering van openbare riolen worden er gewestbijdragen voorzien (subsidies). Voor de volledige uitbetaling van deze gewestbijdragen zijn er een aantal voorwaarden opgelegd. Onder meer moet er een eindafrekeningsdossier worden ingediend, waarbij in geval van niet-afkoppeling conform artikel 4.2.1.35bis.15.5.4.3.25bis.19.8.4.5.2 en 6.2.2.1.2, § 3, van titel II, van VLAREM de reden waarom niet afgekoppeld kon worden en in desbetreffend geval de stappen die de rioolbeheerder ondernomen heeft, moeten worden aangegeven (zie artikel 25 Besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2017 betreffende de subsidiëring van de werken, vermeld in artikel 2.6.1.3.1, § 1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018). Het niet volledig afkoppelen kan aldus ook een impact hebben op de financiën van de gemeente.

            Om maximaal (financieel) resultaat te behalen en de toepasselijke wetgeving inzake afkoppeling van hemelwater optimaal te laten functioneren, is het belasten van het niet optimaal afkoppelen van hemelwater op privaatterrein verantwoord.

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het belastingreglement op het niet afkoppelen van hemelwater op privaat domein en op niet conforme aansluitingen op de openbare riolering opnieuw vast te stellen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.


            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Reinhilde Goossens, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Eva Peleman, Jelien De Laet
            Onthouders: Jan Van Camp, Peggy Seeuws, Linda Caluwaerts, Jorden Dewachter, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Resultaat: Met 20 stemmen voor, 9 onthoudingen

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt onderstaand belastingreglement op het niet afkoppelen van hemelwater op privaat domein en op niet conforme aansluitingen op de openbare riolering vast:

            Artikel 1: Overgangsbepaling

            Het raadsbesluit, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van 19 december 2022 inzake de belasting op het niet afkoppelen van hemelwater op privaat domein en op niet conforme aansluitingen op de openbare riolering voor de aanslagjaren 2023 tot en met 2025 blijft van toepassing voor de belastbare feiten die zich hebben voorgedaan vóór 1 januari 2026, maar wordt opgeheven voor de belastbare feiten die zich voordoen vanaf 1 januari 2026.

            Artikel 2: Definities

            Onder volgende begrippen wordt verstaan:

            Afkoppelingsproject: elk door het college van burgemeester en schepenen of door de gemeenteraad goedgekeurd project met realisatie van een gescheiden afvoer van hemelwater en huishoudelijk afvalwater sinds invoering van de verplichte keuring van de privéwaterafvoer van woningen en gebouwen (1 juli 2011);

            Entiteit: elke woongelegenheid, gebouw, parking,... waar een afkoppeling moet gebeuren;

            Zakelijk gerechtigde: persoon die de volle eigendom bezit of houder is van een zakelijk recht (vruchtgebruik, opstal, erfpacht);

            Voorlopige oplevering: het feit dat de werken voltooid zijn en in gebruik zijn genomen;

            Hemelwater: verzamelnaam voor regen, sneeuw en hagel, met inbegrip van dooiwater;

            Afvalwater: water met afvalstoffen en/of verontreinigingen waarvan de houder zich ontdoet of moet ontdoen, met uitzondering van niet-verontreinigd hemelwater

            Afkoppeling: scheiden van hemelwater en afvalwater

            Optimale afkoppeling hemelwater bij open of halfopen bebouwing: voor open of halfopen bebouwing betekent dit dat alle hemelwater gescheiden van het afvalwater moet afgevoerd worden. Het hemelwater wordt afgevoerd tot op de rooilijn of naar een bestaande beek of gracht.

            Optimale afkoppeling hemelwater bij gesloten bebouwing: voor gesloten bebouwing betekent dit dat het hemelwater gescheiden van het afvalwater moet afgevoerd worden behalve als hiervoor leidingen door of onder het gebouw moeten aangelegd worden. Minstens het hemelwater van de voorste dakhelft moet bijgevolg afgekoppeld worden.

            Optimale afkoppeling hemelwater bij hergebruik hemelwater: daken aangesloten op een hemelwaterput met hergebruik (d.w.z. operationele aansluiting op minstens een WC of wasmachine), waarbij afkoppeling van de overloop van deze put zou betekenen dat er leidingen door of onder het gebouw (open/halfopen/gesloten) moeten aangelegd worden, dienen niet volledig afgekoppeld te worden en de overloop van de hemelwaterput kan in dat geval aangesloten worden op infiltratie en nadien op de DWA..;

            Gescheiden riolering: een dubbel stelsel van leidingen en openluchtgreppels waarvan het ene stelsel bestemd is voor het opvangen en transporteren van afvalwater en het andere stelsel bestemd is voor hemelwater.

            Conform keuringsattest: een attest van keuring van de privéwaterafvoer, met name de keuring uitgevoerd 1° vóór de eerste ingebruikname; 2° als er belangrijke wijzigingen zijn aangebracht; 3° op verzoek van de exploitant na de vaststelling van een inbreuk op de gelijkvormigheid; 4° bij de aanleg van gescheiden riolering op het openbaar domein, met de verplichting om af te koppelen op privédomein, conform de bepalingen van Vlarem, uitgevoerd door een erkend keuringsorganisme.

            IBA: individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater

            DWA: droog weder afvoer, is een leiding uitsluitend voor afvalwater zonder hemelwater. De DWA leiding is een onderdeel van een gescheiden rioleringsstelsel dat dient voor de opvang en transporteren van huishoudelijk afvalwater.

            RWA: regen water afvoer = leiding uitsluitend voor hemelwater.

            2DWA-riolering: leiding gedimensioneerd om twee keer het verwachte afvalwaterdebiet per dag af te voeren.

            Artikel 3: Heffingstermijn - belastbaar feit

            Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt door de gemeente Puurs-Sint-Amands een belasting gevestigd op het niet optimaal afkoppelen van hemelwater op privaatterrein n.a.v. de realisatie van een gescheiden rioleringsstelsel in door de gemeente goedgekeurde afkoppelingsprojecten of het plaatsen van een IBA, en op het illegaal aansluiten op de openbare riolering. De toestand op 1 januari van het aanslagjaar is bepalend voor het vaststellen van de belasting.

            Artikel 4: Belastingplichtige

            De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde van de entiteit waarvan vastgesteld werd dat:

            1. De entiteit, gelegen binnen een afkoppelingsproject dat voorlopig opgeleverd werd voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit- die uiterlijk 6 maanden na de inwerkingtreding van dit besluit, niet beschikt over een conform keuringsattest van de privéwaterafvoer;
            2. De entiteit, gelegen binnen een afkoppelingsproject dat voorlopig opgeleverd wordt na inwerkingtreding van dit besluit- die uiterlijk 6 maanden na de datum van het proces-verbaal van de voorlopige oplevering van de wegenis- en rioleringswerken op het openbaar domein, niet beschikt over een conform keuringsattest van de privéwaterafvoer;
            3. De entiteit waarvan wordt vastgesteld dat de nieuwe/gewijzigde rioolaansluiting niet werd aangevraagd bij en uitgevoerd in opdracht van de rioolbeheerder en "eigenhandig" (zelf of door een eigen aangestelde aannemer) werd gerealiseerd, en waarvan 6 maanden na aanmaning door het gemeentebestuur/rioolbeheerder de aansluiting niet werd geregulariseerd en niet beschikt over een conform keuringsattest van de privéwaterafvoer;
            4. De entiteit waarvan de rioolbeheerder, noch het gemeentebestuur beschikt -na ingebruikname van de entiteit- over een conform keuringsattest van de privéwaterafvoer, binnen een termijn van 6 maanden na aanmaning door het gemeentebestuur/rioolbeheerder.

            De belasting is verschuldigd indien één van de bovenstaande voorwaarden is vervuld.

            De belasting is verschuldigd op één januari van het jaar (het aanslagjaar) volgend op de voormelde vaststelling en de daarop volgende jaren en dit zolang de zakelijk gerechtigde niet voldaan heeft aan de opgelegde voorwaarden.

            De belasting slaat op de eigendom en is verschuldigd door wie op 1 januari van het aanslagjaar zakelijk gerechtigde is van het belastbaar goed.

            Ingeval er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, zijn respectievelijk de opstalgever, de erfpachtgever en naakte eigenaar hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

            Indien het belastbaar goed in onverdeeldheid toebehoort aan verschillende personen, wordt de belasting op naam van de onverdeeldheid gevestigd, terwijl de leden hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de betaling van de volledige belasting.

            Bij verkoop van de entiteit zal de zakelijk gerechtigde in de notariële akte laten vermelden dat het onroerende goed bezwaard is met een gemeentelijke belasting (zie ook artikel 6).

            Artikel 5: Berekeningsgrondslag en tarieven

            Er wordt een forfaitaire belasting vastgesteld op 2.500,00 euro per jaar, voor elk jaar waarvan blijkt dat op 1 januari van het aanslagjaar:

            • Er geen conform keuringsattest van de private riolering werd afgeleverd (artikel 4, situatie 1,2 & 4);
            • Er van de rioolbeheerder, noch van de zakelijk gerechtigde een melding ontvangen werd waaruit blijkt dat een nieuwe/gewijzigde rioolaansluiting geregulariseerd werd (artikel 4, situatie 3) en er ook in dit geval nog geen conform keuringsattest van de privéwaterafvoer werd afgeleverd;

            De belastbare toestand eindigt op het moment dat bij de gemeente per aangetekend schrijven of bij afgifte tegen een ontvangstbewijs een conform keuringsattest zoals bepaald in het Algemeen Waterverkoopreglement wordt afgeleverd.

            Artikel 6: Vrijstelling

            Van de belasting worden vrijgesteld:

            - een nieuwe zakelijk gerechtigde, die op 1 januari, minder dan één jaar zakelijk gerechtigde is van de entiteit. Deze vrijstelling geldt voor één aanslagjaar volgend op de datum van de notariële akte;

            - entiteiten volledig gelegen binnen een onteigeningsplan: de zakelijk gerechtigde van entiteiten die op 1 januari van het aanslagjaar binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan liggen of waarvoor geen omgevingsvergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigening wordt voorbereid;

            - entiteiten waarvan het technisch onmogelijk is om af te koppelen: de zakelijk gerechtigde dient in dit geval een dossier voor te leggen waaruit de technische onmogelijkheid blijkt.

            De aanvraag voor vrijstelling van de belasting moet worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, op straffe van verval, binnen de bezwaartermijn. De zakelijk gerechtigde die gebruik wenst te maken van een vrijstelling zoals in het reglement beschreven, dient hiervoor zelf de nodige bewijsstukken voor te leggen aan het college van burgemeester en schepenen

            Artikel 7: Wijze van invordering

            De belasting wordt ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

            Artikel 8: Betalingstermijn

            De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

            Artikel 9: Verwijzingsregel

            De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

            Artikel 10: Inwerkingtreding en bekendmaking

            Huidig belastingreglement werd vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2025, is van toepassing op belastbare feiten die zich voordoen vanaf 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

        • Lokale economie

          • Belasting op motoren, hefkracht en drijfkracht - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            Het belastingreglement, zoals vastgesteld in vergadering van 19 december 2022, neemt een einde op 31 december 2025. Vandaar dat het noodzakelijk is om dit belastingreglement opnieuw vast te stellen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. 

            Bedrijven gebruiken motoren om hun machines aan te drijven.

            Omwille van haar financiële behoefte, heft de gemeente een belasting op deze motoren. Het is gerechtvaardigd om aan ondernemingen, die motoren gebruiken, een bijdrage te vragen in de gemeentelijke uitgaven.

            Het is billijk om de eerste 20 kW vrij te stellen, om de administratieve last voor de gemeente te reduceren.

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het belastingreglement op motoren, hefkracht en drijfkracht opnieuw vast te stellen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.


            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Reinhilde Goossens, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Eva Peleman, Jelien De Laet
            Tegenstanders: Jan Van Camp, Peggy Seeuws, Linda Caluwaerts, Jorden Dewachter, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Onthouders: Marleen Vos, Joos Wauters
            Resultaat: Met 20 stemmen voor, 7 stemmen tegen, 2 onthoudingen

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt onderstaand belastingreglement met betrekking tot de motoren, hefkracht en drijfkracht vast:

            Artikel 1: Overgangsbepaling

            Het belastingreglement op motoren, hefkracht en drijfkracht, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 19 december 2022 van Puurs-Sint-Amans, en gewijzigd door het raadsbesluit van 25 maart 2024, blijft van toepassing voor de belastbare feiten die zich hebben voorgedaan vóór 1 januari 2026, maar wordt opgeheven voor de belastbare feiten die zich voordoen vanaf 1 januari 2026.

            Artikel 2: Heffingstermijn - belastbaar feit

            Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een belasting gevestigd op het gebruik van motoren, hefkracht en drijfkracht voor nijverheids-, landbouw- en handelsdoeleinden, evenals op deze gebruikt door de beoefenaars van vrije beroepen, ongeacht de krachtbron welke deze in beweging brengt.

            De belasting is verschuldigd voor motoren die de belastingplichtige voor de exploitatie van zijn vestiging gebruikt. De belasting slaat  o.m. op de elektromotoren, de stoommachines, de verbrandingsmotoren, de waterturbines,... deze opsomming is niet limitatief.

            De belasting wordt gevestigd op grond van de belastbare motorenkracht aangewend in het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar. Dit jaar geldt als referentiejaar voor de aangewende motorenkracht in het aanslagjaar.

            Wanneer niet teruggevallen kan worden op een referentiejaar, wordt de belasting berekend op grond van de belastbare elementen van het lopende aanslagjaar. Dit is het geval voor bestaande vestigingen op het grondgebied van de gemeente waarvoor nog geen referentieperiode bepaald was voor het berekenen van de motorenkracht als indicatie voor het aanslagjaar, voor nieuwe vestigingen op het grondgebied van de gemeente en bij de indienstneming van motoren in de loop van het aanslagjaar. Bij de indienstneming van motoren in de loop van het aanslagjaar, wordt de belasting van die extra motorenkracht berekend vanaf de factuurdatum.

            Artikel 3: Definities

            Onder volgende begrippen wordt verstaan:

            - Simultaanfactor: de vermindering die belastingplichtige verkrijgt door het aantal motoren dat er wordt gebruikt in de onderneming. Is er maar 1 belastbare motor dan wordt deze belast aan 100% van zijn vermogen. Heeft de onderneming 2 belastbare motoren dan wordt het totaal vermogen belast aan 99% van het totaal vermogen. Deze degressieve berekening wordt toegepast tot maximaal 31 belastbare motoren = 0,70%. Indien de onderneming meer dan 31 belastbare motoren heeft blijft de simultaanfactor ongewijzigd op 0,70% toegepast voor het totaal belastbaar vermogen.

            De motoren die van de belasting volledig worden vrijgesteld overeenkomstig artikel 6.2,  2°, 3°, 4°, 5°, 6° en 9° komen niet in aanmerking voor de berekening van de simultaanfactor.

            - Referentiejaar bedoeld in artikel 2, derde lid: de belasting wordt gevestigd naar evenredigheid van de motorenkracht die gerealiseerd werd in het kalenderjaar voorafgaand aan het aanslagjaar.

            Artikel 4: Belastingplichtige

            De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon, die motoren voor de exploitatie van zijn vestiging gebruikt.

            Artikel 5: Berekeningsgrondslag en tarief

            5.1. Berekeningsgrondslag:

            Optie motorenkracht:

            De belasting wordt berekend op grond van de belastbare motorenkracht tijdens de referentieperiode, die loopt van 1 januari tot en met 31 december voorafgaand aan het aanslagjaar. Ze wordt berekend per maand en elk gedeelte ervan wordt voor een volledige maand geteld.

            Een motor die voor de eerste maal in werking wordt gesteld, is belastbaar vanaf de  maand volgend op de maand van ingebruikname in de referentieperiode.

            Indien de vestiging van de belastingplichtige over meerdere motoren beschikt dan wordt voor de berekening van de belasting een simultaanfactor gehanteerd. Deze simultaanfactor wijzigt naargelang het aantal aanwezige motoren. Per factor gelijk aan de eenheid van 1 motor wordt tot en met 31 motoren met 1/100 van de bijkomende motor verminderd en blijft daarna onveranderd en gelijk aan 0,70 voor 31 motoren en meer. De motoren die volledig van de belasting volledig worden vrijgesteld overeenkomstig artikel 6.2, 2°, 3°, 4°, 5°, 6° en 9° komen niet in aanmerking voor de berekening van de simultaanfactor.

            Berekening van het belastbaar kilowattvermogen = aantal kilowatt x simultaanfactor. Het resultaat wordt steeds naar het volgend geheel afgerond.

            De vorkheftrucks, reachtrucks, stackers, elektrische transpaletten en straddle carriers worden belast volgens hun maximaal hefvermogen zoals vermeld in de volgende tabel:

            Maximaal hefvermogen                             kW

            Van 0 kg tot 999 kg =                                   5

            Van 1 000 kg tot 1 999 kg =                          8

            Van 2 000 kg tot 5 999 kg =                         15

            Van 6 000 kg tot 19 999 kg =                       20

            Van 20 000 kg tot 29 999 kg =                     25

            Van 30 000 kg tot 44 999 kg =                     30

            Van 45 000 kg tot onbeperkt =                     40

            Voertuigen en machines met motoren op diesel, benzine of gas:

            De tractoren, terreinvoertuigen (zoals autobussen, auto’s,  en dergelijke die enkel voor intern gebruik op het terrein benut worden), trekkers, nijverheidstuigen (zoals asfalteermachines, rupskranen, pletwalsen, bulldozers, graafmachines, laadschoppen, locomotieven), en nijverheidsmachines (zoals breekinstallaties, grasmachines, trilplaten, ladderliften)  en zonder dat deze opsomming limitatief is,  worden belast volgens volgende tabel:

            Cilinderinhoud Omzetting naar                kW

            van 0 cm³ tot 499 cm³ =                              2

            van 500 cm³ tot 2.499 cm³ =                       7

            van 2.500 cm³ tot 4.999 cm³ =                   15

            van 5.000 cm³ tot 7.499 cm³ =                   22

            van 7.500 cm³ tot 9.999 cm³ =                   29

            van 10.000 cm³ tot onbeperkt =                  37

            5.2.Tarieven:

            De belasting bedraagt:

            -          € 20 per kilowattvermogen of gedeelte van een kilowatt voor het vermogen vanaf 21 kilowatt of meer.

            De minimumaanslag bedraagt 65 euro.

            Artikel 6: Vrijstelling

            Van de belasting worden vrijgesteld:

            6.1. Algemene vrijstelling:

            Degenen die na toepassing van de specifieke vrijstellingen in artikel 6.2, 2°, 3°, 4°, 5°, 6° en 9° en na toepassing van de simultaanfactor over een gezamenlijke motorenkracht tot en met 20 kW beschikken, zijn van deze belasting vrijgesteld.

            Zij zijn evenwel niet vrijgesteld van de aangifteplicht bedoeld in artikel 7.

            6.2. Specifieke vrijstelling:

            De belasting wordt niet geheven op :

            1° De motor die gedurende de referentieperiode niet werd gebruikt. Als de motor opnieuw wordt geactiveerd, dient de exploitant de gemeente hiervan schriftelijk in kennis te stellen, zoals voorzien in artikel 7. Het bewijs van de activiteit kan met alle mogelijke rechtsmiddelen worden geleverd door de belastingplichtige;

            2° De motor van de voertuigen die onder de verkeersbelasting op de autovoertuigen vallen of die speciaal van deze belasting zijn vrijgesteld en voor zover deze motor uitsluitend zijn kracht gebruikt voor het vervoer van goederen of personen over de openbare weg;

            3° De motor van een draagbaar toestel dat tegelijk door één persoon kan bediend en gedragen worden;

            4° De door perslucht aangedreven motor;

            5° De motorkracht welke uitsluitend gebruikt wordt voor toestellen tot polderbemaling, grondbemaling voor openbare werken, leegpompen van werkplaatsen (droogdokken uitgezonderd), hygiënische ventilatie in functie van productieproces (met uitzondering van airco in functie van comfort);

            6° De motoren van vaartuigen die dienen voor  transport van personen of goederen, evenals de motoren gebruikt  aan boord van deze vaartuigen;

            7° De reservemotor, d.i. een motor die niet continu staat opgesteld en enkel wordt gebruikt of geïnstalleerd als de motor die instaat voor zijn doel, defect is of moet vervangen worden;

            8° De wisselmotor, d.i. deze welke uitsluitend bestemd is voor hetzelfde werk als een andere, die hij tijdelijk moet vervangen; de reserve- en wisselmotoren kunnen aangewend worden om tegelijkertijd te werken als deze welke normaal gebruikt worden gedurende de nodige tijd om de voortzetting van de productie te verzekeren;

            9° motoren die gebruikt worden voor de brandbeveiligingsinstallaties;

            Artikel 7: Aangifteplicht

            De belastingplichtigen, vermeld in artikel 4 zijn ertoe gehouden uiterlijk op 30 juni van elk aanslagjaar een gedetailleerde aangifte te doen van alle motoren die voor de berekening in aanmerking komen en van de gegevens die aanleiding geven tot een vrijstelling overeenkomstig artikel 6.2, 1°, 7° en 8°. 

            In het geval de belastingplichtige zijn aangifte niet kan steunen op de gegevens uit een referentiejaar, zoals bepaald in artikel 2, vierde lid, wordt de aangifte ingediend uiterlijk 31 juli van het aanslagjaar.

            Deze aangifte moet worden ingediend op volgend adres: Forum 6, 2870 Puurs-Sint-Amands of via volgend e-mailadres: belastingen@puursam.be.

            De aangifte moet worden gedaan op het formulier dat de gemeente ter beschikking stelt van de belastingplichtige, indien nodig met bijlage. Dit formulier kan zowel fysiek als digitaal worden aangevraagd op bovengenoemd (e-mail)adres of via de gemeentelijke website.

            Artikel 8: Controlemiddelen

            De aangestelde ambtenaren zijn gemachtigd om alle inbreuken op deze verordening vast te stellen.  De door hun opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot het bewijs van het tegendeel.

            Artikel 9: Ambtshalve belasting

            Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan voor de aangiftedatum vermeld in artikel 7, kan de gemeente de belasting ambtshalve vestigen op basis van de gegevens waarover ze beschikt.

            Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

            De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 kalenderdagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De kennisgeving wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de kennisgeving.

            Artikel 10: Wijze van invordering

            De belasting wordt ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar.

            Artikel 11: Betalingstermijn

            De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

            Artikel 12: Administratieve geldboete

            Voor het niet naleven van de bepalingen van dit belastingreglement of van het decreet van 30 mei 2008 kan een administratieve geldboete van 250 euro worden opgelegd aan de belastingplichtige bijvoorbeeld bij weigering om mee te werken aan een onderzoek of boeken voor te leggen. 

            Het bedrag van de administratieve geldboete wordt gelijktijdig en samen met de belasting ingekohierd en ingevorderd.

            Artikel 13: Verwijzingsregel

            De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

            Artikel 14: Inwerkingtreding en bekendmaking

            Huidig belastingreglement werd vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2025, is van toepassing op de belastbare feiten die zich voordoen vanaf 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

          • Belastingreglement op de voor publiek toegankelijke ruimten van klein- en groothandelszaken, distributiebedrijven, commerciële dienstverstrekkers en vrije beroepen gelegen in het kernwinkelgebied van Puurs-centrum - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            De gemeenteraad heeft in vergadering van 28 maart 2022 het belastingreglement op de voor het publiek toegankelijke ruimten van klein- en groothandelszaken, distributiebedrijven, commerciële dienstenverstrekkers en vrije beroepen (met uitzondering van de vrije beroepen uit de medische sector) gelegen in het kernwinkelgebied van Puurs-centrum vastgesteld voor de aanslagjaren 2023 tot en met 2025. Omwille van de wijziging van de maatschappelijke zetel van de gemeente Puurs-Sint-Amands werd het adres m.b.t. de aangifteplicht gewijzigd ingevolge beslissing van de gemeenteraad van 25 maart 2024.

            Dit belastingreglement neemt een einde op 31 december 2025. Vandaar dat het noodzakelijk is om dit belastingreglement opnieuw vast te stellen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. 

            De gemeente voert al jaren een kernversterkend beleid om Puurs-centrum als dynamische en aangename dorpskern commercieel op de kaart te zetten en creatieve ondernemers te behouden en aan te trekken. Gezamenlijk georganiseerde acties en promoties hebben een positieve invloed op de stimulering van de dynamiek, de verhoging van de uitstraling en de verbetering van het imago van het handelscentrum. Het jaarlijks budget van de gemeente voorziet uitgaven voor kernversterkende initiatieven voor het handelsgebeuren in het centrum. 

            Het bestuur wenst deze belasting verder te heffen omdat de vertegenwoordigers van UNIZO Puurs-Sint-Amands en van de middenstand en horeca uit Puurs-centrum zelf vragende partij waren en nog steeds zijn voor dergelijke belasting. De inkomsten uit deze belasting komen uitsluitend ten goede van de in de vorige alinea vermelde vestigingen in het kernwinkelgebied van Puurs-centrum. Zodoende is het ook logisch dat deze belasting enkel wordt geheven op deze vestigingen. 

            Het is billijk om de beoefenaars van vrije beroepen uit de medische sector, waar het welzijn en de gezondheid van de mensen centraal staat, vrij te stellen van deze belasting. De beoefenaars van vrije beroepen uit de medische sector halen immers geen onmiddellijk voordeel uit de promotie en acties die worden opgezet vanuit het handelsondersteunend beleid. Zij zien hierdoor ook niet direct hun klantenbestand toenemen.  

            Indien een handelaar meer dan één handelszaak uitbaat in het kernwinkelgebied van Puurs-centrum, zal de belasting maar voor één vestiging moeten worden betaald omdat de opening van een extra handelszaak door dezelfde handelaar leegstand tegengaat en de belevingswaarde van het handelscentrum bevordert.

            Omdat het aangewezen is om startende handelaars te ondersteunen, is het gerechtvaardigd om commerciële vestigingen waarvan de uitbating op 1 januari van het aanslagjaar minder dan 1 jaar voordien gestart is door de actuele natuurlijke of rechtspersoon éénmalig vrijstelling te geven van deze belasting.

            Het is gerechtvaardigd om vzw's vrijstelling te verlenen van deze belasting omdat vzw's in de eerste plaats een ideële en geen commerciële doelstelling hebben.

            De belasting op de voor het publiek toegankelijke ruimten van klein- en groothandelszaken, distributiebedrijven, commerciële dienstenverstrekkers en vrije beroepen (met uitzondering van de vrije beroepen uit de medische sector), gelegen in het kernwinkelgebied van Puurs-centrum neemt de financiële toestand van de gemeente in overweging en heeft als doel een bijdrage in de kosten te leveren voor het handelsondersteunend beleid dat de gemeente in dat kader voert. 

            Bij gebrek aan indexeringsclausules in de vorige reglementen, wordt het tarief thans naar het huidige niveau van levensduurte gebracht. Het bedrag vermeld in dit artikel wordt jaarlijks gecumuleerd aangepast door middel van een index met een vaste coëfficiënt van 1,5%. 

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het belastingreglement op de voor publiek toegankelijke ruimten van klein- en groothandelszaken, distributiebedrijven, commerciële dienstverstrekkers en vrije beroepen gelegen in het kernwinkelgebied van Puurs-centrum opnieuw vast te stellen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.


            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Reinhilde Goossens, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Eva Peleman, Jelien De Laet
            Tegenstanders: Jan Van Camp, Peggy Seeuws, Linda Caluwaerts, Jorden Dewachter, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Onthouders: Marleen Vos, Joos Wauters
            Resultaat: Met 20 stemmen voor, 7 stemmen tegen, 2 onthoudingen

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt onderstaand belastingreglement op de voor publiek toegankelijke ruimten van klein- en groothandelszaken, distributiebedrijven, commerciële dienstverstrekkers en vrije beroepen gelegen in het kernwinkelgebied van Puurs-centrum vast:

            Artikel 1: Overgangsbepaling

            Het raadsbesluit, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van 28 maart 2022, en gewijzigd door het raadsbesluit van 25 maart 2024, inzake de belasting op de voor publiek toegankelijke ruimten van klein- en groothandelszaken, distributiebedrijven, commerciële dienstverstrekkers en vrije beroepen gelegen in het kernwinkelgebied van Puurs-centrum voor de aanslagjaren 2023 tot en met 2025, blijft van toepassing voor de belastbare feiten die zich hebben voorgedaan vóór 1 januari 2026, maar wordt opgeheven voor de belastbare feiten die zich voordoen vanaf 1 januari 2026.

            Artikel 2: Heffingstermijn - belastbaar feit 

            Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een belasting gevestigd op de voor het publiek toegankelijke ruimten van klein- en groothandelszaken, distributiebedrijven, commerciële dienstenverstrekkers en vrije beroepen (met uitzondering van de vrije beroepen uit de medische sector) gelegen in het kernwinkelgebied van Puurs-centrum.

            Artikel 3: Definities 

            Onder volgende begrippen wordt verstaan:  

            Publiek toegankelijke ruimte: ruimte die openstaat voor het publiek of bedoeld is voor gemeenschappelijk gebruik. Hierbij horen ook de ruimten waarvan de toegang beperkt wordt tot een of meer welbepaalde categorieën van personen.

            Kernwinkelgebied: dit gebied, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 28 maart 2022 bevat de volgende straten: R. Verbelenstraat (tot en met nr. 25), H. Hartplaats, Kerkplein (tot en met nr. 18), Botermarkt, Hoogstraat, Palingstraat (tot en met nr. 14), Forum t.e.m. Ursulinenpad, Dorpshart, W. De Vochtstraat en Stationsstraat.

            Artikel 4: Belastingplichtige 

            De belasting is verschuldigd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar de handelszaak of de commerciële ruimte, die binnen de omschreven gebiedsomschrijving van het kernwinkelgebied gelegen is, uitbaat. 

            Indien de uitbating gebeurt door meerdere natuurlijke personen of meerdere rechtspersonen is de belasting hoofdelijk en ondeelbaar verschuldigd door allen.

            De belastingplichtige die zijn zaak verkoopt of overdraagt, is verplicht dit binnen de veertien dagen mee te delen aan de financieel directeur hetzij per post of per elektronische post.

            Artikel 5: Berekeningsgrondslag en tarieven 

            De bedragen van de belastingen worden als volgt vastgesteld per jaar:  

             Aanslagjaar 2026  2027  2028  2029   2030  2031
             Tarief  150  152  155  157  159  162

            De belasting is ondeelbaar verschuldigd voor het hele jaar. De stopzetting of vermindering van de activiteit in de loop van het aanslagjaar geeft geen aanleiding tot enige belastingvermindering of -teruggave.

            Artikel 6: Vrijstelling

            Van de belasting worden vrijgesteld: 

            • Vrije beroepen uit de medische sector;
            • Vzw's;
            • Nieuwe handelszaken waarvan de uitbating op 1 januari van het aanslagjaar minder dan 1 jaar voordien gestart is (éénmalige vrijstelling);
            • Tweede of meerdere vestiging van eenzelfde handelszaak in het kernwinkelgebied van Puurs-centrum;

            Artikel 7: Aangifteplicht   

            De belastingplichtigen, vermeld in artikel 4, zijn ertoe gehouden uiterlijk op 31 januari van elk aanslagjaar aangifte te doen van hun vestiging. De aangifte moet worden ingediend op volgend adres: Forum 6, 2870 Puurs-Sint-Amands of via volgend e-mailadres: belastingen@puursam.be.  

            De aangifte moet worden gedaan op het formulier dat de gemeente ter beschikking stelt van de belastingplichtige. Dit formulier kan zowel fysiek als digitaal worden aangevraagd op bovengenoemd (e-mail)adres of via de gemeentelijke website.  

            Als de aangifte verzonden wordt via elektronische weg (met name: per e-mail), geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van de aangifte.

            De aangifte moet alle gegevens bevatten, die noodzakelijk zijn voor de berekening en de controle van de aanslag. 

            Artikel 8: Controlemiddelen  

            De aangestelde ambtenaren zijn gemachtigd om alle inbreuken op deze verordening vast te stellen. De door hun opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot het bewijs van het tegendeel.   

            Artikel 9: Ambtshalve belasting  

            Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan voor de aangiftedatum vermeld in artikel 7, kan de gemeente de belasting ambtshalve vestigen, op basis van de gegevens waarover ze beschikt.  

            Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.  

            De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 kalenderdagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De kennisgeving wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de kennisgeving.  

            Artikel 10: Wijze van invordering  

            De belasting wordt ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. 

            Artikel 11: Betalingstermijn  

            De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.  

            Artikel 12: Administratieve geldboete 

            Voor het niet naleven van de bepalingen van dit belastingreglement of van het Decreet van 30 mei 2008 kan aan de belastingplichtige een administratieve geldboete van 250 euro worden opgelegd. 

            Het bedrag van de administratieve boete wordt gelijktijdig en samen met de belasting ingekohierd en ingevorderd.  

            Artikel 13: Verwijzingsregel 

            De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.  

            Artikel 14: Inwerkingtreding en bekendmaking 

            Dit belastingreglement werd vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2025, is van toepassing op de belastbare feiten die zich voordoen vanaf 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

          • Belasting op nachtwinkels en dagbladhandels met ruime openingsuren - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            Het huidige belastingreglement m.b.t. nachtwinkels, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van 16 december 2024, neemt een einde op 31 december 2025. Vandaar dat het noodzakelijk is om dit belastingreglement opnieuw vast te stellen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

            Door de gemeenteraad wordt, eveneens in vergadering van 15 december 2025, een reglement inzake de uitbatingsvergunning voor dagbladhandels en nachtwinkels in Puurs-Sint-Amands vastgesteld. 

            Het is billijk om deze belasting uit te breiden naar dagbladhandels met ruime openingsuren (open vóór 05u00 en/of na 21u00), omdat deze handelszaken, samen met nachtwinkels door de aard en het tijdstip van hun activiteiten, meer dan andere types handelszaken, extra druk leggen op veiligheids- en andere gemeentelijke openbare diensten op het vlak van handhaving van de nachtrust voor de omwonenden, openbare orde en openbare veiligheid. Een teveel aan dergelijke zaken schaadt de kwaliteit en de aantrekkelijkheid van het winkelapparaat. Deze neerwaartse evolutie moet door gerichte acties worden tegengehouden, zodat een verscheiden en kwaliteitsvol aanbod van handelszaken kan blijven bestaan.

            De eigenaars van de panden moeten zich bewust zijn van het feit dat zij een grote medeverantwoordelijkheid dragen bij verhuur van hun goed voor activiteiten die de openbare orde verstoren, de netheid aantasten en het imago van het winkelapparaat schaden, reden waarom zij solidair en ondeelbaar gehouden zijn tot betaling van deze belasting.

            De belasting op de nachtwinkels en dagbladhandels met ruime openingsuren heeft als doel enerzijds een bijdrage in de kosten te leveren die gemaakt worden inzake toezicht door politie teneinde alert te zijn voor mogelijke verstoringen van de openbare veiligheid en rust en anderzijds een doordacht lokaal economisch beleid in de handelskernen te voeren. Bijgevolg is het verantwoord/wenselijk om een belasting te heffen op de nachtwinkels en dagbladhandels met ruime openingsuren, zodat op die manier wordt bijgedragen in de gemeentelijke uitgaven. 

            Bij gebrek aan indexeringsclausules in het vorige reglement, wordt het tarief thans naar het huidige niveau van levensduurte gebracht. De bedragen vermeld in dit artikel worden jaarlijks gecumuleerd aangepast door middel van een index met een vaste coëfficiënt van 1,5%.

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het belastingreglement m.b.t. nachtwinkels en dagbladhandels met ruime openingsuren vast te stellen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.  


            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Reinhilde Goossens, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Tegenstanders: Marleen Vos, Joos Wauters
            Onthouders: Jan Van Camp, Peggy Seeuws, Linda Caluwaerts, Erwin Mertens
            Resultaat: Met 23 stemmen voor, 2 stemmen tegen, 4 onthoudingen

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt onderstaand belastingreglement op nachtwinkels en dagbladhandels met ruime openingsuren vast: 

            Artikel 1Overgangsbepaling

            Het raadsbesluit, zoals vastgesteld door de gemeenteraad in vergadering van 16 december 2024 inzake de vaststelling van de belasting op de nachtwinkels voor het aanslagjaar 2025, blijft van toepassing voor de belastbare feiten die zich hebben voorgedaan vóór 1 januari 2026, maar wordt opgeheven voor de belastbare feiten die zich voordoen vanaf 1 januari 2026. 

            Artikel 2Heffingstermijn - belastbaar feit

            Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een belasting gevestigd op nachtwinkels en dagbladhandels met ruime openingsuren gelegen op het grondgebied van de gemeente Puurs-Sint-Amands.

            Artikel 3: Definities

            De definities opgenomen in artikel 2 van het reglement inzake uitbatingsvergunning voor dagbladhandels en nachtwinkels in Puurs-Sint-Amands, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2025, gelden eveneens bij toepassing van dit reglement. 

            Artikel 4: Belastingplichtige

            De belasting is solidair en ondeelbaar verschuldigd door de eigenaar van de handelszaak, de uitbater ervan en de eigenaar van het pand waar de economische activiteit wordt gehouden.

            Artikel 5: Berekeningsgrondslag en tarieven

            De tarieven worden als volgt vastgesteld in euro: 

            Aanslagjaar 2026 2027 2028 2029 2030 2031
            Openingsbelasting 7.500 7.613 7.727 7.843 7.960 8.080
            Jaarlijkse belasting 1.500 1.523 1.545 1.569 1.592 1.616

            De openingsbelasting is verschuldigd bij elke opening of wijziging van uitbating van een nachtwinkel of dagbladhandel met ruime openingsuren.

            De aanslagvoet van de jaarlijkse belasting is verschuldigd per nachtwinkel of dagbladhandel met ruime openingsuren.

            De openingsbelasting en de jaarlijkse belasting zijn ondeelbaar. Zij zijn verschuldigd voor het hele jaar, welke ook de aanvangs- of stopzettingsdatum van de economische activiteit is of de wijziging van uitbating in het jaar.

            De jaarlijkse belasting gaat in volgend op het jaar van inkohiering van de openingsbelasting, of bij gebreke hiervan, vanaf de inwerkingtreding van het huidige belastingreglement.

            Er wordt geen korting of teruggave van de belasting gedaan om welke reden dan ook.

            In geval van een tijdelijke of een definitieve administratieve sluiting van de zaak omwille van een sanctie, opgelegd door daartoe bevoegde overheden, kunnen de belastingplichtigen op geen enkele schadeloosstelling aanspraak maken.

            Elke wijziging of stopzetting van economische activiteit dient onder de verantwoordelijkheid van de belastingplichtigen onmiddellijk en per aangetekend schrijven te worden meegedeeld aan de gemeente.

            Artikel 6: Aangifteplicht en meldingsplicht

            6.1. Aangifteplicht

            De belastingplichtigen, vermeld in artikel 4, zijn ertoe gehouden aangifte te doen bij de opening van de nachtwinkel of dagbladhandel met ruime openingsuren bij de gemeente Puurs-Sint-Amands en dit ten laatste op:

            • 31 juli van het aanslagjaar voor openingen van nieuwe nachtwinkels of dagbladhandels met ruime openingsuren tijdens het eerste helft van het aanslagjaar (1 januari tot en met 30 juni);
            • 31 januari van het jaar dat volgt op het aanslagjaar voor openingen van nieuwe nachtwinkels of dagbladhandels met ruime openingsuren tijdens de tweede helft van het aanslagjaar (1 juli tot en met 31 december);
            De aangifte moet worden ingediend op volgend adres: Forum 6, 2870 Puurs-Sint-Amands of via het e-mailadres  belastingen@puursam.be.

            De aangifte moet worden gedaan op het formulier dat de gemeente ter beschikking stelt van de belastingplichtige. Dit formulier kan zowel fysiek als digitaal worden aangevraagd op bovengenoemd (e-mail)adres of via de gemeentelijke website.

            Als de aangifte verzonden wordt via elektronische weg (met name: per e-mail), geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van de aangifte.

            De aangifte moet alle gegevens bevatten, die noodzakelijk zijn voor de berekening en de controle van de aanslag. 

            6.2. Meldingsplicht:

            De exploitant moet de stopzetting of overdracht onmiddellijk meedelen aan de gemeente, met in desbetreffend geval de gegevens van de overnemer (ondernemingsnummer, commerciële benaming en contactgegevens).

            Artikel 7: Controlemiddelen

            De aangestelde ambtenaren zijn gemachtigd om alle inbreuken op deze verordening vast te stellen.  De door hun opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot het bewijs van het tegendeel.

            Artikel 8: Ambtshalve belasting

            Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan voor de aangiftedatum vermeld in artikel 6.1, kan de gemeente de belasting ambtshalve vestigen, op basis van de gegevens waarover ze beschikt. 

            Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

            De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 kalenderdagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De kennisgeving wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de kennisgeving.

            Artikel 9: Wijze van invordering

            De belasting wordt ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen.

            Artikel 10: Betalingstermijn

            De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

            Artikel 11: Administratieve geldboete

            Voor het niet naleven van de bepalingen van dit belastingreglement of van het Decreet van 30 mei 2008 kan aan de belastingplichtige een administratieve geldboete van 250 euro worden opgelegd, onder andere bij het niet naleven van de meldingsplicht, zoals vermeld in artikel 6.2. van dit belastingreglement.

            Het bedrag van de administratieve boete wordt gelijktijdig en samen met de belasting ingekohierd en ingevorderd.  

            Artikel 12: Verwijzingsregel

            De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

            Artikel 13: Inwerkingtreding en bekendmaking

            Dit belastingreglement werd vastgesteld door de gemeenteraad in vergadering van 15 december 2025, is van toepassing op de belastbare feiten die zich voordoen vanaf 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

          • Reglement inzake de uitbatingsvergunning voor dagbladhandels en nachtwinkels - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            Sinds een wetswijziging van de Wet Openingsuren eind 2023 kunnen lokale besturen op basis van artikel 18 naast nachtwinkels ook dagbladhandels die ruime openingsuren hanteren (open vóór 05u00 en/of na 21u00) onderwerpen aan een voorafgaande vergunning, afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen. Omdat dagbladhandels en nachtwinkels gelijkaardige handelsvormen zijn met mogelijke overlast buiten de reguliere openingsuren, wordt een reglement opgesteld dat beide sectoren aan een vergunningenbeleid onderwerpt. 

            Samen met dit vergunningsreglement zal ook het belastingreglement voor nachtwinkels uitgebreid worden met dagbladhandels met ruime openingsuren.

            Beide reglementen treden in werking op 1 januari 2026.


            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Reinhilde Goossens, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Tegenstanders: Marleen Vos, Joos Wauters
            Onthouders: Jan Van Camp, Peggy Seeuws, Linda Caluwaerts, Erwin Mertens
            Resultaat: Met 23 stemmen voor, 2 stemmen tegen, 4 onthoudingen

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt onderstaand reglement inzake de uitbatingsvergunning voor dagbladhandels en nachtwinkels in Puurs-Sint-Amands vast:

            HOOFDSTUK 1 – DOEL, DEFINITIES EN TOEPASSINGSGEBIED

            Artikel 1. Doel

            Artikel 18 van de Wet betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening van 10 november 2006 (hierna: Wet Openingsuren) biedt lokale besturen de mogelijkheid om een voorafgaande vergunning op te leggen voor nachtwinkels en vestigingseenheden waarvan de hoofdactiviteit bestaat uit de verkoop van kranten, tijdschriften, tabak en rookwaren, telefoonkaarten en producten van de Nationale Loterij en die vóór 05u00 en/of na 21u00 geopend zijn. Deze bepaling biedt de gemeenten ook de mogelijkheid om de vestiging en uitbating, inclusief de openings- en sluitingsuren, van nachtwinkels en dagbladhandels tot een gedeelte van het grondgebied van de gemeente te beperken, zonder dat dit kan leiden tot een algemeen verbod of een kwantitatieve beperking op dit soort vestigingen op het grondgebied van de gemeente.

            Dit gemeentelijk reglement wordt enerzijds opgesteld met als doel om de openbare orde, openbare veiligheid en openbare rust op het grondgebied van Puurs-Sint-Amands te garanderen en kwetsbare burgers te beschermen en anderzijds om ervoor te zorgen dat nachtwinkels en dagbladhandels de geldende regelgeving en voorwaarden naleven.

            Artikel 2. Definities

            In dit gemeentelijk reglement hebben onderstaande begrippen de ernaast vermelde betekenis:

            Bestaande dagbladhandels: dagbladhandels die reeds open zijn op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit reglement.

            Bestaande nachtwinkels: nachtwinkels die reeds open zijn op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit reglement.

            Dagbladhandel: een vestigingseenheid waarvan de hoofdactiviteit de verkoop van kranten, tijdschriften, tabak en rookwaren, telefoonkaarten en producten van de Nationale Loterij uitmaakt met openingsuren vóór 05u00 en/of na 21u00. Er is sprake van een hoofdactiviteit indien de verkoop van de productgroep die de hoofdactiviteit uitmaakt minstens 50% van het jaarlijkse zakencijfer vertegenwoordigt.

            Feitelijke verantwoordelijke: de natuurlijke persoon die voor rekening en risico van de uitbater de dagbladhandel of nachtwinkel uitbaat.

            Nachtwinkel: een vestigingseenheid waarvan de netto verkoopoppervlakte niet groter dan 150 m² is, die ingeschreven is in de KBO uitsluitend onder de rubriek “verkoop van algemene voedingswaren en huishoudelijke artikelen” en die op een duidelijke en permanente manier de vermelding “nachtwinkel” draagt.

            Nieuw te openen dagbladhandels of nieuw te openen nachtwinkels: dagbladhandels of nachtwinkels die nog niet open zijn op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit reglement.

            Uitbater: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon voor wiens rekening en risico de dagbladhandel of nachtwinkel wordt uitgebaat.

            Uitbatingsvergunning: een voorafgaande vergunning voor het vestigen en uitbaten van een dagbladhandel of nachtwinkel, verleend door het college van burgemeester en schepenen nadat voldaan is aan vestigings- en uitbatingsvoorwaarden.

            Vestiging(seenheid): een plaats die men geografisch gezien kan identificeren door een adres, die voor de consument toegankelijk is en waar activiteiten waarop de Wet Openingsuren van toepassing is, uitgeoefend (zullen) worden.

            Artikel 3. Toepassingsgebied

            §1. Dit gemeentelijk reglement is van toepassing op alle nieuw te openen en bestaande vestigingseenheden op het grondgebied van de gemeente Puurs-Sint-Amands die vallen onder de definitie “dagbladhandel” of “nachtwinkel”, zoals geformuleerd in artikel 2.

            §2. Voor bestaande dagbladhandels en nachtwinkels gelden overgangsbepalingen vermeld in artikel 10 van dit reglement.

            HOOFDSTUK 2 – UITBATINGSVERGUNNING

            Artikel 4. Algemene voorwaarden van de uitbatingsvergunning

            §1. Een uitbatingsvergunning is verplicht voor alle dagbladhandels met ruime openingsuren (vóór 05u00 en/of na 21u00) en alle nachtwinkels op het grondgebied van de gemeente Puurs-Sint-Amands.

            §2. Voor het verkrijgen van een uitbatingsvergunning dient de (toekomstige) uitbater een schriftelijke aanvraag in bij het college van burgemeester en schepenen, via de wijze zoals bepaald op de gemeentelijke website.

            §3. Het is niet toegelaten een dagbladhandel met ruime openingsuren of nachtwinkel uit te baten zonder geldige uitbatingsvergunning.

            Artikel 5. Aanvraag van de uitbatingsvergunning

            §1. De aanvraag moet minstens volgende zaken bevatten en de meest actuele versie zijn van:

            5.1.1. Voor nieuw te openen vestigingen:

            • de naam en persoonlijke gegevens van de aanvrager;
            • een lijst van alle personen die belast zullen zijn met de uitbating (de uitbater(s), de bestuurder(s) en de feitelijk verantwoordelijke(n)), inclusief voor elke persoon
              • de naam en persoonlijke gegevens;
              • het bewijs dat hij/zij geregistreerd is in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO);
              • een uittreksel uit het strafregister van het land van de woonplaats of een hieraan gelijkwaardig document, desgevallend behoorlijk beëdigd vertaald;
            • een kopie van de identiteitskaart van de uitbater(s);
            • de locatie en het adres waarvoor een vergunning voor de vestiging wordt aangevraagd;
            • een bewijs van inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) met een ondernemingsnummer uitgereikt door een ondernemingsloket;
            • een bewijs van inschrijving bij de BTW-administratie en eventueel bij de RSZ-administratie;
            • het attest van de Fiscale administratie waaruit blijkt dat de betrokkene geen uitstaande schulden heeft bij die administratie waarvoor de betalingstermijn verstreken is;
            • het attest van de RSZ-administratie waaruit blijkt dat de betrokkene geen uitstaande schulden heeft bij die administratie waarvoor de betalingstermijn verstreken is. Het attest moet zowel op personeel onder het zelfstandigenstatuut als op eventuele loontrekkenden betrekking hebben;
              • een plan van de toekomstige vestiging met afmetingen waarop de inrichting van de verkoopsruimte met locatie van de productcategorieën en toog vermeld staan;
              • een algemene opsomming van de productcategorieën die zullen worden aangeboden.

            Bijkomend aan te leveren enkel voor dagbladhandels:

            • een kopie/foto van de overeenkomst met een persleverancier (bv. AMP);
              • de intentie om al dan niet weddenschappen aan te bieden in de dagbladhandel en (indien van toepassing) de desbetreffende aanvraag voor een vergunning F2.

            5.1.2. Voor bestaande vestigingen:

            • de naam en persoonlijke gegevens van de aanvrager;
            • een lijst van alle personen die belast zullen zijn met de uitbating (de uitbater(s), de bestuurder(s) en de feitelijk verantwoordelijke(n)), inclusief voor elke persoon
              • de naam en persoonlijke gegevens;
              • het bewijs dat hij/zij geregistreerd is in de kruispuntbank van ondernemingen;
              • een uittreksel uit het strafregister van het land van de woonplaats of een hieraan gelijkwaardig document, desgevallend behoorlijk beëdigd vertaald;
            • een kopie van de identiteitskaart van de uitbater(s);
            • de locatie en het adres waarvoor een vergunning voor een dagbladhandel wordt aangevraagd;
            • een bewijs van inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) met een ondernemingsnummer uitgereikt door een ondernemingsloket;
            • een bewijs van inschrijving bij de BTW-administratie en eventueel bij de RSZ-administratie;
            • het attest van de Fiscale en BTW-administratie waaruit blijkt dat de betrokkene geen uitstaande schulden heeft bij die administratie waarvoor de betalingstermijn verstreken is;
            • het attest van de RSZ-administratie waaruit blijkt dat de betrokkene geen uitstaande schulden heeft bij die administratie waarvoor de betalingstermijn verstreken is. Het attest moet zowel op personeel onder het zelfstandigenstatuut als op eventuele loontrekkenden betrekking hebben;
              • een plan van de vestiging met afmetingen waarop de inrichting van de verkoopsruimte met locatie van de productcategorieën en toog vermeld staan;
              • een recente foto van de volledige voorgevel van de inrichting;
              • recente overzichtsfoto’s van de volledige binnenruimte;
              • recente foto's van andere te koop aangeboden goederen;

            Bijkomend aan te leveren voor dagbladhandels:

            • een kopie/foto van de overeenkomst met een persleverancier (bv. AMP);
            • de laatste 3 facturen van de persleverancier;
            • een kopie van de vergunning F2 (indien van toepassing);
            • een recente overzichtsfoto van het deel van de inrichting waar de wedtoestellen staan (indien van toepassing);
            • een duidelijke foto van de wedtoestellen (indien van toepassing);
            • recente foto's van alle reclame aangaande weddenschappen aangebracht binnen en buiten aan de inrichting.

            §2. Indien het voor de aanvrager niet mogelijk is om bovenstaande elementen bij de aanvraag te voegen, moet dit duidelijk worden gemotiveerd.

            §3. De aanvraag wordt onontvankelijk verklaard indien blijkt dat de aanvraag onvoldoende informatie bevat. De aanvraag is onvolledig wanneer de documenten en gegevens vermeld in het aanvraagformulier en in artikel 5 van dit reglement ontbreken. Zo nodig worden ontbrekende stukken opgevraagd. De aanvrager krijgt vanaf kennisgeving van de vaststelling dat de aanvraag onvolledig is 15 werkdagen de tijd om de ontbrekende gegevens en documenten in te dienen. Zo niet, wordt de aanvraag onontvankelijk verklaard.

            Artikel 6. Voorwaarden voor het bekomen van de uitbatingsvergunning

            §1. De uitbatingsvergunning wordt verleend door het college van burgemeester en schepenen en kan enkel worden verleend als de vestigingseenheid en uitbater aan volgende cumulatieve voorwaarden voldoen:

            6.1.1. De ruimtelijke ligging van de vestigingseenheid

            Op minder dan 500m van de vestiging mag zich geen andere dagbladhandel met ruime openingsuren (vóór 05u00 en/of na 21u00), openbare drankgelegenheid, nachtwinkel of privaat bureau voor telecommunicatie bevinden. Deze afstand wordt in rechte lijn gemeten vanaf het midden van de toegangsdeur van de vestigingen.

            6.1.2. Stedenbouwkundige conformiteit

            De vestigingseenheid moet beschikken over de benodigde stedenbouwkundige vergunning en in overeenstemming zijn met de geldende stedenbouwkundige voorschriften. Om dit te kunnen bepalen wordt door de gemeente een onderzoek uitgevoerd naar de stedenbouwkundige conformiteit.

            6.1.3. De handhaving van de openbare orde

            Onverminderd 6.1.1. en 6.1.2. geldt voor het hele grondgebied dat de vestiging van dagbladhandels met ruime openingsuren of nachtwinkels de sociale en ruimtelijke draagkracht van het gebied niet mag overschrijden. Hiervoor baseert het college van burgemeester en schepenen zich op een advies van de politiediensten en de mobiliteitsdienst van de gemeente met betrekking tot de mogelijke verstoring van de openbare orde, veiligheid en rust, met bijzondere aandacht voor parkeermogelijkheden in de buurt van de vestiging.

            Specifiek voor dagbladhandels:

            6.1.4. De hoofdactiviteit van de vestiging

            De verkoop van kranten, tijdschriften, tabak en rookwaren, telefoonkaarten en producten van de Nationale Loterij moet de hoofdactiviteit zijn van de vestiging. Er is sprake van een hoofdactiviteit indien de samengetelde verkoop van deze productgroepen minstens 50% van de jaarlijkse omzet vertegenwoordigt.

            6.1.5. Weddenschappen als nevenactiviteit

            Voor dagbladhandels die naast hun hoofdactiviteit weddenschappen (zullen) aanbieden als nevenactiviteit, gelden de voorwaarden zoals bepaald in het Koninklijk besluit van 17 februari 2022 tot vaststelling van de omschrijving van de nevenactiviteit uitgeoefend door boekhandelaars. Deze dagbladhandels dienen in het bezit te zijn van een geldige F2-vergunning.

            §2. De uitbatingsvergunning kan enkel worden verleend na een administratief onderzoek dat de volgende componenten bevat:

            6.2.1. Een financieel onderzoek

            Een onderzoek naar de nog openstaande schulden van gemeentefacturen en naar de eventuele fiscale en sociale schulden van de aanvrager die betrekking hebben op de vestigingseenheid en de uitbater. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de financiële dienst van de gemeente. Voor wat betreft de BTW, belastingen en RSZ dient de aanvrager geldige en actuele attesten van de betrokken diensten toe te voegen zoals bepaald in artikel 5 van dit reglement.

            6.2.2. Een moraliteitsonderzoek

            Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de lokale politie en bestaat uit:

            • Een onderzoek naar vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, of eenvoudige schuldverklaring, voor inbreuken op de regelgeving inzake de verkoop van alcohol en tabaksproducten ten aanzien van een persoon jonger dan 18 jaar;
            • Een onderzoek naar recente – tijdens de drie voorgaande jaren - vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, of eenvoudige schuldverklaring, voor inbreuken op de wet op het racisme en/of de xenofobie en/of tegen de drugswetgeving en/of wegens daden van weerspannigheid ten overstaan van politie of andere overheidsdiensten;
            • Een onderzoek of er ernstige aanwijzingen zijn van fraude;
            • Een onderzoek of er ernstige aanwijzingen voorhanden zijn dat in de private doch voor het publiek toegankelijke plaats, herhaaldelijk illegale activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op de verkoop, de aflevering of het vergemakkelijken van het gebruik van gifstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, psychotrope stoffen, antiseptica of stoffen die gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, waardoor de openbare veiligheid en rust in het gedrang komt;
            • Een onderzoek naar vaststellingen van en veroordelingen voor inbreuken op wettelijke verplichtingen die verband houden of naar aanleiding van de uitbating zoals: de persoonsgebonden beroepsuitoefeningsvoorwaarden (o.a. leeftijd, verblijfskaart, beroepskaart, leurkaart, arbeidskaart), administratieve verplichtingen ten overstaan van de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO), sociaal- en arbeidsrechtelijke verplichtingen van de personen die op enigerlei wijze deelnemen aan de uitbating (o.a. aangifte en bijdrageplicht sociale zekerheid), de regelgeving met betrekking tot de openingsuren, de voedselveiligheid, het rookverbod
              • Een onderzoek naar vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, of eenvoudige schuldverklaring, voor inbreuken op de kansspelwetgeving.

            6.2.3. Een brandveiligheidsonderzoek

            Een onderzoek naar de naleving van de brandveiligheidsvoorschriften van de vestiging zoals omschreven in de Politieverordening Hulpverleningszone Rivierenland houdende maatregelen tot het voorkomen en bestrijden van brand in publiek toegankelijke inrichtingen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de brandweerzone.

            §3. Het administratief onderzoek vermeld in §2 wordt uitgevoerd op de publiek toegankelijke plaats, de uitbater, de organen en/of feitelijke vertegenwoordigers van de uitbater en kan uitgebreid worden tot alle natuurlijke personen die betrokken zijn bij de uitbating.

            De betrokkene dient actief zijn medewerking te verlenen aan het onderzoek en alle gevraagde stukken op eerste verzoek over te maken, dit op straffe van weigering van de vergunning.

            Het onderzoek wordt verricht door de daartoe bevoegde (gemeentelijke) diensten, de politiediensten en brandweerzone. Het college van burgemeester en schepenen beslist discretionair of het resultaat van de onderzoeken zwaarwichtig genoeg is om de uitbatingsvergunning al dan niet te weigeren, waarbij zij steeds het gevaar voor de openbare orde voor ogen zal houden.

            Artikel 7. Geldigheid van de uitbatingsvergunning

            §1. De eerste uitbatingsvergunning voor een dagbladhandel of nachtwinkel is geldig voor een periode van twee jaar, te rekenen vanaf de datum van ondertekening, en wordt beschouwd als een tijdelijke uitbatingsvergunning. Ten vroegste zes maanden voor afloop van deze periode kan de uitbater een definitieve uitbatingsvergunning aanvragen bij het college van burgemeester en schepenen.

            §2. De definitieve uitbatingsvergunning is geldig voor onbepaalde duur te rekenen vanaf de datum van ondertekening.

            §3. De uitbatingsvergunning wordt afgeleverd aan een uitbater voor een welbepaalde vestigingseenheid en kan niet worden overgedragen aan een andere uitbater of naar een andere vestigingseenheid.

            §4. De uitbatingsvergunning voor een dagbladhandel staat de uitbater toe de dagbladhandel te openen tussen 05u00 en 23u00.

            §5. De uitbatingsvergunning voor een nachtwinkel staat de uitbater toe de nachtwinkel te openen tussen 18u00 en 01u00 van zondag tot en met donderdag en van 18u00 tot 02u00 op vrijdag en zaterdag.

            §6. Het college van burgemeester en schepenen kan beslissen om in de uitbatingsvergunning bijzondere voorwaarden op te leggen, afhankelijk van specifieke omstandigheden.

            Artikel 8. Weigering en verval van de uitbatingsvergunning

            §1. De uitbatingsvergunning wordt geweigerd wanneer blijkt dat aan minstens één van de voorwaarden in artikel 6 niet werd voldaan.

            §2. De uitbatingsvergunning vervalt van rechtswege:

            • bij wijziging van de uitbater;
              • op het moment dat de dagbladhandel voor een periode van langer dan zes maanden onafgebroken niet wordt uitgebaat;
              • in geval van faillissement, vereffening, gerechtelijk akkoord of iedere andere vorm van collectieve schuldenregeling;
              • in geval van een veroordeling tot gerechtelijke sluiting;
              • in geval van een gerechtelijk beroepsverbod voor de uitbater, een rechtspersoon of één van zijn organen;
              • in geval van ontbinding van de rechtspersoon;
              • in geval van schrapping of stopzetting van de uitbater of van de betrokken vestiging die blijkt uit de gegevens van de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO);
              • wanneer de handelsruimte een functiewijziging ondergaat en/of wanneer de bedrijfsactiviteit die er wordt uitgevoerd geen dagbladhandel meer is;
              • bij wijzigingen aan het pand waarvoor, volgens de Politieverordening houdende maatregelen tot het voorkomen en bestrijden van brand in publiek toegankelijke inrichtingen, een nieuw PTI-verslag vereist is.

            §3. Een nieuwe aanvraag van dezelfde uitbater, voor dezelfde plaats en voor dezelfde soort inrichting, volgend op een geweigerde aanvraag, kan ten vroegste zes maanden na de datum vermeld in de weigeringsbeslissing worden ingediend, op straffe van onontvankelijkheid.

            HOOFDSTUK 3 – BEOORDELING VAN DE AANVRAGEN

            Artikel 9. Beslissing

            §1. Binnen een termijn van drie maanden na ontvangst van het volledige aanvraagdossier wordt een beslissing genomen omtrent de aanvraag van een uitbatingsvergunning. Indien gerechtvaardigd door de complexiteit van het dossier, mag deze termijn eenmaal worden verlengd met een termijn van drie maanden.

            §2. Indien er binnen die termijn geen beslissing wordt genomen, wordt de vergunning geacht te zijn geweigerd.

            HOOFDSTUK 4 – OVERGANGSBEPALINGEN

            Artikel 10. Overgangsbepalingen voor bestaande dagbladhandels en nachtwinkels

            §1. Uitbaters van bestaande dagbladhandels of nachtwinkels hebben een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf de inwerkingtreding van dit reglement, om hun aanvraag voor een uitbatingsvergunning in te dienen.

            §2. Gedurende de periode waarin de aanvraag wordt onderzocht, zijn deze dagbladhandels of nachtwinkels vrijgesteld van de verplichting om een uitbatingsvergunning te hebben.

            §3. Bestaande dagbladhandels en nachtwinkels dienen aan de voorwaarden opgenomen in artikel 6 van dit reglement te voldoen, met uitzondering van punt 6.1.1. over de ruimtelijke ligging van de vestiging.

            §4. Vestiging van een dagbladhandel of nachtwinkel blijft steeds mogelijk op volgende adressen ongeacht de voorwaarden opgenomen in punt 6.1.1.:

            Voor nachtwinkels:

            -            Stationsstraat 46, 2870 Puurs-Sint-Amands

            Voor dagbladhandels:

            -            Winkelstraat 63, 2870 Puurs-Sint-Amands

            HOOFDSTUK 5 – SANCTIES EN BESTUURLIJKE POLITIEMAATREGELEN

            Artikel 11. Sancties

            §1. Overeenkomstig artikel 18 §3 van Wet Openingsuren kan de burgemeester de sluiting bevelen van de dagbladhandels of nachtwinkels die worden uitgebaat in overtreding met onderhavig reglement of in overtreding met een beslissing van het college van burgemeester en schepenen genomen in uitvoering van dit reglement.

            §2. Overeenkomstig artikel 133ter van de Nieuwe Gemeentewet kan de burgemeester een inrichting bestuurlijk laten verzegelen wanneer het college van burgemeester en schepenen of de burgemeester de inrichting sluit of heeft gesloten. De burgemeester kan eveneens een bestuurlijke dwangsom opleggen wanneer het college van burgemeester en schepenen of de burgemeester een maatregel van bestuurlijke politie oplegt of heeft opgelegd.

            §3. Onverminderd de voorwaarden vermeld in dit reglement dient de uitbater van een dagbladhandel of nachtwinkel steeds alle reglementen, verordeningen, besluiten en wetten die van toepassing zijn op dergelijke inrichting te respecteren. De overtreding van deze reglementen, verordeningen, besluiten of wetten door de uitbater worden gezien als een uitbating in overtreding op huidig reglement op grond waarvan de burgemeester overeenkomstig artikel 18 §3 van de Wet Openingsuren de sluiting van de dagbladhandel of nachtwinkel kan bevelen.

            §4. Voor zover wetten, decreten, besluiten, algemene of provinciale verordeningen niet in andere straffen voorzien, worden de inbreuken op de bepalingen van dit reglement bestraft met volgende administratieve sancties, overeenkomstig de bepalingen van de Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties:

            • Een administratieve geldboete van maximaal 500 euro;
            • Een administratieve schorsing van de uitbatingsvergunning;
            • Een administratieve opheffing van de uitbatingsvergunning;
              • Een tijdelijke of definitieve administratieve sluiting van de inrichting.

            §5. Aan de sancties van een administratieve schorsing van de uitbatingsvergunning, opheffing van de uitbatingsvergunning of sluiting van de inrichting, die opgelegd worden door het college van burgemeester en schepenen, gaat een waarschuwing aan de overtreder vooraf. De sancties opgelegd door het college van burgemeester en schepenen worden met een aangetekende brief tegen ontvangstbewijs ter kennis gebracht aan de overtreder.

            §6. Het niet naleven van een administratieve sanctie van het college van burgemeester en schepenen wordt bestraft met één van de hierboven voorziene administratieve sancties.

            §7. Onverminderd het voorgaande, kan de politie bij vaststelling van uitbating zonder uitbatingsvergunning de publiek toegankelijke inrichting onmiddellijk en ter plaatse sluiten.

            HOOFDSTUK 6 - SLOTBEPALINGEN

            Artikel 12. Inwerkingtreding en bekendmaking

            §1. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026. De modaliteiten in dit reglement worden op regelmatige basis geëvalueerd en aangepast aan eventuele wetswijzigingen.

            §2. De huidige bepalingen rond nachtwinkels, opgenomen onder Hoofdstuk 5 van de Algemene Bestuurlijke Politieverordening Puurs-Sint-Amands, worden opgeheven met ingang van dit reglement.

            §3. Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van artikel 287 van het decreet lokaal bestuur.

            §4. Afschrift van dit reglement zal, conform artikel 40§3 van het decreet lokaal bestuur worden verzonden aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en aan die van de politierechtbank van Mechelen.

      • Retributies

        • Werken

          • Retributiereglement inname openbare ruimte bij privatief gebruik - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            De gemeenteraad van 19 december 2022 heeft het belastingreglement inname van openbaar domein in geval van tijdelijk privatief gebruik vastgesteld voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2025.  

            Aangezien alle innames van de openbare ruimte vervat zitten in een retributiereglement wordt voorgesteld om dit belastingreglement om te vormen naar een retributiereglement.

            Het innemen van de openbare ruimte vergt inspanningen van de gemeentelijke diensten en de politiediensten. Zo wordt onder andere nagekeken of deze inname hinderlijk is voor de mobiliteit. Wanneer dit zo is, worden er maatregelen genomen. Er dient opgevolgd te worden of de inname van de openbare ruimte gebeurt volgens de afspraken. 

            Inname van de openbare ruimte zorgt voor overlast. Daarom is het aangewezen dat de gemeente een retributie heft op de inneming van de openbare ruimte enerzijds om de kosten inzake administratie en toezicht minstens gedeeltelijk te drukken en anderzijds om deze inname in tijd en ruimte te beperken en op die manier de overlast tot een minimum te herleiden.  

            De burger doet zijn aanvraag via het vergunningsplatform Eaglebe. Na aanvraag van de periode van inname zal een vergunning worden verstrekt en dient tot betaling overgegaan te worden. Dit reglement is uitgewerkt om de verwerking via Eaglebe te ondersteunen. Teneinde de tijdige en correcte verwerking mogelijk te maken, zijn enkele termijnen noodzakelijk, zoals bepaald in het reglement inname openbare ruimte in geval van privatief gebruik.

            De retributie is verschuldigd op de periode vermeld in de vergunning en niet op de werkelijke inname. Dit is om praktische redenen noodzakelijk en om omwille van controleerbaarheid. De enige afwijking hierop is het verschuiven van de vergunde periode en dan enkel wanneer de afwijking tijdig werd doorgegeven. 

            De tarieven worden verdubbeld wanneer er geen vergunning of verlenging van de vergunning werd aangevraagd. Bij afwezigheid van een aanvraag, kan het bestuur de impact van deze inname niet vooraf inschatten op overlast en kunnen er ook geen maatregelen worden genomen. De vaststelling van een niet vergunde inname van de openbare ruimte zorgt ervoor dat er onmiddellijk dient te worden opgetreden. De inname van de openbare ruimte kan namelijk zorgen voor een hinderlijke en soms zelfs een gevaarlijke impact op de mobiliteit en/of omgeving. Wanneer er geen verschil zou zijn tussen het vooraf aanvragen en het niet vooraf aanvragen, is de kans reëel dat sommige personen geen vergunning zullen aanvragen, de openbare ruimte innemen en een afwachtende houding aannemen. Het niet vooraf aanvragen zorgt voor hogere inspanningen van het bestuur, waardoor een hogere vergoeding aangewezen is.  

            Om het retributiereglement praktisch te houden, wordt de inname van de openbare ruimte voor één dag vrijgesteld van retributie en de aanvraag dient ook via het platform te gebeuren. Zo is de gemeente op de hoogte van de inname omwille van eventuele conflicten met andere innames, kan deze bijgestuurd worden omwille van veiligheidsredenen en kan de te plaatsen signalisatie opgelegd worden. Het is immers wettelijk verplicht om bij een inname van de openbare ruimte de juiste verkeersborden te voorzien om de veiligheid van alle weggebruikers te garanderen.

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd dit retributiereglement vast te stellen voor de aanvragen inname openbare ruimte die worden ingediend met ingang van 1 januari 2026.


            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Reinhilde Goossens, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Eva Peleman, Jelien De Laet
            Onthouders: Jan Van Camp, Peggy Seeuws, Linda Caluwaerts, Jorden Dewachter, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Resultaat: Met 20 stemmen voor, 9 onthoudingen

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt onderstaand retributiereglement inzake inname openbare ruimte in geval van tijdelijk privatief gebruik vast:

            Artikel 1: Opheffing  

            Het raadsbesluit van 19 december 2022, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Puurs-Sint-Amands inzake de vaststelling van belastingen inname openbaar domein in geval van tijdelijk privatief gebruik wordt blijft van toepassing voor aanvragen die werden ingediend vóór 1 januari 2026, maar wordt opgeheven voor aanvragen die worden ingediend vanaf 1 januari 2026.  

            Artikel 2: Definities 

            Voor de definities wordt verwezen naar het reglement inname openbare ruimte in geval van tijdelijk privatief gebruik, zoals vastgesteld door de gemeenteraad in vergadering van 15 december 2025.

            Artikel 3: Heffingstermijn - belastbaar feit 

            Voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een retributie gevestigd op de aanvragen met betrekking tot de inname van de openbare ruimte in geval van tijdelijk privatief gebruik ten laste van diegenen die een deel van de openbare ruimte afsluiten of laten afsluiten en die deze inname niet op een andere manier dienen te betalen.

            Artikel 4: Retributieplichtige 

            De retributie is verschuldigd door de rechtspersoon of natuurlijke persoon die een aanvraag indient vanaf 1 januari 2026 voor een vergunning voor de inname van de openbare ruimte of een verlenging aanvraagt van een vergunning voor de inname van de openbare ruimte.  Indien de aanvrager van de vergunning een derde partij aanduidt om in zijn plaats de retributie te voldoen, moet het schriftelijk akkoord van deze derde partij worden toegevoegd bij de indiening van het werfsignalisatiedossier. De aanvrager en de door hem aangeduide partij zijn hoofdelijk en ondeelbaar gehouden tot het betalen van de retributie. Indien geen aanvraag werd ingediend, zal de retributie ambtshalve gevestigd worden lastens de rechtspersoon of natuurlijke persoon die de openbare ruimte inneemt en als deze niet gekend is, lastens de eigenaar(s) van het perceel waar de werken worden uitgevoerd. 

            De bouwheer is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de retributie.

            Artikel 5: Tarieven 

            De retributies wordt als volgt vastgesteld: 

            5.1. Gewone procedure:

            • inname van de openbare ruimte vanaf de tweede dag: 0,50 euro/m² per dag;
            • voor het afsluiten van de openbare ruimte waardoor er geen doorgaand vervoer mogelijk is of de openbare ruimte niet bereikbaar is, komt er 50 euro per dag bij dat er geen doorgaand verkeer mogelijk is of de openbare ruimte niet bereikbaar is. Dit tarief is van toepassing vanaf dag 1.
            • de tarieven worden verdubbeld wanneer er vooraf geen aanvraag werd gedaan voor de inname van het openbaar domein;
            • de retributie wordt gebaseerd op het aantal aangevraagde dagen. Terugbetaling van de retributie in verhouding tot het aantal niet gebruikte dagen is niet mogelijk. 
            • een deel van een dag wordt als volledige dag beschouwd. 
            5.2. Spoedprocedure :
            • Bij beperkte impact (5 tot 2 werkdagen vóór inname): 30 euro per aanvraag;
            • Bij grote impact (20 tot 5 werkdagen voor de inname): 100 euro per aanvraag;
            Artikel 6: Vrijstelling 

            Van de retributie worden vrijgesteld:   

            • het oprichten of verbouwen van woongelegenheden door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen of haar gewestelijke en/of plaatselijke bouwmaatschappijen;
            • het herbouwen van door brand of natuurramp vernielde of beschadigde gebouwen;
            • werken uitgevoerd door of in opdracht van openbare besturen, en daarmee gelijkgestelde instellingen, en de werken van water-, gas- of elektriciteitsmaatschappijen;
            • werken uitgevoerd door scholen en vzw’s uit de non-profit-sector;
            • terrassen voor horeca;
            In bovenstaande gevallen dient, ondanks de vrijstelling, wel de aanvraag van inname te gebeuren volgens artikel 5.1 van het reglement inname openbare ruimte in geval van tijdelijk privaat gebruik, zoals vastgesteld door de gemeenteraad.

            De voertuigen, waarvoor een retributie werd betaald overeenkomstig dit reglement worden niet meer aangesproken in het kader van de retributiereglementen op het betalend parkeren of het parkeren in zones met een beperkte parkeertijd, mits het zichtbaar aanbrengen van hun vergunning. 

            Artikel 7: Wijze van inning  

            De retributies worden geïnd door betaling via het platform (Eaglebe) of door middel van een factuur, indien de aanvrager niet beschikt over de mogelijkheid om digitaal te betalen.

            Artikel 8: Invordering 

            Bij gebrek aan betaling in der minne, zal de retributie burgerrechtelijk ingevorderd worden voor wat betreft het betwiste gedeelte. De invordering van het niet-betwist gedeelte zal door middel van een dwangbevel, voorzien in artikel 177 van het Decreet over het lokaal bestuur, geschieden.  

            Artikel 9: Inwerkingtreding en bekendmaking

            Dit retributiereglement werd vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2025, treedt in werking op 1 januari 2026 wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285 tot en met 288 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. 

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.  

          • Reglement inname openbare ruimte in geval van tijdelijk privaat gebruik - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            De gemeenteraad heeft in vergadering van 19 december 2022 het reglement inname openbare ruimte in geval van tijdelijk privaat gebruik vastgesteld met ingang van 23 december 2022.

            Kleine wijzigingen aan dit reglement dringen zich op. 

            De gemeente Puurs-Sint-Amands wordt dagelijks geconfronteerd met privatieve innames van de openbare ruimte.

            Om deze innames te kunnen toestaan, is er een reglementering nodig, zodat diegene die een inname wenst aan te vragen weet aan welke voorwaarden hij zich moet houden. 

            Tevens werd een aanvraagprocedure uitgewerkt, waarbij er onderscheid wordt gemaakt tussen een gewone en een spoedprocedure.  

            Een spoedprocedure biedt de mogelijkheid om sneller een vergunning te verkrijgen dan de gebruikelijke termijnen zijnde 5 werkdagen voor innames met een beperkte impact en 20 werkdagen bij innames met een grote impact.  

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het reglement m.b.t. de inname openbare ruimte in geval van tijdelijk privatief gebruik opnieuw vast te stellen met ingang van 1 januari 2026. 

            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Reinhilde Goossens, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Eva Peleman, Jelien De Laet
            Onthouders: Jan Van Camp, Peggy Seeuws, Linda Caluwaerts, Jorden Dewachter, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Resultaat: Met 20 stemmen voor, 9 onthoudingen

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt onderstaand reglement m.b.t. de inname openbare ruimte in geval van tijdelijk privaat gebruik vast: 

            Artikel 1. Doel

            Dit reglement heeft tot doel een regeling vast te leggen voor de inname van de openbare ruimte omwille van o.a. bouw- en verbouwingswerken, verhuizingen, terrassen voor horeca,….  De gemeente Puurs-Sint-Amands wordt immers dagelijks geconfronteerd met privatieve innames van de openbare ruimte. Om deze innames te kunnen toestaan, is er een reglementering nodig, zodat diegene die een inname wenst aan te vragen weet waaraan hij zich moet houden en waarbij een aantal voorwaarden voor de innames worden vastgelegd.

            Artikel 2. Definities

            In dit reglement hebben de onderstaande begrippen de ernaast vermelde betekenis:

            Openbare ruimte: alle goederen in het bezit van een openbaar rechtspersoon, beheerd door een bestuurlijke overheid en toegankelijk voor het publiek, zoals bv. voet- en fietspaden, parkeerruimte, al dan niet afgebakend en de groene ruimten, wandelpaden, parken, pleinen en alle stukken van de openbare ruimte buiten de openbare weg.

            Inname: elk privatief gebruik van de openbare ruimte ongeacht of dit gebruik onderworpen is aan een toelating of een vergunning wat de reden is van het gebruik of de wijze van het gebruik. Het gebruik kan zowel betrekking hebben op het domein onder, op en boven de begane grond.   

            Inname met beperkte impact: innames met beperkte impact van de openbare ruimte (op voetpad, fietspad of rijbaan) die gepaard gaan met de inname op of naast de openbare ruimte door (niet-limitatieve opsomming):

            -          een container die geen deel uitmaakt van een werfzone, m.u.v. een bureelcontainer;

            -          een stelling;

            -          een puinvuilzak;

            -          een verhuis met of zonder ladderlift;

            -          ceremoniewagens voor feestelijkheden;

            -          tijdelijke laad- en loszone;

            -          kleine werken van de gemeente en nutsmaatschappijen beperkt in tijd en omvang;

            -          mobiele werven kleine werken (bestelwagen met atelierruimte)

            -          generator;

            -          andere, …

            Inname met grote impact: dit is elke inname van de openbaar weg (voetpad, fietspad of rijbaan) die gepaard gaat met een inname op of naast de openbare ruimte en die omvangrijker is dan de innames met beperkte impact, met name: (niet-limitatieve opsomming):

            -          bouwwerven en vaste bouwkranen;

            -          heraanleg straten;

            -          infrastructuurwerken;

            -          (seizoensgebonden) terrassen voor horeca;

            Deze inname is mogelijks onderhevig aan bijkomende bepalingen in vigerende reglementen.

            Artikel 3. Doelgroep/toepassingsgebied

            Dit reglement is van toepassing op het grondgebied van de gemeente Puurs-Sint-Amands omwille van (niet-limitatief):

            -          bouw- en verbouwingswerken, meer specifiek containers, kranen, stellingen, …

            -          verhuizingen (liften)

            -          leveringen van grote pakketten

            -          nutswerken in opdracht van de gemeente of een nutsmaatschappij

            -          wegeniswerken

            -          parkeerverboden allerhande

            -          (seizoensgebonden) terrassen voor horeca;

            Dit reglement is niet van toepassing voor doeleinden van commercieel belang in het kader van (niet-limitatief):

            -          spandoeken, aankondigingsborden die een gebeurtenis aankondigen

            -          plaatsen van ceremoniewagens op de openbare weg in geval van begrafenissen

            -          evenementen

            Artikel 4. Voorwaarden

            4.1. M.b.t. de vergunning:

            Het is verboden om de openbare ruimte privaat in gebruik te nemen, tenzij de inname voldoet aan de bepalingen in dit artikel en vergund is.

            De inname mag enkel gebeuren in de periode vastgelegd in de vergunning.  

            De inname kan toegelaten worden op voorwaarde dat volgende bepalingen worden nageleefd:

            -          Hogere regelgeving;

            -          Wegcode;

            -          Gemeentelijke reglementen;

            -          Algemeen Bestuurlijke Politieverordening;

            -          Voorwaarden specifiek bepaald in de vergunning;

            Ingeval het een constructie betreft die een advies of vergunning van een hogere overheid vereist, dient de aanvrager rekening te houden met een bijkomende termijn voor het verkrijgen hiervan.

            De burgemeester kan altijd strengere voorwaarden opleggen of afwijkingen toestaan.

            Indien de inname op of langs een autosnelweg is moet er een vergunning bij het Agentschap Wegen en Verkeer aangevraagd worden.

            De vergunning ‘inname openbare ruimte’ moet ten allen tijde voorgelegd kunnen worden en bij voorkeur zichtbaar aangebracht te worden bij de plaats van inname.

            4.2. M.b.t. veiligheidsvoorwaarden:

            In rangorde mogen deze weggebruikers zo weinig mogelijk hinder ondervinden van de inname:

            -          Hulpdiensten;

            -          Zwakke weggebruiker;

            -          Openbaar vervoer;

            -          Overige weggebruikers;

            Er moet voor voetgangers een obstakelvrije loopweg worden voorzien.

            De inname mag geen hinder vormen voor een vlotte en veilige ontruiming van achterliggende en nabij gelegen gebouwen. Ze mag eveneens geen gevaar opleveren voor personen en de hulpdiensten niet hinderen.

            4.3. Inrichting van de inname:

            De aanvrager zorgt zelf voor het plaatsen en wegnemen van de te plaatsen signalisatie, zoals opgelegd in de vergunning. De signalisatie dient geplaatst te worden minimum 24 uur voor de inname.

            De in te nemen openbare ruimte en de onmiddellijke omgeving worden verondersteld in perfecte staat te zijn bij de aanvang van de inname. Behoudens uitdrukkelijk verzoek van de vergunninghouder wordt voorafgaandelijk geen tegenstelbare plaatsbeschrijving opgemaakt. Bij het einde van de inname kan de gemeente ter plaatse vaststelling doen van eventuele beschadiging of verontreiniging van de ingenomen oppervlakte. In geval van afwijking ten opzichte van de oorspronkelijke toestand is de vergunninghouder er toe gehouden de toegebrachte schade te herstellen of de aanwezige verontreiniging te verwijderen. Gebeurt dit niet, of is dit niet mogelijk, dan zal de herstelling, opkuis gebeuren door de gemeente of derden op kosten van de vergunninghouder.

            Ingeval van innames met grote impact zal de aanvrager de buurt binnen een afstand van 50 meter vanaf de uiterste punten van de inname één week voorafgaand aan de inname per brief op de hoogte brengen van de geplande inname en de eventuele bijhorende hinder. Een kopie van deze brief wordt gelijktijdig per e-mail aan de gemeente bezorgd via mobiliteit@puursam.be.

            Onmiddellijk na het verstrijken van de vergunde termijn, het vervallen, opschorten of intrekken van de vergunning, moeten alle constructies (en signalisatie) volledig worden weggenomen en moet de openbare ruimte onmiddellijk hersteld worden in de staat waarin het zich bevond vóór de inname.

            Wanneer er geen hinder meer is, de inname beëindigd is of de werken afgelopen zijn, dient de signalisatie onmiddellijk weggenomen te worden.

            4.4. M.b.t. standaard oppervlakte:

            Container: 3m x 7m

            Parkeervak: 2,5m x 6m

            4.5. Voorwaarden m.b.t. terrassen voor horeca:

            De aanvrager blijft steeds verantwoordelijk voor ongevallen veroorzaakt door de aanwezigheid van dit terras op de openbare weg.

            De aanvrager is zelf verantwoordelijk voor de uitbating van de terrassen en aansprakelijk voor de eventuele schade aan derden.

            Een veilige en obstakelvrije doorgang voor voetgangers van 1,5 meter moet net zoals de toegang tot de huisdeur van de betroffen woningen of handelszaken steeds gegarandeerd zijn.

            Doorgaand verkeer of de zichtbaarheid voor het verkeer mag niet gehinderd worden door parasols, terrasschermen, e.d.

            In de rijrichting dienen er enkele reflectoren op de terrasconstructies aangebracht te worden om veiligheidsredenen. 

            De betroffen parkeerplaatsen die voor het terras worden gebruikt, worden in deze periode buiten dienst gesteld.

            Het gemeentebestuur kan te allen tijde opdracht geven bij bepaalde evenementen en/of bij overmacht het volledige terras of bepaalde terraselementen te laten verwijderen. Alle elementen van het terras dienen dus makkelijk te demonteren en verwijderen te zijn. 

            In de winter dient de openbare ruimte effectief gebruikt te worden als terras. Het mag geen opslagruimte worden voor materiaal. 

            Het terras mag enkel geplaatst worden op de openbare ruimte of de openbare weg, bij voorkeur voor eigen handelszaak, maar kan indien voldoende gemotiveerd ook op andere locaties.

            M.b.t. inrichting van het terras moet de aanvraag van de vergunning alle uitrustingen zoals daar zijn overdekkingen beplanting, vloeren, tafels, stoelen en ander meubilair, verlichtings- en verwarmingselementen, terrasschermen, … expliciet vermelden.

            Enkel kwaliteitsvolle en duurzame elementen en materialen die esthetisch verantwoord zijn, zijn vergunbaar.

            Volgende zaken mogen nooit op een terras geplaatst worden:

            -          Alle vormen van audio- en visuele toestellen, bijkomend mogen deze audio- en visuele toestellen niet van binnen in de horecazaak gericht worden naar de buiten gelegen terraszone;

            -          Tapinstallaties, braadspitten, BBQ-toestellen, … kortom alle installaties voor het voorbereiden van eten of schenken van dranken;

            -          Kabels en andere nutsvoorzieningen mogen niet lopen op of over de openbare weg of moeten veilig worden opgeborgen.

            Plantenbakken zijn toegelaten op voorwaarde dat ze snel en eenvoudig te verwijderen zijn. 

            Er mag geen verbinding gemaakt worden tussen het terrasscherm en de parasol-luifel.

            De vergunninghouder is verantwoordelijk voor een goed onderhoud van het horecaterras in het algemeen en de constructiedelen in het bijzonder. De gemeente kan niet verantwoordelijk gesteld worden bij ongevallen op het terras.

            Hij is tevens verplicht de onmiddellijke omgeving van het terras rein te houden en de nodige verzekeringen m.b.t. het terras af te sluiten. Een kopie van de polissen wordt door de vergunninghouder bezorgd aan de gemeente via mobiliteit@puursam.be.

            Wanneer de vergunning afgelopen is dient de vergunninghouder het terrasmeubilair te verwijderen en op te bergen op privaat terrein.

            4.6. Betalen van de retributie

            De aanvrager van de vergunning is gehouden de retributie te betalen, zoals bepaald in het retributiereglement inname openbare ruimte in geval van privatief gebruik, zoals vastgesteld door de gemeenteraad.

            Artikel 5. Procedure

            5.1. Aanvraag van een vergunning:

            Elke aanvraag voor een vergunning ‘inname openbare ruimte voor tijdelijk privaat gebruik’ moet door de aanvrager zelf aangevraagd worden bij de gemeente. Een aanvraag m.b.t. beperkte impact dient minimum 5 werkdagen voorafgaand aan de gewenste datum van de inname ingediend te zijn. Van deze termijn kan enkel uitzonderlijk worden afgeweken middels een spoedprocedure en dit ten laatste 2 werkdagen voor de gewenste inname. 

            Aanvragen m.b.t. nutswerken dienen minimum 10 werkdagen voorafgaand aan de gewenste datum van de inname ingediend te zijn.

            Aanvragen die gepaard gaan met grote impact en aanvragen voor horecaterrassen dienen minimum 20 werkdagen voorafgaande aan de gewenste datum van de inname ingediend te zijn. Met uitzondering van de horecaterrassen, kan van deze termijn enkel uitzonderlijk worden afgeweken middels een spoedprocedure en dit ten laatste 5 werkdagen voor de gewenste inname. 

            Elke nieuwe aanvraag gebeurt door middel van het daartoe ter beschikking gesteld digitaal platform.

            Bij de aanvraag van de vergunning voor de inname van het openbaar domein dient men onder andere melding te maken van:

            • de ligging;
            • de in te nemen oppervlakte met opgave van het doel en de duur der inname;
            • de identiteit van de aanvrager;

            De voorziene velden worden behoorlijk ingevuld en de aanvraag is vergezeld van alle nodige stukken zoals:

            • Een signalisatieplan bij grote verkeershinder;
            • Bij innames met grote impact minstens één relevante foto van de in gebruik te nemen oppervlakte;
            • Bij horecaterrassen: beschrijving, foto’s en of tekeningen van alle uitrustingen zoals daar zijn overdekkingen beplanting, vloeren, tafels, stoelen en ander meubilair, verlichtings- en verwarmingselementen, terrasschermen, … ;

            Na het indienen van de aanvraag wordt automatisch een ontvangstbevestiging verzonden naar de aanvrager.

            5.2. Verlenging van een vergunning:

            De aanvraag voor de verlenging van de vergunning kan uitsluitend door de oorspronkelijke aanvrager ingediend worden en dit minstens 5 werkdagen voor het verstrijken van de geldigheidsduur van de verleende vergunning bij innames.

            5.3. De beoordeling van de aanvraag:

            Laattijdige, onvolledige, niet tijdig betaalde of aanvragen die niet ingediend worden via het digitaal platform worden onontvankelijk verklaard.

            Elke aanvraag zal beoordeeld worden en is eventueel onderworpen aan de adviezen van de bevoegde diensten.

            5.4. Afleveren van de vergunning:

            De voorafgaande en schriftelijke vergunning van een inname wordt afgeleverd door de burgemeester voor de aspecten waarvoor hij bevoegd is en door het college van burgemeester en schepenen voor de aspecten waarvoor het college bevoegd is.  

            Na goedkeuring van de aanvraag krijgt een aanvrager een betalingsverzoek toegestuurd.

            Na betaling van de retributie wordt de officiële vergunning op naam van de aanvrager afgeleverd.

            Eens de vergunning werd afgeleverd, doch de inname wordt geannuleerd na de startdatum van de vergunning, zelfs wanneer er van de verleende vergunning geen gebruik wordt gemaakt, wordt de retributie niet meer terugbetaald.

            Artikel 6. Controle, toezicht en sanctie

            6.1. Controle en toezicht:

            Zowel de politie als de bevoegde diensten oefenen toezicht uit op de naleving van huidig reglement en kunnen overtredingen vaststellen.

            Alle innames of verkeersbelemmeringen die in strijd met huidig reglement en de vergunningen werden geplaatst of de veiligheid in het gedrang brengen, moeten op politiebevel of op bevel van de bevoegde diensten onmiddellijk worden verwijderd. Indien aan dit bevel geen gevolg wordt gegeven, zullen zij op kosten en risico van de vergunninghouder, hun eigenaars en/of gebruikers worden weggenomen overeenkomstig het retributiereglement voor de uitvoering van werken door derden. Bijkomend kan een gemeentelijke administratieve sanctie opgelegd worden zoals bepaald in de algemene bestuurlijke politieverordening.

            6.2. Ontbreken van vergunning:

            Bij vaststelling door de gemachtigd ambtenaar van een inname van de openbare ruimte zonder vereiste vergunning, ook al is de inname vergunbaar, zal er een vergunning opgemaakt worden en dit vanaf de vermoedelijke datum van inname.

            Bij vaststelling door een gemachtigd ambtenaar van een inname van de openbare ruimte zonder vergunning, en de inname is niet dadelijk vergunbaar, dient de plaats onmiddellijk in de oorspronkelijke staat hersteld te worden en dit op eerste verzoek van de politie of gemachtigd ambtenaar. Indien de overtreder nalaat dit te doen, zal dit ambtshalve, zonder dat enige ingebrekestelling vereist is, door de gemeente Puurs-Sint-Amands gebeuren. Alle kosten die hieruit voortvloeien, zullen worden teruggevorderd van de overtreder overeenkomstig het retributiereglement voor de uitvoering van werken door derden.  Bijkomend kan een gemeentelijke administratieve sanctie opgelegd worden zoals bepaald in de algemene bestuurlijke politieverordening.

            6.3. Meer-inname:

            Indien de inname een meer-inname betreft, namelijk dat de reëel ingenomen oppervlakte groter is dan de vergunde oppervlakte, en de meer-inname dadelijk vergunbaar is, zal er een bijkomende vergunning aangevraagd worden door de aanvrager vanaf de datum van inname. Indien de meer-inname niet dadelijk vergunbaar is, moet de inname onmiddellijk teruggebracht worden tot de vergunde oppervlakte.

            6.4. Intrekking vergunning:

            De gemeente behoudt zich te allen tijde het recht om een vergunning in te trekken of aan te passen in functie van de concrete situatie en dit zonder dat er aanspraak kan gemaakt worden op de terugbetaling van de retributie of een deel ervan of op enige schadevergoeding van welke aard ook.

            7. Inwerkingtreding en bekendmaking

            Dit reglement werd vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2025, treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. De werking van dit reglement wordt geëvalueerd indien de nood zich voordoet.

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

          • Retributiereglement voor uitvoering van werken voor derden - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            Het retributiereglement voor de uitvoering van werken voor derden, zoals vastgesteld door de gemeenteraad in vergadering van 16 december 2019, neemt een einde op 31 december 2025. Vandaar dat het noodzakelijk is om dit retributiereglement opnieuw vast te stellen voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031. 

            Enkele wijzigingen dringen zich op. 

            Bij gebrek aan indexeringsclausules in het vorige reglement worden de tarieven thans naar het huidige niveau van levensduurte gebracht. Bovendien wordt voorgesteld om vanaf 1 januari 2027 deze tarieven te indexeren. 

            Tot op heden is er een apart retributiereglement voor sluikstorten. Voorgesteld wordt om de tarieven m.b.t. sluikstorten te integreren in dit retributiereglement voor de uitvoering werken voor derden. 

            Bovendien zal het uurloon voor oproepen buiten de werkuren verhoogd worden, indien deze oproepen gebeuren na 22.00u of tijdens het weekend. 

            De gemeente voert geregeld werken uit op de openbare wegenis op verzoek van derden. Voorts doet de gemeente vaak herstellingswerken aan het openbaar domein dat beschadigd werd ingevolge particuliere bouwwerken. Eveneens worden er verkeersmaterialen geplaatst op vraag van derden. Het uitvoeren van deze werkzaamheden veroorzaakt kosten voor de gemeente.

            Een deel van die kosten wordt gerecupereerd door het heffen van retributies op werkzaamheden die worden uitgevoerd in privaat belang van de burger of voor het herstellen van schade aan gemeentelijke eigendommen toegebracht door derden. 

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het retributiereglement voor uitvoering van werken voor derden opnieuw vast te stellen met ingang op 1 januari 2026. 


            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Reinhilde Goossens, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Eva Peleman, Jelien De Laet
            Tegenstanders: Jorden Dewachter, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Onthouders: Jan Van Camp, Peggy Seeuws, Linda Caluwaerts, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens
            Resultaat: Met 20 stemmen voor, 3 stemmen tegen, 6 onthoudingen

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt onderstaand retributiereglement uitvoering werken derden vast:

            Artikel 1: Opheffing

            Het gemeenteraadsbesluit van 16 december 2019 inzake de vaststelling van de retributies voor de uitvoering van werken voor derden wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026. 

            Het gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2019 inzake de vaststelling van de retributies voor sluikstorten wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026. 

            Artikel 2: Heffingstermijn - belastbaar feit 

            Voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031, worden gemeentelijke retributies gevestigd op het uitvoeren door de gemeente van werken aangevraagd door derden (met uitzondering van de werken in het kader van de Algemene Bestuurlijke Politieverordening), eventueel met het oog op het herstellen van schade aan het gemeentelijk patrimonium, veroorzaakt door derden.

            Artikel 3: Retributieplichtige 

            De retributie is verschuldigd door de persoon die de uitvoering van de werken aanvraagt of die verantwoordelijk wordt gesteld voor de schade aan het openbaar domein.

            Artikel 4: Tarieven 

            De retributies worden als volgt vastgesteld:   

            Artikel Benaming eenh. Tarief in euro incl. btw
            1. heraanleg wegen, voet- en fietspaden    
            1.1 kasseien    
            1.1.1 plaatsen kasseien op zand/cement fundering incl. grondwerk 88
            1.1.2 plaatsen kasseien op mager beton fundering incl. grondwerk 88
            1.2 beton en asfalt    
            1.2.1 herstellingswerken beton en asfalt incl. fundering en grondwerk 186
            1.3 betontegels 30/30/6    
            1.3.1 leveren en plaatsen betontegels incl. zand/cement fundering en grondwerk 65
            1.4 betonklinkers 22/11/8    
            1.4.1 leveren en plaatsen betonklinkers op zand/cement incl. fundering en grondwerk 77
            1.4.2 leveren en plaatsen kleiklinkers op zand/cement incl. fundering en grondwerk 98
            1.4.3 leveren en plaatsen betonklinkers op mager beton incl. fundering en grondwerk 77
            1.4.4 (her)plaatsen betonklinkers op zand/cement fundering incl. grondwerk 63
            1.4.5 (her)plaatsen betonklinkers op mager beton fundering incl. grondwerk 63
            1.5 natuursteen    
            1.5.1 afhalen natuursteen (door aannemer of nutsmaatschappij) 170
            1.5.2 leveren en plaatsen (ingieten inbegrepen) 251
            1.6 boordstenen en watergreppels    
            1.6.1 ophalen of verlagen van boordstenen incl. fundering lm 50
            1.6.2 leveren en plaatsen van boordstenen incl. fundering lm 67
            1.6.3 leveren en plaatsen van greppels in prefabbeton incl. fundering lm 67
            1.7 signalisatie en straatmeubilair    
            1.7.1 leveren en plaatsen van standaard vuilbak (plastic) st 151
            1.7.2 leveren en plaatsen van standaard vuilbak (metaal) st 508
            1.7.3 leveren en plaatsen aluminium paal voor vuilbak st 254
            1.7.4 plaatsen of herplaatsen van bestaande vuilbak st 120
            1.7.5 leveren en plaatsen van signalisatiepaal st 184
            1.7.6 leveren en plaatsen verkeersbord (groot) excl. paal st 122
            1.7.7 leveren en plaatsen verkeersbord (klein) excl. paal st 98
            1.7.8 terugplaatsen of verplaatsen van signalisatiebord st 85
            1.7.9 leveren en plaatsen van houten paal (vast) st 205
            1.7.10 herplaatsen van herbruikbare houten paal (vast) st 130
            1.7.11 leveren en plaatsen van houten paal (wegneembaar) st 391
            1.7.12 herplaatsen van herbruikbare houten paal (wegneembaar) st 150
            1.7.13 leveren en plaatsen van RVS paal (vast) st 321
            1.7.14 herplaatsen van herbruikbare RVS paal (vast) st 150
            1.7.15 leveren en plaatsen van RVS paal (wegneembaar) st 482
            1.7.16 herplaatsen van herbruikbare RVS paal (wegneembaar) st 150
            1.7.17 leveren en plaatsen van metalen paal (vast) st 379
            1.7.18 herplaatsen van herbruikbare metalen paal (vast) st 150
            1.7.19 leveren en plaatsen van metalen paal (wegneembaar) st 493
            1.7.20 herplaatsen van herbruikbare metalen paal (wegneembaar) st 150
            1.7.21 herstellen of vervangen nadarbareel wegens beschadiging of verlies st 77
            1.7.22 herstellen of vervangen werfafsluiting/hekwerk wegens beschadiging of verlies st 85
            1.7.23 herstellen of vervangen blok hekwerk wegens beschadiging of verlies st 35
            1.7.24 vervangen dagslaper wegens beschadiging of verlies st 35
            1.7.25 vervangen vlag wegens beschadiging of verlies st 60
                   
            2 rioleringswerken    
            2.1 leveren en plaatsen betonbuis Ø 300 incl. grondwerk en fundering lm 342
            2.2 leveren en plaatsen betonbuis Ø 400 incl. grondwerk en fundering lm 342
            2.3 leveren en plaatsen betonbuis Ø 500 incl. grondwerk en fundering lm 365
            2.4 leveren en plaatsen betonbuis Ø 600 incl. grondwerk en fundering lm 381
            2.5 leveren en plaatsen betonbuis Ø 800 incl. grondwerk en fundering lm 434
            2.6 leveren en plaatsen PVC-buis Ø 110 incl. grondwerk en fundering lm 55
            2.7 leveren en plaatsen PVC-buis Ø 125 incl. grondwerk en fundering lm 56
            2.8 leveren en plaatsen PVC-buis Ø 160 incl. grondwerk en fundering lm 78
            2.9 leveren en plaatsen PVC-buis Ø 200 incl. grondwerk en fundering lm 97
            2.10 aansluiting van buis van Ø 110 tot Ø 160 st 100
            2.11 aansluiting van buis van Ø 200 tot Ø 300 st 190
            2.12 leveren en plaatsen van hulpstukken buis Ø 110 st 30
            2.13 leveren en plaatsen van hulpstukken buis Ø 125 st 31
            2.14 leveren en plaatsen van hulpstukken buis Ø 160 st 41
            2.15 leveren en plaatsen van hulpstukken buis Ø 200 st 100
            2.16 leveren en plaatsen van hulpstukken buis Ø 250 st 222
            2.17 leveren en plaatsen van hulpstukken buis Ø 315 st 248
            2.18 metsen van een kopmuur 630
                   
            3 Allerlei (uurlonen en andere kosten)    
            3.1 uurloon geschoold werkman uur 52
            3.2 uurloon vrachtwagen of machine (incl. bestuurder) uur 85
            3.3 uurloon expert uur 90
            3.4

            oproep buiten normale werkuren:

            - na werkuren na 22.00u

            - op zaterdagen

            - op zondagen

            uur

             

                    x 1,25

                    x 1,50

                    x 2,00

            3.5 administratieve kost infrastructuurwerken / schade voorrijkosten dossier 175
            3.6 Verplaatsen bloembak/straatmeubilair e.d.  st 85
                   
            4 Plaatsen afvalcontainers en verwerken afval (evenementen, sluikstort,...)    
            4.1 verwerkingskost van container huisvuil (met minimum van € 200 wanneer < 1 ton) ton 200
            4.2 verwerkingskost van container grof vuil (met minimum van € 350 wanneer < 1 ton) ton 350
            4.3 rol grote evenementenzakken restafval (1 rol van 10 zakken) rol 20
                   
            5 Takel- en stallingskosten voertuig    
            5.1 Takelkost forfaitair stuk 350
            5.2 Stallingskost dag 15

            De bedragen vermeld in bovenstaande tabel worden jaarlijks gecumuleerd aangepast door middel van een index met een vaste coëfficiënt van 1,5%.

            Het geïndexeerde bedrag wordt afgerond naar het dichtste natuurlijke getal. (bijvoorbeeld: 75,46 euro wordt 75 euro en 89,65 euro wordt 90 euro).

            Artikel 5: Vrijstelling 

            Deze retributie is niet verschuldigd indien de uitvoering aanleiding geeft tot de toepassing van een andere gemeenteverordening van belasting of retributie of plaatsheeft krachtens een overeenkomst.

            Artikel 6: Wijze van inning  

            De retributie moet betaald worden na facturatie door de gemeente.

            Artikel 7: Invordering 

            Bij gebrek aan betaling in der minne, zal de retributie burgerrechtelijk ingevorderd worden voor wat betreft het betwiste gedeelte. De invordering van het niet-betwist gedeelte zal door middel van een dwangbevel, voorzien in artikel 177 van het Decreet over het lokaal bestuur, geschieden.  

            Artikel 8: Inwerkingtreding en bekendmaking 

            Dit retributiereglement werd vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2025, treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. 

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. 

          • Retributiereglement voor het ontlenen en gebruik van materialen van de gemeentelijke uitleendienst - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            Het retributiereglement voor het ontlenen en gebruik van materialen van de gemeentelijke uitleendienst, zoals vastgesteld door de gemeenteraad in vergadering van 16 december 2019, neemt een einde op 31 december 2025. Vandaar dat het noodzakelijk is om dit retributiereglement opnieuw vast te stellen voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.

            Ter ondersteuning van de werking van erkende verenigingen, buurt- en jaarmarktcomités, scholen en buurgemeenten van Puurs-Sint-Amands worden materialen ter beschikking gesteld voor hun organisaties en evenementen. Alle materialen zijn gratis, behalve de podiumwagen en werfhekken. Enkel scholen en jaarmarktcomités kunnen 1x per jaar de podiumwagen gratis gebruiken: scholen voor een schoolfeest en jaarmarktcomités voor de jaarmarkten. We kiezen ervoor om deze doelgroepen extra te ondersteunen gelet op de nood aan bijkomende logistieke ondersteuning tijdens dergelijke evenementen.

            Een bijhorend huishoudelijk reglement dat de ontlening van deze materialen regelt, wordt eveneens aan de gemeenteraad ter goedkeuring voorgelegd.

            De vaststelling van de tarieven wordt gedelegeerd aan het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig artikel 7 van dit reglement.

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het retributiereglement voor het ontlenen en gebruik van materialen van de gemeentelijke uitleendienst opnieuw vast te stellen met ingang op 1 januari 2026. 

            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Reinhilde Goossens, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Eva Peleman, Jelien De Laet
            Tegenstanders: Jan Van Camp, Peggy Seeuws, Linda Caluwaerts, Erwin Mertens
            Onthouders: Jorden Dewachter, Marleen Vos, Joos Wauters, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Resultaat: Met 20 stemmen voor, 4 stemmen tegen, 5 onthoudingen

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt onderstaand reglement voor het ontlenen en gebruik van materialen van de gemeentelijke uitleendienst vast:

            Artikel 1: Opheffing

            Het raadsbesluit inzake de vaststelling van de retributies voor het ontlenen van materiaal, zoals vastgesteld door de gemeenteraad in vergadering van 16 december 2019, wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026. 

            Artikel 2: Heffingstermijn - belastbaar feit 

            Voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 worden gemeentelijke retributies gevestigd op het uitlenen en gebruiken van materialen van de gemeentelijke uitleendienst. 

            Artikel 3: Retributieplichtige 

            De retributie is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die de materialen ontleent en gebruikt. 

            Artikel 4: Tarieven 

            De retributies worden als volgt vastgesteld: 

            4.1. Uitleenmateriaal met levering en ophaling door gemeente op locatie: 

            Aard  

            Tarief  

            Nadarwagen  2,2m aluminium 

            met 45 nadars  

             

            xx

            Nadarwagen  2,2m aluminium

            met 90 nadars 

            xx  

            Nadar 2,5 m galvan.  

             

            xx  

            Nadarwagen  2,2m aluminium  

            met 145 nadars  

            xx  

            Transportbok nadars (20 stuks)

             

            xx

            Kar met 50 stoelen (vouwstoelen)  

             

            xx  

              

            Pakket van 80 blauwe plastiek kuipstoelen  

             

            xx  

            Podiumelementen  

            2 x 1 m (verstelbare poten tot van 0,6 m tot 1 m)  

            xx  

            Podiumelementen  

            2 x 1 m   

            (poten vast 60 cm)  

            xx 

              

            Trapje podium  

             

            xx 

            Kar met 7 staantafels  

             

            xx  

            Kar met 15 tafels  van 

            1,2 m lang en 0,7 breed  

            xx  

            Kar met 15 tafels van  

            1,8 m en 0,7 m breed  

            xx  

            Kar met 15 tafels van    

            2,2 m en  0,7 m breed  

            xx  

            Pakket van 10 tentoonstellingspanelen 2x1 m   

            xx  

            1 bak werfhekken + sokkels  

            met (23 hekken en 24 sokkels) 

             

            XX 

             

             Podiumwagen  

            Volledige opstelling

            -          Erkende vereniging Puurs-Sint-Amands

             

            -          Andere gemeenten

             

              

            Bedrag    (jaar) 

            XX           (2026 tot 2027)

            XX           (2028 tot 2031)

             

            XX           (2026)

            XX           (2027)

            XX           (2028)

            XX           (2029)

            XX           (2030)

            XX           (2031)

            (per beurt met inbegrip van vervoer en plaatsing) 

             

            Podiumwagen  

            2/3de opstelling 

             

            Bedrag     (jaar)

            XX            (2026 tot 2028)

            XX           (2029 tot 2031)

            (per beurt inclusief vervoer en plaatsing)   

             


            4.2. Uitleenmateriaal af te halen door de aanvrager op locatie Gemeentelijke Technische Dienst, Lichterveld 2, 2870 Puurs-Sint-Amands) tenzij anders afgesproken: 
             

            Aard 

            Tarief 

            Noodverlichting 

            xx

            Spreekgestoelte 

            xx

            Uitschuifbare vlaggenmast (alu)

            xx

            Verstralers 500 W

            (bak met 4 spots)

            xx

            Verdeelkasten elektriciteit 32A

            xx

            Verdeelkasten elektriciteit 63A

            xx

            Verlengkabels (32A - 3 fasen) 

            xx

            Verlengkabels (63A - 3 fasen)

            xx

            Vlaggen

            xx

            Tentjes 3 x3 m 

            (grijs) 

            xx

             

            Brandblusapparaten 

            xx

            Erepodium 1-2-3 

            xx

             
            4.3. Uitleenmateriaal af te halen door de aanvrager op locatie: 
             

            Aard 

            Tarief 

            Plaats afhalen

            Fuifkoffer + walkie talkieset 

             xx

            Gemeentehuis Puurs - Forum 6 - Puurs

            Poten voor  podiumelementen 

            20 – 40 – 80 – 100 cm) 

             xx

            CC Binder - Forum 9 - Puurs

            4.4. Laattijdige inlevering materialen:

            Bij het niet terugbrengen van de materialen binnen de toegestane uitleentermijn zal een extra vergoeding betaald moeten worden van xx euro per dag. 

            Artikel 5: Vrijstelling 

            Van de retributie worden vrijgesteld:   

            • onbeperkt voor evenementen/activiteiten die mede worden georganiseerd door het lokaal bestuur Puurs-Sint-Amands; 
            • 1 x per jaar voor evenementen/activiteiten die worden georganiseerd door de jaarmarktcomités van Puurs-Sint-Amands;
            • 1 x per jaar voor een schoolfeest georganiseerd door de scholen van Puurs-Sint-Amands;

            Artikel 6: Wijze van inning  

            De retributie moet betaald worden na overlegging van een factuur opgesteld door de gemeente.

            Artikel 7: Delegatie naar CBS

            Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd de tarieven van deze retributies gedurende de duur van dit besluit vast te stellen. 

            Artikel 8: Invordering 

            Bij gebrek aan betaling in der minne, zal de retributie burgerrechtelijk ingevorderd worden voor wat betreft het betwiste gedeelte. De invordering van het niet-betwist gedeelte zal door middel van een dwangbevel, voorzien in artikel 177 van het Decreet over het lokaal bestuur, geschieden.  

            Artikel 9: Inwerkingtreding en bekendmaking 

            Dit retributiereglement werd vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2025, treedt in werking op 1 januari 2026 ervan en wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. 

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

          • Huishoudelijk reglement op het ontlenen en gebruik van materialen van de gemeentelijke uitleendienst - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            Aangezien het retributiereglement op het ontlenen en gebruik van materialen van de gemeentelijke uitleendienst opnieuw diende vastgesteld te worden voor de nieuwe legislatuur, wordt ook het huishoudelijk reglement voor het ontlenen en gebruik van materialen van de gemeentelijke uitleendienst opnieuw voorgelegd worden aan de gemeenteraad, omwille van een aantal wijzigingen.  

            Dit huishoudelijk reglement legt alle voorwaarden vast die moeten nageleefd worden opdat er materialen kunnen uitgeleend worden door de gemeentelijke uitleendienst, gaande van het bepalen van de uitleenvoorwaarde, de aanvraagprocedure en dergelijke. 

            In de nieuwe versie van dit huishoudelijk reglement wordt opgenomen dat alle materialen gratis zijn, behalve de podiumwagen en werfhekken.

            Eveneens nieuw is dat in dit reglement wordt aangegeven dat de retributies voor het gebruik worden bepaald in het vastgestelde retributiereglement dat van toepassing is op het moment van de activiteit.

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd dit huishoudelijk reglement op het ontlenen en gebruik van materialen van de gemeentelijke uitleendienst opnieuw vast te stellen met ingang van 1 januari 2026.

            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Reinhilde Goossens, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Eva Peleman, Jelien De Laet
            Onthouders: Jan Van Camp, Peggy Seeuws, Linda Caluwaerts, Jorden Dewachter, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Resultaat: Met 20 stemmen voor, 9 onthoudingen

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt onderstaand huishoudelijk reglement op het ontlenen en gebruik van materialen van de gemeentelijke uitleendienst vast:  

            Artikel 1. Doel  

            De gemeentelijke uitleendienst staat in voor het ter beschikking stellen, de controle op en het regelmatig onderhoud van het uitleenmateriaal.  

            De gemeentelijke uitleenpost is bereikbaar op volgende contactgegevens: 

                          Gemeentelijke Technische Dienst Puurs-Sint-Amands 

                          KMO-zone Lichterveld 

                          Lichterveld 2 

                          2870 Puurs-Sint-Amands 

                          Tel: 03 203 27 29 

                          E-mail: technischedienst@puursam.be 

            Openingsuren van de uitleenpost: 

                          Van maandag tot donderdag: van 9.00 u. tot 12.00 u. en van 13.00 u. tot 16.00 u. 

                          Vrijdag: van 9.00 u. tot 12.00 u. 

            Artikel 2. Doelgroepen   

            De volgende doelgroepen kunnen gebruik maken van de uitleendienst:

            a. Erkende socio-culturele, sport-, senioren-, jeugdverenigingen, organisaties en gemeentelijke adviesraden van Puurs-Sint-Amands;

            b. Buurtcomités van Puurs-Sint-Amands;

            c. Scholen en onderwijsinstellingen van Puurs-Sint-Amands;

            d. Diensten van het lokaal bestuur Puurs-Sint-Amands;

            e. Jaarmarktcomités van Puurs-Sint-Amands;

            f. Buurgemeenten;

            Deze doelgroepen worden verder ‘de ontlener’ genoemd. 

            Artikel 3. Voorwaarden  

            3.1. Algemene bepalingen: 

            §1. De evenementen waarvoor materiaal wordt aangevraagd, dienen georganiseerd te worden op het grondgebied van Puurs-Sint-Amands, met uitzondering van evenementen die georganiseerd worden door buurgemeenten. 

            §2. De uitleenlijst met daarop het uitleenbare materiaal is te vinden op de website www.puurs-sint-amands.be of kan verkregen worden bij het vrijetijdsloket. 

            §3. De ontlener kan niet meer materiaal reserveren dan strikt noodzakelijk voor het evenement waarvoor de aanvraag werd ingediend. 

            §4. Activiteiten van of in samenwerking met het lokaal bestuur krijgen steeds voorrang op andere activiteiten. 

            §5. De ontlening wordt beperkt tot de duur van het evenement met een maximum van één week. 

            3.2. Voorwaarden voor specifieke materialen:

            1. Tenten: 
            • Er mogen maximum 3 tenten per aanvraag ontleend worden, tenzij er geen andere aanvragen voor tenten zijn;

            • Tenten mogen enkel gebruikt worden indien de constructie volledig wordt opgesteld volgens de praktische richtlijnen;

            • Er mogen geen friteuses in de tenten gebruikt worden;

            1. Podium-elementen: 

            • Podia dienen gebruikt te worden, rekening houdend met alle veiligheidsvoorschriften;

                   3. Podiumwagen: 
            • De podiumwagen (8,75 m x 6,3 m) wordt met vloer en overkapping uitgeleend en opgesteld en kan enkel gebruikt worden als muziekpodium, overdekt podium of tribune;
            • Verenigingen kunnen een 2/3 opstelling van de podiumwagen aanvragen tegen de retributie bepaald in het retributiereglement;
            • De ontlener stelt twee mensen ter beschikking voor hulp bij het opzetten en afbreken van de podiumwagen;

            • Het gebruik van de hemelconstructie voor het plaatsen of hangen van verlichting- of belichtingsarmaturen kan enkel volgens de opgelegde instructies zoals opgenomen in de toelichting ‘praktische richtlijnen voor het gebruik van het uitleenmateriaal’. Deze toelichting kan geraadpleegd worden op de website www.puurs-sint-amands.be;

            • De ontlener staat in voor een veilige afscherming rondom de podiumwagen en voorziet een aarding aan de wagen;

                   4. Vlaggenmasten en vlaggen:

            • Het aantal uit te lenen vlaggenmasten per evenement is afhankelijk van de grootte van het evenement: max. 4 stuks;

            • Vlaggenmasten mogen niet gebruikt worden om kabel of spandoeken aan op te hangen;

            • De vlaggen zijn door de ontlener zelf af te halen op de uitleenpost;

                   5. Tafels: 

            • Op de tafels mogen geen verwarmingstoestellen met open vlam geplaatst worden.   

            3.3. Levering/afhaling materialen:

            §1. De materialenlijst als bijlage bij dit reglement vermeldt welke materialen geleverd worden bij de ontlener en welke afgehaald dienen te worden door de ontlener. De levering is gratis voor de doelgroepen vermeld in artikel 2 a tot e.  

            De doelgroep vermeld in artikel 2 f (buurgemeenten) moet zelf het materiaal komen afhalen bij de uitleendienst of op een andere locatie volgens afspraak. 

            §2. De plaatsing of opstelling van de materialen gebeurt steeds door de ontlener zelf.  

            §3. Materialen die niet worden geleverd, moeten door de ontlener zelf afgehaald bij de uitleenpost tijdens de openingsuren vermeld in artikel 1 of op een andere locatie volgens afspraak.  

            §4. Om overbodig werk uit te sparen zullen de materialen, onmiddellijk na de ophaling op de vorige locatie, geleverd worden.  

            Indien niemand aanwezig kan zijn bij de aflevering van het materiaal, wordt ervan uitgegaan dat het geleverde in goede staat bezorgd is. Gebreken dienen steeds vanaf de vaststelling en zeker voor de aanvang van het evenement gemeld te worden aan de uitleendienst.  

            §5. Materialen worden enkel geleverd op plaatsen die bereikbaar zijn voor de vrachtwagen en op een vaste ondergrond.   

            3.4. Afhalen materiaal bij derden:

            §1. Indien er van een bepaald materiaal niet voldoende kan uitgeleend worden door de uitleendienst, kan er materiaal bij derden worden afgehaald, na akkoord van het college van burgemeester en schepenen. 

            §2. De ontlener (of een afvaardiging van de ontlener) zal meegaan met de uitleendienst om de nodige administratie af te handelen en om het helpen bij het laden en lossen van de materialen. 

            §3. De materialen worden steeds vervoerd onder de verantwoordelijkheid van de ontlener. 

            3.5. Tijdens ontlening materialen:

            §1. Tijdens de uitlening verbindt de ontlener zich ertoe volgende richtlijnen na te leven: 

            • Als verantwoordelijke zorg dragen voor het uitgeleende materiaal; 

            • Alle verstrekte gebruiksaanwijzingen strikt opvolgen;

            • In geen geval het materiaal uitlenen aan derden, zonder akkoord van de gemeente; 

            §2. De ontlener wordt verondersteld het gebruik en de behandeling van het ontleende materiaal te kennen.   

            3.6. Ophaling materialen:

            §1. Het materiaal wordt voor de ophaling teruggeplaatst op de afgesproken plaats en dit in de staat en op de wijze waarop het werd afgeleverd. Hierbij dienen volgende richtlijnen in acht te worden genomen:  

            • De materialen dienen steeds op een droge plaats gestockeerd te worden of moeten worden afgedekt met een zeildoek;
            • De materialen worden enkel geleverd en opgehaald. Plaatsing, afbraak en verzamelen gebeurt door de ontlener zelf;   

            §2. Ontbrekende materialen zullen aangerekend worden aan de ontlener volgens hun nieuwwaarde. Beschadigde materialen zullen hersteld worden. De kosten voor herstelling zullen eveneens aangerekend worden aan de ontlener.

            §3. Bij het niet terugbrengen van het materiaal binnen de toegestane uitleentermijn zal een extra vergoeding per dag dat de uitleentermijn wordt overschreden betaald moeten worden zoals bepaald in het retributiereglement.

            §4. Uitgeleende materialen moet in ordelijke en nette staat teruggegeven worden. Eventuele reinigingskosten en werkuren om het materiaal terug in de oorspronkelijke staat te brengen, te ordenen,... kunnen doorgerekend worden.  

            Artikel 4. Aanvraagprocedure 

            §1. De ontlener dient zijn aanvraag minstens 6 weken op voorhand in te dienen en maximum 12 maanden voor de geplande datum van zijn evenement aan het evenementenloket van de gemeente Puurs-Sint-Amands.

            De aanvraag voor een evenement dient de inlichtingen te bevatten zoals bevraagd in de materialenaanvraag in het digitaal platform. Enkel volledige dossiers worden voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen. 

            De aanvraag verloopt steeds via het digitaal platform. 

            Na het indienen van de aanvraag wordt automatisch een ontvangstbevestiging verzonden naar de aanvrager.

            §2. De aanvragen van materiaal worden afgehandeld in volgorde van indiening en rekening houdend met de toezeggingstermijnen voor de verschillende ontleners zoals hieronder bepaald in §3 en §4.  

            §3. De definitieve beslissing aan de doelgroepen over het uitlenen van materialen en het aantal toegewezen materialen, vermeld in artikel 2 a tot e, wordt genomen door de gemeentelijke uitleenpost binnen de 30 kalenderdagen na het indienen van de aanvraag.  Hierbij wordt rekening gehouden met andere jaarlijks weerkerende evenementen. Het maximaal uit te lenen materialen per aanvraag is vermeld in de tabel van de materialen die bij dit reglement is gevoegd.

            §4. De definitieve beslissing over het uitlenen van materialen aan de doelgroep artikel 2, f (buurgemeenten), wordt genomen door de gemeentelijke uitleenpost uiterlijk 14 dagen voor de opgegeven datum van het evenement.  

            §5. De definitieve beslissing wordt schriftelijk of per e-mail overgemaakt aan de ontlener.  

            §6. Elke ontlener kan maximaal 6 keer per jaar een aanvraag voor hetzelfde materiaal indienen.  

            Artikel 5. Facturatie 

            De gemeente maakt na afloop van de ontlening van het materiaal een factuur op van de kosten en van de eventuele (schade-)vergoedingen die door de ontlener verschuldigd zijn. 

            De betaling gebeurt binnen een termijn van 30 dagen na ontvangst van de factuur.  

            De retributies voor het gebruik worden bepaald in het goedgekeurde retributiereglement dat van toepassing is op het moment waarop de activiteit doorgaat.

            Artikel 6. Herroeping verstrekte toestemming 

            In uitzonderlijke gevallen kan de gemeente een verstrekte toestemming herroepen en het uitgeleende materiaal terugvorderen. Het college van burgemeester en schepenen maakt hiervoor een gemotiveerde beslissing op, behalve in geval van dringende en noodzakelijke redenen van openbaar nut waarbij het materiaal ter beschikking dient te worden gesteld van de gemeenschap.  

            Artikel 7.  Aansprakelijkheid 

            §1. De gemeente kan niet aansprakelijk gesteld worden: 

            • voor ongevallen of eventuele andere schadelijke gevolgen die zouden voortvloeien uit gebruik van het ontleende materiaal of uit eventuele gebreken ervan;

            • indien toegezegd materiaal op het ogenblik van de afhaling niet beschikbaar is door omstandigheden vreemd aan haar wil;

            • indien toegezegd materiaal niet op het in de aanvraag voorziene tijdstip werd afgehaald;

            §2. In geval van diefstal moet een aangifte ingediend worden bij de politie en wordt de kost voor de vervanging van het materiaal aangerekend aan nieuwwaarde.  

            Artikel 8. Verzekering 

            De ontlener is vrij een verzekering af te sluiten voor het ontleende materiaal.  

            Artikel 9. Toezicht en afwijkingen 

            De ontlener is steeds verplicht de leden van het college van burgemeester en schepenen en zijn afgevaardigden toegang te verlenen tot de ruimten en terreinen waar de materialen zich bevinden.  

            Artikel 10. Sancties    

            §1. Het ontleende materiaal kan in geval van vastgesteld misbruik, onmiddellijk worden teruggevorderd.   

            §2. Ingeval van niet naleving van dit reglement bestaat de kans tijdelijk of definitief van verdere ontlening te worden uitgesloten.   

            §3. Het niet betalen van aangerekende kosten brengt opschorting van ontleningen met zich mee.    

            Art. 11. Aanvaarding reglement 

            Door het ontlenen van enig materiaal verklaart de ontlener de bepalingen van dit huishoudelijk reglement te aanvaarden en de stipte naleving ervan te waarborgen. Eventuele betwistingen worden behandeld door het college van burgemeester en schepenen.    

            Artikel 12. Opheffingsbepaling

            Het huishoudelijk reglement op het uitlenen van gemeentelijke materialen, zoals vastgesteld door de gemeenteraad in vergadering van 16 december 2019, wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.  

            Artikel 13. Inwerkingtreding en bekendmaking   

            Dit huishoudelijk reglement werd vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2025, treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. De werking van dit reglement wordt geëvalueerd indien de nood zich voordoet.  

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt onderstaand huishoudelijk reglement op het ontlenen en gebruik van materialen van de gemeentelijke uitleendienst vast:  

            Artikel 1. Doel  

            De gemeentelijke uitleendienst staat in voor het ter beschikking stellen, de controle op en het regelmatig onderhoud van het uitleenmateriaal.  

            De gemeentelijke uitleenpost is bereikbaar op volgende contactgegevens: 

                          Gemeentelijke Technische Dienst Puurs-Sint-Amands 

                          KMO-zone Lichterveld 

                          Lichterveld 2 

                          2870 Puurs-Sint-Amands 

                          Tel: 03 203 27 29 

                          E-mail: technischedienst@puursam.be 

            Openingsuren van de uitleenpost: 

                          Van maandag tot donderdag: van 9.00 u. tot 12.00 u. en van 13.00 u. tot 16.00 u. 

                          Vrijdag: van 9.00 u. tot 12.00 u. 

            Artikel 2. Doelgroepen   

            De volgende doelgroepen kunnen gebruik maken van de uitleendienst:

            a. Erkende socio-culturele, sport-, senioren-, jeugdverenigingen, organisaties en gemeentelijke adviesraden van Puurs-Sint-Amands;

            b. Buurtcomités van Puurs-Sint-Amands;

            c. Scholen en onderwijsinstellingen van Puurs-Sint-Amands;

            d. Diensten van het lokaal bestuur Puurs-Sint-Amands;

            e. Jaarmarktcomités van Puurs-Sint-Amands;

            f. Buurgemeenten;

            Deze doelgroepen worden verder ‘de ontlener’ genoemd. 

            Artikel 3. Voorwaarden  

            3.1. Algemene bepalingen: 

            §1. De evenementen waarvoor materiaal wordt aangevraagd, dienen georganiseerd te worden op het grondgebied van Puurs-Sint-Amands, met uitzondering van evenementen die georganiseerd worden door buurgemeenten. 

            §2. De uitleenlijst met daarop het uitleenbare materiaal is te vinden op de website www.puurs-sint-amands.be of kan verkregen worden bij het vrijetijdsloket. 

            §3. De ontlener kan niet meer materiaal reserveren dan strikt noodzakelijk voor het evenement waarvoor de aanvraag werd ingediend. 

            §4. Activiteiten van of in samenwerking met het lokaal bestuur krijgen steeds voorrang op andere activiteiten. 

            §5. De ontlening wordt beperkt tot de duur van het evenement met een maximum van één week. 

            3.2. Voorwaarden voor specifieke materialen:

            1. Tenten: 
            • Er mogen maximum 3 tenten per aanvraag ontleend worden, tenzij er geen andere aanvragen voor tenten zijn;

            • Tenten mogen enkel gebruikt worden indien de constructie volledig wordt opgesteld volgens de praktische richtlijnen;

            • Er mogen geen friteuses in de tenten gebruikt worden;

            1. Podium-elementen: 

            • Podia dienen gebruikt te worden, rekening houdend met alle veiligheidsvoorschriften;

                   3. Podiumwagen: 
            • De podiumwagen (8,75 m x 6,3 m) wordt met vloer en overkapping uitgeleend en opgesteld en kan enkel gebruikt worden als muziekpodium, overdekt podium of tribune;
            • Verenigingen kunnen een 2/3 opstelling van de podiumwagen aanvragen tegen de retributie bepaald in het retributiereglement;
            • De ontlener stelt twee mensen ter beschikking voor hulp bij het opzetten en afbreken van de podiumwagen;

            • Het gebruik van de hemelconstructie voor het plaatsen of hangen van verlichting- of belichtingsarmaturen kan enkel volgens de opgelegde instructies zoals opgenomen in de toelichting ‘praktische richtlijnen voor het gebruik van het uitleenmateriaal’. Deze toelichting kan geraadpleegd worden op de website www.puurs-sint-amands.be;

            • De ontlener staat in voor een veilige afscherming rondom de podiumwagen en voorziet een aarding aan de wagen;

                   4. Vlaggenmasten en vlaggen:

            • Het aantal uit te lenen vlaggenmasten per evenement is afhankelijk van de grootte van het evenement: max. 4 stuks;

            • Vlaggenmasten mogen niet gebruikt worden om kabel of spandoeken aan op te hangen;

            • De vlaggen zijn door de ontlener zelf af te halen op de uitleenpost;

                   5. Tafels: 

            • Op de tafels mogen geen verwarmingstoestellen met open vlam geplaatst worden.   

            3.3. Levering/afhaling materialen:

            §1. De materialenlijst als bijlage bij dit reglement vermeldt welke materialen geleverd worden bij de ontlener en welke afgehaald dienen te worden door de ontlener. De levering is gratis voor de doelgroepen vermeld in artikel 2 a tot e.  

            De doelgroep vermeld in artikel 2 f (buurgemeenten) moet zelf het materiaal komen afhalen bij de uitleendienst of op een andere locatie volgens afspraak. 

            §2. De plaatsing of opstelling van de materialen gebeurt steeds door de ontlener zelf.  

            §3. Materialen die niet worden geleverd, moeten door de ontlener zelf afgehaald bij de uitleenpost tijdens de openingsuren vermeld in artikel 1 of op een andere locatie volgens afspraak.  

            §4. Om overbodig werk uit te sparen zullen de materialen, onmiddellijk na de ophaling op de vorige locatie, geleverd worden.  

            Indien niemand aanwezig kan zijn bij de aflevering van het materiaal, wordt ervan uitgegaan dat het geleverde in goede staat bezorgd is. Gebreken dienen steeds vanaf de vaststelling en zeker voor de aanvang van het evenement gemeld te worden aan de uitleendienst.  

            §5. Materialen worden enkel geleverd op plaatsen die bereikbaar zijn voor de vrachtwagen en op een vaste ondergrond.   

            3.4. Afhalen materiaal bij derden:

            §1. Indien er van een bepaald materiaal niet voldoende kan uitgeleend worden door de uitleendienst, kan er materiaal bij derden worden afgehaald, na akkoord van het college van burgemeester en schepenen. 

            §2. De ontlener (of een afvaardiging van de ontlener) zal meegaan met de uitleendienst om de nodige administratie af te handelen en om het helpen bij het laden en lossen van de materialen. 

            §3. De materialen worden steeds vervoerd onder de verantwoordelijkheid van de ontlener. 

            3.5. Tijdens ontlening materialen:

            §1. Tijdens de uitlening verbindt de ontlener zich ertoe volgende richtlijnen na te leven: 

            • Als verantwoordelijke zorg dragen voor het uitgeleende materiaal; 

            • Alle verstrekte gebruiksaanwijzingen strikt opvolgen;

            • In geen geval het materiaal uitlenen aan derden, zonder akkoord van de gemeente; 

            §2. De ontlener wordt verondersteld het gebruik en de behandeling van het ontleende materiaal te kennen.   

            3.6. Ophaling materialen:

            §1. Het materiaal wordt voor de ophaling teruggeplaatst op de afgesproken plaats en dit in de staat en op de wijze waarop het werd afgeleverd. Hierbij dienen volgende richtlijnen in acht te worden genomen:  

            • De materialen dienen steeds op een droge plaats gestockeerd te worden of moeten worden afgedekt met een zeildoek;
            • De materialen worden enkel geleverd en opgehaald. Plaatsing, afbraak en verzamelen gebeurt door de ontlener zelf;   

            §2. Ontbrekende materialen zullen aangerekend worden aan de ontlener volgens hun nieuwwaarde. Beschadigde materialen zullen hersteld worden. De kosten voor herstelling zullen eveneens aangerekend worden aan de ontlener.

            §3. Bij het niet terugbrengen van het materiaal binnen de toegestane uitleentermijn zal een extra vergoeding per dag dat de uitleentermijn wordt overschreden betaald moeten worden zoals bepaald in het retributiereglement.

            §4. Uitgeleende materialen moet in ordelijke en nette staat teruggegeven worden. Eventuele reinigingskosten en werkuren om het materiaal terug in de oorspronkelijke staat te brengen, te ordenen,... kunnen doorgerekend worden.  

            Artikel 4. Aanvraagprocedure 

            §1. De ontlener dient zijn aanvraag minstens 6 weken op voorhand in te dienen en maximum 12 maanden voor de geplande datum van zijn evenement aan het evenementenloket van de gemeente Puurs-Sint-Amands.

            De aanvraag voor een evenement dient de inlichtingen te bevatten zoals bevraagd in de materialenaanvraag in het digitaal platform. Enkel volledige dossiers worden voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen. 

            De aanvraag verloopt steeds via het digitaal platform. 

            Na het indienen van de aanvraag wordt automatisch een ontvangstbevestiging verzonden naar de aanvrager.

            §2. De aanvragen van materiaal worden afgehandeld in volgorde van indiening en rekening houdend met de toezeggingstermijnen voor de verschillende ontleners zoals hieronder bepaald in §3 en §4.  

            §3. De definitieve beslissing aan de doelgroepen over het uitlenen van materialen en het aantal toegewezen materialen, vermeld in artikel 2 a tot e, wordt genomen door de gemeentelijke uitleenpost binnen de 30 kalenderdagen na het indienen van de aanvraag.  Hierbij wordt rekening gehouden met andere jaarlijks weerkerende evenementen. Het maximaal uit te lenen materialen per aanvraag is vermeld in de tabel van de materialen die bij dit reglement is gevoegd.

            §4. De definitieve beslissing over het uitlenen van materialen aan de doelgroep artikel 2, f (buurgemeenten), wordt genomen door de gemeentelijke uitleenpost uiterlijk 14 dagen voor de opgegeven datum van het evenement.  

            §5. De definitieve beslissing wordt schriftelijk of per e-mail overgemaakt aan de ontlener.  

            §6. Elke ontlener kan maximaal 6 keer per jaar een aanvraag voor hetzelfde materiaal indienen.  

            Artikel 5. Facturatie 

            De gemeente maakt na afloop van de ontlening van het materiaal een factuur op van de kosten en van de eventuele (schade-)vergoedingen die door de ontlener verschuldigd zijn. 

            De betaling gebeurt binnen een termijn van 30 dagen na ontvangst van de factuur.  

            De retributies voor het gebruik worden bepaald in het goedgekeurde retributiereglement dat van toepassing is op het moment waarop de activiteit doorgaat.

            Artikel 6. Herroeping verstrekte toestemming 

            In uitzonderlijke gevallen kan de gemeente een verstrekte toestemming herroepen en het uitgeleende materiaal terugvorderen. Het college van burgemeester en schepenen maakt hiervoor een gemotiveerde beslissing op, behalve in geval van dringende en noodzakelijke redenen van openbaar nut waarbij het materiaal ter beschikking dient te worden gesteld van de gemeenschap.  

            Artikel 7.  Aansprakelijkheid 

            §1. De gemeente kan niet aansprakelijk gesteld worden: 

            • voor ongevallen of eventuele andere schadelijke gevolgen die zouden voortvloeien uit gebruik van het ontleende materiaal of uit eventuele gebreken ervan;

            • indien toegezegd materiaal op het ogenblik van de afhaling niet beschikbaar is door omstandigheden vreemd aan haar wil;

            • indien toegezegd materiaal niet op het in de aanvraag voorziene tijdstip werd afgehaald;

            §2. In geval van diefstal moet een aangifte ingediend worden bij de politie en wordt de kost voor de vervanging van het materiaal aangerekend aan nieuwwaarde.  

            Artikel 8. Verzekering 

            De ontlener is vrij een verzekering af te sluiten voor het ontleende materiaal.  

            Artikel 9. Toezicht en afwijkingen 

            De ontlener is steeds verplicht de leden van het college van burgemeester en schepenen en zijn afgevaardigden toegang te verlenen tot de ruimten en terreinen waar de materialen zich bevinden.  

            Artikel 10. Sancties    

            §1. Het ontleende materiaal kan in geval van vastgesteld misbruik, onmiddellijk worden teruggevorderd.   

            §2. Ingeval van niet naleving van dit reglement bestaat de kans tijdelijk of definitief van verdere ontlening te worden uitgesloten.   

            §3. Het niet betalen van aangerekende kosten brengt opschorting van ontleningen met zich mee.    

            Art. 11. Aanvaarding reglement 

            Door het ontlenen van enig materiaal verklaart de ontlener de bepalingen van dit huishoudelijk reglement te aanvaarden en de stipte naleving ervan te waarborgen. Eventuele betwistingen worden behandeld door het college van burgemeester en schepenen.    

            Artikel 12. Opheffingsbepaling

            Het huishoudelijk reglement op het uitlenen van gemeentelijke materialen, zoals vastgesteld door de gemeenteraad in vergadering van 16 december 2019, wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.  

            Artikel 13. Inwerkingtreding en bekendmaking   

            Dit huishoudelijk reglement werd vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2025, treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. De werking van dit reglement wordt geëvalueerd indien de nood zich voordoet.  

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt onderstaand huishoudelijk reglement op het ontlenen en gebruik van materialen van de gemeentelijke uitleendienst vast:  

            Artikel 1. Doel  

            De gemeentelijke uitleendienst staat in voor het ter beschikking stellen, de controle op en het regelmatig onderhoud van het uitleenmateriaal.  

            De gemeentelijke uitleenpost is bereikbaar op volgende contactgegevens: 

                          Gemeentelijke Technische Dienst Puurs-Sint-Amands 

                          KMO-zone Lichterveld 

                          Lichterveld 2 

                          2870 Puurs-Sint-Amands 

                          Tel: 03 203 27 29 

                          E-mail: technischedienst@puursam.be 

            Openingsuren van de uitleenpost: 

                          Van maandag tot donderdag: van 9.00 u. tot 12.00 u. en van 13.00 u. tot 16.00 u. 

                          Vrijdag: van 9.00 u. tot 12.00 u. 

            Artikel 2. Doelgroepen   

            De volgende doelgroepen kunnen gebruik maken van de uitleendienst:

            a. Erkende socio-culturele, sport-, senioren-, jeugdverenigingen, organisaties en gemeentelijke adviesraden van Puurs-Sint-Amands;

            b. Buurtcomités van Puurs-Sint-Amands;

            c. Scholen en onderwijsinstellingen van Puurs-Sint-Amands;

            d. Diensten van het lokaal bestuur Puurs-Sint-Amands;

            e. Jaarmarktcomités van Puurs-Sint-Amands;

            f. Buurgemeenten;

            Deze doelgroepen worden verder ‘de ontlener’ genoemd. 

            Artikel 3. Voorwaarden  

            3.1. Algemene bepalingen: 

            §1. De evenementen waarvoor materiaal wordt aangevraagd, dienen georganiseerd te worden op het grondgebied van Puurs-Sint-Amands, met uitzondering van evenementen die georganiseerd worden door buurgemeenten. 

            §2. De uitleenlijst met daarop het uitleenbare materiaal is te vinden op de website www.puurs-sint-amands.be of kan verkregen worden bij het vrijetijdsloket. 

            §3. De ontlener kan niet meer materiaal reserveren dan strikt noodzakelijk voor het evenement waarvoor de aanvraag werd ingediend. 

            §4. Activiteiten van of in samenwerking met het lokaal bestuur krijgen steeds voorrang op andere activiteiten. 

            §5. De ontlening wordt beperkt tot de duur van het evenement met een maximum van één week. 

            3.2. Voorwaarden voor specifieke materialen:

            1. Tenten: 
            • Er mogen maximum 3 tenten per aanvraag ontleend worden, tenzij er geen andere aanvragen voor tenten zijn;

            • Tenten mogen enkel gebruikt worden indien de constructie volledig wordt opgesteld volgens de praktische richtlijnen;

            • Er mogen geen friteuses in de tenten gebruikt worden;

            1. Podium-elementen: 

            • Podia dienen gebruikt te worden, rekening houdend met alle veiligheidsvoorschriften;

                   3. Podiumwagen: 
            • De podiumwagen (8,75 m x 6,3 m) wordt met vloer en overkapping uitgeleend en opgesteld en kan enkel gebruikt worden als muziekpodium, overdekt podium of tribune;
            • Verenigingen kunnen een 2/3 opstelling van de podiumwagen aanvragen tegen de retributie bepaald in het retributiereglement;
            • De ontlener stelt twee mensen ter beschikking voor hulp bij het opzetten en afbreken van de podiumwagen;

            • Het gebruik van de hemelconstructie voor het plaatsen of hangen van verlichting- of belichtingsarmaturen kan enkel volgens de opgelegde instructies zoals opgenomen in de toelichting ‘praktische richtlijnen voor het gebruik van het uitleenmateriaal’. Deze toelichting kan geraadpleegd worden op de website www.puurs-sint-amands.be;

            • De ontlener staat in voor een veilige afscherming rondom de podiumwagen en voorziet een aarding aan de wagen;

                   4. Vlaggenmasten en vlaggen:

            • Het aantal uit te lenen vlaggenmasten per evenement is afhankelijk van de grootte van het evenement: max. 4 stuks;

            • Vlaggenmasten mogen niet gebruikt worden om kabel of spandoeken aan op te hangen;

            • De vlaggen zijn door de ontlener zelf af te halen op de uitleenpost;

                   5. Tafels: 

            • Op de tafels mogen geen verwarmingstoestellen met open vlam geplaatst worden.   

            3.3. Levering/afhaling materialen:

            §1. De materialenlijst als bijlage bij dit reglement vermeldt welke materialen geleverd worden bij de ontlener en welke afgehaald dienen te worden door de ontlener. De levering is gratis voor de doelgroepen vermeld in artikel 2 a tot e.  

            De doelgroep vermeld in artikel 2 f (buurgemeenten) moet zelf het materiaal komen afhalen bij de uitleendienst of op een andere locatie volgens afspraak. 

            §2. De plaatsing of opstelling van de materialen gebeurt steeds door de ontlener zelf.  

            §3. Materialen die niet worden geleverd, moeten door de ontlener zelf afgehaald bij de uitleenpost tijdens de openingsuren vermeld in artikel 1 of op een andere locatie volgens afspraak.  

            §4. Om overbodig werk uit te sparen zullen de materialen, onmiddellijk na de ophaling op de vorige locatie, geleverd worden.  

            Indien niemand aanwezig kan zijn bij de aflevering van het materiaal, wordt ervan uitgegaan dat het geleverde in goede staat bezorgd is. Gebreken dienen steeds vanaf de vaststelling en zeker voor de aanvang van het evenement gemeld te worden aan de uitleendienst.  

            §5. Materialen worden enkel geleverd op plaatsen die bereikbaar zijn voor de vrachtwagen en op een vaste ondergrond.   

            3.4. Afhalen materiaal bij derden:

            §1. Indien er van een bepaald materiaal niet voldoende kan uitgeleend worden door de uitleendienst, kan er materiaal bij derden worden afgehaald, na akkoord van het college van burgemeester en schepenen. 

            §2. De ontlener (of een afvaardiging van de ontlener) zal meegaan met de uitleendienst om de nodige administratie af te handelen en om het helpen bij het laden en lossen van de materialen. 

            §3. De materialen worden steeds vervoerd onder de verantwoordelijkheid van de ontlener. 

            3.5. Tijdens ontlening materialen:

            §1. Tijdens de uitlening verbindt de ontlener zich ertoe volgende richtlijnen na te leven: 

            • Als verantwoordelijke zorg dragen voor het uitgeleende materiaal; 

            • Alle verstrekte gebruiksaanwijzingen strikt opvolgen;

            • In geen geval het materiaal uitlenen aan derden, zonder akkoord van de gemeente; 

            §2. De ontlener wordt verondersteld het gebruik en de behandeling van het ontleende materiaal te kennen.   

            3.6. Ophaling materialen:

            §1. Het materiaal wordt voor de ophaling teruggeplaatst op de afgesproken plaats en dit in de staat en op de wijze waarop het werd afgeleverd. Hierbij dienen volgende richtlijnen in acht te worden genomen:  

            • De materialen dienen steeds op een droge plaats gestockeerd te worden of moeten worden afgedekt met een zeildoek;
            • De materialen worden enkel geleverd en opgehaald. Plaatsing, afbraak en verzamelen gebeurt door de ontlener zelf;   

            §2. Ontbrekende materialen zullen aangerekend worden aan de ontlener volgens hun nieuwwaarde. Beschadigde materialen zullen hersteld worden. De kosten voor herstelling zullen eveneens aangerekend worden aan de ontlener.

            §3. Bij het niet terugbrengen van het materiaal binnen de toegestane uitleentermijn zal een extra vergoeding per dag dat de uitleentermijn wordt overschreden betaald moeten worden zoals bepaald in het retributiereglement.

            §4. Uitgeleende materialen moet in ordelijke en nette staat teruggegeven worden. Eventuele reinigingskosten en werkuren om het materiaal terug in de oorspronkelijke staat te brengen, te ordenen,... kunnen doorgerekend worden.  

            Artikel 4. Aanvraagprocedure 

            §1. De ontlener dient zijn aanvraag minstens 6 weken op voorhand in te dienen en maximum 12 maanden voor de geplande datum van zijn evenement aan het evenementenloket van de gemeente Puurs-Sint-Amands.

            De aanvraag voor een evenement dient de inlichtingen te bevatten zoals bevraagd in de materialenaanvraag in het digitaal platform. Enkel volledige dossiers worden voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen. 

            De aanvraag verloopt steeds via het digitaal platform. 

            Na het indienen van de aanvraag wordt automatisch een ontvangstbevestiging verzonden naar de aanvrager.

            §2. De aanvragen van materiaal worden afgehandeld in volgorde van indiening en rekening houdend met de toezeggingstermijnen voor de verschillende ontleners zoals hieronder bepaald in §3 en §4.  

            §3. De definitieve beslissing aan de doelgroepen over het uitlenen van materialen en het aantal toegewezen materialen, vermeld in artikel 2 a tot e, wordt genomen door de gemeentelijke uitleenpost binnen de 30 kalenderdagen na het indienen van de aanvraag.  Hierbij wordt rekening gehouden met andere jaarlijks weerkerende evenementen. Het maximaal uit te lenen materialen per aanvraag is vermeld in de tabel van de materialen die bij dit reglement is gevoegd.

            §4. De definitieve beslissing over het uitlenen van materialen aan de doelgroep artikel 2, f (buurgemeenten), wordt genomen door de gemeentelijke uitleenpost uiterlijk 14 dagen voor de opgegeven datum van het evenement.  

            §5. De definitieve beslissing wordt schriftelijk of per e-mail overgemaakt aan de ontlener.  

            §6. Elke ontlener kan maximaal 6 keer per jaar een aanvraag voor hetzelfde materiaal indienen.  

            Artikel 5. Facturatie 

            De gemeente maakt na afloop van de ontlening van het materiaal een factuur op van de kosten en van de eventuele (schade-)vergoedingen die door de ontlener verschuldigd zijn. 

            De betaling gebeurt binnen een termijn van 30 dagen na ontvangst van de factuur.  

            De retributies voor het gebruik worden bepaald in het goedgekeurde retributiereglement dat van toepassing is op het moment waarop de activiteit doorgaat.

            Artikel 6. Herroeping verstrekte toestemming 

            In uitzonderlijke gevallen kan de gemeente een verstrekte toestemming herroepen en het uitgeleende materiaal terugvorderen. Het college van burgemeester en schepenen maakt hiervoor een gemotiveerde beslissing op, behalve in geval van dringende en noodzakelijke redenen van openbaar nut waarbij het materiaal ter beschikking dient te worden gesteld van de gemeenschap.  

            Artikel 7.  Aansprakelijkheid 

            §1. De gemeente kan niet aansprakelijk gesteld worden: 

            • voor ongevallen of eventuele andere schadelijke gevolgen die zouden voortvloeien uit gebruik van het ontleende materiaal of uit eventuele gebreken ervan;

            • indien toegezegd materiaal op het ogenblik van de afhaling niet beschikbaar is door omstandigheden vreemd aan haar wil;

            • indien toegezegd materiaal niet op het in de aanvraag voorziene tijdstip werd afgehaald;

            §2. In geval van diefstal moet een aangifte ingediend worden bij de politie en wordt de kost voor de vervanging van het materiaal aangerekend aan nieuwwaarde.  

            Artikel 8. Verzekering 

            De ontlener is vrij een verzekering af te sluiten voor het ontleende materiaal.  

            Artikel 9. Toezicht en afwijkingen 

            De ontlener is steeds verplicht de leden van het college van burgemeester en schepenen en zijn afgevaardigden toegang te verlenen tot de ruimten en terreinen waar de materialen zich bevinden.  

            Artikel 10. Sancties    

            §1. Het ontleende materiaal kan in geval van vastgesteld misbruik, onmiddellijk worden teruggevorderd.   

            §2. Ingeval van niet naleving van dit reglement bestaat de kans tijdelijk of definitief van verdere ontlening te worden uitgesloten.   

            §3. Het niet betalen van aangerekende kosten brengt opschorting van ontleningen met zich mee.    

            Art. 11. Aanvaarding reglement 

            Door het ontlenen van enig materiaal verklaart de ontlener de bepalingen van dit huishoudelijk reglement te aanvaarden en de stipte naleving ervan te waarborgen. Eventuele betwistingen worden behandeld door het college van burgemeester en schepenen.    

            Artikel 12. Opheffingsbepaling

            Het huishoudelijk reglement op het uitlenen van gemeentelijke materialen, zoals vastgesteld door de gemeenteraad in vergadering van 16 december 2019, wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.  

            Artikel 13. Inwerkingtreding en bekendmaking   

            Dit huishoudelijk reglement werd vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2025, treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. De werking van dit reglement wordt geëvalueerd indien de nood zich voordoet.  

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

        • Dienstverlening

          • Retributie voor afgifte van administratieve stukken en het leveren van administratieve prestaties - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            Dit retributiereglement, zoals vastgesteld door de gemeenteraad in vergadering van 5 mei 2025, heeft slechts een beperkte geldigheidsduur, namelijk van 8 mei tot en met 31 december 2025, waardoor het moet herzien worden vanaf 1 januari 2026. 

            Een aantal wijzigingen worden aangebracht.

            Vooreerst heeft de gemeenteraad het retributiereglement op meldingen, inlichtingen, vergunningen en attesten uit het domein leefomgeving opnieuw vastgesteld in vergadering van 24 november 2025. In dit retributiereglement, dat in werking treedt op 1 januari 2026, worden alle handelingen die gerelateerd zijn aan de dienst leefomgeving gebundeld. Tot op heden waren enkele van die handelingen ook opgenomen in het retributiereglement voor afgifte van administratieve stukken en het leveren van administratieve prestaties. Dit impliceert dat alle bepalingen en tarieven verwijzend naar het Vastgoedinformatieplatform (afgekort VIP), evenals alle ander opzoekingswerk en het afleveren van een uittreksel uit de gemeentelijke inventaris van risicogronden in dit retributiereglement kunnen geschrapt worden.

            Voorts heeft de gemeenteraad, eveneens in vergadering van 24 november 2025, het retributiereglement uitvoering conformiteitsonderzoek woningkwaliteit vastgesteld met ingang van met 1 januari 2026, waardoor ook de retributie bij afgifte van een conformiteitsattest in dit retributiereglement dient geschrapt te worden. 

            Vanuit verschillende buurgemeenten vernamen wij dat zijn de prijzen van de producten van de dienst Burgerzaken in het kader van de meerjarenplanning en de budgettaire oefening zullen verhogen. Hoewel we momenteel weinig zicht hebben op de exacte verhogingen, stelde onze vergelijking met omliggende gemeenten vast dat onze tarieven vaak bij de laagste behoren. Om praktische reden (kassaverwerking) ronden we af naar boven dit werkt efficiënter. Op basis van deze bevindingen stellen we voor om ook binnen onze gemeente een prijsverhoging door te voeren.

            Voorts wordt voorgesteld om de prijzen van de verschillende producten van Burgerzaken te verhogen met 5 euro, waarbij telkens wordt afgerond naar het hogere veelvoud op de aanmaakprijs die door de hogere overheid wordt vastgelegd: 

            • Momenteel hanteren we aanmaakprijs + 1,50 euro of + 3,00 euro voor het merendeel van de producten. Bij het nieuwe voorstel zouden we gaan naar aanmaakprijs + 5 euro, met afronding naar het hogere veelvoud wanneer de FOD de prijs verhoogt;
            • Voor producten voor -12-jarigen rekenen we vandaag geen extra kost aan. In het nieuwe voorstel zouden we dit wel doen, aanmaakprijs + 5 euro, met afronding naar het hogere veelvoud;
            • Voor reispassen en rijbewijzen behouden we de huidige regeling: aanmaakprijs + 5 euro, met afronding naar het hogere veelvoud wanneer de FOD de prijs verhoogt.

            Tenslotte wordt er voor het maken van fotokopieën nog slechts één tarief voorzien, namelijk 0,50 euro per bladzijde. Aangezien het overmaken van documenten grotendeels digitaal gebeurt, is het niet langer nodig om de opsplitsing in verschillende formaten te maken. 

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het retributiereglement voor afgifte van administratieve stukken en het leveren van administratieve prestaties opnieuw vast te stellen met ingang van 1 januari 2026. 

            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Reinhilde Goossens, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters
            Tegenstanders: Jorden Dewachter, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Onthouders: Jan Van Camp, Peggy Seeuws, Linda Caluwaerts, Erwin Mertens
            Resultaat: Met 22 stemmen voor, 3 stemmen tegen, 4 onthoudingen

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt onderstaand retributiereglement voor afgifte van administratieve stukken en het leveren van administratieve prestaties vast:

            Artikel 1: Opheffing

            Het gemeenteraadsbesluit van 5 mei 2025 van Puurs-Sint-Amands inzake de vaststelling van de retributies voor afgifte van administratieve stukken en het leveren van administratieve prestaties wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.

            Artikel 2: Heffingstermijn - belastbaar feit

            Voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 worden gemeentelijke retributies gevestigd voor het afleveren van allerhande administratieve stukken en het leveren van administratieve prestaties door de gemeente.

            Artikel 3: Definities

            Onder volgend begrip wordt verstaan:

            - attest van immatriculatie: dit is een voorlopige Belgische verblijfsvergunning voor niet-EU burgers, die toekomen in België zonder visum D of zonder asielaanvraag. Zij verkrijgen deze vergunning in afwachting van een definitieve uitspraak over hun verblijf. Dit attest is ook gekend als de 'oranje kaart'.

            Artikel 4: Retributieplichtige

            De retributie is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die het administratief stuk of prestatie vraagt of aan wie het gevraagde stuk wordt uitgereikt.

            Artikel 5: Tarieven

            De retributies worden als volgt vastgesteld:

            Op administratieve stukken:

            5.1. Op afgifte van elektronische identiteitskaarten aan Belgen:

            • nieuwe kaart, vernieuwing of vervanging: tarief FOD + 5 euro en afronding naar het hogere veelvoud;
            • voor dringende aanvragen: tarief FOD + 5 euro en afronding naar het hogere veelvoud;
            • voor zeer dringende aanvragen: tarief FOD + 5 euro en afronding naar het hogere veelvoud;

            5.2. Op afgifte van vreemdelingen/verblijfskaarten aan niet-Belgen:

            • nieuwe kaart, vernieuwing of vervanging Eu, Eu+,F,F+M,M+N verblijfskaart: tarief FOD + 5 euro en afronding naar het hogere veelvoud;
            • nieuwe kaart, vervanging of vervanging A,B,H,I,J,K,L verblijfskaart: tarief FOD + 5 euro en afronding naar het hogere veelvoud;

            5.3. Op afgifte van een kids-ID aan Belgische kinderen (-12 jaar):

            • nieuwe kaart, vernieuwing of vervanging: tarief FOD + 5 euro en afronding naar het hogere veelvoud;
            • voor dringende aanvragen: tarief FOD + 5 euro en afronding naar het hogere veelvoud;
            • voor zeer dringende aanvragen: tarief FOD + 5 euro en afronding naar het hogere veelvoud;

            5.4. Op afgifte van vreemdelingen/verblijfskaarten aan niet-Belgische kinderen (-12 jaar):

            • nieuwe kaart, vernieuwing of vervanging Eu, Eu+,F,F+M,M+N verblijfskaart: tarief FOD + 5 euro en afronding naar het hogere veelvoud;
            • nieuwe kaart, vervanging of vervanging A,B,H,I,J,K,L verblijfskaart: tarief FOD + 5 euro en afronding naar het hogere veelvoud;
            • spoedprocedures alle verblijfsaanvragen: tarief FOD + 5 euro en afronding naar het hogere veelvoud;

            5.5. Op afgifte van paspoorten:

            • gewone procedure < 18 jaar: tarief FOD + 5 euro en afronding naar het hogere veelvoud;
            • gewone procedure > of = 18 jaar: tarief FOD + 5 euro en afronding naar het hogere veelvoud;
            • spoedprocedure < 18 jaar: tarief FOD + 5 euro en afronding naar het hogere veelvoud;
            • spoedprocedure > of = 18 jaar: tarief FOD + 5 euro en afronding naar het hogere veelvoud;
            • super spoedprocedure < 18 jaar: tarief FOD + 5 euro en afronding naar het hogere veelvoud;
            • super spoedprocedure > of = 18 jaar: tarief FOD + 5 euro en afronding naar het hogere veelvoud;

            5.6. Op afgifte van reistitels of reispas (voor vluchtelingen, staatlozen en vreemdelingen):

            • gewone procedure < 18 jaar: tarief FOD + 5 euro en afronding naar het hogere veelvoud;
            • gewone procedure > of = 18 jaar: tarief FOD + 5 euro en afronding naar het hogere veelvoud;
            • spoedprocedure < 18 jaar: tarief FOD + 5 euro en afronding naar het hogere veelvoud;
            • spoedprocedure > of = 18 jaar: tarief FOD + 5 euro en afronding naar het hogere veelvoud;

            5.7. Op afgifte attest van immatriculatie, vernieuwing of vervanging:

            • nieuwe kaart, vernieuwing of vervanging: 5 euro;

            5.8. Op afgifte van rijbewijzen:

            • gewone procedure: nieuw of voorlopig rijbewijs: tarief FOD + 5 euro en afronding naar het hogere veelvoud;
            • internationale rijbewijzen: tarief FOD + 5 euro en afronding naar het hogere veelvoud;

            5.9. Registratie samenwonen:

            • registratie van wettelijk samenwonenden: 0 euro;
            • beëindiging van wettelijk samenwonenden: 0 euro; 

            5.10. Op afgifte van slachtbewijzen:

            • slachtbewijzen: 10 euro;

            5.11. Bij afleveren van de vergunning tot wijziging voornaam:

            • gewone voornaamswijziging: 75 euro;
            • voornaamswijziging transgender: 7,5 euro;
            • voornaamswijziging vreemdeling zonder officiële voornaam die de Belgische nationaliteit aanvragen/hebben: 0 euro;

            5.12 Bij voltrekking van een huwelijk, inclusief trouwboekje:

            • tijdens kantooruren op weekdag en op zaterdagvoormiddag: 60 euro;

            Wanneer de gevraagde administratieve stukken per post dienen overgemaakt te worden, worden de  verzendingskosten aan de retributie toegevoegd. Deze bijkomende kosten dienen bij de aanvraag te worden betaald.

            Op administratieve prestaties:

            5.13.  Voor het maken van fotokopieën:

            • per kopie: 0,50 euro;
            • planafdruk: 8 euro de lopende meter;

            Een recto verso kopie wordt als twee kopieën beschouwd. 

            Artikel 6: Vrijstellingen

            Van de retributies worden vrijgesteld: 

            • de stukken die kosteloos moeten afgeleverd worden krachtens een wet, een koninklijk besluit of een andere overheidsverordening kosteloos door de gemeente;
            • de afgifte van stukken welke krachtens een wet, een koninklijk besluit of een overheidsverordening reeds aan de betaling van een belasting of retributie ten behoeve van de gemeente onderworpen is. Uitzondering wordt gemaakt voor de rechten welke de met het afgeven van reispassen belaste gemeenten ambtshalve toekomen volgens tarieven gevoegd bij de wet op de consulaire- en kanselarijrechten;
            • de stukken welke aan behoeftige personen worden afgeleverd; de behoeftigheid wordt vastgesteld door elk overtuigend bewijsstuk;
            • geldigverklaring van aanvraagformulieren voor vermindering op biljetten van de NMBS, VVM De Lijn en de openbare autobusdiensten;
            • de adresaanvragen en aanvragen om inlichtingen, uitgaande van gerechtsdeurwaarders, gerechtelijke overheden, openbare besturen en daarmee gelijkgestelde instellingen van openbaar nut, indien er voor die vragen een wettelijke rechtsgrond bestaat;
            • de verlenging van de geldigheidsduur van het rijbewijs categorie A3, A, B, B+E en G (groep 1) om medische redenen.

            Artikel 7: Wijze van inning

            De retributies moeten contant betaald worden bij de aanvraag, uiterlijk bij de aflevering van de documenten of de uitvoering van de administratieve diensten. De retributie bij voltrekking van een huwelijken wordt gevorderd via factuur. 

            Artikel 8: Invordering

            Bij gebrek aan betaling in der minne, zal de retributie burgerrechtelijk ingevorderd worden voor wat betreft het betwiste gedeelte. De invordering van het niet-betwist gedeelte zal door middel van een dwangbevel, voorzien in artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur, geschieden.

            Artikel 9: Inwerkingtreding en bekendmaking

            Dit retributiereglement werd vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2025, treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

      • Subsidies

        • Milieu

          • Subsidiereglement 'Bestrijding Aziatische Hoornaar' - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            De Aziatische hoornaar (Vespa velutina) is een invasieve exoot die sinds een aantal jaren ook in België wordt aangetroffen. In 2016 werd het eerste exemplaar hier aangetroffen. De soort vormt een ernstige bedreiging voor de honingbijen en andere inheemse bestuivers. Bovendien kan deze zeer onverwachts agressief en gevaarlijk zijn voor de mens.

            De gemeenteraad stelde in de vergadering van 11 september 2023 een subsidiereglement ter bestrijding van de Aziatische Hoornaar vast. 

            Elk niet uitgeroeid nest brengt ongeveer 500 nieuwe koninginnen voort waarvan een 10% de winter overleeft en het volgende jaar nieuwe nesten aanmaakt.

            In België wordt - net zoals in andere Europese landen - een exponentiële groei van het aantal Aziatische hoornaars waargenomen, ook in Puurs-Sint-Amands.

            Wanneer het nest zich op privaat terrein bevindt, maar niet onmiddellijk als storend ervaren wordt, dan is men niet altijd geneigd dit te melden. Om ook de bestrijding te stimuleren op privaat domein in Puurs-Sint-Amands werd door de gemeenteraad, in vergadering van 11 september 2023, een subsidie vastgesteld voor de verdelging van de Aziatische hoornaar. 

            De enige wijziging ten opzichte van het huidige reglement, betreft de aanpassing van de budgetsleutel.

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het subsidiereglement bestrijding Aziatische Hoornaar opnieuw vast te stellen met ingang van 1 januari 2026. 


             

            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt onderstaand subsidiereglement voor de bestrijding van de Aziatische hoornaar vast:

            Artikel 1. Doel 

            De Aziatische hoornaar (Vespa velutina) is een invasieve exoot die een bedreiging vormt voor de biodiversiteit en bovendien zeer onverwachts agressief en gevaarlijk kan zijn voor de mens. Het aantal waarnemingen van de Aziatische hoornaar in Puurs-Sint-Amands stijgt jaarlijks exponentieel.
            Om de bestrijding op privaat domein te stimuleren verleent de gemeente Puurs-Sint-Amands een subsidie voor de verdelging van deze soort.

            Artikel 2. Toepassingsgebied
            Het reglement is van toepassing voor bestrijding op het grondgebied van Puurs-Sint-Amands.
            Het reglement is alleen van toepassing voor het verwijderen van nesten van de Aziatische hoornaar (Vespa velutina) en kan niet worden toegepast voor de bestrijding van andere insecten.

            Artikel 3. Doelgroep
            Voor de subsidie komen in aanmerking alle natuurlijke personen (eigenaars, huurders en gebruikers) of verenigingen.

            Artikel 4. Voorwaarden
            De gemeente Puurs-Sint-Amands verleent de subsidie ter bestrijding van de Aziatische hoornaar onder de volgende cumulatieve voorwaarden:

            1. De subsidie betreft de terugbetaling (van een deel) van de werkelijke kosten gemaakt voor de verdelging van een nest van de Aziatische hoornaar. De kosten voor de verdelging van andere nesten (zoals wespennesten, nesten van de Europese hoornaar of andere insecten) komen niet in aanmerking voor deze toelage;

            2. De subsidie voor de bestrijding van een nest van Aziatische hoornaars mag niet gecumuleerd worden met enige andere vorm van financiële tegemoetkoming voor de bestrijding van het nest. Voor de periode waarin er een beheerovereenkomst bestaat voor de bestrijding op privépercelen tussen de Vlaamse Overheid en de bestrijders, wordt er geen financiering door de gemeente voorzien;

            3. Het te verwijderen nest dient voorafgaandelijk aan iedere interventie aangemeld te worden op de website van ‘Vespa-Watch’ of van de ‘Imkervereniging Klein-Brabant’ zodat het gevalideerd wordt door een kenner. De kenner moet eveneens de desgevallende hoogdringendheid van de interventie tot bestrijding aangeven;
            Nadat de melder per e-mail de validatie én de desgevallende hoogdringendheid ontvangt, organiseert deze daarna de verwijdering.

            4. De verwijdering van het nest dient te gebeuren door Brandweerzone Rivierenland of een erkende bestrijder opgenomen in de Vespa-Watch-lijst;

            5. Bij de subsidieaanvraag wordt een factuur toegevoegd die voldoet aan de volgende cumulatieve voorwaarden:
            a) de factuur is opgesteld door Brandweerzone Rivierenland of een erkende bestrijder opgenomen in de Vespa-Watch-lijst;

            b) de factuur vermeldt uitdrukkelijk de verdelging van een nest van de Aziatische hoornaar én de desgevallende hoogdringendheid;
            c) de factuur vermeldt uitdrukkelijk het adres of de locatie waar het nest verdelgd werd. Indien het adres of de locatie, waar het nest verdelgd werd, verschillend is van het adres van de begunstigde, volstaat een interventieverslag met uitdrukkelijke vermelding van het adres of de locatie van verdelging van het nest.

            6. De aanvraag wordt ingediend na de verdelging van het nest waarvoor de subsidie aangevraagd wordt en uiterlijk zes maanden na deze verdelging;

            7. Het verlenen van de gemeentelijke subsidie kan enkel binnen de perken van de kredieten die het college van burgemeester en schepenen voor dit reglement voor overdrachten beschikbaar stelt en overeenkomstig de Wet van 14 november 1983 houdende controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen;

            8. Enkel de interventies na de datum van inwerkingtreding van dit reglement zijn subsidieerbaar. 

            Artikel 5. Subsidiebedrag

            De omvang van de subsidie bedraagt de werkelijk gemaakte kosten (inclusief btw voor niet btw-plichtigen; exclusief btw voor btw-plichtigen) voor de verdelging van het nest met een maximum van de tarieven die de brandweerzone Rivierenland heeft opgenomen in zijn recentste retributiereglement.
            De kenner die de vaststelling doet van de nest, geeft eveneens de hoogdringendheid aan van de daaropvolgende bestrijding opdat de correcte tarifering kan bepaald worden.

            Artikel 6. Procedure

            6.1 De aanvraag
            De subsidie dient aangevraagd te worden via het door de gemeente ter beschikking gestelde aanvraagformulier. Bij dit formulier dient gevoegd te worden:
            1) De validatiemail én de desgevallende hoogdringendheid van Vespa-Watch of van de Imkervereniging van Klein-Brabant;
            2) Een factuur die voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 4.5, desgevallend samen met een interventieverslag;

            De aanvraag wordt ingediend na de verdelging van het nest en uiterlijk zes maanden na deze verdelging.

            De aanvraag is slechts ontvankelijk zodra deze volledig en conform de voorwaarden van dit reglement ingediend werd.

            6.2 Beoordeling
            Binnen een termijn van maximaal 6 maanden na het indienen van de aanvraag, controleert de bevoegde dienst of de aanvraag voldoet aan de gestelde voorwaarden en formuleert de bevoegde dienst een advies aan het college van burgemeester en schepenen.
            Deze termijnen zijn enkel richtdata, bij wijziging van de aanvraag of de nood aan bijkomende informatie vanuit de gemeente, kan de behandelende ambtenaar zich genoodzaakt zien deze termijn te verlengen.

            6.3 Beslissing
            Het college van burgemeester en schepenen neemt de beslissing op basis van het advies van de bevoegde dienst.
            Als het dossier volledig is, vindt de beslissing plaats binnen een termijn van maximaal 6 maanden na het indienen van de aanvraag.
            De aanvrager wordt van de beslissing schriftelijk in kennis gesteld.
            Deze termijnen zijn enkel richtdata.

            6.4 Uitbetaling
            De subsidie wordt toegekend aan de aanvrager.
            De uitbetaling van de subsidie gebeurt door overschrijving op de post- of bankrekening van de aanvrager binnen 3 maanden na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen.
            De aanvrager verbindt zich ertoe de gemeente onverwijld schriftelijk op de hoogte te brengen van iedere wijziging van diens post- of bankrekeningnummer.

            Artikel 7. Controle
            De begunstigde geeft aan de gemeente toegang tot de infrastructuur en inzage in alle relevante stukken om ter plaatse de correcte aanwending van de toegekende subsidie te kunnen controleren. Indien nodig kan de gemeente contact opnemen met de firma en/of aannemer die de bestrijding heeft uitgevoerd.

            Artikel 8. Sancties
            De subsidie wordt aangewend voor het doel waarvoor ze werd toegekend, namelijk de bestrijding van de Aziatische hoornaar. Zo niet, dient de subsidie terugbetaald te worden.
            Als de uitvoering niet in overeenstemming is met de voorwaarden uit het reglement, heeft de gemeente het recht om de subsidie niet uit te betalen of de uitbetaalde subsidie terug te vorderen. De aanvrager wordt hiervan op de hoogte gebracht.
            In geval van fraude of valse verklaringen in hoofde van de aanvrager, kan de gemeente beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.

            Artikel 9. Bezwaar
            Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
            Bezwaren moeten schriftelijk (via aangetekend schrijven, brief, e-mail, afgifte tegen ontvangstbewijs, …) gericht worden aan het college van burgemeester en schepenen en dit uiterlijk binnen één maand na kennisgeving van de beslissing over de weigering van de subsidie aan de aanvrager. De aanvrager dient zijn redenen te motiveren.

            Artikel 10. Opheffingsbepaling

            Het subsidiereglement voor de bestrijding van de Aziatische hoornaar, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van 11 september 2023, wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.

            Artikel 11. Inwerkingtreding en bekendmaking

            Dit subsidiereglement werd vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2025, treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. Dit reglement wordt geëvalueerd indien de nood zich voordoet.

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. 

          • Subsidiereglement natuurbeheer en landschapszorg - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            De gemeenteraad heeft in vergadering van 25 februari 2019 het subsidiereglement m.b.t. natuurbeheer en landschapszorg vastgesteld.

            Het subsidiebesluit werd deels afgestemd op het intergemeentelijk subsidiereglement voor KLE’s van het Regionaal Landschap Schelde-Durme met als doel de bestaande gemeentelijke subsidieregelingen binnen haar werkingsgebied te optimaliseren en af stemmen op de subsidies van de hogere overheden evenals op de werking van het Regionaal Landschap Schelde-Durme.

            Er zijn inhoudelijk geen wijzigingen t.o.v. het huidige subsidiereglement, enkel de budgetsleutels werden gewijzigd. 

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd dit subsidiereglement m.b.t. natuurbeheer en landschapszorg opnieuw vast te stellen met ingang van 1 januari 2026.

            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

            Besluit

            Artikel 1: De gemeenteraad stelt onderstaand subsidiereglement natuurbeheer en landschapszorg vast:

            HOOFDSTUK 1 : DEFINITIES EN AFBAKENING

            Artikel 1.1.: Binnen de perken van de jaarlijks op de begroting voorziene en goedgekeurde kredieten kan het college van burgemeester en schepenen een subsidie verlenen voor het aanleggen, aanplanten en/of onderhouden van kleine landschapselementen op het grondgebied van de gemeente.

            Artikel 1.2.: Beknopte omschrijving van de betoelaagbare kleine landschapselementen.

            Houtige landschapselementen

            • Haag en heg: Lijnvormige aanplanting van streekeigen houtige gewassen die door periodieke snoei in vorm gehouden worden. De snoei is voor de haag zeer frequent  en voor de heg minimaal.
            • Houtkant: Lijnvormige aanplanting van streekeigen houtige gewassen die door periodiek kappen onderhouden worden. De gebruikte soorten bezitten de eigenschap om nieuwe loten te vormen.
            • Houtwal: Houtkant op een verhoogd stuk grond.
            • Knotbomenrij: Lijnvormige aanplant van bomen van streekeigen soorten die door periodiek knotten onderhouden worden. De gebruikte soorten bezitten de eigenschap om nieuwe loten te vormen.
            • Solitaire boom: Alleenstaande boom van een streekeigen soort.
            • Bomenrij: Lijnvormige aanplant van minimum 10 bomen van streekeigen soorten.
            • Boomgroep: Aanplanting van streekeigen loofbomen in groepsverband, inclusief hoogstamboomgaarden.
            • Hakhoutbosje: Bebossing die door periodiek kappen onderhouden wordt. De gebruikte soorten bezitten de eigenschap om nieuwe loten te vormen.

            Bebossing
            Aanplant van streekeigen soorten in bosverband op plaatsen die voorheen niet bebost waren.

            Poelen
            Uitgegraven klein waterelement met natuurlijke oevers die gevoed wordt door regen- en/of grondwater en het grootste deel van het jaar van nature waterhoudend is zonder dat er kunstmatige water ondoorlatende lagen werden aangebracht.

            Sloten en greppels
            Ten behoeve van waterafvoer of ontwatering gegraven langwerpige waterelementen met natuurlijke oevers die niet geklasseerd zijn als waterloop, gevoed worden door regen- en/of grondwater en het grootste deel van het jaar van nature water houdend zijn zonder dat er kunstmatige water ondoorlatende lagen werden aangebracht.

            Trage wegen
            Wegen met een juridisch vastgelegd algemeen recht van doorgang waarvan de inrichting in de eerste plaats afgestemd is op zachte weggebruikers zoals wandelaars, fietsers en/of ruiters en vaak gekenmerkt wordt door een onverhard of halfverhard karakter en/of een geringe (verharde) breedte. In de regel is de bedding van een trage weg geen openbaar domein maar eigendom van de aangelanden. Op deze trage wegen rust een erfdienstbaarheid van openbare doorgang. Het gemeentebestuur is verantwoordelijk voor het beheer van deze wegen.

            Artikel 1.3.: De betoelaagbare landschapselementen moeten gelegen zijn op niet-bebouwde percelen in het landelijk gebied van de gemeente. Ook landschapselementen in tuinen worden uitgesloten van een subsidie. Onder landelijk gebied wordt verstaan de zones met de volgende bestemming: agrarisch gebied, groengebied of buffergebied.

            Artikel 1.4.: De subsidie voor het aanleggen, aanplanten en/of onderhouden van kleine landschapselementen kan aangevraagd worden door de eigenaar of de gebruiker van de percelen waar de werken gepland zijn of door een vereniging die de werken op vraag van de eigenaar of gebruiker uitvoert. Indien de aanvrager geen eigenaar is van de percelen waarop een subsidie wordt aangevraagd voor de aanleg van landschapselementen dient de aanvrager hiertoe over de toestemming van de eigenaar te beschikken.

            Artikel 1.5.: Volgende werken komen in geen geval in aanmerking voor een gemeentelijke subsidie:

            • Werken die deel uitmaken van de voorwaarden begrepen in een vergunning: o.a. kapvergunning, natuurvergunning, stedenbouwkundige vergunning, omgevingsvergunning, boscompensatie.
            • Werken waarvoor een subsidie wordt ontvangen vanuit een andere overheid: o.a. subsidie hoogstamboomgaarden, Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling, beheerovereenkomsten Vlaamse Landmaatschappij, subsidie bebossing Agentschap voor Natuur en Bos, provincie.
            • Aanplantingen met commerciële doeleinden: o.a. boomkwekerij, kerstbomen.
            • Aanvragen waarvan de totale subsidie 25 euro niet overschrijdt.

            HOOFDSTUK 2: SUBSIDIE VOOR AANPLANT OF AANLEG VAN HOUTIGE LANDSCHAPSELEMENTEN

            Artikel 2.1.: Voor aanplant of aanleg kunnen volgende subsidies worden verstrekt :

            • voor een haag, heg, houtkant of houtwal: 0,25 euro per plant;
              - het plantgoed heeft een minimumformaat van 60-80 cm
              - plantafstanden zijn : 0,3 m tot 0,5 m in hagen; 1 m in heggen, houtkanten en houtwallen
            • voor een solitaire boom, bomenrij of boomgroep: 7,50 euro per boom
              - aanplant van hoogstammig beworteld plantgoed met een stamomtrek van minimum 8 tot 10 cm
            • voor knotbomen: 2,50 euro per stuk
              - aanplanting van niet bewortelde poten die bij aanplant een stamomtrek hebben van minstens 20 cm ter hoogte van het maaiveld en een hoogte boven het maaiveld van minstens 1,75 m
            • voor bebossing: 15 euro per are
              - de beboste oppervlakte bedraagt maximum 50 are.
              - het plantgoed heeft een minimumformaat van 60-80 cm
              - er worden minimum 25 planten per are aangeplant

            Artikel 2.2.: Enkel goed uitgevoerde aanplanten van streekeigen soorten zoals geadviseerd door Regionaal Landschap Schelde-Durme en die uitgevoerd worden tussen 15 oktober en 31 maart komen in aanmerking voor een subsidie. Enkel voor de aanplant van knotbomen is geen voorafgaand advies van het Regionaal Landschap Schelde-Durme vereist. Indien beschikbaar moet gebruik worden gemaakt van autochtoon plantgoed.

            Artikel 2.3.: Bij gecombineerde aanleg geldt de samenvoeging van de overeenkomstige bepalingen en bedragen.

            Artikel 2.4.: Met het indienen of laten indienen van de aanvraag verbindt de eigenaar of gebruiker zich tot de nodige instandhoudingszorg. Dit houdt in dat:

            • de betoelaagde aanplantingen minimaal gedurende tien jaar op dezelfde plaats blijven staan.
            • de betoelaagde aanplantingen gevrijwaard worden tegen vraat vanwege vee of wild.
            • vervanging van afgestorven, sterk misgroeide of beschadigde planten gebeurt in het eerstvolgende plantseizoen
            • waar nodig regelmatige onderhoudssnoei en –kappingen uitgevoerd worden

            Vervanging van afgestorven plantsoen komt niet in aanmerking voor betoelaging; enkel nieuwe aanplantingen worden betoelaagd.

            HOOFDSTUK 3: SUBSIDIE VOOR ONDERHOUD VAN HOUTIGE LANDSCHAPSELEMENTEN

            Artikel 3.1.: Voor onderhoud van kleine landschapselementen kunnen volgende vergoedingen worden toegekend:

            • voor een onderhoudssnoei van een haag 0,50 euro per lopende meter: voor 1ste snoei na aanplant moet de haag een hoogte hebben van minimum 1,25 m, daarna kan de subsidie om de twee jaar of meer toegekend voor een zelfde haag;
            • voor een onderhoudssnoei van een heg, een houtkant of een houtwal 1 euro per lopende meter: voor 1ste snoei na aanplant moet de heg, houtkant of houtwal een hoogte hebben van minimum 4 meter, daarna kan de subsidie om de vijf jaar of meer toegekend worden;
            • voor het knotten van knotbomen 6,25 euro per boom: voor de eerste knotbeurt na aanplant moet de knotboom minimum 3 jaar oud zijn, daarna kan de subsidie om de vijf jaar of meer toegekend worden voor een zelfde knotboom;
            • voor een onderhoudskapping in een hakhoutbos 8 euro per are: voor de eerste kapping na aanplant moet het bosje een hoogte hebben van minimum 4 meter, daarna kan de subsidie om de vijf jaar of meer toegekend worden voor een zelfde hakhoutbos. De oppervlakte van het onderhouden hakhoutbos bedraagt maximum 50 are per jaar per aanvrager.

            Artikel 3.2.: De werken gebeuren volgens de code van goede natuurpraktijk (tijdstip, uitvoeringsmodaliteiten, …). Voorafgaandelijk technisch advies kan bekomen worden bij het Regionaal Landschap Schelde-Durme.

            HOOFDSTUK 4: SUBSIDIE VOOR AANLEG EN HERUITDIEPEN/HERSTELLEN VAN EEN POEL

            Artikel 4.1.: De vergoeding voor de aanleg van een nieuwe poel en het heruitdiepen of het herstellen van een bestaande poel bedraagt 2,50 euro per vierkante meter. De subsidie kan om de 10 jaar of meer toegekend worden.

            Artikel 4.2.: De werken kunnen enkel uitgevoerd worden na advies en onder controle van Regionaal Landschap Schelde-Durme. Voorwaarden voor uitvoering zijn:

            • De oppervlakte van de poel bedraagt na uitvoering van de werken minimum 50 en maximum 250 m².
            • De poel is na uitvoering van de werken voldoende waterhoudend.
            • De poel wordt zo aangelegd of hersteld dat minimum één oever een geleidelijke overgang vertoont van water naar land.
            • Minstens 2/3de van de poel wordt ontoegankelijk gemaakt voor het vee.
            • Er worden geen waterdieren in of om de poel uitgezet.
            • Er worden geen waterplanten in de poel aangebracht.
            • Te veel schaduw van heesters of bomen dient te worden vermeden, in het bijzonder ter hoogte van de licht hellende zijden. Omwille van cultuurhistorische redenen, zoals bij de vlasrootputten,  kan hiervan afgeweken worden.
            • In de poel wordt geen materieel uitgespoeld dat in contact is geweest met chemische middelen, biociden en kunstmest.
            • Er wordt geen water aan de poel onttrokken met uitzondering van drinkwater t.b.v. het in de aangrenzende percelen ingeschaarde vee.
            • Het heruitdiepen of herstellen van een bestaande poel gebeurt in de nazomer.

            Artikel 4.3.: Met het indienen of laten indienen van de aanvraag verbindt de eigenaar of gebruiker zich tot de nodige instandhoudingszorg. Hieronder wordt verstaan:

            • Regelmatig verwijderen van slib tot op de minerale bodem zodat de poel steeds voldoende waterhoudend blijft. Voor uitvoering van deze werken kan om de 10 jaar een subsidie aangevraagd worden.
            • Regelmatig snoeien en/of terugzetten van de houtige beplanting rondom de poel zodat voldaan wordt aan de eisen inzake beschaduwing. Voor uitvoering van deze werken kan een onderhoudssubsidie aangevraagd worden conform hoofdstuk 3.
            • Regelmatig onderhouden van de niet houtachtige oevervegetatie door maaien, begrazen of schonen.

            HOOFDSTUK 5: SUBSIDIE VOOR ONDERHOUD/HERSTEL VAN EEN BESTAANDE SLOOT OF GREPPEL IN HISTORISCH PERMANENT GRASLAND

            Artikel 5.1.: De vergoeding voor het onderhoud of herstel van een bestaande sloot of greppel bedraagt 1,25 euro per lopende meter. Slechts 1 zijde kan hiervoor in aanmerking komen. De subsidie kan om de 10 jaar of meer toegekend worden.

            Artikel 5.2.: De werken kunnen enkel uitgevoerd worden na advies en onder controle van Regionaal Landschap Schelde-Durme. Voorwaarden voor uitvoering zijn:

            • De sloot of greppel is niet geklasseerd als waterloop en bevindt zich in historisch permanent grasland.
            • Na de werken bevat de sloot of greppel minstens het volledige winterhalfjaar voldoende zuiver water om een typische water- of moerasflora en waterfauna tot ontwikkeling te laten komen.
            • Er worden geen waterdieren in of langs de sloot/greppel uitgezet.
            • Er worden geen waterplanten in de sloot/greppel aangebracht.
            • In de sloot/greppel wordt geen materieel uitgespoeld dat in contact geweest is met chemische middelen, biociden en kunstmest.
            • De werken worden uitgevoerd in de nazomer.

            Artikel 5.3.: Met het indienen of laten indienen van de aanvraag verbindt de eigenaar of gebruiker zich tot de nodige instandhoudingszorg. Hieronder wordt verstaan:

            • Regelmatig verwijderen van slib tot op de minerale bodem. Voor uitvoering van deze werken kan om de 10 jaar een subsidie aangevraagd worden.
            • Regelmatig snoeien en/of terugzetten van de houtige beplanting op de slootoever. Voor uitvoering van deze werken kan een onderhoudssubsidie aangevraagd worden conform hoofdstuk 3.
            • Regelmatig onderhouden van de niet houtachtige oevervegetatie (maaien, begrazen of schonen).

            Artikel 5.4.: De maximale subsidie voor het herstel van een bestaande sloot of greppel bedraagt 500 euro per aanvrager en per jaar.

            HOOFDSTUK 6: SUBSIDIE VOOR HET ONDERHOUD VAN EEN TRAGE WEG

            Artikel 6.1.: De vergoeding voor het onderhoud van een trage weg bedraagt 0,16 euro per m² per jaar. Deze vergoeding heeft tot doel het beheer en het behoud te verzekeren van de betreffende trage weg.

            Artikel 6.2.: Enkel de trage wegen waarvan de gemeente het wenselijk acht dat het onderhoud opgenomen wordt door aangelanden komen voor deze vergoeding in aanmerking.

            Artikel 6.3.: Het onderhoud van de trage wegen omvat het maaien van de aanwezige grazige vegetatie van de wegbedding en –bermen en/of het onkruidvrij houden van de aanwezige verhardingen. Dit onderhoud gebeurt op een manier dat de doorgang en verkeer over deze weg te allen tijde over de volledige wegbreedte mogelijk blijft.

            Artikel 6.4.: Daarnaast verbindt de beheerder zich ertoe:

            • De trage weg over de volledige lengte en breedte in stand te houden en deze niet te gebruiken voor landbouwkundige doeleinden.
            • Het decreet op de reductie van bestrijdingsmiddelen in het Vlaamse gewest te respecteren bij het beheer van de trage weg.
            • Het gemeentebestuur in kennis te stellen van schade aan de trage weg, die veroorzaakt werd door derden.

            Artikel 6.5.: In zoverre voldaan wordt aan de voorwaarden gesteld in de voorgaande hoofdstukken kan ook een subsidie bekomen worden voor de aanleg/het onderhoud van houtige landschapselementen en poelen en het herstel van een bestaande sloot langs trage wegen.

            HOOFDSTUK 7. BEHEER VAN GRONDEN VOOR NATUURBEHOUD EN LANDSCHAPSONTWIKKELING

            Artikel 7.1.: Het college van burgemeester en schepenen verleent voor het beheer van gronden door natuurverenigingen de volgende subsidies:

            - een basissubsidie van € 250/ha/jaar voor het in beheer nemen van eigen of gehuurde terreinen met het oog op natuurbehoud en/of landschapsontwikkeling. De aanvraag dient per terrein het beoogde natuurbeheerdoel weer te geven;

            - een subsidie van € 125/dag voor het inrichten van werkdagen, op door de gemeente aangeduide terreinen, en hetzij door eigen leden, hetzij in samenwerking met verenigingen, scholen . Er dienen minstens 5 leden deel te nemen. De subsidie voor werkdagen wordt beperkt tot € 625 per vereniging per jaar.

            Artikel 7.2.: Indien vooraf door het college van burgemeester en schepenen goedgekeurde beheerwerken door derden dienen uitgevoerd te worden, kunnen natuurverenigingen een subsidie ontvangen van maximaal 75 % van de bewezen kosten, met een maximum van € 250 per beheerdag.

            De inrichter maakt minstens 1 maand vooraf bekend aan het gemeentebestuur waar en wanneer beheerdagen ingericht worden, welke werken er zullen uitgevoerd worden, door wie en waarom.

            Artikel 7.3.: Voor de basissubsidie natuur- en landschapsbeheer maakt de natuurvereniging voor het einde van het beheerjaar een kopie van de kadastrale gegevens, eventuele huur- of andere gebruiksovereenkomsten, over aan het gemeentebestuur. Voor de basissubsidie rapporteert de natuurvereniging om de 5 jaar aan het college van burgemeester en schepenen over de beheerde natuurterreinen. Het rapport vermeldt per aaneengesloten natuurgebied het uitgevoerde beheer, de actuele natuurwaarde en de toekomstige beheerdoelstelling.

            Voor de beheerwerken door derden dient de natuurvereniging binnen de maand na het plaatsvinden van de beheerdag een kort verslag van de uitgevoerde beheerwerken, en indien van toepassing, een kopie van de factuur van derden over te maken aan het gemeentebestuur.

            De subsidie wordt toegekend aan de aanvrager na controle door de gemeentelijke diensten op de correcte uitvoering van de aangevraagde werken voor de werk- en beheerdagen op gronden voor natuurbehoud en landschapsontwikkeling.

            HOOFDSTUK 8 : BEHOUD VAN ZWALUW-KOLONIES

            Artikel 8.1: De subsidie heeft betrekking op bezette zwaluwnesten in/aan woningen en/of andere gebouwen op het grondgebied van de gemeente. Het betreft de soorten: Huiszwaluw en Boerenzwaluw.

            Artikel 8.2: De subsidie zal uitbetaald worden aan de gebruiker van het gebouw waarin/waaraan zich de kolonie bevindt.

            Artikel 8.3: Er is maar één aanvraag per adres mogelijk. Bij een eventuele aanvraag voor een appartementsgebouw gaat de subsidie naar de vereniging van mede-eigenaars tenzij onweerlegbaar vastgesteld wordt dat de zwaluwnesten verbonden zijn aan één of meerdere individuele appartementen (bvb. op een terras). In dit geval kunnen de individuele gebruikers van het appartement de subsidie aanvragen en bekomen.

            Artikel 8.4: Voor het in stand houden van een zwaluwkolonie van minder dan 3 bezette nesten (kleine kolonie) wordt een subsidie verleend van € 25,00 per jaar. Bestaat de kolonie uit 3 tot en met 10 bezette nesten (grote kolonie) dan wordt een subsidie verleend van € 37,50 per jaar. Bestaat de kolonie uit meer dan 10 bezette nesten dan wordt een subsidie verleend van € 50,00 per jaar. Meerdere legsels in één kalenderjaar in een zelfde nest worden slechts meegeteld als één nest.

            Artikel 8.5: Broedgevallen in kunstnesten die kosteloos worden opgehangen door de gemeente of het Regionaal Landschap Schelde-Durme worden niet gesubsidieerd.

            Artikel 8.6: De aanvrager van de subsidie dient volgende voorwaarden ter bescherming van de zwaluwen strikt na te leven:

            - Er worden geen chemische insectenbestrijdingsmiddelen gebruikt op de muren of op het plafond, in de stallen of andere ruimten waar de zwaluwnesten zich bevinden of in de onmiddellijke omgeving van de zwaluwnesten.

            - Bij het schoonmaken van de muren, de stallen of andere ruimten waar de zwaluwnesten zich bevinden, worden de nesten gespaard.

            - Er worden geen lakverven gebruikt op de muren of op het plafond in de nabijheid van de nesten.

            - Indien de muren en/of het plafond van de stallen/gebouwen worden gekalkt mag hiervoor enkel een natuurlijk product gebruikt worden.

            - In de stallen of andere ruimten waar de zwaluwnesten zich bevinden worden voldoende openingen voorzien om de toegang van zwaluwen mogelijk te maken.

            - Verlaten nesten worden minimaal drie jaar behouden.

            - Er worden de nodige maatregelen getroffen zodat de nesten niet bereikbaar zijn voor katten of andere dieren.

            - Bij overlast door onder andere uitwerpselen in de nabijheid van het nest dient de aanvrager de nodige maatregelen te treffen (bvb. mestplank) om deze overlast in te perken.

            Artikel 8.4: De aanvragen moeten schriftelijk ingediend worden in de periode tussen 1 mei en 30 juni op het daartoe bestemde aanvraagformulier.

            Artikel 8.5: De indiener van de aanvraag gaat akkoord met een mogelijke controle van de kolonie in de periode tussen 15 mei en 31 augustus. Het is mogelijk dat de premies pas worden uitbetaald na een vooraf aangekondigde controle van de kolonies door een medewerker van de gemeente. De gemeente is niet aansprakelijk voor eventuele schade ontstaan door het uitvoeren van controles.

            HOOFDSTUK 9 : SUBSIDIE VOOR HET AANBRENGEN VAN NESTVOORZIENINGEN VOOR GIERZWALUWEN

            Artikel 9.1: De subsidie heeft betrekking op het aanbrengen van aangepaste nestgelegenheid voor de gierzwaluw aan woningen en/of andere gebouwen gelegen op het grondgebied van de gemeente. Voor het aanbrengen van inbouwstenen, geïntegreerde nestgelegenheden of nestkasten die geconcipieerd zijn voor de huisvesting van gierzwaluwen bedraagt de toelage € 50 per nestgelegenheid. De plaatsing van deze nestgelegenheden dient te gebeuren door de aanvrager. De toelage is beperkt tot 250 euro per aanvraag. Indien het jaarlijks op de begroting goedgekeurde krediet overschreden wordt zullen de uitbetalingen gebeuren volgens datum van indiening.

            Artikel 9.2: Er wordt minstens voldaan aan de volgende voorwaarden:

            -     De nestgelegenheden worden ten minste 4 m boven de grond aangebracht

            -     Onder de in- of uitvliegopening is 3 m ruimte voorzien voor een vrije val die gierzwaluwen moeten kunnen maken bij het verlaten van de nestplaats.

            -     Er zijn geen obstakels in de buurt van de nestgelegenheden (bv. bomen, gebouwen, draden, …) die de vrije aanvliegmogelijkheden bemoeilijken.

            -     De nestgelegenheden worden nooit in de zon geplaatst i.v.m. de hitte die kan ontstaan in de broedruimte. In de regel worden de nestgelegenheden enkel aan de koele noord- en oostzijde aangebracht. Enkel als de nestgelegenheden in de schaduw blijven onder bv. een dakrand tussen 9 en 19 uur, kunnen ook andere windrichtingen overwogen worden.

            Artikel 9.3: De verkrijger van de subsidie verbindt zich ertoe de aangebrachte nestgelegenheid ten minste 10 jaar te behouden in een staat die geschikt is als nestplaats voor gierzwaluwen. Deze overeenkomst kan niet ongedaan gemaakt worden bij verkoop van de eigendom. De toelage kan teruggevorderd worden wanneer de verkrijger deze verbintenis niet nakomt.

            HOOFDSTUK 10 : ALGEMENE BEPALINGEN

            Artikel 10.1.: Voorafgaand aan de indiening van de subsidie beschreven in de hoofdstukken 2, 4, en 5 moet de aanvrager contact opnemen met Regionaal Landschap Schelde-Durme. Het Regionaal Landschap voert samen met de eigenaar, gebruiker of vereniging die een subsidieaanvraag wenst in te dienen een terreinbezoek uit. Op basis van dit terreinbezoek levert het Regionaal Landschap ondersteuning bij:

            • De opmaak van het plan voor aanleg (keuze streekeigen soorten, plantafstanden, profiel graafwerken, …) en/of onderhoud (incl. technisch advies voor uitvoering).
            • Het aanvragen van de vereiste vergunningen.
            • Het aanreiken van mogelijke uitvoerders.
            • Het indienen van de subsidie aanvraag bij de gemeente.
            • Het aanreiken van eventuele andere mogelijkheden tot subsidiëring voor de werken die niet bij de gemeente ter subsidiëring ingediend (kunnen) worden zoals daar zijn: o.a. subsidie hoogstamboomgaarden Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling, beheersovereenkomsten Vlaamse Landmaatschappij voor landbouwers en subsidie bebossing Agentschap voor Natuur en Bos.

            Artikel 10.2.: Op vraag van de eigenaar of gebruiker van de percelen waar de werken gepland zijn kan Regionaal Landschap Schelde-Durme de werken kosteloos of tegen een fractie van de reële kosten uitvoeren. Dit kan enkel voor de volgende types werken:

            • Aanleg van houtige landschapselementen
            • Onderhoud van knotbomen
            • Onderhoud van houtkant/houtwal/hakhoutbosje
            • Aanleg en onderhoud van poelen
            • Onderhoud/herstel van sloten

            In dit geval doen de eigenaar en/of gebruiker van rechtswege afstand van de gemeentelijke subsidie. Deze komt het Regionaal Landschap Schelde-Durme toe, die als aanvrager optreedt (zie artikel 1.4.). In dit geval brengt het Regionaal Landschap Schelde-Durme steeds een voorafgaandelijk terreinbezoek.

            Enkel als het onderhoudswerk wordt uitgevoerd in het kader van het project houtzoeker van het Regionaal Landschap Schelde-Durme behouden eigenaar en/of gebruiker het recht op de gemeentelijke subsidie.

            Mits motivering staat het Regionaal Landschap Schelde-Durme steeds vrij uitvoering van voornoemde werken te weigeren. Hierbij vormt een suboptimale landschappelijke inpasbaarheid van de geplande werken maar ook een tekort aan mensen en/of middelen een motief.

            Artikel 10.3.: De aanvragen voor subsidie worden ten laatste 1 maand voor de uitvoering van de werken ingediend bij de gemeente. Voor het indienen van de aanvraag wordt gebruik gemaakt van de modelaanvraagformulieren die bij de gemeente of het Regionaal Landschap Schelde-Durme te verkrijgen zijn.

            Artikel 10.4.: De aanvragen worden door de gemeentelijke milieudienst enkel voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen indien voldaan wordt aan de volgende algemene voorwaarden:

            • De aanvraag bevat minimum:

            - de naam, de hoedanigheid, het adres en het rekeningnummer van de aanvrager;

            - de kadastrale gegevens van het perceel/de percelen waar de werken gepland zijn;

            - een situeringsplan van het landschapselement waarvoor subsidie wordt aangevraagd; het basisplan kan bij de milieudienst worden aangevraagd;

            - een beschrijving van de aard van de werken en de geplande periode van uitvoering.

            • De aanvrager is gerechtigd tot het verrichten van de aanleg- of onderhoudswerken waarvoor de aanvraag wordt ingediend. Als de aanvrager geen eigenaar is van de percelen waarop een subsidie wordt aangevraagd voor de aanleg van landschapselementen beschikt de aanvrager hiertoe over de toestemming van de eigenaar.
            • De geplande werken zijn in overeenstemming met de van toepassing zijnde regelgeving en gebruiken.

            Indien niet aan deze voorwaarden voldaan wordt meldt de gemeentelijke milieudienst de niet-ontvankelijkheid aan de aanvrager. Deze beschikt steeds over de mogelijkheid een aangepaste aanvraag opnieuw voor te leggen.

            Artikel 10.5.: De aangevraagde werken worden door de gemeente onderzocht in functie van landschappelijke, ecologische, landbouwkundige en juridische aspecten.

            Het college van burgemeester en schepenen beslist binnen de maand over de principiële toekenning van de subsidie en het bedrag ervan. Zo niet wordt de aanvraag geacht ontvankelijk te zijn. Aan de toekenning van de subsidie kunnen door het college nadere condities worden verbonden met betrekking tot de uitvoeringswijze.

            De toekenning van de subsidie kan worden geweigerd wanneer de uitvoering van het voorgestelde werk om natuur-, landschaps- of landbouwkundige redenen door het college ongewenst geacht wordt. Een weigering wordt steeds gemotiveerd.

            De aanvrager wordt van de beslissing van het college schriftelijk in kennis gesteld.

            Van zodra dit schrijven ontvangen is kunnen de werken van start gaan.

            Artikel 10.6.: Als het werk regulier onderhoud betreft van houtige landschapselementen zoals beschreven in hoofdstuk 3 kunnen de werken uitgevoerd worden zonder voorafgaandelijke principiële goedkeuring van het college. In dit geval kan ook een subsidie bekomen worden indien de subsidieaanvraag binnen de drie maand na uitvoering van de werken ingediend wordt (te volgen procedure zie artikel 8.7). Principiële goedkeuring voor de start van de werken (artikel 8.4 en 8.5.) is hier dus niet vereist.

            Indien de aanvrager voor uitvoering van werken beschreven in hoofdstuk 3 een principiële goedkeuring wenst over het verkrijgen van een subsidie van de geplande werken kan wél voorafgaandelijk een aanvraag voor een subsidie ingediend worden.

            Artikel 10.7.: Tot drie maand na uitvoering en in voorkomend geval tot drie jaar na de principiële goedkeuring kan de subsidie definitief worden aangevraagd. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de definitieve toekenning van de subsidie en het bedrag ervan. Deze beslissing wordt genomen na controle door de gemeentelijke diensten op de correcte uitvoering van de aangevraagde werken. Een controle ter plaatse is mogelijk. 

            Wanneer de uitvoering onvolledig of gebrekkig is kan de subsidie bij beslissing van het college verminderd, uitgesteld of geweigerd worden. Vermindering, uitstelling of weigering van de subsidie wordt steeds gemotiveerd.

            Indien het aantal subsidie aanvragen het beschikbare krediet in de begroting overschrijdt verloopt het toekennen van de subsidie in functie van de datum van het aanvragen van de definitieve subsidie tot uitputting van het totaal in de begroting voorziene bedrag voor het betrokken dienstjaar.

            Artikel 10.8.: De eigenaar of gebruiker die de subsidie aanvraag indient of laat indienen verbindt zich ertoe het landschapselement als een goede huisvader te beheren en dus geen handelingen te verrichten of door derden te laten verrichten die kunnen leiden tot de aantasting van het karakter en de structuur van de landschapselementen. Als schadelijke handelingen worden in alle geval aangemerkt:

            • het opslaan, storten of bergen van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen of producten in en om het landschapselement;
            • het geheel of gedeeltelijk afgraven van het landschapselement, uitgezonderd graafwerken ten behoeve van het opnieuw uitdiepen van een bestaande poel of het herstellen van een bestaande sloot
            • het gebruik van biociden op of langsheen het landschapselement
            • het verbranden van de vegetatie van het landschapselement

            Artikel 10.9.: Met het indienen of laten indienen van de aanvraag verbindt de eigenaar of gebruiker zich tot de nodige instandhoudingszorg. De aard van deze instandhoudingszorg varieert volgens het type landschapselement. Meer detail over de aard van deze instandhoudingsplicht is opgenomen in voorgaande hoofdstukken.

            Artikel 9.10.: Bij discussie over wie de subsidie toekomt wordt geen uitbetaling uitgevoerd.

            Artikel 10.11.: De subsidie kan door het college van burgemeester en schepenen geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd wanneer belangrijke delen van het project niet zijn gerealiseerd, door kennelijk gebrek aan zorg niet in stand gehouden worden of indien sprake is van fraude zoals dubbele subsidiëring en valse verklaringen. Terugvordering van de subsidie wordt steeds gemotiveerd.

            Artikel 10.12.: De aanvraag houdt een toelating in tot betreding van de betrokken percelen door personeel van de gemeente voor de controle van de uitvoering.

            Artikel 11. Bezwaar

            Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.

            Bezwaren moeten schriftelijk (via aangetekend schrijven, brief, mail, afgifte tegen ontvangstbewijs, …) gericht worden aan het college van burgemeester en schepenen en dit uiterlijk binnen één maand na kennisgeving van de beslissing over de toekenning van de subsidie aan de aanvrager. De aanvrager dient zijn redenen te motiveren.

            De postdatum of datum op het ontvangstbewijs gelden als bewijs.

            Artikel 12.  Opheffingsbepaling

            Het subsidiereglement m.b.t. natuurbeheer en landschapszorg, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Puurs-Sint-Amands van 25 februari 2019, wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.

            Artikel 13. Inwerkingtreding en bekendmaking

            Dit subsidiereglement werd vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2025, treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. Dit reglement wordt geëvalueerd indien de nood zich voordoet.

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. 

          • Subsidiereglement compostvaten, compostbakken en wormenbakken - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            De gemeenteraad heeft in vergadering van 5 mei 2025 het subsidiereglement compostvaten, compostbakken en wormenbakken vastgesteld met ingang van 8 mei 2025.

            De gemeente Puurs-Sint-Amands wil composteren aanmoedigen, want wat gecomposteerd kan worden hoeft niet in de restafvalzak en de compost kan nog lokaal gebruikt worden. In het verleden bood OVAM geregeld subsidies aan voor groepsaankopen, waardoor er via IVAREM relatief goedkoop compostvaten en -bakken verdeeld konden worden. Deze subsidie wordt echter niet meer aangeboden door OVAM, waardoor de gemeente een alternatief heeft gezocht. Door ook wormenbakken toe te staan moedigen we ook inwoners aan die kleinschalig wonen. 

            De burger kan zelf een compostvat, compostbak of wormenbak naar keuze aankopen.

            De gemeente subsidieert deze aankoop na voorlegging van een factuur, ofwel na voorlegging van het kasticket en het bewijs van de bankverrichting. Op het factuur of het kassaticket dient de vermelding van het type en volume van het compostvat, compostbak of wormenbak te staan.

            Deze aanpassing beoogt misbruik te voorkomen door te verzekeren dat de subsidie uitsluitend wordt toegekend aan de effectieve betaler; daarom wordt naast het kassaticket ook het bewijs van de bankverrichting vereist, ofwel een factuur.

            Het gebruik van een compostvat, compostbak of wormenbak leidt tot een vermindering van het gewicht in de restafvalzak. Dit is één van de doelstellingen in het Lokaal Materialenplan van OVAM.

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd dit subsidiereglement m.b.t. compostvaten, compostbakken of wormenbakken opnieuw vast te stellen met ingang van 1 januari 2026.

            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt onderstaand subsidiereglement m.b.t. compostvaten, compostbakken en wormenbakken vast: 

            Artikel 1. Doel

            De gemeente verleent een subsidie voor de aankoop van compostvaten, compostbakken en wormenbakken om thuiscompostering te stimuleren en het gewicht in de restafvalzak te doen dalen. Dit is één van de doelen opgenomen in het Lokaal Materialenplan 2023-2030 van de Vlaamse Overheid. 

            Artikel 2. Doelgroep

            Voor de subsidie komen in aanmerking: alle natuurlijke personen (eigenaars, huurders en gebruikers), scholen, bedrijven en verenigingen in Puurs-Sint-Amands. 

            Artikel 3. Voorwaarden

            De gemeente verleent de subsidie onder volgende voorwaarden:

            1) De subsidie betreft de terugbetaling van een deel van de werkelijke kosten gemaakt voor de aankoop van compostvaten (met of zonder beluchtingsstok), compostbakken (met of zonder beluchtingsstok) en wormenbakken. De kosten voor andere composteerbenodigdheden, zoals bijvoorbeeld compostversneller of compostverbeteraar komen niet in aanmerking voor deze subsidie;

            2) Het verlenen van de subsidie kan enkel binnen de perken van de kredieten die de gemeenteraad voor dit reglement voor overdrachten beschikbaar stelt en overeenkomstig de Wet van 14 november 1983 houdende controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen;

            3) De subsidie voor deze compostvaten, compostbakken en wormenbakken mag niet gecumuleerd worden met enige andere vorm van financiële tegemoetkoming door de gemeente of overheid voor de aankoop van deze compostvaten, compostbakken en wormenbakken.

            4) Enkel nieuwe compostvaten, compostbakken en wormenbakken komen in aanmerking;

            5) De subsidieaanvraag dient uiterlijk 3 maanden na de aankoop (datum van het kassaticket of factuur) ingediend te worden;

            6) Er kan een subsidie worden aangevraagd voor compostvaten, compostbakken en wormenbakken met een maximum van 2 per adres;

            Artikel 4. Bedragen

            Het bedrag van de subsidie bedraagt 50% van de aankoopprijs met een maximum van €50 (inclusief btw voor niet-btw-plichtigen; exclusief btw voor btw-plichtigen- per compostvat, compostbak of wormenbak). Aangezien er maximaal twee compostvaten, compostbakken of wormenbakken per adres worden gesubsidieerd, bedraagt het maximale subsidiebedrag 100 euro per adres. 

            Artikel 5. Procedure 

            5.1. De aanvraag:

            De subsidie dient aangevraagd te worden met het aanvraagformulier dat ter beschikking wordt gesteld via de gemeentelijke website. De gemeente subsidieert deze aankoop na voorlegging van een factuur, ofwel na voorlegging van het kasticket en het bewijs van de bankverrichting. Op het factuur of het kasticket dient de vermelding van het type en volume van het compostvat, compostbak of wormenbak te staan.

            De aanvraag is slechts ontvankelijk zodra deze volledig en conform de voorwaarden van dit subsidiereglement werd ingediend. 

            5.2. De beoordeling:

            Binnen een termijn van maximaal 3 maanden na het indienen van de aanvraag, controleert de bevoegde dienst of deze voldoet aan de gestelde voorwaarden en wordt een advies geformuleerd aan het college van burgemeester en schepenen. 

            Deze termijn is een richtdatum.

            5.3. De beslissing:

            Als het dossier volledig is, neemt het college van burgemeester en schepenen, op basis van het advies van de bevoegde dienst, een beslissing binnen een termijn van maximaal 6 maanden na het indienen van de aanvraag. 

            De aanvrager wordt van de beslissing schriftelijk in kennis gesteld. 

            Deze termijn is een richtdatum.

            5.4. De uitbetaling:

            Nadat het college van burgemeester en schepenen akkoord is gegaan met de toekenning van de subsidie, gebeurt de uitbetaling van de subsidie door overschrijving op de post- of bankrekening van de aanvrager binnen 3 maanden na de beslissing.

            De aanvrager verbindt zich ertoe de gemeente onverwijld schriftelijk op de hoogte te brengen van iedere wijziging van diens post- of bankrekeningnummer. 

            Artikel 6. Controle

            Indien nodig kan de gemeente contact opnemen met de aanvrager om bijkomende informatie aan te leveren, bijvoorbeeld foto's van de aangekochte compostvaten, compostbakken of wormenbakken. 

            De gemeente heeft het recht om ter plaatse de aanwending van de verleende subsidie te controleren.

            In geval de aanvrager zich verzet tegen de uitoefening van controle, is hij/zij gehouden tot terugbetaling van de subsidie. 

            Artikel 7. Sancties

            De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend en het gebruik ervan dient gerechtvaardigd. Zo niet dient de subsidie terugbetaald te worden.

            In geval van fraude of valse verklaringen in hoofde van de aanvrager, kan de gemeente beslissen om de toekenning van de subsidie op te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.

            Als de aanvrager niet voldoet aan de contractuele of financiële verplichtingen tegenover de gemeente, kan het subsidiebedrag worden verrekend. 

            Artikel 8. Bezwaar

            Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen. Bezwaren moeten schriftelijk (via aangetekend schrijven, brief, e-mail, afgifte tegen ontvangstbewijs,....) gericht worden aan het college van burgemeester en schepenen en dit uiterlijk binnen één maand na kennisgeving van de beslissing. De aanvrager dient zijn redenen te motiveren.

            De postdatum of datum op het ontvangstbewijs geldt als bewijs. 

            Artikel 9. Opheffingsbepaling

            Het subsidiereglement compostvaten, compostbakken en wormenbakken, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van 5 mei 2025, wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.

            Artikel 10. Inwerkingtreding en bekendmaking

            Dit subsidiereglement werd vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2025, treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt via de gemeentelijke website overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. Dit reglement wordt geëvalueerd indien de nood zich voordoet. 

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. 

          • Subsidiereglement zwerfvuilinzameling - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            Het subsidiereglement 'milieuprojecten en -acties' wordt opgesplitst in drie aparte subsidies; een subsidie voor ECO-scholen, een subsidie voor milieu- en klimaatprojecten en -acties en een subsidie voor zwerfvuilinzameling. Er is een vereenvoudiging van het reglement en een wijziging van het subsidiebedrag. Dit subsidiereglement betreft de subsidie omtrent zwerfvuilinzamelingen. 

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd deze aanpassing aan het subsidiereglement milieuprojecten en -acties vast te stellen vanaf 1 januari 2026.

            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt het onderstaand subsidiereglement m.b.t. zwerfvuilinzameling vast:

            Artikel 1. Doel

            De gemeente verleent een subsidie voor zwerfvuilopruimingen. 

            Artikel 2. Doelgroep

            Op de volgende doelgroepen wordt gemikt met de subsidie voor zwerfvuilinzamelingen: 

            1) Scholen, verenigingen en groepen vrijwilligers, die een zwerfvuilopruiming organiseren komen in aanmerking voor een gemeentelijke subsidie, voor zover deze zwerfvuilopruiming geen deel uitmaakt van andere acties waarvoor zij geld ontvangen zoals bijvoorbeeld van Operatie Proper, Mooimakers, OVAM. De groep van zwerfafvalinzamelaars bestaat uit minstens 10 personen. 

            2) Particuliere vrijwilligers die deelnemen aan het project Straatpeters en -meters.

            Artikel 3. Voorwaarden

            Het verlenen van de subsidie kan enkel binnen de perken van de kredieten die het college van burgemeester en schepenen voor dit reglement voor overdrachten beschikbaar stelt en overeenkomstig de Wet van 14 november 1983 houdende controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.

            Bij bekendmaking van het project dient steeds vermeld te worden: "met subsidie van de gemeente Puurs-Sint-Amands".

            Zwerfvuilacties kunnen het hele jaar uitgevoerd worden en plaatsvinden op het grondgebied van de gemeente Puurs-Sint-Amands. 

            Deelnemers aan het project Straatpeters en -meters ruimen op zelfgekozen tijdstippen een straat of omgeving op.

            Artikel 4. Subsidiebedrag

            Voor zwerfvuilopruimingen door scholen, verenigingen of groepen vrijwilligers wordt een subsidie van 200 euro per actie verleend. Een school, vereniging of groep vrijwilliger kan maximaal één keer per jaar deze subsidie verkrijgen.

            Deelnemers aan het project ‘Straatpeters en straatmeters’ ontvangen jaarlijks een P-bon van 25 euro en kunnen op het gemeentehuis gratis de nodige materialen afhalen (handschoenen, grijpstokken, fluo-vestje, zwerfvuilzakken), voor zover deze op voorraad zijn. 

            Artikel 5. Procedure

            5.1. Aanvraag:

            5.1.1. De aanvraag door scholen, verenigingen en groepen vrijwilligers:

            De subsidieaanvraag wordt ingediend bij de gemeente op het door de gemeente ter beschikking gesteld aanvraagformulier.

            Voordat de zwerfvuilopruiming door scholen, verenigingen of groepen vrijwilligers plaatsvindt, wordt een principiële goedkeuring gevraagd aan de bevoegde dienst, waarbij de zone waarin afval wordt ingezameld op een kaart wordt aangeduid, tenminste 1 maand voor de uitvoering ervan. Indien de aanvraag onvoldoende gemotiveerd of omschreven is, kan de gemeente bijkomende informatie opvragen. De grootte van het inzamelgebied wordt beoordeeld. De aanvrager wordt in kennis gesteld of de inzamelactie in aanmerking kan komen voor de subsidie. Binnen de maand na het uitvoeren van een project bezorgt de aanvrager aan de gemeente een kort verslag van het gerealiseerde project. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de toekenning van de subsidie en het bedrag ervan. Aan de toekenning kunnen bijkomende voorwaarden verbonden worden. Bij gemotiveerde beslissing kan de toekenning van de subsidie worden geweigerd.

            5.1.2. De aanvraag door particuliere vrijwilligers in kader van het project 'Straatpeter en straatmeter'.

            Deelnemers aan het project Straatpeters en -meters vullen een engagementsverklaring in.

            5.2. Uitbetaling:

            De subsidie wordt toegekend aan de aanvrager.

            De uitbetaling van de subsidies gebeurt door overschrijving op de rekening van de aanvrager binnen een redelijke termijn, in geval van scholen, verenigingen of groepen van vrijwilligers. De P-Bon voor straatpeters en straatmeters kan jaarlijks afgehaald worden aan het onthaal van het gemeentehuis. 

            De aanvrager verbindt zich ertoe de gemeente onverwijld schriftelijk op de hoogte te brengen van iedere wijziging van zijn rekeningnummer.

            Artikel 6. Controle

            §1. De gemeente heeft het recht om ter plaatse de aanwending van de verleende subsidie te controleren.

            §2. In geval de aanvrager zich verzet tegen de uitoefening van de controle, is hij/zij gehouden tot terugbetaling van de subsidie.

            Artikel 7. Sancties

            Wanneer de uitvoering van de werken, projecten en acties onvolledig of gebrekkig is uitgevoerd kan de subsidie bij beslissing van het college van burgemeester en schepenen verminderd, uitgesteld of geweigerd worden. De aanvrager dient de werken i.v.m. de verbetering van natuurlijke biotopen en de bescherming van een bepaalde diergroep of diersoort goed te onderhouden en dit voor een termijn van minstens 10 jaar. Als ze toch verwijderd of onvoldoende onderhouden worden, wordt de subsidie geheel of gedeeltelijk en met verwijlinteresten teruggevorderd.

            Artikel 8. Bezwaar

            Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen. Bezwaren moeten schriftelijk (via aangetekend schrijven, brief, e-mail, afgifte tegen ontvangstbewijs, …) gericht worden aan het college van burgemeester en schepenen en dit uiterlijk binnen één maand na kennisgeving van de beslissing over de toekenning van de subsidie aan de aanvrager. De aanvrager dient zijn redenen te motiveren.

            De postdatum of datum op het ontvangstbewijs geldt als bewijs.

            Artikel 9. Opheffingsbepaling

            Het subsidiereglement milieuprojecten en -acties, vastgesteld door de gemeenteraad van 5 juni 2023, wordt opgeheven op 1 januari 2026. 

            Artikel 10. Inwerkingtreding en bekendmaking

            Dit subsidiereglement werd vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2025, treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt via de gemeentelijke website bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. Dit reglement wordt geëvalueerd indien de nood zich voordoet. 

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

          • Subsidiereglement verwijdering asbest - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            In 2018 werd door Sint-Amands een subsidie t.w.v. €20.000 verkregen van Vlaanderen voor een versnelde opkuis van asbesttoepassingen. IVAREM heeft een door OVAM gesubsidieerd project lopende waarbij de burgers en jeugd- en sportverenigingen ondersteund worden bij de verwijdering en afvoer van hechtgebonden asbest. 

            Vandaar dat de gemeenteraad, in vergadering van 14 december 2020, het subsidiereglement voor verwijdering van asbest heeft vastgesteld, waardoor de gemeente sinds 17 december 2020 een subsidie verleent van 30 euro/gezin of per vereniging, wat overeenkomt met de kostprijs van de eerste bigbag via IVAREM.

            In het voorliggende subsidiereglement wordt ook de afvoer van asbest door een door OVAM erkende asbestinzamelaar mee opgenomen als mogelijke voorwaarde om beroep te doen op het subsidiebedrag van 30 euro. Een andere wijziging tegenover de vorige werking, is dat deze subsidie wordt uitgebreid voor alle verenigingen en bedrijven. Voorheen was deze subsidie enkel voor particulieren en jeugd- en sportverenigingen. 

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het subsidiereglement voor verwijdering asbest opnieuw vast te stellen met ingang van 1 januari 2026. 

            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt onderstaand subsidiereglement verwijdering asbest vast:

            Artikel 1. Doel

            De gemeente Puurs-Sint-Amands verleent een subsidie voor het afvoeren van hechtgebonden asbest bij particulieren, verenigingen en bedrijven.

            Artikel 2. Definitie:

            In dit reglement heeft het onderstaande begrip de ernaast vermelde betekenis: 

            Hechtgebonden asbest: toepassingen van asbest in gebonden vorm, die als zodanig in het kader van het project door IVAREM herkend en aanvaard werden.

            Artikel 3.  Doelgroep/toepassingsgebied

            Voor de subsidie komen in aanmerking alle particulieren, verenigingen en bedrijven van Puurs-Sint-Amands die ofwel een beroep gedaan hebben op de inzamelactie van asbest van IVAREM, ofwel via een door de OVAM erkende asbestinzamelaar asbest lieten afvoeren. Verenigingen waarvan de werking is stopgezet, komen niet in aanmerking voor de subsidie.

            Artikel 4. Voorwaarden 

            De gemeente verleent de subsidie binnen de perken van de kredieten die de gemeenteraad voor dit reglement voor overdrachten beschikbaar stelt en overeenkomstig de Wet van 14 november 1983 houdende controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.

            Artikel 5. Bedrag

            De subsidie bedraagt eenmalig €30 per gezin, vereniging of bedrijf.

            Artikel 6. Procedure

            6.1. De aanvraag

            De subsidie wordt aangevraagd door voorlegging aan de gemeente van de overeenkomstige factuur van IVAREM, met vermelding van naam, adres, datum van ophaling van het asbestafval en rekeningnummer. Een andere mogelijkheid is de voorlegging aan de gemeente van de factuur waarop de prestatie van afvoer van asbest door een door OVAM erkende asbestinzamelaar is opgenomen, uiterlijk binnen de zes maanden na de factuurdatum van de door OVAM erkende asbestinzamelaar.

            6.2. Beslissing 

            Het college van burgemeester en schepenen neemt de beslissing op basis van de ingediende aanvraag.

            De beslissing wordt kenbaar gemaakt aan de aanvrager.

            6.3. Uitbetaling 

            De uitbetaling van de subsidie gebeurt door overschrijving op de post- of bankrekening van de aanvrager.

            Artikel 7. Bezwaar

            Alle betwistingen over de toepassing van dit subsidiereglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.

            Bezwaren moeten schriftelijk gericht worden aan het college van burgemeester en schepenen en dit uiterlijk binnen één maand na kennisgeving van de beslissing. De aanvrager dient zijn redenen te motiveren.

            De postdatum of datum op het ontvangstbewijs gelden als bewijs.

            Artikel 8. Opheffingsbepaling

            Het subsidiereglement verwijdering asbest, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van 14 december 2020, wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.

            Artikel 9. Inwerkingtreding en bekendmaking 

            Dit subsidiereglement werd vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2025, treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. Dit reglement wordt geëvalueerd indien de nood zich voordoet.

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. 

        • Klimaat en duurzaamheid

          • Subsidiereglement aanleg van een groendak - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            De gemeenteraad heeft in vergadering van 25 februari 2019 het subsidiereglement voor de aanleg van een groendak vastgesteld.  

            Groendaken verbeteren waterretentie, zuiveren de lucht, besparen energie, stimuleren de biodiversiteit en reguleren de temperatuur in de bebouwde omgeving. Om te waarborgen dat deze voordelen effectief worden gerealiseerd, is ten opzichte van het reglement uit 2019 toegevoegd dat de substraatlaag minimaal 6 cm dik moet zijn. Deze voorwaarde wordt opgenomen om te waarborgen dat het groendak de hierboven beschreven voordelen daadwerkelijk kan realiseren.

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd dit subsidiereglement m.b.t. aanleg van een groendak opnieuw vast te stellen met ingang van 1 januari 2026.

            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt onderstaand subsidiereglement voor de aanleg van een groendak vast:

            Artikel 1. Doel

            De gemeente kent een subsidie toe voor het plaatsen van alle types van groendaken op bestaande, vergunde gebouwen, zoals bedoeld in het decreet van 1 september 2009 (Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening).

            Artikel 2. Definities

            In dit reglement heeft het onderstaande begrip de ernaast vermelde betekenis:

            Groendak: een dak waarvan de dakbedekking hoofdzakelijk bestaat uit levende planten.

            Artikel 3. Doelgroep

            Het groendak moet aangelegd zijn door een particulier op een gebouw waarvan de benutte oppervlakte hoofdzakelijk dient voor privégebruik. De btw mag niet worden ingebracht voor de aftrek (voor btw-plichtigen).

            Alleen particuliere gebouwen op het grondgebied van de gemeente komen in aanmerking voor de subsidie voor zover dit niet verplicht wordt door andere bestaande of reglementaire bepalingen.

            Artikel 4. Voorwaarden 

            De gemeente verleent de subsidies onder de volgende voorwaarden:

                 a) Het groendak bestaat minimaal uit een draineer-, substraat- en vegetatielaag. Bij een hellend dak is een drainagelaag niet vereist. De substraatlaag moet een minimale dikte van 6 cm hebben;

                 b) Alleen de dakvegetatie en de niet-beplante veiligheidsstroken aan dakaansluitingen, dakafsluitingen en lichtkoepels komen in aanmerking voor subsidie. Paden en terrassen worden niet gesubsidieerd;

                 c) Per aanvraagdossier moet minimaal 6 m² vegetatie worden aangebracht. Bij aanplant van sedums, siergrassen, bloemen, kruiden en vaste planten moeten minstens 9 stuks/m² worden geplant. Bij gebruik van scheuten en/of zaad moet het groendak na één groeiseizoen voor minimaal 50 % bedekt zijn met vegetatie.

            Het verlenen van de subsidie kan enkel binnen de perken van de kredieten die het college van burgemeester en schepenen voor dit reglement voor overdrachten beschikbaar stelt en overeenkomstig de Wet van 14 november 1983 houdende controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.

            Artikel 5. Subsidiebedrag

            Binnen de perken van de goedgekeurde begrotingskredieten wordt een subsidie verleend van maximum 25 euro per m². Indien de aanlegkosten (inclusief btw) van het groendak lager zijn dan 25 euro per m², wordt de werkelijke kostprijs beschouwd als het subsidiebedrag. Het betreffende dak kan slechts éénmaal gesubsidieerd worden. De subsidie bedraagt nooit meer dan 2.000 euro.

            Artikel 6. Procedure

            6.1. De aanvraag:

            De subsidieaanvraag wordt ingediend bij de gemeente op het door de gemeente ter beschikking gesteld aanvraagformulier.

            De subsidie kan aangevraagd worden door:

            - de eigenaar of mede-eigenaar van de woning of het gebouw en door de mede-eigenaars schriftelijk gemachtigd;

            - de huurder-bewoner van de woning of het gebouw en door de eigenaar(s) schriftelijk gemachtigd.

            Als het groendak aangelegd is, brengt de aanvrager de gemeente hiervan binnen de 3 maanden op de hoogte. Hiervoor maakt hij het ingevuld, gedateerd en ondertekend aanvraagformulier samen met de foto's en de facturen van de aanleg over aan de gemeente. Bij groendaken die door een aannemer zijn aangelegd, geldt de factuurdatum als begindatum van deze termijn.  

            6.2. Beoordeling:

            Als het dossier volledig is, doet het college van burgemeester en schepenen binnen een redelijke termijn uitspraak over de aanvraag. De subsidie kan pas worden uitgekeerd na een controle ter plaatse van een door het college van burgemeester en schepenen aangewezen ambtenaar.

            De aangevraagde werken dienen in overeenstemming te zijn en te verlopen volgens de van toepassing zijnde wetten, reglementen, verordeningen en gebruiken.

            6.3. Beslissing:

            Het college van burgemeester en schepenen neemt de beslissing op basis van het advies van de bevoegde dienst.

            Binnen een redelijke termijn na het indienen van de aanvraag vindt de beslissing plaats.

            De aanvrager wordt van de beslissing schriftelijk in kennis gesteld.

            6.4. Uitbetaling:

            De subsidie wordt toegekend aan de aanvrager.

            De uitbetaling van de subsidies gebeurt door overschrijving op de post- of bankrekening van de aanvrager binnen een redelijke termijn.

            De aanvrager verbindt zich ertoe de gemeente onverwijld schriftelijk op de hoogte te brengen van iedere wijziging van diens post- of bankrekeningnummer.  

            Artikel 7. Controle

            De gemeente heeft het recht om ter plaatse de aanwending van de verleende subsidie te doen controleren. Indien blijkt dat de voorwaarden niet nageleefd zijn, dan zal de subsidie niet uitgekeerd worden en wordt de aanvrager daarvan op de hoogte gebracht. De aanvrager kan op dat moment aanpassingen uitvoeren om toch aan de voorwaarden te voldoen en de uitbetaling van de subsidie te bekomen.

            In geval de aanvrager zich verzet tegen de uitoefening van de controle, is hij/zij gehouden tot terugbetaling van de subsidie.

            Artikel 8. Sancties

            De aanvrager dient het aangelegde groendak, waarvoor een subsidie werd betaald, goed te onderhouden. Mislukte aanplantingen of werken dienen hersteld te worden. Het groendak mag niet verwijderd worden en moet minstens 10 jaar in gebruik blijven. Als het groendak toch verwijderd of onvoldoende onderhouden wordt, wordt de subsidie geheel of gedeeltelijk en met verwijlintresten teruggevorderd.

            Artikel 9. Opheffingsbepaling

            Het subsidiereglement voor de aanleg van een groendak, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van 25 februari 2019, wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.

            Artikel 10. Inwerkingtreding en bekendmaking

            Dit subsidiereglement werd vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2025, treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.  Dit reglement wordt geëvalueerd indien de nood zich voordoet.

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. 

          • Subsidiereglement energiebesparende maatregelen - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            De gemeenteraad heeft in vergadering van 19 december 2022 het subsidiereglement voor energiebesparende maatregelen vastgesteld.

            Naar aanleiding van de evaluatie van het huidige subsidiereglement wordt voorgesteld om enkele aanpassingen door te voeren.

            Begeleiding is minstens even belangrijk als financiële tussenkomst. Daarom wordt voorgesteld de subsidiebedragen te verlagen en sterker in te zetten op kwalitatieve renovatiebegeleiding. Deze bijsturing zorgt voor een evenwichtigere en doelgerichtere ondersteuning.

            De verhoogde tussenkomst voor beschermde afnemers wordt uitgebreid naar lage inkomens, waardoor het reglement sociaal rechtvaardiger wordt en de steun toegankelijk blijft voor iedereen die in aanmerking komt voor de Mijn Verbouwpremie.

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd dit subsidiereglement voor energiebesparende maatregelen opnieuw vast te stellen met ingang van 1 januari 2026.

            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Reinhilde Goossens, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Onthouders: Jan Van Camp, Peggy Seeuws, Linda Caluwaerts, Erwin Mertens
            Resultaat: Met 25 stemmen voor, 4 onthoudingen

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt onderstaand subsidiereglement voor de energiebesparende maatregelen vast:

            Artikel 1. Doel

            De gemeente Puurs-Sint-Amands verleent een subsidie voor investeringen in energie-efficiëntie (plaatsing van dakisolatie, buitenmuurisolatie, vloerisolatie, hoogrendementsglas, warmtepompboiler en warmtepomp) in gebouwen op haar grondgebied.

            Artikel 2. Definities

            In dit reglement hebben de onderstaande begrippen de ernaast vermelde betekenis:

            Beschermde afnemer: persoon die recht heeft op het sociaal tarief voor elektriciteit en aardgas;

            Laagste inkomenscategorie: de inkomenscategorie 4 of 3 zoals vastgesteld in de Vlaamse Mijn Verbouwpremie;

            Hernieuwbare energie-installatie: warmtepompboiler en warmtepomp;

            Isolatie: dakisolatie, buitenmuurisolatie en vloerisolatie;

            Gebouw: een woning, appartement of appartementsgebouw, of een pand dat niet voor bewoning bestemd is. 

            Artikel 3. Doelgroep

            Voor de subsidie komen in aanmerking:

            1) Alle personen (eigenaars, huurders en gebruikers mits toestemming van de eigenaar) of verenigingen van mede-eigenaars die Mijn VerbouwPremie ontvingen voor investeringen in een bestaand gebouw op het grondgebied van de gemeente Puurs-Sint-Amands;

            2) Energiebesparende werken en/of energie-efficiënte installaties waarvoor de aanvrager een andere gemeentelijke subsidie ontving of zal ontvangen.

            Artikel 4. Voorwaarden

            De gemeente Puurs-Sint-Amands verleent de subsidie voor de plaatsing van dakisolatie, buitenmuurisolatie, vloerisolatie, hoogrendementsglas, een warmtepompboiler en warmtepomp onder de volgende voorwaarden:

            1) De energiebesparende werken en/of energie-efficiënte installaties voldoen aan de voorwaarden die door Mijn VerbouwPremie worden vastgesteld;

            2) De uitgevoerde werken dienen in overeenstemming te zijn met en te verlopen volgens de van toepassing zijnde wetten, reglementen, verordeningen en gebruiken;

            3) De gemeentelijke subsidie voor energiebesparende investeringen wordt aangevraagd binnen 3 maanden na ontvangst van de bevestigingsbrief of bevestigingse-mail dat Mijn VerbouwPremie door de Vlaamse overheid wordt uitbetaald;

            4) Het verlenen van de gemeentelijke subsidie kan enkel binnen de perken van de kredieten die het College van Burgemeester en Schepenen voor dit reglement voor overdrachten beschikbaar stelt en overeenkomstig de Wet van 14 november 1983 houdende controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.

            De subsidie is cumuleerbaar met premies van andere overheden of instanties.

            Artikel 5. Subsidiebedrag

            Overeenkomstig met de uitgevoerde werken en/of de geplaatste installaties, bedraagt de subsidie per aanvrager en per gebouw de hieronder vermelde vaste bedragen per m2 isolatie of beglazing, of per hernieuwbare energie-installatie.

            De zeven onderdelen (dakisolatie, buitenmuurisolatie, vloerisolatie, hoogrendementsglas, warmtepomp en warmtepompboiler) van de subsidie worden begrensd op het factuurbedrag, inclusief btw, dat betrekking heeft op dat welbepaalde subsidieonderdeel. Het toegekende subsidiebedrag voor een subsidieonderdeel kan maximum 40% van het factuurbedrag voor de desbetreffende isolatie, beglazing of hernieuwbare energie installatie. 

            Voor beschermde afnemers en personen die behoren tot de laagste inkomensklasse worden de bedragen en maxima per subsidieonderdeel telkens met 50% verhoogd, tot een maximum van 100% van het factuurbedrag voor de desbetreffende isolatie, beglazing of hernieuwbare energie installatie. 

            5.1. Dakisolatie

            Het bedrag van het subsidieonderdeel voor dakisolatie bedraagt 3 euro/m2 per dak dat deel uitmaakt van het gebouw (hellend dak, plat dak, zoldervloer, …), met een maximum totaal van 250 euro.

            De berekening van de subsidie gebeurt op basis van de oppervlakte die met het nieuw aangekochte isolatiemateriaal werd geïsoleerd en niet op het aantal m2 aangekocht isolatiemateriaal. De geïsoleerde oppervlakte kan nooit het aantal m2 aangekocht isolatiemateriaal overschrijden.

            5.2. Buitenmuurisolatie

            Het bedrag van het subsidieonderdeel voor buitenmuurisolatie bedraagt 3 euro/m2 met een maximum van 250 euro. De berekening van de subsidie gebeurt op basis van de oppervlakte die werd geïsoleerd en niet op het aantal m2 aangekocht isolatiemateriaal. De geïsoleerde oppervlakte kan nooit het aantal m2 aangekocht isolatiemateriaal overschrijden.

            5.3. Vloerisolatie

            Het bedrag van het subsidieonderdeel voor vloerisolatie bedraagt 2 euro/m2 met een maximum van 250 euro. De berekening van de subsidie gebeurt op basis van de oppervlakte die werd geïsoleerd en niet op het aantal m2 aangekocht isolatiemateriaal. De geïsoleerde oppervlakte kan nooit het aantal m2 aangekocht isolatiemateriaal overschrijden.

            5.4. Hoogrendementsglas

            Het bedrag van het subsidieonderdeel voor hoogrendementsglas bedraagt 5 euro/m2 nieuw geplaatst hoogrendementsglas, met een maximum van 250 euro.

            5.5. Warmtepomp

            Het bedrag van het subsidieonderdeel voor een warmtepomp bedraagt 250 euro.

            5.6. Warmtepompboiler

            Het bedrag van het subsidieonderdeel voor een warmtepompboiler bedraagt 250 euro.

            Artikel 6. Procedure

            6.1. De aanvraag:

            De subsidie dient aangevraagd te worden via het door de gemeentelijke website ter beschikking gestelde aanvraagformulier. Bij dit formulier dient gevoegd te worden:

            1) een kopie van de factuur van (het plaatsen van) het isolatiemateriaal, de beglazing en/of de hernieuwbare energie installatie;

            2) een kopie van de beslissing van de Vlaamse overheid, bestaande uit:

            a) de brief waarin de toekenning van de Mijn VerbouwPremie wordt meegedeeld;

            b) het bijbehorende detaildocument met onder andere de inkomensgrens en de aangenomen subsidieonderdelen;

            3) indien de aanvrager een beschermde afnemer is, voegt hij/zij een kopie van de recentste elektriciteitsfactuur waarop het sociaal tarief vermeld staat, of een kopie van het attest dat aantoont dat hij/zij recht heeft op het sociaal tarief toe aan de aanvraag.

            De aanvrager dient alle documenten aan de gemeente te bezorgen binnen een termijn van 3 maanden na ontvangst van de bevestigingsbrief of e-mail dat Mijn VerbouwPremie door de Vlaamse overheid wordt uitbetaald.

            6.2. Beoordeling:

            Binnen een termijn van maximaal 6 maanden na het indienen van de aanvraag, controleert de bevoegde dienst of de aanvraag voldoet aan de gestelde voorwaarden en formuleert de bevoegde dienst een advies aan het college van burgemeester en schepenen.

            Deze termijnen zijn enkel richtdata, bij wijziging van de aanvraag of de nood aan bijkomende informatie vanuit de gemeente, kan de behandelende ambtenaar zich genoodzaakt zien deze termijn te verlengen.

            6.3. Beslissing:

            Het college van burgemeester en schepenen neemt de beslissing op basis van het advies van de bevoegde dienst.

            Als het dossier volledig is, vindt de beslissing plaats binnen een termijn van maximaal 6 maanden na het indienen van de aanvraag.

            De aanvrager wordt van de beslissing schriftelijk in kennis gesteld.

            Deze termijnen zijn enkel richtdata.

            6.4. Uitbetaling:

            De subsidie wordt toegekend aan de aanvrager. De aanvrager dient gerechtigd te zijn tot het (laten) plaatsen van de isolatie, beglazing en de hernieuwbare energie-installatie waarvoor de aanvraag wordt ingediend.

            De uitbetaling van de subsidie gebeurt door overschrijving op de post- of bankrekening van de aanvrager binnen 3 maanden na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen.

            De aanvrager verbindt zich ertoe de gemeente onverwijld schriftelijk op de hoogte te brengen van iedere wijziging van diens post- of bankrekeningnummer.

            Artikel 7. Controle

            De gemeente heeft het recht om ter plaatse de aanwending van de verleende subsidie te doen controleren. Indien nodig kan de gemeente contact opnemen met de firma en/of aannemer die de isolatie, beglazing en/of hernieuwbare energie-installatie geplaatst heeft.

            In geval de aanvrager zich verzet tegen de uitoefening van de controle, is hij/zij gehouden tot terugbetaling van de subsidie.

            Artikel 8. Sancties

            De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend en het gebruik ervan dient gerechtvaardigd te zijn. Zo niet, dient de subsidie terugbetaald te worden.

            Als de geplaatste isolatie, beglazing en/of hernieuwbare energie-installatie niet in overeenstemming is met de voorwaarden uit het reglement, heeft de gemeente het recht om de subsidie niet uit te betalen of de uitbetaalde subsidie terug te vorderen. De aanvrager wordt hiervan op de hoogte gebracht.

            In geval van fraude of valse verklaringen in hoofde van de aanvrager, kan de gemeente beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.

            Artikel 9. Bezwaar

            Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.

            Bezwaren moeten schriftelijk (via aangetekend schrijven, brief, e-mail, afgifte tegen ontvangstbewijs, …) gericht worden aan het college van burgemeester en schepenen en dit uiterlijk binnen één maand na kennisgeving van de beslissing over de weigering van de subsidie aan de aanvrager. De aanvrager dient zijn redenen te motiveren.

            Artikel 10. Opheffingsbepaling

            Het subsidiereglement m.b.t. energiebesparende maatregelen, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van 19 december 2022, wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.

            Artikel 11. Inwerkingtreding en bekendmaking

            Dit subsidiereglement werd vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2025, treedt in werking met ingang van 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. Dit reglement wordt geëvalueerd indien de nood zich voordoet.

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. 

          • Subsidiereglement hemelwaterinstallatie en infiltratievoorziening - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            De gemeenteraad heeft in vergadering van 4 maart 2024 het subsidiereglement hemelwaterinstallatie en infiltratievoorziening vastgesteld.

            Vanuit het belang 'elke druppel telt' wil de gemeente inwoners blijven aanmoedigen om op vrijwillige basis een hemelwaterinstallatie en/of infiltratievoorziening te plaatsen.

            De gemeentelijke subsidie voor het plaatsen van een hemelwater/infiltratie installatie is enkel van toepassing als de installatie niet verplicht is volgens de Hemelwaterverordening 2023. 

            Op omgevingsvergunningsaanvragen of meldingen die ingediend zijn vóór 2 oktober 2023 geldt nog de vroegere hemelwaterverordening van 2016. Deze worden beoordeeld volgens de voorwaarden opgenomen in het subsidiereglement hemelwaterinstallatie en infiltratievoorziening, zoals vastgesteld door de gemeenteraad in vergadering van 25 februari 2019.

            De enige wijziging ten opzichte van het huidige reglement, betreft de aanpassing van de budgetsleutel.

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd dit subsidiereglement hemelwaterinstallatie en infiltratievoorziening vast te stellen met ingang van 1 januari 2026.

            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt onderstaand subsidiereglement m.b.t. hemelwaterinstallaties en infiltratievoorzieningen vast: 

            Artikel 1. Doel 

            De gemeente verleent een subsidie voor het plaatsen van een hemelwaterinstallatie en/of infiltratievoorziening in het kader van klimaatadaptieve maatregelen en de bewustmaking van het (regen)waterbeheer.

            Artikel 2. Definities

            In dit reglement hebben de onderstaande begrippen de ernaast vermelde betekenis:

            - klimaatadaptieve maatregelen: acties om samenlevingen en ecosystemen weerbaarder te maken tegen klimaatverandering;

            - hemelwater: verzamelnaam voor regen, sneeuw, hagel, en dooiwater;

            - hemelwaterinstallatie: het geheel van hemelwaterput met eventueel bijhorend leiding- en pompsysteem, filters enz. met het oog op hergebruik van hemelwater;

            - hemelwaterput: een al dan niet ondergronds reservoir voor het verzamelen van hemelwater, bestemd voor hergebruik;

            - infiltratie: het doorsijpelen van hemelwater in de bodem;

            - infiltratievoorziening: een buffervoorziening waarbij de vertraagde afvoer gebeurt door infiltratie;

            - de gewestelijke hemelwaterverordening 2023: Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater;

            - bestaand gebouw: de hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte gebouwen die gebouwd zijn op het ogenblik van de vergunningsaanvraag of, als het over van vergunning vrijgestelde handelingen betreft op het ogenblik van de start van deze vrijgestelde handelingen.

            Artikel 3. Doelgroep en toepassingsgebied

            Voor de subsidie komen in aanmerking: de eigenaar, de gebruiker of huurder (mits toestemming van de eigenaar) van een bestaand gebouw of bij verbouwing van een bestaand gebouw, gelegen op het grondgebied van Puurs-Sint-Amands, dat niet onderworpen is aan de vergunningsplicht in het kader van de omgevingsvergunning.

            Artikel 4. Voorwaarden

            De subsidie wordt verleend indien de hemelwaterinstallatie en/of infiltratievoorziening voldoet aan onderstaande algemene en bijzondere voorwaarden:

            4.1. Algemene voorwaarden:

            §1. Het verlenen van de subsidie kan enkel binnen de perken van de kredieten die het college van burgemeester en schepenen voor dit reglement voor overdrachten beschikbaar stelt en overeenkomstig de Wet van 14 november 1983 houdende controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.

            §2. De aangevraagde werken dienen in overeenstemming te zijn en te verlopen volgens de bestaande wetten, reglementen en verordeningen.

            §3. De subsidie kan slechts eenmaal per onderdeel of oppervlakte per adres worden aangevraagd.

            §4. De aanvrager is verplicht de gesubsidieerde hemelwaterinstallaties en/of infiltratievoorziening goed te onderhouden om een normale werking te garanderen. Deze installaties mogen niet verwijderd of ontkoppeld worden en dienen minimaal tien jaar operationeel te blijven.

            4.2. Bijzondere voorwaarden:

            §1. De hemelwaterinstallatie dient gekeurd te worden door Aqua Flanders – Pidpa. Het keuringsattest wordt als bijlage bij de aanvraag gevoegd.

            §2. De hemelwaterinstallatie en/of infiltratievoorziening dient te voldoen aan de richtlijnen zoals deze bepaald zijn in ‘Krachtlijnen voor een geïntegreerd rioleringsbeleid in Vlaanderen’, meer bepaald de ‘code van goede praktijk voor hemelwaterputten en infiltratievoorzieningen’ en aan de technische voorwaarden van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten en infiltratievoorzieningen van 10 februari 2023 die hierin vervat zitten.

            De technische voorwaarden zijn terug te vinden in de gewestelijke hemelwaterverordening 2023, meer bepaald in het Hoofdstuk 4. Normen voor de verplichte plaatsing van een hemelwaterput, infiltratievoorziening of buffervoorziening met vertraagde afvoer.

            Artikel 5. Subsidiebedrag

            De subsidie voor de aanleg van een hemelwaterinstallatie bedraagt 600 euro.

            De subsidie voor de aanleg van een infiltratievoorziening bedraagt 600 euro.

            Beide subsidies kunnen gecumuleerd worden.

            Artikel 6. Procedure

            6.1. Aanvraag:

            Binnen de zes maanden nadat de aanvrager het keuringsattest van Pidpa heeft ontvangen, kan een aanvraag worden ingediend bij de gemeente. Het aanvraagformulier is beschikbaar via de gemeentelijke website.

            De aanvrager verzamelt alle vereiste bewijsstukken zoals vermeld in het aanvraagformulier en stuurt deze mee met het ingevulde aanvraagformulier.

            De aanvraag is slechts ontvankelijk zodra deze volledig en conform de voorwaarden van dit subsidiereglement werd ingediend.

            6.2 Beoordeling:

            De bevoegde dienst controleert of de aanvraag voldoet aan de gestelde voorwaarden en formuleert een advies aan het college van burgemeester en schepenen.

            De aanvraag wordt getoetst aan de van toepassing zijnde hemelwaterverordening op datum van de omgevingsvergunningaanvraag. Indien geen omgevingsvergunning nodig was, telt de datum van de plaatsing van de hemelwaterinstallatie of infiltratievoorziening.  Indien deze datum niet bewezen kan worden, telt de factuurdatum waarop deze plaatsing aangerekend werd. 

            6.3. Beslissing:

            Het college van burgemeester en schepenen neemt, op basis van het advies van de bevoegde dienst, een beslissing binnen een termijn van maximaal zes maanden na het indienen van de aanvraag.

            De aanvrager wordt van de beslissing schriftelijk of per e-mail in kennis gesteld.

            Deze termijn is een richtdatum.

            6.4. Uitbetaling:

            Na toekenning van de subsidie door het college van burgemeester en schepenen, gebeurt de uitbetaling van de subsidie door overschrijving op de bankrekening van de aanvrager binnen drie maanden na de beslissing.

            De aanvrager verbindt zich ertoe de gemeente schriftelijk op de hoogte te brengen van iedere wijziging van diens bankrekeningnummer.

            Artikel 7. Controle

            De gemeente heeft het recht om de echtheid van de gegevens van het aanvraagdossier na te gaan en hierover inlichtingen in te winnen.

            Met de aanvraag geeft de aanvrager toestemming aan de gemeente of aan een door de gemeente aangewezen instantie om indien noodzakelijk de betreffende locatie te betreden voor controle van de uitvoering.

            Indien de aanvrager de controle weigert, wordt de subsidie niet toegekend.

            Artikel 8. Sancties

            Indien de ingreep niet overeenstemt met de beschrijving in de aanvraag dient de begunstigde de subsidie terug te betalen.

            Indien de installatie verwijderd of onvoldoende onderhouden wordt, wordt de subsidie geheel of gedeeltelijk en inclusief verwijlinteresten, teruggevorderd.

            In geval van fraude of valse verklaringen in hoofde van de aanvrager, kan de gemeente beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.

            Artikel 9. Bezwaar

            Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.

            Bezwaren moeten schriftelijk (via aangetekend schrijven, brief, e-mail, afgifte tegen ontvangstbewijs, …) gericht worden aan het college van burgemeester en schepenen en dit uiterlijk binnen één maand na kennisgeving van de beslissing over de toekenning van de subsidie aan de aanvrager. De aanvrager motiveert zijn bezwaar.

            De postdatum of datum op het ontvangstbewijs gelden als bewijs. 

            Artikel 10. Opheffingsbepaling

            Het subsidiereglement hemelwaterinfiltratie en infiltratievoorziening, vastgesteld door de gemeenteraad in vergadering van 4 maart 2024, wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.

            Artikel 11. Overgangsmaatregel

            Subsidieaanvragen waarvoor de omgevingsvergunningaanvraag dateert van vóór 2 oktober 2023 worden beoordeeld volgens de voorwaarden opgenomen in het subsidiereglement hemelwaterinstallatie en infiltratievoorziening, zoals vastgesteld door de gemeenteraad in vergadering van 25 februari 2019.

            Artikel 12. Inwerkingtreding en bekendmaking

            Het subsidiereglement hemelwaterinfiltratie en infiltratievoorziening werd vastgesteld door de gemeenteraad in vergadering van 15 december 2025, treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. Dit reglement wordt geëvalueerd indien de nood zich voordoet.

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

          • Subsidiereglement regentonnen en regenvaten - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            De gemeenteraad heeft in vergadering van 5 mei 2025 het subsidiereglement voor regentonnen en regenvaten vastgesteld met ingang van 8 mei 2025.

            Een kleine aanpassing aan het bestaande subsidiereglement voor de aankoop van regentonnen en -vaten werd gedaan. Deze aanpassing beoogt misbruik te voorkomen door te verzekeren dat de subsidie uitsluitend wordt toegekend aan de effectieve betaler; daarom wordt naast het kassaticket ook het bewijs van de bankverrichting vereist, ofwel een factuur.

            Met deze premie wil de gemeente alle inwoners motiveren om zoveel mogelijk hemelwater op te vangen en te hergebruiken. Eveneens waar een hemelwaterinstallatie ruimtelijk technisch of financieel niet haalbaar is. Bovendien dient het hergebruik van hemelwater niet enkel om planten tijdens droogteperioden te bewateren, maar komt het eveneens van pas bij diverse huishoudelijke taken, waardoor kostbaar drinkwater niet onnodig verloren gaat.

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd dit subsidiereglement m.b.t regentonnen en regenvaten opnieuw vast te stellen met ingang van 1 januari 2026. 


            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt het onderstaand subsidiereglement m.b.t. regentonnen en -vaten vast: 

            Artikel 1. Doel

            De gemeente verstrekt een subsidie voor de aanschaf van regentonnen en -vaten in het kader van klimaatadaptieve maatregelen en de bewustmaking van het (regen)waterbeheer.

            Artikel 2. Definitie

            In dit reglement hebben onderstaande begrippen de ernaast vermelde betekenis:

            - regenton of regenvat: een recuperator voor hemelwater die is bestemd voor het verzamelen en/of voor de opslag van regenwater voor later gebruik;

            - klimaatadaptieve maatregelen: acties om samenlevingen en ecosystemen weerbaarder te maken tegen klimaatverandering;

            Artikel 3. Doelgroep

            Voor de subsidie komen in aanmerking: alle natuurlijke personen (eigenaars, huurders en gebruikers), scholen, bedrijven en verenigingen in Puurs-Sint-Amands.

            Artikel 4. Voorwaarden

            De gemeente verleent de subsidie onder volgende voorwaarden:

            1)     De subsidie betreft de terugbetaling van een deel van de werkelijke kosten gemaakt voor de aankoop van regentonnen en -vaten met kraantje, een afneembaar deksel en een minimale inhoud van 200 liter. De kosten voor andere toebehoren, zoals bijvoorbeeld de sokkel, de overloop, de aansluiting, de kraan, het veiligheidsventiel en de waterrichter komen niet in aanmerking voor deze subsidie;

            2)     De regenton of -vat mag in geen enkel geval op de openbare weg of in de openbare ruimte staan;

            3)     Het verlenen van de subsidie kan enkel binnen de perken van de kredieten die de gemeenteraad voor dit reglement voor overdrachten beschikbaar stelt en overeenkomstig de Wet van 14 november 1983 houdende controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen;

            4)     De subsidie voor deze regentonnen en -vaten mag niet gecumuleerd worden met enige andere vorm van financiële tegemoetkoming door de gemeente of een andere overheid voor de aankoop van regentonnen en regenvaten;

            5)     Enkel nieuwe regentonnen en -vaten komen in aanmerking;

            6)     De subsidieaanvraag dient uiterlijk drie maanden na de aankoop (datum van het kassaticket of factuur) ingediend te worden;

            7)     Er kan een subsidie worden aangevraagd voor regentonnen en -vaten met een maximum van twee per adres.

            Artikel 5. Bedragen

            Het bedrag van de subsidie bedraagt 50% van de aankoopprijs met een maximum van 50 euro (inclusief btw voor niet btw-plichtigen; exclusief btw voor btw-plichtigen) per regenton of -vat. Aangezien er maximaal twee regentonnen en -vaten per adres worden gesubsidieerd, is het maximale subsidiebedrag 100 euro.

            Artikel 6. Procedure

            6.1. De aanvraag:

            De subsidie dient aangevraagd te worden met het aanvraagformulier dat ter beschikking wordt gesteld via de gemeentelijke website. Bij dit formulier dient ofwel een factuur toegevoegd te worden, ofwel een kassaticket met duidelijke vermelding van de regenton of -vat. Indien er een kassaticket wordt opgeladen, is ook een bewijs van de bankverrichting vereist.

            De aanvraag is slechts ontvankelijk zodra deze volledig en conform de voorwaarden van dit subsidiereglement werd ingediend.

            6.2. Beoordeling:

            De bevoegde dienst controleert of de aanvraag voldoet aan de gestelde voorwaarden en formuleert een advies aan het college van burgemeester en schepenen.

            6.3. Beslissing:

            Het college van burgemeester en schepenen neemt, op basis van het advies van de bevoegde dienst, een beslissing binnen een termijn van maximaal zes maanden na het indienen van de aanvraag.

            De aanvrager wordt van de beslissing schriftelijk of per e-mail in kennis gesteld.

            Deze termijn is een richtdatum.

            6.4. Uitbetaling:

            Na toekenning van de subsidie door het college van burgemeester en schepenen gebeurt de uitbetaling van de subsidie door overschrijving op de bankrekening van de aanvrager binnen drie maanden na de beslissing.

            De aanvrager verbindt zich ertoe de gemeente schriftelijk op de hoogte te brengen van iedere wijziging van diens bankrekeningnummer.

            Artikel 7. Controle

            Indien nodig, neemt de gemeente contact op met de aanvrager om bijkomende informatie aan te leveren, bijvoorbeeld foto's van de geplaatste regenton of -vat.

            De gemeente heeft het recht om ter plaatse de aanwending van de verleende subsidie te controleren.

            In geval de aanvrager zich verzet tegen de uitoefening van de controle, is hij gehouden tot terugbetaling van de subsidie.

            Artikel 8. Sancties

            De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Zo niet, dient de subsidie terugbetaald te worden.

            In geval van fraude of valse verklaringen in hoofde van de aanvrager, kan de gemeente beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.

            Als de aanvrager niet voldoet aan contractuele of financiële verplichtingen tegenover de gemeente, kan het subsidiebedrag worden verrekend.

            Artikel 9. Bezwaar

            Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.

            Bezwaren moeten schriftelijk (via aangetekend schrijven, brief, e-mail, afgifte tegen ontvangstbewijs, …) gericht worden aan het college van burgemeester en schepenen en dit uiterlijk binnen één maand na kennisgeving van de beslissing. De aanvrager dient zijn redenen te motiveren.

            De postdatum of datum op het ontvangstbewijs geldt als bewijs.

            Artikel 10. Opheffingsbepaling

            Het subsidiereglement regentonnen en regenvaten, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van 5 mei 2025, wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.

            Artikel 11. Inwerkingtreding en bekendmaking

            Dit subsidiereglement werd vastgesteld door de gemeenteraad in vergadering van 15 december 2025, treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt via de gemeentelijke website overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. Dit reglement wordt geëvalueerd indien de nood zich voordoet.

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. 

          • Subsidiereglement Klimaat- en milieuprojecten en -educatieve acties - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            Een aanpassing die werd gedaan ten opzichte van het vorige subsidiereglement 'milieuprojecten en -acties' van 5 juni 2023, is het toevoegen van klimaatgerelateerde projecten en sensibiliseringsacties. De formulering omtrent het subsidiebedrag werd vereenvoudigd. In dit nieuwe subsidiereglement zal er tevens gewerkt worden met een principiële beoordeling voor het uitvoeren van de actie. De subsidies omtrent ECO-scholen en omtrent zwerfvuilacties worden ondergebracht in aparte subsidiereglementen. 

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd deze aanpassing aan het subsidiereglement milieuprojecten en -acties vast te stellen met ingang van 1 januari 2026. 

            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens
            Onthouders: Jorden Dewachter, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Resultaat: Met 26 stemmen voor, 3 onthoudingen

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt het onderstaand subsidiereglement 'Klimaat- en milieuprojecten en -educatieve acties' vast:

            Artikel 1. Doel

            De gemeente verleent een subsidie voor klimaat- en milieuprojecten en voor educatieve acties die een verbetering van het klimaat of milieu tot doel hebben. 

            Artikel 2. Doelgroep

            Op de volgende doelgroepen wordt gemikt met de subsidie voor klimaat- en milieuprojecten en -educatieve acties:

            §1. Scholen en verenigingen komen in aanmerking voor een subsidie voor projecten of sensibiliseringsacties op het grondgebied van de gemeente, die gericht zijn op één van de volgende thema's:

            -duurzaam waterbeheer

            -rationeel energieverbruik

            -de verbetering van natuurlijke biotopen

            -de bestrijding van invasieve exoten (soorten opgenomen in de IUS-lijst van voor de Unie zorgwekkende uitheemse invasieve soorten)

            -ecologisch groenbeheer en tuinieren

            -duurzaam bouwen en wonen

            -de bescherming van beschermde diersoorten (beschermde soorten volgens artikel 9 van het Soortenbesluit)

            -milieuvriendelijke mobiliteit

            -maatschappelijk verantwoord ondernemen in het kader van fair-trade

            §2. Vrijwilligers van scholen of verenigingen die een vrijwilligersbijdrage ontvangen voor het betreffende project of voor de betreffende actie komen niet in aanmerking voor deze subsidie.

            Artikel 3. Voorwaarden

            §1. De aanvrager dient gerechtigd te zijn voor de uitvoering van de voorgestelde werken, projecten en acties. De aangevraagde werken dienen in overeenstemming te zijn en te verlopen volgens de van toepassing zijnde wetten, reglementen, verordeningen en gebruiken. De werken, projecten, acties en/of beheerwerken dienen minstens op het grondgebied van de gemeente uitgevoerd te worden. Voor een beheersubsidie dient per terrein het beoogde natuurdoel aangegeven te worden. Indien van toepassing, kan hiervoor verwezen worden naar een beheerplan.

            §2. Het verlenen van de subsidie kan enkel binnen de perken van de kredieten die het college van burgemeester en schepenen voor dit reglement voor overdrachten beschikbaar stelt en overeenkomstig de Wet van 14 november 1983 houdende controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.

            §3. Bij bekendmaking van het project dient steeds vermeld te worden: "met subsidie van de gemeente Puurs-Sint-Amands".

            Artikel 4. Subsidiebedrag

            Het subsidiebedrag bedraagt ofwel een bedrag van 250 euro indien er weinig of geen gemaakte kosten zijn, ofwel kan er een subsidiebedrag toegekend worden van 50% van de gemaakte en bewezen kosten met een maximumbedrag van 500 euro. 

             

            Een vereniging of een school komt per thema slechts één keer in aanmerking voor de subsidie per jaar.

            Artikel 5. Procedure

            §1. De subsidieaanvraag wordt ingediend bij de gemeente op het door de gemeente ter beschikking gesteld aanvraagformulier tenminste 6 weken vóór uitvoering van het project of van de sensibiliseringsactie. Het college van burgemeester beoordeelt de aanvraag en geeft, indien gunstig, een principiële goedkeuring. Er kunnen bijkomende voorwaarden verbonden worden aan de toekenning. De subsidie kan worden geweigerd mits gemotiveerde beslissing. 

            §2. Binnen de maand na het uitvoeren van een project bezorgt de inrichter aan de gemeente een verslag van het gerealiseerde project. Er wordt gecontroleerd of het project of de actie correct werd uitgevoerd. 

            §3. Na definitieve goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen wordt de subsidie toegekend aan de aanvrager door overschrijving op de rekening van de aanvrager binnen een redelijke termijn. 

            Artikel 6. Controle

            De gemeente heeft het recht om ter plaatse de aanwending van de verleende subsidie te controleren.

            In geval de aanvrager zich verzet tegen de uitoefening van de controle, is hij/zij gehouden tot terugbetaling van de subsidie.

            Artikel 7. Sancties

            Wanneer de uitvoering van de werken, projecten en acties onvolledig of gebrekkig is uitgevoerd kan de subsidie bij beslissing van het college van burgemeester en schepenen verminderd, uitgesteld of geweigerd worden. De aanvrager dient de werken i.v.m. de verbetering van natuurlijke biotopen en de bescherming van een bepaalde diergroep of diersoort goed te onderhouden en dit voor een termijn van minstens 10 jaar. Als ze toch verwijderd of onvoldoende onderhouden worden, wordt de subsidie geheel of gedeeltelijk en met verwijlinteresten teruggevorderd.

            Artikel 8. Bezwaar

            Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen. Bezwaren moeten schriftelijk (via aangetekend schrijven, brief, e-mail, afgifte tegen ontvangstbewijs, …) gericht worden aan het college van burgemeester en schepenen en dit uiterlijk binnen één maand na kennisgeving van de beslissing over de toekenning van de subsidie aan de aanvrager. De aanvrager dient zijn redenen te motiveren.

            De postdatum of datum op het ontvangstbewijs geldt als bewijs.

            Artikel 9. Opheffingsbepaling

            Het subsidiereglement milieuprojecten en -acties, vastgesteld door de gemeenteraad van 5 juni 2023, wordt opgeheven op 1 januari 2026. 

            Artikel 10. Inwerkingtreding en bekendmaking

            Dit subsidiereglement werd vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2025, treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt via de gemeentelijke website overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. Dit reglement wordt geëvalueerd indien de nood zich voordoet. 

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

          • Subsidiereglement Groene Vlag behaald als Eco-school - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            De gemeenteraad heeft in de vergadering van 5 juni 2023 het subsidiereglement milieuprojecten en -acties vastgesteld. 

            De ‘Groene Vlag’ van Eco-Schools is het internationale label voor duurzame scholen. Met meer dan 59.000 scholen uit 73 landen is er een groot netwerk aan Eco-Schools. Het zijn basis- en secundaire scholen die zich actief inzetten om duurzaam denken en doen centraal te stellen in het hele schoolleven. Leerlingen zijn de drijvende kracht achter de acties. 

            De subsidie voor Eco-scholen die een Groene Vlag behalen, wordt uit het subsidiereglement milieuprojecten en -acties gehaald en vormt bijgevolg een afzonderlijk subsidiereglement.

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd dit subsidiereglement 'Eco-scholen die een Groene Vlag behalen' vast te stellen met ingang van 1 januari 2026. 

            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens
            Onthouders: Jorden Dewachter, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Resultaat: Met 26 stemmen voor, 3 onthoudingen

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt het onderstaand subsidiereglement m.b.t. het behalen van de Groene Vlag als Eco-school vast:

            Artikel 1. Doel

            De gemeente verleent een subsidie voor scholen die een Groene Vlag behalen als Eco-school. 

            Artikel 2. Doelgroep

            Op de volgende doelgroepen wordt gemikt met de subsidie voor milieuprojecten en -acties:

            Scholen met een volwaardige MOS-werking en duidelijke MOS-realisaties (MOS = Milieuzorg op school), die wensen door te groeien naar een Eco-School komen bij het behalen van de Groene Vlag eenmalig in aanmerking voor een gemeentelijke subsidie. 

            Artikel 3. Voorwaarden

            Het verlenen van de subsidie kan enkel binnen de perken van de kredieten die het college van burgemeester en schepenen voor dit reglement voor overdrachten beschikbaar stelt en overeenkomstig de Wet van 14 november 1983 houdende controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.

            Artikel 4. Subsidiebedrag

            De subsidie voor het behalen van de Groene Vlag van Eco-Scholen is van toepassing op elke kleuter-, lagere en middelbare school of school voor buitengewoon onderwijs gelegen binnen de gemeente. De subsidie bedraagt 1.000 euro bij de eerste uitreiking van de groene vlag en € 500 bij de daarop volgende uitreikingen.

            Artikel 5. Procedure

            5.1. De aanvraag:

            1De subsidieaanvraag wordt ingediend bij de gemeente op het door de gemeente ter beschikking gesteld aanvraagformulier.

            Voor de groene vlag (Eco-School) vraagt de school de gemeentelijke subsidie aan ten laatste 3 maanden na de uitreiking ervan. De school overhandigt aan de gemeente de nodige documenten van de Groene vlagcommissie, waaruit blijkt dat de school de groene vlag behaald heeft.

            5.2. Beoordeling:

            Voor de groene vlag neemt de gemeente een beslissing over het toekennen van de subsidie ten laatste 2 maanden na het indienen van de aanvraag.

            5.3. Beslissing:

            Het college van burgemeester en schepenen beslist over de toekenning van de subsidie en het bedrag ervan. Aan de toekenning kunnen bijkomende voorwaarden verbonden worden. Bij gemotiveerde beslissing kan de toekenning van de subsidie worden geweigerd.

            Het college van burgemeester en schepenen kent de subsidie maar definitief toe na controle door de gemeentelijke diensten van het verslag van de commissie van de Eco-scholen.

            5.4. Uitbetaling:

            De subsidie wordt toegekend aan de aanvrager.

            De uitbetaling van de subsidies gebeurt door overschrijving op de rekening van de aanvrager binnen een termijn van 6 maanden. Dit is een termijn van orde.

            Artikel 6. Bezwaar

            Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen. Bezwaren moeten schriftelijk (via aangetekend schrijven, brief, e-mail, afgifte tegen ontvangstbewijs, …) gericht worden aan het college van burgemeester en schepenen en dit uiterlijk binnen één maand na kennisgeving van de beslissing over de toekenning van de subsidie aan de aanvrager. De aanvrager dient zijn redenen te motiveren.

            De postdatum of datum op het ontvangstbewijs geldt als bewijs.

            Artikel 7. Opheffingsbepaling

            Het subsidiereglement milieuprojecten en -acties, goedgekeurd door de gemeenteraad van 5 juni 2023, wordt opgeheven op 1 januari 2026. 

            Artikel 8. Inwerkingtreding en bekendmaking

            Dit subsidiereglement werd vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2025, treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt via de gemeentelijke website overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017. Dit reglement wordt geëvalueerd indien de nood zich voordoet. 

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. 

        • Doelgroepen

          • Subsidiereglement voor erkende ouderenverenigingen - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            De gemeenteraad heeft in vergadering van 29 juni 2020 het subsidiereglement voor erkende ouderenverenigingen vastgesteld met ingang van 1 september 2020. 

            Dit subsidiereglement voor erkende ouderenverenigingen dient herzien te worden, omwille van het feit dat het gemiddelde subsidiebedrag voor ouderenverenigingen relatief laag was ten opzichte van de werkingssubsidies van andere verenigingen (sport, socio-cultureel, jeugd).

            Specifiek m.b.t. dit subsidiereglement voor erkende ouderenverenigingen wordt ervoor geopteerd om een hogere basissubsidie uit te keren en activiteiten en vormingen in samenwerking met andere ouderenverenigingen extra te ondersteunen.

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd dit subsidiereglement voor erkende ouderenverenigingen opnieuw vast te stellen met ingang van 1 januari 2026.

            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt onderstaand subsidiereglement voor erkende ouderenverenigingen vast:

            Artikel 1. Doel 

            Om hun werking te ondersteunen zal de gemeente Puurs-Sint-Amands overeenkomstig de bepalingen van dit reglement subsidies uitkeren aan erkende ouderenverenigingen. 

            Artikel 2. Definities 

            In dit reglement hebben de onderstaande begrippen de ernaast vermelde betekenis:  

            Basissubsidie: subsidie die een erkende ouderenvereniging kan ontvangen indien zij voldoet aan de basisvoorwaarden voor subsidiëring; 

            Werkingssubsidie: subsidie die een erkende ouderenvereniging kan ontvangen indien zij voldoet aan de voorwaarden voor werkingssubsidies;  

            Werkjaar: een werkjaar loopt van 1 september X tot en met 31 augustus X+1; 

            Vorming: allerhande opleidingen, initiaties,… die gericht zijn op de bijscholing van leden in een vereniging; 

            Kadervorming: is een samenhangende opleiding van verantwoordelijke en toekomstige verantwoordelijke personen, die belast zijn met het leiden van een vereniging; 
            Open activiteit: is een activiteit die open staat voor alle inwoners die behoren tot de specifieke doelgroep van de activiteit. 

            Artikel 3. Doelgroep 

            Komen in aanmerking voor subsidie alle erkende ouderenverenigingen die voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 4 van dit reglement. 

            Sportafdelingen van erkende ouderenverenigingen die in aanmerking komen voor subsidie voor erkende sportverenigingen, komen niet in aanmerking.  

            Artikel 4. Algemene en specifieke voorwaarden voor het verkrijgen van subsidies 

            4.1. Algemene voorwaarden: 

            De gemeente verleent subsidies onder volgende algemene voorwaarden: 

            • Als voornaamste activiteit een ouderenwerking ontplooien in de gemeente Puurs-Sint-Amands gericht op gemeenschapsvorming, vormingswerk, zorg voor het erfgoed, cultuurspreiding, cultuurcreatie en cultuurparticipatie; 

            • De ouderenvereniging moet erkend zijn overeenkomstig het reglement erkenning en ondersteuning verenigingen/organisatoren, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 16 december 2019; 

            • De subsidies worden toegekend binnen de perken van de uitgavenkredieten die hiervoor voorzien zijn in het gemeentelijk budget en overeenkomstig de Wet van 14 november 1983 houdende controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.  

            4.2. Specifieke voorwaarden:

            Er wordt onderscheid gemaakt tussen 2 soorten subsidies, namelijk de basissubsidie en de werkingssubsidie.  

            4.2.1. Basissubsidie:  

            Een erkende ouderenvereniging kan basissubsidies krijgen als ze voldoet aan de onderstaande voorwaarden: 

            • 1 jaar werking kan aantonen; 

            • Het subsidie- en erkenningsdossier tijdig en volledig indienen; 

            • Een regelmatig en structureel aanbod organiseren voor de specifieke doelgroep van de vereniging. 

            4.2.2. Werkingssubsidie 

            Een erkende ouderenvereniging kan werkingssubsidies krijgen als ze minstens 20 leden telt.  

            Een activiteit die openstaat voor alle inwoners die behoren tot de specifieke doelgroep van de activiteit moet bewezen worden aan de hand van de gevoerde communicatie (bijv. publicatie UIT-kalender).

            Artikel 5. Subsidiebedragen: 

            5.1. Basissubsidie:

            De basissubsidie bedraagt 1.200 euro. 

            5.2. Werkingssubsidie:  

            Bovenop de basissubsidie kunnen de verenigingen een werkingssubsidie krijgen.  

            De berekening van het totaal aantal subsidiepunten voor werkingssubsidies gebeurt op basis van onderstaande criteria en de som van de bijhorende subsidiepunten.  

            De waarde van 1 punt is de restwaarde van het budget gedeeld door het totaal behaalde punten.  

            1. Ledenaantal: 

            • 20 tot en met 49 leden:                           3 punten 

            • 50 tot en met 99 leden:                           6 punten 

            • 100 tot en met 249 leden:                       8 punten 

            • ≥ 250 leden:                                         10 punten 

                   2. VZW-statuut:                                         5 punten   

            1. Activiteit: 

                   Een erkende ouderenvereniging kan subsidies ontvangen voor: 

                   a) Activiteiten die open staan voor alle inwoners die behoren tot de specifieke doelgroep van de activiteit:  

            • Per activiteit: 2 punten 

                   Indien de open activiteit wordt georganiseerd in samenwerking met een andere ouderenvereniging van Puurs-Sint-Amands:  

            •  per activiteit: 2 punten extra 
              (Elke samenwerkende vereniging krijgt per activiteit: 2 punten extra) 

                   b) Vormingsactiviteiten die zelf georganiseerd door de ouderenvereniging:  (kadervorming of vorming voor leden): 
            • per activiteit: 3 punten  

                  Indien de vormingsactiviteit wordt georganiseerd in samenwerking met een andere ouderenvereniging van Puurs-Sint-Amands:  

            •  per activiteit: 2 punten extra 
              (Elke samenwerkende vereniging krijgt per activiteit: 2 punten extra)  

            1. Actuele externe digitale communicatie 

            • website of pagina op sociaal netwerk (Facebook, ….): 5 punten.  

            Artikel 6. Procedure 

            6.1. Aanvraag 
            De aanvraag (werkjaar 1 september X – 31 augustus  X+1) wordt uiterlijk tegen 31 oktober (X+1) ingediend via het daartoe voorziene webformulier (erkenning en subsidiëring) dat ter beschikking wordt gesteld via de website van de gemeente. Om ontvankelijk te zijn bevat het aanvraagdossier de in het webformulier aangegeven verplichte bijlagen.  De aanvrager dient bij de aanvraag het rekeningnummer van de vereniging op te geven en minstens twee namen van personen, niet op hetzelfde adres wonend, die verrichtingen kunnen doen op deze rekening. 

            6.2. Beoordeling 
            De bevoegde ambtenaar gaat de ontvankelijkheid van de ingediende aanvragen na en onderzoekt de dossiers. 

            Indien de aanvrager een dossier niet tijdig heeft ingediend, komt het niet in aanmerking voor de berekening van subsidies.  

            Het aanvraagdossier is volledig indien alle verplichte gegevens werden ingevuld en wanneer alle gevraagde bewijsstukken werden bezorgd. Bewijsstukken die niet tijdig bij de aanvraag worden gevoegd, komen niet in aanmerking voor de berekening van subsidies. 

            De bevoegde ambtenaar formuleert een advies.  

            6.3. Beslissing 

            Het college van burgemeester en schepenen beslist over de aanvraag tot subsidiëring op basis van het advies van de bevoegde ambtenaar.  

            De beslissing wordt kenbaar gemaakt aan de aanvrager. 

            6.4. Uitbetaling 
            Het subsidiebedrag wordt uitbetaald aan de erkende vereniging voor 31 december. 

            De uitbetaling van de subsidie gebeurt door overschrijving op het rekeningnummer van de erkende vereniging.  
             
            De aanvrager verbindt zich ertoe de gemeente onmiddellijk op de hoogte te brengen, zodra het rekeningnummer van de vereniging wijzigt. 

            Artikel 7. Controle 

            In geval de aanvrager zich verzet tegen de uitoefening van een controle, is hij/zij gehouden tot terugbetaling van de subsidie.   

            Artikel  8. Sancties (en strafbepalingen)   

            De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend en het gebruik ervan dient gerechtvaardigd te worden, zo niet dient de subsidie terugbetaald te worden.  

            In geval van fraude of valse verklaringen in hoofde van de aanvrager, kan de gemeente beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.   

            Als de aanvrager niet voldoet aan contractuele of financiële verplichtingen tegenover de gemeente, kan het subsidiebedrag worden verrekend.   

            In geval de aanvrager onder curatele wordt geplaatst, kan de gemeente overgaan tot de gehele of gedeeltelijke terugvordering van de uitgekeerde subsidie.  

            De toegekende subsidie mag door de aanvrager niet in pand gegeven worden aan een derde. 

            Artikel 9. Bezwaar   

            Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.  Bezwaren moeten schriftelijk (via aangetekend schrijven of afgifte tegen ontvangstbewijs) gericht worden aan het college van burgemeester en schepenen, Forum 6 te 2870 Puurs-Sint-Amands en dit uiterlijk binnen de 30 kalenderdagen te rekenen vanaf de dag na de kennisgeving van de beslissing. De aanvrager dient zijn redenen te motiveren.   

            De postdatum of datum op het ontvangstbewijs gelden als bewijs.    

            Artikel 10. Opheffingsbepaling  

            Het subsidiereglement voor erkende seniorenverenigingen, zoals vastgesteld door de gemeenteraad in vergadering van 29 juni 2020, wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026. 

            Artikel 11. Inwerkingtreding en bekendmaking

            Dit subsidiereglement werd vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2025, treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.  Dit reglement wordt geëvalueerd, indien de nood zich voordoet.

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. 

          • Subsidiereglement voor erkende jeugdwerkinitiatieven - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            De gemeenteraad heeft in vergadering van 23 juni 2025 het subsidiereglement voor erkende jeugdwerkinitiatieven vastgesteld. 

            Dit reglement wordt op 3 punten gewijzigd:

            - De projectsubsidie voor de bouw en renovatie van jeugdlokalen splitsen we op in een subsidie voor renovatie van jeugdlokalen en een subsidie voor nieuwbouwprojecten jeugdlokalen. De subsidie voor renovatie van jeugdlokalen bedraagt maximaal 25.000 euro voor de periode van het MJP 26-31 aan 50% van het geïnvesteerde bedrag door de jeugdvereniging. De subsidie voor nieuwbouwprojecten jeugdlokalen bedraagt maximaal 50.000 euro voor de periode van het MJP 26-31 aan 50% van het geïnvesteerde bedrag door de jeugdvereniging.

            - De kosten voor kampvervoer van de jeugdverenigingen zijn heel wat gestegen. Het forfaitair bedrag voor jeugdverenigingen die op kamp gaan trekken we op van 500 naar 750 euro per jeugdvereniging.

            - Jongeren worden steeds terughoudender om zich effectief lid te maken van een jeugdhuis. We vinden het belangrijk dat jeugdhuizen plekken zijn die open staan voor jongeren met of zonder lidkaart. We halen dan ook de parameter 'aantal leden' weg uit de berekening van de subsidies voor jeugdhuizen. We vervangen de parameter door 'aantal openingsmomenten'. Dit stimuleert het 'open' zijn van de jeugdhuizen en zorgt voor een betere verdeling van de middelen in verhouding tot gemaakte kosten.

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd dit subsidiereglement voor erkende jeugdwerkinitiatieven opnieuw vast te stellen met ingang van 1 januari 2026. 

            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt onderstaand subsidiereglement voor erkende jeugdwerkinitiatieven vast:

            Artikel 1. Doel 

            Om hun werking te ondersteunen zal de gemeente Puurs-Sint-Amands overeenkomstig de bepalingen van dit reglement subsidies uitkeren aan erkende jeugdwerkinitiatieven. 

            Artikel 2 Definities 

            In dit reglement hebben de onderstaande begrippen de ernaast vermelde betekenis: 

            Werkjaar: loopt van 1 september X tot en met 31 augustus X+1;

            Kamp: georganiseerde groepsactiviteit voor minstens 20 leden met een minimumduur van 5 overnachtingen die doorgaat tijdens de maanden juli en/of augustus in binnen- of buitenland maar nooit in de eigen lokalen; 

            Controlelijst brandveiligheid jeugdlokalen: lijst waar op basis van een aantal checkpunten door de controlecommissie (brandweer en doelgroepmedewerker) punten wordt gegeven. Deze controlelijst wordt in samenspraak met de jeugdraad opgesteld, geëvalueerd en bijgestuurd. Indien er verplichte zaken niet in orde zijn, wordt dit met rood gemarkeerd op het formulier. Niet verplichte zaken die niet in orde zijn of zaken die actie vereisen, worden in oranje gemarkeerd. 

            Jeugdwerk: is een groepsgericht sociaal-cultureel werk op basis van niet-commerciële doelen voor of door kinderen en jongeren van 3 tot 30 jaar in de sfeer van de vrije tijd, onder educatieve begeleiding en ter bevordering van de algemene en integrale ontwikkeling van de jeugd die daar op vrijwillige basis aan deelneemt:

            Jeugdwerkinitiatief: is een groep mensen die zich structureel en duurzaam heeft georganiseerd en die beantwoordt aan het begrip ‘jeugdwerk’ met als primaire doelstelling het organiseren van activiteiten die in hoofdzaak gericht zijn naar kinderen en jongeren. 

            Er zijn 3 soorten jeugdwerkinitiatieven:  

            1) Jeugdbewegingen: aangesloten zijn bij één van de landelijk erkende koepels in hoofdzaak een werking ontplooien binnen de functies spel en/of ontmoeting en activiteiten in het weekend en de schoolvakanties organiseren; 

            2) Jeugdhuizen: is een jeugdwerkinitiatief dat een werking uitbouwt, binnen een permanente ruimte, waar jongeren (doelgroep 14 tot 30 jaar) elkaar kunnen ontmoeten, vrijetijdsactiviteiten kunnen uitbouwen en waar ruime aandacht besteed wordt aan permanente vorming (leden en begeleiding).   

            3) Andere lokale jeugdwerkinitiatieven: specifieke criteria worden opgesteld via een convenant betreffende de erkenning en toekenning van lokale initiatieven waarbij afwijkingen op de algemene bepaling mogelijk zijn (inclusief jeugdmuziekatelier)   

            Er zijn 3 soorten subsidies: 
            1) Basissubsidie: subsidie die een erkend(e) jeugdbeweging of jeugdhuis kan ontvangen indien zij voldoet aan de basisvoorwaarden voor subsidiëring; 
            2) Werkingssubsidie: subsidie die een erkend(e) jeugdbeweging of jeugdhuis kan ontvangen indien zij voldoet aan de voorwaarden voor werkingssubsidies;  
            3) Infrastructuursubsidie: subsidie die een erkend(e) jeugdbeweging of jeugdhuis kan ontvangen om lokalen en/of bijkomende installaties in goede staat te houden of om een infrastructuurproject te realiseren;

            Artikel 3. Doelgroep 

            Komen in aanmerking voor subsidie alle erkende jeugdbewegingen en jeugdhuizen die voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 4 van dit reglement. 

            Komen niet in aanmerking voor subsidie alle andere lokale jeugdwerkinitiatieven waarmee de gemeente een convenant heeft opgemaakt. 

            Artikel 4. Algemene en specifieke voorwaarden voor het verkrijgen van subsidies  

            4.1. Algemene voorwaarden 
            4.1.1. De gemeente verleent de subsidies onder de volgende algemene voorwaarden: 

            • De jeugdbeweging/het jeugdhuis moet erkend zijn overeenkomstig het reglement erkenning en ondersteuning verenigingen/organisatoren, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 16 december 2019. 

            • De subsidies worden toegekend binnen de perken van de uitgavenkredieten die hiervoor voorzien zijn in het gemeentelijk budget en overeenkomstig de Wet van 14 november 1983 houdende controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen. 

            4.1.2. Bijkomende voorwaarden voor jeugdbewegingen:  

            • aangesloten zijn bij één van de landelijk erkende koepels;  

            • in hoofdzaak een werking ontplooien gericht op spel en/of ontmoeting;  

            • activiteiten organiseren in het weekend en de schoolvakanties. 

            4.1.3. Bijkomende voorwaarden voor jeugdhuizen: 
            • Een ontmoetingsfunctie hebben: het jeugdhuis is minimum 1 dag per week open in het weekend (zijnde vrijdag, zaterdag of zondag), met in totaal minimaal 6 uren in de vrijetijdsmomenten van de doelgroep;  

            • Animatie en recreatie organiseren: minstens 2 activiteiten per werkingsjaar ; 

            • Beschikken over VZW-statuut. 

            4.2. Specifieke voorwaarden 

            Er wordt onderscheid gemaakt tussen 3 soorten subsidies, namelijk de basissubsidie, de werkingssubsidie en de infrastructuursubsidie. 

            4.2.1. Basissubsidie 

            Een erkende jeugdbeweging/een erkend jeugdhuis kan basissubsidies krijgen als ze: 

            • 1 jaar werking kan aantonen; 

            • Het subsidiedossier tijdig en volledig indient; 

            • Een regelmatig en structureel aanbod organiseert voor de specifieke doelgroep van de vereniging 

            4.2.2. Werkingssubsidie 

            Een erkende jeugdbeweging kan werkingssubsidies krijgen als ze minstens 20 leden telt.  

            Een erkend jeugdhuis kan werkingssubsidies krijgen als ze minimaal 1 dag per week open zijn.

            4.2.3. Infrastructuursubsidie 

            Er zijn 3 vormen van infrastructuursubsidies:

            4.2.3.1. Onderhoudssubsidies voor verenigingslokalen:  

            • Alle jeugdbewegingen of jeugdhuizen die het vorige werkjaar basis- en werkingssubsidies genoten, kunnen in het daaropvolgende werkjaar een onderhoudssubsidie voor hun jeugdlokalen ontvangen. De subsidie wordt berekend per werkjaar.;  

            • Jeugdbewegingen of jeugdhuizen die in een gemeentelijk gebouw gehuisvest zijn kunnen enkel aanspraak maken op deze onderhoudssubsidie indien in de gebruiksovereenkomst met de gemeente werd voorzien dat de onderhoudskosten ten laste zijn van de jeugdbewegingen of jeugdhuizen;  

            • Jeugdbewegingen of jeugdhuizen die niet in een gemeentelijk gebouw zijn gehuisvest moeten kunnen aantonen dat de infrastructuur ter beschikking is van de vereniging (geldige gebruiksovereenkomst); 

            • Per jeugdbeweging of jeugdhuis kan per jaar slechts één maal een onderhoudssubsidie worden toegekend;  

            • De vereniging zal op ieder moment controle toelaten op de lijst van uitgevoerde werken ; 

            Volgende herstellings- en verfraaiingswerken, die de kwaliteit van het lokaal verbeteren, komen in aanmerking (materiaalkosten, geen werkuren):   

            • Kosten voor herstelling en onderhoud bedoeld om het lokaal en/of bijhorende installaties in goede staat te houden, zodat het gebruik ervan in optimale omstandigheden kan verlopen. In die zin gaat het om regelmatig terugkerende kosten: bijvoorbeeld vervangen kapotte ramen en deuren, lekkende dakgoten, weggewaaide dakpannen, herstellen buitenterreinen, reinigen van schoorstenen, onderhoud verwarmingstoestellen, verstopping riolering, … ;  

            • Kosten voor regelmatig terugkerende controles, zoals keuring van gas en elektriciteitsinstallatie, …  ; 

            • Kosten voor herstelling en onderhoud aan water-, gas-, mazout- en andere leidingen; elektriciteitsvoorzieningen vast verbonden aan het lokaal (geen verlengkabels), verlichting vast verbonden aan het lokaal (geen lampen),…  ; 

            • Verfraaiingswerken aan de binnen- en buitenzijde van het gebouw (voegen, schilderen, behangen, houtbeschermingsproducten,…) ;  

            • Werken en aankopen ter bevordering van de brandveiligheid: noodverlichting, brandblussers, pictogrammen, brandhaspel,… ; 

            • Kosten om zich in regel te stellen met de milieuwetgeving;  

            • Kosten voor sanitair; 

             Volgende kosten komen niet in aanmerking:   

            • Kleine onderhoudskosten: reinigingsproducten, emmers, borstels, handdoeken, dweilen, elektrische apparaten, kook- en eetgerei, tapinstallaties, lampen, speciale verlichtingstoestellen (spots), muziekapparatuur, …  ; 

            • Aankoop klein werkmateriaal: hamers, beitels, verfborstels, spijkers, schroeven, … ; 

            • Onderhoud van tenten;  

            • Huur- en exploitatiekosten: huur van lokalen, elektriciteitskosten, verwarmingskosten, waterverbruik, brandverzekering, telefoonrekening, …  ;

            4.2.3.2. Projectsubsidies voor renovatie lokalen voor jeugd: 

            • De reglementering op de toekenning van een 'projectsubsidie voor renovatie van lokalen' is van toepassing op de erkende jeugdbewegingen en jeugdhuizen die hetzij rechtstreeks hetzij door enige vorm van overkoepeling (regionaal, provinciaal) de rechtspersoonlijkheid van een VZW hebben aangenomen op het ogenblik van de aanvraag of waarvoor een andere juridische entiteit de bouw en exploitatie op zich neemt; 

            • De infrastructuur bevindt zich op het grondgebied van de gemeente Puurs-Sint-Amands en heeft als exclusieve functie het huisvesten van een erkende Puurs-Sint-Amands jeugdbeweging of jeugdhuis; 

            • De toelage wordt enkel toegekend indien de jeugdbeweging of het jeugdhuis het gebouw of de grond, waarvoor de toelage wordt aangevraagd:   

                      -  in eigendom heeft voor minstens 5 jaar of;   
                      -  in erfpacht heeft voor minstens 5 jaar of; 
                      -  een recht van opstal heeft voor minstens 5 jaar; 
            • Het aanvaardbaar minimum-investeringsbedrag waarvoor een 'projectsubsidie voor de renovatie van een lokaal' aangevraagd kan worden bedraagt 5.000 euro;

            • Elke jeugdbeweging/jeugdhuis kan de uitvoering van het project spreiden over meerdere jaren zolang het totale bedrag over 6 jaar nooit het maximumbedrag van 25.000 euro overschrijdt.   

            Volgende kosten komen in aanmerking:  

            • Renovatie van de bestaande infrastructuur (onroerende zaken);  

            • Aanpassingen in het kader van milieugerichte verbeteringen (hemel- en afvalwater, infiltratievoorzieningen, groendaken, individuele waterzuiveringsinstallatie, gebruik zonne-energie ; 

            • Alle investeringen op het vlak van toegankelijkheid;  

            • Materiaal;  

            • Werkuren;  

            4.2.3.3. Projectsubsidies voor nieuwbouw lokalen voor jeugd:

            • De reglementering op de toekenning van een 'projectsubsidies voor nieuwbouw van lokalen' is van toepassing op de erkende jeugdbewegingen en jeugdhuizen die hetzij rechtstreeks hetzij door enige vorm van overkoepeling (regionaal, provinciaal) de rechtspersoonlijkheid van een VZW hebben aangenomen op het ogenblik van de aanvraag of waarvoor een andere juridische entiteit de bouw en exploitatie op zich neemt;
            • De infrastructuur bevindt zich op het grondgebied van de gemeente Puurs-Sint-Amands en heeft als exclusieve functie het huisvesten van een erkende Puurs-Sint-Amands jeugdbeweging of jeugdhuis;
            • De toelage wordt enkel toegekend indien de jeugdbeweging of het jeugdhuis het gebouw of de grond, waarvoor de toelage wordt aangevraagd:  

                      -  in eigendom heeft voor minstens 5 jaar of;  

                      -  in erfpacht heeft voor minstens 5 jaar of;

                      -  een recht van opstal heeft voor minstens 5 jaar;

            • Het aanvaardbaar minimum-investeringsbedrag waarvoor een 'projectsubsidie voor nieuwbouw lokalen voor jeugd' aangevraagd kan worden bedraagt 5.000 euro;
            • Elke jeugdbeweging/jeugdhuis kan de uitvoering van het project spreiden over meerdere jaren zolang het totale bedrag over 6 jaar nooit het maximumbedrag van 50.000 euro overschrijdt.  

            Volgende kosten komen in aanmerking: 

            • Nieuwbouw; 
            • Aankoop van grond;
            • Aankoop van een bestaand gebouw; 
            • Alle investeringen op het vlak van toegankelijkheid; 
            • Materiaal; 
            • Werkuren; 
            Artikel 5. Subsidiebedragen: 

            5.1. Basissubsidie:

            De basissubsidie bedraagt 400 euro. 

            5.2. Werkingssubsidie:

            Bovenop de basissubsidie kunnen de jeugdbewegingen/jeugdhuizen een werkingssubsidie krijgen.  

            De berekening van het totaal aantal subsidiepunten voor werkingssubsidies gebeurt op basis van onderstaande criteria en de som van de bijhorende subsidiepunten. De waarde van 1 punt is de restwaarde van het budget gedeeld door het totaal behaalde punten.  

            5.2.1. Jeugdbewegingen 

            1. Ledenaantal: 

            • 20 tot en met 49 leden:             3 punten 

            • 50 tot en met  99 leden:            6 punten 

            • 100 tot en met 249 leden:        12 punten 

            • ≥ 250 leden:                           15 punten 

            1. Begeleiding: 

            Gekwalificeerde begeleiders: begeleiding minstens 26 keer per jaar, hoogste niveau telt – niet cumulatief 

            Niveau 1 

            Niveau 2 

            Niveau 3 

            Aantal x 2 punten 

            Aantal x 4 punten 

            Aantal x 5 punten 

            Animator in het jeugdwerk 

            Hoofdanimator in het  jeugdwerk 

            Instructeur Jeugdwerk 

                   3.  AED-attest: 1 punt per begeleider  

            1. Attest hulpverlener: 2 punten per begeleider 

            1. Actuele externe digitale communicatie 

            • website of pagina op sociaal netwerk (Facebook, ….)    5 punten 

            1. Organisatie van een kamp  

                   Max. 1 kamp per jaar: 

            • 0,5 punt per deelnemer per kamp; 

            • Bijkomende forfaitaire subsidie ter compensatie van vervoerskosten: 750 euro; 
                  7. Brandveiligheid van jeugdlokalen
            • De samengetelde punten van de controlelijst worden per jeugdvereniging herleid tot een score op 100 en verrekend tot 0,25 subsidiepunt per procent.

            5.2.2. Jeugdhuizen: 

            1. Openingsmomenten: 

            • Minder dan 50 openingsmomenten: 200 euro;

            • tussen 50 en 100 openingsmomenten: 400 euro;

            • meer dan 100 openingsmomenten: 800 euro;

                  2.  AED-attest: 1 punt per begeleider 
            1. Attest hulpverlener: 2 punten per begeleider 

            1. Actuele externe digitale communicatie 

            • website of pagina op sociaal netwerk (Facebook, ….)  5 punten 

            1. Activiteiten 

            • Per bijkomende activiteit bovenop de 2 verplichte voor de basissubsidie: 1 punt met max. van 4 punten;  

            • Per vormende activiteit: 1 punt met max. van 4 punten; 

            • Per buurtgerichte – gemeenschapsvormende activiteiten: 1 punt: max. 3 punten; 

                  6. Brandveiligheid van jeugdlokalen 
            • De samengetelde punten van de controlelijst worden per jeugdhuis herleid tot een score op 100 en verrekend tot 0,25 subsidiepunt per procent. 

            5.3. Infrastructuursubsidies:

            5.3.1. Onderhoudssubsidie: 

            • De subsidie wordt vastgesteld op 100 % van de werkelijk bewezen onderhoudskosten met een maximum van 850 euro en dekt enkel de gemaakte kosten; 

            • Indien het volledige begrotingskrediet niet wordt opgebruikt, worden de jeugdwerkinitiatieven die een aanvraag indienden boven de 850,00 euro extra betoelaagd. Het bedrag dat de jeugdvereniging indiende boven de 850,00 euro wordt omgezet in punten. We rekenen 1 punt per schijf van 10 euro. Het restbedrag van de subsidiepot wordt gedeeld door het totale aantal punten en zo per vereniging terug verder verdeeld.

            5.3.2. Projectsubsidies voor bouw/grote renovatie lokalen voor jeugd:  

            De subsidie bedraagt maximaal 50 % van de in aanmerking genomen kosten, voor zover zij effectief met facturen bewezen.    

            Artikel 6. Procedure

            6.1. Aanvraag 
            Met uitzondering van projectsubsidies wordt de aanvraag (werkjaar 1 september X – 31 augustus  X+1) uiterlijk tegen 31 oktober (X+1) ingediend via het daartoe voorziene webformulier (erkenning en subsidiëring) dat ter beschikking wordt gesteld via de website van de gemeente.  Om ontvankelijk te zijn bevat het aanvraagdossier de in het webformulier aangegeven verplichte bijlagen. 
            De aanvrager dient bij de aanvraag het rekeningnummer van de vereniging op te geven en minstens twee namen van personen, niet op hetzelfde adres wonend, die verrichtingen kunnen doen op deze rekening. 

            Projectsubsidies worden aangevraagd via de dienst doelgroepregie. Deze maakt samen met de vereniging een aanvraagdossier op. 

            6.2. Beoordeling 
            De bevoegde ambtenaar gaat de ontvankelijkheid van de ingediende aanvragen na en onderzoekt de dossiers. 

            Indien de aanvrager een dossier niet tijdig heeft ingediend, komt het niet in aanmerking voor de berekening van subsidies.  

            Het aanvraagdossier is volledig indien alle verplichte gegevens werden ingevuld en wanneer alle gevraagde bewijsstukken werden bezorgd. Bewijsstukken die niet tijdig bij de aanvraag worden gevoegd, komen niet in aanmerking voor de berekening van subsidies. 

            De bevoegde ambtenaar formuleert een advies.  

            Het aanvraagdossier voor projectsubsidies wordt na advies van de technische dienst door de dienst doelgroepregie voorbereid voor beslissing. 

            6.3. Beslissing 

            Het college van burgemeester en schepenen beslist over de aanvraag tot subsidiëring op basis van het advies van de bevoegde ambtenaar.  

            De beslissing wordt kenbaar gemaakt aan de aanvrager. 

            6.4. Uitbetaling 
            Het subsidiebedrag wordt uitbetaald aan de erkende vereniging voor 31 december, behalve voor projectsubsidies die uitbetaald worden op basis van ingediende facturen, kostennota’s en bewijsstukken. 

            De uitbetaling van de subsidie gebeurt door overschrijving op het rekeningnummer van de erkende vereniging.  
             
            De aanvrager verbindt zich ertoe de gemeente onmiddellijk op de hoogte te brengen, zodra het rekeningnummer van de vereniging wijzigt. 

            Artikel 7. Controle 

            De vereniging zal op ieder moment controle toelaten op de uitgevoerde werken.  
            In geval de aanvrager zich verzet tegen de uitoefening van een controle, is hij/zij gehouden tot terugbetaling van de subsidie.   

            Artikel 8.  Sancties (en strafbepalingen)    

            De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend en het gebruik ervan dient gerechtvaardigd te worden, zo niet dient de subsidie terugbetaald te worden. 

            In geval van fraude of valse verklaringen in hoofde van de aanvrager, kan de gemeente beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.   

            Als de aanvrager niet voldoet aan contractuele of financiële verplichtingen tegenover de gemeente, kan het subsidiebedrag worden verrekend.   

            In geval de aanvrager onder curatele wordt geplaatst, kan de gemeente overgaan tot de gehele of gedeeltelijke terugvordering van de uitgekeerde subsidie.   

            De toegekende subsidie mag door de aanvrager niet in pand gegeven worden aan een derde.   

            Artikel 9. Bezwaar   

            Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.  Bezwaren moeten schriftelijk (via aangetekend schrijven of afgifte tegen ontvangstbewijs) gericht worden aan het college van burgemeester en schepenen, Forum 6 te 2870 Puurs-Sint-Amands en dit uiterlijk binnen de 30 kalenderdagen te rekenen vanaf de dag na de kennisgeving van de beslissing. De aanvrager dient zijn redenen te motiveren.   

            De postdatum of datum op het ontvangstbewijs gelden als bewijs.    

            Artikel 10. Opheffingsbepaling 

            Het subsidiereglement voor erkende jeugdwerkinitiatieven, zoals vastgesteld door de gemeenteraad in vergadering van 23 juni 2025, wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026. 

            Artikel 11. Inwerkingtreding en bekendmaking   

            Dit subsidiereglement werd vastgesteld door de gemeenteraad van  15 december 2025 , treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.   Het reglement wordt geëvalueerd, indien de nood zich voordoet.  

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. 

          • Convenanten jeugdwerk - Goedkeuring

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            Voor jeugdwerk en aanverwante werkingen die niet onder het regulier reglement voor werkingssubsidies vallen en intergemeentelijke verenigingen maakt de gemeente in onderling overleg met de vereniging een convenant op.

            De huidige convenanten lopen samen met het meerjarenplan 2020 - 2025 en lopen dus af op 31 december 2025.

            Jong KVG (Kando) en Plussers hebben laten weten dat hun werking stopt en ze geen convenant meer opmaken.

            Volgende convenanten en bijhorende toelage worden ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad:

            • de convenant van Akabe Toetertoe met een jaarlijkse toelage van 1.100 euro;
            • de convenant van Carmina VZW met een jaarlijkse toelage van 3.000 euro;
            • de convenant van JNM Klein-Brabant met een jaarlijkse toelage van 625 euro;
            • de convenant van De Lange Weg met een jaarlijkse toelage van 625 euro; (tot en met 2029)
            • de convenant van El Circo Fiasco met een jaarlijkse toelage van 500 euro;

            Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om deze convenanten goed te keuren met ingang van 1 januari 2026.

            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

            Besluit

            Artikel 1: De gemeenteraad keurt de convenant van Akabe Toetertoe goed en geeft een jaarlijkse toelage van 1.100 euro. 

            Artikel 2: De gemeenteraad keurt de convenant van Carmina VZW goed en geeft een jaarlijkse toelage van 3.000 euro. 

            Artikel 3: De gemeenteraad keurt de convenant van JNM Klein-Brabant goed en geeft een jaarlijkse toelage van 625 euro. 

            Artikel 4: De gemeenteraad keurt de convenant van De Lange Weg goed en geeft een jaarlijkse toelage van 625 euro (tot en met 2029).

            Artikel 5: De gemeenteraad keurt de convenant van El Circo Fiasco goed en geeft een jaarlijkse toelage van 500 euro. 

            Artikel 6: De voormelde convenanten zijn bijgevoegd en maken integraal deel uit van dit besluit.

        • Beleven

          • Reglement buurtsubsidies - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            Het reglement buurtsubsidies werd vastgesteld door de gemeenteraad van Puurs-Sint-Amands in vergadering van 25 februari 2019. 

            Een kleine wijziging dringt zich op. 

            De gemeente Puurs-Sint-Amands wil buurtinitiatieven blijven promoten om het gemeenschapsgevoel in straten, wijken en buurten van Puurs-Sint-Amands te bevorderen. 

            Omdat de organisatie ervan door de diverse indexsprongen van de voorbije jaren meer middelen vergt,  stellen we een verhoging van het bedrag van 150 euro naar 200 euro voor.

            De subsidie van 200 euro wordt toegekend in de vorm van P-bonnen.

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd dit reglement buurtsubsidies opnieuw vast te stellen met ingang van 1 januari 2026.

            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt onderstaand reglement buurtsubsidies vast:

            Artikel 1. Doel

            De gemeente Puurs-Sint-Amands wil buurtinitiatieven ondersteunen en verleent hiervoor buurtsubsidies.

            Artikel 2. Definities

            Onder volgende begrippen wordt verstaan:

            Buurtsubsidie: financiële toelage in de vorm van een P-bonnen;
            Buurtcomité: groepering van buurtbewoners, samengesteld uit minstens 3 personen, woonachtig op verschillende adressen binnen een werkingsgebied, namelijk een straat waar minimaal 10 gezinnen gedomicilieerd zijn of meerdere straten die een geografische eenheid vormen, op het grondgebied van Puurs-Sint-Amands;
            Buurtfeest: een kleinschalige activiteit, georganiseerd door een buurtcomité, die gericht is naar de inwoners van een of meerdere straten binnen een geografische eenheid op het grondgebied van Puurs-Sint-Amands ;

            Artikel 3. Doelgroep

            Elk buurtcomité dat als doel heeft de buurt meer leefbaar te maken door de organisatie van een buurtfeest op het grondgebied van de gemeente Puurs-Sint-Amands, ongeacht hun politieke, religieuze of filosofische overtuiging, komt in aanmerking voor een subsidie en voor logistieke ondersteuning van de gemeente.

            Voor de subsidie komen niet in aanmerking:
            a) Activiteiten met een politiek, religieus, filosofisch of persoonlijk karakter;
            b) Activiteiten georganiseerd door scholen, verenigingen, commerciële activiteiten, kermissen en jaarmarkten.

            Artikel 4. Voorwaarden

            De gemeente verleent de buurtsubsidie onder de volgende voorwaarden:

            a) het hoofddoel van het buurtfeest is :
            - het nastreven van een kwaliteitsverbetering van de leefbaarheid van de lokale gemeenschap;
            - het versterken van het sociaal weefsel in die welbepaalde buurt of straat;
            - elkaar beter leren kennen, samen organiseren, de sfeer in de buurt verbeteren, betrokkenheid in de buurt verhogen en het samenleven aangenaam maken;
            b) alle bewoners uit een geografisch afgebakend gebied moeten een uitnodiging ontvangen;
            c) aan de activiteit participeren minimum 20 personen afkomstig uit de buurt of straat;
            d) de toepasselijke wettelijke verplichtingen (SABAM, vergunning, …) worden gerespecteerd;
            e) de activiteit is enkel toegankelijk voor buurtbewoners op uitnodiging;
            f) eenzelfde buurt of straat kan slechts éénmaal per jaar beroep doen op deze subsidie;
            g) het verlenen van de subsidie kan enkel binnen de perken van de kredieten die het college van burgemeester en schepenen voor dit reglement voor overdrachten beschikbaar stelt en overeenkomstig de Wet van 14 november 1983 houdende controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen;

            Artikel 5. Subsidiebedrag

            De subsidie bedraagt 200 euro en wordt toegekend in de vorm van P-bonnen.

            Artikel 6. Procedure

            6.1. De aanvraag:
            De aanvraag voor deze subsidie gebeurt op een door de gemeente via de website ter beschikking gesteld formulier en wordt gericht tot het college van burgemeester en schepenen. In de aanvraag wordt melding gemaakt van de namen en adressen van twee verantwoordelijken van het comité en wordt ondertekend door minstens drie vertegenwoordigers van het comité, die behoren tot minstens drie verschillende gezinnen van de betrokken buurt.
            Dit formulier dient minimum 2 maanden en maximum 12 maanden op voorhand ingediend te worden.
            Door het indienen van een aanvraag aanvaarden de aanvragers de inhoud van dit reglement.

            6.2. Beslissing
            Het college van burgemeester en schepenen neemt de beslissing op basis van een advies van de dienst Beleven.
            Uiterlijk zes weken na de aanvraag, wordt de aanvrager schriftelijk op de hoogte gebracht van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen.

            Deze termijn is een richtdatum.

            6.3. Uitbetaling
            Na toekenning van de subsidies kan de aanvrager, mits voorlegging van de goedkeuring, P-bonnen ophalen aan het vrijetijdsloket of aan de infobalie van het gemeentehuis van Puurs-Sint-Amands of aan de infobalie van het oud-gemeentehuis van Sint-Amands.

            Artikel 7. Controle

            Binnen twee weken na het verloop van het buurtfeest moeten volgende verantwoordingsstukken digitaal worden ingediend bij het vrijetijdsloket:
            - De uitnodiging van het buurtfeest;

            - Twee sfeerfoto’s waarop het buurtfeest te zien is.

            De gemeente heeft het recht om ter plaatse de aanwending van de verleende subsidie te doen controleren.

            In geval de aanvrager zich verzet tegen de uitoefening van de controle, is hij/zij gehouden tot terugbetaling van de subsidie.

            Artikel 8. Sancties 

            De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend en het gebruik ervan dient gerechtvaardigd te zijn. Zo niet, dient de subsidie terugbetaald te worden.
            In geval van fraude of valse verklaringen in hoofde van de aanvrager, kan de gemeente beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
            Als de aanvrager niet voldoet aan contractuele of financiële verplichtingen tegenover de gemeente, kan het subsidiebedrag worden verrekend.
            In geval de aanvrager onder curatele wordt geplaatst, kan de gemeente overgaan tot de gehele of gedeeltelijke terugvordering van de uitgekeerde subsidie.
            De toegekende subsidie mag door de aanvrager niet in pand gegeven worden aan een derde.
            Bij het indienen van de verantwoordingsstukken, balans en jaarrekening alsook het verslag inzake beheer en financiële toestand, kan de gemeente overgaan tot terugvordering van de toegekende subsidie.

            Artikel 9. Bezwaar

            Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.

            Bezwaren moeten schriftelijk (via aangetekend schrijven, brief, mail, afgifte tegen ontvangstbewijs, …) gericht worden aan het college van burgemeester en schepenen en dit uiterlijk binnen één maand na kennisgeving van de beslissing over de toekenning van de subsidie aan de aanvrager. De aanvrager dient zijn redenen te motiveren. De postdatum of datum op het ontvangstbewijs gelden als bewijs.

            Artikel 10. Opheffingsbepaling

            Het reglement buurtsubsidies, vastgesteld door de gemeenteraad van Puurs-Sint-Amands in vergadering van 25 februari 2019, wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026. 

            Artikel 11. Inwerkingtreding en bekendmaking

            Dit reglement werd vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2025, treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt via de gemeentelijke website overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. De werking van dit reglement wordt geëvalueerd indien de nood zich voordoet.

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

          • Reglement activering van feesten en plechtigheden - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            Het reglement voor activering van feesten en plechtigheden werd door de gemeenteraad van Puurs-Sint-Amands vastgesteld in vergadering van 14 oktober 2019.

            Een kleine wijziging dringt zich op.  

            De gemeente Puurs-Sint-Amands wil feestelijke gebeurtenissen ondersteunen. Zo worden premies toegekend voor huwelijksjubilarissen, jubilerende priesters of kloosterlingen en 100- jarigen of ouder. Ook krijgen organisatoren van collectieve jubileumvieringen van 50-, 60-, 70-, 80- en 90-jarigen en de vieringen van verenigingen omwille van hun 25-jarig bestaan of een veelvoud daarvan een premie. 

            Omdat de organisatie ervan door de diverse indexsprongen van de voorbije jaren meer middelen vergt, worden sommige premies geactualiseerd: 50 euro wordt 65 euro, 75 euro wordt 95 euro en 150 euro wordt 200 euro. De premie voor de viering van verenigingen (250 euro) blijft gelijk.

            De premie wordt uitbetaald in de vorm van P-bonnen.  

            Aan de gemeenteraad wordt gevraag dit reglement voor activering van feesten en plechtigheden opnieuw vast te stellen met ingang van 1 januari 2026.

            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt onderstaand reglement voor activering van feesten en plechtigheden vast: 

            Artikel 1. Doel

            De gemeente Puurs-Sint-Amands wil feestelijke gebeurtenissen op haar grondgebied ondersteunen en verleent daarvoor een premie.

            Artikel 2: Doelgroep

            Dit reglement is van toepassing op: 

            • de huwelijksjubilarissen die 50, 60, 65 of 70 jaar gehuwd zijn;
            • priesters of kloosterlingen die 50, 60, 65 of 70 jaar gewijd zijn;
            • 100-jarigen en ouder;
            • collectieve jubileumvieringen van 50, 60, 70, 80 en 90 jaar;
            • activiteiten van verenigingen omwille van hun 25-jarig bestaan of een veelvoud hiervan;
            Dit reglement is eveneens van toepassing indien:
            • de gevierde huwelijksjubilarissen of één van beide partners in een verzorgingsinstelling buiten Puurs-Sint-Amands verblijven;
            • de priester /kloosterling in een verzorgingsinstelling buiten Puurs-Sint-Amands verblijft;
            Artikel 3: Voorwaarden
             
            Om de premie te kunnen genieten moeten de betrokkenen ingeschreven zijn in het bevolkingsregister van Puurs-Sint-Amands. 
            Een premie omwille van een collectieve jubileumviering zal enkel gegeven worden, indien er minstens 5 personen hun 50'ste, 60'ste, 70'ste, 80'ste of 90'ste verjaardag vieren. 
            De premie voor 100-jarigen of ouder wordt gegeven vanaf het moment dat de gevierde de leeftijd van 100 jaar heeft bereikt en dit jaarlijks zolang hij/zij leeft.
             
            Artikel 4: Bedragen

            De premie bedraagt: 
            • 65 euro per huwelijksjubilaris, priester of kloosterling;
            • 95 euro per 100-jarige of ouder;
            • 200 euro per collectieve jubileumviering omwille van 50'ste, 60'ste, 70'ste, 80'ste en 90'ste verjaardag;
            • 250 euro per viering van verenigingen omwille van hun 25-jarig bestaan of een veelvoud hiervan;

            De premies worden uitbetaald in de vorm van P-bonnen.

            Artikel 5: Procedure

            De P-bonnen worden afgegeven: 

            • aan de 50 en 60 jaar gehuwden tijdens een gezamenlijke viering georganiseerd door de gemeente; indien de gehuwden niet aanwezig zijn tijdens deze viering zullen de P-bonnen worden bezorgd aan de gehuwden;
            • aan de 65 en 70 jaar gehuwden tijdens het bezoek van burgemeester en/of schepenen;
            • aan de priester of kloosterling bij melding van zijn wijdingsverjaardag;
            • aan 100-jarigen of ouder tijdens het bezoek van burgemeester en/of schepenen;
            • de collectieve jubilarissen die hun 50'ste, 60'ste, 70'ste, 80'ste en 90'ste verjaardag vieren, dienen de P-bonnen af te halen aan het vrijetijdsloket;
            • de verenigingen die hun 25-jarig bestaan vieren of een veelvoud ervan, dienen eveneens hun P-bonnen af te halen aan het vrijetijdsloket;

            Artikel 6: Opheffingsbepaling

            Het reglement voor activering van feesten en plechtigheden, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van 14 oktober 2019, wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026. 

            Artikel 7: Inwerkingtreding en bekendmaking

            Dit reglement werd vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2025, treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt via de gemeentelijke website overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. Dit reglement wordt geëvalueerd indien de nood zich voordoet. 

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

          • Subsidiereglement ontwikkelingssamenwerking - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            De gemeenteraad heeft in vergadering van 14 oktober 2019 het subsidiereglement ontwikkelingssamenwerking vastgesteld. 

            Een wijziging dringt zich op. 

            Het nieuwe reglement blijft zich toespitsen op projecten voor ontwikkelingssamenwerking namelijk Zuidprojecten. Dit houdt in dat de landen waar de projecten gerealiseerd worden, voorkomen op de lijst van de commissie voor ontwikkelingssamenwerking (DAC).

            Voorgesteld wordt om de projectbedragen te actualiseren zodat deze conform de veranderende maatschappelijke en economische realiteit zijn. Op deze manier versterken we de internationale solidariteit via lokale actie zodat de projecten de nodige impact kunnen behouden.

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het subsidiereglement ontwikkelingssamenwerking opnieuw vast te stellen met ingang van 1 januari 2026.

            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Reinhilde Goossens, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters
            Tegenstanders: Jorden Dewachter, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Onthouders: Jan Van Camp, Peggy Seeuws, Linda Caluwaerts, Erwin Mertens
            Resultaat: Met 22 stemmen voor, 3 stemmen tegen, 4 onthoudingen

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt het subsidiereglement ontwikkelingssamenwerking vast: 

            Artikel 1. Doel

            De gemeente Puurs-Sint-Amands kent een subsidie toe aan initiatieven van duurzame ontwikkeling en internationale solidariteit in ontwikkelingslanden.

            Artikel 2. Definities

            In dit reglement hebben de onderstaande begrippen de ernaast vermelde betekenis:

            Project: Een welomschreven activiteit of initiatief met een welbepaald doel en lopende gedurende een afgebakende periode.

            Duurzame ontwikkeling: Ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen, het gaat over de schaarste van de hulpbronnen waarmee welvaart wordt voortgebracht, zowel nu als in de toekomst.

            Ontwikkelingsland: Als ontwikkelingslanden worden die landen beschouwd die voorkomen op de lijst van het Comité van Ontwikkelingssamenwerking van de OESO die om de drie jaar wordt vastgelegd, de zgn. DAC lijst (www.oecd.org/dac/stats/daclist).

            4de pijlerinitiatief: De 4de pijler is een verzamelnaam voor alle initiatieven die ondernomen worden naast die van de overheid ( 1ste pijler), de internationale organisaties (2de pijler) en de niet-gouvernementele organisaties (3de pijler) in het kader van ontwikkelingssamenwerking.

            Humanitaire hulp of noodhulp: Directe hulp aan slachtoffers van natuurrampen of gewapende conflicten. Het primaire doel is het redden van levens, het verminderen van menselijk lijden en het bewaren en beschermen van menselijke waardigheid. 

            Artikel 3. Doelgroep

            Voor de subsidie komen in aanmerking:

            Natuurlijke of rechtspersonen die een project indienen (in naam van een vereniging) dat gericht is op duurzame ontwikkeling of humanitaire hulp of noodhulp in een erkend ontwikkelingsland volgende de DAC-lijst van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling).

            Voor de subsidie komen niet in aanmerking: openbare besturen en politieke partijen. 

            Artikel 4. Voorwaarden

            4.1. De gemeente Puurs – Sint-Amands kent de subsidie toe onder de volgende voorwaarden:

            §1. M.b.t. de ontvankelijkheid:

            - Het project moet uitgevoerd worden in een erkend ontwikkelingsland volgens de DAC-lijst van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling);

            - De aanvrager is een inwoner van de gemeente (domicilie Puurs-Sint-Amands) of een aanvragende vereniging met de maatschappelijke zetel (NGO of 4de pijlerinitiatief) gevestigd in Puurs-Sint-Amands;

            - Het ingediende projectvoorstel voldoet aan elk van volgende voorwaarden:

              a) Het komt rechtstreeks ten goede van de lokale bevolking en is aangepast aan de mogelijkheden van het land;

              b) Het heeft vreedzame doelstellingen. Het project beoogt sociale rechtvaardigheid en respecteert de mensenrechten;

              c) Het heeft geen partijpolitieke of religieuze doelstellingen;

            - De aanvragende organisatie dient over een eigen bankrekeningnummer te beschikken. Een subsidie hoger dan 500 euro kan enkel aangevraagd worden door een organisatie met een Belgische rechtspersoonlijkheid ( bijv. VZW) én eveneens een Belgische bankrekeningnummer;

            - Enkel volledige aanvraagdossiers komen in aanmerking voor de gemeentelijke subsidie;

            - De aanvrager wordt geacht transparant te communiceren over andere financieringsbronnen;

            - Alle aanvragen, verantwoordingen en bijlagen worden in het Nederlands ingediend. 

            §2. M.b.t. gegrondheid:

            - Emancipatief: Het project draagt bij tot maatschappelijke emancipatie en meer participatie van de lokale bevolking. Het project vergroot de capaciteit van de lokale bevolking om het heft in eigen handen te nemen en om actief hun leefsituatie te verbeteren.

            - Participatief: Het project moet gedragen worden door de plaatselijke bevolking, wat betekent dat het eigenaarschap minstens mee gedragen wordt door de lokale actoren. Het project biedt een antwoord op een vraag van de lokale bevolking én de doelgroep wordt betrokken bij de totstandkoming en uitwerking van het project.

            - Duurzaam in de tijd: Het project komt rechtstreeks ten goede van de lokale bevolking. De bevolking wordt daardoor in de mogelijkheid gesteld om haar levenssituatie te verbeteren zonder de situatie van de komende generaties in gevaar te brengen en draagt zelf verantwoordelijkheid.

            - Capaciteit: De partners in het Zuiden (verenigingen, organisaties) die het project zullen realiseren moeten voldoende mankracht en expertise bezitten om de gestelde doelstellingen te kunnen bereiken. Er is een goede balans tussen de ingezette middelen en de resultaten.

            - Het project loopt gedurende een duidelijk afgebakende periode.

            - De gemeente van Puurs-Sint-Amands hecht bijzondere waarde aan volgende thema’s en rekent erop dat deze mee in acht genomen worden bij het projectbeheer ter plaatse:

              a) Ecologie en milieubeheer: het project heeft aandacht voor doelgericht milieubeheer, waarbij voor aankopen en projectbeheer wordt voorrang gegeven aan producten die op mens- en milieuvriendelijke wijze werden

                 geproduceerd;                              

               b) Organisatieversterking: het project draagt bij tot de creatie van sterke, zelfredzame organisaties en structuren die een betekenisvolle rol spelen in de lokale samenleving.

               c) Sociale economie: de projecten hebben bij hun economische activiteiten aandacht voor de sociale aspecten van de activiteit o.a. eerlijke handel, microfinanciering,…

               d) Kinderrechten

               e) Gendergelijkheid en gelijke kansen

                f) Educatie

                g) gezondheidszorg

            - De inspanningen zijn erop gericht om mensen gevoelig te maken voor de leefomstandigheden van mensen in het Zuiden. Hierbij krijgt de aanvrager ondersteuning van de gemeente via de gemeentelijke kanalen om dit in de kijker te zetten.

            - Het verlenen van de subsidie kan enkel binnen de perken van de kredieten die de gemeenteraad voor dit reglement voor overdrachten beschikbaar stelt en overeenkomstig de Wet van 14 november 1983 houdende controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen. Indien het totale bedrag van toegekende subsidies groter is dan het beschikbare bedrag op begroting van de gemeente zal de subsidie pro rata verminderd worden. Indien het totale bedrag van de toegekende subsidie kleiner is dan het beschikbare bedrag, zal de gemeente het resterende bedrag overmaken aan 11.11.11 als koepel van de Vlaamse Noord-Zuid beweging.  

            - In alle publieksgerichte communicatie in Vlaanderen (folders, website, nieuwsbrieven,…) van de organisatie betreffende het project, dient de steun van de gemeente vermeld te worden. Dit kan door vermelding “met steun van de gemeente Puurs-Sint-Amands” en/of door het logo van de gemeente.

            4.2. De subsidie is niet cumuleerbaar als de aanvrager het project al 1 keer heeft ingediend. Dit geldt ook voor langdurige projecten van meerdere jaren.

            4.3 De subsidie kan niet gebruikt worden om stages, schoolgeld en vliegtuigtickets te vergoeden.

            Artikel 5. Subsidiebedrag

            §1. Projecten krijgen een toelage van 600 euro indien ze voldoen aan één van volgende voorwaarden:

            - Het gaat om een aanvraag door een nieuwe aanvrager (eerste maal ingediend).

            - Het project slechts een duur heeft van 1 jaar.

            - Het project door een individu wordt ingediend (indien het project door een individu wordt ingediend namens een organisatie die voldoet aan de voorwaarden gesteld in §2, dan komt deze aanvraag direct ook in aanmerking voor de hogere toelage conform §2).

            §2. Projecten krijgen een toelage van 1.800 euro indien ze aan beide voorwaarden voldoen:

            - De aanvrager jaarlijks meerdere activiteiten realiseert, waarbij er aandacht is voor sensibilisatie en ontwikkelingseducatie en deze activiteiten dus niet louter gericht zijn op fondsenwerving.

            - Het project voor een 2de maal wordt ingediend door een vereniging met rechtspersoonlijkheid (duur van meer dan 1 jaar) of wordt ingediend door een organisatie met rechtspersoonlijkheid met als doelstelling ontwikkelingssamenwerking en deze vereniging jaarlijks meerdere activiteiten van ontwikkelingseducatie opzet.

            §3. Het project is niet voor 100% afhankelijk van de financiële middelen die middels deze subsidieaanvraag kunnen worden bekomen. Projecten dienen steeds minstens 20% van de inkomsten uit eigen fondsenwervende activiteiten te behalen.

            Artikel 6. Procedure

            6.1. De aanvraag:

            De aanvraag moet jaarlijks ingediend worden (uitgezonderd een project dat over meerdere jaren loopt), telkens voor 1 mei schriftelijk en via e-mail aan het Vrijetijdsloket via vrijetijdsloket@puursam.be. Het aanvraagformulier kan bekomen worden op de gemeentelijke website https://www.puurs-sint-amands.be.

            De aanvraag bevat minstens:

            - De identificatie van aanvrager of aanvragende vereniging

            - Documenten waaruit de ontvankelijkheid van het dossier kan worden getoetst zoals bepaald in artikel 4.1, §1;

            - Een beschrijving waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de inhoudelijke bepalingen zoals bepaald in artikel 4.1, §2;

            - Begroting en aanwending van de gevraagde subsidie.

            - Een financieel verslag zoals gevraagd in de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en aanwending van sommige toelagen.

            Na ontvangst van de aanvraag zal het Vrijetijdsloket de aanvrager op de hoogte brengen van ontvangst via e-mail.

            Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd om wijzigingen aan te brengen aan het aanvraagformulier voor zover het niet tegenstrijdig is met dit reglement en er geen bijkomende voorwaarden gesteld worden.

            6.2. Beoordeling

            Ingediende projectaanvragen worden, binnen de 6 weken, aan de aangestelde ambtenaar voorgelegd die bekijkt of de aanvraag voldoet aan de voorwaarden zoals vastgelegd in dit reglement.

            Indien nodig, richt de ambtenaar  een verzoek tot vervollediging van de aanvraag aan de aanvrager.  De aanvrager dient de nodige documenten ter vervollediging van het dossier over te maken binnen de 30 dagen te rekenen vanaf de datum dat de ambtenaar daartoe heeft verzocht. Deze documenten worden via post of e-mail overgemaakt.

            Deze termijnen zijn richtdata, bij de nood aan bijkomende informatie vanuit de gemeente, kan de behandelende ambtenaar zich genoodzaakt zien deze termijn te verlengen.  

            6.3. Beslissing

            Het college van burgemeester en schepenen neemt de beslissing op basis van een advies van de aangestelde ambtenaar.

            De beslissing omtrent de aanvraag zal plaatsvinden binnen de 3 maanden na indiening.

            De beslissing wordt schriftelijk of via mail bekendgemaakt aan de aanvrager.

            Deze termijnen zijn richtdata.

            6.4. Uitbetaling

            Subsidies kunnen enkel gestort worden op de Belgische bankrekening van de aanvragende organisatie door overschrijving.  

            De gemeente engageert zich om de aangewezen subsidie uiterlijk 2 maanden na, een gunstige beoordeling en toekenning van de subsidie door het College van Burgemeester en Schepenen uit te betalen.

            De subsidie kan niet op een persoonlijke bankrekening op naam van een individu worden overgemaakt. In geval van kortlopende of individuele projecten wordt de subsidie gestort op de rekening van de organisatie in het Zuiden op de rekening van de uitzendorganisatie.

            De aanvrager verbindt zich ertoe de gemeente onverwijld schriftelijk op de hoogte te brengen van iedere wijziging van diens bankrekeningnummer.  

            Artikel 7. Controle

            §1. Binnen de 3 maanden na het verloop van het project moeten volgende verantwoordingsstukken worden ingediend:

            - De financiële verantwoordingsstukken (facturen, schuldvorderingen, …) dewelke de aanwending van de toegekende subsidie verduidelijken.

              Indien het bedrag van de subsidie min. 1.250 EUR en max. 25.000 EUR bedraagt en de aanvrager een rechtspersoon is: voor zover het een éénmalige subsidie betreft, wordt de subsidieverkrijger vrijgesteld van de verplichting haar balans en rekeningen alsook een verslag inzake beheer en financiële toestand voor te leggen; voor zover het een structurele subsidie is (m.a.w. over meer dan één jaar loopt) moet de balans en rekeningen alsook een     

              verslag inzake beheer en financiële toestand bij de aanvraag als ieder jaar gedurende de looptijd van de subsidie

            - Een verslag dat toelaat na te gaan of de subsidie werd gebruikt voor het doel waarvoor ze werd toegekend. In dit verslag dienen volgende documenten te zitten:

            - Activiteitenverslag en evaluatie van het project;

            - Een ondertekend financieel verslag van het project met daarin een globale inkomsten-en uitgavenstaat van het project.

            - Een volledig en schematisch overzicht van de inkomsten en de uitgaven met betrekking tot het project.

            §2. De gemeente heeft het recht om ter plaatse de aanwending van de verleende subsidie te doen controleren.

            §3. In geval de aanvrager zich verzet tegen de uitoefening van de controle, is hij/zij gehouden tot terugbetaling van de subsidie.

            Artikel 8. Sancties (en strafbepalingen) 

            De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend en het gebruik ervan dient gerechtvaardigd. Zo niet, dient de subsidie terugbetaald te worden.

            In geval van fraude of valse verklaringen in hoofde van de aanvrager, kan de gemeente beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.

            Als de aanvrager niet voldoet aan contractuele of financiële verplichtingen tegenover de gemeente, kan het subsidiebedrag worden verrekend.

            In geval de aanvrager onder curatele wordt geplaatst, kan de gemeente overgaan tot de gehele of gedeeltelijke terugvordering van de uitgekeerde subsidie.

            De toegekende subsidie mag door de aanvrager niet in pand gegeven worden aan een derde.

            Bij het indienen van de verantwoordingsstukken, balans en jaarrekening alsook het verslag inzake beheer en financiële toestand, kan de gemeente overgaan tot terugvordering van de toegekende subsidie.

            Artikel 9. Bezwaar 

            Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.  Bezwaren moeten schriftelijk via aangetekend schrijven gericht worden aan het college van burgemeester en schepenen en dit uiterlijk binnen één maand na kennisgeving van de beslissing over de toekenning van de subsidie aan de aanvrager. De aanvrager dient zijn redenen te motiveren.  De postdatum of datum op het ontvangstbewijs gelden als bewijs.  

            Artikel 10. Opheffingsbepaling

            Het subsidiereglement ontwikkelingssamenwerking, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van 14 oktober 2019, wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.

            Artikel 11. Inwerkingtreding en bekendmaking

            Dit subsidiereglement werd vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2025, treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. Dit reglement wordt geëvalueerd, indien de noodzaak zich voordoet. 

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. 

        • Lokale economie

          • Reglement erkenning jaarmarktcomités en subsidiëring jaarmarkten - Vaststelling

            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

            Toelichting

            De gemeenteraad heeft in vergadering van 2 maart 2020 het reglement voor erkenning jaarmarktcomités en subsidiëring jaarmarkten vastgesteld met ingang van 15 maart 2020.

            Enkele kleine wijzigingen dringen zich op. 

            De gemeente Puurs-Sint-Amands wil de traditie van jaarmarkten behouden en dit zowel financieel als logistiek ondersteunen.

            Dit reglement omvat zowel de erkenning als subsidiëring en logistieke ondersteuning van jaarmarkten. De jaarmarktcomités worden eenmalig erkend voor de hele legislatuur. Op deze manier willen we continuïteit en administratieve vereenvoudiging stimuleren.

            Uitgangspunt bij de subsidiëring is een reglement dat ruimte biedt om, naast de organisatie van een jaarmarkt, ook randactiviteiten te ondersteunen. Op die manier willen we met dit reglement, via randactiviteiten, extra inzetten op het versterken van de sociale cohesie in de verschillende leefgemeenschappen en de activiteitsgraad stimuleren tijdens de periode van de jaarmarkt.

            Ook de grootte van de verschillende leefgemeenschappen wordt gewogen meegenomen in de financiële ondersteuning van de jaarmarktcomités.

            Het reglement voorziet in drie subsidies: een basissubsidie, een leefgemeenschapssubsidie en een subsidie voor randactiviteiten.

            De eerste twee subsidies worden voorzien als voorschot. De jaarmarktcomités hebben weinig financiële slagkracht om hun activiteiten te organiseren. De voorschotten maken het mogelijk om de directe kosten op te vangen.

            Op deze manier hebben de verschillende jaarmarktcomités voldoende autonomie om het programma van de jaarmarkt volledig zelf in het vullen en eigen klemtonen te leggen. De subsidie voor randactiviteiten wordt berekend op het totaal aantal randactiviteiten georganiseerd tijdens de verschillende jaarmarkten.

            De drie subsidies worden na het plaatsvinden van de jaarmarkt verantwoord in een werkingsverslag voorzien van de nodige financiële documenten.

            Het reglement moedigt de bestaande jaarmarktcomités aan om te professionaliseren op het vlak van organisatiestructuur en verplicht hen tot het afsluiten van de nodige verzekeringen.

            Voorgesteld wordt om het subsidiebedrag te actualiseren en nadien jaarlijks te indexering.  De bijkomende middelen worden prioritair ingezet voor randactiviteiten, gezien hun positieve impact op het sociale weefsel van de leefgemeenschappen.

            Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het reglement voor erkenning jaarmarktcomités en subsidiëring jaarmarkten opnieuw vast te stellen met ingang van 1 januari 2026.

            Publieke stemming
            Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
            Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
            Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

            Besluit

            Enig artikel: De gemeenteraad stelt onderstaand reglement met betrekking tot de erkenning van jaarmarktcomités en subsidiëring van jaarmarkten vast: 

            Artikel 1: Doel

            De gemeente Puurs-Sint-Amands wil de traditie van jaarmarkten behouden en dit financieel en logistiek ondersteunen.

            Artikel 2: Definities

            Jaarmarkt: een jaarlijks terugkerende markt voor het verhandelen van goederen en/of vee. Een jaarmarkt kan vergezeld worden door een samenvallende kermis. De jaarmarkt legt de nadruk op lokale tradities.

            Jaarmarktcomité: een erkend comité door college van burgemeester en schepenen.

            Randactiviteiten: activiteiten die naast de organisatie van de jaarmarkt plaatsvinden en bijdragen tot de versterking van het jaarmarktgebeuren. De activiteiten hebben een socio-culturele insteek en kunnen plaatsvinden op meerdere dagen. Deze dagen zijn wel aaneensluitend gekoppeld aan de dag waarop de jaarmarkt plaatsvindt.

            Artikel 3: Doelgroep en toepassingsgebied

            Alleen de door het college van burgemeester en schepenen erkende jaarmarktcomités kunnen subsidies en logistieke steun ontvangen.

            ERKENNING JAARMARKTCOMITES

            Artikel 4: Erkenningsvoorwaarden jaarmarktcomités

            Opdat een jaarmarktcomité kan erkend worden moet minstens aan volgende voorwaarden worden voldaan:

            - bestaan minstens uit drie personen, bij voorkeur, verenigd in een vzw of feitelijke vereniging, die wonen op verschillende adressen in de leefgemeenschap waar de jaarmarkt plaatsvindt;

            - wijzigingen in de samenstelling van de comités worden onmiddellijk gemeld via vrijetijdsloket@puursam.be;

            - over een rekeningnummer beschikken;

            - opgericht zijn door een privé-initiatief, zonder beroepsdoeleinden, winst- of handelsoogmerk; 

            Artikel 5: Procedure

            5.1. Aanvraag

            De aanvraag voor erkenning kan gebeuren vanaf 1 maart 2026 via een online invulformulier ‘Erkenning jaarmarktcomités’ dat terug te vinden is op de website van de gemeente of kan bekomen worden bij de balie (gemeentehuis).

            5.2. Beoordeling en beslissing

            De aangestelde ambtenaar beoordeelt de aanvraag en formuleert een advies aan het college van burgemeester en schepenen.

            Het college voor burgemeester en schepenen neemt de beslissing op basis van het advies van de aangestelde ambtenaar. De jaarmarktcomités worden uiterlijk 1 mei 2026, via e-mail op de hoogte gebracht van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen.

            De erkenning van een jaarmarktcomité gebeurt eenmalig en blijft geldig voor de rest van de legislatuur.

            5.3. Toekennen van voorschotten

            Erkende jaarmarktcomités krijgen de basissubsidie en de leefgemeenschapstoelage vermeld in artikel 7 als voorschot. De voorschotten worden uitbetaald op het rekeningnummer van het jaarmarktcomité minstens 3 weken voor de aanvang van de jaarmarkt. De jaarmarktcomités verbinden zich ertoe de gemeente Puurs-Sint-Amands schriftelijk op de hoogte te brengen van iedere wijziging van hun bankrekeningnummer.

            SUBSIDIES VOOR ERKENDE JAARMARKTCOMITÉS

            Artikel 6 : Voorwaarden verlenen subsidie

            De gemeente verleent de subsidies onder volgende voorwaarden:

            • Het hoofddoel van de jaarmarkt is: 

                       - Nastreven van traditie in de lokale gemeenschap;

                       - Het versterken van het sociaal weefsel van de leefgemeenschap;

            • De wettelijke verplichtingen worden gerespecteerd (Sabam, vergunning,….);
            • Eenzelfde jaarmarktcomité kan slechts één maal per jaar beroep doen op deze subsidie;
            • Het verlenen van subsidies kan enkel binnen de perken van de kredieten die het college van burgemeester en schepenen voorziet;
            • Een jaarmarktcomité sluit verplicht een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid voor lichamelijke en stoffelijke schade aan derden af;
            • Activiteiten met een politiek, religieus, filosofisch of persoonlijk karakter komen niet in aanmerking voor deze subsidie;

             Artikel 7: Onderverdeling van de subsidie

             De subsidie bestaat uit drie onderdelen: een basissubsidie, een leefgemeenschapssubsidie en een subsidie voor randactiviteiten:

            • Een basissubsidie: een bedrag van 7.000 euro gelijkmatig verdeeld over de erkende jaarmarktcomités;
            • Een leefgemeenschapsubsdie: een bedrag van 5.000 euro proportioneel op basis van het aantal inwoners per leefgemeenschap;
            • Een randactiviteitensubsidie: een  bedrag van 18.000 euro dat verdeeld wordt over alle aanvaardde randactiviteiten van de erkende jaarmarktcomités.
            De bedragen worden jaarlijks geïndexeerd van 1 januari 2027 en volgende subsidies zijn van toepassing voor de periode 2026-2031:
             

            Jaar

            2026 2027 2028 2029 2030 2031
            Bedrag Randactiviteitensubsidie  18.000 18.270 18.544 18.822 19.105 19.391
            Bedrag Basissubsidie  7.000 7.105 7.212 7.320 7.430 7.541
            Bedrag Leefgemeenschapssubsidie  5.000 5.075 5.151 5.228 5.307 5.386

            Artikel 8: Procedure

            8.1. Aanvraag randactiviteitensubsidie

            Om van de randactiviteitensubsidie te kunnen genieten, is ieder erkend jaarmarktcomité verplicht om binnen de 30 dagen na de jaarmarkt volgende documenten over te maken aan de gemeente:

                        - het daartoe voorziene aanvraagformulier (randactiviteitensubsidie) dat kan bekomen worden via de website van de gemeente Puurs-Sint-Amands of via het vrijetijdsloket;

                        - een werkingsverslag met daarin een beschrijving van de randactiviteiten;

                        - een financieel verslag met de nodige bewijsstukken;

                        - kopie van de verzekeringspolis en het bijhorende polisnummer;

            Alle gevraagde documenten kunnen worden opgeladen via het voorziene aanvraagformulier, dat terug te vinden is op de website van de gemeente.

            8.2. Beoordeling 

            De aangestelde ambtenaar beoordeelt de randactiviteiten, via binnengekomen formulieren, door deze te toetsen aan de voorwaarden van dit reglement waarna deze een advies formuleert aan het college van burgemeester en schepenen. 

            83. Beslissing

            Het college voor burgemeester en schepenen neemt de beslissing op basis van het advies van de aangestelde ambtenaar. De jaarmarktcomités worden via e-mail op de hoogte gebracht over de beslissing van het college van burgemeester en schepenen.

            8.4. Uitbetaling

            De basissubsidie en de leefgemeenschapssubsidie worden uitbetaald voor aanvang van de jaarmarkt conform artikel 5.3. De randactiviteitensubsidie zal uitgekeerd worden ten laatste 2 maanden na de laatste jaarmarkt van het desbetreffende jaar. Het jaarmarktcomité verbindt zich ertoe de gemeente Puurs-Sint-Amands schriftelijk op de hoogte te brengen van iedere wijziging van diens bankrekeningnummer.

            LOGISTIEKE STEUN  VOOR ERKENDE JAARMARKTCOMITÉS.

            Artikel 9: Logistieke ondersteuning

            Alle erkende jaarmarktcomités kunnen voor materiaal (inclusief podiumwagen) terecht bij de uitleendienst van de gemeente conform het huishoudelijk reglement het uitlenen van gemeentelijk materiaal. Aanvragen gebeuren via het digitaal platform. 

            Alle erkende jaarmarktcomités krijgen het verenigingstarief bij gebruik van gemeentelijke infrastructuur. 

            De reglementen met betrekking tot het uitlenen van gemeentelijke materialen het gebruik van de gemeentelijke infrastructuur staan op de gemeentelijke website. 

            ALGEMENE BEPALINGEN

            Artikel 10: Controle

            Controle op de naleving van de voorschriften en op de juistheid van de ingediende gegevens kan op ieder ogenblik uitgevoerd worden door een afgevaardigde of gevolmachtigde van het college van burgemeester en schepenen. Ingeval het jaarmarktcomité zich verzet tegen de uitoefening van de controle, is hij/zij gehouden tot terugbetaling van de drie subsidies.

            Artikel 11: Betwisting 

            Het college van burgemeester en schepenen regelt de niet voorziene gevallen en beslecht in het geval van betwisting. Bezwaren moeten schriftelijk gericht worden aan het college van burgemeester en schepenen en dit uiterlijk binnen één maand na kennisgeving van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen. De aanvrager dient zijn redenen te motiveren. De postdatum of datum op het ontvangstbewijs geldt als bewijs.

            Artikel 12: Sancties

            De subsidies moeten steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze zijn toegekend en het gebruik ervan dient gerechtvaardigd. Zo niet dienen de drie subsidies terugbetaald te worden.

            Het vaststellen van misbruiken kan leiden tot de uitsluiting van het betreffende jaarmarktcomité voor alle subsidies van het betreffende jaar.

            Indien de jaarmarktcomités niet voldoet aan de contractuele of financiële verplichtingen tegenover de gemeente, kan het volledige subsidiebedrag worden verrekend.

            Artikel 13: Opheffingsbepaling

            Het reglement voor erkenning jaarmarktcomités en subsidiëring jaarmarkten, vastgesteld door de gemeenteraad van 2 maart 2020, wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026. 

            Artikel 14: Inwerkingtreding en bekendmaking

            Dit reglement werd vastgesteld door de gemeenteraad van 15 december 2025, treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.  Dit reglement wordt geëvalueerd, indien de noodzaak zich voordoet.

            De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

      • Meerjarenplanning

        • Meerjarenplan 2020 - 2025 - Aanpassing 6 (voor 2025) Autonoom Gemeentebedrijf Puurs-Sint-Amands - Goedkeuring

          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

          Toelichting

          De Raad van bestuur van het Autonoom Gemeentebedrijf Puurs-Sint-Amands heeft op 15 december 2025 de zesde aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 van het Autonoom Gemeentebedrijf Puurs-Sint-Amands vastgesteld. De aanpassing van het meerjarenplan van de autonome gemeente- en provinciebedrijven moet, nadat ze is vastgesteld door de raad van bestuur, voor goedkeuring worden voorgelegd aan de gemeenteraad.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
          Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Reinhilde Goossens, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Eva Peleman, Jelien De Laet
          Tegenstanders: Jorden Dewachter, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
          Onthouders: Jan Van Camp, Peggy Seeuws, Linda Caluwaerts, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens
          Resultaat: Met 20 stemmen voor, 3 stemmen tegen, 6 onthoudingen

          Besluit

           

           

          Artikel 1: De gemeenteraad van Puurs-Sint-Amands keurt de meerjarenplanaanpassing (6) 2020-2025 van het autonoom gemeentebedrijf Puurs-Sint-Amands goed volgens de onderliggende beleidsrapporten (strategische nota, financiële nota en toelichting)

          Artikel 2: De gemeenteraad keurt de gewijzigde kredieten van het autonoom gemeentebedrijf Puurs-Sint-Amands goed voor het lopende boekjaar 2025.

          Artikel 3: Het autonoom gemeentebedrijf Puurs-Sint-Amands wordt in kennis gesteld van deze beslissing.

        • Meerjarenplan 2020-2025 - Aanpassing 6 (voor 2025) Gemeente Puurs-Sint-Amands - Vaststelling

          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

          Toelichting

          Het meerjarenplan 2020-2025, opgesteld volgens de BBC 2020-regels, krijgt nu een laatste aanpassing teneinde de kredieten van 2025 in lijn te brengen met de realiteit en het resultaat van de jaarrekening 2024 te verwerken.

          De wetgeving vereist dat er een prognose wordt gemaakt voor drie toekomstige jaren. Er is één uitzondering wanneer de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 en het nieuwe meerjarenplan 2026-2031 op dezelfde zitting worden geagendeerd. De aanpassing van het huidig meerjarenplan 2020-2025 kan dan in afgeslankte vorm worden opgemaakt voor het gedeelte van de formaliteiten. En het volstaat om enkel de aanpassingen in 2025 door te voeren en de toekomstige boekjaren weg te laten, aangezien deze volgende boekjaren ook deel uitmaken van het nieuwe meerjarenplan 2026-2031.

          De gemeente en het OCMW hebben een geïntegreerd aangepast meerjarenplan, maar hebben elk hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan (Procedure zie art 249 §3 DBL). Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moet zijn eigen deel van het aangepaste meerjarenplan vaststellen. De gemeenteraad keurt nadien het deel van het aangepaste meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld goed. Nadat de gemeenteraad zijn eigen deel vastgesteld heeft en het gedeelte van het OCMW goedgekeurd heeft, wordt het beleidsrapport in zijn geheel geacht definitief vastgesteld te zijn.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
          Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Reinhilde Goossens, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Eva Peleman, Jelien De Laet
          Tegenstanders: Jorden Dewachter, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
          Onthouders: Jan Van Camp, Peggy Seeuws, Linda Caluwaerts, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens
          Resultaat: Met 20 stemmen voor, 3 stemmen tegen, 6 onthoudingen

          Besluit

          Artikel 1: De gemeenteraad stelt de meerjarenplan aanpassing (6) 2020-2025 vast van gemeente Puurs-Sint-Amands voor de aspecten in de onderliggende beleidsrapporten (strategische nota, financiële nota en toelichting) die binnen haar bevoegdheden vallen.

          Artikel 2: De gemeenteraad stelt de gewijzigde kredieten van de gemeente Puurs-Sint-Amands vast voor het lopende boekjaar 2025.

        • Meerjarenplan 2020-2025 - Aanpassing 6 (voor 2025) OCMW Puurs-Sint-Amands - Goedkeuring

          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

          Toelichting

          Het meerjarenplan 2020-2025, opgesteld volgens de BBC 2020-regels, krijgt nu een laatste aanpassing teneinde de kredieten van 2025 in lijn te brengen met de realiteit en het resultaat van de jaarrekening 2024 te verwerken.

          De wetgeving vereist dat er een prognose wordt gemaakt voor drie toekomstige jaren. Er is één uitzondering wanneer de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 en het nieuwe meerjarenplan 2026-2031 op dezelfde zitting worden geagendeerd. De aanpassing van het huidig meerjarenplan 2020-2025 kan dan in afgeslankte vorm worden opgemaakt voor het gedeelte van de formaliteiten. En  het volstaat om enkel de aanpassingen in 2025 door te voeren en de toekomstige boekjaren weg te laten, aangezien deze volgende boekjaren ook deel uitmaken van het nieuwe meerjarenplan 2026-2031. 

          De gemeente en het OCMW hebben een geïntegreerd aangepast meerjarenplan, maar hebben elk hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan (Procedure zie art 249 §3 DBL). Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moet zijn eigen deel van het aangepaste meerjarenplan vaststellen. De gemeenteraad keurt het deel van het aangepaste meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld goed, waardoor de aanpassing definitief is vastgesteld.

          De OCMW-raad heeft de meerjarenplanaanpassing (6) 2020-2025 voor zijn deel vastgesteld in zitting van 15 december 2025. De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes die de raad voor maatschappelijk welzijn maakt.
          Publieke stemming
          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
          Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Reinhilde Goossens, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Eva Peleman, Jelien De Laet
          Tegenstanders: Jorden Dewachter, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
          Onthouders: Jan Van Camp, Peggy Seeuws, Linda Caluwaerts, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens
          Resultaat: Met 20 stemmen voor, 3 stemmen tegen, 6 onthoudingen

          Besluit

           

           

          Artikel 1: De gemeenteraad keurt de meerjarenplan aanpassing (6) 2020-2025 goed van OCMW Puurs-Sint-Amands voor de aspecten in de onderliggende beleidsrapporten (strategische nota, financiële nota en toelichting) die binnen de bevoegdheden van het OCMW vallen. Deze goedkeuring stelt het beleidsrapport in zijn geheel definitief vast.

          Artikel 2: De gemeenteraad keurt de gewijzigde kredieten van het OCMW Puurs-Sint-Amands voor het lopende boekjaar 2025 goed waardoor de aanpassing definitief is vastgesteld.

        • Lijst aangepaste nominatieve toegestane werkings- en investeringssubsidies 2025 - Goedkeuring

          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

          Toelichting

          In de zesde aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025, zoals vastgesteld door de raad op 15 december 2025, zijn de kredieten voor de toegestane nominatieve werkings- en investeringssubsidies opgenomen. Het overzicht van alle werkings- en investeringssubsidies is als bijlage bij het aangepaste meerjarenplan toegevoegd. Dit overzicht is louter informatief en houdt niet langer een beslissing in. Daarom wordt aan de gemeenteraad de lijst van de (gewijzigde) nominatieve subsidies ter goedkeuring voorgelegd. 

          Publieke stemming
          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
          Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Reinhilde Goossens, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Eva Peleman, Jelien De Laet
          Tegenstanders: Jorden Dewachter, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
          Onthouders: Jan Van Camp, Peggy Seeuws, Linda Caluwaerts, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens
          Resultaat: Met 20 stemmen voor, 3 stemmen tegen, 6 onthoudingen

          Besluit

          Artikel 1: De gemeenteraad keurt de toegestane nominatieve subsidies 2025 goed zoals opgenomen in de bijgevoegde overzichten, die integraal deel uitmaken van dit besluit.

          Algemeen totaal werkingssubsidies 8.914.868 10.659.610 1.744.742
            Domein algemeen bestuur Entiteit 5.023.731 4.857.178 -166.553
                     
           Beleidsveld 0400: politiediensten   3.729.406 3.562.853 -166.553
                     
            0400 - subsidie aan de politiezone Rivierenland Gemeente      
            Werkingstoelage 0400/64940000 3.729.406 3.562.853 -166.553
                     
           Beleidsveld 0410: brandweer   1.294.325 1.294.325 0
                     
            0410 - subsidie aan de Hulpverleningszone Rivierenland Gemeente      
            Aandeel Puurs-Sint-Amands 0410/64940000 1.294.325 1.294.325 0
                     
           Beleidsveld 790: erediensten   0 0 0
                     
            0790 - werkingstoelage aan Kerkfabriek Sint-Pieter Puurs Gemeente      
            Budget 0790/64940000 0 0 0
                     
            Domein Ondersteuning Entiteit 150 132 -18
                     
            Beleidsveld 190: overig algemeen bestuur   150 132 -18
                     
            0190 - subsidie statutaire werkingsbijdrage Igemo  OCMW      
            Budget 0190/64940000 150 132 -18
                     
            Domein Beleven Entiteit 2.525.672 3.360.637 3.360.637
                     
           Beleidsveld 0500: handel en middenstand   26.600 26.600 0
                     
            0500 - subsidie voor jaarmarkten en kerstmarkten Gemeente      
            - Subsidie voor jaarmarkten op basis van subsidiereglement (CBS) 0500/64910000 26.600 26.600 0
            - Plantenbeurs Liezele: subsidie van € 600        
                     
           Beleidsveld 0521: toerisme - sectorondersteuning   54.200 56.900 2.700
                     
            0521 - subsidie aan toerisme Klein-Brabant - Scheldeland vzw Gemeente      
            Convenantsbijdrage aan Toerisme Klein-Brabant – Scheldeland vzw (TKBS)  0521/64930000 45.700 48.400 2.700
                     
            0521 - subsidie vzw Beiaardvereniging Puurs Gemeente      
            Budget 0521/64930000 8.500 8.500 0
                     
           Beleidsveld 0530: Land-, tuin- en bosbouw   250 250 250
                     
            0530 - subsidie Proefstation groenteteelt vzw St.-Katelijne-Waver  Gemeente      
            Subsidie voor naschoolse vorming land- en tuinbouwers 0530/64910000 250 250 250
                     
           Beleidsveld 0700: musea   279.860 314.875 35.015
                     
                     
            0700 - subsidie aan Emile Verhaeren genootschap vzw Gemeente      
            Budget  0700/64930000 40.000 40.000 0
                     
            0700 - prijssubsidies aan AGB (Museumbezoeken) Gemeente      
            Budget  0700/64950100 239.860 274.875 35.015
                     
           Beleidsveld 0705: gemeenschapscentrum   463.220 650.617 187.397
                     
                     
            0705 - prijssubsidie aan AGB Puurs-Sint-Amands (Cultuur) Gemeente      
            Gem. tussenkomsten in de prijs van een specifieke dienst van het AGB 0705/64950000 463.220 650.617 187.397
                     
           Beleidsveld 0709: overige culturele instellingen   53.310 53.310 0
                     
            0709 - subsidies aan muziekverenigingen, zangkoren, toneelgezelschappen Gemeente      
            Zie reglement cultuursubsidies GR 29/06/2020 0709/64930000 15.400 15.400 0
                     
            0709  - subsidies aan culturele en socio-culturele verenigingen Gemeente      
            Subsidiereglement cultuursubsidies GR 29/06/2020 (puntenstelsel) -> CBS 0709/64930000 30.530 30.530 0
            Nominatief         
            Nationale Strijdersbond Lippelo +  Sint-Amands, Sinterklaas- en kerstcomité Lippelo, Vuslat: 5 * € 150        
              Gemeente      
            0709  - subsidies voor SEMU-rechten Gemeente      
            op basis van de overeenkomst tussen gemeente en semu  0709/64930000 6.730 6.730 0
                     
            0709  - subsidie aan Heemkundige Kring Klein-Branbant Gemeente      
              0709/64930000 650 650 0
                     
           Beleidsveld 0710: feesten en plechtigheden   34.850 35.850 1.000
                     
            0710 - viering 100-jarige, huwelijksjubilea en priesterwijdingen Gemeente      
            Huwelijksjubilarissen 50, 60, 65 of 70 jaar gehuwd: P-bon van € 50  0710/64910000 10.000 10.000 0
            Priesters of kloosterlingen: 50, 60, 65 of 70 jaar gewijd: P-bon € 50        
            100-jarige of ouder:  P-bon € 75  jaarlijks zolang hij/zij leeft        
            Reglement GR  06/05/2019        
                     
            0710 - subsidies voor activering van feesten en plechtigheden Gemeente      
            Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd om, naargelang de belangrijkheid van het gebeuren, het bedrag van de aanmoediging te bepalen. 0710/64910000 24.500 25.500 1.000
            Bij navolgende organisaties gelden evenwel als vaste regels :        
            a. Jubileumvieringen verenigingen 25-jarig (of veelvoud ervan) €250 P-bon;        
            b. collectieve jubileumviering omwille van 50ste, 60ste, 70ste, 80ste en 90ste verjaardag € 150  P-bon indien min. 5 personen deelnemen;        
            c. Buurtfeest: €150 P-bon (GR 25/02/2019);        
            d. Maria-Ommegang Kalfort: € 8 000;        
            e. Duvel Blues vzw € 5 000;        
            f. Gemeentelijke ziekendag week Kalfort-kermis: € 2 500;        
            g. Gastvrij feest mensen op de vlucht € 1.112;        
            Reglement GR 06/05/2019 en 14/10/2019        
                     
            0710 - subsidie voor Bedevaart naar de graven van de IJzer vzw Gemeente      
            Subsidie memoriaal Vlaamse ontvoogding 0710/64910000 350 350 0
                     
           Beleidsveld 0720: monumentenzorg   14.870 14.870 0
                     
            0720- subsidie aan Igemo Erfgoedcel Rivier&Land Gemeente      
            Intergemeentelijke culturele erfgoedcel dienst (IOED) IGEMO  0720/64940000 14.870 14.870 0
                     
           Beleidsveld 0740: sportsector- en verenigingsondersteuning    152.988 152.988 152.988
                     
            0740 - subsidie voor erkende sportverenigingen Gemeente      
              0740/64930000 152.988 152.988 0
            0740- subsidies Noodfonds verenigingsleven (sport) 0740/64930000      
                     
            Beleidsveld 0742: Sportinfrastructuur   1.287.774 1.896.627 1.896.627
                     
            0742- prijssubsidie Gymcenter Klein-Brabant (vanaf 2021) Gemeente      
            Samenwerkingsovereenkomst d.d. 8/9/2020: Gem.ondersteuning voor gebruik Gymcenter door verenigingen en scholen 0742/64950100-6494 65.000 65.000 0
                     
            0742 - prijssubsidie aan AGB Puurs-Sint-Amands (Sport) Gemeente      
            Gem. tussenkomsten in de prijs van een specifieke dienst van het AGB (sport) 0742/64950100 1.222.774 1.831.627 608.853
                     
                     
           Beleidsveld 0750: jeugdsector- en verenigingsondersteuning   76.150 76.150 76.150
                     
            0750- subsidie aan jeugdverenigingen, -intiatieven, jeugdbewegingen en jeugdhuizen Gemeente      
            Zie subsidiereglement GR 29/06/2020 ->  CBS + facturen 0750/64930000 68.700 68.700 0
            In uitvoering van het convenant: Muziekatelier Carmina, De Lange Weg, Plussers, JNM Klein-Brabant, Jong KVG Puurs Willebroek, El Circo Fiasco 0750/64930000 5.450 5.450 0
                     
            0750 - subsidie voor vormingstoelage jeugd/kadervorming Gemeente      
            Zie subsidiereglement GR 29/06/2020 0750/64910000 2.000 2.000 0
                     
           Beleidsveld 0820: deeltijds kunstonderwijs   81.600 81.600 0
                     
            0820 - subsidies voor muziekschool en tekenacademie Gemeente      
            Budget : Tussenkomst in de bezoldiging onderwijzend personeel teken- en muziekacademie aan gemeente Temse, Bornem en Boom 0820/64940000 81.600 81.600 0
                     
            0820  - subsidie muziektherapie mindervaliden Gemeente      
            Zie subsidiereglement  0820/64940000 0 0 0
                     
          Domein publieke ruimte Entiteit 337.046 340.483 3.437
                     
           Beleidsveld 0210: openbaar vervoer   1.600 3.200 1.600
                     
            0210- tussenkomst De Lijn Gemeente      
            Tussenkomst in het derdebetalerssysteem De Lijn, op basis van overeenkomst 0210/64940000 1.600 3.200 1.600
                     
           Beleidsveld 0300: ophalen van huisvuil en verwerken van huishoudelijk afval   24.531 25.247 716
                     
            0300 - werkingstoelage aan Kiemkracht (Maatwerkbedrijf SpoorTwee) vzw Gemeente      
            Tonnagevergoeding voor herbruikte goederen op basis van het aantal inwoners 0300/64910000 24.531 25.247 716
             voor de ondersteuning van de kringloopactiviteiten        
                     
           Beleidsveld 0309: overig afval- en materialenbeheer   114.489 128.975 14.486
                     
            0309 - subsidie aan IVAREM voor werkingskosten Gemeente      
            Algemene werkingsbijdrage en klantencontact 0309/64940000 114.489 128.975 14.486
                     
           Beleidsveld 0329: overige vermindering van milieuverontreiniging   40.210 39.691 -519
                     
            0329 - subsidies milieuacties (gezinnen) Gemeente      
            oa subsidiereglement GR 14/12/2020 verwijdering asbest,  GR 25/2/2019: subsidiereglement groendak en hemelwaterinstallatie 0329/64910000 10.500 11.000 500
                     
            0329 - milieusubsidies aan verenigingen Gemeente      
            zie subsidiereglement GR 25/03/2019  Milieu en Natuur  0329/64930000 28.000 27.000 -1.000
                     
            0329 - subsidie Provinciaal Instituut voor Hygiëne Gemeente      
            Basisovereenkomst met P.I.H. 0329/64940000 1.710 1.691 -19
                     
          Beleidsveld 0349: overige bescherming van biodiversiteit, landschappen en bodem   35.000 32.000 -3.000
                     
            0349- subsidie aan gezinnen en verenigingen voor acties rond behoud inheemse natuur Gemeente      
            GR 11/09/23: Subsidiereglement 'Bestrijding Aziatische Hoornaar'  0349/64910000 10.000 9.000 -1.000
             GR 25/2/2019: subsidiereglement natuurbeheer en landschapszorg        
                     
            0349- subsidie Regionaal Landschap Schelde-Durme Gemeente      
            0,37 euro per inwoner op 1/5/20XX 0349/64940000 25.000 23.000 -2.000
            + occasionele projecttoelagen, zoals Scheldehelden        
                     
           Beleidsveld 0350: klimaat en energie   50.000 40.000 -10.000
                     
            0350- subsidie voor energiebesparende maatregelen Gemeente      
            GR 16/12/2022: Subsidiereglement energiebesparende maatregelen (vanaf 1/1/2023) 0350/64910000 50.000 40.000 -10.000
            (dak-, vloer-  en buitenmuurisolatie, hoogrendementsglas, zonne- en warmtepompboiler)         
           Beleidsveld 0610: gebiedsontwikkeling   51.300 51.300 0
                     
            0610 - subsidie aan IGEMO voor werkingskosten Gemeente      
            Bijdrage op basis van art. 13 statuten IGEMO   0610/64940000 37.230 37.230 0
                     
            0610 - subsidie aan het Kempens Landschap  Gemeente      
            0,20 euro per inwoner + onderhoud gansakkermolen 0610/64940000 14.070 14.070 0
                     
          Beleidsveld 0620: grondbeleid voor wonen   5.000 4.000 -1.000
                     
            0620 -  Subsidiereglement aanpassing woning voor 65-plussers Gemeente      
            Op basis van het subsidiereglement (GR 02/03/2020) 0620/64910000 5.000 4.000 -1.000
           Beleidsveld 0680: groene ruimte   7.950 7.950 0
                     
            0680 - subsidie aan Arboretum Puurs - speeltuin Sint-Pietersburcht Gemeente      
            In uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst met de vzw Speeltuin Sint-Pietersburcht (op basis van GR 16/12/2019)  0680/64910000 7.500 7.500 0
                     
            0680 - subsidie aan Natuurpunt Vlaanderen ( afd. Klein-Brabant ) Gemeente      
            Budget  0680/64910000 450 450 0
                     
           Beleidsveld 0984: ontsmetting en openbare reiniging   6.966 8.120 1.154
                     
            0984 - subsidie Dierenwereldkruis vzw Gemeente      
            Op basis van samenwerkingsovereenkomst (GR 30/03/2020) 0984/64910000 6.966 8.120 1.154
                     
          Domein Welzijn en Samenleven Entiteit 1.028.269 2.101.180 2.101.180
                     
           Beleidsveld 0160: hulp aan het buitenland   25.000 22.000 -12.200
                     
            0160 - subsidie voor ontwikkelingshulp OCMW/GEM      
            - Voor de ondersteuning van de werking Oxfam Wereldwinkel 0160/64910000 1.500 1.500 0
            - Reglement GR 14/10/2019:  projecten Noord-Zuid : € 500 of € 1.500   23.500 20.500 -3.000
            - VZW Shanti Town - Wereldfeesten (Volgens convenant GR 03/06/2019)   0 0 0
                     
           Beleidsveld 0945: kinderopvang   13.500 9.050 -4.450
                     
            0945 - subsidie aan de spelotheek  De Bengel (initiatief onthaalouders) OCMW      
            Een vrijwilligersinitiatief van onthaalouders voor onthaalouders 0945/64940000 1.000 1.000 0
            Subsidie voor de aankoop van pedagogisch verantwoord speelgoed.        
                     
            0945 - locatiesubsidie voor onthaalouders OCMW      
            Tussenkomst voor het terbeschikking stellen en aanpassen van de eigen woning voor de geschikte kinderopvang: € 500 per opvanglocatie 0945/64960000 12.500 8.050 -4.450
                     
           Beleidsveld 0959: overige verrichtingen betreffende ouderen   8.500 8.750 250
                     
            0959 - subsidies aan ouderenverenigingen OCMW/GEM      
            Volgens subsidie reglement GR 29/06/2020 0959/64930000 8.000 8.000 0
              OCMW/GEM      
                     
            0959 - bijdrage Thuiszorgoverleg Mechelen OCMW      
            Organisatie die professionele nachtoppas aan een zorgbehoefende persoon aanbiedt om zo de mantelzorger te ontlasten. 0959/64940000 500 750 250
                     
                     
           Beleidsveld 0870: sociale voordelen - BKO   5.000 0 0
                     
            0870 -  werkingssubsidies aan FERM OCMW/GEM      
            voor BKO locaties Sint-Amands, Oppuurs en Lippelo 0870/64910000 5.000 0 -5.000
                     
           Beleidsveld 0889: ondersteunende diensten voor het algemeen onderwijsbeleid   78.000 75.750 -2.250
                     
            0889 -ondersteunende diensten voor het algemeen onderwijsbeleid OCMW/GEM      
            Reglement GR 16/12/2019: € 25 per leerling vanaf het schooljaar 2019-2020 van de kleuter- en lagere scholen in Puurs-Sint-Amands 0889/6496000 78.000 75.750 -2.250
                     
           Beleidsveld 0900: sociale bijstand   119.669 116.580 116.580
                     
            0900 - bijdrage aan de Welzijnskoepel Regio Rivierenland (Igemo) en Welzijnskoepel Klein-Brabant-Vaartland, CAW en aan instellingen voor personen met bijzonder zorg OCMW 40.000 35.000 -5.000
            (Steuncomité Vertrouwenscentrum Antenne Mechelen vzw, Flexpack Puurs en Dyzo vzw) 0900/64940000      
                     
            0900 - Vluchtelingenwerk Klein-Brabant OCMW      
            Budget 0900/64930000 0 0 0
                     
            0900 - subsidie aan rechthebbenden verhoogde tegemoetkoming verzekering geneeskundige verzorging of alleenstaanden  GEMEENTE      
            Rechtstreeks verrekend op het aanslagbiljet belasting 0900/64910000 79.669 81.580 1.911
                     
           Beleidsveld 0909: overige verrichtingen inzake sociaal beleid   0 0 0
                     
            0909 -overige verrichtingen inzake sociaal beleid OCMW/GEM      
            Toelage Rode Kruis voor slachtoffers waterellende (2021), Toelage oorlogslachtoffers Oekraïne (2022), voor de slachtoffers van de aardbevingen in Turkije en Syrië (2023) 0909/6491000     0
                     
           Beleidsveld 0911: diensten en voorzieningen voor personen met een handicap   37.000 38.650 1.650
                     
            0911 - subsidies aan instellingen voor personen met een beperking OCMW      
            € 75 per leerling of persoon woonachtig in onze gemeente, die behandeld wordt in de instelling: 0911/64910000 16.500 18.150 1.650
             Het Raster vzw Wilrijk, Huize De steiger Bornem - Pegode vzw Niel, Emiliani vzw Lokeren,         
            DVC Heder vzw, Multifunctioneel Centrum (MFC) Sint-Gregorius-Gentbrugge, Sjabi Buso Puurs,        
            Nektari vzw (Afdeling Zorg: Flegado + ’t Onzent),  Dienst verleningscentrum (DVC) Zevenbergen, Ranst        
            DVC Heilig Hart Deinze, Centrum voor basiseducatie open school vzw Mechelen        
                     
            0911 - subsidie aan Flegado OCMW      
            Ondersteuning van de werking 0911/64910000 20.500 20.500 0
                     
           Beleidsveld 0930: sociale huisvesting   0 0 0
                     
            0930 - subsidie SVK Optrek vzw, Sociaal Verhuurkantoor regio Klein-Brabant-Vaartland en Rupelstreek OCMW      
            0,15 euro per inwoner 0930/64910000 0 0 0
                     
           Beleidsveld 0949: overige gezinshulp   16.000 16.000 0
                     
            0949 - geboortepremie OCMW/GEM      
            Geboorte of adoptie: P-bonnen ter waarde van € 50  - Reglement GR 25/03/2019 0949/64910000 11.000 11.000 0
                     
            0949 - huwelijkspremie OCMW/GEM      
            Huwelijk (reglement GR 25/03/2019): per koppel: P-bonnen ter waarde van € 50  0949/64910000 5.000 5.000 0
                     
            0949 - Subsidie aan vzw Kinderwens ExpertiseNetwerk  GEM      
            CBS 10/05/2022: aansluiting zorgnetwerk - vzw Sterrenkinderen 0949/64930000 0 0 0
                     
           Beleidsveld 0953: woon- en zorgcentra   695.000 1.795.000 1.100.000
                     
            0953 - werkingssubsidie aan ZB Klein-Brabant OCMW      
              0953/64910000 695.000 1.795.000 1.100.000
                     
            Beleidsveld 0980-00: sociale geneeskunde   30.600 19.400 19.400
                     
            0980 - sociale geneeskunde OCMW      
            Deze subsidie is bedoeld als steun voor diverse lotgenotengroepen: 0980/64910000 10.278 7.078 -3.200
            - Welzijnsschakel Puurs vzw: € 1.500        
            - Samana, per kern:  € 500        
            - KVG Puurs: € 500        
            - Hedera, Hartvriendenkring, Wiegwijs, MS Liga Klein-Brabant, Brailleliga,  Teleonthaal Antwerpen, Parkinson familiegroep, Vereniging Mucovisidose, Vereniging voor autisme: telkens € 150        
            - Music for Live: € 1.000        
            0980 - subsidies aan Rode Kruisafdelingen OCMW      
            Rode Kruis Puurs en Rode Kruis Ruisbroek: 2 x € 1 650 0980/64910000 3.300 3.300 0
                     
            0980 - subsidie aan Lokaal Gezondheidsoverleg regio Mechelen OCMW      
            Op basis van de statuten vzw Logo Mechelen 0980/64910000 2.022 2.022 0
                     
            0980 - Werkingssubsidie Eerste Lijnzone Klein-Brabant-Vaartland OCMW      
            Op basis van samenwerkingsovereenkomst 0980/64930000 15.000 7.000 -8.000
                     
                MJPA5 MJPA6 VERSCHIL
          Algemeen totaal investeringssubsidies 1.706.955 1.767.067 60.112
          Domein algemene financiering Entiteit 0 0 0
                     
          Beleidsveld 0050: patrimonium zonder maatschappelijk doel   0 0 0
                     
            0050 - Investeringssubsidies aan Dorpshuis Vrededaal vzw Gemeente      
            Budget - GR 27/02/2023 0050/66400000 0 0 0
                     
          Domein algemeen bestuur Entiteit 440.700 280.700 -160.000
                     
          Beleidsveld 0400: politie   400.000 250.000 -150.000
                     
            0400 - Investeringssubsidie aan politiezone Rivierenland Gemeente      
            Budget 0400/66400000 400.000 250.000 -150.000
                     
                     
          Beleidsveld 0410: brandweer   30.700 30.700 0
                     
            0410 - Investeringssubsidie aan hulpverleningszone Rivierenland Gemeente      
            Budget 0410/66400000 30.700 30.700 0
                     
          Beleidsveld 0790: erediensten   10.000 0 -10.000
                     
            0790 - Investeringssubsidie aan kerkfabrieken Gemeente      
            Budget 0790/66400000 10.000 0 -10.000
                     
          Domein Beleven Entiteit 370.000 225.790 -144.210
                     
          Beleidsveld 0500: handel en middenstand   60.000 35.000 -25.000
                     
            0500 - Investeringssubsidie voor vestiging in kernwinkelgebied Gemeente      
            Subsidiereglement ter ondersteuning en bevordering van de lokale economie in het kernwinkelgebied van Puurs centrum - GR 09/09/19 0500/66400000 60.000 35.000 -25.000
                     
          Beleidsveld 0520: toerisme - onthaal en promotie   15.000 51.300 36.300
                     
            0520 - Onthaal en promotie Gemeente      
             vzw Dendermonde-Puurs - aanpass. Museumspoorlijn/Gansakkermolen 0520/66400000 15.000 51.300 36.300
                     
                     
          Beleidsveld 0742: sportinfrastructuur    0 69.490 69.490
                     
            0742 - Sportinfrastructuur Gemeente      
            Sportpark De Schans/toelage Gymcenter 0742/66400000     0
            Voetbal K.S.K. Sint-Amands (kunstgras) 0742/66400000     0
            Voetbal FC Oppuurs (kunstgras) 0742/66400000     0
            Voetbal FC Oppuurs (2 extra kleedkamers) 0742/66400000     0
            Savanti (sproei-installatie/matten/vernieuwen terreinen)  0742/66400000   69.490 69.490
                     
          Beleidsveld 0750: jeugdsector- en verenigingsondersteuning   295.000 70.000 -225.000
                     
            0750 - Investeringssubsidies aan jeugdverenigingen voor de bouw/verbouwing van jeugdlokalen Gemeente      
            op basis van het subsidiereglement 0750/66400000 295.000 70.000 -225.000
                     
                     
          Domein Ruimte Entiteit 816.755 1.020.577 203.822
                     
          Beleidsveld 0310: beheer van regen- en afvalwater: Niet-subsidiabele rioleringswerken 676.961 880.783 203.822
                     
            0310 - Investeringssubsidies Pidpa HidroRio (niet-subsidiabel deel rioleringen) Gemeente      
            Afrekening definitieve inbrengwaarde 0310/66400000     0
            Dendermondsesteenweg 0310/66400000 151.000   -151.000
            Ontwikkeling park Dorpshart 0310/66400000 0   0
            Veurstraat 0310/66400000 25.961   -25.961
            Lichterstraat - omgevingswerken Sportpark 0310/66400000     0
            Scheeveld (Vlietbrug tot Meir)  0310/66400000 500.000 799.026 299.026
            Provinciale Weg - sanering groene cluster - niet subsidiabele rio inv 0310/66400000   81.757 81.757
                     
            0310 - Investeringssubsidie gezinnen: afkoppelingspremie Gemeente      
            Projecten SA - saldo 0310/66400000     0
                     
          Beleidsveld 0309: overig afval- en materialenlbeheer   139.794 139.794 0
                     
            0309 - Afschrijvingskost Ivarem infrastructuur recyclagepark SA Gemeente      
            Budget 0309/66400000 139.794 139.794 0
                     
          Beleidsveld 0680: groene ruimte   0 0 0
                     
            0680 - Investeringssubsidie aan Nektari voor renovatie Hof van Coolhem Gemeente      
            Besluit GR 25/11/2024 0680/66400000 0 0 0
                     
          Domein Welzijn en samenleven Entiteit 79.500 240.000 160.500
                     
          Beleidsveld 0953: Woon- en zorgcentra   79.500 240.000 160.500
                     
            0953 - Investeringssubsidie aan ZB Klein-Brabant OCMW      
            Budget 0953/66400000 79.500 240.000 160.500
                     

          Artikel 2: De gemeenteraad geeft opdracht aan het college van burgemeester en schepenen om de nominatieve subsidies uit te betalen onder voorbehoud dat de subsidie (deels) kan teruggevorderd worden wanneer deze niet wordt aangewend voor de normale werking van de begunstigde.

        • Meerjarenplan 2026-2031 Autonoom Gemeentebedrijf Puurs-Sint-Amands - Goedkeuring

          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

          Toelichting

          Het meerjarenplan van een AGB bevat de planning van het beleid en de financiën voor de volgende zes jaar. Het bestaat uit een strategische nota, een financiële nota en een toelichting. De vorm en inhoud van het meerjarenplan moet, bovenop de algemene voorwaarden voor beleidsrapporten, voldoen aan een aantal specifieke regels.

          Het meerjarenplan 2026-2031 is opgemaakt volgens de richtlijnen van BBC 3.0. De raad van bestuur van het AGB heeft op 15 december 2025 het meerjarenplan 2026-2031 vastgesteld. Dit meerjarenplan wordt vervolgens voorgelegd aan de gemeenteraad ter goedkeuring.

           

          Publieke stemming
          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
          Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Reinhilde Goossens, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Eva Peleman, Jelien De Laet
          Tegenstanders: Jan Van Camp, Peggy Seeuws, Linda Caluwaerts, Jorden Dewachter, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
          Resultaat: Met 20 stemmen voor, 9 stemmen tegen

          Besluit

          Artikel 1: De gemeenteraad van Puurs-Sint-Amands keurt het meerjarenplan 2026-2031 van het AGB Puurs-Sint-Amands goed volgens de onderliggende beleidsrapporten (strategische nota, financiële nota en toelichting)

          Artikel 2: Het AGB wordt in kennis gesteld van deze beslissing.

        • Meerjarenplan 2026-2031 - Gemeente Puurs-Sint-Amands - Vaststelling

          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

          Toelichting

          Het meerjarenplan van een lokaal bestuur bevat de planning van het beleid en de financiën voor 6 jaar. Het bestaat uit een strategische nota, een financiële nota en een toelichting. De vorm en inhoud van het meerjarenplan moet, bovenop de algemene voorwaarden voor beleidsrapporten, voldoen aan een aantal specifieke regels.

          Het meerjarenplan 2026-2031 is opgemaakt volgens de richtlijnen van BBC 3.0.

          Het meerjarenplan 2026-2031 van gemeente en OCMW is een geïntegreerd meerjarenplan waarbij zowel de gemeenteraad als de OCMW-raad elk hun eigen bevoegdheid behouden voor vaststelling van hun gedeelte. Na beide vaststellingen keurt de gemeenteraad het gedeelte OCMW goed waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld. 

          Publieke stemming
          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
          Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Reinhilde Goossens, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Eva Peleman, Jelien De Laet
          Tegenstanders: Jan Van Camp, Peggy Seeuws, Linda Caluwaerts, Jorden Dewachter, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
          Resultaat: Met 20 stemmen voor, 9 stemmen tegen

          Besluit

          Artikel 1: De gemeenteraad stelt het meerjarenplan 2026-2031 vast van gemeente Puurs-Sint-Amands voor de aspecten in de onderliggende beleidsrapporten (strategische nota, financiële nota en toelichting) die binnen haar bevoegdheden vallen.

          Artikel 2: De gemeenteraad stelt de kredieten van de gemeente Puurs-Sint-Amands vast voor het volgende boekjaar 2026.

        • Meerjarenplan 2026-2031 OCMW Puurs-Sint-Amands - Goedkeuring

          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

          Toelichting

          Het meerjarenplan van een lokaal bestuur bevat de planning van het beleid en de financiën voor 6 jaar. Het bestaat uit een strategische nota, een financiële nota en een toelichting. De vorm en inhoud van het meerjarenplan moet, bovenop de algemene voorwaarden voor beleidsrapporten, voldoen aan een aantal specifieke regels.

          Het meerjarenplan 2026-2031 is opgemaakt volgens de richtlijnen van BBC 3.0.

          Het meerjarenplan 2026-2031 van gemeente en OCMW is een geïntegreerd meerjarenplan waarbij zowel de gemeenteraad als de OCMW-raad elk hun eigen bevoegdheid behouden voor de vaststelling van hun gedeelte. Na beide vaststellingen keurt de gemeenteraad het gedeelte OCMW goed waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
          Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Reinhilde Goossens, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Eva Peleman, Jelien De Laet
          Tegenstanders: Jan Van Camp, Peggy Seeuws, Linda Caluwaerts, Jorden Dewachter, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
          Resultaat: Met 20 stemmen voor, 9 stemmen tegen

          Besluit

           

           

          Artikel 1: De gemeenteraad keurt de meerjarenplan 2026-2031 goed van OCMW Puurs-Sint-Amands voor de aspecten in de onderliggende beleidsrapporten (strategische nota, financiële nota en toelichting) die binnen de bevoegdheden van het OCMW vallen. Deze goedkeuring stelt het beleidsrapport in zijn geheel definitief vast.

          Artikel 2: De gemeenteraad keurt de kredieten van het OCMW Puurs-Sint-Amands voor het boekjaar 2026 goed.

        • Lijst nominatieve toegestane werkings- en investeringssubsidies 2026 - Goedkeuring

          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

          Toelichting

          In het meerjarenplan 2026-2031, zoals vastgesteld door de raad op 15 december 2025, zijn de kredieten voor de toegestane nominatieve werkings- en investeringssubsidies opgenomen. Het overzicht van alle werkings- en investeringssubsidies is als documentatie bij het meerjarenplan toegevoegd. Dit overzicht is louter informatief en houdt niet langer een beslissing in. Daarom wordt aan de gemeenteraad de lijst van de nominatieve subsidies ter goedkeuring voorgelegd. 

          Publieke stemming
          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
          Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Reinhilde Goossens, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Eva Peleman, Jelien De Laet
          Tegenstanders: Jan Van Camp, Peggy Seeuws, Linda Caluwaerts, Jorden Dewachter, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
          Resultaat: Met 20 stemmen voor, 9 stemmen tegen

          Besluit

          Artikel 1: De gemeenteraad keurt de toegestane nominatieve subsidies 2026 goed zoals opgenomen in de bijgevoegde overzichten, die integraal deel uitmaken van dit besluit. 

          Entiteit MAR Afdeling BI Dienst Begunstigde 2026  
          Gemeente 64910000 WELZIJN & SAMENLEVEN 0160-00 Hulp aan het buitenland Ontwikkelingshulp : projecten Noord-Zuid              20.000  
          Gemeente 64910000 WELZIJN & SAMENLEVEN 0160-00 Hulp aan het buitenland Ontwikkelingshulp : Oxfam Wereldwinkel                 2.000  
          Gemeente 64910000 WELZIJN & SAMENLEVEN 0160-00 Hulp aan het buitenland Ontwikkelingshulp : 11.11.11                 1.500  
          Gemeente 64910000 RUIMTE 0300-00 Ophalen van huisvuil en verwerken van huishoudelijk afval Kiemkracht Maatwerkbedrijf  vzw              25.022  
          Gemeente 64910000 RUIMTE 0329-00 Overige vermindering van milieuverontreiniging Milieuacties (gezinnen :  (asbest, compostvat, wormbak)                 3.000  
          Gemeente 64930000 RUIMTE 0329-00 Overige vermindering van milieuverontreiniging Verenigingen Milieu en natuur              29.500  
          Gemeente 64910000 RUIMTE 0349-00 Overige bescherming van biodiversiteit, landschappen en bodem Gezinnen en verenigingen voor acties rond behoud inheemse natuur (knotten-regentonnen-bestrijding hoornaar)                 6.850  
          Gemeente 64910000 RUIMTE 0350-00 Klimaat en energie Klimaatacties gezinnen (hemelwaterinstallatie en -put, infiltratievoorziening, regentonnen, groendak, zonneboiler)                 7.500  
          Gemeente 64910000 RUIMTE 0350-00 Klimaat en energie Energiebesparende maatregelen (isolatie-warmtepomp-hoogrendementsglas-…)              40.000  
          Gemeente 64940000 ALGEMEEN BESTUUR 0400-00 Politiediensten Politiezone Rivierenland        3.652.413  
          Gemeente 64940000 ALGEMEEN BESTUUR 0410-00 Brandweer Hulpverleningszone Rivierenland        1.744.342  
          Gemeente 64930000 RUIMTE 0470-00 Ontsmetting en openbare reiniging Dierenwereldkruis vzw                 8.100  
          Gemeente 64910000 BELEVEN 0500-00 Handel en Middenstand Jaarmarkten en kermissen              30.000  
          Gemeente 64930000 BELEVEN 0521-00 Toerisme Toerisme Klein-Brabant Scheldeland              50.000  
          Gemeente 64930000 BELEVEN 0521-00 Toerisme Beiaardvereniging                 9.155  
          Gemeente 64940000 BELEVEN 0521-00 Gebiedsontwikkeling Kempens Landschap              13.900  
          Gemeente 64910000 BELEVEN 0530-00 Land-, tuin- en bosbouw Proefstation groenteteelt vzw St.-Katelijne Waver                    250  
          Gemeente 64910000 RUIMTE 0620-00 Grondbeleid voor wonen Aanpassing woning 65-plussers (traplift, verbeteren badkamer/toilet)                 5.000  
          Gemeente 64910000 RUIMTE 0680-00 Groene ruimte Arboretum Puurs - Speeltuin Sint-Pietersburcht                 9.000  
          Gemeente 64910000 RUIMTE 0680-00 Groene ruimte Natuurpunt Vlaanderen afdeling Klein-Brabant                     500  
          Gemeente 64930000 BELEVEN 0700-00 Musea Emile Verhaeren-genootschap              40.000  
          Gemeente 64950100 BELEVEN 0700-00 Musea Autonoom Gemeentebedrijf PSA            260.092  
          Gemeente 64950100 BELEVEN 0705-00 Gemeenschapscentrum Autonoom Gemeentebedrijf PSA            689.000  
          Gemeente 64930000 BELEVEN 0709-00 Overige culturele instellingen Muziekverenigingen, zangkoren, toneelgezelschappen              18.000  
          Gemeente 64930000 BELEVEN 0709-00 Overige culturele instellingen Culturele- en socioculturele verenigingen              30.000  
          Gemeente 64930000 BELEVEN 0709-00 Overige culturele instellingen SEMU-rechten                 6.304  
          Gemeente 64930000 BELEVEN 0709-00 Overige culturele instellingen Heemkundige Kring Klein-Brabant                    815  
          Gemeente 64930000 BELEVEN 0710-00 Feesten en plechtigheden Maria-ommegang              25.000  
          Gemeente 64930000 BELEVEN 0710-00 Feesten en plechtigheden Kalifiësta                 9.000  
          Gemeente 64930000 BELEVEN 0710-00 Feesten en plechtigheden Duvel Blues                 5.000  
          Gemeente 64930000 BELEVEN 0710-00 Feesten en plechtigheden Samana Kalfort : ziekendag                 3.500  
          Gemeente 64930000 BELEVEN 0710-00 Feesten en plechtigheden Ijzertoren Diksmuide                    500  
          Gemeente 64961000 BELEVEN 0710-00 Feesten en plechtigheden Viering 100-jarige, huwelijksjubilea en priesterwijdingen …              15.000  
          Gemeente 64961000 BELEVEN 0710-00 Feesten en plechtigheden Buurtfeesten                 9.600  
          Gemeente 64940000 BELEVEN 0720-00 Monumentenzorg IGEMO Erfgoedcel Rivier&Land              34.000  
          Gemeente 64930000 BELEVEN 0740-00 Sportsector- en verenigingsondersteuning Erkende sportverenigingen            139.850  
          Gemeente 64950100 BELEVEN 0741-00 Sportpromotie en -evenementen Autonoom Gemeentebedrijf PSA              80.424  
          Gemeente 64920000 BELEVEN 0742-00 Sportinfrastructuur Gymcenter Klein-Brabant              88.000  
          Gemeente 64950100 BELEVEN 0742-00 Sportinfrastructuur Autonoom Gemeentebedrijf PSA        1.709.147  
          Gemeente 64910000 BELEVEN 0750-00 Jeugdsector- en verenigingsondersteuning Vormingstoelage jeugd/kadervordering                 1.500  
          Gemeente 64930000 BELEVEN 0750-00 Jeugdsector- en verenigingsondersteuning Jeugdverenigingen, -intiatieven, jeugdbewegingen en jeugdhuizen              81.400  
          Gemeente 64940000 ALGEMEEN BESTUUR 0790-00 Erediensten Kerkfabriek Sint-Pieter Puurs                        -    
          Gemeente 64960000 WELZIJN & SAMENLEVEN 0889-00 Ondersteunende diensten voor het algemeen onderwijsbeleid Kleuter- en lagere scholen Puurs-Sint-Amands              85.000  
          Gemeente 64910000 WELZIJN & SAMENLEVEN 0900-00 Sociale Bijstand Verhoogde tegemoetkoming verzekering geneeskundige verzorging of alleenstaanden  - APB GEZIN              80.273  
          Gemeente 64910000 WELZIJN & SAMENLEVEN 0949-00 Overige gezinshulp Geboortepremie / Huwelijkspremie              16.000  
          Gemeente 64930000 WELZIJN & SAMENLEVEN 0959-00 Overige verrichtingen betreffende ouderen Ouderenverenigingen              16.000  
          OCMW 64930000 WELZIJN & SAMENLEVEN 0900-00 Sociale Bijstand BWZ Klein-Brabant vzw (campus Flexpack) vzw : instellingen voor personen met een bijzondere zorg                    900  
          OCMW 64930000 WELZIJN & SAMENLEVEN 0900-00 Sociale Bijstand Centrum Algemeen Welzijnswerk Boom Mechelen Lier vzw / CAW (ketenopvang dak-en thuisloosheid)              12.200  
          OCMW 64930000 WELZIJN & SAMENLEVEN 0900-00 Sociale Bijstand Dyzo vzw                 2.800  
          OCMW 64930000 WELZIJN & SAMENLEVEN 0900-00 Sociale Bijstand IGEMO (dienstv.): coördinatieopdracht welzijnskoepel              11.500  
          OCMW 64930000 WELZIJN & SAMENLEVEN 0900-00 Sociale Bijstand Steuncomité Vertrouwenscentrum Antenne Mechelen vzw (Kindermishandeling)                  8.670  
          OCMW 64930000 WELZIJN & SAMENLEVEN 0900-00 Sociale Bijstand Welzijnskoepel Klein-Brabant                 2.900  
          OCMW 64940000 WELZIJN & SAMENLEVEN 0911-00 Diensten en voorzieningen voor personen met een handicap Instellingen voor personen met een beperking              18.000  
          OCMW 64940000 WELZIJN & SAMENLEVEN 0911-00 Diensten en voorzieningen voor personen met een handicap FLEGADO (Nektari)              20.000  
          OCMW 64930000 WELZIJN & SAMENLEVEN 0945-00 Kinderopvang Spelotheek  De Bengel (initiatief onthaalouders)                 1.000  
          OCMW 64910000 WELZIJN & SAMENLEVEN 0945-00 Kinderopvang Locatie-subsidie onthaalouders              13.225  
          OCMW 64930000 WELZIJN & SAMENLEVEN 0959-00 Overige verrichtingen betreffende ouderen Thuisoverleg Mechelen - nachtzorg                 1.000  
          OCMW 64930000 WELZIJN & SAMENLEVEN 0980-00 Sociale geneeskunde Verenigingen Sociale geneeskunde              11.240  
          OCMW 64930000 WELZIJN & SAMENLEVEN 0980-00 Sociale geneeskunde Rode Kruisafdelingen                 4.000  
          OCMW 64930000 WELZIJN & SAMENLEVEN 0980-00 Sociale geneeskunde Lokaal Gezondheidsoverleg regio Mechelen = Gezondheidsmakers                 2.090  
          OCMW 64930000 WELZIJN & SAMENLEVEN 0953-00 Woon-en zorgcentra Zorgbedrijf Klein-Brabant            220.000  
                             9.430.962  
          Entiteit MAR Afdeling BI Dienst Begunstigde 2026  
          Gemeente 66400000 ALGEMEEN BESTUUR 0309-00 Overig afval- en materialenbeheer Afschrijvingskost infrastructuur Ivarem CP SA                 134.759  
          Gemeente 66400000 RIOLERINGEN 0310-00 Beheer van regen- en afvalwater PIDPA : 3de betalingssysteem rioleringswerken             1.072.091  
          Gemeente 66400000 VEILIG 0400-00 Politiediensten Politiezone Rivierenland                    75.000  
          Gemeente 66400000 VEILIG 0410-00 Brandweer HVZ Rivierenland                   30.700  
          Gemeente 66400000 BELEVEN 0500-00 Handel en middenstand Kernwinkelgebied                   40.000  
          Gemeente 66400000 BELEVEN 0742-00 Sportinfrastructuur Voetbal Oppuurs en KSK Sint-Amands    
          Gemeente 66400000 BELEVEN 0750-00 Jeugdsector- en verenigingsondersteuning Jeugdlokalen : bouwprojecten                 310.000  
          Gemeente 66400000 BELEVEN 0790-00 Erediensten Kerkfabriek Sint-Amands - Kalfort                 240.000  
          OCMW 66400000 WELZIJN 0953-00 Woon- en zorgcentra Zorgbedrijf Klein-Brabant                 367.156  
                                  2.269.706  

          Artikel 2: De gemeenteraad geeft opdracht aan het college van burgemeester en schepenen om de nominatieve subsidies uit te betalen onder voorbehoud dat de subsidie (deels) kan teruggevorderd worden wanneer deze niet wordt aangewend voor de normale werking van de begunstigde.

    • Ruimte

      • Leefomgeving

        • Wijziging rooilijn / OV 2025 136 Kattestraat 31 - Goedkeuring

          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

          Toelichting

          Er werd een aanvraag tot omgevingsvergunning (OMV_2025058889 / OV 2025 136) voor stedenbouwkundige handelingen ingediend voor het perceel gelegen Kattestraat 31 met als kadastrale omschrijving 6de afdeling, sectie A nr. 210C.

          In de aanvraag tot omgevingsvergunning is een wijziging van het rooilijnplan ter plaatse van de Kattestraat opgenomen.

          Er werd een openbaar onderzoek gehouden gedurende een termijn van 30 dagen van 06/10/2025 tot en met 04/11/2025.

          Er werden geen standpunten, opmerkingen of bezwaren ontvangen met betrekking tot wijziging van de rooilijn.

          Aan de gemeenteraad wordt gevraagd kennis te nemen van het resultaat van het openbaar onderzoek, en een besluit over de wijziging van het rooilijnplan te nemen, alvorens te beslissen over de wijziging van de gemeenteweg in de vorm van een zaak van de wegen.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
          Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

          Besluit

          Enig artikel: De gemeenteraad beslist de wijziging van het rooilijnplan Kattestraat, dat werd goedgekeurd op 17/01/1979 met het oog op de wijziging van de gemeenteweg Kattestraat goed te keuren volgens het ontwerp van rooilijnplan zoals opgemaakt door landmeter-expert Eke Verhees op 11/06/2025.

        • Zaak der wegen / OV 2025 136 Kattestraat 31 - Goedkeuring

          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

          Toelichting

          Er werd een aanvraag tot omgevingsvergunning (OMV_2025058889 / OV 2025 136) voor stedenbouwkundige handelingen ingediend voor het perceel gelegen te Kattestraat 31, 6de afdeling, sectie A nr. 210C.

          In de aanvraag tot omgevingsvergunning is een wijziging van het rooilijnplan ter plaatse van de Kattestraat opgenomen.

          Er werd een openbaar onderzoek gehouden gedurende een termijn van 30 dagen van 06/10/2025 tot en met 04/11/2025.

          Er werden geen standpunten, opmerkingen of bezwaren ontvangen met betrekking tot wijziging van de rooilijn.

          Aan de gemeenteraad wordt gevraagd kennis te nemen van het resultaat van het openbaar onderzoek, en een besluit over de zaak van de wegen te nemen vooraleer het college van burgemeester en schepenen een beslissing neemt over de aanvraag tot omgevingsvergunning. Er wordt voorgesteld aan de gemeenteraad om de wijziging van de gemeenteweg Kattestraat goed te keuren.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
          Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

          Besluit

          Artikel 1: De gemeenteraad keurt de wijziging van gemeenteweg Kattestraat (ter hoogte van huisnummer 31) goed volgens het ontwerp van rooilijnplan zoals opgemaakt door landmeter-expert Elke Verhees op 11/06/2025, inclusief de vermelde breedte en ligging.

          Artikel 2: De gemeenteraad beslist dat deze gemeenteweg als volgt uitgerust moeten worden: De strook tussen de nieuwe rooilijn en het bestaande voetpad moet aangelegd worden in betonstraatstenen. Andere bestaande constructies moeten worden gesloopt.

          Artikel 3: De gemeenteraad legt volgende voorwaarden en lasten op, dewelke de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt: De aanvrager/grondeigenaar staat in de voor de afpaling van deze strook door een landmeter op eigen kost (grenspalen, te bepalen in overleg met gemeente).

          Artikel 4: De gemeenteraad beslist dat volgende meerwaarde betaald moet worden voor de opheffing van gemeenteweg Kattestraat conform het schattingsverslag: € 6.900,00. Deze vergoeding van meerwaarde wordt door de aanvrager van de omgevingsvergunning betaald na verstrijken van de beroepstermijn tegen voornoemde beslissing. De gemeente zal een eenvoudig verzoek versturen naar de aanvrager met de concrete betalingsgegevens.

        • Zaak der Wegen / OV 2025 143 Kimpelberg 17 - Goedkeuring

          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

          Toelichting

          Er werd een aanvraag tot omgevingsvergunning (OMV_2025057902 / OV 2025 143) voor stedenbouwkundige handelingen ingediend voor de percelen gelegen te Kimpelberg 17 en Palingstraat zn, 1e afdeling, sectie B nr. 523N, 528T, 528V, 528K2, 529S3, 529R3, 811B.

          In de aanvraag tot omgevingsvergunning is een aanleg (vaststelling rooilijn) van de gemeenteweg ter plaatse van de Kimpelberg opgenomen.

          Er werd een openbaar onderzoek gehouden gedurende een termijn van 30 dagen van 30/08/2025 tot en met 28/09/2025. Er werden geen standpunten, opmerkingen of bezwaren ontvangen met betrekking tot de vaststelling van de rooilijn.

          Aan de gemeenteraad wordt gevraagd kennis te nemen van het resultaat van het openbaar onderzoek, en een besluit over de zaak van de wegen te nemen vooraleer het college van burgemeester en schepenen een beslissing neemt over de aanvraag tot omgevingsvergunning. Er wordt voorgesteld aan de gemeenteraad om de aanleg van de gemeenteweg Kimpelberg goed te keuren.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
          Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

          Besluit

          Artikel 1: De gemeenteraad keurt de aanleg van gemeenteweg Kimpelberg tussen punten 1, 2 en 3 goed volgens het ontwerp van rooilijnplan zoals opgemaakt door landmeter-expert Guillaume Lanin op 19/08/2025, inclusief de vermelde breedte en ligging (stuk 1). 

          Artikel 2: De gemeenteraad beslist dat deze gemeenteweg als volgt uitgerust moeten worden:
          de zone tussen de private perceelsgrens en het bestaande voetpad moet aangeplant worden met kwalitatief groen. De nieuwe doorsteek van de private weg dient doorgetrokken te worden tot aan het bestaande voetpad en uitgevoerd te worden in dezelfde aanleg met waterdoorlatende klinkers als het voetpad.

    • Ondersteuning

      • Onroerend goedbeheer

        • Perceel bouwgrond gemeentelijke verkaveling Tashorik lot 8 - Verkoop

          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

          Toelichting

          De gemeente gaat over tot verkoop van een perceel bouwgrond uit haar gemeentelijke verkaveling Tashorik:
          - Lot 8  - kad. gekend sectie A nr. 776N - oppervlakte volgens meting van 626,72 m² - verkoopprijs € 160.000,00
          Bij deze verkoop worden voorwaarden opgelegd, zoals vastgesteld in het 'reglement voor toewijzing onbebouwde bouwkavels in gemeentelijke verkavelingen'.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
          Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

          Besluit

          Artikel 1: De gemeente Puurs-Sint-Amands gaat over tot verkoop van volgend perceel bouwgrond in de gemeentelijke verkaveling Tashorik:

          • Lot 8 - kad. gekend sectie A nr. 776N - opp. volgens meting 626,72 m² - verkoopprijs € 160.000,00 

          Artikel 2: De verkoop wordt toegestaan onder volgende voorwaarden:

          Bouw- en bewoningsverplichting en sancties 

          In geen geval mag de bouwkavel worden doorverkocht aan derden, uitgezonderd in geval van gedwongen uitvoering. 

          De koper of zijn rechtsopvolger is gebonden aan een bouwverplichting. De woning in kwestie dient bewoond te zijn door de koper binnen een termijn van vijf jaar na de dag van het verlijden van de authentieke akte (bewoonbaarheid van de nieuwe woning). 

          Ingeval de koper niet voldoet aan de bouw- en bewoningsverplichting, zoals vermeld in bovenvermeld artikel, zal de gemeente Puurs-Sint-Amands een recht van wederaankoop op de bij deze verkochte onbebouwde grond uitoefenen. De wederaankoop zal geschieden tegen de oorspronkelijke verkoopprijs van de grond te verminderen met alle kosten dewelke deze wederaankoop met zich zal meebrengen. Bij een bebouwd of half-bebouwd perceel zal de gemeente Puurs-Sint-Amands een schadevergoeding kunnen eisen, die gelijk is aan 50% van de aankoopprijs van de grond. 

          Het recht tot vervreemding – ten bezwarende titel of niet – van de eigendom (bouwkavel met huis, al dan niet in ruwbouwfase of afgewerkt), onder welke vorm of juridische constructie dan ook, wordt gedurende de eerste vijftien jaar na het verlijden van de authentieke akte afhankelijk gemaakt van de toestemming van de gemeente Puurs-Sint-Amands. Bovendien is de oorspronkelijke koper gehouden tot het betalen van de meerwaarde op de bouwkavel. 

          Geheel of gedeeltelijk verhuren van de woning is uitgesloten. Dit verbod vervalt vijftien jaar na het verlijden van de authentieke akte. Indien de woning toch volledig of gedeeltelijk verhuurd wordt, binnen de eerste 15 jaar, zal de gemeente Puurs-Sint-Amands een schadevergoeding kunnen eisen, die gelijk is aan 50% van de aankoopprijs van de grond. 

          Er is geen toestemming van het college van burgemeester en schepenen vereist bij overdracht van het aandeel van één partner aan de andere in volgende gevallen: bij beëindiging van een huwelijk of wettelijk samenlevingscontract. Dit geldt ook voor partners die noch getrouwd zijn noch een wettelijk samenlevingscontract hebben afgesloten en die samen een bouwgrond gekocht hebben. In deze gevallen is de boeteclausule onder bovenvermeld artikel niet van toepassing. Alle verplichtingen die opgelegd waren ten voordele van de gemeente Puurs-Sint-Amands blijven behouden en zonder dat er vernieuwing van termijnen kan uit voortspruiten. 

          De koper mag op het moment van de aankoop van de bouwkavel noch afzonderlijk, noch samen, een woning, een appartement of een perceel grond dat in aanmerking komt voor de oprichting van een woning overeenkomstig de regelgeving inzake ruimtelijke ordening, volledig in volle eigendom of vruchtgebruik hebben. Indien dit wel zo is, moet deze eigendom ten laatste binnen één jaar na de bewoonbaarheid van de nieuwe woning verkocht worden. Bij het niet naleven van de voorwaarden betreffende de verkoop van een eigendom, kan de gemeente Puurs-Sint-Amands de wederinkoop van het onbebouwde perceel grond vorderen of indien reeds gedeeltelijk of geheel bebouwd een schadevergoeding eisen. Deze schadevergoeding is gelijk aan 50% van de aankoopprijs van de grond.

          Artikel 3: De Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie wordt ontheven van de plicht om ambtshalve inschrijving te nemen bij de overschrijving van de akten.

          Artikel 4: De akte zal opgemaakt worden door een notariskantoor Verhaegen-Verlinden uit Puurs-Sint-Amands en een eventueel door de kopers aan te duiden notaris.

          Artikel 5: Het gemeenteraadsbesluit van 5 september 2022 betreffende de verkoop van dit lot bouwgrond wordt integraal ingetrokken.

        • Stroken grond Forum - Ruiling wijziging

          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

          Toelichting

          De gemeente verkrijgt twee stroken grond gelegen te Puurs-Sint-Amands grondgebied Puurs ter plaatse Begijnhofstraat kadastraal gekend eerste afdeling sectie B deel van nummer 842A met een oppervlakte volgens meting van 12 m² (lot 1) en 217,48 m² (lot 3). In ruil staat ons bestuur een strook grond gelegen te Puurs-Sint-Amands grondgebied Puurs ter plaatse Kloosterhof kadastraal gekend eerste afdeling sectie B deel van nummer 457L met een oppervlakte volgens meting van 25,27 m² (lot 2). De ruiling geschiedt zonder opleg.  De ruiling werd reeds goedgekeurd in de gemeenteraad van 25 november 2024, maar de eigenaar is ondertussen gewijzigd. De ruiling gebeurt voor openbaar nut, de hierbij verkregen stroken grond (loten 1 en 3) worden gevoegd bij het openbaar domein.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
          Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

          Besluit

          Artikel 1: De gemeente gaat over tot ruiling:
          de gemeente verkrijgt twee stroken grond gelegen te Puurs-Sint-Amands grondgebied Puurs ter plaatse Begijnhofstraat kadastraal gekend eerste afdeling sectie B deel van nummer 842A met een oppervlakte volgens meting van 12 m² (lot 1) en 217,48 m² (lot 3) 
          de gemeente staat af een strook grond gelegen te Puurs-Sint-Amands grondgebied Puurs ter plaatse Kloosterhof kadastraal gekend eerste afdeling sectie B deel van nummer 457L met een oppervlakte volgens meting van 25,27 m² (lot 2).

          Artikel 2: De ruiling geschiedt zonder opleg.

          Artikel 3: De ruiling gebeurt voor openbaar nut, de hierbij verkregen stroken grond (loten 1 en 3) worden gevoegd bij het openbaar domein.

          Artikel 4: De akte zal opgemaakt worden door geassocieerd notarissen Verhaegen en Verlinden uit Puurs-Sint-Amands. De aktekosten zullen volledig gedragen worden door ons bestuur.

          Artikel 5: De gemeenteraadsbeslissing van 25 november 2024 betreffende 'Stroken grond Forum - Ruiling' wordt gewijzigd.

        • Perceel grond Coolhemveld - Aankoop

          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

          Toelichting

          De gemeente Puurs-Sint-Amands zal een deel van een perceel bouwland, ter plaatse gekend als “Coolhemveld”, gekadastreerd of het geweest, sectie D, volgens huidig kadaster deel van nummer 841/A/P0000, met een oppervlakte volgens meting van 4.367,90 m², tegen een totaalprijs van € 65.518,50  Deze aankoop gebeurt voor openbaar nut, namelijk voor de realisatie van het RUP Dorpspark Kalfort.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
          Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Reinhilde Goossens, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
          Tegenstanders: Jan Van Camp, Peggy Seeuws, Linda Caluwaerts, Erwin Mertens
          Onthouders: Marleen Vos, Joos Wauters
          Resultaat: Met 23 stemmen voor, 4 stemmen tegen, 2 onthoudingen

          Besluit

          Artikel 1: De gemeente Puurs-Sint-Amands gaat over tot aankoop van een deel van een perceel bouwland, ter plaatse gekend als “Coolhemveld”, gekadastreerd of het geweest, sectie D, volgens huidig kadaster deel van nummer 841/A/P0000, met een oppervlakte volgens meting van vierduizend driehonderd zevenenzestig komma negentig vierkante meter (4.367,90 m²), tegen een totaalprijs van € 65.518,50 , alle vergoedingen inbegrepen.

          Artikel 2: Deze aankoop gebeurt voor openbaar nut, namelijk voor de realisatie van het RUP Dorpspark Kalfort.

          Artikel 3: Deze uitgave werd vastgesteld in het investeringsbudget 2025: Actie: 25-320601/0119-06/22000007.

          Artikel 4: De Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie wordt ontheven van de plicht om ambtshalve inschrijving te nemen bij de overschrijving van de akte.

          Artikel 5: De akte zal opgemaakt worden door het notariaat Verhaegen-Verlinden.

    • Beleven

      • Zakelijk beheer

        • Aanpassing samenwerkingsovereenkomst voor de oprichting van een gymhal met GymCenter Klein-Brabant CVBA - Goedkeuring

          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

          Toelichting

          Op 7 september 2020 keurde de gemeenteraad een integrale vervanging van de samenwerkingsovereenkomst goed met CVBA GymCenter Klein-Brabant voor de oprichting van een gymhal in het nieuwe sportpark De Schans. Er dringen zich twee wijzigingen op, namelijk rond de maximale prijssubsidie en de erfpacht. Deze wijzigingen worden vastgelegd in de vorm van een bij-akte.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
          Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
          Onthouders: Marleen Vos, Joos Wauters
          Resultaat: Met 27 stemmen voor, 2 onthoudingen

          Besluit

          Enige artikel: De gemeenteraad keurt de bij-akte nummer 1 met betrekking tot de samenwerkingsovereenkomst voor realisatie van het GymCenter Klein-Brabant goed.

        • Aanleg kunstgrasveld voetbal Oppuurs via groepsaankoop Sport Vlaanderen met ref. 'Raamovereenkomst 'Kunstgrasvelden – Goedkeuring bestek, raming en opstart mini-competitie

          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

          Toelichting

          In het kader van het masterplan voor Oppuurs zit ook een grondige aanpassing van het sportcentrum van Oppuurs vervat. Deze aanpassing bevat in een eerste fase de omvorming van 1 voetbalveld (A-veld) tot een kunstgrasveld zodat de trainingscapaciteit van de site verhoogt voor de lokale voetbalclub.

          Via Sport Vlaanderen kan hiervoor ingeschreven worden op een groepsaankoop door middel van een raamovereenkomst in het kader van de campagne Sportspurt voor het omvormen van een natuurgrasveld tot een kunstgrasveld. Deze inschrijving is ook een voorwaarde om te kunnen genieten van een investeringssubsidies vanwege de Vlaamse overheid.

          Elke groepsaankoop van sportinfrastructuur kadert binnen thema's als buitensport, energie, klimaat, sportieve publieke ruimte en ongebonden sport. Voor deze groepsaankoop heeft Sport Vlaanderen een  raamovereenkomst afgesloten en de aanleg van een niet-watergedragen kunstgrasveld en optioneel onderhoud gegund aan drie (3) inschrijvers die een offerte met de beste prijs/kwaliteitsverhouding hebben ingediend, namelijk:  

          • SCHEERLINCK SPORT NV, ingeschreven in de Kruispuntbank der Ondernemingen onder het nummer 0457.022.527, met zetel gevestigd te 1785 Merchtem, Koeweidestraat 54B (hierna Scheerlinck);
          • SPORTINFRABOUW NV, ingeschreven in de Kruispuntbank der Ondernemingen onder het nummer 0425.326.291, met zetel gevestigd te 2910 Essen, Essendonkbos 5 (hierna Sportinfrabouw);
          • STADSBADER NV, ingeschreven in de Kruispuntbank der Ondernemingen onder het nummer 0407.975.466, met zetel gevestigd te 8530 Harelbeke, Kanaalstraat 1 (hierna Stadsbader).

          De raamovereenkomst heeft een looptijd van 4 jaar. Eind februari 2026 loopt deze af.

          De gemeente Puurs Sint-Amands moet een mini-competitie te organiseren tussen de drie (3) voormelde inschrijvers aan wie de raamovereenkomst werd gegund.

          De gemeente Puurs-Sint-Amands kan van de mogelijkheid tot afname van de raamovereenkomst via deze aankoopcentrale gebruik maken waardoor zij overeenkomstig artikel 47, § 2 van de wet van 17 juni 2017 is vrijgesteld van de verplichting om zelf een gunningsprocedure te organiseren.

          De dienst Zakelijk Beheer stelt voor om gebruik te maken van de raamovereenkomst van Sport Vlaanderen met ref. 'Kunstgrasvelden – aanleg standaard voor voetbal' en meer specifiek: Aanleg van een niet-watergedragen kunstgrasveld, met optioneel een Service Level Agreement (onderhoudscontract met waarborg)'.

          Het sjabloonbestek ter beschikking door Sport Vlaanderen gesteld door Sport Vlaanderen werd aangepast naar de plaatselijke situatie en behoeften .

          De dienst Zakelijk beheer heeft in samenwerking met de dienst Ruimte (Gebouwen) en Studiebureau TAK een bestek opgemaakt dewelke zal worden voorgesteld aan de drie voormelde inschrijvers aan de hand van een mini-competitie met als doel het bekomen het gunnen van de deelopdracht aan de inschrijver met de economisch voordeligste offerte op basis van de gunningscriteria zoals opgenomen in het opdrachtdocument.

          De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 495.868,00 € excl. btw of 600.000,00 € incl. btw.

          Via Sport Vlaanderen kan er een investeringssubsidie bekomen worden van max. 20% van het aanvaarde investeringsbedrag tot max. 145.000,00 €.

          De verdere organisatie van de werken, afhandeling en facturatie van de opdracht gebeurt volledig in samenspraak tussen de gemeente en de aannemer die werd gekozen om de werken uit te voeren.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
          Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
          Tegenstanders: Marleen Vos, Joos Wauters
          Resultaat: Met 27 stemmen voor, 2 stemmen tegen

          Besluit

          Artikel 1: De gemeenteraad besluit om gebruik te maken van de groepsaankoop van Sport Vlaanderen via de raamovereenkomst met ref. Kunstgrasvelden – aanleg standaard voor voetbal' en meer specifiek: Aanleg van een niet-watergedragen kunstgrasveld, met optioneel een Service Level Agreement (onderhoudscontract met waarborg)' met als doel het aanleggen van een kunstgrasveld op het sportcentrum van Oppuurs, Meirstraat z/nr. in Oppuurs.

          Artikel 2: De raming, het bestek in bijlage bij dit besluit en de opstart van de mini-competitie worden goedgekeurd.

          Artikel 3: De uitgave voor deze opdracht wordt voorzien in 2026 op artikelnummer 0742000 22100007: 600.00,00 €.

          Artikel 4: De te bekomen subsidie via Sport Vlaanderen (indien dossier goedgekeurd) bedraagt max. 20% van het aanvaarde investeringsbedrag met een max. van 145.00,00 €.

        • Convenant Ommegangcomité Kalfort VZW - Goedkeuring

          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

          Toelichting

          Vanaf 1 november 2025 stelt het gemeentebestuur een stockageruimte in Oppuurs ter beschikking aan erkende verenigingen Puurs-Sint-Amands.

          Ommegangcomité Kalfort VZW beschikt voor hun jaarlijkse ommegang over heel wat materiaal en praalwagens die gestockeerd moeten worden. De huidige stockageplaatsen aan Schoubroek in Breendonk en in Kalfort zijn niet meer geschikt of beschikbaar en dus wenst het Ommegangcomité gebruik te maken van de aangeboden stockageruimte in Oppuurs. 155 m² werd daarom reeds voorbehouden voor de praalwagens en materialen van de Ommegang in de stockageruimte. 

          Financiële  en logistieke steun van de gemeente is essentieel om de continuïteit en kwaliteit van dit erfgoed te garanderen. 

          Om de logistieke (gratis gebruik stockageruimte) en financiële ondersteuning (subsidie) te faciliteren, wordt een convenant opgemaakt. Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het convenant goed te keuren.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens
          Voorstanders: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

          Besluit

          Enig artikel: De gemeenteraad keurt het voorstel van convenant voor het Ommegangcomité Kalfort VZW goed:

                                                        Convenant Ommegangcomité Kalfort VZW

          Convenant opgemaakt tussen:

          Enerzijds                                             Gemeentebestuur Puurs-Sint-Amands

                                                                    Forum 6

                                                                   2870 Puurs-Sint-Amands

          Anderzijds                                          Ommegangcomité Kalfort VZW

                                                                   L. Van Kerckhovenstraat 1

                                                                   2870 Puurs-Sint-Amands

          Vertegenwoordigd door                        ........................................

           

           Artikel 1              Algemeen

          Het gemeentebestuur van Puurs-Sint-Amands erkent Ommegangcomité Kalfort VZW als convenanten-vereniging.

          De Ommegangprocessie van Kalfort is één van de oudste en meest waardevolle culturele en religieuze tradities binnen onze gemeente. Ze vormt een levend erfgoed dat generaties inwoners met elkaar verbindt en de lokale identiteit versterkt. Deze eeuwenoude processie brengt geschiedenis, geloof en gemeenschapszin samen in één uniek evenement dat jaarlijks honderden deelnemers en toeschouwers aantrekt.

          Door de Ommegang te ondersteunen, investeert het gemeentebestuur niet alleen in cultuurerfgoed, maar ook in sociale samenhang en verbinding. Lokale verenigingen, scholen en vrijwilligers werken maandenlang samen aan kostuums, praalwagens en muziek, wat de solidariteit en trots binnen Kalfort en heel Puurs-Sint-Amands versterkt.

          Financiële en logistieke steun van de gemeente is essentieel om de continuïteit en kwaliteit van dit erfgoed te garanderen. De Ommegangprocessie is meer dan een traditie: ze is een symbool van onze gemeenschap, een bron van trots en een levend bewijs dat verleden en toekomst elkaar in Puurs-Sint-Amands blijven ontmoeten.

           Artikel 2              Uitbetaling subsidie

          Ommegangcomité Kalfort VZW ontvangt jaarlijks een subsidie van 25.000 EUR die wordt overgemaakt op het rekeningnummer van Ommegangcomité Kalfort VZW. Het subsidiebedrag wordt jaarlijks geïndexeerd. De subsidie wordt uitgereikt voor het einde van het kalenderjaar waarin de Ommegang werd georganiseerd.

          Artikel 3              Stockageruimte

          Ommegangcomité Kalfort VZW kan gebruik maken van de stockageruimte voor verenigingen die de gemeente Puurs-Sint-Amands ter beschikking stelt in Voortstraat 41 te Oppuurs.

          Ommegangcomité kan beschikken over de stockagezones 34B – 35 – 36 – 37 – 38 – 39 – 40 – 41 – 42 – 43 – 44.

          Aan het gebruik van de stockageruimte is een afsprakennota verbonden met richtlijnen die als bijlage bij het convenant wordt gevoegd. Deze maakt integraal deel uit van dit besluit.

          Artikel 4 Tegenprestatie

          Het Ommegangcomité Kalfort VZW organiseert jaarlijks een ommegang.           

          Artikel 5 Looptijd en aanpassing

          Het convenant wordt opgemaakt voor 6 jaar en wordt gekoppeld aan het MJP 2026 – 2031.

          Indien de werking niet meer overeenstemt met het opgestelde convenant dient het op vraag van het gemeentebestuur of van Ommegangcomité Kalfort VZW aangepast te worden.

          Dit convenant wordt opgemaakt in 3 exemplaren en wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad. Na goedkeuring treedt dit convenant in werking.

    • Vragen

      • Vragen

        Aanwezig: Els Goedgezelschap, Koen Van den Heuvel, Yvo Van Damme, Willem Geeroms, Hilde Van der Poorten, Els De Smedt, Anne De Ron, Ronny Tourné, Sophie Van Praet, Raf De Blaiser, Jan Van Camp, Patrick Pauwels, Jürgen Buyst, Luk Ceurvelt, Peggy Seeuws, Reinhilde Goossens, Linda Caluwaerts, Robbe Cooremans, Giselle Vissers, Ine Schokkaert, Sander Schokkaert, Jorden Dewachter, Eva Peleman, Jelien De Laet, Marleen Vos, Joos Wauters, Erwin Mertens, Kristina Galestian, Toon Vandendriessche, Raoul Paridaens

Namens Gemeenteraad,

Raoul Paridaens
Algemeen directeur

Els Goedgezelschap
Voorzitter gemeenteraad